logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
avatar_ab_14

Mozes and the Firstborn

Mozes and the Firstborn - Moeder, waarom leven wij?

Geschreven door

Temidden het almaar onrustiger woeden der wereld heeft Mozes and the Firstborn zich met een nieuw elan uitermate succesvol weten te herlanceren. Na een relatief lange periode van nagenoeg volledige windstilte naar de buitenwereld toe jaagt het bevlogen Nederlandse viertal in 2016 de productiviteit ouderwetse hoogtes in, met als voorlopig resultaat - in een tijdspanne van een trimester of twee – alvast een ep (februari), een split-single (juli) en het fenomenale full album 'Great Pile of Nothing' (september) bij op de teller. “En daar houdt het hoogstwaarschijnlijk niet op,” aldus Melle Dielesen, “we hebben nog een aantal nummers opgenomen die hun plaats tot dusver niet vonden op één van deze releases en die we later op het jaar nog willen uitbrengen onder één of andere vorm.” Maar liefst drie keer, telkens naar aanleiding van één dezer sleutelmomenten, maakt de vriendelijke frontman tijd voor een praatje; een eerste keer in de al even sympathieke, middernachtelijke lobby van een Brussels hotel volgend op een geslaagd Belgisch live-tweeluik samen met Together PANGEA, en vervolgens twee keer op een drukkend warme zomeravond in de gezellige woonst die hij even ten noorden van Eindhoven betrekt en die tevoren zijn oma een dak boven het hoofd verschafte.
De kiem van de huidige erg vruchtbare tijd ontsproot in een mentaal uiterst donkere periode vol algehele vertwijfeling en existentialistische overpeinzingen waar Dielesen langdurig ten prooi aan viel. Als eerste nieuwe wapenfeit stuurde de band afgelopen winter het majestueus slepende 'Nowhere Bound' de wereld in.

Dielesen: De tekst van die song vat exact mijn emotionele wederwaardigheden van een gans jaar samen. Ik wist met name een hele poos totaal niet meer waar ik stond in mijn leven en vroeg me af of er überhaupt nog wel een punt aan was. Toen de wanhoop me overviel hadden we eigenlijk net een nieuwe langspeler volledig klaar, gemastered en al. Het voortbestaan van de band hing op dat moment aan een zijden draadje en we beslisten dan ook dat werkstuk niet op de markt te brengen.
Daarna heb ik heel lang mijn gitaar niet aangeraakt, omdat ik er simpelweg geen zin in had. Uiteindelijk heb ik mezelf zowat verplicht weer te gaan spelen, anders zou het er misschien niet meer van gekomen zijn. Om de roest wat uit mijn vingers te krijgen, besloot ik gewoon de meest clichématige rockriff die ik kon bedenken op de snaren te rammen. Dat klonk aanvankelijk nergens naar, maar toen ik er haast intuïtief een couplet aan toevoegde, kreeg ik eensklaps vertrouwen in de zaak en kwam ik al snel op dreef. In amper twintig minuten werd 'Nowhere Bound' aldus een feit, inclusief de volledige tekst. En dat betekende dan meteen een nieuwe start. Daarna bleven de nummers maar komen. Op een drietal maanden tijd hebben we er met de hele groep zowat dertig opgenomen, waaronder enkele herwerkte versies van songs uit het niet-gereleasede album.

Dat je in de videoclip van die comeback single rondloopt met een schedel in je handen valt hoogstwaarschijnlijk op te vatten als een verwijzing naar 'Hamlet'?
Dielesen: Vast en zeker. Vorige zomer las ik het stuk voor het eerst. Door het archaïsche Engels deed ik er behoorlijk lang over, maar het heeft niettemin een immense indruk op mij nagelaten. 'De centrale vraag in 'Hamlet' sluit natuurlijk nauw aan bij de problemen waar ik lang mee worstelde, en daar geeft de clip een knipoog naar. Dat ik me los daarvan verkleedde als een soort Engelse dandy vond ik dan weer gewoon grappig.

Daarenboven duikt nog een naar de ep-titel refererende Power Ranger op
Dielesen: De tv-serie was erg populair op het moment dat ik een jaar of vier à vijf was. Van mijn moeder mocht ik daar toen in feite nooit naar kijken omdat ik er wild en agressief van werd. Alsnog kwam het beeld tijdens het schrijven onlangs bij me op van de Power Rangers die me in moeilijke periodes bij de hand zouden kunnen nemen. Het heeft heel veel te maken met mijn jeugd. Uiteindelijk denk ik dat al mijn liedjes voor een groot stuk voortvloeien uit hoe ik ben opgegroeid. Hoewel ik natuurlijk best over bepaalde onderwerpen van buitenaf kan schrijven, stop ik er onvermijdelijk altijd iets van mezelf in.

Je formuleert het dan wel op een dusdanig poëtische manier dat het niet te eenduidig en vanzelfsprekend wordt?

Dielesen: Naar dat ideaal werk ik inderdaad toe. De laatste tijd ben ik me ook iets meer gaan concentreren op de teksten dan voorheen. Vandaar dat we de 'Power Ranger' ep hebben uitgebracht als boekje met, naast foto's en een downloadcode voor de muziek, veel aandacht voor de lyrics. Ook al klinkt het bijna als een gemeenplaats bij een tweede album, toch heeft dat aspect onmiskenbaar aan belang gewonnen.

Wat opviel bij de recente optredens was dat jullie, wetende dat de pletwals together PANGEA er zo meteen aankomt, zich niet laten opjagen en de nummers de tijd en ruimte geven volledig tot hun recht te komen. Dat jullie aan de verleiding kunnen weerstaan de snelheid wat op te voeren, lijkt een teken van groot zelfvertrouwen?
Dielesen: Dat doen we heel bewust. Onze drummer Raven is daar erg mee bezig. Het toeval wil dat hij ook helemaal instond voor het opname- en productieproces van de ep, en dat er wel wat parallellen vallen te trekken met Michel “Magic Stick” Schoots van Urban Dance Squad die zowel onze debuutlangspeler als diens opvolger die we dus niet uitbrachten heeft geproducet. Beide drummers hebben na een tijd bij hun eigen band de studioproductie in handen genomen, en beiden zijn enorm gefocussed op de clicktrack. Michel is echt extreem strak. Ooit heeft men gemeten welk publiek het meest in de maat meestampte en -klapte met een optreden en dat bleek dus bij Urban Dance Squad te zijn, op Pinkpop '92 als ik me niet vergis. Dat is een rechtstreeks gevolg van in alle omstandigheden heel cool te kunnen blijven. Wij hebben de keuze gemaakt dat eveneens na te streven, zelfs al speelt erna een band die de gashendel helemaal open draait en voel je dat via het publiek alvast aankomen.

Jullie hebben bijna anderhalf jaar lang weinig tot niets van zich laten horen, vooraleer plotsklaps met een ep en aangekondigde langspeler op de proppen te komen. Voelde je nergens de nood onder de aandacht te brengen waar je mee bezig was?
Dielesen: We hadden indertijd net extreem veel gespeeld, en op een gegeven moment hebben we echt even rust gepakt. We moesten overal wat afstand van kunnen nemen en alles eens van een andere kant bekijken. An sich hield de band zelfs even helemaal op te bestaan. Daarna hebben we de tijd genomen terug op gang te komen zonder dat op een bepaalde manier mensen meekijken. Als je iets via de sociale media bekend maakt, wordt dat immers meteen opgepikt en dikwijls buiten proportie opgeblazen, terwijl wij ons gewoon helemaal wilden concentreren op de muziek zoals wij die zelf voor ogen hadden. Daardoor kwam de ep best wel uit de lucht vallen.

Hebben jullie altijd zelfzeker jullie eigen ding gedaan, of heb je in het verleden wel eens een soort druk gevoeld om in een bepaalde richting te evolueren, bijvoorbeeld toen Mozes and the Firstborn bij garagelabel bij uitstek Burger Records aan boord ging?
Dielesen: Eigenlijk niet; nu ja, misschien een heel klein beetje helemaal in het begin. Ik herinner me dat we in een opwelling wel eens durfden roepen dat we zoals de Black Lips wilden klinken en soortgelijke shows geven, al hebben we dat nooit echt in de praktijk omgezet. Dat het garagerige er nu nog ergens wel inzit, wijt ik immers eerder aan andere zaken. 'Living Dummy' van together PANGEA was de eerste Burgerplaat die ik kocht en dat was voor mij iets heel nieuws, fris en opwindends dat me helemaal omver blies. Toen we wat later zelf bij Burger zaten was die invloed er waarschijnlijk een beetje ingeslopen. Ik heb altijd gevonden dat we niet per se een garageband hoefden te zijn omdat dat vaak nogal sound-gerelateerd is. Al vind ik dat gruizige weliswaar super tof, is het mij de laatste tijd volledig duidelijk geworden dat ik op zich gewoon steeds betere nummers wil maken met een iets ander geluid. Hoewel ik dat niet heel vaak doe, luisterde ik onlangs nog eens terug naar ons eigen debuut, waarbij ik constateerde dat dat ook al wel behoorlijk gecontroleerd klinkt. Terwijl we enerzijds heel veel geluk hadden dat Burger Records ons oppikte, en het geweldig is er deel van uit te maken, besef ik tegelijkertijd dat we anderzijds toch wat een vreemde eend in de bijt zijn. We zijn niet de meest typische band op het label. Dat is ook niet erg; ik hoef niet noodzakelijk in een bepaalde scene te zitten.

Sinds die introductie tot de typische Burgersound is together PANGEA tot op de dag van vandaag een belangrijke rol blijven spelen in jullie ontwikkeling. Hoe is dat eigenlijk allemaal zo gekomen?
Dielesen: Nadat ik 'Living Dummy' door toedoen van onze gitarist Ernst op de kop had getikt, draaide ik de plaat gedurende een jaar helemaal grijs. Vervolgens speelden we hier in Eindhoven in Altstadt als voorprogramma van Mikal Cronin. Die bleek Erik Jimenez (ondertussen ook bij Meatbodies) en Cory Hanson (nu Wand), die indertijd beiden in together PANGEA zaten, in zijn begeleidingsgroep meegebracht te hebben. We konden het meteen goed met elkaar vinden, ze kwamen de volgende dag bij mij thuis ontbijten en we hielden contact. Toen we merkten dat ze ten tijde van 'Badillac' gingen toeren in de VS, hebben we gewoonweg een email gestuurd dat we voor die concertreeks best graag wilden fungeren als opener. Ze reageerden onmiddellijk positief, en voila... Daarna hebben we hen in Amerika pas echt goed leren kennen.

