logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_11
Hooverphonic

Tomorrowland 2011 – vrijdag 22 juli 2011

Tomorrowland 2011 – vrijdag 22 juli 2011
‘Yesterday is History, Today is a gift, Tomorrow is Mystery’

Voor de eerste maal in zijn korte geschiedenis, is Tomorrowland al toe aan een driedaagse. Het festival bevestigde nog maar eens zijn naam van snelst groeiend festival ter wereld. 180.000 tickets in amper 5 dagen, allemaal de deur uit! Na 3 weken hard werken, was het Recreatiedomein De Schorre omgetoverd tot een sprookjesachtig decor, geïnspireerd op het sprookje Alice in wonderland. Er waren 14 podia, ongeveer 300 dj’s passeerden de revue.
Er werd 3 dagen regen voorspeld, maar uiteindelijk (op een regenbui de zaterdagavond na) bleven de hemelsluizen gesloten. Drie dagen knalden de beats door de boxen … Tomorrowland … Het Recreatiedomein als droomweide  
De zevende editie  had een rits aan headliners, dj’s en artiesten, die het beste van zichzelf gaven en  het publiek in extase brachten, Faithless (Soundsystem), Swedish House Maffia, Carl Cox, Netsky, Martin Solveig, Tiësto,  David Guetta, Paul Van Dyck en de 2 many DJ’s.


dag 1 – vrijdag 22 juli 2011
Na het ontcijferen van het grondplannetje, konden we onze weg uitstippelen.  Fred Baker was de eerste in de rij artiesten en dj’s, d
e Belgische dj/producer van wiens hand het nog altijd gekende liedje “Eisbaer” komt. Dit was een hit in 1997, met meer dan 300 000 verkochte singles. Zijn dj-set was hier iets rustiger. Een matig gevulde tent voor de opener van Tomorrowland in de Trance Addict tent … Het moest allemaal nog wat op gang komen …

Dan maar richting Mainstage waar Alesso al een half uurtje het beste van zichzelf gaf. De 18-jarige jongeman, die al een aantal keer heeft samengewerkt met de leden van Swedish House Maffia, is het volk al aan het klaarstomen voor zijn vrienden die later op de avond geprogrammeerd stonden. Met zijn commerciële set kon hij het toch al talrijk opgekomen volk bekoren.

Dan een stevige wandeling om Youssef nog voor drie kwartier aan het werk te zien. Hij draait op de Carl Cox & Friends Castle. Leuke techno set in een mooie decoratie. Op deze locatie mag even later onze Belgische techno-dj Marco Bailey de draaitafel overnemen. Hij zorgt voor een opzwepend sfeertje voor het publiek. MB blijft een groot man in zijn genre! Wel jammer dat hij zo vroeg stond te spelen.

Terug naar de Mainstage, waar stilaan de grote namen kwamen. Onderweg halt gehouden bij de overdekte dansvloer van Café D’Anvers. Daar waren Seth Troxler & Bill Patrick begonnen aan hun feestje. Zij waren een hele funky soul set aan het spelen. Er hing een zeer relaxte sfeer en er werd lekker gedanst. Een echte Ibiza sfeer wel!

Bij de aankomst Mainstage was ondertussen Dirty South al begonnen. Deze man is vooral bekend als producer, maar nog meer voor zijn goede remixen. 1 van zijn laatste remixen is deze van Dirty Money Feat. Skylar Grey – “Coming Home”. Deze plaat is tijdens de driedaagse meermaals uit de boxen geknald!. Hij was voor de verrassing van de dag! Wat een sfeer wist hij te creëren met zijn set! Hij wist naadloos het ene dansbaar plaatje aan het andere te mixen. Wat hij bracht werd zeer gesmaakt en het publiek toonde dit ook, het stond in vuur en vlam! De “Heeeeey, hooooow’s” weergalmden, iedereen ging synchroon van links naar rechts, springen en dansen… Feest dus …

