logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Deadletter-2026...

James Blunt

Publiekslover James Blunt

Geschreven door

De Britse singer/songwriter James Blunt, de dertig al voorbij, heeft twee wereldplaten uit ‘Back to Bedlam’ en ‘All the lost souls’. Ruim een uur en drie kwartier lang speelde hij knuffelmateriaal, fijne poprock en een paar stevige uitlopers. Hij onderscheidde zich als een groots performer en entertainer; die de band tussen het publiek en hemzelf in het grootse Vorst Nationaal zo klein mogelijk maakte; hij trakteerde op een knus, zorgeloos avondje, en heel efficiënt deed hij op een groot scherm het publiek stilstaan bij de miserie in de wereld, oorlogsvoeringen en het hangijzer van de opwarming van de aarde, ingeleid door Bowies “Life from Mars”.
We hoorden rustig, innemend materiaal tot gedreven poprock, met in de spotlights twee hoofdrolspelers nl. Blunt en z’n toetsenist, die door een goed geoliede band een evenwichtige set speelden. Centraal stonden akoestische gitaar, piano, toetsen en Blunts emotievolle warme stem. “Give me some love” opende intiem op gitaar en piano, maar toen het doek naar beneden viel, werd door z’n band meteen het tempo opgevoerd.“I really want you”, “Carry you home”en “Annie” hadden een sfeervol broeierige aanpak.
Blunt gaf aan dat sommige songs geschikt waren voor trouwfeesten, verlieservaringen en scheidingen: “I’ll take everything” en “Goobye my lover”, klonken intiem en pakkend. De respons was bijzonder groot bij het handjeszwaaiende publiek, die luidkeels de refreinen meezong, wat Blunt duidelijk ontroerde. Er was een minutenlang applaus voor deze grootse pophits. Iets later deed hij het nog eens over op de pianoballad “You’re beautiful”, kracht bijgezet door z’n band. En z’n band trok zich gang en speelde gedreven op een groovy “Billy” en de poprockers “Shine on” (eerst mooi ingeleid op piano!), “Out of my mind” en “Wiseman”, die niet vies waren van een stevige soli en een felle jam. Blunt zweepte het publiek op en creëerde een intens Night Of The Proms sfeertje. Een harde gongslag na het uitgesponnen “So long Jimmy” beëindigde de show.
Een dolenthousiast publiek droeg Blunt op handen. De bis vatte hij aan met de trage ballads “One of the brightest stars” en “Some mistake”. Naar een climax ging het met de huidige single “1973”.

Deze singer/songwriter slaagde erin de ‘70’s Elton John, Leo Sayer en Gilbert O’Sullivan te verbleken. Ook al is het Nederlands niet aan hem besteed, hij was de ‘publiekslover’, die z’n fans een fantastisch avondje bezorgde.

De Britse support The Hoosiers opende de avond; hun melodieus, toegankelijke vrolijke stadionrock werd smaakvol ontvangen; nummers als “Cops & Robbers” en de single “Goodbye Mr A” vielen te noteren. Ze speelden een kleine 45 minuten een aanstekelijk concert. Hun eerste optreden te België ging niet onopgemerkt voorbij…

Organisatie: Live Nation

American Music Club

AMC: Eitzel & co blijven goed bewaard geheim

Geschreven door

Wie afgelopen zondag de 4AD buiten wandelde zonder enig gevoel van sympathie of medelijden had die avond duidelijk iets gemist. Na een troosteloze rit van honderden kilometers langsheen Duitse en Belgische wegen in een veel te kleine bestelwagen landden frontman Mark Eitzel en diens American Music Club uiteindelijk toch in Diksmuide … om even later te verschijnen voor slechts een handvol trouwe fans. Medelijden ook met de 4AD organisatie die in hun jubileumjaar alweer een cultgroep van formaat wist te strikken, maar met lede ogen moest toezien hoe AMC een maand eerder de AB Club moeiteloos deed vollopen doch in eigen huis slechts op een zeer matige publieksopkomst kon rekenen. Bovendien wordt de jongste AMC worp ‘The Golden Age’ op eerder gemengde gevoelens onthaald bij pers en publiek, zodat het ook voor de selecte aanwezigen afwachten was of en hoe Eitzel & co op het einde van een slopende Europese tour toch een memorabel optreden konden afleveren.

