logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
avatar_ab_12

Nada Surf

Nada Surf: speels, ontspannend, radiovriendelijk, ontroerend en rockend

Geschreven door

Het New Yorkse trio Nada Surf, onder zanger/componist en gitarist Matthew Caws, bracht onlangs hun vijfde cd uit ‘Lucky’. Het sympathieke, immer enthousiaste trio onderneemt momenteel een heuse clubtournee. Trouwens, ze hebben er een vierde man bij op toetsen, die zorgt voor een breder, sfeervol en warmer geluid op die ‘alternative emotional vier minuten collegerock’ van Nada Surf, die ergens laveert tussen Semisonic, Weezer, Fountains Of  Wayne en Death Cab For Cutie. Spijtig genoeg wordt Nada Surf nog te pas en te onpas gelinkt aan hun wereldhit “Popular” van het debuut ‘High/Low’ (’96).
Het kwartet mag een overwegend jong en (Franssprekend) publiek als fans rekenen, die uitbundig reageerden, en de refreintjes uit volle borst meezongen. Op één van de laatste songs, het stomende “Blankest year” huppelden zelfs een paar jongeren op het podium, wat deed denken aan een typisch Amerikaans schoolbal!

Nada Surf bood een evenwichtige, gevarieerde set van gitaarpop ‘met ballen’, droompop en liefdesliedjes. Caws toverde popsongs uit z’n hand alsof het niks was! Lievelingspaat ‘Let go’ uit 2002 kwam ruimschoots aan bod naast het recenter materiaal.
Een stevige “Hi Speed Soul” opende de bijna twee uur durende set: een melodieus opzwepende rocker, gedragen door de heldere vocals van Matthew . Een paar nieuwe songs volgden: “Authority” en “Weightless” benadrukten duidelijk de sfeervollere aanpak van de band!
De groep bood voldoende afwisseling; van een pittig bedreven “Happy kid” en een broeierige “Killian’s red” - die een sterke opbouw hadden -, ging het naar  enkele weemoedig en ingetogen songs als “Paper boats” en “80 windows”. Beklijvend en pakkend!
De groep ging naar een spannende finale met een swingend “Blizzard of 77” (prachtige gitaarsolo!), hun “Blonde on blonde” breiden ze aan Joy Division’s “Love will tear us apart” (met een typisch ‘80’s wave orgeltje!-) en afsluiter “Blankest year” klonk fris en stevig.
Niet alle (nieuwe) songs waren sterk; de ‘bubblegum’songs  “Ice on the wing”, “Beautiful beat” en “See these bones” werden net voldoende goed opgevangen door dynamische songs en de poppy singles “Like what you say”, “Inside of love”, “Do it again” en “Always love”. Caws zette het publiek aan tot golvende hoofdbewegingen. Leuk alvast.
De groep kon rekenen op een sterke respons. “Popular” mocht niet ontbreken. Het was het laatste nummer, en het viel sterk op dat door de rauwe klank en door Caws’ praatzang het nummer zich heeft afgescheurd van de doorsnee Nada Surf songs.
Speels, ontspannend, radiovriendelijk, ontroerend en stevig rockend zijn de juiste trefwoorden van het avondje Nada Surf, een groep met een eigen gezicht!

Het ander Amerikaans collectief rondom Zach Rogue, Rogue Wave, die nota bene al vijf jaar bezig is en drie cd’s telt (vorig jaar verscheen ‘Asleep at heaven’s gate’) speelde onvervalste dromerige, vaardige en sprankelende indiegitaarpop, bepaald door sfeervolle toetsen en beheerst door een melancholische zang.
Hoogtepunten waren “Like I needed”, “Chicago x 12”  (Matthew was backing vocalist!) en het oude “Keep the heart out”. Ze gooiden er nog een Neil Young song bovenop, uit de plaat ‘After the goldrush’. Besluit: Rogue Wave speelde veertig minuten aanstekelijke gitaarpop.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pere Ubu

