logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Hooverphonic

Tom Vandenbogaerde

Tom Vandenbogaerde - MayWay Records – Een gesprek!

Geschreven door

Waarom en hoe start iemand een nieuwe platenfirma op? Voor Mayway Records uit Kortrijk ging de bal aan het rollen op een muziekquiz zoals er wel elk weekend eentje wordt georganiseerd. Een tip om de prijzentafel te vullen werd een ongelofelijk verhaal dat uitmondde in de release van het verloren gewaande derde album van de Vlaamse cultband Ugly Papas en de eerste Belgische Nuggets 90s-00s-compilatie die onbekende parels uit die periode onder de spotlights brengt. En het verhaal is nog lang niet uitverteld.

Mayway Records-oprichter Tony Vandenbogaerde duikt geregeld op op muziekquizzen, zowel als deelnemer of als organisator. “Op een quiz een tiental jaren geleden komt iemand me vragen of ik nog ‘iets’ nodig had om de prijzentafel van mijn volgende muziekquiz te vullen. Bij de VRT-radio waren ze van plan om ’heel wat’ CD’s weg te doen. Als er geen bod kwam, zouden die naar de verbrandingsinstallatie gaan. Meer informatie had ik niet, maar die tip intrigeerde mij. Dus trok ik mijn stoute schoenen aan en trok naar de VRT. Het ging niet om een paar dozen, maar over niet minder dan zeven paletten met CD’s en CD-singles die platenfirma’s, artiesten en boekingskantoren naar de VRT opgestuurd hadden. Ik deed een bescheiden bod en mocht een vrachtwagen laten aanrukken om de hele lading op te halen”, begint Tony zijn verhaal.

“Als muziekliefhebber voelde ik mij tussen die stapels CD’s als een kind in een snoepwinkel. De promo’s die echt een financiële waarde hebben, zeg maar U2 of Madonna, zaten er natuurlijk niet meer tussen. Een aantal die mij maar matig interesseerden, maar die wel nog wat geld opleverden, heb ik geveild op het net. Maar wat overbleef was een goudmijn, althans voor mij als liefhebber. Zowat alles wat uitgebracht is van de jaren ’90 tot zowat 2010 door Belgische bands en acts, lag daar naar mij te glimlachen, vochten om mijn aandacht. Ik merkte dat er heel wat pareltjes tussen zaten die uiteindelijk nooit de radio gehaald hebben. Soms waren het zelfs demo’s die nooit bij Sabam aangegeven zijn of studioprojecten met nauwelijks de namen op van de muzikanten of producers. Toen dacht ik al meteen vaagweg aan een verzamel-CD, maar het zou nog verschillende jaren duren voor ik die droom begon uit te werken.”

“Ik bleef maar spitten in die stapels en genieten van al die prachtige muziek, zonder er echt iets mee aan te vangen. Maar in mijn hoofd bleef het idee wel spelen. Ook door het succes van gelijkaardige verzamelaars als de Belgian Vaults van Starman Records (compilaties van Belgische sixties-nummers), de verzamelaars van Walhalla Records (cold en andere wave uit het vaderland) en de Funky Chicken-compilaties (Belgische funk en soul uit de seventies) die bv. André Brasseur uit de vergetelheid opgevist en opnieuw gelanceerd heeft. Elk land heeft zo wel zijn compilaties per decennium of genre. Voor België bestond er nog niets voor de nineties en nillies. Nochtans een kantelmoment in de volwassenwording van de Belgische rock, dance en wat we toen de alternatieve muziek noemden. We zijn toen in België gestopt met het kopiëren van wat ons in het buitenland werd voorgedaan en hebben onze eigen muzikale weg gezocht.”

“Ondertussen had ik al een lijstje in mijn hoofd van tracks die ik zeker op mijn compilatie wou, als die er al zou van komen. Op een bepaald moment heb ik de knoop doorgehakt en ben ik gaan uitzoeken hoe ik dat financieel, administratief, juridisch en praktisch moest gaan aanpakken. Daarbij kreeg ik hulp van o.a. publisher Piet Bekaert en Felix Huybrechts van Starman Records. Het grote voordeel van mijn nineties en nillies-compilatie ten opzichte van pakweg een sixties-compilatie is dat de meeste artiesten nog in leven en terug te vinden zijn, wat een stuk makkelijker werkt om de toestemming te krijgen. Ook moet ik niet op zoek naar de originele tapes van de opnames, want CD-kwaliteit blijft CD-kwaliteit.”

De eerste Belgian Nuggets 90s-00s van Mayway Records is voor tweederde gebaseerd op wat Tony vond tussen de stapels van de VRT. “Veel artiesten zijn blij verrast dat ik ze hiervoor geselecteerd heb of feliciteren mij met de terechte keuze voor dit of dat nummer. Er staan een paar bekende namen op als dEUS, Thou, Elisa Waut of Wizards of Ooze, elk met weinig of onbekend werk, maar voorts is het voer voor schatgravers. Het namedroppen in de linernotes was geen plan op zich, maar wie de moeite neemt, ziet waar en hoe vandaag bekende namen als Daan, Mauro en Danny Mommens hun eerste stappen gezet hebben in de muziekbusiness. Evengoed staan er bands op als Prediker die het na één fantastisch nummer bijna onmiddellijk opgegeven hebben. Elke muziekliefhebber, ook in het buitenland, zal hierop iets ontdekken dat hem met verstomming zal slaan. Er staan geen ‘vullers’ op”, belooft Tony.  Voor de promotie van mijn eerste Belgian Nuggets 90s-00s heeft hij een promo-CD naar de VRT-radio gestuurd. Zo is de cirkel rond.

Een tweede Belgian Nuggets 90s-00s is al bijna klaar (release april 2018). “Op die zeven paletten ligt genoeg materieel om nog zeker vijf dergelijke compilaties met telkens 20 nummers samen te stellen, zonder kwaliteitsverlies. Maar door contact te nemen met al die artiesten word ik nu ook vaak doorverwezen naar nog meer goede muziek uit die periode en die ook onder de radar is gebleven. Als er genoeg kopers zijn, kan ik wel tien of nog meer dergelijke Nuggets maken. Het is ook zo dat ik op dat onuitgegeven album van de Ugly Papas stootte. Ik wou de toestemming voor één van hun nummers en ze boden me vervolgens aan om die nooit uitgebrachte opnames te bundelen tot een echt album. Voor een muziekliefhebber uit het Kortrijkse zijn die opnames zowat de Heilige Graal. De lovende reacties van fans en critici vertellen me dat ik hiermee goed gegokt heb.”