Na Eitzel’s cynische ‘a day in the life’ schets van een rockster op een miezerige zondag werd het innemende “All My Love” ingezet, één van de vele ogenschijnlijk rustig voortkabbelende nummers op ‘The Golden Age’. De zichtbaar vermoeide Eitzel bleek wonderwel uitstekend bij stem, een indruk die al snel werd bevestigd tijdens het onstuimige “Home” uit de come-back CD ‘Love Songs for Patriots’ (‘04). Voor het eerst in de set trad ook gitarist Vudi op de voorgrond, samen met Eitzel het nog enige resterende lid uit de originele AMC line-up. Zijn typerende feedback erupties staan altijd in teken van de song, en monden zelden of nooit uit in oeverloze noise experimenten. De nieuwe ritme tandem Sean Hoffman en Steve Didelo oogde aanvankelijk heel geconcentreerd, maar leek uiteindelijk moeiteloos haar weg te vinden in AMC’s unieke doorleefde mix van rock, folk, country en blues.
Eitzel, zoals steeds met karakteristieke hoed en getooid in versleten bruin maatpak, ontpopte zich gaandeweg als de getormenteerde vertolker van levensverhalen tussen hoop en wanhoop. Door de laidback songs uit ‘The Golden Age’ zoals het opmerkelijke “All the Lost Souls Welcome You to San Francisco” af te wisselen met ouder werk behoedde de groep zich voor een saai en ééntonig optreden. In het nieuwe “Windows on the World” verwijst Eitzel op cynische wijze naar één van zijn voormalige stamkroegen op het dak van de WTC torens, tijdens “Blue and Grey Shirt” uit het meesterlijke ‘California’ (‘88) herinnerde hij zichzelf aan het afscheid van een dierbare AIDS vriend en het up-tempo “Red Light District anthem” ‘Hello Amsterdam’ (‘94) hoefde al helemaal geen introductie. AMC mag dan wel een typische albumgroep zijn, met de single “Johnny Mathis' Feet” uit het gitzwarte ‘Mercury’ (‘93) kregen Eitzel & co begin jaren ’90 eventjes de zo verdiende airplay. Een doorleefde versie van deze AMC classic beëindigde het eerste deel van de set.

Ondanks de vermoeidheid bleken Eitzel en Vudi nog niet aan het einde van hun latijn, en werden tot tweemaal toe door het nog zeer wakkere publiek het podium opgetrommeld. Een bloedmooie akoestische versie van “Jesus’ Feet” afkomstig van het klassieke ‘Everclear’ album (’91) vormde hierbij het laatste hoogtepunt van een set die ietwat tragisch werd ingeleid doch na goed anderhalf uur toch triomfantelijk werd afgesloten. Ook na hun doortocht in Diksmuide blijft AMC één van de best bewaarde muzikale geheimen van de jongste 20 jaar. Zolang de 4AD deze geheimen in een uniek clubcircuit kader blijft ontsluieren hoort U ons niet klagen!

De bio van opwarmer Lisa Papineau mag dan indrukwekkend ogen (oprichter van de cult bands Pet en Big Sir, een stekje op de soundtrack van ‘The Crow: City of Angels’ en guest vocals op twee Air albums), op het podium gedraagt deze naar Parijs uitgeweken Amerikaanse zich wat onwennig. Vergezeld van een drummer en een gitarist bracht ze minimale emopop met avontuurlijke uitstapjes naar de triphop, en op één nummer kon Mark Eitzel alvast zijn gekwelde stem smeren in combinatie met Papineau’s ijzige voordracht. Deze eigenzinnige band willen we zeker nog wel eens terug zien, waarom bijvoorbeeld niet in de Pukkelpop Chateau?

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Band of Horses

Band Of Horses klaar voor het grote publiek op Rock Werchter

Geschreven door

 

Afgelopen zaterdag stond de Amerikaanse indie band Band Of Horses op de planken van de Brusselse Botanique. Naast Band Of Horses zorgden Ramsey Tyler en The Cave Singers voor een avondvullend programma vol opwindende hedendaagse rockmuziek. Vooral de opbouw van de avond was uitermate sterk.


