logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

giaa_kavka_zapp...
Gavin Friday - ...

Beirut

Beirut: balorkest zorgt voor een klein uurtje entertainment en speelplezier

Geschreven door

Beirut is de beloftevolle band rondom de jonge talentvolle singer/songwriter Zach Condon uit Albuquerque, New Mexico. Op een goed jaar tijd bracht hij twee cd’s uit ‘Gulag Orkestar’ en ‘The flying club cup’.
De charismatische Zach slaagt erin verschillende culturen samen te brengen van zigeunerpop uit de Balkan, wereldse ritmes en melodieën, indiefolk, americana en pop, onder z’n melancholisch zweverige, dwarrelende stem, die nauw leunt aan Buckley. Het achtkoppig gezelschap toert praktisch onophoudelijk; het was zelfs zo dat begin dit jaar de tournee even moest worden stopgezet door uitputtingsverschijnselen. 
Zach heeft alvast iets met Frankrijk, luister maar naar de talrijke verwijzingen aan Franse chansonniers (Charles Aznavour, Françoise Hardy en ons eigen Jacques Brel) op de recente cd. Een mondje Frans was hem niet vreemd, wat door het publiek sterk werd geapprecieerd.

Beirut was een soort balorkest, dicht bij elkaar opgesteld, die een kernachtige set speelde van een klein uur en er maar liefst zestien nummers door draaide. Een instrumentarium van blazers (van trompet tot trombone), gitaren (akoestische gitaar, ukele, mandoline en banjo), accordeon, viool, toetsen, bas en drums. Sommige leden wisselden van instrument, het deed allemaal wat chaotisch aan, en toch kwam alles op zijn pootjes terecht met uitgebalanceerde, soms zwierige Balkanpop, die af en toe een meezinggehalte hadden.
Ze putten afwisselend uit de twee cd’s en speelden zelfs een handvol nieuwe songs, wat de muzikale creativiteit onderstreepte bij dit ensemble. Ongelofelijk tot wat ze allemaal in staat waren om het publiek een fijne en leuke avond te bezorgen. Een klein uurtje entertainment en speelplezier.
Meteen was de noemer balorkest op zijn plaats want “Nantes” en “Brandenburg” waren twee zwierige openers. “A sunday smile” en “Scenic world” klonken sfeervol door xylofoon en een uiterst beheerst vioolspel. Blazervertier hoorden we op “Postcards from Italy” en op “After the curtain” kwam elk soort gitaarinstrument op het voorplan. “Mount Wroclai” en “In the mausoleum” hadden een frisse aanpak en met “La fête (forks & knives)”, “Carousels”,  Brels “Le moribond” en “Cherbourg” (refererend aan F. Hardy) bedienden ze het Franse publiekje op hun wenken. De verkoudheid deed geen afbreuk aan Zachs weemoedige vocals. Zelfs met zijn trompet blies hij de songs nieuw leven in.
Een enthousiast publiek riep de band al snel terug, wat hen ertoe bewoog nog een nummer te spelen, de titelsong van de vorige cd, vol blazerornament.

Beirut tekende voor een geslaagd zigeunerfeestje, ergens tussen  Les Negresses vertes, Kaizers Orkestra en Goran Bergovic, een band die op Folkdranouter 2008 niet mag ontbreken!

Org: Grand Mix, Tourcoing

Róisín Murphy

Roisin Murphy: supersexy, zwoel en sensueel

Geschreven door

Roisin Murphy maakte samen met componist Mark Brydon en knoppenfreak Matthew Herbert deel uit van het uit Sheffield afkomstige Moloko; samen brachten ze vier platen uit. In 2004 viel deze trippop/disco/funk/soul band uiteen, na het succesvolle ‘Statues’ met o.a. “Forever more” en “Familiar feelings”.
Murphy, de veelzijdige diva met Ierse roots, kon niet stilzitten en al gauw verscheen met multi-instrumentalist Herbert, haar eerste soloplaat ‘Ruby blue’, die met songs als “Sinking feeling”, “Leaving the city”,  “Sow into you” , “We’re in love” en “Ramalama” aardig uit de hoek kwam. 
Maar onovertroffen klinkt haar tweede album ‘Overpowered’, een combinatie van electro’kitsch’pop, disco soul, funk en dance. Een gegoochel van klanken en ritmes en trancegerichte, soms pompende dansbeat. Een freaky clubplaat! Niet verwonderlijk, want Groove Armada en Bugz in the Attic hielpen mee.
Terwijl haar concerten in de AB in een mum van tijd waren uitverkocht, konden we terecht te Lille, waar het concert ook was uitverkocht voor …250 man. Ongelofelijk waanzinnig, dit was een ideale kans voor een dampend concertje van deze sensuele godin, die maar op een paar metertjes van het publiek stond. Iedereen stond dicht bijeen in dit jeugdhuis/clubje voor een twee uur durend concert, wat refereerde aan een try out of een opnamesessie.