Behalve een tweede Belgian Nuggets 90s-00s-compilatie plant Tony nog meer releases. Gèsman is een plaatselijke band die op de eerste Nuggets staat en nog steeds actief is. “Ik breng hun nieuwe album uit, net als het debuut van JTOTHEC, wat volgens mij het Belgische antwoord is op Jamie Lidell. Er zijn nog wel plannen om zowel oud als nieuw werk uit te brengen op CD en vinyl. Het werk dat ik moet verzetten voor zo één Belgian Nuggets 90s-00s kan ik financieel nooit terugverdienen. Ik mag al blij zijn als ik uit de kosten kom en elke band op de compilatie een paar centen kan gunnen. In de muziekbusiness worden al lang geen fortuinen meer verdiend. Dus er komen nog meer uitgaves op Mayway Records, maar dan enkel van muziek waar ik volledig kan achter staan. Dat kan zowel metal als rock of dance zijn, als ik het maar goed vind. Dat wordt de graadmeter. Mijn hart klopt ook voor de plaatselijke muziekscene, maar ook acts uit Gent of Antwerpen mogen bij mij aan de deur kloppen. Ik ga geen enkel voorstel vooraf uit de weg. Laat maar komen!”, besluit de Kortrijkse labelbaas.

Het opsommen van alle bands en tracks op de eerste Belgian Nuggets 90s-00s zou ons te ver leiden. Wie nog niet helemaal overtuigd is, surft naar de Facebook-pagina of website van Mayway Records. Daar vind je van heel wat tracks een audiofragment en een korte beschrijving. Maar let op, het werkt verslavend!

The Sad Flowers

The Sad Flowers – Meer dan een project - Een gesprek

Geschreven door

The Sad Flowers zijn een duo uit Antwerpen. Jan Ooms en Jany Claeskens schreven alle teksten en muziek zelf. Daarnaast deden ze ook de productie en de mixing zelf in de Compound Studio (eigendom van Jan Ooms). Daar ondergetekende onder de indruk was van hun debuut wilde ik ze toch aan wat vragen onderwerpen. Dat resulteerde in een fijn en leerrijk gesprek.

1.      Hoe hebben jullie elkaar gevonden? En hoe is die samenwerking gegroeid?

Jan: Voor het 150 jarig bestaan van onze werkgever werd er een wedstrijd opgezet om een jubileum song in een eigen versie te steken.
Jany had daar onmiddellijk een eigen kijk op en om de zang op te nemen kwamen ze in mijn studio terecht.
Jany: Hoewel we mekaar, ondanks het feit dat we beiden 30 jaar op hetzelfde bedrijf werken nog nooit ontmoet hadden, klikte het toch meteen. Het was overduidelijk dat de liefde voor muziek bij allebei veel verder ging dan dit project.
Jan: Jany had echter ook een alternatieve doom versie van het nummer gemaakt die veel nauwer aansloot bij onze muzikale voorkeuren. Dit leidde al vlug tot de opnames van een aantal covers in deze eigen stijl, tot en met de productie van bijhorende videoclips. Maar het werd snel duidelijk dat we onze eigen nummers wilden maken met onze eigen sound.

2.      Wat is de inbreng van elk van jullie in het project?

Jan: We vertrekken gewoonlijk vanuit een idee, een muzikaal thema dat door een van beiden wordt aangebracht. Zo’n song krijgt een werktitel, zodat je weet waarover je praat, die het uiteindelijke resultaat serieus kan beinvloeden. De sound van zo’n nummer roept een bepaalde sfeer op en met een basis arrangement werken we de tekst uit. De beste nummers gaan dan een eigen leven leiden, schrijven als het ware zichzelf. Andere songs zijn dan weer een hele transitie doorgaan om tot hun uiteindelijke vorm te komen.

Jany: Alle gitaren, bas, sfeersynths, programmatie neem ik voor mijn rekening. Vocale melodielijn, synthsolo’s en pianosolo’s komen van Jan. Backings doen we beiden, soms samen, soms apart. Mix en productie samen, maar Jan zit aan de knoppen. De mastering heeft Jan gedaan. Computer en techniek is echt zijn ding. Eindproductie steeds door ons beiden. Dit is grosso modo de werkwijze, maar het is zeker niet sluitend. Want zoals reeds gezegd werken we alles samen uit en sturen we mekaar heel de tijd in de goede richting…

3.      Ik denk dat project de juiste term is gezien jullie niet echt een band hebben?

Jan: Ik denk dat beide termen correct zijn. We zijn als muzikaal project ontstaan, maar we vormen als songwriters de kern van een band. Gedurende de opnames voor “The Sad Flowers” hebben we ook in gelegenheidsbands opgetreden met covers. Live spelen is fantastisch, maar nummers schrijven met een groep muzikanten is niet zo evident. Eurythmics is toch ook een band, om er maar een te noemen. Voor ons is dit de ideale formule, of en wanneer we met ons repertoire de hort opgaan zien we nog wel.

4.      Vanwaar de naam The Sad Flowers?

Jan: Na de opnames van onze eerste doom song ‘A Better Life (Shout it Out)’ en bijhorende videoclip konden we niet langer zonder eigen bandnaam blijven. Omdat we maar met zijn tweeën zijn opperde Jany tijdens het freewheelen “Der traurige Zweig und der angeschlagene Hund”. We hebben dan toch maar gekozen voor een Engelse variant hiervan en vonden “The Sad Flowers” wel een goeie weergave van onze mindset, die je ook kan horen in onze nummers.

5.      Was het voor jullie van meet af aan duidelijk welke richting het project ging uitgaan?

Jan: De basis voor onze sound zat er al van bij het begin in, die we gebruikten om bestaande songs te coveren. Een eerste eigen song “Schmetterling” liet zien dat we eigenlijk alles van a tot z in eigen beheer willen doen. Schrijven, arrangement, opnames, mixing en mastering tot en met de videoclips toe willen we zelf doen, omdat dat onze passie is. We willen alle creatieve processen zelf ondergaan en sturen. Zo hebben we een drietal singles uitgebracht in aanloop van dit album. Gaandeweg gingen bepaalde nummers bij elkaar horen en ging het concept van onze eerste plaat bovendrijven.

Jany: De muzikale invloeden van ons die zowel hardrock, progressieve rock, new wave, cold wave, klassieke muziek als een vleugje metal inhouden samen met de speciale stem van Jan en de donkere maatschappelijk kritische teksten waren van het begin bedoeld. Na een aantal songs was het duidelijk dat het een conceptalbum ging worden over het ‘leven’ maar dan door onze ‘donkere’ ogen.

6.      Ik veronderstel dat de luxe van een eigen studio ter beschikking te hebben een groot pluspunt is vooral nu labels geen of nauwelijks geld investeren in onbekende bands.

Jan: Dat is inderdaad een groot pluspunt. Vooral voor de manier waarop we samenwerken en het hele proces met zijn tweeen voeren vereist dat we dat in afzondering kunnen doen. Hoewel je vandaag de dag letterlijk overal ‘in the box’ kan opnemen biedt The Compound een omgeving waar we de dingen bij elkaar kunnen brengen, aftoetsen, elkaar inspireren en waar dat alles ook nog eens goed klinkt. Van de music business verwachten we helemaal niks, vandaar dat we alles in eigen beheer doen.