Het begon allemaal erg rustig met een akoestisch setje van Band Of Horses’ nieuwste gitarist Ramsey Tyler. Niet iedereen zal geweten hebben dat deze man tegenwoordig deel uitmaakt van de Band Of Horses line-up want de publiekelijke aanwezigheid was op dit vroege uur niet erg hoog. Jammer, want de man bracht enkele akoestische pareltjes in onvervalste singer-songwriterstijl, plukkend uit het album ‘A Long Dream About Swimming Across The Sea’, dat begin vorig jaar verscheen. Deze mensvriendelijke grizzlybeer vertederde de aandachtige luisteraars met zijn warme stem en aardig in elkaar geknutselde luisterliedjes. Zijn akoestisch gitaarspel werd gekenmerkt door een verbluffend technisch vingergetokkel….mooi om te zien. Zijn blijven hangen: opener “A Long Dream”, het weemoedige “Ships” en het breekbare “Worried”.

Vrijwel aaneensluitend stonden The Cave Singers op het podium. Een folkband uit Seattle die in 2007 het schitterende ‘Invitation Songs’ op de markt gooide. De leden van The Cave Singers hebben hun roots in de punkmuziek maar daar is tegenwoordig in hun sound nog weinig van te merken. The Cave Singers brachten een dik half uur bijzonder leuke en vrij vernieuwend klinkende folkrock. De wat zeurende, unieke stem van Pete Quirk en het bijzonder originele akoestische instrumentarium zorgden voor een zeer intrigerende set. We kregen een soort scouts-gevoel bij de tonen van het aanstekelijke “Seeds Of Night”. Andere composities waren heuse voetstampers. Een puike te korte eerste kennismaking met een trio met heel wat doorgroeimogelijkheden.

Na een korte pauze was het de beurt aan Band Of Horses. Opperhoofd Ben Bridwell had de ganse avond zijn voorprogramma’s bekeken vanuit de coulissen. Hij kwam dan ook als een bijzonder tevreden man op het podium. Bridwell is de enige ‘survivor’ van de originele bandbezetting. De man trok van Seattle terug naar South Carolina waar hij zijn nieuwe bandleden rekruteerde. Het nieuwe Band Of Horses is een zeskoppige band waar ook Ramsey Tyler deel van uit maakt. Naast Bridwell en Tyler is toetsenist Ryan Monroe een sterke aanwinst. Voor aanvang vertelde Bridwell mij dat hij erg vermoeid was van deze korte Europese tournee. De man met de lange baard en de vreselijke tatoeages bleek een bijzonder sympathieke gast te zijn. Doch vanaf de eerste tonen van de verrassende opener “Monster” tot de laatste song “Cigarettes Wedding Bands” zagen we een ijzersterke band aan het werk. Band Of Horses is emotie en gedrevenheid, fijne composities en natuurlijk die stem! De stem van zanger Ben Bridwell klinkt live al even indrukwekkend. Vaak vergeleken met de voice van My Morning Jacket, heeft Bridwell tegenwoordig iets meer ruimte om zich te concentreren op het zingen.
De verfijnde gitaarstukken worden genadeloos overgenomen door vierde gitarist Ramsey Tyler. De vier gitaristen zorgden voor een immense gitaarmuur waardoor de songs live toch iets steviger klonken.
Tijdens de eerste twee songs zat Bridwell op een krukje, zijn slide gitaar bedienend alsof hij David Gilmour was. Zo kwam na het opbouwende “Monsters”, het al even imposante “The First Song”. Daarna zorgde de minimalistische eerste single uit het nieuwe album “Is There A Ghost” voor een aha gevoel in de uitverkochte Orangerie. Af en toe werd het ietsje slordig op het podium (de mannen haalden de setlist door elkaar, het duurde soms wat voor alle gitaren gestemd geraakten,…) doch de speelse hippie gedrevenheid waarmee Band Of Horses hun set met een grote vaart afwerkten deed het publiek inzien dat dit een superband in wording is, de publieke respons was dan ook navenant.
De meeste songs kwamen uit beide studioalbums: ‘Everything All The Time’ (2006) & ‘Cease To Begin’ (2007), aangevuld met een nieuwe song en enkele opmerkelijke covers. De gigantische gitaarmuur werd voor het eerst volledig opgetrokken voor “The Great Salt Lake”. Wat verder stond “Older” op de setlist, nu al een Band Of Horses klassieker in wording. Deze song werd gezongen door toetsenist Monroe. Hier deed de band me denken aan het betere countrypop werk van Poco of de Eagles. Supersong! Daarnaast ook enkele leuke covers zoals “13 Days” van J.J.Cale in een uitvoering die de originele song overtrof. “The Funeral”, “Weed Party” & “The General Specific” zorgden voor een dynamische spetterende finale.
In de bisronde passeerde nog “Mary Song”. Tijdens dit intiem liefdesliedje viel de grote klasse op van het tweestemmen spel tussen Bridwell & Monroe. Hier moet de band in de toekomst ongetwijfeld meer mee doen. Als afscheid kregen we nog de besmettelijke Them Twins cover “Am I A Good Man”.