Hadden zij er eigenlijk een hand in dat jullie bij Burger Records terecht zijn gekomen?
Dielesen: Neen, we tekenden daar al eerder bij. In 2013, toen ons debuut net uit was, speelden we tijdens Noorderslag een show samen met traumahelikopter uit Groningen. Die hadden Lee van Burger uitgenodigd via een soort van fonds. Blijkbaar lieten we een erg goede indruk na, want hij informeerde ons quasi meteen na het optreden dat ie ons graag wilde uitbrengen op cassette en vinyl. Sindsdien verzorgen zij dus onze releases in de VS, terwijl Top Notch dat voor Europa blijft doen. Geheel toevallig zaten we voor Amerika ook bij hetzelfde boekingskantoor (Billions) als together PANGEA, wat het samen op de affiche terecht komen natuurlijk vergemakkelijkte. Alle puzzelstukjes vielen dus eigenlijk op de juiste plaats. Later is ook het label dubbelshows gaan organiseren.

En inmiddels brachten jullie ook een split-single op de markt met Roland Cosio, de huidige gitarist van together PANGEA, die hiermee zijn solodebuut maakt. Zou je, om het ongenuanceerd te stellen, kunnen zeggen dat jullie twee nummers een prima beeld schetsen van Mozes and the Firstborns genre? Terwijl 'Marianne' zo uit de pen van Kurt Cobain had kunnen komen en zodus sterke nineties invloeden verraadt, gaat 'What Am I Worth' meer een in de sixties verankerde psychedelische garagerockrichting uit.
Dielesen: Zeker; ik ben alleszins een enorme Nirvana-fan. Verder waren we, zoals gezegd, bij ons debuut flink op het garage-, sixtiesachtige ding geconcentreerd, terwijl een nummer als 'Gimme Some' toch ook behoorlijk wat jaren 90-elementen bevat. Daarnaast kan je er tevens een sterke lofi-invloed in ontwaren. Voor een stuk zal dat er wel zijn oorsprong in vinden dat ik veel hield van groepen als Guided By Voices en Sebadoh, al vermoed ik dat het voornamelijk komt omdat ik destijds als preproductie veel zelf op viersporenrecorder heb opgenomen. Uiteraard hebben we uiteindelijk wel alles op computer gedaan, maar het geëxperimenteer dat eraan voorafging omdat we niet echt wisten hoe het allemaal werkte, heeft in zekere mate ook zijn stempel gedrukt op het totaalplaatje. Ondertussen is Raven studiotechnisch flink geëvolueerd, en daardoor klinkt alles nu wat minder lofi. Ik heb het gevoel dat we momenteel iets meer richting jaren 90-powerpop zijn opgeschoven. Recentelijk hebben we overigens veel naar Weezer, Pavement en The Brian Jonestown Massacre geluisterd. Niettemin willen we allerminst een retrogroep zijn en hopen we die invloeden in een modern kader te brengen. Er is sowieso nooit bewust over nagedacht.

Los van genre moge het duidelijk wezen dat 'Great Pile of Nothing' een themaplaat is. Terwijl songtitels als 'All Will Fall to Waste', 'It's Over' en 'Crybaby' weinig aan de verbeelding over laten, zijn de teksten al iets genuanceerder, en kan de zinderende emotionele lading van de muziek meerdere kanten uit.
Dielesen: Op een gegeven moment had ik de demoversie van de lp naar mijn vriendin gestuurd, en die schrok er ook wel even van hoe een heftige indruk enkel al het lezen van de achterhoes naliet. Het album gaat zeker over een crisis en hoe er mee te leven wanneer je middenin een depressie zit, maar tegelijkertijd ook over de manier waarop je daar uit kan komen. Wat ik zelf heel leuk vind om mee te spelen is de discrepantie tussen de eerder grimmige teksten, wat je op zich pas na een keer of drie à vier luisteren opmerkt, en onze muziek die vaak redelijk vrolijk, up tempo en melodieus is. Op die manier is het ook fijn om dingen van je af te schrijven. Het helpt alles een beetje in een relativerend perspectief te plaatsen.

Heb je het gevoel dat je het hele verhaal nu verteld hebt en iedereen het nodige wel uit de nummers kan halen, of wil je daar nog iets aan toevoegen?
Dielesen: Het is een momentopname uit mijn leven en evenzeer uit de geschiedenis van de band, en de aandachtige luisteraar kan zich wat dat betreft inderdaad een representatief beeld vormen op basis van de muziek. Verder staan we er trouwens stellig op dit ons derde album te noemen, vermits we wel degelijk onze moeilijke tweede hebben gemaakt, waarvan we het bestaan allerminst willen ontkennen. Alleen heeft niemand die gehoord. En dat zou nu dus wel zomaar kunnen. We bieden namelijk exact één exemplaar te koop aan op een drager naar keuze. Voor de prijs van dertigduizend euro kan je hier de unieke bezitter van worden. Tussen de definitieve beslissing om die plaat niet te releasen en het moment dat we weer op gang kwamen, heeft zoals gezegd een heel lange tijd gezeten. En dat was om persoonlijke redenen, niet om creatieve, met wel als gevolg dat ook de andere drie bandleden het afgelopen jaar op een bepaalde manier een klap opgelopen hebben. Waar mijn inzinking voor hen als een donderslag bij heldere hemel kwam, is de wijze waarop ze op de situatie reageerden me super veel waard geweest. Ze lieten me rustig de tijd nemen die ik nodig had, bleven ondertussen paraat, en wachtten geduldig af.

Sommige van de niet uitgebrachte nummers kregen een nieuw leven op je recente album. Thematisch is het niet vanzelfsprekend ze er zomaar even uit te halen. Is dit geen indicatie dat er bij jou al eerder iets aan het sluimeren was.
Dielesen : Ja, het was wel iets dat reeds langer speelde. Zowat het eerste lied dat ik voor onze tweede plaat schreef was met name de huidige titelsong. Dat heeft zeker te maken met een soort lichte paniek die ons wat overviel om met iets nieuws naar buiten te moeten komen. Bovenop ons management en de labels die vanzelfsprekend bepaalde verwachtingen koesteren, leggen we ons misschien zelf nog wel de grootste druk op vanwege onze torenhoge prestatiedrang. Momenteel zijn we aan het repeteren voor een concertreeks, en het valt op hoe relaxed we daar nu mee om kunnen gaan. Iedereen zit goed in zijn vel, omdat we duidelijk sterker uit de voorbije periode gekomen zijn. Het voelt wat aan alsof niets ons nog klein kan krijgen sinds we die horde hebben kunnen nemen.

Vonden jullie het eindresultaat van die tweede langspeler in feite tegenvallen, of heeft dat er niets mee te maken dat je die voor jezelf hebt gehouden?
Dielesen: In zekere zin wel. Terwijl Michel als producer van onze eersteling de volledige controle over het opnameproces in handen van Raven en mij legde, nam hij de opvolger volledig live op, zelfs de zang. We speelden de nummers allemaal samen in als band, en dan zat onze taak er zowat op. Dat voelde eerder vreemd aan, vermits de romantiek van de studio plotsklaps volledig verdwenen was, en daar waren we niet op voorbereid. We merkten immers dat dat aspect in wezen toch wel belangrijk is. Sinds we ten volle beseffen wat het inhoudt sluit ik het overigens zeker niet helemaal uit dat we ooit nog eens live gaan opnemen.

Nu je dan met 'Great Pile of Nothing' net een enorm sterke plaat in elk opzicht hebt afgewerkt, zal je in hindsight wel tevreden zijn dat je indertijd tot dat ongetwijfeld hartverscheurende besluit bent gekomen?
Dielesen: Inderdaad. Het was ook geen impulsieve beslissing, maar één die we met zijn vieren overvloedig bediscussieerd hebben. Wat ik in mijn eentje misschien niet had aangedurfd, lukte als band dus wel. Uiteraard ben ik super blij met hoe het huidige album is uitgedraaid. We zijn aan een nieuw hoofdstuk begonnen, terwijl we toch het goede hebben kunnen behouden van het debuut. Als een soort advies dat ik uit deze ervaring heb opgestoken raad ik mensen die ergens creatief bezig zijn dan ook ten stelligste aan niet te snel tevreden te zijn en enkel iets naar buiten te brengen waar je zelf helemaal achter staat. Uiteindelijk zal dat lonen, Dat geloof en hoop ik tenminste.

De kwaliteit van het afgeleverde werkstuk rechtvaardigt vast en zeker heel hoge ambities. In hoeverre zijn jullie daar mee bezig?
Dielesen: Ik kan eigenlijk weinig zeggen over hoe de ontvangst door media en publiek zal zijn, al heb ik wel het idee dat de reacties totnogtoe positief zijn. Als het opeens zou exploderen, zal ik uiteraard de laatste zijn om te protesteren, omdat ik weet dat we iets hebben gecreëerd waar we onze hele ziel in hebben gestoken. Met z'n allen zijn we een soort van enorme drempel over gegaan en dat is echt niet zonder slag of stoot gebeurd. Het zou natuurlijk heel mooi zijn als dat tevens weerklank kon vinden in de echte wereld, maar voor mij is het al een succes dat de plaat er überhaupt is, en dat het gevoel dat we met zijn vieren deelden voor de eeuwigheid vastgelegd is. Dat de nieuwe liedjes ondertussen in interactie beginnen te treden met die oudere songs maakt het heel bijzonder. Sowieso vormt de plaat voor mijzelf een heel emotionele verzameling nummers.

Terwijl je songschrijverij minder vrijblijvend lijkt dan in je beginperiode en ook de meer gelaagde gitaarsound overkomt als een significante evolutie, ligt het grootste verschil misschien nog in het verscheiden stemgebruik dat wordt gekoppeld aan een indringende diepgang.
Dielesen: Voor het eerst heeft Raven alle zang uitgezocht en beslist welke take goed was, omdat ik hem er volledig in vertrouw. Het is belangrijk dat ik daar nu niet langer over hoef te piekeren want van nature ben ik immers erg onzeker over mijn zang. Ik volg het nu wat meer op een afstand. Na de eerste plaat, toen we veel live gingen spelen, kwam ik in kleine zaaltjes geregeld in de problemen vermits mijn stem eigenlijk heel erg zacht is. Recentelijk ben ik me echt gaan trainen om harder te zingen en meer kracht in mijn vocalen te leggen. Uit de constant aanwezige angst om vals te zingen ben ik live oordoppen beginnen dragen zodat ik eigenlijk geen monitor meer nodig heb.

Een nummer dat er op een bepaalde manier uit springt is 'Mayday,' niet in het minst door de fragiele zangpartij waar toch behoorlijk wat lef voor nodig lijkt.
Dielesen: Dat is echt Corto's baby op het album. Hij was degene die het wilde opvissen uit de tweede plaat waar het in een hardere, meer rockgeoriënteerde versie op stond, en die er een nieuwe richting aan gaf door onder meer het accent van zijn bas een beetje te verschuiven. We hebben daar verschillende soorten vocalen voor opgenomen en uiteindelijk enkele heel zachte en breekbare overgehouden.