Het clubsfeertje werd meteen omgezet on stage. Het zaaltje La Maison de Moulins leende er zich optimaal toe…want dit was een supersexy, zwoel en dansbaar feestje! De outfits en acts van de lieflijke, verleidelijke blonde Murphy en haar backing vocalistes, de danspassen, een Herbert die een showke komt geven, en de muziek, het paste allemaal perfect. We waanden ons in de clipwereld van Fedde Le Grand.
De klemtoon kwam live op het recente ‘Overpowered’. ”Cry baby” en “You know me better” waren twee aanstekelijke 'rave'knallers die de set aanvingen en inwerkten op de dansspieren. In een aan Village People denkende outfit klonken “Checking up on me” en “Dear Miami”  warmer en sfeervoller door de toetsen en de fijne gitaarloops. Subtiele popelektronica hoorden we met “Primitive”, “Footprints”, “Scarlett ribbons” en “The truth”.  Murphy balanceerde tussen deze twee muzikale richtingen; de prachtige projecties op het achterplan boden een meerwaarde.
Een paar maal werd teruggeblikt naar ouder materiaal, “Saw into you” en “Ramalama”, afsluiter van de set, onder een opzwepende beat en percussie. “Forever more” van Moloko, in een aangepast kleedje gestopt, nestelde zich in je hersenpan. Het was de aanzet naar een climax met “Let me know” , “Overpowered”, een rappend “Tell everybody” en “Ramalama” met fors klinkende dansbeats.

Moloko is vergeten! Roisin Murphy’s clubsound bracht een ongekende saunatemperatuur in een ideaal passend zaaltje …België, je bent gewaarschuwd voor haar concerten …

Organisatie: La Maison Folie de Moulins ism Agauchedelalune, Lille

Bloc Party

Bloc Party messcherp en genadeloos

Geschreven door

We zagen de Britse beloftevolle band Bloc Party voor de derde maal aan het werk op een kleine acht maand tijd: in het voorjaar te Lille, toen ze hun Europese tournee startten, op het Werchterfestival en woensdag ll  in de Lotto Arena. Het toont de groei en de erkenning aan van het kwartet onder zanger/gitarist en componist Kele Okereke.
De tweede cd ’A weekend in the city’ was een verfijnde, bedachtzame plaat binnen een gekruide mix van energieke, frisse en sfeervolle postpunkpop. Live bleek het viertal perfect op elkaar afgestemd: een gesmeerd, messcherp, overtuigend en genadeloos optreden, waarbij de groep een mooi evenwicht speelde uit hun twee cd’s en  met de huidige “Flux” een vernieuwende aanpak aandurfde, wat hun muzikale creativiteit en diversiteit onderstreepte. Hun muzikale beperkingen van het voorjaar waren als stof in de wind…

De band kon rekenen op een uitzinnig publiek, wat hen duidelijk motiveerde het beste van zichzelf te geven. Wat een wisselwerking en wederzijds enthousiasme! Een ongekende spontaniteit. Iedereen zat in de juiste stemming. Een stevige “Song for Clay (disappear here)” vatte bezield en vol overgave de anderhalf durende set aan, gevolgd door oudjes “Positive tension” en “Blue light”, die een broeierige opbouw hadden en diverse tempowisselingen ondergingen. Een vleugje elektronica, beats en xylofoon hoorden we op de recente “Hunting for witches” en “Waiting for the 7.18”. “Banquet” werd luidkeels meegezongen.
De verbondenheid met het publiek en intense spanning behielden ze met “This modern love”, het dreigende “The prayer” en het groovend dansbare “Flux”. Op “Uniform” volgde een liefdesverklaring van twee meisjes aan de zanger (weten ze wel z’n seksuele geaardheid?!). Het meeslepende “So here we are” lieten ze naar het eind ontaarden. “Like eating glass” beeïndigde handjeswuivend en –zwaaiend de set.
Een feestelijke bis werd het, waarbij Okereke eerst verkleed was in een rood pluchen apenpak. Op de koop toe liep hij van de ene naar de andere kant en dook het publiek in. Ze speelden een krachtige finale: “Luno”, “Sunday (twee drums)”,  “She’s hearing voices” en “Helicopter”. Onder luid applaus kwamen ze  een tweede keer terug; een snedig, noisy klinkend “Pioneers” besloot definitief de set.

