logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
dEUS - 19/03/20...

The Hotrats

Turn ons

Geschreven door

The Hotrats, genaamd naar dat fantastische Zappa album, zijn het hobbyclubje van Danny Goffey en Gaz Coombes van Supergrass en Radiohead producer Nigel Godrich.
Met ‘Turn Ons’ hebben zij een fris plaatje vol met covers gekwakt. Fijne, veelal straightforward rockende versies van bekende en minder bekende songs van de betere der aarde. Een vrij aardige selectie met maar een paar uitschuivers.
“Fight for your right” van de Beastie Boys is op hoogst originele wijze omgebouwd tot een sixties song in regelrechte Who- en Kinks traditie. The Kinks hun “Big sky” wordt hier trouwens ook met verve gecoverd. Costello’s “Pump it up” heeft nog nooit zo stevig gerockt en “The Lovecats” van The Cure is zo opzwepend dat we met graagte het origineel (wat ook al niet mis was) onderaan in de kast gaan opbergen. “I can’t stand it” van de Velvet Underground is nog feller en verbetener dan het al grillige origineel (wij durven wedden dat ouwe knorpot Lou Reed deze versie maar niks zou vinden maar wij zijn er helemaal weg van, en wij zijn wel degelijk VU-fan !) en The Doors hun “Crystal ship” krijgt een extra portie dynamiet toegediend. En we hadden er nog nooit eerder bij stilgestaan maar “Queen Bitch” van Bowie is een verdomd krachtige song. Met de psychedelica van Syd Barrett’s Pink Floyd in “Bike” weten ze ook wel raad en de eighties klassieker “Damaged Goods” van The Gang of Four krijgt een uiterst potente viagra injectie.
Het is evenwel niet altijd feest, “Up the junction” (Squeeze) is wat slapjes, met “Love is the drug” (Roxy Music) hebben The Hotrats bitter weinig aangevangen en The Sex Pistols’ “E.M.I” is ontdaan van al zijn punk energie, en dat kan niet de bedoeling zijn geweest.
Desalniettemin, heel fijn coverplaatje.

Arkona

Goi, Rode Goi

Geschreven door

Help, de Russen zijn daar! De Russen!!! En ze hebben dan nog eens goede muziek mee ook! Wie zijn de Russen? De Russen zijn Arkona. Wat is de goede muziek? Dat is hun nieuwste album ‘Goi, Rode Goi!’
Arkona is een Russische Slavian Pagan Metalband die in 2002 opgericht werd door de blonde zangeres Maria Arichipowa. Na enkele bezettingswisselingen staan ze er nog altijd. Intussen hebben ze al vier studio-albums, een live-album en dvd en toch bestaat het dat ik nog nooit van deze band gehoord had. Tot nu, want met hun vijfde album ‘Goi, Rode Goi!’ hebben ze me grondig wakker geschud. Rusland is blijkbaar ook in staat om goede Folk/Pagan Metal af te leveren.
En dan halen ze het in hun hoofd om na een uitstekend openingsnummer en twee goede nummers er onmiddellijk al een episch, muzikaal avontuur tegenaan te gooien in de vorm van “Na Moey Zemble”. Het nummer duurt ruim een kwartier en bevat enkele opmerkelijke gastbijdrages. Zo hoor je o.a. Nederlandse zang van de zanger van Heidevolk, aan aangename verrassing tussen al dat onverstaanbare Russisch. Let wel, geen slecht woord over dat Russisch. Die taal leent zich er uitstekend voor om zo'n liederen te zingen.
Tjah, het hele album gaat verder met dit hoge niveau en deze mengelmoes van Folkinstrumenten en het Metalen geweld. Alsook de kruising van Russische folkzang en grunts.
Een klein minpuntje is de lange speelduur van 78 minuten. Want dit soort muziek vergt toch wel veel aandacht van de luisteraar en die aandacht gaat na een tijdje toch verminderen. Ondanks dit is het toch een heerlijk album geworden!