We hadden het al even over Shakespeare, en op school volgde je een filmopleiding. Put je ook inspiratie uit niet-muzikale disciplines, al is het maar het nastreven van een gelijkaardig effect op de toeschouwer?
Dielesen: De afgelopen twee jaar heb ik heel veel films van Andrej Tarkovski bekeken. Dat is een Russische regisseur die ook een boek heeft geschreven over dat soort zaken, dus ik ben daar wel mee bezig. Het was een enorme eye-opener niet alleen op het vlak van film, maar ook over hoe je naar kunst kijkt, wat kunst moet doen en welke rol een kunstenaar moet opnemen tegenover zijn publiek. Op die manier ben ik ook terecht gekomen bij Robert Bresson. Dikwijls blijf ik immers hangen bij artistieke verwezenlijkingen die op een gegeven moment op één of andere manier aansluiting vinden bij mijn persoonlijke leven, en elementen daarvan sijpelen logischerwijze ook geregeld mijn lyrics binnen. Ik lees en bekijk heel veel klassieke werken, want ik heb altijd wel een hang gehad naar dingen die voorbij zijn. Hoewel ik terdege besef dat dat niet per se zo is, zit ik op zich wel met het onderhuidse, wat pessimistische idee dat veel zaken van vroeger beter zijn. In dat opzicht heb ik duidelijk een romantische inslag, al merk ik wel dat ik vaak teruggrijp naar heel existentialistisch materiaal. Een boek dat mij zo onlangs enorm heeft beroerd in mijn dagelijkse leven is Dostojevski's 'Misdaad en Straf' waar het er af en toe heel heftig aan toe gaat, en waar ik me heel erg kon identificeren met hoofdpersoon Raskolnikov. Het is bijna een soort van koortsdroom waar je niet uit weg kan, en ik vond het fijn om daar een tijdje in te zitten. Uiteindelijk raak ik altijd makkelijk gecharmeerd door enorme loners, ook in de muziek.

Hoe ga je, tenslotte, eigenlijk om met de hedendaagse buitenwereld waar het er hoe langer hoe grimmiger aan toe gaat?
Dielesen: Ik ben nooit echt iemand geweest die veel bezig is met de actualiteit. Hoewel ik me er wel probeer toe aan te zetten, gaat het een beetje met vlagen. Op dit moment is het bijna teveel om te bevatten. We leven in een extreem enge wereld. Het is niet dat ik met een gevoel van angst zit om binnenkort bijvoorbeeld in Parijs of Brussel op te treden, daar ben ik niet mee bezig, maar het gegeven dat mensen toch op een bepaalde manier door en door slecht kunnen zijn raakt het kind in mij heel erg. Ik weet niet eens meer wat ik op al die gruweldaden moet zeggen, ik heb er echt geen antwoord op. En toch blijf je je druk maken als je met iets bezig bent en het draait niet uit zoals je wil, terwijl dat in het geheel der dingen eigenlijk slechts minuscule obstakels zijn. Het is dan ook een hele opgave vol voor iets te gaan en tegelijkertijd de vinger aan de pols te houden en voeling te hebben met de buitenwereld.  Ik kan me wel heel schuldig voelen omdat ik geen flauw idee heb wat te doen bij dat soort enorm grote problemen zoals mensen die uit hun huis wegvluchten om te kijken of ze er in Europa iets beters van kunnen maken. Uiteindelijk probeer ik gewoon voor mezelf in de kleine wereld waar ik in leef zo lief mogelijk te zijn voor iedereen om mij heen en me zo constructief als ik maar kan op te stellen. In die zin is mijn familie superbelangrijk voor me. Ik wil zo goed mogelijk zijn voor mijn omgeving en vrienden...

Op 21 okt , De Effenaar Eindhoven
Op 31 okt , AB, Brussel

Jean-Marie Aerts

Jean-Marie Aerts - Gitarist en producer met wereldfaam - “Oh la la la, Jean-Marie est magnifique!”

Geschreven door

Jean-Marie Aerts of afgekort JMX is een invloedrijk gitarist en producer. Hij speelde bij Johan Verminnen en Raymond van het Groenewoud maar kreeg vooral bekendheid door zijn rol bij TC Matic en Arno. Als producer scoorde hij internationaal met de debuutplaat van Urban Dance Squad.

Harelbeke ‘84. Na een stomend concert van TC Matic plassen Jean-Marie en ik broederlijk naast elkaar tegen de haag. Plots zie ik het tourbusje richting Frankrijk vertrekken… zonder hun gitarist. Al multitaskend en met open rits loop ik de camionette achterna om dit duidelijk te maken.

Jean-Marie lacht. Hij herinnert zich het voorval niet maar wel het concert. Dat was de ‘Choco’-tournee met Nacht und Nebel als voorprogramma. Tijdens de nachtelijke rit kwam bassist Ferre Baelen met de verzuchting dat hij uit de groep wilde stappen.

Als opwarmer: je bent van Zeebrugge. Kom je er soms?
Ik woon nu in Brabant en ga zelden naar de kust. Toegegeven, ik mis de zeelucht. Ik heb er nog contact met een goede kameraad.

Je vader was arts en je hebt ooit doktersstudies aangevat.
Aan de univ in Gent. Dat was totaal niks voor mij. Ik ben gestopt en verhuisd naar Brussel. Chance voor de mensen (lacht).

Midden jaren ’70 ging je de baan op met Raymond & Bien Servi. Heb je nog contact met je collega’s?
Mich Verbelen en Stoy Stoffelen kwamen onlangs naar een try-out. In Bien Servi verving Raymond me door Jean Blaute. De cirkel is rond, nietwaar. Jean zie ik geregeld.

Eind jaren ’70 speelde je bij Johan Verminnen. Was de overstap naar TC Matic een sprong in het ongewisse?
Ik had de groep gezien toen Paul Couter er nog bij was met Serge Feys al aan de toetsen. De band pakte me. Couter had er genoeg van. Bij hen voelde ik me als een vis in het water. Ik speelde bij Verminnen tot hij een nieuwe gitarist vond: Eric Melaerts. Voilà, de cirkel is opnieuw rond.
Begin ’80 ging de bal bij TC Matic stilaan aan het rollen met de dubbele single White rhythm opgenomen in Londen. Er was geen enkele platenfirma die ons wilde tekenen wegens oncommercieel. Onze toenmalige manager heeft dan zelf een label opgericht: Parsley (peterselie).

TC Matic heeft meer invloed op mij gehad dan The Beatles. Op welke van de vier TC Matic platen ben je het meest trots?
Het derde album: Choco. We waren uitstekend op elkaar ingespeeld en verlegden grenzen. Mijn favoriete nummer is Being somebody else.
De daaropvolgende cd Yé Yé leverde, afgezien van de single Elle adore le noir, leverde niet het gewenste resultaat op. We waren wat verward de productie door Howard Gray (Apollo 440). Hou er rekening mee dat het digitale tijdperk nog niet bestond. Welke nummers ervan hoor jij graag?
Afgezien van de single ben ik zot van Act like a dog en Get wet.

Choco
is de favoriet van Piet Goddaer (Ozark Henry). Alain Tant, zanger van Luna Twist, is verknocht aan je gitaarpartij op de single Willie.
(Hoorbaar tevreden) Ook Patrick Riguelle is te vinden voor de gitaar op Willie. Patrick en ik hebben later samen die single live gespeeld. Er zitten verschillende lijnen in het gitaarspel.

Waarom brak TC Matic internationaal niet door?
Ik vind dat we wel doorbraken. We toerden veel in Nederland, Frankrijk, Duitsland, Scandinavië… Een ervaren management op dat vlak bestond hier nog niet. Via een Engels agency deden we het voorprogramma van Simple Minds. PIL, de groep rond Johnny Rotten, was geïnteresseerd. Die haakten af omdat ze wellicht bang waren dat we hen naar huis zouden spelen.

Heb je nog contact met je TC Matic buddies?
Het meest met Rudy. We bellen wekelijks om bij te kletsen. Hij drumt nog iedere dag om zijn vorm te behouden. Ik zou begot niet weten waar Ferre uithangt. Met Serge sprak ik onlangs over het gebruik van muziek door Telenet. Met Arno heb ik niet veel contact. Ik kwam hem laatst tegen in 2009 op Theater Aan Zee. Hij was curator en ik mocht er spelen. But, no hard feelings.

Kan je leven van de royalties? Ik denk aan Putain putain, Elle adore le noir, Bathroom singer…
Je krijgt enerzijds royalties op de platenverkoop. Verwaarloosbaar vandaag. Je hebt anderzijds de auteursrechten omdat je iets geschreven hebt. Dat is oké. Daarmee word je niet rijk maar overleef je.

Hoe omschrijf je een producer?
Hij is verantwoordelijk voor het eindresultaat. Hij let op de performance van de groep. Hij zorgt dat er binnen het budget gebleven wordt. Hij moet plannen en problemen oplossen. George Martin, de vijfde Beatle, was zelfs meer dan een producer. Daarnaast was hij een begenadigd arrangeur.
Mijn belangrijkste productiewerk was ontegensprekelijk de debuut-lp van Urban Dance Squad. Dat was nu eens een superplaat. Er werd een stap gezet in de toekomst. Mental floss for the globe had een impact op de muziekwereld. Het nummer Deeper Shade of Soul werd een hit in Europa en Amerika. Hun crossover was een originele combinatie van rockmuzikanten met een rapper en een dj. Een frisse mix van hip hop, heavy metal, funk en soul. De lp won een Edison Award en werd door muziekblad Oor uitgeroepen tot beste Nederlandse album ooit. Omdat ze het eerst waren, had de plaat en de groep zonder twijfel een belangrijke invloed op Red Hot Chili Peppers en Rage Against The Machine. Ik ben nog altijd apetrots op mijn bijdrage.

In mijn top drie van jouw producties staan Sit On It van Big Bill, Concorde van Jo Lemaire en The Ship van Luc Van Acker.
Ik ben blij dat je Big Bill vermeldt. De plaat werd opgenomen in de befaamde Matrix Studio in Londen. Het titelnummer heeft een opgewekte reggae vibe. In het achtergrondkoortje zaten Liza Strike en Barry St.-John. Niet van de minste want ze verzorgden de background vocals op Dark Side of the Moon van Pink Floyd.
Vandaag is een productie moeilijk geworden. Er zijn geen budgetten meer. Nochtans heb je een goeie opname nodig. Ik erger me dood aan het ineenstorten van de cd-markt. Mensen betalen niet meer voor muziek. Bij de bakker betaal je toch je brood. Spotify is een oneerlijk systeem omdat de rechten belachelijk laag zijn. Gelukkig is de vinylmarkt aan een heropleving toe hoewel dat niet veel voorstelt. De klank is tenminste fantastisch.