We hadden nog maar en goed wel het optreden van Editors verteerd of  het volgend groots optreden van 2007, Bloc Party, werd in ons geheugen gegrift. Ze palmden de Lotto Arena in!

I Love Techno heeft nog maar net z’n laatste beat vorige zaterdag erdoor gejaagd of daar was Metronomy met een batterij elektro, ‘80’s wave, trancegerichte soundscapes en repeterende ritmes van traag, meeslepende, monotone beats. High in the sky music en een vleugje Kraftwerk die door het publiek voldoende respect afdwong. Ze leken me de  ideale elektronicasoundtrack voor “La soupe aux choux” met Louis de Funès, twintig jaar terug met marsmannetjes die ajuinsoep maakten voor de aardbewoners …en een betere leefwereld…

Organisatie: Live Nation

The National

The National: Grootse set van een charismatische band zonder hits

Geschreven door

Het Amerikaanse kwintet The National heeft geen echte hits op zak, maar brengt hartverwarmend, subtiel uitgewerkt, songmateriaal, die de ene maal ingetogen, de andere krachtig kan klinken. De songs hebben een onderhuidse spanning en worden bepaald door een breed instrumentarium van gitaren, toetsen en viool, gedragen door de bariton zang van Matt Berninger (die nauw verwant is aan de zang van Stuart Staples).
We horen de ‘80’s wave en de donkere dreiging van geestesgenoten Interpol en Editors terug en ze weten in hun puike songopbouw elementen aan te halen van een Tragically Hip, Lambchop en Willard Grant Conspiracy.

We zagen een sympathieke band aan het werk, die onder de indruk was van een bijna uitverkochte AB. Ze namen gretig die kans om een uitmuntende liveset neer te poten. Hoofdrollen waren weggelegd voor de ‘zesde’ man van de groep,  violist/toetsenist (en backing vocals) Padma Newsome en zanger Matt  Berninger, die door hun bezielde overgave de songs zeggingskracht gaven; het leverde een anderhalf uur durende emotievolle set op!
Ze putten rijkelijk uit de recente ‘Boxer’ plaat met sfeervolle, aanzwellende  opbouwende songs als “Start a war”, “Mistaken for strangers”, “Slow show” en “Apartment story”; “Brainy” en “Squalor Victoria” klonken forser. Een mooi evenwicht.
De groep had voor de gelegenheid een blazersectie (uit Brussel trouwens!)  mee om in een paar songs de herfstige weemoed te laten horen: “Racing like a pro”, “Ada” en het afsluitende “Fake empire”; een geslaagde fijnzinnige, muzikale aanpak! “Abel” was één van de stevige rockers in de songkeuze.
The National speelde een ruime bis, en wisselde met “Mr November”, “Virginia” en “About today” hun harder en zachter ouder werk af .
Berninger versterkte het charisma van de band door  z’n gevoel voor humor: de rode draad tijdens de set was de plakband aan z’n schoenen om niet uit te glijden op de gladde vloer, en de reacties van het eerste verdiep deed hem denken aan Statler & Waldorf, the two old guys van The Muppet Show.

The National ontpopte zich als een talentvolle band met hun  mooi uitgewerkte, herfstige pop, americana en folk, gestopt in een ‘80’s wavekleedje.

Support act was de Canadese singer/songwriter Hayden, die een handvol zachte, ingetogen ‘travellin’ songs’ speelde op piano, akoestische gitaar en mondharmonica. Een sober, ingehouden setje.