Een generale repetitie van Pere Ubu

Geschreven door

Pere Ubu is al 30 jaar de band rond de imposante singer/songwriter David Thomas uit Cleveland, Ohio. Avantgarde/psychedelicapop, waarbij de songs een broeierige spanning hebben, onverwachtse wendingen ondergaan en een portie avontuur en experiment bevatten. Het zijn vaudeville songs op z’n Tom Waits, die zeggingskracht krijgen door de neuzelende, neurotische klaag/praatzang van Thomas en mans afdwalende blik. Memorabele platen in het oeuvre waren het debuut ‘The modern dance’ en ‘The song of the bailing man’. Thomas nam pas in 2006 de draad terug op met Pere Ubu, want hij had tussenin de handen vol met het muzikaal project van The Two Pale Boys, met vaste rechterhand/gitarist Keith Moliné.
Pere Ubu concerteerde anderhalf jaar om hun laatste cd ‘Why I hate women’ voor te stellen. Een nieuwe cd blijft voorlopig uit en zo te horen van Thomas gaan ze pas in het najaar opnieuw de studio in.

Spijtig genoeg zagen en hoorden we weinig nieuws (de klemtoon kwam op de laatste twee cd’s ‘Why I hate women’ en ‘St. Arkansas’); natuurlijk is het altijd wel leuk Thomas aan het werk te zien: regenjas aan, hoed op, de ogen halfopen - verzonken in z’n dwarrelende leefwereld -, een glimp naar z’n tekstboek en naar het publiek, een flesje wijn bij de hand, de paar pinten op het podium en z’n stoel, waarop hij af en toe eens uitrustte toen de anderen soleerden.
Meteen begon Thomas met een niet voor de hand liggende song “Texas Overture, een lang nummer, afsluiter van de laatste plaat, bepaald door een onheilspellend, dreigende opbouw en mans praatzang. De soundtrack voor een David Lynch film.  “Babylonian warehouses” had een repetitief karakter en liet Thomas horen door een telefoonmodule . Directer en meer rechttoe –rechtaan klonk “Caroleen”. Vervolgens grossierde hij in z’n oeuvre met “Stolen cadillac”, “Folly of youth”, “Perfume”, “Phone home Jonah”, “Sad txt” (trouwens één van z’n favorieten, een trieste liefdesverklaring maar tevens ook afwijzing!) en “The modern dance” die de set al na een uur besloot. In de bis hoorden we dezelfde songs als anderhalf jaar terug: “Dark”, “Final solution”, “Street waves” en  “We have the technology”, sommige mooi uitgesponnen, waarbij Thomas z’n muzikanten de vrije loop liet; vooral de experimenteerdrift van leden Moliné (op gitaar) en Wheeler (vervormde geluidjes en bleeps op synths en resonantie) maakte van Pere Ubu een te onderscheiden band.
Af en toe verliet Thomas zelfs de set, of bewoog rusteloos op het podium, of plofte zich neer op z’n stoel, nippend aan de fles wijn of een pint bier.
Hij was minder van zeg dan vorige keer. De interacties waren koeler, maar na het optreden herkenden we die vriendelijke weirdo man van warme contacten.

Ondanks de origineel unieke sound, gaf Pere Ubu in de Ha eerder een opwarmertje van een generale repetitie.

Support was Kawada uit Merchtem, die begin maart hun debuut (op Keremos label) zullen uithebben en al wat fraais lieten horen op hun anderhalf jaar geleden verschenen EP. De band brengt avontuurlijke, sfeervolle poprock, met blazers, toetsen en viool. Spil is zanger/componist /pianist Joeri Cnapelinckx, die vocaal leunt aan Bent Van Looy. Trouwens, de invloeden van Das Pop en Absynthe Minded waren te horen bij deze beloftevolle band, die broeierig en gevarieerd songmateriaal voorstelde.
Het wordt uitkijken naar deze band, die zich al eens in de kijker speelde op één van de vroegere préselecties van Humo’s Rock Rally.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Joe Henry