Daarna ging het opnieuw richting Trance Addict, waar Ferry Corsten plaats had genomen achter de draaitafels. Blijkbaar is trance muziek niet meer in. Er was weinig volk te bespeuren in de tent, dus weinig ambiance voor deze dj, die toch wereldtop was in het genre. Zijn laatste award dateert ondertussen al van 2007 (Beste Trance dj Ibiza). Zijn laatste single die de Ultratop 50 haalde was “Fire”, intussen al ruim vijf jaar oud. Persoonlijk hadden we meer verwacht van de set; hij probeerde het publiek te bespelen met zijn Vocal Trance. Enkel de ‘die hard’ fans apprecieerden het muzikale concept, maar de meeste stonden erbij en keken er naar.

De fans wilden de laatste sounds horen en een laatste glimp opvangen van Sister Bliss en Maxi Jazz als Faithless Soundsystem.  Maxi Jazz predikte en Sister Bliss mixte, reeg het bekende materiaal aan elkaar . Als een “Muhammed Ali” dweepte zij van classics “Insomnia”, “Salva mae” naar “Mass destruction”, de recentste single “Not going home” tot de verhevenheden van “God is a dj” en “We come 1”. Iedereen kon lekker meeklappen, schreeuwen en dansen op die efficiënt meeneuriënde  elektronicatoetsen en zalvende beats in een web van lasers, stroboscoops, vlammen en vuurwerk. Voor de laatste keer zorgden ze voor een leuk, ontspannend avondje. Heerlijk dus … 

Dat web van lights en andere effecten gaf de aanzet voor dé headliner van de dag, de Swedish House Maffia. We zagen hoe de ‘nieuwe goden’ het publiek in een andere dimensie en hogere sfeer brachten. Na 10 minuten  hadden we al “From Miami to Ibiza” , het officiële startschot om er een spetterend feestje van te maken. Het Zweedse dj trio, Sebastian Ingrosso, Steve Angello en Axwell, zorgden voor een overtuigende commerciële set. Daarbij hoorden we remixen van o.a. oldies REM – “Losing my religion”, RHCP – “Otherside”, sijpelde o.m. Coldplay’s – “Every teardrop is a waterfall” en Example’s “The way you kissed me” door en speelden ze de nieuwe single “Save the world”.…
Schitterend gewoon! Een zeer gesmaakte set! Dit is ‘hype’n’hot’!

Het was al een pijnlijke keuze tussen SHM en Carl Cox. De lokroep van het vuurwerk bij zijn kasteel was te groot en na een uurtje SHM konden we er ons niet van weerhouden het laatste deel van zijn set bij te nemen. De Britse House-Techno dj is de grondlegger van de Jungle en drum’n’bass, die nu is versmolten met de dubstep, de hype van 2010. 3 jaar geleden stond hij hier nog op het hoofdpodium, dit jaar had hij zijn eigen stek om er samen met zijn vrienden een lap op te geven! En we waren meer dan overtuigd! Het psychedelische tintje in z’n techno set gaf kleur en vormde op die manier de  ideale afsluiter van een eerste (zware) dag …

Organisatie: Tomorrowland

Bon Jovi

Bon Jovi Beach: strandfeestje met een sputterende hitjukebox

Geschreven door

Bon Jovi Beach: strandfeestje met een sputterende hitjukebox
Bon Jovi supports by Billy The Kill & Arid
Zo’n 30.000 fans (velen al Bon Jovi fan van het eerste uur) vonden op weliswaar een kille maar vooral mooie en droge zomeravond de weg naar het strand van Zeebrugge voor het exclusieve concert van Bon Jovi voor de Benelux en Frankrijk. De organisatoren hadden al een ganse week gewerkt aan de opstelling van het reusachtige podium waarbij tegen eventuele stormschade men ook een dam van zo’n 400 meter moest aanleggen. Het strand waar vroeger de befaamde Beach Festivals plaatsvonden, werd voor die ene avond omgedoopt tot Bon Jovi Beach.
Bon Jovi verkocht wereldwijd al meer dan 120 miljoen albums en is ook vandaag nog steeds een grote band. Volgens Billboard magazine was hun ‘The Circle’ tour van vorig jaar dé tour die wereldwijd het meest opbracht. Financieel is de band dus zeker nog niet op zijn retour, muzikaal zeer zeker wel. Hun doortocht in ons land gebeurde dan ook zonder echt veel glans en met een te hoge voorspelbaarheidsgraad.