Over naar de gitaristen.
Degene die me het meest beïnvloedde, was Jan Akkerman. Simpel, ik kon die man aan het werk zien. Een eigenaardig karakter, tot daar aan toe. In ‘73 werd hij door de lezers van het Engelse muziektijdschrift Melody Maker uitgeroepen tot beste gitarist ter wereld. Nota bene vóór Eric Clapton en Jimmy Page. Hij is niet alleen een technisch hoogstaande gitarist, maar ook eentje die blijft experimenteren met zowel apparatuur als spel.
Eric Clapton ten tijde van Cream vond ik straf. En natuurlijk het natuurwonder Jimi Hendrix. Niet alleen zijn gitaarspel, maar hoe hij een nummer maakte, hoe hij zong, zijn presence… De lp Electric Ladyland, da’s verplichte kost.
Verzamel je gitaren?
Dat is een misvatting. Ik bezit in totaal 13 stuks, waarvan 3 akoestische met nylon snaren, 2 bassen en 8 elektrische gitaren. Vroeger was zo’n instrument betaalbaar.

Naar het schijnt staat je versterker altijd op het maximum.
Dat is een andere miskleun. In mijn beginperiode had ik een kleine Fender versterker. Die moest je wel opengooien. Bij TC Matic stond mijn versterker maximum drie kwart open. Ik had wel extra speakers en veel pedalen. Dat zorgde voor power. Ik kan gerust tegenspreken dat ik last zou hebben van doofheid.

Wat is het grootste compliment dat je kreeg?
Je gelooft me niet: als de mensen ‘dank je’ zeggen na een optreden.

Hoe ben je bij Blaute & Melaerts geraakt?
In 2012 werd ik door Jean en Eric gevraagd bij Jazz Bilzen Tribute. Het klikte meteen. We repeteren in de living van Jean. Het is waarlijk een plezier om samen muziek te maken. Daarvoor doe je het. Het zijn aangename heren. We respecteren elkaar. We hebben een paar try-outs achter de rug. We amuseren ons en we worden beter en beter.

Ah ja, de beste Nederlandstalige song? Terug naar De Kust van Maggie McNeal. Ik word iedere maal week als ik het nummer hoor. Dat zijn mijn roots, zeker?

De topgitaristen Blaute, Melaerts en Aerts spelen in Gistel. Gelukkig staat er geen taxushaag aan de achterkant van de Zomerloos. De tijden gaan erop vooruit want er zijn voldoende toiletten backstage. Geen enkele muzikant zal het busje missen.

Bestaat toeval? Toen ik een paar dagen geleden een bericht op Facebook postte dat ik Jean-Marie Aerts geïnterviewd had, gebruikte ik het Oh La La La hoesje. Ik kreeg onverwacht volgend bericht: “De single hoes van Oh La La La heb ik in Berlijn gebricoleerd. Ik woonde er toen in met mijn ex. We waren naar een 3D-film gaan kijken, vandaar het idee. Achteraan staat een zwart-wit zelfportret van ons tweeën met brilletje op. Letters uit de Berliner Zeitung geknipt, logo getekend in Chinese inkt en klaar, 1981.” Danny Willems (fotograaf en Arno’s beste vriend)

Interview Dirk Ghys

Wat                concert Jean Blaute, Eric Melaerts & Jean-Marie Aerts
Wanneer        zaterdag 5 november – 20u
Locatie           cc Zomerloos Gistel
Info                059 27 98 71, Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.
Toegang         € 15 – caféstijl

An Pierlé

An Pierlé - De 'new-wave'-jaren hebben mijn muzikale inspiratie sterk beïnvloed"

Geschreven door

Vanmorgen ben ik echt blij: ik word uitgenodigd om een koffietje bij An Pierlé te komen drinken. Met haar partner Koen Gisen, woont ze in het centrum van Gent, in de buurt van Sint-Jacobskerk. Ik heb de Vlaamse zangeres altijd sterk geaprecieerd, maar haar nieuw door [PIAS] uitgegeven album, ‘Arches’ , heeft een gevoelige plek in mij geraakt. Het is donkerder, meer mystiek dan de vorige albums, vooral dankzij de orgels, alomtegenwoordig, en de 'dark' sensuele composities.

De woonkamer ziet eruit als een mooie puinhoop. Tussen het speelgoed van Isadora, de dochter van An, de slangenhuiden en de oude vintage meubels, is er een prachtige zwarte vleugel. Ik kan de verleiding niet weerstaan ​​en speel de eerste noten van "Wuthering Heights". An neuriet de melodie terwijl ze de koffie voorbereidt en zegt :"Wow! Je speelt goed ! Ik zou dit nummer moeten coveren !"
Wat in An Pierle opvalt is haar ongelooflijke eenvoud. Ze heeft een manier om je met een zo'n warme glimlach te verwelkomen dat je je meteen op je gemak voelt, alsof je deel van de familie bent.

Uiteraard beginnen we het gesprek over de jaren '70/'80, de hoogtijdagen van de pop-rockmuziek die ons allebei zo veel hebben gemarkeerd. Ik vraag haar welke nummers de 'click' maakten toen ze jong was. "Ik werd sterk beïnvloede door de radio ; er was een lied waar ik in opging, i kwas erdoor gefascineerd,  en plotseling stopte de wereld met draaien. Ik had dit met "Such A Shame" van Talk Talk, een lied dat ik eigenlijk daarna coverde. Hetzelfde met Gary Numan en "Are Friends Electric?", btw de cover van dit nummer speelde ze tijdens de Humo Rock Rally in 1996 en werd er mee bekend. Er was ook "The Cold Song", van Klaus Nomi, en uiteraard, Kate Bush. Ik hield ook van Siouxsie, Jona Lewie en Men Without Hats, bijvoorbeeld de video van "Safety Dance." Deze nummers waren voor mij als een film, een wereld waarin ik mezelf kon onderdompelen. De 'new-wave'-jaren heeb mijn muzikale inspiratie sterk beïnvloed."

Deze invloeden vinden we allemaal terug in de zes albums die de zangeres totnutoe  uitheeft, van ‘Mud Stories’ in 1999 tot ‘Arches’ in 2016. Het nieuwste product markeert toch een opmerkelijke evolutie op gebied van composities, arrangementen en sferen. Hoe gebeurde het ? "Het kwam natuurlijk. Ik werd benoemd tot stadscomponist van Gent, wat mij in nauwer contact bracht met kerkmuziek en met het orgel. Deze elementen waren een klein zaadje, die langzaam groeide. Wij hebben tamelijuk veel tijd gehad om te schrijven, over een periode van twee of drie jaar. Dat is de reden waarom het album klassiek gericht is, met het orgel en een zeer plechtige sfeer."

Het nummer dat in ‘Arches’ het meest opvalt , is ongetwijfeld "Birds Love Wires". De melodie is boeiend en charmeert bij de eerste luisterbeurt. De sfeer is romantisch, middeleeuws. Maar wat is het thema? "Het is een nummer dat begint met een visie : vogels op telefoondraden. Het is een jeugdvisie omdat deze kabels tegenwoordig allemaal ondergronds zijn.  Ik heb deze visie geassociëerd met de visie van opgehangen vrouwen , wat gebeurt in sommige Oost-Europese landen. Daar hangen ze vrouwen voor kleine foutjes." Is het proces in de compositie dan vooral visueel ? "Ja, het zijn altijd beelden die komen, vooral als ik op wandel ben. Of het zijn melodieën die komen als ik piano speel. Ik ontwierp het nummer tijdens de soundcheck van het Boombal festival. Ik had al een paar ideeën, en ik profiteerde van het feit dat alles was goed opgesteld ;  de geluidstechnicus was aan het opnemen om de song te improviseren. Toen ik later het nummer aan Koen voorlegde, zei hij dat het perfect was, dat er niets moest veranderen was , wat ook niet gebeurde ! (lacht)

Sprekende van Koen... An besluit mij de studio te tonen, die een verdieping lager is. Koen is daar bezig te werken met een lokale groep, North. Hier is de sfeer gedempt door de Oosterse tapijten op de  vloer en op de muren. Je vindt oude Revox-machines en buizenversterkers maar ook splinternieuwe computers met Pro-Tools.
We spreken over de producties van hun label: Helikopter, getalenteerde Vlaamse bands als Kiss The Anus Of A Black Cat, The Black Heart Rebellion of The Bony King of Nowhere . Koen vertelt hoe uitdagend het was om het orgel van de Sint-Jacobskerk om het ‘Arches’ album op te nemen. "We moesten 's nachts opnemen om het lawaai van de stad te voorkomen. Later moest ik ook deze enorme, met reverb beladen, geluid in de structuur van de nummers integreren. Veel werk met de frequenties, de effecten en de positionering !" Het resultaat is, onnodig te zeggen, perfect.

We keren terug naar de woonkamer want daar is een verrassing voor mij. ‘Cluster’, het  mini-album dat het tweede deel van het tweeluik "Arches/Cluster" zal zijn, is al ver gevorderd en ik krijg recht op een 'preview'! "Road To Nowhere" is indrukwekkend. Het is een langzame bezwerende trip, die zich ontwikkelt in een zeurende , bijna dissonante progressie. De andere titels zijn in de lijn van ‘Arches’, maar zorgen ook voor een meer experimentele dimensie. Een 'sequel'-album dat belooft! Het moet in september uit zijn, maar de planning kan verschuiven omwille van de latere 'release' van ‘Arches’ in Frankrijk.

Het gesprek gaat door. An spreekt over haar favoriete artiesten en Wovenhand komt ter sprake. Tiens, het is precies bij An dat Pascal Humbert de repetities deed voor het film-concert « Les Premiers, Les Derniers » van Bouli Lanners op de Nuits Botanique." Ik leer ook dat ze vóór 16 Horsepower in Nederland opende. Ze herrinnert zich Mensen Blaffen, de post-punk band uit Ath ; z hield ervan in de jaren '80, zonder te weten dat hun saxofonist later de man van haar leven zou worden. Helaas, na meer dan 2 uur, komt ons interview ten einde. An moet aan muziek werken voor de kinder-show, waar haar dochter zal aan deelnemen.

Ik dank mijn gastheren. Terwijl ik in de in de straten van Gent wandel, zei ik tegen mezelf dat ik niet enkel een tof interview deed van een begaafde artieste, beter zelf, ik ontmoette iemand die in de toekomst een echte vriend zal worden, hoop ik tenminste.

Volgende concerten van An Pierlé:
23 juli: Boomtown (Gent)
7 augustus: Dranouter Festival
13 augustus: BSF (La Madeleine)
8 september: De Roma (Antwerpen)
10 september: CU Festival (Luik)
23 september: Muziekgieterij (Maastricht - NL)
29 september: Orgelfestival (St Niklaas)
5 october: Eglise Saint Eustache (Paris - FR)
22 oktober: Sint-Jacobskerk (Gent)

Review van het concert in de Dominicaanse kerk (Les Nuits Bota) lees hier (in het Frans): http://musiczine.lavenir.net/fr/festivals/festival/les-nuits-botanique-2016-jeudi-12-mai/.