Vakkundige songs schitteren ook op het podium

Geschreven door

Joe Henry bouwt al jarenlang een artistiek hoogstaande carrière uit. Hij is niet alleen een begenadigde songschrijver maar ook als producer heeft hij al mooie dingen laten horen via platen van onder meer Teddy Thompson, John Doe, Aimee Mann, Mavis Staples en Mary Gauthier. Bovendien stond hij achter de knoppen van de albums ‘Don’t Give Up On Me’ (2002) van Solomon Burke en ‘I’ve Got My Own Hell to Raise’ (2005) van Betty LaVette. Voor beide artiesten leverde dit een comeback van jewelste op, terwijl Joe Henry zelf voor het album van Solomon Burke een Grammy Award in ontvangst mocht nemen.
En ondanks al deze mooie resultaten gaan de eigen albums van de bezige bij Joe Henry niet in grote aantallen over de toonbank. Ook het vorige jaar uitgebrachte ‘Civilians’, zijn 10de en wat ons betreft opnieuw te koesteren soloplaat, zal daar vermoedelijk niet veel aan veranderen. Dat gelukkig niet iedereen kwantiteit als een noodzakelijk synoniem van kwaliteit beschouwt, getuigt het feit dat alle (zit)plaatsen voor zijn concert in de Gentse Handelsbeurs reeds wéken voor datum uitverkocht waren.
Omdat Joe Henry op zijn platen telkens andere accenten legt en nieuwe richtingen wil inslaan, met aandacht afwisselend op onder meer rock, country, soul en funk was het dan ook de vraag hoe de songs afgelopen woensdag zouden gebracht worden. Welnu, op deze tournee laat Joe Henry zich enkel omringen door bassist David Pilch en drummer Jay Bellerose zodat het doel duidelijk was: de soberheid van zijn recentste plaat vertalen naar het podium.

Het concert begon met niet minder dan vijf nummers uit ‘Civilians’, zijnde het titelnummer, “Scare Me To Death”, “Civil War”, “Time Is A Lion” en “You Can’t Fail Me Now” (neergepend samen met Loudon Wainwright III die dit zelf ook nog eens op mooie wijze uitbracht op zijn album ‘Strange Weirdos: Music from and Inspired by the Film Knocked Up’). Joe Henry, die zich onmiddellijk excuseerde dat hij niet de taal van ons land machtig was, speelde afwisselend piano en akoestische gitaar.
Dat Jay Bellerose een uitstekende drummer is, daar moet u ons niet van overtuigen (zie maar wat hij recentelijk heeft gepresteerd op ‘Raising Sand’, het album van Robert Plant en Alison Krauss), maar tijdens de aanvang van het concert vonden we zijn slagen toch wel iets te overheersend (vooral bij “Time Is A Lion”). Misschien was de geluidman eenzelfde idee toegedaan maar feit was wel dat dit nadien leek bijgesteld te zijn zodat de inbreng van de drie muzikanten veel meer op één lijn kwam te liggen en het muzikale evenwicht werd hersteld. Dit bleek meteen bij “This Afternoon” en het prachtig vertolkte “Sold” uit het vorige album ‘Tiny Voices’.
Ondertussen bracht Joe Henry solo op akoestische gitaar “I Will Write My Book”, een lied over onvoorwaardelijke liefde waarbij hij grappend meedeelde dat hij hoopte dat een artieste als Diana Krall dit zou coveren en dat het aldus hem veel geld zou opleveren. Dat zelfrelativerende dat Joe Henry zo typeert, kwam nadien ook duidelijk tot uiting toen hij “Stop” inzette. Hij schreef dit namelijk samen met zijn schoonzuster Madonna (Joe Henry is immers getrouwd met haar zus) en hij merkte droogjes op dat hij van het nummer een tangoversie maakte terwijl zij er onder de titel van “Don’t Tell Me” een megahit mee te pakken had.
Vervolgens werd teruggegrepen naar wat ouder werk via achtereenvolgens een ritmisch “Like She Was A Hammer”, “Fuse”, “Trampolene” en “Flag”. De impact van het gebrachte werk ging duidelijk crescendo en bereikte een absoluut hoogtepunt via opnieuw twee nummers uit ‘Civilians’.
Zo was er eerst “God Only Knows” (niet te verwarren met de gelijknamige Beach Boys klassieker maar een nummer dat eigenlijk speciaal geschreven was voor Mavis Staples) waarbij Joe Henry, gezeten achter de piano, vakkundig werd begeleid door ingetogen baswerk van David Pilch en de drumborstels van Jay Bellerose. De andere climax betrof het als bis gebrachte “Our Song” dat nóg kaler en scherper klonk dan op plaat waarna de drie muzikanten die opnieuw een perfecte symbiose vormden, onder een staande ovatie het podium verlieten.
Er was uiteindelijk ruimte voor nog een toegift in de vorm van “Edgar Bergen” waarin een flard “I’ve Got You Under My Skin” werd verweven.