De band zat nog in hun privé-vliegtuig toen de eerste band al het publiek mocht opwarmen. De luisteraars van radiozender MNM kozen voor Billy The Kill, een jonge band uit het Waasland. Deze powerrock band stond al eerder in het voorprogramma van o.a. Channel Zero en mocht dus nu voor een commerciëler publiek spelen. Aardig waren hun nieuwe single “Go On” en een sterke coverversie van “Shine” ‘original by Collective Soul’.

Ruim voor op schema (zo rond 18:30) mocht dan ook nog Arid het hardrockminnende publiek toespelen. Het is niet de eerste keer dat Jasper Steverlinck en de zijnen mochten openen voor Bon Jovi. Vele toeschouwers hadden dan ook zoiets van….weeral Arid, waarom niet eens een stevige (hard)rockband?!. Een vrij ondankbare job want veel meer dan een beleefdheidsapplaus konden ze van het ongeïnteresseerde publiek niet krijgen.

Stipt op tijd begon rond 20 uur de Amerikaanse rockmachine Bon Jovi aan hun show. Wat onverwacht werd er geopend met “Happy Now” uit hun recentste album (2009) ‘The Circle’. Niet meteen een song om meteen het publiek bij de keel te grijpen. Het daaropvolgende “You Give Love A Bad Name” deed dit echter wel. Een song van in de tijd toen Lady Gaga gewoon nog Madonna was, grapte Jon. “Blood On Blood” & “We Weren’t Born To Follow” bouwden de energie verder op maar nadien sputterde de jukebox wat. Grote hits werden afgewisseld met niemendalletjes wat meer dan eens de vaart uit de set haalde. Het vaste viertal Jon Bon Jovi, Richie Sambora, David Bryan & Tico Torres werden live bijgestaan door bassist Hugh McDonald (al sinds 1994 bij de band) en een extra gitarist: Bobbie Bandiera.
Die extra gitarist bleek geen overbodige luxe want soms klonk de gitaarsound iets te dun ook al gaf mister Sambora opnieuw het beste van zichzelf. Eerder begin mei moest Richie Sambora omwille van gezondheidsredenen al eens de tour verlaten. Dat Sambora eigenlijk onmisbaar is voor deze band bewees hij tijdens “I’ll Be There For You” en even later in de finale met een verbluffende versie van “Wanted Dead Or Alive”.
Verder gebeurde er op het podium veel te weinig. De band die ook wel faam verwierf omwille van zijn gigantische stadionrockshows vol spektakel blijkt anno 2011 vooral een band die het moet hebben van zijn songs. De kolossale videoconstructie met zijn 500 videoschermen bleek het enige showelement te zijn. Bovendien konden we pas laat op de avond van de mooie videomuur genieten omwille van het lange daglicht tijdens de show. Verder had de band ook weer van die belachelijke afdakjes geplaatst op het podium om te kunnen schuilen tegen de regen (die niet kwam).
Nee, qua showgehalte is Bon Jovi zeker niet meer wat ze ooit geweest zijn. Er werd vandaag erg statisch gespeeld waarbij men slechts een fractie van het podium durfde te gebruiken. Muzikaal konden we zeker niet klagen want hoewel de set wat op en af ging, was het geluid over het ganse strand erg goed. Jon was vrij goed bij stem, de band speelde strak en het publiek maakte er toch een echt feest van. Doch na zo’n twee uur en een mooie ‘encore’ ronde met o.a. het verrassende “Never Say Goodbye” hielden de heren uit New Jersey het voor bekeken.