Jany: Een project als dit is indien je geen eigen studio, eigen apparatuur etc hebt totaal onmogelijk. De kans om je als muzikant nog te bewijzen aan de labels is practisch nihil, het enige dat die interesseert zijn verkoopcijfers. Iets dat ons dan weer in mindere mate interesseert. Het zou erg leuk zijn als andere mensen onze muziek tof vinden, maar in hoofdzaak maken we muziek waarbij wij ons goed voelen. Met als doel een sterk goed album af te leveren.

7.      Muzikaal zijn jullie een melange van een aantal stijlen/genres. Hoe zouden jullie zelf jullie muziek omschrijven?

Jan: Voor mij zijn dat er een hele waaier van invloeden, maar vooral onderbewust. Ik kan niet echt muziek maken ‘in de stijl van’, maar er zijn wel allerlei dingen die je associeert bij het musiceren. Het is een eigen taal die je hanteert en die sterk beinvloedt wordt door onze manier van samen songs schrijven.

Jany: De invloeden van heel wat muzikale strekkingen liggen inderdaad aan de basis van onze muziek. Er een geheel omvattend genre op plakken lijkt ons ook erg moeilijk. Leuk is om horen dat er steeds gereageerd wordt dat we een heel eigen stijl hebben. Darkwave? J

8.      Wat zijn jullie muzikale voorbeelden? Hebben ze een invloed op jullie eigen muziek?

Jany: Er is heel wat muziek die ik graag hoor, ik ben zoals men dat noemt een muzikale veelvraat. Genres gaande van Hard Rock, Progressive Rock, Blues, Blues Rock, Heavy Metal, Rock, AOR, Folk etc. van AC/DC tot ZZ Top en alles wat er tussen ligt dat de titel muziek waardig is. Sommige dingen hebben zeker hun invloed gehad op onze muziek, maar om te zeggen dat ik één typisch voorbeeld heb, dan moet ik passen, er is teveel om op te noemen…

Jan: Jany is inderdaad een muzikale encyclopedie. Ikzelf heb altijd een voorkeur gehad voor het melodische. Tijdens de Punk ging mijn keuze eerder naar Glamrock groepen en Neo Romantics. Ook Electro Pop en American Rock. Maar in alles vind ik het vocale zeer  belangrijk. Mijn voorkeur heeft altijd uit gegaan naar vocalists als Bryan Ferry, Peter Gabriel, Robert Palmer of Colin Vearncombe.

9.      Waren er zaken die moeilijk of juist makkelijk gingen? Ik doel dan aan het hele proces om tot het album te komen?

Jan: De tijd die we samen kunnen spenderen in de studio is niet onbeperkt. Toch hebben we op relatief korte termijn een mooi resultaat kunnen boeken. Onze manier van werken is heel organisch tot stand gekomen, waarbij ieder zijn specifieke kwaliteiten tot zijn recht kan laten komen. De productie van een album omvat zo veel zaken waarbij je probeert te focussen op wat je er op die moment het beste resultaat mee bereikt.

Jany: We nemen onze tijd, dat is het voordeel van alles zelf te doen. Dat brengt ook rust in alles. Gemakkelijk ? ik weet niet, sommige dagen de muziek, sommige dagen de teksten, soms de opnamen, soms het inzingen. Soms ook niet. Moeilijkste was het proces van wat moet je allemaal moet doen wil je een goede kwaliteitsvolle cd afleveren… maar dat was omdat het de eerste keer was, we hebben veel geleerd J

10.  Enig idee wat de toekomst brengt? En op wat hoop je?

Jan: We hebben van het begin tot nu een evolutie doorgemaakt die we willen verder zetten. Blijven groeien, blijven leren en verbeteren. Zo zijn we nu reeds bezig met nieuwe songs voor een volgend album, of die we als singles releasen. We hopen op die manier verder te kunnen gaan en er misschien zelfs wat meer tijd aan te kunnen besteden. Het zou prettig zijn om een groter publiek te kunnen bereiken die TSF daarbij kunnen ondersteunen.

Jany: De lat hoger leggen zit in ons bloed… Leuk zou zijn als we wat erkenning zouden krijgen, iets waar we zeker niet over mogen klagen tot nu toe. We blijven realitisch, het is een harde wereld, we kennen er alles van… luister maar naar onze cd J

 

Succes en bedankt voor het gesprek!

The Sad Flowers

alternative rock

check us out on Facebook

find our album on www.thesadflowers.com
find our new single: 
The Legend
find our second single: 
Never Mind

find our first single: Schmetterling

Belgian Quo Band

Belgian Quo Band heeft boordevolle zomeragenda

Geschreven door

Status Quo is bezig aan een deels elektrische, deels akoestische afscheidstournee zonder de vorig jaar overleden gitarist Rick Parfitt waarbij ze o.m. Suikerrock in Tienen en de Stadsschouwburg in Antwerpen aandoen. Voor deze laatste echte Quo-optredens vliegen de tickets de deur uit. Dat er voor de muziek van Status Quo nog veel fans bestaan, kan je ook afleiden uit het aantal tribute-bands dat de band heeft. Elk land lijkt er minstens één te hebben. Groot-Brittannië heeft de Counterfeit Quo, Nederland heeft Stetus Kwo en België heeft de Belgian Quo Band. Die laatste is aan een drukke zomer bezig, met liefst 20 optredens in juli en augustus. Musiczine legde zijn oor te luisteren bij BQB-drummer Wesley Jacques.

Druk, druk
“Met 20 optredens in twee maanden doen we als hobby-band beter dan heel wat Belgische bands die professioneel bezig zijn, zoals Les Truttes, Cookies and Cream of Stan Van Samang. Bij ons is het natuurlijk ook niet elke keer het niveau van een Rock Werchter, maar wij spelen toch ook al snel voor een paar duizend man per avond. En als je als tribute-band veel in het buitenland kan spelen, dan stel je toch iets voor. Deze zomer spelen we vier keer in Nederland, later dit jaar spelen we daar nog vier keer en regelmatig spelen we al eens in Duitsland of Groot-Brittannië. Niet dat er een soort competitie bestaat met andere Quo-tribute-bands of dat wij ons als de beste willen profileren, maar de erkenning van het publiek in binnen- en buitenland doet wel deugd”, zegt Belgian Quo Band-drummer Wes. Hij heeft het zo druk met de BQB dat hij zijn andere band, Neo Prophet, even on hold heeft gezet. Andere bandleden hebben ook nog wel zijprojecten, maar de tribute-band komt deze zomer toch op de eerste plaats.