MGMT

Congratulations

Geschreven door

Een goede twee jaar terug waren zij één van de meeste hippe bands, Management aka MGMT, het leuke gezelschap onder Ben Goldwasser en Andrew VanWyngaerden. Hun geestesverruimende pop, rock’n’roll en dancepsychedelica zetten ze om in enkele meesterlijke hits als “Time to pretend”, “The electric feel” en het meezingbare- fluitende “Kids” van de plaat ‘Orucalar Spectacular’. De plaat werd een wereldsucces. De band, die tuimelt in de ‘70’s retrosychedelica, haalde de sound van Pink Floyd, Pavlov’s Dog , Hawkind, Bowie, The Doors en jongere bands Flaming Lips, Mercury Rev en Ozric Tentacles van onder het stof. Ze maakten er een kleurrijke ‘peace en love’ van.
De opvolger ‘Congratulations’ is andere koek. Het duo verbleef lange tijd op het strand van Malibu voor het schrijven en opnemen van nieuwe songs. Ze putten uit een creatief psychedelisch vaatje en borgen de hitgevoeligheid op. Een drietal toegankelijke nummers horen we binnen hun poppsycherock, “Flash delirium”, “Brian eno” en de titelsong. “ Siberian breaks” is het epos van de cd, ruim twaalf minuten, én wel in vier stukken verdeeld: een dromerig concept, verrassende, onverwachtse en gewaagde wendingen, slepende melodieën, (vocoder) stemmen, synths, (akoestische) gitaarloops, symfo en orkestraties. Samen met “Lady Dada’s nightmare” is er sprake van een lang instrumentaal stuk en een elektronische outtro. Eerbetoon aan The Beatles en Brian Eno zijn op z’n plaats.
Ze benaderen op die manier wat Flaming Lips op hun laatste plaat deed. Pete Kember, die in de ‘90’s deel uitmaakte van de poppsychedelica van Spacemen 3 en Sonic Boom stond mee in voor de productie.
’Congratulations’ is een apart plaatje, apart muziek, een muzikale rijkdom, maar waar soms geen touw aan vast te knopen is …

Built To Spill

There is no enemy

Geschreven door

Built To Spill, onder Doug Martsch, zijn samen met Galaxie 500 één van de pijlers van de ‘independant’ indierock eind’80’s. Slepende, hemels klinkende gitaren, repetitief opbouwende en uitgesponnen gitaarlagen gelinkt aan Neil Young’s Crazy Horse en The Feelies, gedragen door de dromerige, melancholische en breekbare stem van Martsch. Ook de nieuwe plaat, ruim vier jaar na de vorige cd, moet écht niet onderdoen aan het vroegere materiaal. De sympathieke band heeft met “Good ol’ boredom”, “Done”, “Things fall apart” en “Tomorrow” enkele uiterst genietbare gitaarparels uit, songs soms aangevuld met blazers.
Mijmerende, aanstekelijke, aantrekkelijke hoogstaande gitaarpracht horen we op de songs, die knipoogt naar hun oudbakken formule, maar ook ruimte biedt voor een breder instrumentatie. Met opgeheven hoofd slaagt BTS er na al die jaren nog in zich te manifesteren in de huidige indie-boom. Ontegensprekelijk besluiten we dus met respect voor zo’n band!

We Have Band

WHB

Geschreven door

Het trio uit Manchester, We Have Band, is maar al te graag bezig binnen de electropop en punkfunkstyle. We Have Band gaat van een dromerig , sfeervolle popgroove van “Piano” en “Buffet”, naar de dansbare stijl van Friendly Fires en Hot Chip met songs als “Divisive”, “Oh” en “Centerfolds & empty screens”. Ze borduren hier op de gekende stijl van The Klaxons, !!!, LCD Soundsystem, de ‘70’s funk en ‘80’s Talking Heads, Gang Of Four en de electro van New Order. De dansspieren worden aangesproken door de aanstekelijke beats en percussie. En na deze ravesound maken ze een brede bocht naar de onderkoelde Human League elektronica en de warmte van Pet Shop Boys, waaronder “How to make friends”, “Honey trap” en “Hear it in the cans”. Samen met de drie afsluitende songs tappen ze hier ietwat teveel uit hetzelfde zalvende vaatje waardoor de songs zich niet echt meer van elkaar onderscheiden. Op die manier merken we dat We Have Band deel uitmaakt van de grote meute bands met hun mix tussen indie en elektronische popmuziek. 