Tijdens het optreden in het Koning Boudewijnstadion van 2008 vertoonde de band al wat ouderdomsverschijnselen. Anno 2011 kunnen we stellen dat het ouderdomsproces zich verder heeft ontwikkeld. De band mist duidelijk frisheid! De meest gehoorde kritieken na het optreden variëren van leuk, aardig tot teleurstellend. Doch de wat sputterende Bon Jovi hitmachine gecombineerd met een grote dosis nostalgie en een mooie bloedrode ondergaande zon maakten er toch een geslaagd strandfeestje van! Meer moet dat (soms) niet zijn …

Setlist: *Happy Now  *You Give Love A Bad Name  *Blood On Blood  *We Weren't Born To Follow  *Lost Highway  *Whole Lot Of Leavin'  *It's My Life  *The More Things Change  *Raise Your Hands  *Captain Crash & The Beauty Queen From Mars  *Bad Medicine (/ Hot Legs)  *Bed Of Roses  *I'll Be There For You  *Who Says You Can't Go Home  *I'll Sleep When I'm Dead  *Garageland  *Have A Nice Day  *Keep The Faith
*Wild Is The Wind  *Never Say Goodbye  *Wanted Dead Or Alive  *Livin' On A Prayer

Neem gerust een kijkje naar de pics (onder pics festivals - Zeebruges Beach 2011)

Organisatie: Greenhouse Talent

Shadowplay Festival 2011 - 22 t/m 24 juli 2011

Geschreven door

Shadowplay Festival 2011 : vendredi 22, samedi 23 et dimanche 24 juillet - version fr
In Goth we trust

Difficile de ne pas appréhender ce type d’événement sans craindre d’être confronté à moult clichés du genre. Grand messe pour Geeks et vielles carcasses décharnées, tout festival gothique rallie immanquablement son lot d’étranges créatures qui y voient l’aubaine d’une exposition sous la lumière des projecteurs de leurs plus beaux ( ?) atours. Courtrai n’a, bien sûr, pas failli à la règle. Mais au final, de cette affiche étalée sur trois jours, peu de groupes portaient réellement l’étiquette de croque-la-mort. Oui, noir était la couleur prédominante, et oui, l’ambiance était crépusculaire. Mais au final, l’éclectisme était bel et bien de rigueur en ce week-end de fin juillet.

Alors que le temps oscillait tangiblement vers des températures plus automnales (et donc ‘halloweenesques’) qu’estivales, le public encore épars déambule sur les aires de l’immense bâtiment qui longe l’autoroute locale. Premier constat, l’endroit semble disproportionné au vu des spectateurs présents. Partagé entre deux entrepôts, ce vendredi soir, le lever de rideau n’a pas rameuté une armée entière de sombres silhouettes.

Prêtant une oreille plus que distraite aux Diary Of Dreams, dont l’artificielle parure cache mal un goût prononcé pour la tendance ‘Eurovision’ de type kitsch, mon regard balaie l’obscurité et s’attarde sur quelques créatures rescapées des rayons du soleil.

Derrière moi, dans les larges allées séparant les deux sites, flânent les esprits chagrins, au milieu d’échoppes diverses. Marchands de fringues et de disques, chapeaux hauts de forme et corsets sexy, t-shirts de groupes tailles bébé et autres accessoires sado-maso se mélangent dans un joyeux capharnaüm.

L’ambiance va s’électriser, quand monte sur les planches l’improbable Johan Van Roy, l’homme derrière Suicide Commando, groupe qui se revendique fièrement d’une Electro-Indus nationale dont les racines tortueuses étranglent sans concession les mœurs écœurantes d’un conformisme engoncé. Agitateur trublion, doublé d’un bouffon malin, le leader charismatique ne ménage pas ses peines et exalte le public au travers d’un set énergique et sans temps mort.