Het publiek heeft kunnen genieten van een rasartiest (een vergelijking met Tom Waits ligt om diverse redenen zo voor de hand) die zijn vakkundige, tekstueel erg sterke songs op het podium liet schitteren, geruggensteund door twee sterke begeleiders én de akoestische troeven van de Handelsbeurs.
De alt-country nummers uit zijn beginperiode en jammer genoeg ook een prachtige plaat als ‘Shuffletown’ werden onaangeroerd gelaten. Evenmin werd de ‘Map Of Belgium’ uit de kast gehaald. Maar wie weet wijst dit erop dat Joe Henry ook zonder landkaart één van onze podia heeft weten te vinden. Hopelijk herhaalt hij dit binnenkort nog eens. Uit het gesprek dat we achteraf nog met hem hadden, bleek dat hijzelf alvast vragende partij is. Dus organisatoren: grijp uw kans!

Setlist: Civilians, Scare Me To death, Civil War, Time Is A Lion, You Can’t Fail Me Now, This Afternoon, I Will Write My Book, Sold, Stop, Like She Was A Hammer, Fuse, God Only Knows, Trampoline, Flag, Our Song, Edgar Bergen / I’ve Got You Under My Skin

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

The Smashing Pumpkins

Smashing Pumpkins: Oud en Nieuw, Hard en Zacht

Geschreven door

The Smashing Pumpkins gaven vorig jaar nieuw teken van leven door de cd ‘Zeitgeist’, die enkele pittig gekruide, stevige nummers bevatte, maar ook enkele spanningloze afknappers. De stops in de AB en op Pukkelpop boden alvast niet het gewenste resultaat qua songkeuze en contact met het publiek. Het opgepompte ego van de zelfverzekerde, niet-tot-deze-wereld-behorende en norse Corgan, surplus z’n flamboyante kledij speelt hem al jaren parten.
Het voorspelde, eerlijk gezegd, weinig goeds , dachten we …maar
Inderdaad, in het eerste uur was Corgan maar weinig van zegs: door een schuchtere poging “Hey, I’m Billy” behield hij afstand tussen band en publiek; het ijs doorbrak hij met de vroegere (negatieve) ervaringen te verhalen van z’n optredens te België. Een dosis correcte relativering en leerschool bewezen dat er met het publiek moet rekening gehouden worden. Een warme interactie wat we van den Corgan in jaren niet meer gezien hadden! Corgan leek ontdooid. Fijn zo, man, human-under-the-humans!

The Pumpkins traden aan met volgende bezetting: drummer Chamberlain (rechterhand van Corgan!), toetseniste Lisa Harriton, en nieuwe leden van Ginger Reyes (bassiste, als een vervaarlijk elfje gekleed, die d’Arcy verving) en Jeff Schroeder (tweede gitarist, die James Iha verving).
Ze speelden een kleine drie uur. De band laveerde tussen oud en nieuw, hard en zacht en een paar covers. De Pumpkins toonden aan sterk op elkaar te zijn ingespeeld, en we zagen de drie-eenheid Corgan-Chamberlain-Harriton, die anno 2008 de sound bepalen.