Citay

Dream get together

Geschreven door

‘Dream get together’ is een aangename en dromerige trip doorheen 7 (midel)lange songs. Het gaat van zwevende folk rock a la Midlake tot soms wel southern rock, beetje Allman Brothers zelfs, althans in de bijzondere knappe opener “Careful with that hat” die beladen is met uiterst knappe gitaarsolo’s. Ook in “Secret breakfast”, één van de talrijke instrumentals (zo vet veel wordt er niet gezongen op dit album), wisselen akoestische en elekrische gitaren elkaar boeiend af. Wij horen ingehouden Motorpsycho of prille Pink Floyd (ten tijde van Meddle). Verder mag u het in het straatje gaan zoeken van Dungen, Howlin’ Rain en Comets on Fire. De uitschieter van de plaat is “Hunter”, een geweldige instrumentale song met fijne interactie tussen keyboards en heerlijke gitaren met een bruisende riff er bovenop.
Knap samenspel, zoete melodieën, gelaagde gitaren en soms fluweelzachte vocals, dit is zo een beetje het geluid van Citay samengevat. Om lekker in onder te dompelen, deze plaat.

Joe Bonamassa

Black Rock

Geschreven door

Op ‘Black Rock’ wordt het nog eens pijnlijk duidelijk: Bonamassa is een gitarist, geen songschrijver. Enkele keren waagt de man zich aan het verwerken van Griekse invloeden in zijn bluesrock. Geen goed idee, blijkt, “Quarryman’s lament” en “Bird on a wire” (totaal verneukte Leonard Cohen cover) zijn slijmballen van songs waarvan onze tenen serieus beginnen te krullen. De sirtaki-blues is vooralsnog dus geen optie, een duet tussen John Lee Hooker en Zorba De Griek zouden wij eerlijk gezegd ook nooit hebben zien zitten.
Verder blijft Bonamassa wijselijk binnen de lijntjes van de blues kleuren, wat hem ook beter ligt want er komt geregeld soul uit zijn stem en vuur uit zijn gitaar. Toch worden de cliché’s van het genre ook dit keer niet omzeild. Bonamassa heeft wel BB King weten te strikken op “Night life”, maar dat werkt niet echt de originaliteit in de hand, integendeel, de song klinkt zo kenmerkend BB King dat je hem al even gauw terug vergeten bent (wij hebben BB King trouwens altijd al een beetje te braafjes gevonden).
Het album neigt iets meer naar de traditionele Britse blues (John Mayall en consoorten) en wat minder naar de macho power blues die we van Bonamassa geregeld door onze strot krijgen geramd. Om de liefhebbers van dergelijke spierbundelblues toch niet te ontgoochelen : het zit er nog wel degelijk in, maar ’t is een beetje verminderd, u zal dus nadien nog een Walter Troutje moeten opleggen als u zich nog tekortgedaan voelt.
Conclusie : Ook voor Joe Bonamassa geldt wat we van veel artiesten in het genre van de bluesrock kunnen zeggen : qua virtuositeit en muzikaliteit is ‘Black Rock’ dik OK, qua originaliteit valt hier weinig te beleven.

Clare & The Reasons

Arrow

Geschreven door

De sprookjes van Grimm …Elfjes dansen in het rond … De zondagse aperitief … Lekker wegdromen bij de avondzon of de ideale ‘Morgenstemming’ plaat …Een ongedwongen, losse sfeer creëert het duo Clare Muldaur en Oliver Manchon.
We horen op hun tweede plat ‘Arrow’ sfeervolle, dromerige composities die minimaal, spaarzaam worden begeleid of een breed instrumentarium (strijkers, blazers, flutes, piano, toetsen) toegewezen krijgen. De melodieuze rijkdom, de subtiliteit en de finesse staan duidelijk voorop bij de muzikale familie Manchon – Maudaur, want Clare haar ouders zweren trouw bij de traditionele wortels van jazz en blues. Dochterlief houdt bij de pop en brengt een relaxte, gevarieerde sprookjesplaat. Met alles erop en eraan, met zwermen ‘birds & bees’ om ons heen.
Leuk en fijn klinken de songs, luister maar eens naar “All the wine”, “Ooh you hurt me so”, “You getting me”, “This is the story of” en “Perdue a Paris”. De Genesis cover “That’s all” overtuigt door de blazers. Af en toe is er een vleugje elektronica mee gemoeid, maar dat nemen we er graag bij in het droomlandschap van Clare & The Reasons.

Pagina 394 van 460