Imparables brûlots incendiaires, « Bend, Torture, Kill », « See you in hell » ou encore « We are the sinners” s’enchaînent avec en toile de fond les images crues et étrangement attirantes qui défilent à l’arrière du podium.

Foncièrement provocatrice et délibérément malsaine, l’imagerie SC qui entoure l’univers mutilateur de ce projet lie véritablement la musique à son propos. Et renforce sensiblement l’effet attraction-répulsion qui caractérise le tout.

L’un des moments forts de cette édition, qui pour le reste s’étendait paresseusement jusqu’à son apothéose de dimanche soir.

Ni les sets en demi-teinte (paradoxe gothique ?) de Fields of Nephilim, de Fixmer / Mc Carthy (Nitzer Ebb) ou encore la prestation tristement mollassonne des Cranes, dont l’aura se dilue comme la mémoire dans le temps, ne sont venus bouleverser mes états d’âme (maudite).

La surprise de ces trois jours a incontestablement été Clan Of Xymox, que le concert a largement sorti de l’oubli au sein duquel il était tombé depuis quelques années. On peut même affirmer que la musique du groupe n’a pas pris une ride. ‘We could be heroes, just for one day’, susurre gravement la voix de Ronny Moorings, sur le “Heroes” de Bowie. Paroles d’absolue vérité qui sied donc au combo batave.

Si auparavant, Vive La Fête avait imparablement mis le feu aux poudres, en dispensant comme d’habitude, un set puissant, énergique et bon-enfant, il semblait évident que l’événement attendu par tous était le retour de Peter Hook et ses musiciens pour cet hommage ultime (NDR : et qui d’autre de mieux que lui était le mieux placé pour le rendre ?) à Joy Division.

C’est que le retour du citoyen de Lancastre, au sein d’une formule ressassant un passé hanté par le spectre de Ian Curtis, amène fort logiquement à se poser des questions quant au bien fondé de l’entreprise.

Projet vénal ou réel désir de se faire plaisir tout en contentant deux générations orphelines d’un des plus grands groupes de l’histoire ?

Il allait nous en donner la réponse ce soir.

Peter Hook n’a rien perdu de sa hargne, de sa verve, ni de son envie d’en découdre. Lui qui assenait des coups de basses sur les coins de gueule dans l’ambiance surchauffée des salles acquises à sa cause, lui qui n’hésite pas à dégommer quelques bonnes vannes à l’encontre de ses anciens camarades de jeu, assure toujours avec autant de brio, du haut de ses cinquante-cinq ans.

Pourquoi bouder son plaisir ?

Une bonne reprise de Joy Division reste et restera toujours une reprise de Joy Division. Mais quand Hooky est derrière la basse, c’est quand même une part de l’âme de Joy Division que l’on peut tâter.

C’est vrai, New Order n’était pas avare sur ce plan. Mais ici, s’affiche la volonté de ressusciter l’espace d’un moment, l’esprit de cette époque, en piochant dans le répertoire du groupe de Manchester.

On ne reviendra jamais en arrière, et personne n’est là pour refaire l’histoire. Ce qui nous est offert ici est un instantané, dont le seul but est de rendre justice à une musique qui ne méritait pas de mourir si jeune.

En toute honnêteté, et sans artifice, Peter Hook and The Lights rejouent ce qui à nos oreilles, sonne comme un catalogue de classiques indémodables.

A l’heure ou la énième compilation des morceaux de JD (combinée à ceux de New Order) est tombée dans les bacs des disquaires, le Mancunien redonne l’illusion que l’histoire ne s’est pas arrêtée un dix-huit mai mille neuf cent quatre-vingt. Ou plutôt elle nous permet d’imaginer qu’il est possible de se replonger plus de vingt et un an en arrière.