Bekijk de video van « Birds Love Wires": 
https://www.youtube.com/watch?v=nPxy75r6hAo

www.facebook.com/anpierlemusic
www.pias.be

Foto : Philippe Blackmarquis Vertaling Philippe Blackmarquis – Johan Meurisse

The Lighthouse

The Lighthouse - Belgische indiepop met Brits kantje

Geschreven door

Onlangs brachten de jongens van The Lighthouse hun debuutep uit. Indiepop die wel uit het Verenigd Koninkrijk lijkt te komen, maar het is wel degelijk in Leuven gemaakt. Musiczine had een praatje met deze opmerkelijke nieuwkomers.

Hallo, laten we maar gewoon beginnen met de eenvoudigste vraag die er is. Stel jullie zelf eens voor en hoe zouden jullie je muziek zelf omschrijven?
The Lighthouse is een vijftal uit het Leuvense dat catchy, dansbare indiepop speelt. Onze muziek wordt gekenmerkt door meezingbare refreinen, subtiele samenzang en een algemene positieve vibe. De afwisseling tussen de gitaren en de keys/synths die afwisselend de lead durven pakken, is daarbij ook een belangrijke factor.

Toen ik jullie ep ‘Let’s Make A Scene’ hoorde, herkende ik weliswaar een bekend geluid, maar eerder eentje die ik niet met België associeer. Klopt het als ik stel dat The Lighthouse niet echt een Belgisch geluid heeft, als zo iets al bestaat...
We halen onze invloeden uit verschillende hoeken. We hebben ook alle vijf een uiteenlopende persoonlijke smaak, maar de Britse indiescène (The Wombats, Two Door Cinema Club, The 1975, etc.) heeft zeker zijn invloed op onze muziek. Langs de anderen sluipen er ook enkele– meer elektronisch getinte - elementen in onze nummers die misschien eerder met Amerikaanse popproducties geassocieerd worden. De Belgische sound blijft een vaag begrip die zich volgens mij vooral laat kenmerken door het eigenzinnige en een beetje tegendraadse karakter van sommige Belgische bands. Ik denk dat het vooral onze ambitie is om onze eigen sound nog verder te ontwikkelen, trouw aan onze stijl, maar met een eigen smoel. Of dat dan binnen de categorie van hét Belgisch geluid valt, zal de tijd moeten uitwijzen.

Hoe is het eigenlijk allemaal begonnen, want als ik jullie foto zie, lijken jullie allemaal jonge kerels.
De basis van de band bestaat al langer en gaat terug tot de zanger en de toetsenist die elkaar in het lokale jeugdhuis vonden door een gemeenschappelijke liefde voor muziek. Enkele transformaties later heeft de band een vaste bezetting gevonden, maar steeds op een organische manier. We hebben nooit een zoekertje moeten plaatsen voor extra muzikanten, maar op één of andere manier hebben we elkaar steeds via via gevonden.

Op een jaartje tijd hebben jullie ook een aardig parcours doorlopen met belangrijke optredens en zelfs aandacht van de grote media. Hoe doen jullie dat? Ik bedoel, zo eenvoudig is het nou ook weer niet om op te vallen, niet?
Eerst en vooral door hard te werken. We zijn er allemaal dagelijks mee bezig en gaan 100% voor de band. Naast het muzikale, kruipt er veel werk in promo, planning en andere bijkomende taken. Er is inderdaad een heel groot aanbod aan zeer goede bands in ons kleine landje en dan is het niet altijd eenvoudig om daar bovenuit te steken. Het lot heeft ons gelukkig al wel een paar handjes geholpen. Door enkele wedstrijden te winnen is het allemaal wat sneller gegaan dan we hadden kunnen hopen, maar we geloven graag dat de kwaliteit van onze muziek daar toch ook iets mee te maken heeft.

Jullie speelden zelfs in Hongarije, hoe geraakten jullie daar?
Het Sziget festival is zo’n resultaat van een wedstrijd die we in een redelijk vroeg stadium van de band kunnen winnen hebben. Het was een fantastische ervaring die op zijn beurt ook weer wat andere zaken in gang gezet heeft. Door hard toe te werken naar die show hebben we onszelf verplicht om enkele stappen te zetten waar we nu nog de vruchten van plukken. Hadden we niet op Sziget gestaan had het misschien allemaal toch net iets langer geduurd.

Jullie brachten onlangs jullie ep ‘Let’s Make A Scene’ uit. Ik zal wel niet beweren dat jullie feestvarkens zijn, maar jullie muziek straalt toch een zekere positieve vibe uit, niet? Jullie label heet zelfs Feels Like Friday Records...
Feels Like Friday Records is eigenlijk een beetje een inside joke, maar uiteindelijk vertaalt dat wel perfect het gevoel dat we willen overbrengen met onze songs. Dat moment wanneer het weekend voor de deur staat en je zin hebt om een feestje te bouwen. Daar streven we toch naar met onze liveset, maar ook op de plaat willen we die positieve vibe kunnen laten doorstralen.

Jullie werkten samen met Erik van der Horst, een man die met grootheden als Anouk en Hooverphonic werkte. Was hij dan niet superstreng?
Erik was vooral heel aangenaam om mee samen te werken. We hadden maar beperkte tijd in de studio. (Een studio van dat kaliber komt namelijk met een prijskaartje.) En Erik heeft op die korte tijd echt het onderste uit de kan gehaald voor ons. We hadden zelf al best veel in preproductie gedaan, sommige lijnen op de ep zijn zelfs gewoon nog opnames van op onze kamer. Zo had Erik de tijd om de troeven van de studio zoveel mogelijk te benutten. De strengheid viel dus wel mee, hij wist heel goed wat hij er kon uithalen en voor minder is hij uiteraard nooit gegaan.

Ik hoor vijf vrolijke tracks, maar ook vijf compleet verschillende tracks. Ik veronderstel dat dit een zeer belangrijke factor voor jullie is, niet? 
Dat is misschien ook wel eigen aan een debuutrelease. De songs die we hebben gekozen voor de ep zijn uiteindelijk geschreven over een redelijk lange tijdspanne. Sommige songs – zoals “Down They Go” – gaan echt al mee van het prille begin van The Lighthouse. Onze schrijfskills zijn natuurlijk door de tijd mee geëvolueerd en die evolutie hoor je ook wel ergens terug in de nummers op de EP. Daarnaast vinden we het toch ook belangrijk om een beetje afwisseling in te bouwen zonder onze rode draad uit het oog te verliezen. “Come To Me” is bijvoorbeeld een iets rustiger nummer, maar éénmaal het refrein aanbreekt valt het weer helemaal op zijn plaats als een ‘Lighthouse-nummer’.

Meestal is een ep een aanzet tot een lp. Hoe zit dat bij The Lighthouse?
Er zijn zeker plannen voor een volgende release, maar hoe die er uit ziet, is momenteel nog onduidelijk. Het belang van een langspeler is er natuurlijk niet op vooruit gegaan de laatste jaren. We vinden het zelf ook fijner om momenteel nog iets constanter met iets nieuw te kunnen komen. Dus we hopen zeker begin 2017 al iets nieuws klaar te hebben, misschien zelfs vroeger. De exacte vorm laten we nog even in het ongewisse.

In feite, wat kunnen we in de toekomst van jullie zoal verwachten?
Ik denk dat we zeer tevreden zijn met het pad dat we tot nu toe hebben afgelegd. En we willen dat dan ook zeer graag op deze manier verder zetten. We proberen zelf zoveel mogelijk kansen te creëeren, maar we merken wel dat het zonder airplay wat lastiger is om dat volgende stapje te zetten. Maar we gaan gewoon proberen zoveel mogelijk zieltjes te winnen met onze muziek door zo veel mogelijk te spelen en ondertussen broeden we verder op nieuw materiaal en andere plannetjes.

Twee vraagjes om af te sluiten, die ik steeds stel: wat is jullie favoriete plaat aller tijden en waarom?
Zoals gezegd hebben we vijf uiteenlopende persoonlijke smaken van Snarky Puppy over Coldplay tot The Acid en NOFX. Dus dat gaat heel breed. Binnen de verzamelde muziekgeschiedenis één nummer of album kiezen is dan ook echt onmogelijk. Maar het toeval wil dat we onlangs voor een ander interview de discussie al gevoerd hebben. Toen zijn we uiteindelijk gestrand op een recent nummer dat ten tijde van de opnames van de EP voor heel de band diende als een soort inspiratie van waar we naar toe wilden met onze sound. “Greek Tragedy” van op het laatste album van The Wombats was en is voor ons het voorbeeld van de perfecte indiepopsong. De mix van elektronisch en akoestisch, de dansbaarheid en de mooie balans tussen alternatief en pop maken het toch tot één van onze favorieten.

En de laatste, met wie zou je het niet erg vinden om 8 uur in een lift mee te zitten en wat zou je dan doen?
Dua Lipa mag ons altijd eens contacteren voor een muzikaal of ander duetje in de lift. 8 uur lukt nog net!

Pics homepag: Diederik Craps

Interview Didier Becu

10cc

10cc - 10cc frontman Graham Gouldman - songsmid pur sang

Geschreven door

Met spilfiguur Graham Gouldman bracht 10cc tien studioalbums uit waarvan een goeie 30 miljoen exemplaren over de toonbank gingen. Tien tijdloze singles haalden de hitparade. “Cijfers die tellen,” zou mijn wiskundeleraar gezegd hebben.
Gouldman is stichtend lid, bezieler en songschrijver van 10cc. Ik interview Mr. Gouldman om 10 uur ’s morgens. Hiermee ontkrachten we het cliché dat artiesten tot ’s middags in hun vlooienbak liggen. Als introductie vertel ik hem: “Ik leerde je kennen via James Last. De LP Non stop dancing, volume 11, niet stuk te krijgen.” Hij lacht smakelijk.

“Natuurlijk ken ik James Last. Wie niet? De slechtste versie van één van onze songs – I’m not in love – staat zonder twijfel op naam van Petula Clarck. Een discoversie, verdorie. Check het op YouTube. Afgrijselijk en tegelijkertijd om je een breuk te lachen.”

Op 19- en 20-jarige leeftijd schreef je 3 hits: For Your Love (The Yardbirds), No Milk Today (Herman’s Hermits) en Bus Stop (The Hollies). Dacht je niet dat je genoeg royalty’s ontving om al te rentenieren?
(Zonder aarzelen). Nee! Ik schrijf nooit songs om het geld. Wel omwille van het plezier en om het te doen. Kortom, het is een passie.

Vanwaar de naam 10cc?
Voorheen heten we Hotlegs en scoorden een hit met “Neanderthal Man”. Het was producer Jonathan King die afkwam met 10cc. Hij had gedroomd over een wereldbekende groep met die naam. Hij bedacht ook de naam Genesis voor de groep rond Peter Gabriel en Phil Collins. Het verhaal gaat dat 10cc haar naam ontleent aan de hoeveelheid sperma die de gemiddelde man kwijtraakt per zaadlozing (9cc). Aangezien wij net iets meer waren dan de gemiddelde man, moest de naam 10cc worden. Maar, dat is een verzinsel.