Witte Marshall’s
De BQB bestaat reeds tien jaar en de bandleden hopen dat ze, zoals het Britse Quotation, nog twintig jaar op het podium staan voor ze de band opdoeken. “Wij gaan heel ver als tribute van Status Quo. We nemen geen genoegen met het naspelen van de liedjes, wij dragen ook dezelfde kledij als de echte bandleden, spelen op dezelfde gitaren, doen dezelfde danspasjes en moves op het podium en hebben dezelfde back-line met witte Marshall-versterkers op het podium. Toen Status Quo uitpakte met een eigen bier, zijn wij eveneens een eigen bier gaan brouwen. Dat maakt dat we onze gage telkens opnieuw investeren om nog beter te worden. Die aanpak heeft ons al complimentjes opgeleverd van Quo-zanger Francis Rossi en bassist Rhino”, stelt Wes.

Geen competitie
Eigen songs schrijven in de stijl van Status Quo, zoals de Duitse tribute-band Piledriver doet, daar beginnen ze bij de BQB niet aan. “Er is meer dan genoeg origineel Quo-materiaal om een avond te vullen, waarom zou je dan zelf iets gaan verzinnen. Maar elke tribute-band heeft zijn eigen insteek en dat is prima zo. Nogmaals, er is geen onderlinge concurrentie. Wij gaan als band behalve naar de echte Status Quo ook regelmatig naar de andere Quo-tribute-bands kijken en dan is er geen sprake van jaloezie maar gaan we mee met het publiek op in de sfeer van het moment. Wij blijven in de eerste plaats fans van de muziek van Status Quo”, stelt de drummer.

Sportpaleis
De Belgische band heeft in Duitsland al eens mogen invallen voor de echte Status Quo, maar ze hebben nog wel enkele andere dromen. “Het Sportpaleis in Antwerpen vullen of een tournee doorheen Europa, dat zijn de twee zaken die nog op ons verlanglijstje staan. Het zal misschien bij dromen blijven, maar aan de andere kant staan we nu al gigantisch veel verder dan we bij de start van de Belgian Quo Band hadden durven verwachten”, besluit Wesley.

Les Truttes

Een trut? Les Truttes!

Geschreven door

We beschikken over sappige woorden in onze moerstaal. Neem nu het alom gekende ‘trut’. Dit blijkt een scheldwoord te zijn voor een vervelend meisje. Ook wel een akelig kind, boerentrien, sullige dame of in het West-Vlaams een seute.
We voelen Gerrit De Cock aan de tand, allerminst een troela. Naast tv-presentator drumt hij bij Les Truttes. Deze groep is zonder twijfel de gekste bende die met hun originele mengeling van dansbare nummers de zaal aan de kook brengt. Ze doorspekken hun optreden met humor en kitsch.

Laten we beginnen met je tv-werk.
Naast presentator ben ik tv-maker. De meeste mensen kennen mij van Big Brother, JIM tv en het datingprogramma Take Me Out. Nu werk ik vooral voor de zender Vier. Voor mijn televisiewerk sta ik evenveel uren voor de camera als er achter. Ik ben betrokken bij de regie, het monteren en de eindredactie. Ik zorgde bijvoorbeeld gedeeltelijk voor het format van Big Brother. Niettemin relativeer ik dit alles. Ze mogen gerust op mijn bidprentje zetten “Het was maar tv.”

Over naar de muziek: het percussie-duo De Beenhouwerij.
We hebben 20 jaar getoerd. De Beenhouwerij was een persiflage op Slagerij van Kampen. We, twee drummers, zorgden voor totaalspektakel door op te treden in slagersvest. We kwamen op met slagersmessen en een uitgebeende varkensrug. We namen De Beenhouwerij letterlijk. Dolle pret, dat spreekt voor zich. Momenteel staat dit duo op non-actief.

Les Truttes bestaat meer dan 20 jaar. Weet je nog hoe het begon?
In 1996 in het jeugdhuis van Dilbeek. Tijdens de plaatselijke rockrally moesten we het moment opvullen tussen de wedstrijd en de uitslag. Als rockers zorgden wij voor een ludiek muzikaal intermezzo door disconummers te coveren. In die periode was dit not done. Het begon als een grap.

Kan je ons enkele hoogtepunten toevertrouwen?
In 2009 werden we door The Levellers uitgenodigd om in Engeland op hun Beautiful Days Festival te spelen. Zowel de groep als de crew stonden naar ons te kijken. We prijkten op de affiche naast Hawkwind en The Pogues. Een ander memorabel moment was in Ruddervoorde met Markey Ramone, drummer van de legendarische Ramones. Na onze show hoorden we hem duidelijk zeggen dat het de eerste maal was sinds de dood van Joey Ramone dat hij terug van muziek genoten had.

Wat vind je van het cliché dat de drummer het domste lid van de groep is?
Dom? Bij Les Truttes bestaat de ritmesectie uit de meest speciale mensen. Een beetje gekke figuren.

Noem voor de vuist weg jouw drie favoriete drummers.
Ik hoef niet lang na te denken. Dave Grohl van Nirvana en Foo Fighters. Wijlen John Bonham van Led Zeppelin. En dichter bij huis Mario Goossens van Triggerfinger. Die drumt werkelijk op alles. Op hun hitsingle I follow rivers hoor je hem ritmisch kloppen op enkele koffiekopjes. Dat zijn de perfecte drummers voor die groepen omdat ze organisch spelen. Ik ben geen zo’n fan van drumsolo’s. Een leuke groove of een tof drumpatroon is de max. Luister maar eens naar Larry Mullen van U2 op Sunday bloody Sunday.

In welke binnen- en buitenlandse band zou je willen drummen?
Bij Stijn Meuris. Vooral omwille van zijn teksten. Hij creëert een toffe wereld. Het moet leuk zijn om ook naast het podium met hem om te gaan. Daarnaast mogen The Foo Fighters en Bruce Springsteen me altijd bellen.

Vind je het niet te min om nummers te coveren?
Het gaat hem om steengoede nummers uit de annalen van de pop en rock. We serveren het bestaande materiaal in een eigen versie met de nodige show. Je kunt het een soort memory lane noemen. Onze creativiteit is de meerwaarde. We repeteren veel en vragen ons af op welke wijze we die nummers uitvoeren. In welke volgorde? Wij brengen een nieuw verhaal. We kiezen songs uit de periode van de sixties tot nu. We mengen een klassieker van Lenny Kravitz met een riff van Led Zeppelin en een song van Celine Dion. Dat is het verhaal van Les Truttes. Per concert halen we gemiddeld zo’n 140 nummers door de mangel.

Inderdaad, zowat de hele popgeschiedenis passeert de revue. Van ABBA tot ZZ Top. Of dit nu gespeeld wordt door zogenaamde trutten, seuten, sullen of sukkels, het wordt met de nodige energie en glamour gebracht. Niemand, maar dan ook niemand, kan hierbij blijven stilstaan.