Bridwell en zijn Band Of Horses zorgden voor bijzonder overtuigend feestje in een uitverkochte Botanique. Alleen tevreden gezichten keerden huiswaarts. Deze band is duidelijk klaar voor het grote publiek deze zomer op Rock Werchter. Ga ze zien, U zal er geen spijt van hebben.

BAND OF HORSES LIVE FOOTAGE:
Video 1: Ramsey Tyler / The Cave Singers / Band Of Horses
http://www.123video.nl/playvideos.asp?MovieID=252363

Video 2:Band Of Horses http://www.123video.nl/playvideos.asp?MovieID=252393
Photoslideshow:
http://www.slide.com/r/uTr8K6ZM5j9wJHVglD2DTSLWX5AXy2sU?previous_view=lt_embedded_url


Organisatie: Botanique, Brussel

 

Hot Chip

Hot Chip: vous êtes ready for the floor?

Geschreven door

Ieder jaar wordt er wel een dance group gehypet als de sensatie van het moment. Voor 2008 is Hot Chip, één van de namen die gepushet worden, vooral omdat hippe DJs zoals Tiga, Erol Alkan, Soulwax en James Murphy van LCD soundsystem de naam van deze jongens al eens laten vallen (een remix van “Ready for the floor” staat zelfs op de laatste Radio Soulwax pt 2 mix cd).
De derde van Hot Chip, ‘Made in the dark’, weet echter niet over de hele lijn te overtuigen, vooral omdat er te veel ideeën in verwerkt zitten, die allemaal tegen mekaar botsen en de dance groove gebroken wordt door een aantal downtempo nummers.

Het was dan ook bang afwachten wat Hot Chip live zou brengen. Vijf overjaarse fysica studenten betraden het podium, met op de achtergrond een lichtblauwe maan, en ze lieten er geen twijfel over bestaan dat ze een feestje zouden bouwen. Waar op de nieuwe plaat de ideeën tegen elkaar opbotsen en vijfentwintig kanten uitgaan, hield live een strakke groove de boel samen.
Het zat al meteen goed met een prijsbeest van de vorige plaat, “Boy from school”, en het nieuwe “Hold on”, met de slogan “I’m only going to heaven if it tastes like hell”. We waanden ons terug in de jaren negentig, door de acid house bleeps van de Roland 303 die Hot Chip kwistig op dit laatste nummer rondstrooide. Andere opmerkelijke nummers waren het aan de Talking Heads schatplichtige “One pure thought”, en “Over and over”, de single van de vorige CD, dat een trance bewerking kreeg. De handjes van het publiek gingen dan ook de lucht in, en het was even of we in de Fuse of de Petrol zaten.
Naast de strakke electro beats, zit de sterkte van Hot Chip ook in de samenzang. Er was dan ook tijd voor rustige nummers zoals “We’re looking for a lot of love” en het titelnummer “Made in the dark”, dat aan Anthony & the Johnsons doet denken. Na ruim een uur werd afgesloten met een climax: Hot Chip had zijn eigen remix gemaakt van de huidige single, “Ready for the floor” en ze deden dat beter dan Tiga of de Soulwax broertjes.

Chokri mag Hot Chip al zeker in de dance-hall op Pukkelpop zetten, ze zullen er niet misstaan naast een Röyksopp, Tiga of The Knife. Live is Hot Chip zeker een meerwaarde.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

The Cure

Grasduinen in The Cure’s 4 Tour

Geschreven door
The Cure van zanger/gitarist Robert Smith is al 30 jaar bezig, wat wordt gevierd met de ‘Cure 4 Tour’. Dit jaar mogen we zelfs nieuw werk verwachten; een voorsmaakje liet het kwartet horen met o.a. ”Please project”, ” A boy I never knew” en “Freak Show”, een The Cure van verschillende muzikale gedaantes.