De meeste nummers zoals Dreadlock Holiday, The Wall Street Shuffle, I’m not in love, Art for Art’s Sake, I’m mandy fly me … schreef je samen met Eric Stewart. Wie schreef de muziek en wie de teksten?
Het was een samenwerking, we schreven die samen. “Dreadlock Holiday” van het album ‘Bloody Tourists’ gaat over een toerist die in Jamaica doorlopend wordt lastiggevallen door mensen die geld van hem willen. Het verhaal is deels geïnspireerd op de ervaring van Eric Stewart tijdens een vakantie op Barbados. Ik neem de lead vocals voor mijn rekening plus bas en gitaar. Eric zit aan de toetsen. Het nummer werd een wereldsucces.
The Wall Street Shuffle” gaat over de economie, de dollar en andere valuta en de teloorgang van het Britse pond. Inspiratie kwam via Lol Creme. We reden na het succes van “Rubber Bullets” in een limousine over Wall Street. Creme dacht meteen aan de titel Wall Street Shuffle.

Ik val nog altijd voor het basintermezzo halverwege “I’m not in love”.
Thank you very much, my friend.

Toen ik 16 was zong ik “I’m so in love”. Tijdens mijn vakantiejob aan de kust raakte ik tot over mijn oren verliefd op de caissière van de Unic. Helaas, het werd niks.
Dat is jammer. “I’m not in love” is origineel in bossanovastijl geschreven met percussie. But that was crap. Het kwam uiteindelijk in balladevorm uit. Het nummer is befaamd geworden vanwege het veelvuldig dubben van de zangstemmen, nog in het analoge tijdperk. Kevin Godley kwam aandraven met het idee om geen instrumenten te gebruiken maar enkel stemmen. A wall of sound met stemmen, ongeveer 250. Eric verzorgde de lead vocals. We voegden er nog wat toetsen, gitaar en Moog synthesizer aan toe. De stem die fluistert Be quiet, big boys don’t cry komt van onze secretaresse Kathy. Trouwens, wat was de naam van je vlam? (lacht)

Voel je op voorhand welk nummer een hit wordt?
Helaas niet. Het is onvoorspelbaar. Soms ben je overtuigd dat het een giller wordt en het raakt in de vergetelheid. Het omgekeerde gebeurt gelukkig ook.

Heb je nog altijd de behoefte om songs te schrijven?
Dit gaat niet over. Ik schrijf voortdurend nieuwe songs. Het is mijn gave, zo ben ik. Het zit in mijn DNA.

Is er nog contact met je vroegere kompanen Stewart, Godley & Creme?
Met Kevin Godley klikt het nog altijd. Hij is muziekvideoregisseur en maakt clips voor bijvoorbeeld U2, Sting, Eric Clapton… We schreven een album en toerden samen. Een fantastische kerel.

Naast muzikant ben je ook producer. Je produceerde in 1981 het album Pleasant Dreams van The Ramones.
Jawel. Een leuke ervaring. The Ramones waren wie ze waren. Beleefde gentlemen in leren jekkers en gescheurde jeans. Zowel getalenteerd als origineel, professioneel als punctueel. Jammer genoeg was de rivaliteit tussen Joey en Johnny Ramone al merkbaar. Een dispuut over de muzikale richting en een vrouwenkwestie zoals gewoonlijk.

Welke is de meest vreemde plaats waar je optrad?
Noord-Vietnam. Ik was daar op trektocht en had een gitaar bij me. Ik speelde nummers rond het kampvuur en de arme plaatselijke bevolking kwam uit hun tent gewikkeld in dekens. Dan merkte ik dorpsbewoners op met verbazingwekkende rode kapsels. Dat was het vreemdste publiek waarvoor ik ooit gespeeld heb. Na mijn optreden liepen ze geruisloos van waar ze gekomen waren. Vreemd, heel vreemd.

The Beatles of The Stones?
Zonder twijfel The Beatles.

Of ga je eerder voor The Beach Boys?
Euh, jawel. Wat een stemmen en wat een productie! Zo’n geweldige songschrijvers. Weet je wat? Momenteel draai ik hun cd ‘Smile’ in mijn wagen.

Wat is volgens jou de definitie van een perfecte popsong?
Een lied dat je pakt en verbindt, je doet bewegen of huilen.

Wat mogen we verwachten van de komende optredens?
Voor mezelf wordt dat de camaraderie van een groep en het plezier om met een team vrienden te werken. Het publiek mag zich verwachten aan een hechte en met plezier spelende band. Naast mezelf (bas & zang) staan op het podium PAUL BURGESS (drums, mee op tour sinds het begin), RICK FENN (gitaar & zang sinds Dreadlock Holiday), MIKE STEVENS (sax, keyboards, zang sinds 1999) en MICK WILSON (gitaar, percussie, zang ook sinds 1999). We brengen alle hits aangevuld met een resem albumtracks. Eén song kreeg zelfs een ander arrangement mee.

Zoveel is duidelijk, Graham Gouldman is een gentleman. In 2014 werd hij meer dan terecht opgenomen in de Songwriters Hall of Fame. De herinneringen aan de kassierster van de Unic gelardeerd met een James Last soundtrack worden met de spreekwoordelijke mantel der liefde bedekt. We go for the real thing… en hopen van jou hetzelfde.

Wat: concert 10cc
Wanneer: zaterdag 27 februari – 20 uur
Waar: cc Zomerloos Gistel
Toegang: 28 euro
Info & reservaties: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of 059 27 98 71

Arbeid Adelt

Arbeid Adelt! – Marcel Vanthilt - Hyperactieve tweeduizendpoot

Geschreven door

Je hebt van die mythische spreuken. Zo hing er in het toilet van mijn grootmoeder - een respectabele vrouw - een bordje met Doe stille voort. Nog zo’n gezegde is Arbeid adelt: van hard werken word je een beter mens. De Arbeid Adelt! waarover we het hier hebben is een opmerkelijk muzikaal trio. Duizendpoot Marcel Vanthilt, vooral bekend van zijn tv-werk, neemt de teksten en de zang voor zijn rekening. Grafisch ontwerper Jan Vanroelen zorgt voor de elektrobeats. Luc Van Acker speelde gitaar bij Shriekback en het controversiële Revolting Cocks. Het nummer “Zanna” van zijn solo-lp ‘The Ship’ werd een klassieker.
Arbeid Adelt! start in 1981 heel opvallend. Hun eerste concert, in het voorprogramma van Fad Gadget, duurde welgeteld 7 minuten: de a- en b-kant van de single “Ik sta scherp”.
Ik interview Vanthilt omwille van drie redenen. Hij is de frontman van de groep. Ik heb hem al een paar maal eerder ontmoet. En hij is een Facebook vriendje. We zijn beiden mee met onze tijd.

Marcel, gezien jouw tempo aan activiteiten, slaap je eigenlijk wel?
Jawel, ik slaap goed en vooral ’s nachts. Gemiddeld zeven uren. Hoe ik al mijn bezigheden gerealiseerd krijg? Simpel, door die één na één te doen.

Hoe zou jij Marcel Vanthilt omschrijven? Je mag Fuck you antwoorden.
Shit, dat begint hier goed. Het is verdomd moeilijk om dat over jezelf te zeggen… (stilte). Dit is een mooie typering: Marcel Vanthilt is altijd met iets bezig.

Eind jaren ’70 presenteerde je op de vrije radio FM Bruxel het programma ‘Met een stijve naar het front’.
Dat was samen met Dominique Deruddere. FM Bruxel was een grote stadsradio. We draaiden new wave maar ook zaken als John Cale en The Residents. We kraamden veel onzin uit. Eigenlijk was het een soort Leugenpaleis, een kolderprogramma. We waren interactief met de luisteraars bezig en verzonnen spelletjes. Eén ervan was om ter snelst spreuken omgekeerd aframmelen. Hilarisch.

Wat was jouw aandeel in TC Matic, de legendarische groep rond Arno?
Tja. Ik heb het einde van Tjens Couter meegemaakt. Paul Couter wou meer bluesrock. Arno ging voor meer hoekige muziek. Jean-Marie Aerts werd aangetrokken en zo ontstond TC Matic in 1980. Arno vroeg me op een bepaalde nacht in een Brusselse dancing of ik bij hen lichtman wou zijn. Zo trok ik twee jaar op met TC Matic, tot en met hun tweede lp. We toerden in Denemarken en Zweden met een gamel busje. De beginperiode van de groep was hard. Ieder concert startte met lauwe reacties, maar halverwege de set stond de zaal in vuur en in vlam. Ik ben gestopt omdat Arbeid Adelt! succes begon te krijgen. Mijn functie werd overgenomen door Danny Willems, vriend en huisfotograaf van Arno.

Eén van je projecten waren The Yéh Yéhs. Jullie deden toen een try-out in De Kreun.
The Yéh Yéhs hebben inderdaad daar getry-out want daags nadien speelden we op het Seaside festival in De Panne. Wij, dat waren: Hugo Matthysen (gitaar), Bart Peeters (drums), Peter Celis (bas) en ik (zang). The Yéh Yéhs zijn ontstaan op een verjaardagsfeest. Het was in feite eenmalig. Toch hebben we zo’n 40 concerten verzorgd die zomer. We brachten een hele goede single uit: The “7 kings of rock ’n roll”.
Dat concert in De Kreun blijft me bij. Bart Peeters was te geweldig geweest en had de dag nadien een ontsteking aan zijn arm. Hij moest cortisone nemen. Het scheelde niet veel of we konden niet optreden. Dat was Seaside ‘86. Man man man… na ons stonden The Ramones, een mytische groep.
Ik vertel hem dat ik ooit The Ramones rond gevoerd heb in mijn Citroën CX, een voiture die lichtjes omhoog gaat bij het starten. De gitarist riep vol verwondering: “Wow, a French car.” (Marcel lacht uitbundig)

Van ’87 tot ’90 kon je aan de slag bij MTV. Hoe ben je daar binnen geraakt?
Heel toevallig. Op café in Brussel hoorde ik dat ze op zoek waren naar presentators. Ik heb hen een videoband met staaltjes van mijn tv-werk bezorgd. En ik kon naar Londen. Het was een heel leuke periode. Allemaal internationale sterren. Glamoureus.

Erna woonde je vier jaar in Amerika. Waarom denk je dat je het er niet gemaakt hebt?
Ik kon daar werken en verblijven omdat ik destijds getrouwd was met een Amerikaanse. Ik heb het er niet gemaakt omdat ik te Europees was. Ik heb het geprobeerd en veelvuldig gesolliciteerd. Maar, je moet er van boven in geraken. Mijn kennissen waren tekenaars en cartoonisten. Niet de juiste relaties. Ik had ook geen management. Enfin, het is niet gelukt.

