logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Biohazard 8/8/2...
Guns N Roses

Dragons

Here are the roses

Geschreven door

De eerste onvermijdelijke reactie is de volgende: Godverdomme, die gasten hebben alles gejat van The Editors en Interpol. ’t Zal wel , maar hebben Editors en Interpol ook niet alles gepikt bij Joy Division en The Sound ? Yep, ook weer waar. Laten we dus gewoon stellen dat we Dragons kunnen bijplaatsen in het rijtje nieuwe bands die de mosterd met een vette pollepel zijn gaan halen in de eighties. De echo gitaren zijn dus van de partij, de donkere en diepe vocals ook, en bij Dragons wordt er ook nog een streep synths toegevoegd waardoor we met momenten wat Simple Minds toestanden krijgen, zoals in “Treasure”. Het is allemaal wel wat voller, harder en strakker dan de Simple Minds en de Messias trekjes blijven gelukkig ook achterwege.
Ze hebben dus geen nieuw geluid ontdekt en doen dingen die allemaal al wel eens eerder door anderen zijn voorgedaan, maar de songs zijn bijzonder sterk en dat is wat ons betreft de reden waarom Dragons niet moet onderdoen voor gasten als Interpol en Editors. De sterke openers van de plaat “Here are the roses” en “Conditions” bevestigen dat alleen maar. De synths en vocals op het heftige “Obedience” neigen wat naar de industrial tonen van Depeche Mode, maar dan beter. De gitaren van “Trust” zijn zomaar weggelopen uit een Cult song ten tijde van ‘Love’ (“Revolution” en consoorten, weet u nog wel).
U ziet het, ‘Here are the roses’ is echte de moeite waarde, maar iemand moet deze band dringend vanuit de schaduw van Interpol en Editors weghalen.

Hard-Fi

Once Upon A Time In The West

Geschreven door

Het Britse Hard-Fi onderscheidde zich vorig jaar met de debuutcd ‘Stars of CCTV’, waarbij vooral de singles “Hard to beat” en “Cash machine” hoog scoorden binnen de melodieuze postpunkpop.
Hard-Fi trok de lijn van hun zoektocht van de perfecte popsong door met de tweede cd, die subtiel, verfijnd en sfeervol in elkaar zit. Piano, keyboards en strijkerarrangementen geven kleur aan hun poprocksongs. Ze zijn knap in elkaar gestoken, waarbij een hardere noot uitblijft.
Archer en de zijnen kiezen resoluut voor een grootse doorbraak en kunnen erin slagen met meezingbare songs als “Suburban knights”; “Help me please”, “We need love” en “The king”. Intiemer klinken “I shall overcome”, “Tonight”, “Watch me fall apart” en “Can’t get along without you”.
Een afwisselend plaatje dus. Ook de hoesfoto springt in het oog: een simpele tekst ‘No Cover Art’.Mooie zet?!

Iron & Wine

The Shepherd’s Dog

Geschreven door

Iron & Wine is het muzikaal project van de bebaarde Amerikaanse singer/songwriter Sam Beam. De huidige aanpak is duidelijk breder dan op de vorige cd’s, die eerder ingetogen americana/folk ‘haardvuur’songs waren.
’The Shepherd’s Dog’ brengt artiest én band op het voorplan; luister maar eens naar “Pagan, Angel and a Borrowed car”, “Carousel”, “Innocent bones”, “Wolves”, “Boy with a coin”, “The devil never sleeps” en “Peace beneath the city”. Ze staan garant voor mooi afwisselend en kwalitatief sterk songmateriaal: fris, vaardig, dromerig, sfeervol, intiem pakkend of door de psychedelica klinkend als een indieband.
De sterkte van de cd ligt in de gemoedsrust, wat ervoor zorgt dat dit een uiterst aangename, genietbare cd is.

Pinback

Autumn of the Seraphs

Geschreven door

Het Amerikaanse Pinback, onder het onafscheidelijke duo Rob Crow (bas) en Zach Smith (keyboards), is aan de vierde cd toe. Pinback, gegroeid uit Three Mile Pilot midden de jaren ’90, introduceerde samen met Low de lofi en slowcore geluid. Platen als ‘(This is a) Pinback cd’ en ‘Blue Screen Life’ klonken overtuigend. ‘Autumn of the Seraphs’ behoudt dezelfde eenvoudige, doch complex aandoende aanpak van traag meeslepende, sfeervol dromerig overlappend gitaargetokkel en -akkoorden, keyboards en bezwerende percussie, onder die emotievolle samenzang: “From nothing to nowhere”, “Barnes”, “How we breathe”, “Blue harvest” en “Bouquet”. Doch de plaat onderscheidt zich op een handvol songs door krachtiger en meer popgericht te  zijn; de heren geven hun sound een nieuw elan door hun melodielijn en ritme: “Good to sea”, “Walters”, “Devil you know” en het afsluitende “Off by 50”.
De hoes van de cd toont afbeeldingen van een angstaanjagende onderwereld, omgekeerd evenredig met de sound. Het lijkt wel een niet te vatten muzikale grimmige droomwereld van de heren.