C’est vrai que ce n’est pas Joy Division, quand Peter Hook chante, bien sûr, on ne peut s’empêcher de faire la comparaison, mais quand la basse résonne aux premières mesures de « Transmission », nul ne pourra jamais empêcher des centaines de poils de se hérisser sur la peau.

C’était écrit dans les paroles de Ian Curtis. La suite n’est qu’un vol suspendu dans l’air du temps.
‘A legacy so far removed, one day will be improved’ (extrait de “A means to an end”)

Au final, cette édition n’était peut-être pas la meilleure et le cadre peut-être pas le plus approprié, mais pour ces coups d’éclats, elle valait assurément le (large) détour.

voir site fr
http://www.musiczine.net/fr/festivals/festival/shadowplay-festival-2011-vendredi-22-samedi-23-et-dimanche-24-juillet

Organisation: Shadowplayfest ism Peek-A-Boo)

Boomtown 2011 : een kort overzicht 21 en 22 juli 2011

Geschreven door

Boomtown 2011 : een kort overzicht 21 en 22 juli 2011
Boomtown heeft al een paar jaar nu z’n vaste stek gevonden op de Kouter en in de Handelsbeurs. En de formule slaat duidelijk aan. Belgisch talent en muzikale ontdekkingen luidt het credo! Regen en koude, temperaturen van maar 15° midden juli, konden de muziekliefhebbers niet deren; soms hadden we hallucinante beelden van mensen die zich goed hadden beschermd tegen de regen  en zagen we een zee van opengeklapte paraplu’s. Inderdaad, Boomtown 2011 was dit jaar iets bijzonders.

We kruisten tijdens deze Gentse Feesten even Boomtown …

Even bijzonder muzikaal was De IJslandse muzikant/klankenfreak Olafur Arnolds, de ‘Residence Artist’ die drie dagen na elkaar een uur optrad. Net als Johann Johannsson fabriceert hij muzikale scheppingen en creaties. De schetsen, de uitleg, de loops en het pianospel is ‘iets bijzonders’ dus, waarbij hij alles vastlegde. Hij zal die opnames dan gebruiken als sampling in nieuwe tracks. Sterk staaltje postklassieke sounds, op zoek naar de volmaakte schoonheid …

Vóór de Bony King of Nowhere optrad, hadden we een ‘flash support’, The Rose Wall was een jonge singer/songwriter uit het Gentse die een prachtige warme stem had. Hier zullen we zeker nog meer van horen.
The Boney King Of Nowhere  speelde in een volle Handelsbeurs een thuismatch. Zelf gaf de frontman Bram Vanparys toe dat hij het vreemd vond om voor zijn stadsgenoten op te treden. Een subliem optreden hoorden we van de gevoelige sing/songwriter. Knusser kon niet het in de zaal bij deze sfeervolle, intimistische pop.
Piano, synths, de akoestische gitaar en bezwerend zalvende drums sierden het fijne werk op gepaste wijze. … “Maria” en “The sunset” …, Bon Iver keek om de hoek en zag wat The Bony King – Vanparys - deed, goed was.

Tu Fawning is één van de nieuwe revelatie uit Portland, Usa. Deze groep speelde eerder al een opgemerkt optreden in de Café Video in Gent. Een aparte sound en een niet voor de hand liggend instrumentarium, broeierig, spannend, spooky en onrustwekkend. Muziek met weerhaken van het echtpaar Repp/Haege, die een ontdekking waard waren op Boomtown!