Welk tv-programma dat je presenteerde is je favoriet?
Naast MTV, zonder twijfel de reeks Villa Vanthilt. Het was echt live, het programma kon niet stopgezet worden. Het vond plaats zowel binnen in ‘de villa’ als buiten. Er werden verschillende steden aangedaan. Mooie herinneringen.

Wat heb je met Oostende?
Het is een stad aan zee. Zelfs buiten het hoogseizoen is het er nog levendig genoeg. Oostende blijft ook in de winter een stad: winkels, cafés, galerijen, musea… Tijdens het laagseizoen heb je het voordeel gemakkelijker een parkeerplaats te vinden. Ik vertoef en leef graag in een stad.

Welke muziek staat er bovenaan je lijstje, zowel Belgisch, internationaal als specifiek Nederlandstalig?
Voor de vuist weg wat betreft Belgische muziek: TC Matic, Soulwax en Mauro. Ook Stromae heeft heel wat in zijn mars. Van TC Matic blijft “Willie Willie” één van mijn lievelingen. En uiteraard “Viva Boema” (patatten met saucissen) omdat ik voorkom in dat nummer: “Viva Marcel et les mademoiselles”. Het zit zo, ik speelde een soort van vriendinnencoach voor Arno. Hij had een lief zitten, maar was ondertussen backstage iemand anders tegen het lijf gelopen. Dus moest ik het eerste lief bezighouden, terwijl hij in het hotel met een andere bezig was. Haha… Voor alle duidelijkheid, iedereen die wat te maken had met TC Matic wordt vermeld in Viva Boema. De dubbele single met “White Rhythm” blaast me nog altijd van mijn sokken. Het begint met een eenvoudige ritmebox met dan die fantastische keyboards erboven op.
In de categorie internationale muzikanten zet ik Wire bovenaan, samen met Talking Heads. Niet te vergeten de samenwerking tussen opperhoofd David Byrne met Brian Eno, te horen op ‘My life in the bush of ghosts’. De groep Television staat ook bovenaan met hun klassieker ‘Marquee moon’.
Bij het Nederlandstalige werk vind ik Spinvis geweldig. De Jeugd van Tegenwoordig, een Nederlandse rapformatie, weet me enorm te bekoren dankzij hun heerlijke teksten. En de niet te evenaren Drs P. Ik zal er nog een Vlaming aan toevoegen: Flip Kowlier. Hoewel ik niet alles van zijn West-Vlaamse teksten versta, heb ik grote bewondering hoe hij speelt met taal. Alles zit juist. De muziek, de cadans… Luister maar eens naar “Mama nowo homme hon (we kun ier toch niet bluven stoan)”.
Spontaan beginnen Marcel en ik het refrein te zingen.
Heerlijk.

Welk werk van Arbeid Adelt! behoort tot je persoonlijke voorkeur?
Onze allereerste single “Ik sta scherp” en eerste lp ‘Jonge Helden’ (ze moeten sterven), in een sublieme productie van Jean-Marie Aerts (gitarist van TC Matic). De meeste van die nummers staan nog op onze set-list. Op eenvoudig verzoek spelen we zelfs “Roodborstje”. Eigenlijk is dat een kinderliedje, een cover. Het nummer staat op naam van ene Thomas Bayly en werd zelfs gecoverd door Glenn Miller. En gij nu: jouw favorieten?
Marcel, zonder nadenken: De man die alles noteert (met een Parker pen). Nogal wiedes voor een interviewer.

Tijd om over te schakelen naar Arbeid Adelt!
Momenteel doen we veel interviews en we zijn stevig aan het repeteren. De apparatuur is verbeterd. Oude synthesizers als een Korg zijn terug beschikbaar in een betere versie. Retromodellen werden geüpdatet. Je zult merken dat onze nieuwe plaat ‘Slik’ – de titel moest kort en krachtig zijn - meer uniform is qua geluid. Al zeg ik het zelf, er staan straffe nummers op de nieuwe cd. De recensies zijn zeer positief. De opnames van het nieuwe werk zijn heel vlot verlopen. We waren alle drie enthousiast. Live brengen we natuurlijk ook nog ons ouder werk want dat klinkt nog altijd fantastisch. We zijn tevreden dat we terug de baan op gaan en doen dit met heel veel plezier. Nu duik ik het repetitielokaal in. Jan Vanroelen en Luc Van Acker zitten anders met hun vingers te draaien.

Ik denk terug aan mijn grootmoeder. De spreuk Doe stille voort gaat niet op voor een Duracell konijn als Vanthilt. Gelukkig maar.

Arbeid Adelt! _ cd-voorstelling voor West-Vlaanderen
voorprogramma: Ex-RZ (ex Red Zebra)
zaterdag 16 januari – 20 uur
cc Zomerloos Gistel
http://www.ccgistel.be
reserveren: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. of 059 27 98 71
toegangsprijs: € 15

IAMX

IamX – Een herrezen IamX....

Geschreven door

Chris Corner, aka IAMX, was bijna dood. Anderhalf jaar terug was  hij in een diepe depressie gesukkeld. De Engelse muzikant, die het grote publiek vooral kent van de hit « Spit It Out ", kreeg een mokerslag van het vele toeren en de 'rock'n roll' levensstijl. Gelukkig kon hij zich herpakken, verhuisde naar Los Angeles en hervatte zijn muzikale carrière. Vandaag is hij ‘alive & kicking’ in de AB, Brussel om zijn (uitstekend) nieuwe album ‘Metanoia’ voor te stellen. Als fervente fan van IAMX -  sinds het ontstaan tien jaar terug, ben ik erg gelukkig , gezien ik de kans kreeg om de ‘Electro-rock Prins ‘ te interviewen.

Het eerste onderwerp van het interview, is natuurlijk het nieuwe album. Chris Corner zegt dat de plaat waarschijnlijk de meest eerlijke, meest spontane is. "Ik wilde praten over de moeilijke tijd die ik had gekend en over mijn ervaringen. ‘Metanoia’ is dus zeer intiem en close tot wat ik ben. Qua productie ook, wilde ik eenvoud en eerlijkheid. Het is gewoon een man met een computer in een kamer."

De muzikant wilde terug naar ‘de bron’ van zijn kunst, naar de wortels van zijn inspiratie. Maar het was niet gemakkelijk. Tot op het punt dat hij dacht te stoppen met muziek. "In de moeilijkste periode, leefde ik als een kluizenaar. Ik zag mijn vrienden niet. Ik stopte met muziek omdat ik dacht dat mijn kunst mijn vijand was geworden en mij mentaal, emotioneel had verwoest. Een zware last om te dragen. Ik vroeg me af of ik wilde muziek blijven maken. Het duurde enige tijd om de smaak terug te krijgen en te beseffen dat muziek mij niet doet lijden, maar mij doet voeden."

In de herstelfase, was de steun van de fans van fundamenteel belang. "Inderdaad! Ik begon te praten op een blog over wat ik doormaakte en hoe ik evolueerde ; ik kreeg onmiddellijk de onvoorwaardelijke steun van enorm veel fans. Dat gaf me vertrouwen om terug te komen." Mijn ziekte gaf me ook de gelegenheid om naar de muziek van mijn jeugd te luisteren. En de muzikant die hij benoemt als 'idool' en zijn belangrijkste inspiratiebron is David Sylvian, de bekende leider van Japan, die een discrete maar hoogwaardige solo-carrière ontwikkelde. "Mijn oom introduceerde D. Sylvian", zegt Corner. "Hij heeft mij echt geïndoctrineerd, in de goede zin van het woord. Hij luisterde ook naar minimalistische muziek, zoals Philip Glass en Steve Reich. Ik had deze muziek lange tijd niet beluisterd, want ik was gefocust op mijn producties ; op de een of andere manier, was ik bang van de muziek van anderen, ik weet niet waarom. Vorig jaar, voelde ik de behoefte om de band te herstellen met de muziek van mijn jeugd."

Wij kennen « Brilliant Trees », de prachtige elpee van David Sylvian, maar het was vooral « Secrets of the Beehive » die Chris Corner hier opsmijt. Verrassend is dat de jonge muzikant ook van Frankie Goes To Hollywood hield : zijn zus had hem de single "Relax" van in de jaren '80 aangeboden. Corner lacht bij deze herinnering. Frankie had een grote invloed later, als hij de  erg 'hotte' nummers van IAMX componeerde.

Maar het is natuurlijk David Sylvian die hem de push gaf om een ​​professioneel muzikant te worden. "Sylvian was ook de inspiratie om geen commerciële muziek te maken. Hij gaf me veel vertrouwen om uit de popmuziek te blijven. Het was een aanmoediging om iemand als hem te zien, met zijn alternatieve muziek , en succes te hebben. Flood heeft ook een invloed gehad in mijn uitbouw als producer. Hij heeft veel meesterwerken geproduceerd. Ik had de kans al vroeg met hem te werken op het eerste album van Sneaker Pimps. Dit had een grote invloed op mijn eigen muziek. Hij kon enorm veel verschillende dingen doen. Dit zette me aan  producer als solo-artiest te worden, met alle componenten die nodig zijn om een ​​plaat te maken."

Picasso zei: "De slechte kunstenaars kopiëren, maar de goede kunstenaars stelen". Deze zin citeer ik dikwijls in mijn interviews ; muzikanten doen reageren, vindt Corner positief. "We stelen allemaal. In muziek, vooral in mijn genre, werd alles al gedaan. Maar goede muziek is altijd een weerspiegeling van het unieke van het individu. Als je iets kan 'stelen' en het  jouw zelve maken, dan zal het altijd uniek zijn. Het enige wat we hebben is het individu en zijn uniciteit. Dus, voor mij, is het interessant het individu te verkennen. Als je niets te zeggen hebt, zal het in je muziek te horen en te zien zijn. Als je een unieke persoonlijkheid hebt, kan je een zeer eenvoudig rocknummer goed doen klinken, mét een ziel."

Inderdaad, als je naar IAMX luistert, vind je vele referenties: muzikaal is het dicht bij Depeche Mode, Placebo, Ladytron, Interpol en Radiohead ; op het podium, doet Corner denken aan Prince, Bowie of T. Rex maar al die invloeden worden getranscendeerd door de unieke persoonlijkheid van de muzikant, zodat het resultaat 100% origineel is.

Voor de productie van ‘Metanoia’ deed Corner een beroep op crowdfunding via pledgemusic.com. Sinds het begin van zijn carrière, heeft hij een speciale , erg emotionele band met zijn fans. Via de pledge hadden ze de mogelijkheid om verschillende pre-order formules te kiezen, van de gewone cd tot de package met CD, LP (ondertekend), vermelding op de cover, meet-and-greet met de artiest, enz. Je kon zelfs Corner vragen om één van je eigen stukken voor te stellen , te producen  of een video te doen. Een innovatieve aanpak, maar van essentieel belang als je vandaag de dag als muzikant wilt overleven. "We hebben het geluk om een ​​lange band  en steun te hebben van de fans. Transparantie is altijd de beste aanpak. We zeiden : ik kan dit album niet maken als je me geen geld geeft. Het is onmogelijk geworden om muziek zonder steun te maken. Dat is de waarheid. En fans weten dat we dit niet voor het geld doen. We zijn niet verslaafd aan roem, het interesseert ons niet om rijk en beroemd te worden! Bovendien is de relatie met de fans zo uniek. Het is een zeer heldere, diepe communicatie. Het is moeilijk om dat soort relatie in het normale leven te hebben. Dus ben ik bevoorrecht in deze positie ."