REO Speedwagon

Find Your Own Way Home

Geschreven door

REO Speedwagon is back en hoe! Live waren ze dit jaar te zien op het Classic rock festival ‘Schwung’ en speelden daar de meeste bands naar huis. Het was een schitterend optreden met tal van REO klassiekers maar ook enkele nieuwe songs uit dit nieuwe album ‘Find Your Own Way Home’.
De band is sinds 1967 actief en kende hun grootste successen in de jaren tachtig. Deze band vond de term ‘powerballad’ uit en velen onder U zullen ongetwijfeld vrouwelijk schoon ontmoet hebben op de tonen van de monsterpakkerd “Keep On Lovin’ You”. Om maar aan te geven dat deze band toch wel enige betekenis heeft in de muziekgeschiedenis. Eind 1988 stond de band echter op splitten. Vooral het vertrek van gitarist Gary Richrath baarde de band zorgen. Het rechtstreekse gevolg van Richrath’s vertrek was dat men niet meer in staat bleek te zijn om een deftige song bij elkaar te schrijven. Dit resulteerde in enkele vrij matige albums. “Building The Bridge” uit 1996 was het laatste studioalbum van de band, maar de plaat flopte volledig. Nadien werden we wel nog regelmatig opgevrolijkt door enkele live opnames en enkele aardige, doch overbodige compilaties.
Tot er dit jaar dus nieuw werk verscheen onder de titel ‘Find your Own Way Home’. Of dit album goed is vraagt u zich ongetwijfeld af? Wel het is een beetje een dubbeltje op zijn kant. Laat ons zeggen dat drie vierden van het album ons aangenaam wist te verrassen. Het album kan absoluut niet tippen aan een plaat zoals ‘Hi-Infidelity’ maar daarnaast kan ik alle REO fans wel vertellen dat de plaat vrij lekker rockt. Het typische stemgeluid van Kevin Cronin (die de meeste songs componeerde) blijft ook anno 2007 stevig overeind staan en heeft de band met bassist Bruce Hall (“Born To Love You”) een extra sterke Classic rockstem in huis.
De betere songs zijn “Smilin’ In The End” (lekkere gitaarrock), “Find Your Own Way Home” (80’s REO feel), “I Needed To Fall” (powerballade) en “Dangerous Combination” (county-rock - medegeschreven door Jim Peterik). In het tweede deel van het album zakt het hoge startniveau wat weg, maar ook dan blijft de plaat boeien.
We zijn dan ook erg blij met de terugkeer van onze goede vrienden uit Illinois. Toch kun je deze terugkeer (na elf jaar) niet bijzonder productief noemen want ‘Find Your Own Way Home’ telt slechts tien nieuwe songs.

Alestorm

Captain Morgan’s Revenge

Geschreven door

Dat het promotieteam van Napalm Records goed mijn aandacht kan trekken ondervond ik bij het lezen van de term’Scottish Pirate Metal’ op de achterkant van de promo-CD van Alestorm’s laatste wapenfeit genaamd ‘Captain Morgan’s Revenge’. Ik was dan ook erg benieuwd naar wat we deze keer weer te horen zouden krijgen.