The Cure hield het publiek drie uur lang in hun waveklauwen en het was genieten van hun knap in elkaar gestoken, spannende, gevarieerde set: de atmosferische, sfeervolle slepende treursongs, het strakke soms swingende materiaal, invloedrijk voor jonge bandjes als Interpol en Editors, en een gevarieerde ‘Best of’, waarbij The Cure gretig teruggreep naar hun ‘80’s debuutperiode. Kortom, in de evolutie van hun muzikale aanpak was het grasduinen in de Curehistorie.
Bij de vroegere concerten waren we er al van overtuigd (remember twee keer Rock Werchter en de Lokerse Feesten) dat de band sterk kon uithalen.
Hun optreden in het Sportpaleis bevestigde dat ze na dertig jaar nog niks hebben ingeboet: een intrigerend, meeslepend gitaarspel en –getokkel van Smiths schoonbroer (die zelfs de toetsenpartijen deed vergeten), een bedreven, diep basspel van man-van-het-eerste-uur Simon Gallup en de onderbouwde drumslagen, afhankelijk van het tempo van het nummer, gedragen door Smiths’ onderkoelde, standvastige weemoedige vocals.
De ‘Disintegration’ plaat uit ’89 is duidelijk een mijlplaat in het oeuvre. “Plainsong” opende, gevolgd met dezelfde lijnsongs als “Prayers for rain” en “The end of the world”; af en toe klonk het gitaarspel iets krachtiger en snedig als in “Strange day”. Sfeerschepping alom dus in het eerste deel van de set met “Lovesong”, “To wish impossible things”, een mooi uitgesponnen zalvende “Pictures of you” en een intens meeslepende “From the egde of the deep green sea”. Smith maakte een eerste danspas op “Lullabuy”, wat de voorzet was naar de strakkere pop van “The walk”, “Push” en “Never enough”, gecombineerd met de  swing van “Friday I’m in love”, “In between days” en “Just like heaven”.
Een broeierig “One Hundred years” en een meeslepend, doomy opgebouwde “Disintegration” zorgden na twee uur voor een eerste grootse finale.
In de bis kwam het jaartal 1980 centraal te staan van de platen ‘Seventeen seconds’ en ‘Boys don’t cry’; voor de jongere fans was het kennismaken met de dreigende ‘80’s wavepop, en voor de veertigers onder ons was het plots pure nostalgie: “At Night”, “M”, “Play for today” en “A Forest (juist gedoseerd uitgesponnen, trouwens!) en in de tweede bis “Jumpin’ Someone’s else train”, “Grinding halt”, “10:15 Saturday Night” en de killers “Boys don’t cry” en “Killing an arab” (doch subtiel aangepast!). Met een reeks van vrolijke, poppy uptempo nummertjes besloot The Cure en verve na drie uur: “Freak show”, “Close to me” en “Why can’t I be you”.
Het pogoën uit de vroegere jaren herleefde zelfs ten dele!

The Cure moet niks meer bewijzen; ze boeiden het publiek met een spannende, afwisselende setlist (met klemtoon op een paar baanbrekende platen!) en beschikten nog steeds over een ijzersterke live reputatie!

Het Britse 65daysofstatic ving al vroeg hun set aan; de cultband binnen het postrockgenre hoorden we spijtig genoeg op het achterplan toen we het Sportpaleis binnenkwamen. Hun filmisch dreigende sound galmde in de zaal, en ging van lieflijk tot verbeten explosief; muzikale botsingen die uiteindelijk een gecoördineerd geheel waren. Voor wie hen miste, de groep komt terug voor een clubconert in de Bota!

Organisatie: Live Nation

Editors

Editors: onversneden zwaarmoedigheid

Geschreven door

Editors stonden in Vooruit voor hun tweede van drie uitverkochte clubshows in ons land in evenveel dagen tijd. Het viertal uit, toeval of niet, The Black Country (Birmingham) timmerde de laatste jaren bijzonder succesvol aan de weg naar de absolute top. Van zowel hun debuut ‘The Back Room‘ uit 2005 als van ‘An End Has A Start’ van vorig jaar gingen immers al meer dan een miljoen exemplaren over de toonbank. De groep heeft een uitstekende livereputatie hoog te houden en loste ook in Vooruit weer - met hun typische uptempo nummers en herkenbare gitaargeluid - meer dan de verwachtingen in. Het werd een tegelijk hermetische en epische set zoals we die van de groep gewoon zijn. De stem van Tom Smith kleurde opnieuw de randjes van de songs zwart als de nacht.