Les Truttes
partyconcert
zaterdag 1 juli – 20 uur
cc Zomerloos Gistel
toegang € 2
059 27 98 71
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Derek & The Dirt

Derek & The Dirt speelt weer voor uitverkochte zalen

Geschreven door

“Het is al bijna 25 jaar geleden dat we gestopt zijn met Derek & The Dirt en toch word ik daar nog steeds op aangesproken. Het moet zijn dat we met die band toch iets betekend hebben. Regelmatig kwam de vraag of we een reünie wilden doen, o.a. van muziekcafé Manuscript in Oostende. Toen ik gitarist Pim de Wolf daarover aansprak, hadden we alle twee hetzelfde idee. Als we het nog willen doen, dan moeten we niet lang meer wachten”, vertelt Dirk Dhaenens.

Het eerste reünieconcert van Derek & The Dirt zit er inmiddels op, in het Manuscript in Oostende uiteraard. Er komen er nog twee: eentje eind deze maand in cultureel centrum Ghybe in Poperinge en een in juni in de Charlatan in Gent. Voor beide optredens zijn nog slechts een paar tickets beschikbaar. “Dat geeft ons de moed om hiermee door te gaan. Het waren natuurlijk vooral onze fans van vroeger die in Oostende opdaagden, maar als je dan hoort dat sommige mensen vanuit Antwerpen en Limburg voor dat concert naar Oostende gereisd zijn, dan geeft dat toch een warm gevoel. Er bestaat nog een publiek voor onze gitaarrock”, weet Dirk.

Voor wie jonger is dan 40 doen we nog even kort de geschiedenis van Derek & The Dirt uit de doeken. De Gentse band veroverde in 1989 Vlaanderen met zijn debuutalbum en de hit “Oh By The Way”. Daarna werden ze getekend bij EMI en brachten ze nog drie albums uit: ‘Love’s Exaltation’, het akoestische ‘Fourplay’ en ‘Insanity’. Ze speelden op de belangrijkste Vlaamse festivals en in de grotere zalen.  ‘Insanity’ betekende in 1993 de zwanezang van de band. Een deel van de band ging door als Weez!, maar daarna scheidden de wegen van de tandem Dhaenens-de Wolf. Maar ze bleven elkaar tegenkomen. Dirk ging o.m. door als duo met Yves Meersschaert, die er op het einde van Derek & The Dirt bij was gekomen met zijn Hammond. Pim ging bij Thou aan de slag, waarmee hij op de podia van Pukkelpop en Rock Werchter en af en toe in Nederland speelde, en werkte nadien vooral achter de schermen. Recent doet hij de geluidsmix voor de optredens van Arno, wat hij voordien al deed voor o.m. Das Pop.”

Nieuw materiaal
“Waar we het meteen over eens waren toen ik en Pim besloten om Derek & The Dirt nieuw leven in te blazen, was dat het meer moest zijn dan het opwarmen van de oude nummers. Uiteraard spelen we nog steeds een aantal oude nummers die we koesteren. “Run”, “Rosie”, “Simenon Girl”, “Oh By The Way” en “Love’s Exaltation” staan opnieuw op de setlist. Ook onze cover van “The Letter” van The Box Tops is er weer bij. En we sluiten net als vroeger af met “Stealin’ From Rock ’n Roll”. Maar we willen er geen nostalgietrip van maken. De uitdaging bestond er voor ons in dat we het publiek tonen dat we in die 25 jaar muzikaal gegroeid zijn. Ik schrijf nu betere teksten en Pim bedenkt nog vettere riffs en arrangementen. Daarom hebben we nieuwe nummers als “Old Fear” en “Butterfly” geschreven en ingeoefend. De ‘honger’ om weer samen te spelen is groot en we stellen vast dat we nu muzikaal verder  staan dan vroeger. Het is voor mij, na een lange periode van akoestische optredens en duetten, verfrissend om weer met een hele band te werken. Ik speel wel vaker met een eigen band, supertoffe muzikanten, maar dat zijn eerder jazzcats. Nu met Pim is het toch een tandje rock & roll bij, of zeg maar een gebit.”

Oude en nieuwe Dirt
Nieuw materiaal maken betekent dus ook dat er een complete band moet staan. Het trio Dirk, Pim en Yves werd daarom aangevuld met drummer Frederik Van den Berghe (bekend van o.m. Arno, Admiral Freebee en The Whodads) en bassist Philippe De Vuyst (Les Truttes, Waldorf).  “Bij de eerste repetitie, toen Pim zijn gitaar aansloeg, voelde het meteen weer vertrouwd aan. Ook bij dat eerste reünieoptreden in Oostende voelde ik weer die energie en het volume van een echte rockband. Zo was het vroeger en zo moet het ook nu zijn”, weet Dirk.

2018
Of dat nieuwe materiaal ook zal uitgebracht worden, is een ander verhaal. “Die drie reünieoptredens zijn een succes, maar ik wil toch niet voorbarig gaan uitdragen dat we opnieuw vertrokken zijn zoals vroeger. We zien wel hoeveel aanvragen voor optredens er binnenkomen en hoeveel we er ook effectief kunnen doen. Want nog vóór er sprake was van deze reünie stond iedereens agenda al goed vol tot het einde van dit jaar, bij mij ook met tal van soloprojecten en samenwerkingen (Dylanjazz, Stevo & Derek, Derek & Maria, Place Musette, Derek & Renaud, …). En Pim is eveneens een drukbezet man, om nog niet te spreken van de rest van The Dirt. Als alles meezit, zal de Derek & The Dirt-trein waarschijnlijk pas in 2018 opnieuw op snelheid komen.”

Thé Lau
Is het niet vervelend dat je op een carrière van pakweg 30 jaar vooral op één hit aangesproken wordt? “ De “Oh By The Way” van 1989 vind ik nog altijd niet ons sterkste opname van vroeger, maar wel een goed nummer, en we spelen er nu een licht aangepaste versie van, maar het was tot onze verrassing blijkbaar het juiste nummer op het juiste moment. Die single heeft voor ons heel wat deuren geopend en het is de aanzet geweest om al die jaren een muzikantenleven te kunnen leiden.”
“Bijna betekende die single ook onze doorbraak in Engeland. Een presentatrice van Radio One van de BBC had op vakantie in België dat nummer gehoord op de radio en wou het uitbrengen in de UK. Het enige probleem was dat die single met meer dan vijf minuten wat te lang was. Dus hebben we Thé Lau, de producer van ons eerste album, terug naar Gent gehaald om een versie van drie minuten van “Oh By The Way” te maken. Die korte versie is ook effectief gemaakt, maar door een financiële kwestie met de uitgeverij is die nooit uitgebracht”, stelt Dirk.
Het contact met Thé Lau is wel gebleven tot kort voor zijn overlijden. “Toen hij de producer was van ons album, was hij nog niet doorgebroken met The Scene. Hij werkte met ons aan de opnames en omdat wij als beginnende band geen budget hadden voor een hotel, sliep hij ’s nachts bij mij thuis in Asper. Dat schept een band. De daaropvolgende jaren speelde Derek & The Dirt vaak op dezelfde festivals als The Scene en ook bij zijn latere solo-optredens heb ik hem nog regelmatig ontmoet. Een fijne man”, herinnert Dirk zich.