Ze begonnen alvast stevig, …heel stevig met “Porcelina of the vast oceans” uit ’95 en “Bring the light”. De toetsen kwamen op het voorplan op “Behold the nightmare” en “Tonight tonight”, mooi ingeleid op piano. “Mayonaise” drukte het gaspedaal opnieuw in en “Come on let’s go” werd spijtig getroffen door Corgans oeverloos gesoleer. Maar hij kon opnieuw een bocht van 360 graden maken met akoestische tracks als “Perfect” en “The rose march (uit de ‘American gothic’ EP) waarbij de vocals van de twee dames aangenaam verrassend naar boven kwamen. ”Today”, “Neverlost” en “Bullet with butterfly wings” gaven een schitterende finale, wat de set totdantoe twee uur klokte.
Gedaan dan ? Nee, zeker niet , want Corgan kwam solo terug met het prachtig ingetogen “1979”, bepaald door akoestische gitaar en stem, en ondersteund door het handgeklap van een uitgelaten publiek. “That’s the way my love is” en het aan Frank Sinatra gelinkte “My blue heaven” waren het tweede rustpunt.
Tenslotte zette het viertal (Harriton kwam dan eerder op de tweede rij!) alle registers open en hoorden we een terugblik naar de ‘Machina’ platen (2000) met “The everlasting gaze”, “Wound”  en “Cash car star”. Hoogtepunt vormde “United States”, ruim twintig minuten lang , refererend aan de sound van Sonic Youth en Sugar: gesoleer, opzwepende drums, noise, distortion en feedbackgeraas. In die krachtige lappen muziek en gitaarbrij hoorden we zelfs Uriah Heeps “Easy livin’” en Jimi Hendrickx “Star spangled banner”.
Een adembenemende trip die bijna drie uur duurde! De groep breidde er nog een Echo & The Bunnymen cover aan toe “Lips like sugar”. Corgan probeerde enkele danspasjes uit, maar verloor bijna het evenwicht door z’n loodzware lapjesrock.

De groep liet alvast een goede indruk na , serveerde het publiek op een uiterst afwisselende doch lange set . Het vrijheidsbeeld op ‘Zeitgeist’ knipoogde en zag dat het goed was. Waar voor z’n geld… en uitermate geapprecieerd!
 
Support Tim Vanhamel staat er momenteel met z’n eerste soloplaat ‘Welcome to the blue house’. Het is een gevarieerde poppy plaat, die maar weinig gemeen heeft met het werk van Millionaire. Hij leek wel een herboren Lou Reed op het podium, sterk geruggensteund door z’n tweede gitarist en backing vocalist. De groep speelde een korte set met enkele rockers als “Which of us” en de aanstekelijke single “Until I found you”.
Vorst Nationaal was duidelijk te groot om Vanhamel en Co met broeierige pop te laten boeien. We kijken uit naar het clubcircuit waar hij met z’n songs optimaler tot z’n recht kan komen.

Organisatie: Live Nation

The Dirty Three

Geniale instrumentale gekte met The Dirty Three

Geschreven door

Mogen wij u om te beginnen een gouden tip geven. Wanneer u een concert wil bijwonen in Frankrijk, kom dan liefst nooit op tijd, anders moet  u steevast als voorprogramma een afgrijselijke Franse lokale band doorstaan en dat is helemaal niet goed voor uw gezondheid.

Wij waren helaas niet laat genoeg  en moesten het Franse Première Partie ondergaan, een duo die een soort folkmuziek voor vastgeroeste suïcidale hippies speelde. En wij in Vlaanderen die dachten dat we hier bij ons de grenzen van het ergerlijke gemekker al hadden bereikt met An Pierlé. Die Fransen gingen nog wat verder. Het gekir van de zangeres, een soort pygmee van een meter twintig, deed me denken aan de geluiden die mijn cavia maakt nadat hij 5 dagen niet gegeten heeft (by the way, mijn cavia heet Lemmy, de naam is niet gekozen omwille van zijn zangcapaciteiten,wel omwille van zijn wilde looks. Doch dit volledig terzijde). Om gauw te vergeten.

