Vorst Nationaal liep vrijdagavond aardig vol voor de komst van de Franse chansonnier/rockster Jacques Dutronc, die sinds het begin van dit jaar met zijn best-of tour door Frankrijk en België trekt. Mogelijk is dit ook zijn laatste ooit, want Dutronc is geen écht podiumbeest: zijn laatste optreden dateert van 1993 en toen was het reeds twintig jaar geleden dat hij nog live aan het werk te zien was. Dutronc, 66 jaar ondertussen, trekt zich liever terug op het eiland Corsica waar hij klusjes opknapt voor zijn eega Françoise Hardy (Tous les garçons et les filles…) en geniet van het paradijselijke dolce far niente met zijn Corsicaanse vrienden.
Geen doorgedreven muzikaal parcours dus, maar Dutronc profileert zich sinds begin jaren ’70 wel als acteur. Hij heeft reeds 39 films op zijn palmares en werd daarvoor ook bekroond met een César. Zelf minimaliseert Dutronc zijn succes, op zijn gekende nonchalante manier: zanger worden was geen grote ambitie en acteur worden al evenmin. Zijn volledige carrière zou hij te danken hebben aan toevalligheden en veel chance. We wisten dus niet goed wat te verwachten van zijn deze avond…
Een spot vestigt de aandacht op Jacques Dutronc zittend in een leren zetel, volledig in het zwart uitgedost, inclusief leren vest en zonnebril (never change a winning team…). Na een kort intermezzo waarin hij met plezier zijn terugkomst naar België benadrukt, zet hij de tonen in van het aanstekelijke Et moi, et moi et moi, titelsong van zijn eerste plaat uit 1966. Het eerste wat opvalt: de stem van Dutronc klinkt nog net zo krachtig en standvastig als 40 jaar geleden! De whisky’s en sigaren (Dutronc staat bijna altijd afgebeeld met sigaar in de mond) hebben duidelijk geen schade toegebracht. De eerste nummers, o.a. On nous cache tout, on nous dit rien en La fille du père noël zijn simpelweg ouderwetse rocknummers met zware baslijn, obligate gitaarsolo’s en achtergrondzangeressen. Naïef en gedateerd misschien in deze postmoderne tijden, maar niemand blijft onberoerd bij zoveel ritme en melodie en de zaal danst gewillig mee. Niet vergeten dat deze Franse rockabilly-muziek erg populair was in de jaren ‘60 (zie ook Johnny Halliday en Eddy Mitchell) en het net deze muziek was waarmee Dutronc zijn eerste muzikale stappen zette (zijn eerste EP bracht hij uit met een groep genaamd El Toro et Les Cyclones, vrij gebaseerd op The Shadows…).
Dutronc schuwt in zijn muziek humor en zelfspot niet, zoals in L’Opportuniste en de schlager Gentleman cambrioleur en L'hymne à l'amour (moi l'nœud). Aan het laatste nummer schreef ook Serge Gainsbourg mee. De Franse zanger en producer Etienne Daho was voor de gelegenheid afgezakt naar Vorst om het duet Tous les goûts sont dans ma nature luister bij zetten, een nummer dat in 1995 werd opgenomen voor de cd Brèves Rencontres waaraan ook Dutronc’s zoon Thomas meewerkte (deze is zelf ook een succesvol artiest, zijn laatste album verkocht 400.000 exemplaren).
Het eerste hoogtepunt van de avond was ongetwijfeld de ballad J’aime les filles, uit luide borst meegezongen door het publiek. Een aantal koppels waagt zich zelfs aan een slow voor het podium, zodat we het gevoel krijgen deel te hebben aan een t dansant. Het nummer wordt onderbroken door een in een rood avondkleed gehulde vrouwelijke dwerg die, provocatief zoals Dutronc is, een aantal flauwe Belgenmoppen komt vertellen (dit tegen de zin van het publiek die de moppen blijkbaar maar matig kan appreciëren…). Zijn liefde voor l’île de beauté bewijst Dutronc wanneer de vrouw hem een Corsicaanse vlag aanreikt én een Belgisch bier, waarop Dutronc repliceert dat hij toch een voorkeur heeft voor het Corsicaanse bier (waarop het publiek alom weer begint te rommelen).
Maar Dutronc zou Dutronc niet zijn als hij hierop niet al zijn charmes in de strijd gooit: hij breidt voort op J’aime les filles en past het refrein aan in J’aime les filles de Bruxelles; hij gaat op dit élan door met Les Playboys. Dutronc toont zich ook een ware crooner met het nummer Le petit Jardin, en kan gemakkelijk naast Tony Bennett staan (het idee is ooit gegroeid, maar nooit uitgevoerd, om met Tony Bennett een cd op te nemen). Twee gitaren en een fluit begeleiden Dutronc bij Paris s’éveille, waarschijnlijk zijn meest gekende nummer en tweede hoogtepunt van de avond. Nooit is de ochtendlijke bedrijvigheid in een stad zo mooi beschreven en bezongen als in Parijs….
Dutronc sluit af met een bombastisch Merde in France (Capaboum), waarin ook een tapdanser figureert. Hij komt nog eens terug en brengt, om één of andere reden andermaal, Et moi, et moi, et moi, aanvankelijk solo op gitaar, vervolgens komt de ganse band het nog eens overdoen, wat het naar het einde toe net iets te langdradig maakt.
Jacques Dutronc deed dus wat er van hem verwacht werd: hij bracht, als tegendraadse maar toch charmante gastheer, met overtuiging zijn grootste hits (quasi alle uit zijn beginjaren), met een professionele, perfect op elkaar ingespeelde band. Jammer dat er sommige klassiekers ontbraken (o.a. Mini, mini, mini) en Dutronc geen meer intimistisch moment inlaste met zijn gitaar (hij is zelf ook een begenadigd muzikant).
Ps: voor de afwezigen … Jacques Dutronc kan je nog eens aan het werk zien in Vorst Nationaal op 21 mei 2010.
Setlist
Et moi et moi et moi, Onnous cache tout, onnous dit rien, Commentellesdorment, Qui se soucie de nous, La Fille du Père Noël, L'Opportuniste, Gentleman cambrioleur, L'Hymne a l'amour (moil'noeud), Le plus difficile, Sur unenappe de restaurant, Tous les goûtssont dans ma nature, J'aime les filles, Les Playboys, Fais pas ci, fais pas ça, Madame l'Existence, Les cactus, Le Petit Jardin, Il est cinqheures, Paris s'éveille, La Compapade, Merde in France
BIS: Et moi et moi et mo
Organisatie: C-Live, Lux