De set begon slepend en verkillend mooi met “Camera” waarbij de stem van Smith ons soms deed denken aan die van Brendan Perry. De scherpe uptempo titelsong “An End Has A Start” greep het publiek meteen bij het nekvel en zorgde ondanks de problemen met de basgitaar voor een veelbelovend begin. Smith vroeg en kreeg de steun van het publiek en Editors verraste met het in bitterheid gedrenkte “Blood” en “Bullets”. Met herwonnen zelfvertrouwen kronkelde Smith - met de gitaar hoog op de borstkas en gedreven door een diepe bas en een harde en strakke drums - bijna spastisch over het podium.
De respons van het publiek loog er niet om en Editors vervolgde met het langzaam openbloeiende “The Weight Of The World” en het geniaal geconstrueerde “Escape The Nest”. “Lights” zorgde voor een nieuw hoogte-punt door knap gitaarwerk doorspekt met straffe tempowissels. “When Anger Shows”, waarbij een nerveuze drum de door Smith geproduceerde pianoklanken ingenieus net niet op de hielen trapte, werd gevolgd door het atypische “Spiders”. Meer spinnen kregen we met een eigenzinnige versie van “Lullaby”, de speciaal voor de 49e verjaardag van BBC Radio 1 opgenomen cover van The Cure en naamgenoot Smith. Na dit rustpunt werd de set krachtig hernomen door knallende versies van “All Sparks” en het oorstrelende “Munich”. Nieuwe single “Push Your Head Towards The Air”, met de bassist op de toetsen en Smith op semi-akoestische gitaar, zorgde voor een laatste rustpunt alvorens de reguliere set met een fantastisch sterke uitvoering van “Bones” en het altijd in de setlist opgenomen “Fingers In The Factories” werd afgesloten.
Het uitzinnige publiek riep Editors terug en de band trakteerde op een onvergetelijke bis met “The Racing Rats” (met Smith bovenop de piano), het ijzersterk uitgesponnen “You Are Fading” (dat op sommige versies van de debuutplaat als “Cutting” is toegevoegd) en het onmisbare “Smokers Outside The Hospital Doors”.

De band bewees live nog maar eens dat de veeleer beperkende vergelijkingen met andere bands dikwijls onterecht zijn en ze ondertussen echt wel een eigen kenmerkend geluid en dito songs hebben ontwikkeld.

De uit Brooklyn afkomstige supportact Mobius Band zorgde voor gesmaakte dansbare rock met een vinnige drums, wat een ideale opwarmer was voor Editors.

Organisatie: Live Nation

Triggerfinger

Garagerocken met Triggerfinger en The Blackbox Revelation

Geschreven door

Vergelijkingen, rock recensies kunnen niet zonder, en deze review dus ook niet…The Blackbox Revelation zijn met twee, gitaar & drums, en dus kom je automatisch bij The White Stripes of The Kills uit. Vergelijkingen zijn soms makkelijk, maar in dit geval geeft het gewoon aan dat deze jongens al heel ver staan en sterke garage rock met een grote blues invloed brengen. Je moet het maar doen, nog maar negentien, de eerste CD pas uit, en een volle Trix boeien voor de volle drie kwartier. Als je enkel met gitaar en drums kunt uitpakken, moet je sterke songs hebben om het publiek wakker te houden, en dat deed The Blackbox Revelation dan ook.
De single “I think I like you” is zo een voorbeeld van een killer song, maar het was vooral de afwisseling van songs dat indruk maakte. Naast uptempo garage rockers zoals “Set your head on fire” en “We never wondered why”, was er ook tijd voor een rustig nummertje zoals “Never alone/always together” of de bluesy hiphop track “Beatbox revelation pt.1”. Als er dan toch een minpunt te vermelden valt, is het de zang, in sommige nummers deed die mij aan The Scabs denken.