Warren Ellis is al jaren in vaste loondienst bij Nick Cave and The Bad Seeds en is daar vooral onmisbaar. Toch gaat de man ook al eens met zijn eigen band The Dirty Three de hort op en daar waar hij zich bij Cave wel een beetje moet inhouden, kan hij hier de teugels heel wat losser laten. Het is tenslotte zijn band en hij doet wat hij wil. Volgens ons is Ellis een geschoold violist en heeft hij alles wat hij op de muziekschool leerde wel op een heel eigen manier geïnterpreteerd. Ellis doet met zijn viool wat Hendrix in de sixties met zijn gitaar deed: het ding ontstemmen, geselen, binnenste buiten keren, er 600 volt opsteken, in een vat zwavelzuur dompelen en het dan bespelen met een bezetenheid die we bij geen enkele andere violist terugvinden. Ellis, die er uitziet als een holbewoner die na drie jaar uit zijn grot is gekropen, geeft zich volledig, hij stort zich met een krankzinnige gulzigheid op zijn instrument en gaat er af en toe zelfs bij liggen.
Zijn band, bestaande uit een drummer en een gitarist, beperkt zich tot het volgen van de viooluitspattingen van hun frontman. De heren doen dit weliswaar op een sublieme wijze, want een halve zot als Warren Ellis volg je niet zomaar, de man speelt immers niet volgens het boekje en kleurt meermaals gretig buiten de lijntjes. De songs zijn volledig instrumentaal, toch weet Ellis bij elk van hen een verhaal te vertellen. Hij zingt dus niet, maar zijn bindteksten zijn uiterst aangenaam, het zijn fijne tussenpozen in een volledig instrumentale set. Bovendien spreekt  Ellis ook een aardig mondje Frans en ontpopt hij zich tot een gevatte entertainer. Er wacht hem zowaar nog een carrière als stand up comedian.
Uiteraard vinden we Nick Cave terug in de sound van The Dirty Three, of eerder omgekeerd want het is Warren Ellis die voor een groot deel de sound bepaalt op de laatste platen van Nick Cave, inclusief de laatste bom van Grinderman. Mogen wij u in dit verband ook ten zeerste de soundtrack “The assassination of Jesse James” aanraden, een sublieme plaat die Cave en Ellis met zijn tweetjes bij mekaar hebben gepend.
Tonnen respect hebben wij voor een groep als The Dirty Three, een publiek anderhalf uur weten te begeesteren met enkel een viool, een wel heel sober drumstel en een gitaar, hierbij geen noot zingen en weinig toegankelijke songs die je nooit of te nimmer op welk radiostation dan ook zult horen, dat is pure klasse.

Dankzij Warren Ellis is de viool een rock’n’roll instrument. Waarvan akte.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

The Charlatans

The Charlatans bundelden twintig jaar Brit ‘Madchester’ in een stomend feestje

Geschreven door

The Charlatans, onder de tandem Tim Burgess (zang)/Rob Collins (toetsen), hebben even veel goede als wisselende platen uitgebracht. Zij ontstonden midden de ‘Madchester scene’, de versmelting van groovende Britpop met  ‘70’s retro rock’n’roll en ‘60’s psychedelica.
The Charlatans maakten deel van de tweede linie groepen, na The La’s, Happy Mondays, Blur, Oasis en Stone Roses, samen met bands als Inspiral Carpets en The Boo Radleys. Ze hadden een pak radiohits, die ze deze avond voor een goed gevulde VK niet vergaten.