Organisatie: Live Nation

Future Of The Left

De muzikale wervelwind van Future of the Left

Geschreven door

Moederschip Millionaire stuurt z’n zijprojecten de muziekwereld in. Weyers amuseert zich momenteel met Radio Infinity en de heren Aldo Struyf en Dave Schroyen hebben Creature With The Atom Brain. De naam ontleenden ze aan een jaren ’50 B-film. Toen ik ze in 2005 voor de eerste maal aan het werk zag, lieten ze een sterke indruk na: vontuurlijke stoner’woestijn’rock refererend aan het oude Kyuss, QOSA, Butthole Surfers en natuurlijk Millionaire. Op de koop toe waren ze gekleed in witte overalls, gehuld met pleisters en zwarte plakband en het gezicht omwonden met  plasticfolie. De sound was aanstekelijk, hard en noisy.
Twee full EP’s en een debuutcd ‘I am the golden gate bridge’(met hulp van Mark Lanegan en Tom Barman) verder, toont CWTAB z’n ware gelaat en klinken ze meer gestroomlijnd. Live had dit z’n weerslag: ze boetten in aan kwaliteit en puik materiaal; hun rauwe gitaarrock was minder boeiend en er was te veel gesoleer, wat de spanning deed afnemen. Het waren vooral “Mind your own God”, “Broken flowers grow”, “Blackened roses, …” en “Funker”, die als vroeger meeslepend, dreigend, duister en messcherp klonken. The Creature  is braver geworden en is z’n tentakels kwijt!

Andere koek was het noisepoptrio uit Wales Future of the Left, ontstaan uit McLuskey. Ze leverden één van de debuutcd’s van het jaar af met ‘Curses’. Ze laveren ergens tussen ‘80’s Virgin Prunes en ‘90’s Shellac/Barkmarket en voegen er soms een vleugje leuke psychedelicatoetsen aan toe.
Live hoorden we een sterk op elkaar ingespeeld trio, een geoliede machine, energiek en gebald. Dit was één brok dynamiet: een scherpe, venijnige gitaar, een allesomvattende dreunende en ronkende bas en een opzwepende percussie. De verbeten samenzang injecteerde de broeierige, spannende noisepopsongs. Zelfs de meer gemoedelijke psychedelica songs, “Manchasm” en de single “Suddenly, it’s a folk song” moesten eraan geloven en kregen een dosis push forward; de songs raasden in een snelvaart tempo voorbij. De bassist nam een prominente rol in, en z’n hoekige danspassen namen we er maar al te graag bij!
Het trio slaagde en verve het tempo hoog en strak te houden. Ze speelden een vijftiental songs in een klein uur, waaronder één nieuwe “Cat”. Elke song, van opener “Kept by bees” tot  afsluiter “Adeadenemyalwayssmellsgood” overdonderde… The lord hates a coward”, “Plague of onces”, “Fuck the countryside alliance” en “Small bones, small bodies” waren een muzikale wervelwind.

Dit is een band die ‘er staat’ en zeker niet mag ontbreken op Pukkelpop.  Een gemiste kans voor wie hen niet aan het werk zag. Je bent gewaarschuwd…

Org: De Zwerver, Leffinge

Laïs

Het herbronnen van de romantiek van The Ladies Sound van Laïs

Geschreven door

De drie dames van Laïs, Jorunn Bauweraerts, Annelies Brosens en Nathalie Delcroix, gaven met de cd ‘Douce victime’ (2004)  al de aanzet dat ze anders zouden klinken. De vorig jaar verschenen ‘Documenta Box’ bevestigde dit, dwz geen breuk met vroeger, wel een ommezwaai, een logisch vervolg.
‘The Ladies’ Second Song’ biedt een breed perspectief, o.a. door de vernieuwde samenstelling van hun begeleidingsband, waaronder de gitaristen Elko Blijweert en Bjorn Eriksson. Laïs verlaat het pad van hun jeugdig a capella kampvuursongs en poppy folkpop. Accordeon en violen komen er niet meer aan te pas.
Ze behouden de sterke stemvaardigheid en samenzang, bepaald door een donker, dreigende klankkleur van gitaren, elektronica, contrabas, cello en drums.
Ze bewandelen ten dele het pad van de freefolk. De teksten van dichters als Yeats en Verlaine zijn welig vertier op de nieuwe plaat, aangevuld met enkele eigen songs van Jorunn.