Ook bij Triggerfinger zijn er evidente vergelijkingen: Queens of the Stone Age, (eigenlijk meer Mark Lanegan dan Josh Homme, maar soit) maar misschien ook minder evidente: ZZ Top. Het drietal zat weer strak in het pak en das, en ging er de volle honderd procent voor. Net zoals bij The Blackbox Revelation (de kapoenen kregen een vermelding), weten Triggerfinger de verveling die makkelijk opduikt bij bands die cliché garage rock of bluesrock brengen, te vermijden door sterke songs te schrijven waarvan de melodie blijft hangen. Nummers van de nieuwe plaat “What grabs ya”, “First taste, half way”, wisselden af met ouder werk zoals “Lil Teaser” en “Faders up”. Het publiek ging volledig mee met de Triggerfinger groove, en we zagen dan ook de handjes in de lucht gaan. Een divers publiek trouwens van metalheads en rockers met leren vesten tot jonge meisjes. Na een promo-praatje voor de Triggerfinger plastrons, sloot het tien minuten durende “Commotion” dit overtuigend optreden af.
Setlist Triggerfinger: Short term memory, Soon, Lil teaser, First taste Half way, No one came, Scream, Is it, Faders up, On my knees, What grabs ya, Commotion, Boris

Organisatie: Trix, Antwerpen

Jo Lemaire

Jo Lemaire: de happy intimiteit van ‘La Douce France’

Geschreven door

Jo Lemaire is al een bezig bijtje van in de new wave periode, eind zeventiger jaren, onder Jo Lemaire + Flouze. Levendig herinneren we ons songs als “So static”, “Follow me in the air” en de instant klassieker “Je suis venue te dire que je m’en vais”. Na haar Flouze periode, bracht ze een handvol soloplaten uit; puike single-opnames waren o.a. “Parfum de rêve”, “La mémoire en exil”, “Tentations” en “Stand up”. Haar meertaligheid (Frans –Engels – Nederlands) maakte haar erg populair. Tenslotte legde de artieste zich toe op het Franse chanson, speelde ze bewerkingen van Edith Piaf en was er de hommage ‘Brel-Blues’. Ze groeide uit tot een kostbare chansonnière.

De theatertournee van ‘La Douce France’ kadert in een bal populaire van feest en dans, verloren vakantieliefdes, nostalgie en ingenomenheid. Het is een muzikale reis en herontdekking van het Franse lied in al z’n facetten, een greep uit haar eigen repertoire en het spelen van succesnummers van haar idolen, bewerkt tot eigentijdse en verrassende composities. Muziek voor nazomerse avonden …van du vin, du pain et du boursin!

Als een volleerd performer, creëerde ze een warme band met haar publiek. De songs kregen kleur door accordeon, contrabas, piano, drums, akoestische gitaar, fluit, klarinet en blazers.
We werden getrakteerd op een twee uur durende show, waarin een korte pauze was ingelast.
In dit repertoire van ‘La Douce France’ was happy intimiteit het sleutelwoord: van het los ontspannende, zwierige karakter van “Toute la pluie tombe sur moi” (Franstalige versie van “Singing in the rain”) en “La bicyclette”, stapte ze over naar de variéty van “C’est si bon” en “Monstres sacrés”, en kwam ze tenslotte aan de melancholie van “Le plus bel tango du monde”, “Chez Lorette” en “Que reste-t-il de nos amours”.
Ze speelden trouwens ook ijzersterke interpretaties van Franse evergreens in het decor van straatlantaarns: de swingende, vrolijke songs van Jacques Dutronc (“Il est 5h, Paris s’eveille”), Joe Dassin (“Aux Champs Elysées”, waarbij het refrein zachtjes werd meegezongen), Charles Trenet (“Nationale 7”) en Françoise Hardy (“Tous les garçons et les filles”), wisselde ze af met dromerig, intiem, jazzy aandoend werk: “Nathalie” van Gilbert Becaud, “Les feuilles mortes” van Yves Montand , een ingetogen “Quand le soleil dit bonjour aux montagnes” (op akoestische gitaar en accordeon) van Lucille Star en “For me …formidable” van Charles Aznavour.
De leuke ”C’est mon bâteau” en “Il y a le ciel, le soleil et la mer” besloten deel I en Gainsbourgs “La javanaise” , Piafs “Non non je ne regrette rien” en Brels “Ne me quitte vormden een overtuigend slotstuk..

Jong en oud wist ze te bekoren. Haar tijdloze klasse maakte haar tot de perfecte ambassadrice van het Franse chanson, lazen we ergens. Correct omschreven, zie!

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Pagina 372 van 386