Binnenkort verschijnt de nieuwe plaat ‘You cross my path’, die begin maart op het internet kan worden afgehaald. We konden een fijn staaltje beluisteren van deze songs in hun ruim anderhalf uur durend muzikaal feestje.
The Charlatans hadden er zin in, want hun optredens in ons landje zijn op één hand te tellen. De laatste passage was tijdens de Lokerse Feesten, waarbij hun ‘Madchester’ sound wat verloren ging.
In de kleine club van de VK, waren enkel échte Charlatans fans, die er samen met de band een stomend dansbaar feestje van maakten met de betere songs uit de cd’s ‘Some friendly’, ‘Tellin’ stories’, ‘Wonderland’ en de recente platen ‘Sympathico’ en ‘You cross my path’. Het was alsof ze zelf wisten welke hun mindere platen waren in het oeuvre van bijna twintig jaar bezig zijn.
Duidelijk was dat de psychedelicatoetsen op het voorplan traden, onder opzwepende drumpartijen, wat aanstekelijk inwerkte op de dansspieren. Het vijftal werd sterk onthaald.
Burgess is een nineties icoon gebleven: z’n zwarte haren voor de ogen, een zware regenjas aan, handen aan het microstatief of op z’n Gallaghers: half opgeheven hoofd en een arm op de rug. Hij was erg goed geluimd, genoot van de bijval, maakte zelf talrijke danspasjes en was goed bij stem. Vóór de aanvang hoorden we talrijke ‘80’s en 90’s retro Britpopsongs. Een mooie warming-up.
Het splinternieuwe “You cross my path” opende de set: bezwerende en strakke gitaarriffs, zweverige soms pompende toetsen, een diepe bas en opzwepende drums, gedragen door de zalvende stem van Burgess, wat trouwens het muzikaal uitgangspunt werd van de avond..
Ze grossierden in hun oeuvre met oudjes “Weirdo”, “Tellin’ stories” en “Judas”.
De nieuwe(re) songs klonken sfeervoller en meer gematigd: “Mistakes”, “Black’n blues eyes”, “Bad days”, “Oh vanity”, “Soul saver” en “Bird”, gespeeld binnen het roemrijke verleden van “North country”, “One to another”, “The only one I know “, “Architect” (Burgess op melodica!) en “You’re so pretty”.
In de bis hield de band het tempo hoog; ze grepen in “Love is the key” terug naar “Lucifer Sam” van Pink Floyd’s Syd Barrett. “A day letter go” en “How high” volgden. Een schitterend uitgesponnen dansbare “Sproston green” besloot de set en werd laaiend enthousiast onthaald. Wat een bis als apotheose!
 
Een voortreffelijke set ,een goede songkeuze, een beloftevolle, sfeervolle nieuwe plaat en een Tim Burgess, die genoot van het uitzinnige publiek. Minpunt: de versterkers stonden té luid, waardoor de sound van The Charlatans overstuurd klonk.

Onze Waalse vrienden Showstar uit Huy mochten de avond openen. Een goede keuze, want de band put uit de Britpop in hun aanstekelijke poppy sound. 45 minuten lang genoten we van hun springerige en zweverige, soms dromerige, poprock met meezingbare refreintjes (o.a.“Day by day”, “Slow”, “Monster” en “Get drunk”), waarbij we een excentrieke zanger Christophe Danthinne aan het werk zagen. Trouwens, in Vlaanderen krijgt Showstar alvast meer airplay door de single “Day by day”.

Organisatie: VK, Sint-Jans-Molenbeek (Brussel)

Girls In Hawaii

Girls in Hawaii: imposante melancholie schatplichtig aan zichzelf

Geschreven door

Girls in Hawaii is één van de weinige groepen uit Franstalig België die zich enigszins doorheen het ijzeren taalgordijn heeft weten te wringen. Ruim vier jaar na hun terecht (ook in het buitenland: de buurlanden, Japan, Verenigde Staten, …) bejubelde debuut ‘From Here To There’ is er met ‘Plan Your Escape’ eindelijk een - veelbelovende - opvolger. Girls in Hawaii is in het verleden nog het meest vergeleken met ‘Grandaddy’. Op ‘Plan Your Escape’ valt echter op dat de band nu vooral een eigen, rijper geluid heeft ontwikkeld die zorgt voor een impressionante totaalindruk. Af en toe willen we echter nog geloven dat Jason Lytle van wijlen ‘Grandaddy’ tijdens de opnames in het café om de hoek - goedkeurend knikkend - aan de toog hing te snoepen van een Ardeens biertje. De ‘Girls’ stelden hun nieuwe plaat voor in een uitverkocht Koninklijk Circus en met een Europese tournee van meer dan 30 optredens in het vooruitzicht.