Met gemengde gevoelens knalde dit schijfje voor de eerste keer door mijn boxen. Langs de ene kant kon ik de instrumentale kant van het album wel appreciëren. De vocale prestaties van zanger Christopher Bowes, bezorgden mij tijdens de eerste luisterbeurt enkele bedenkingen. Bowes zingt namelijk allesbehalve zuiver. Na enkele luisterbeurten, slaagde ik erin om dit toch enigszins te relativeren. Zijn smerige, vuile stem, past eigenlijk wel bij het piratenthema. Zingen met een gepolijste stem over roven, prostituees, wilde feestjes en het zuipen van liters bier, zou nogal vreemd overkomen.
Vooral de sing-along songs, met een hoog Dropkick Murphys-gehalte, als “Nancy The Tavern Wench”, “Of Treasure”, “Wenches and Mead” en “Flower of Scotland” blijken zeer geschikt voor de stem van Bowes. Deze nummers zullen live dan ook gegarandeerd voor heel wat ambiance en lege vaten zorgen. De snellere nummers als “Over the Seas” en “Set Sail and Conquer” doen dan weer denken aan “Turisas”.
Aan de instrumentale kant van het album valt weinig aan te merken. De muziek ondersteunt de teksten en het thema bijzonder goed, maar de liefhebbers van technische hoogstandjes zullen hier echter niet aan hun trekken komen.
Deze technische hoogstandjes zijn volgens mij ook niet nodig om een onderhoudend album af te leveren. Het sterkste punt van Alestorm ligt hem namelijk eerder in het hoge feestgehalte. Beluister ‘Captain Morgan’s Revenge’ met een hoop maten in een rokerig hol waar liters bier en rum beschikbaar zijn en je zult de avond van je leven beleven. Maar om er thuis geboeid door te blijven, ontbreekt dit album nog een tikkeltje aantrekkingskracht.

Kamelot

Ghost Opera

Geschreven door

Het uit Florida afkomstige Kamelot is er ook deze keer in geslaagd om een hoogstaand kwaliteitsalbum af te leveren. Dit nieuwe album ‘Ghost Opera’ is voor de verandering eens geen conceptalbum maar de schijf bevat wel de pakkende bombastische power-progressieve metal die we van de band gewoon zijn. De opvolger voor ‘The Black Halo’ uit 2005 werd in Wolfsburg (Duitsland) ingeblikt en voor het eerst mag ook keyboardspeler Oliver Palotai (uit Duitsland afkomstig) zich volwaardig lid noemen van de band. Kamelot is dus nu een vijftal en voor deze nieuwe plaat keerde ook ‘Karma’ drummer Casey Grillo terug naar de Kamelot stal. ‘Ghost Opera’ staat vol bombastische, rijk georchestreerde metalsongs. Het feit dat een song zich kan ontpoppen van een simpele pianoballade tot een stevige metalsong zorgt bij mij nog steeds voor een ‘wauw’-gevoel.
Toch is deze ‘Ghost Opera’ minder verrassend dan vorige albums. Waar het juist aan ligt kan ik je niet vertellen maar misschien komt het omdat we het ondertussen zo gewoon zijn dat de band de ene sterke plaat na de andere uitbrengt. Het album mist een verrassingseffect maar heeft aan kwaliteit geen gebrek. De bombastische klassieke arrangementen, de complexe doch toegankelijke progressieve metalsongs, de superieure stem van Roy Kahn, en de stevige gitaarriffs van Thomas Youngblood zorgen ook nu voor een sterk samenhangend vooruitstrevend metalalbum.
‘Ghost Opera’ is een mooie toevoeging tot de band’s al bijzonder rijke palmares. Alleen jammer dat de band mij live nog geen enkele keer heeft weten te overtuigen van hun grote klasse. Kamelot is op zijn sterkst in de studio en daar is deze nieuwe schijf het mooiste bewijs van.
Op deze ‘limited edition’ die ik in handen kreeg staat één extra song en werd er ook een interessante bonus DVD toegevoegd met de videoclip en ‘the making of Ghost Opera’.

Los Campesinos!

Sticking Fingers into Sockets (EP)

Geschreven door

Los Campesinos is een uit Wales afkomstig zevental en is één van de beloftes van het afgelopen jaar met deze EP, die klinkt als een bruisende cocktail van gitaarpoprock en folk. Dynamische, opwindende, dansbare, aangename en ontspannende songs. Het speelplezier druipt er van af. Dit is ‘feeling good music’, waarbij de vijf songs (en één outtro) gekenmerkt zijn door snedige, soms rauwe gitaarakkoorden, zwierige vioolpartijen en kleurrijke toetsen. Ze ondergaan diverse tempowisselingen, waarbij de vrouwelijke en mannelijke zang op elkaar zijn ingespeeld.
‘Sticking Fingers into Sockets’ bevat charmant, speels songmateriaal. De band nestelt zich ergens tussen Polyphonic Spree, Broken Social Scene, Architecture In Helsinki en Pavement. Trouwens ze coverden op hun eigen manier  “Frontwards” van hen.
Een oorstrelende EP die doet hunkeren naar wat deze ‘vier man – drie vrouw’ band in 2008 in petto zal hebben.

Pagina 448 van 468