Het concert van het uiterst sympathieke neofolky ensemble Mumford & Sons was in een mum van tijd uitverkocht in de AB. Tja, de ongelukkigen zaten wat op z’n honger en zaten te zoeken waar het kwartet nog zou optreden. En dan, een geschenk uit de hemel. Tijdens hun Europese tour hielden ze halt voor een paar concerten in Frankrijk en deden ze het even leuke zaaltje Grand Mix in Noord-Frankrijk aan.
Resultaat: drie vierden van de zaal werd overspoeld door Vlamingen die toch nog één van hun favoriete bands aan het werk kon zien en de afstand naar Brussel niet moest trotseren. Dit aspect hadden band als organisatie ook gezien, want de band besefte maar al te goed dat ze in Frankrijk nog hun sporen moest verdienen, maar dat de Belgen duidelijk vielen voor die country/americana, folkpop en bluegrass. Hun drie singles “Little lion man”, “Winter winds” en “The cave” zijn niet weg te branden uit de hitparade.
Even waande ik me op één van de kasseistroken van Paris – Roubaix door de massastroom aan Vlamingen. Dat het concert uitverkocht was, was alvast mooi meegenomen voor de organisatie, die op die manier (nogmaals) aantoont dat er in Noord-Frankrijk (muzikaal) veel te beleven valt …
Mumford & Sons … Het kwartet haalt de mosterd bij de songwriting van The Byrds, Fairport Convention, Leonard Cohen en Crosby, Stills, Nash, laat de retro van Kings Of Leon en de country/americanarock van Green On Red, Arcade Fire en Seasick Steve indringen. De band wordt gedragen door Marcus Mumford, de singer/gitarist/drummer. Hij wordt bijgestaan door Winston Marshall, banjo/dobro/zang, Ben Lovett, vocals/keys, en Ted Dwane, vocals/bassist.
Eén plaat hebben ze nog maar uit, maar ze staan er overduidelijk op een podium en zullen de komende festivalzomer vele zieltjes winnen. Ze hebben een forse stap voorwaarts gezet om een grootse band te worden, én ze genieten van het succesverhaal van vandaag … Anderhalf uur speelden ze een overtuigende set van aanstekelijke, speelse songs die een boeiende, broeierige opbouw hebben en voldoende afwisseling boden in de songstructuur. Ze praatten er zich wat uit in een soort brabbelFrans (op Marshall na!).
Het eerste half uur stonden ze netjes op een rij met akoestische gitaren, synths, contrabas, banjo, dobrogitaar en een bassdrum. Het was mooi om hen op die manier te zien, bepaald door de vocale stemmenpracht van de vier, die werd geleid door de indringende, gepassioneerde, overtuigende stem van Mumford. Tja, Local Natives, Megafaun, Grizzly Bear konden er wel een puntje aan zuigen.
De langzame start, de opbouw en de explosies van de songs intrigeerden. Elegant klonken de eerste songs “Sigh no more”, “Awake my soul”, “Roll away your stone” en “White blank page” met dit instrumentarium, die door het (krachtige) gitaargetokkel, de footsteps, de bassdrum en Mumfords vocals zeggingskracht hadden. Ze palmden moeiteloos de Vlamingen als de Noord-Fransen in en we smolten als sneeuw in de zon. “Untitled” legde de klemtoon op de vocale capaciteit van de vier en met “Little lion man”, middenin de set, bereikten ze een hoogtepunt. Termen als emotionele diepgang, schoonheid en kracht zijn hier op hun plaats. De folky stijl ging richting poprock op het nieuwe “Lover polite” en “Thistle en weeds”. Mumford toonde aan van vele markten thuis te zijn, want hier speelde hij drums én nam hij de leadvocals op zich …En dan gingen ze terug ‘back to basics’. Johnny Flynn vervoegde op “Winter winds” de band op trompet. Het speels ontspannende lentegevoel hielden ze aan met de huidige single “The cave, die middenin explodeerde, en een snedig, krachtige “Dustbowl dance”, waarbij ze totaal loos gingen op hun instrumenten. Een verbluffende finalereeks, die toonde wat de band in z’n mars had en hoe sterk ze er wel staan als band. Broeierig, bezwerend, zwierig en leuk … Het enthousiasme droop er van af.
En voor de laatste maal knoopten we de rockende folktoon goed in de oren met “I gave you all” en het afsluitende “Whispers”.
De speelse, frisse dynamiek, het gevarieerde geluid en de charisma van de band zijn troeven die Mumford & Sons een ontdekking meer dan waard zijn.
De support Johnny Flynn en z’n band waren de ideale geleider op Mumford & Sons. Ze leunden aan hun muzikale stijl, wisselden sfeervoller met krachtiger voer af, lieten dobro en viool doorklinken en gaven het gevoel weer dat de boeren hebben na het binnenhalen van de oogst: feestje bouwen of even mijmeren aan een kampvuur met een …
Neem gerust een kijkje naar de pics
Organisatie: Grand Mix, Tourcoing