Buitenland
Het buitenland veroveren was indertijd niet evident voor een band als Derek & The Dirt. “Er was die gemiste kans via Radio One en “Love’s Exaltation” is op de soundtrack van een Italiaanse film geraakt, wat een toevalstreffer was. Nederland had mogelijk geweest. We speelden met Derek & The Dirt o.m. in Goes, Tilburg, Uden en Den Bosch, maar omdat de platenmaatschappij toen niet mee aan de kar trok, geraakten we niet in de grotere zalen en op de juiste festivals”, blikt hij terug.

Wie Derek & The Dirt 2.0 live aan het werk wil zien, bestelt best snel tickets voor Poperinge of Gent.
De data van de daaropvolgende concerten vind je op www.derek.be

Tiny Legs Tim

Tiny Legs Tim - Blues, nothing but the blues (ikv Blueprint bluesfestival)

Geschreven door

TINY LEGS TIM
In het Nederlands noemen ze deze emotie een dipje, alsof het om iets gastronomisch gaat. In het Frans bekt het wat stoerder. Daar gaat men voor le cafard. Amerikanen en Engelsen prefereren een kleur: the blues. Dit is van oorsprong het melancholische gevoel dat zwarte slaven hadden toen ze zich een bult moesten werken op de plantages. Door het zingen van de blues hoopten ze troost te vinden.
N.a.v. het Blueprint bluesfestival op 26 maart checken we even bij een nieuwe generatie bluesmuzikanten, zowel bij een mannelijk als vrouwelijk exemplaar. Geen van beiden is op een katoenveld geboren maar is blank en jong. Naast hun voorliefde voor hetzelfde muziekgenre hebben ze een drieledige artiestennaam als gelijkenis.

TINY LEGS TIM
Tim, jij hebt West-Vlaamse roots
Inderdaad, ik ben afkomstig uit het dorpje Westouter in de Westhoek. Hoop en al 1500 inwoners, tegen de Franse grens. Na mijn humaniora studeerde ik biologie in Gent en ben daar blijven plakken

Waarom koos je muziek als beroep? Geen evidente keuze
Vanaf mijn elfde heb ik altijd muziek gespeeld. Thuis werd gezegd dat ik eerst mijn studies moest afmaken en werk vinden. Daarna mocht muziek aan bod komen. Op mijn 23ste ben ik zwaar ziek geworden. Een aangeboren probleem met mijn lever. Na de eerste transplantatie volgde er een tweede. Ik ben zes jaar immobiel geweest. Ik beloofde mezelf dat als ik hier door raakte ik me 100% op de muziek zou richten. Momenteel gaat alles goed met mijn gezondheid. Ik neem medicatie tegen afstoting en ben ernstig vermagerd. Maar ik voel me gelukkig. Mijn artiestennaam Tiny Legs Tim is een grappige woordspeling op mijn tengere benen. Je hebt nog artiesten die dit doen zoals Blind Willie Johnson die, nogal wiedes, stekeblind was.


Vanwaar de liefde voor de blues?
Mijn ouders leefden volgens het gedachtengoed van mei ’68. Er werd veel muziek gedraaid thuis: zowel klassiek, jazz als Bob Dylan en blues. Er zaten zes echte bluesplaten, van die obscure, in de collectie. Zoals Lightnin’ Hopkins. Ik vond de sfeer en de klank van die muziek mysterieus en aanlokkelijk. Ondertussen ken ik de geschiedenis van de blues. Vroeger verstond ik geen Engels zodat enkel de muziek naar binnen kwam. Door mijn ziekte raakte ik ten volle gefascineerd door de blues. Ik had dingen om over te schrijven. De minder mooie kant van het leven… Tiny Legs Tim heeft een dubbele bodem. Iets negatiefs omtoveren tot iets positiefs. Ik heb parttime les gegeven maar dat zoog me op. Nu leid ik het leven dat ik wil leven: als muzikant. Weliswaar zonder alcohol en met voldoende slaap. Rock ’n roll, nietwaar.

Je opteert voor Deltablues. Geef eens wat uitleg hierover
Dat verwijst naar het zuiden van de Verenigde Staten, meer bepaald de Mississipi Delta bekend om zijn katoenvelden, de bakermat van de blues. Eén persoon die zingt én akoestisch speelt. In die stijl zijn de bekendste namen Robert Johnson, Charley Patton en Son House. Een favoriet uitpikken kan ik niet. Ik vind ze elke op hun manier even goed.

Je verzorgde het voorprogramma van enkele grootheden. Tijd voor roddels
Het concert van Pete Dorothy stelde niks voor. Hij was volledig gedrogeerd. Niemand trok er zich wat van aan. Zelfs zijn tourmanager was er gerust in. Richard Thompson daarentegen is een grappige gemoedelijke man. Hij gaf me complimenten. John Mayall heeft heel mijn optreden bijgewoond en raadde het publiek aan mijn cd te kopen.

In februari kwam je nieuwe cd uit
Mijn vierde plaat is een akoestische geworden in duo met Steven Troch, jarenlang de frontman van Fried Bourbon. We hebben twee dagen live opgenomen in de Yellow Tape studio met één klassieke micro van het merk Melodium. Zonder technische snufjes. Het klinkt eerlijk en bijzonder goed.

Hoe ziet jouw ideale groep er uit?

Aan de drumkit plaats ik Fred Below, Willie Dixon op bas en Hubert Sumlin op gitaar. Little Walter leeft zich uit op mondharmonica. Helaas, al deze muzikanten zijn gestorven.
Mijn band bestaat uit een aantal blanke negers als Frederik Van den Berghe (ex Arno) op drums, Steven Troch op mondharmonica en René Stock of Karel Algoed op contrabas.


Welke anekdote blijft je het meest bij?
Tijdens de opnames van mijn album Stepping Up zaten we vijf dagen met de groep in de studio. Tijdens het uitladen geraakten mijn vingers tussen een van de zware studio deuren. Shit, mijn linkerhand was gezwollen. Ondanks deze handicap hebben we toch opgenomen.

Luister je ook naar andere muziek?
Jawel hoor. Bob Dylan, Neil Young en Leonard Cohen bekoren me zeker. Ik volg ook de zaken van de collega’s. Ik moet toegeven, 90% van mijn aandacht gaat naar blues. Bij de hedendaagse muziek ben ik onder de indruk van Warhaus. Dit is het zijproject van Maarten Devoldere, frontman van Balthazar. Het jazzcombo Taxiwars rond Tom Barman vind ik straf. De Amerikaanse singersongwriter Kurt Vile staat eveneens hoog aangeschreven. Het moet mij raken en genoeg diepgang hebben.