De romantiek van de drie dames wordt reeds gesymboliseerd op de cd hoes: de trouwjurken en de zwaan vertolken de liefde van Leda aan Jupiter, die haar bezoekt in de vorm van een zwaan. En die zwaan stond centraal op het podium in de Ha’. Laïs stelde de nieuwe cd bijna compleet voor, met mondjesmaat kwam een oudere song aan bod; de klemtoon kwam op het gitaristenduo, de distortion en de fuzz, naast de vrouwelijke samenzang. Hun sfeervol dreigende sound onderging diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen, zonder in te boeten aan melodie, wat door het publiek sterk werd geapprecieerd.
De eerste twee songs “Agamemnon” en “Tumbling” werden ingezet zonder percussie. Op de titelsong van de cd kwam alvast hun stemmenpracht naar voor en zetten ze de eerste danspassen in. Op “Ni vandaag” en “Joskesong” hoorden we nog Laïs’ onschuldige karakter, maar vanaf  “Iten – Sortilegium” klonk het uitgebreide collectief grimmig, verbeten en grauw; het geëxperimenteer van hun stemmen betekende een heksentocht doorheen de romantische pracht; een hoogtepunt, samen met “Sudden blow”.
Ze wisselden Nederlands-, Engels- en Franstalig gezongen nummers af: “Hymne”, “Mirror mirror” en “Marie Madeleine”. De leden van Värttina waren die avond ook aanwezig (op 10 november in de Ha’!), wat werd beloond met de cover “Kapee”, een heel mooie folkpopsong. “De witte bij” beëindigde na bijna anderhalf uur de set.
Laïs was hun ‘oude’ kampvuurstijl in de bis nog niet verloren: zwierige rockende songs als “Babour” en “’t Smidje” besloten definitief de set.

Aan de reacties van het publiek te horen bleek Laïs tot veel in staat; ze verbreden hun muzikale horizont en overtuigden met de vernieuwende aanpak.

Het beloftevolle Gentse kwartet The Bony King of Nowhere zagen we al twee keer aan het werk (Folkdranouter en 25 jaar De Vooruit). Ze bewezen sterk op elkaar te zijn ingespeeld. De gitaartokkels, de ingehouden percussie, de kleurrijke keyboards en de overwaaiende vocals zorgden voor een broeierige spanning in hun verstilde, ingetogen en melancholische pop. Adembenemend. Voer voor fans van Cowboy Junkies, Bonnie Prince Billy en Low.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Wilco

Drie op een rij voor Wilco

Geschreven door

Wilco was dit jaar al tweemaal te bewonderen in ons land, namelijk op het Dour Festival en eind mei in de Gentse Vooruit. Vooral dat laatste concert werd door pers en publiek alom met superlatieven overladen en blijft nog steeds nazinderen.

De vraag was dan ook of Wilco in Brussel die status zou weten te behouden en hoe het gesteld zou zijn met de gemoedstoestand van Jeff Tweedy. De zanger en spilfiguur van de groep was de voorbije jaren verslaafd aan pijnstillers in de hoop aldus zijn regelmatig terugkerende migraine te bestrijden en bovendien had hij ook af te rekenen met paniekaanvallen, wat er toe leidde dat tournees afgelast dienen te worden en op een bepaald ogenblik de toekomst van de groep sterk gehypothekeerd werd. Jeff Tweedy kreeg zijn problemen gelukkig onder controle, er kwam dit jaar  een nieuw, op roots rock geënt album ‘Sky Blue Sky’ uit en zoals al aangegeven, gaf de groep de voorbije maanden het beste van zichzelf op de podia.