De band startte hun set met hun huidige single “This Farm Will End Up In Fire” bijzonder zelfzeker, alsof ze in hun eigen woonkamer speelden: wat ook zo leek met de TV’s en lampenkapjes op het podium (de telefoons die ze in het verleden wel eens gebruikten waren echter verdwenen). “This farm” is een heerlijk ingenieus nummer met een door de drums aangedreven melodie die bruusk onderbroken wordt door het refrein. Na een (te) kort “Bees & Butterflies” vuurde de band het bedrieglijk eenvoudige “Sun of the Sons” op ons af met een quasi perfecte (en aan The Beach Boys refererende) samenzang van leadzangers Vancauwenberghe en Wieleman. “Fields Of Gold” nam een akoestische start en ging over in een slepend marsritme. In combinatie met de visuals en de fantastische stem van Vancauwenberghe zorgde dit voor een filmische trip door een achtergelaten buurt. Titelsong “Plan Your Escape” liet ons het door weemoed doordrenkte donkerste kantje zien van Girls In Hawaii. Na een herwerkte - en harder gespeelde - versie van “The Fog” volgde met “Road to Luna” wellicht ook één van de ’oudste’ nummers van hun nieuwe plaat: een door tempo en volume gekenmerkt nummer die ze af en toe (en waarop de bassist telkens loos ging) al eens als bis speelden tijdens hun vorige tournee. “Time to forgive the winter” zorgde voor een rustig verzetje en was de perfecte aanleiding voor het ietwat vreemde “Couples on TV”, een intiem indie-liedje gezongen door bassist Daniël Offerman dat deed denken aan het oeuvre van zijn eigen band ‘Hallo Kosmo’.
Na het aan Grandaddy verwante “Colors” en de klassieker “Found in the Ground” vanop hun debuut werd toegewerkt naar het eerbiedige “Birthday Call” (een hommage aan een vriend van leadzanger Vancauwenberghe die dacht aan zelfmoord) en het waanzinnig sterke “Flavor” dat nergens beter in de set past dan op het einde als absolute finale. Het talrijk opgekomen jonge publiek riep de band tot tweemaal toe terug en kreeg als toegift o.a. nog “Short Song For A Short Mind” en “Taxman” tussen de oren gegooid.

Girls in Hawaii speelde een set die ons telkens weer deed twijfelen tussen kippenvel en pretlichtjes in de ogen. Ongetwijfeld van het beste wat België te bieden heeft op dit moment! Girls in Hawaii gaat ongetwijfeld een grote toekomst tegemoet, tijd dus dat Vlaanderen definitief overstag gaat! Plan alvast - en voor het te laat (lees: uitverkocht) is - uw eigen ontsnapping richting MoD (11/04), Het Depot (12/04), Les Nuits Botanique (15/05) of AB (30/05)! Onze kaarten zijn alvast besteld.

Calc, een kwartet uit Bordeaux dat met ‘Dance of the Nerve’ al aan zijn zesde plaat toe is, verzorgde een bijzonder melancholische set. Hoewel het stemgeluid van de zanger soms deed denken aan Elliot Smith viel de stroperige pop van deze band bij ons niet erg in de smaak. Feit is zeker dat ze in het publiek wel enkel(e) gevoelige zieltjes hebben gewonnen.

Organisatie: Botanique, Brussel

Dear Leader

Dear Leader Big in Belgium

Geschreven door

Het was weer druk in Leuven, om het met Stijn Meuris te zeggen. Het Depot was dan ook uitverkocht voor een triple line up met Creature with the Atom brain, Dear Leader & Tim Vanhamel, in het kader van het Kulturama MuziekFestival 2008

Dear Leader
Nee, het was dus niet Stijn Meuris die op het podium stond, maar zijn look-a-like Aaron Perrino van Dear Leader, had opnieuw zijn knalrode gitaar meegebracht (er staan trouwens foto’s van de olijke tweeling op dear-leader.com). Dear Leader  is big in Belgium, zodat er toch een concert tour in Belgie inzat voor deze band, alhoewel hun laatste CD toch al voor de zomer van 2007 uitkwam. De man was goed bij stem, de nummers werden met passie gebracht, en er passeerden een aantal Stu-bru hitjes de revue alhoewel hun bekendste nummer “All I ever wanted was tonight”, achterwege bleef. “Raging red” (hands up, shakem), was het hoogtepunt van de set, ook omdat er een Guns ’n Roses medley inkwam, met onder meer “Patience” & Paradise City”.

Setlist Dearleader: * Nightmare alleys * Empty chair * Bleed * Father Baker * A billion served * Our war * Corroded Anchor Radar * Everyone looks better * Raging red
* Everyman * Nation once again * Labor on


Organisatie: Het Depot, Leuven

Pagina 377 van 389