Nu dat hij in België terug is, bevestigt Chris Corner dat hij een speciale band met ons land heeft. Dit is één van de eerste landen waar IAMX in het begin succes had. "Ja, ik sta bij jullie in de krijt ! En het is zo leuk om hier terug te komen. In feite was mijn ziekte op een zekere manier goed. Het liet me toe om te zien wat voor mij belangrijk is en muziek maken is duidelijk mijn passie. En België heeft me veel geholpen in mijn carrière, daar ben ik dankbaar voor. "

Ik vroeg Chris Corner waarom hij aan het eind van de show de fans niet meer op het podium uitnodigt, zoals in het begin van zijn carrière. Als ik in de stemming ben om dit vanavond te doen in de AB, dan nodig ik de fans mee te feesten op het podium! "Chiche" zegt hij.
Uren later, na een memorabel concert, werd ik uitgenodigd om op het podium te gaan tijdens « Your Joy Is My Low", gevolgd door een tiental andere fans. Een onvergetelijke herinnering...

Foto's van het concert zie je hier:
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/iamx-07-11-2015/

Om "Metanoia" aan te kopen: http://www.pledgemusic.com/projects/iamxmusic

vertaling : Philippe Blackmarquis – Johan Meurisse

Axelle Red

Axelle Red - populaire zangeres met het hart op de juiste plaats

Geschreven door

Bestaat toeval of niet? Voor ik naar het werk vertrok, werd op Radio 2 volgende schlager uit de jaren 70 gespeeld:
Meisjes met rooie haren, die kunnen kussen, dat is niet mis.
Meisjes met rooie haren, kunnen je zeggen, wat liefde is.
Ja ja ja… ‘


De Limburgse juriste Axelle Red staat met meer dan 5 miljoen cd’s en singles in de Top 25 van bestverkopende Belgische muziekartiesten. Ze draagt het hart op de juiste plaats want vanaf 1997 is ze vrijwillig ambassadrice van Unicef. Als moeder van drie dochters slaagt ze erin dit te combineren met haar succesvolle zangcarrière.

Na Bob Dylan en Arno ontving ze in Frankrijk de belangrijke culturele onderscheiding Chevalier dans l'Ordre des Arts et des Lettres.

Ik mocht de wereldster om 9.30 uur ’s ochtends interviewen en kreeg daarvoor het gsm-nummer van haar manager. Na een halve liter sterke koffie ben ik nog zenuwachtiger. Ik besluit het erop te wagen, vergeet mezelf voor te stellen en te vragen of ze nog in kamerjas rondloopt. Het ijs breken met small talk helpt altijd:

Heb je last van ochtendhumeur?
Helemaal niet. Ik ben een ochtendmens. Ik ben verplicht vroeg op te staan want naast mijn job heb ik ook een gezin. Je treft het met mijn humeur.

Mick Ronson, gitarist en rechterhand van David Bowie, kwam je in 1985 opzoeken in Hasselt.
Inderdaad, een man met een geweldige staat van dienst. Hij wou met mij in zee op basis van een democassette en mijn stemgeluid. Zijn platenlabel zag een samenwerking echter niet zitten. Een ingewikkelde historie. Ik heb geen contact meer met hem gehad want kort daarna werd hij ongeneeslijk ziek.

Je werkte samen met een indrukwekkende lijst van muzikale grootheden. Om er enkele te noemen: Isaac Hayes (Shaft), Steve Cropper, Stephan Eicher, Albert Hammond, Charles Aznavour… Heb je met sommigen nog contact?
Het zijn allemaal indrukwekkende artiesten en ongelofelijke muzikanten. Ik hou er mooie herinneringen aan over. In 1998 zong ik bijvoorbeeld een duet met Youssou N’Dour voor enkele miljoenen tv-kijkers bij de opening van het wereldkampioenschap voetbal. Het contact is vooral op professionele basis. Met Stu Kimball, de gitarist van Bob Dylan, is er een vriendschappelijke band blijven bestaan. Ook met Willy Weeks, bassist bij Eric Clapton.


Vertel wat meer over die muzikale grootheden.
Met sommigen heb ik getoerd. Het is me te doen om de muzikale klik. Niet voor de vedette, want het zijn soms grote ego’s. Met bepaalde heb ik contact. Voor alle duidelijkheid, ik zie ze niet wekelijks. Steve Cropper, gitarist bij Booker T & MG’s, heb ik graag. Dit zijn talentvolle mensen. Er is een duidelijke wisselwerking bij de studio-opnames. Ik ben altijd onder de indruk van hun muzikaliteit. Maar het zijn mensen, gewone stervelingen met goede en minder goede karaktertrekken.

Je meest succesvolle duet zong je met Renaud.
Dat klopt. Dat was het geëngageerde Manhattan-Kaboul. Uitgebracht in 2002 in de naweeën van de 11 september aanslagen en de oorlog in Afghanistan. Renaud is een half-god bij onze zuiderburen. Het lied werd een dikke hit. Alleen al in Frankrijk gingen er meer dan een half miljoen singles over de toonbank. Het nummer werd gecoverd door Joan Baez.


Op welke Franse muziek ben je zelf gek?
Om er enkele te noemen: Michel Berger - de overleden echtgenoot van France Gall -, Charles Aznavour, niet te vergeten Joe Dassin, uiteraard Jacques Brel - wat een teksten! - en Serge Gainsbourg die muzikaal heel breed gaat.
Tekstueel heb ik een zwak voor de Franse taal. Muzikaal word ik eerder beïnvloed door Amerikaanse muziek.


Hoe verklaar je jouw keuze voor de Franse taal?
Dat is eerder toevallig. Ik heb de taal in mijn jeugd geleerd. Bij ons thuis werd er geregeld Frans gesproken. Mijn eerste cd Sans plus attendre was Franstalig en erg succesvol. Het album was een schot in de roos en haalde zowel in België als in Frankrijk platina. Vandaar dat ik de ingeslagen weg verder bewandelde. Ik hoop iets nieuws aan het Franse chanson bij te dragen. Bijvoorbeeld door de mix van francofone teksten met een Amerikaans geluid.

The States! Je hebt een boontje voor soulmuzikanten. Wist je dat Marvin Gaye in Moere gewoond heeft?
Nee, helemaal niet. Ik ben ervan op de hoogte dat hij in Oostende verbleef. Ik moet zeker eens die villa op de Moerdijk bezoeken.

Tijdens je nieuwe tour speelt Wigbert akoestische gitaar. Hoe kom je bij hem terecht? Een kleurenwissel van ebbenhout naar rode lokken?
(Lacht uitbundig). Ik ken Wigbert al lang. Kort na het verschijnen van zijn hitje Ebbenhout blues heeft hij twee nummers voor mijn debuutalbum geschreven. We hebben contact gehouden. Hij is een uitzonderlijk goede akoestische gitarist die soul en americana kan vermengen. Hij is bovendien uitstekend in arrangementen. Eigenlijk had ik aanvankelijk Bill Withers (Ain’t no sunshine) in gedachten.

Je staat bekend om je engagement ondermeer in Azië. Ken je de Tuol Sleng gevangenis in Cambodja? Bij de overledenen hangt een foto van iemand die op Joe Dassin lijkt.
Ik kwam al op voor Vietnam en Cambodja toen de grenzen nog gesloten waren. Ik heb mijn hart verloren in Azië en Afrika. Iets meer in Azië omwille van het culturele aspect. Ik heb dat gruwelijke schooltje in Phnom Penh bezocht. Dat blijft in je kleren hangen. Ik wist niet dat die langharige Australiër per ongeluk met zijn boot aanmeerde in Cambodja en dacht in Thailand te zijn. Daardoor tekende hij zijn doodsvonnis. Wat een akelige toevalligheid: hij werkte in mijn branche, meer bepaald als roadie voor een Australische band.

Je cd ‘Sisters & empathy’ heeft geëngageerde teksten.
Dit was bovendien mijn eerste Engelstalig album. De teksten gaan zowel over empathie als sadisme. Dat is een deel van de mensheid, een nadeel van de intelligentie die de verkeerde kant opgaat. Ik ben er lang ongelukkig door geweest. Ik probeer me te fixeren op het goede van de mens. Eén procent bestaat uit psychopaten, zes procent uit helden.

Je vader, advocaat Roland Demal, was jarenlang schepen van sport in Hasselt voor de VLD. Heb je dezelfde overtuiging?
Ik ben een sociaal-democratische liberaal die neigt naar de partij D66 in Nederland. Ik ben heel sociaal voelend maar sta erop onafhankelijk en vrij te zijn. Ik vind bijvoorbeeld president Obama een fantastische figuur.

Ik heb me laten wijsmaken dat je West-Vlaamse roots hebt.
Inderdaad, mijn moeder is afkomstig uit Ieper. De kattenstoet is mij welbekend. Zonder twijfel, de grootste en beste patatten komen uit West-Vlaanderen.

Ik zag je ooit op een benefiet voor Amnesty International een cover brengen van Que pasa.
(duidelijk welgezind). Was je erbij? Ik ben een grote fan van TC Matic en Arno. Evenzeer van The Clash. Ik hou van veel muziekstijlen. Ik val voor goede teksten, vooral in het Frans. Teksten die iets te vertellen hebben en waar er met woorden gespeeld wordt.


Even overschakelen naar het niveau van de rioolpers. Ben je effectief roodharig?
Mijn haar is geverfd. Op de cd ‘Sisters & empathy’ zie je mijn natuurlijke kleur. Ik ben al langer roodharig dan anders. Mijn dochters kennen mij zo. En het rood past bij mij.


Ik wou nog wat meer vragen stellen over Parijs, haar onderscheidingen, de keuze van de muzikanten… Maar dan zegt ze plots dat ze weg moet. Na meer dan een half uur komt er een abrupt einde aan het gesprek. In ieder geval kijkt ze uit naar het concert in Gistel. Ik bedank haar uitvoerig en val hierbij enkele malen over mijn woorden.

Toen ik de telefoon neerlegde, spookte die schlager terug door mijn hoofd:
‘Meisjes met rode haren, kunnen je zeggen, als je ze kent,
of je de grote liefde, de grote liefde voor altijd bent.

Dirk Ghys

Axelle Red – Acoustic
zaterdag 17 oktober – 20 uur
cc Zomerloos Gistel
toegang € 31 http://www.gistel.be

Pagina 44 van 46