Uw favoriete gitaar?
Ik lijd aan G.A.S. wat staat voor Gear Acquisition Syndrome. Het zorgt ervoor dat de spullen die bij de gitaar worden gebruikt slechts van korte duur bevredigend zijn. Er moeten altijd meer attributen of gitaren gekocht worden. Ik beken, ik koop veel gitaren. Maar ik heb er onlangs twee verkocht. Die ene ideale gitaar die alle andere kan vervangen ben ik nog niet tegengekomen.

Wat vind je van het Blueprint bluesfestival?
Het is een mooi samengestelde affiche die redelijk breed gaat. Van de hardere bluesrock tot het akoestische werk. Dat zal heel wat mensen aanspreken. Samen met Steven Troch stel ik er mijn nieuwe cd voor.

Is er nog iets dat je kwijt wilt?
Ik ben zeer tevreden van het parcours van Tiny Legs Tim na de donkere ziekteperiode. Ik ben altijd blijven doordoen. Traag maar gestaag. Ik bruis van de ideeën en heb nog veel om naar toe te werken. Kijk naar onze godfather Roland, 72 geworden. Die blijft verder doen op zijn eigenzinnige manier. Daar neem ik mijn hoed voor af.

BLUEPRINT BLUESFESTIVAL
-Joanne Shaw Taylor (U.K.)
-Marino Noppe band
-Tiny Legs Tim
-Ed De Smul
zondag 26 maart 2017, 16 uur
cc Zomerloos Gistel, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., 059 27 98 71, € 18

Joanne Shaw Taylor

Joanne Shaw Taylor- Blues, nothing but the blues (ikv Blueprint bluesfestival)

Geschreven door

Joanne Shaw Taylor - Nog maar 30 jaar en Joanne heeft al zes cd’s op haar palmares. Haar albums staan hoog genoteerd in de US Billboard Top Blues. In 2010 won ze de onderscheiding van beste zangeres bij The British Blues Awards. Het jaar erop haalde ze de prijs als Songwriter of the Year binnen. Joanne speelt zeer expressief gitaar en haar enigszins hese stem past perfect bij de muziek die zij speelt. Stergitarist Joe Bonamassa noemt haar ‘A superstar in waiting’.
Het had wat voeten in de aarde voor we de blonde gitariste aan de lijn kregen. Na diverse mails naar haar manager kregen we haar nummer. Maar… ofwel nam ze niet op, ofwel sloeg de voicemail aan. Uiteindelijk kreeg ik contact via haar roadmanager. Het interview kon plaatsvinden tussen de soundcheck en het avondmaal. Helaas, een buitenlandse gsm-lijn is niet altijd even duidelijk. Op de koop toe spreekt ze met een zwaar Brits accent… en ze heeft weinig tijd. Om dit gitaarwonder, ook wel het nieuwe gezicht van de blues genoemd, te spreken neem ik er de ambetantigheden bij.

Je bent ontdekt door Dave Stewart van Eurythmics. Hoe is dat verlopen?
Ik was pas 16 toen ik hem een cassette overhandigde na een liefdadigheidsconcert. Dave bleek danig onder de indruk. Ik werd uitgenodigd om mee te spelen in zijn supergroep D.U.P. met onder meer Candy Dulfer en Jimmy Cliff. Later stond ik met Annie Lennox op het podium voor zo’n 12.000 toeschouwers.

Hou je van Let’s Dance van David Bowie?
Sure I do. Het was de zoveelste switch in zijn carriere en het werd zijn best verkochte album. Het zal je niet verwonderen dat ik er gek op ben omdat Stevie Ray Vaughn, één van mijn helden, er leadgitaar op speelt. David had Stevie ontdekt op Montreux Jazz. Op de singles Let’s Dance, China Girl en Cat People hoor je duidelijk Stevie’s zeer herkenbare Albert King-stijl.

Jimi Hendrix is ook één van je favorieten. Vertel
Zijn debuutalbum Are You Experienced heeft me werkelijk van mijn sokken geblazen. Het nummer Manic Depression staat bij mij op kop. Hendrix schreef de song nadat zijn manager Chas Chandler op een persconferentie verteld had dat Jimi klonk als een manisch depressieveling.

Herinner jij je optreden zo’n 10 jaar terug in een Bredense kroeg vlakbij Oostende?
Oh my god. Neen, dat zegt me niks meer. Ik ben zowat constant aan het toeren en niet alles blijft me bij. Ik ken ook geen Belgische muzikanten want ik speel slechts sporadisch in je land. Voor en na mijn shows schiet er niet zoveel tijd over.

Al je concerten in het Verenigd Koninkrijk zijn uitverkocht. Is dit een gevolg van je verschijning in ‘Later… with Jools Holland’?
Dat heeft ermee te maken. Maar ik krijg ook lovende recensies, mijn cd’s scoren super, collega’s als John Mayall en Stevie Wonder apprecieren me, en ik speel onnoemelijk veel.
Zo krijg je faam.
Sorry mate, I’ve got to go. Daar gaat mijn goede reputatie. See you at the festival.


BLUEPRINT BLUESFESTIVAL
-Joanne Shaw Taylor (U.K.)
-Marino Noppe band
-Tiny Legs Tim
-Ed De Smul
zondag 26 maart 2017, 16 uur
cc Zomerloos Gistel, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken., 059 27 98 71, € 18

Beauty of Gemina

Beauty of Gemina – Het voelt als thuiskomen

Geschreven door

Interview Michael Sele, Beauty of Gemina

Na tien jaar muziek maken voor The Beauty of Gemina heb ik het gevoel dat op ‘Minor Sun’ alles mooi samenkomt. Het voelt als thuiskomen.
Na het optreden van The Beauty of Gemina op Dark Xmas mocht ik Michael Sele, zanger en songschrijver, interviewen. Je weet vooraf nooit hoe zoiets zal verlopen maar het bleek een innemende en aangename man te zijn.

1.      Hoe vond je het optreden? Tevreden?

-          Ja, ik ben tevreden. Het is toch telkens een beetje een avontuur. Je begint en je weet nooit hoe het zal verlopen. Je krijgt soms verrassingen op het podium, veel of weinig publiek, technische euvels… Maar vandaag was het vrij goed en ik denk dat het publiek mee ging in onze wereld. Ze waren klaar voor ons. Het gaf mij achteraf een goed gevoel.

2.      Minor Sun” is anders dan het vorige album ‘Ghost Prayers’. Was dat de bedoeling of groeide dat zo tijdens het maken?