Al snel werd afgelopen dinsdag duidelijk dat er geen reden tot twijfel diende te zijn en dat ook het publiek in Brussel zou beloond worden op een prachtige muzikale avond.
De opening van de set was enigszins verrassend te noemen met “Sunken Treasure” uit het album ‘Being There’ en met “When The Roses Bloom Again”, een onuitgegeven song uit de ‘Mermaid Avenue’ sessies, waarbij Wilco samen met Billy Bragg enkele teksten van Woody Guthrie van muziek voorzag. Met “You Are My Face” en “Side With The Seeds” werd vervolgens een eerste keer in ‘Sky Blue Sky’ gegrossierd.
Via “She’s A Jar (Summerteeth)” werd een rustig moment ingelast waarbij Jeff Tweedy, getooid met een witte Stetson, het nummer een extra mooie klankkleur gaf via mondharmonica. Nadien werd enkele versnellingen hoger geschakeld. Het op luid applaus onthaalde “I Am Trying To Break Your Heart”, afkomstig van het uitstekende ‘Yankee Hotel Foxtrot’ album, werd voorzien van een chaotisch maar berekend elektronische intro en een uitzinnig rockende outtro en hiermee werd meteen de toon gezet. “Pot Kettle Black”, “Handshake Drugs”, “A Shot In The Arm” (gitaren werden zelfs tegen de versterkers aangeschuurd), “Impossible Germany” (dat in het middenstuk zelfs wat weg had van The Eagles en waarbij de input van gitarist Nels Cline zeker dient vermeld te worden) en vooral “Via Chicago” (waarbij het leek alsof Jeff Tweedy het gezelschap had gekregen van The Crazy Horse) ondergingen allemaal een extra stevige rock and roll behandeling.
Er werd via “Too Far Apart” ook teruggegrepen naar het debuut ‘A.M.’ waarvan Jeff Tweedy er – verkeerd - van overtuigd was dat dit album in België nooit was verschenen. Ietwat ingetogener nummers zoals “Jesus, Etc.” en “I’m The Man Who Loves You”, allebei uit opnieuw ‘Yankee Hotel Foxtrot’, “Walken” uit het recente album en “Hummingbird” uit ‘A Ghost Is Born’ sloten het eerste deel van de set af.
Maar de trouwe fans wisten dat er nog een mooi toemaatje zou komen en de groep vulde via twee uitgebreide bisrondes de verwachtingen in. Passeerden de revue: “Hate It Here”, “Poor Places”, een ruim tien minuten durende “Spiders (Kidsmoke)”, “Califonia Stars” (een nummer uit het ‘Mermaid Avenue Vol.1’ album), het erg knappe “Heavy Metal Drummer” om uiteindelijk af te sluiten met drie nummers uit ‘Being There’, zijnde “Red-Eyed And Blue”, “I Got You (At The End Of The Century” en “Outtasite (Outta Mind)” waarbij alle groepsleden zich de naad uit het lijf speelden.
Jeff Tweedy beroerde zijn gitaar, kon/wou een glimlach niet wegsteken en genoot duidelijk van het enthousiaste en naar zijn zeggen gedisciplineerde publiek. “Ik wil iedereen gelukkig maken in de zaal”, liet hij weten.

Welnu, 24 nummers en 2 uur verder, was de slotsom dat hij dit ook verwezenlijkt had. Maar niet alleen hij, op het podium stond de gehele avond een collectief sterke, op elkaar ingespeelde groep waarvan elk lid zijn rol te vervullen heeft.
Wilco deed het dus opnieuw en scoort een duidelijke drie op drie!

Organisatie: Live Nation.

O’Death

O’Death doopte MaZ om tot hun stamcafé

Geschreven door

Het New Yorkse gezelschap O’Death krijgt voet aan grond met hun tweede cd ‘Head Home’. Hun rauw rammelende rock’n’roll, folk, country en punk is zowel opwindend, feestelijk als ingetogen. Een weirdo, waanzinnig boeiend geluid! De intieme MaZ doopten ze om tot hun stamcafé; het ging hier van intiem pakkend, traag meeslepend tot ambiance en uitbundigheid.
Als een stoomtrein konden ze tekeer gaan door een fors tokkelde banjo en een opzwepende percussie, die soms strak of metaalachtig kon klinken door het ranselen met een ketting op de drums en cimbalen (de cimbalen werden praktisch na elk nummer omgewisseld (lees: op de grond gegooid!)).
In de songs zaten zanger/gitarist Jamie en banjospeler Darling eerst rustig op hun stoel en veerden, in het opgevoerde tempo, plots recht; evenals in de onvaste zweverige vocals van Jamie, die eerst de toon zette, haakten de anderen vocaal  in, zongen en schreeuwden luidkeels, en klapten mee. “Down to rest”, “Allie Mae Reynolds”,  “Olee O” en “Busted old church” waren de smaakmakers van deze feestelijke band. In het midden van hun klein uur durende set waren er een paar sfeervolle songs als “Travellin man” en “Jesus look down”.
O’Death laveerde ergens tussen The Pogues, The Pixies (ze trakteerden ons zelfs op “Nimrod’s son”), The Sadies, Arcade Fire en Tom Waits.
O’Death was de band bij uitstek voor een geslaagd kroegentochtfeestje en lonkt naar de komende festivalzomer, met de Biertent van Folkdranouter als orgelpunt.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Pagina 381 van 389