-          Het is altijd een proces maar ‘Ghost Prayers’ was voor mij meer een tussendoor-project. Ik probeerde er veel akoestische songs op uit. Toen ik startte met werken aan ‘Minor Sun’ was het van meet af aan duidelijk dat ik een grootser album wilde. Als ik het vergelijk met een klassiek album dan is ‘Ghost Prayers’ gemaakt voor een kamerorkest en ‘Minor Sun’ is dan meer een symfonie.

3.      ‘Ghost Prayers’ is introverter…

-          Inderdaad, maar tijdens het werken aan ‘Minor Sun’ was het voor mij snel duidelijk dat ik het grootser, spacier en met meer gitaarsounds wilde. Ik ben natuurlijk erg tevreden met het resultaat. Het is een erg persoonlijk album geworden. Ook over de teksten waar ik veel tijd en energie in heb gestoken. Ik heb er geen compromissen voor gemaakt.

4.      Wanneer ik naar je artwork, optredens, teksten etc kijk dan denk ik dat er hier een perfectionist voor mij zit. Klopt Dat?

-          Wat kan ik zeggen? Je kan mij een beetje vergelijken met een kapitein op een boot die invloed heeft op elk gebeuren op zijn schip. Zo ook wanneer ik een album maak. Het is niet alleen het album dat belangrijk voor mij is maar ook het hele pakket: de cover, de teksten, … Maar als ik in de studio werk en we nemen een gitaarlijn op die gevoelig en erg goed klinkt, maar technisch misschien iets minder goed, dan zal ik toch voor die minder perfecte maar gevoelige gitaarlijn kiezen. Op dat vlak ben ik dan niet zo perfectionistisch. Liever dat, dan perfect en zonder gevoel. Muziek moet je aangrijpen. Het mag niet te clean klinken.

5.      Muzikaal vind ik dat ‘Minor Sun’ een beetje als een synthese van je vorige album klinkt en dat het daardoor ook iets beter is dan de vorige.

-          Ik ben erg blij om je dat te horen zeggen want het is nu tien jaar dat ik bezig ben met de band en nu heb ik het gevoel dat ik met de muziek ben waar ik wil zijn. Ervoor probeerde ik op elk album iets anders uit. Nu heb ik het gevoel dat alles samenkomt. “Minor Sun” klinkt voor mij alsof ik thuiskom. Ik kan het moeilijk anders uitleggen. Dus, ik ben akkoord met wat je erover zegt.

6.      Het album bevat terug donkere en soms zware teksten maar de muziek waarin je hebt verpakt klinkt bij momenten iets lichtvoetiger. De muziek heeft soms iets zweverig en ongrijpbaars zoals bv “Waiting in The Forest” met zijn impressionistische gitaarrifjes. De muziek is moeilijk te definiëren.

-          Ja daar kan ik inkomen. Het heeft misschien ook wat met mijn stem te maken. Ik durf nu iets meer op dat vlak. Ik heb een breder spectrum aan emoties die ik met mijn stem kan bespelen. Op dat vlak vind ik het album het beste dat ik al gemaakt heb. De muziek bezit inderdaad veel licht en optimisme. In elke song zit een sprankeltje van hoop. Het is daarnaast de Minor en niet Major Sun. Het bevat daarom veel melancholie en gevoel.

7.      Zijn je teksten een veruitwendiging van wat er binnenin je leeft of eerder het resultaat van wat je rondom jou ziet?

-          Beiden denk ik. Ik ben een songschrijver in de klassieke manier van werken. De teksten zijn heel belangrijk voor mij. Als ik een melodie of een akkoordenschema heb en het vind niet de gepaste tekst dan komt het niet op de plaat. Zo simpel is het. Het is niet zo gemakkelijk om na 80 songs nog nieuwe invalshoeken en onderwerpen te vinden. Ik wil mezelf niet herhalen. Ik maak bv geen twee nummers over de “Suicide Landscape”. Ik heb er een foto of beeld over geschetst en nu wil ik dat over iets anders doen. Ik probeer een song te schrijven waarin ik de luisteraar een kamer aanbied en die luisteraar moet dan zelf vorm geven aan die kamer: het interieur, de meubels… Begrijp je?

8.      Naar welke muziek luister je zelf?

-          Naar veel en verschillende muziek. Ik groeide op met muziek. Mijn grootvader was een klassiek componist en ik was enorm gefascineerd door de instrumenten, de noten… Hij vertelde mij veel over Wagner, Bach en al die grote componisten. Mijn eerste plaat was één van Richard Wagner: The Flying Dutchmen. Ik denk dat ik tien jaar was of zo. Tot op heden hou ik van klassieke muziek. Daarnaast luister ik ook naar David Bowie, Pink Floyd, Kraftwerk en Mike Oldfield in zijn beginjaren. Ik was een grote fan van Mike Oldfield toen ik jong was. Nog altijd. Hij is nog steeds een groot artiest. Maar ook muziek zoals industrial, metal of electro vind ik goed. Zolang het mij maar raakt en dat de zanger een persoonlijkheid is met een bepaald charisma.

9.      Ik vind het niet gemakkelijk om je muziek in een vakje te stoppen. Het is niet echt gothic rock, darkwave of alternatieve pop/rock. Ik vind dat je muziek wat buiten die hokjes valt en dat is als een compliment bedoeld. Hoe zou jij je muziek omschrijven?

-          Je zei het vrij goed. In Zwitserland hebben we een vrij gemengd publiek. Het publiek bestaat niet alleen uit mensen die van de donkere scene houden. Maar mensen die ook naar Interpol, Muse of The Editors luisteren om maar iets te noemen. Maar internationaal, zoals in Duitsland en hier, zitten we voornamelijk in de zwarte scene omdat het niet zo gemakkelijk is om een ander publiek te bereiken. Het was zeker niet mijn plan om alleen een gothic muzikant te zijn. Ik hou enorm van de sfeer op dit festival hier maar ik wil mij niet laten begrenzen. Ik heb daarvoor een te ruime blik en geest.

10.  Hoe ontstaan nummer meestal?

-          Op alle mogelijke manieren. Bijvoorbeeld voor de allereerste song die ik schreef voor The Beauty of Gemina had ik al een tijdje de melodielijn liggen totdat ik er de gepaste klanken en woorden bij vond. Ik schrijf dikwijls met mijn acoustische gitaar of op de piano. Soms ook op de computer. Ik start dan met een geluid of een keyboard idee. Het is een beetje zoals eten klaarmaken. Ik koop ook veel instrumenten want dat vind ik inspirerend. Voor ‘Minor Sun”’kocht ik bijv. een Dobro gitaar en het was heel belangrijk voor het album. De kleur en de klank die het eraan gaf. Het is een gitaar die niet meteen in een gothic sfeer gebruikt wordt maar dat vind ik dan juist boeiend om uit te proberen. Net zoals de mix van een album. Het is net als een kleed dat je past. Je hebt je basis en welk kleedje zal je erom heen hangen?

 

Bedankt voor je boeiend gesprek!

Pagina 44 van 47