Organisatie: Boomtown, Gent

Cloud Control

Bliss release

Geschreven door

Het Australische kwartet Cloud Control debuteert met een sterke plaatje in de voetsporen van Fleet Foxes, Local natives, Bon Iver en Iron & Wine. De drie heren (en 1 dame)  is geen fletse formule van baarden, samenzang en houthakkershemden . Nee, ze kruiden hun americana /folkpop met de zweverige droompop van Clap your hands say yeah en The bony king of nowhere en bieden de frisheid en vrolijkheid van The Magic Numbers, The Bewitched Hands en Vampire Weekend. Op die manier heeft het viertal een gevarieerde, boeiende cd uit.
10 songs die balanceren tussen een verkwikkende blijmoedigheid en melancholie, aanstekelijk, catchy, warm en beklemmend. Het klinkt naturel, het spelplezier druipt er van af, de  zangpartijen zijn heerlijk en de meerstemmige zang (man – vrouw) geeft elan en kleur . Een alles vertederende schoonheid dus … We houden er van; daarvoor zorgen o.m. “Meditation song”, “There’s nothing in the water we can’t fight”, “Ghost story”, “This is what I say”, “Just for now” en “Hollow drums”. Zonder al te veel muzikale omlijsting, kunstjes of productionele rompslomp. ‘Pur sang’ dus …

Glasvegas

Euphoric Heartbreak

Geschreven door

Twee jaar terug werd de Schotse band van James Allen, Glasvegas aanzien als de nieuwe hype bij de Britse pers. Bon, hun debuut was er eentje om van te snoepen met prachtsingles “Geraldine”, “It’s my own cheating heart  …” en “Daddy’s gone”. De epische sound en afgelijnde aanpak binnen de wave- glamrock sierde hen, linkte aan het onvolprezen Sheila Divine, breidde Jesus & Mary Chain aan sixtiespop en zorgde ervoor dat ze plaatsje bemachtigden binnen het concept van Editors, White Lies, Interpol en The National.
Spil Allen (beetje Joe Strummer lookalike) had alvast een moeilijke periode achter de rug . Het toeren, de  verslavingsproblematiek en de wisselende stemming deed de band bijna uiteenvallen, maar met een gewijzigde bezetting komt hij nu gelouterd uit deze psychische en muzikale strijd. ‘Euphoric Heartbreak’ stond onder productionele leiding van Flood en kan niet gelikter en meer uitgekristalliseerd zijn dan nu. Een beetje teveel van het goede , want de cd helt letterlijk over naar pompeuze stadion/glamwaverock, die een U2 en Coldplay overstijgen. De sound baadt letterlijk in een elektronisch tapijt van de Pet Shop Boys; meeslepende, broeierige, sfeervolle songs die op zich niet slecht zijn, met “Euphoric take my hand” als top; ze zijn behoorlijk geforceerd, klinken wat hol, maar raken minder en blijven niet hangen dan de nummers van het debuut.
Glasvegas is een heel ambitieus project, maar of ze fans zullen bijgewonnen hebben, is een andere zaak. Benieuwd hoe dit zal aflopen …

The Pains Of Being Pure at Heart

Belong

Geschreven door

‘Nugaze’! was het credo toen het titelloos debuut van het NY-se kwartet verscheen. Op gevatte en gepaste wijze combineerden zij de ‘90s Swervedriver, My Bloody Valentine en Ride met de fuzz van Jesus & Mary Chain, ‘80’s The Smiths, de ‘90’s dromerige grungepop van Teenage Fanclub en de waverock van Editors. Onstuimige en meespelende emotionele shoegazepop van zoete popsongs onder een gruizige laag gitaren, onder de zweverige zang van Kip Berman (zang/gitaar) en Peggy Wang-East (zang/keyboards).
De tweede plaat werd onder handen genomen van Flood en Alan Moulder en dan is er net als bij Glasvegas zeer zeker een glad randje te bespeuren. Inderdaad, de songs zijn verfijnder, subtieler, braver en uitgekristalliseerd. Sfeervolle, dromerige pop, radiovriendelijk, suikerzoet en minder korzelig, rock en rauw. De zang komt op Kerman terecht en Wang’s zang is op het achterplan verdwenen.  De titelsong, opener van de cd , “Even in dreams” en “My terrible friend” leunen nog het nauwst aan het debuut, maar met “Heart in your hreartbreak” is de nieuwe Pains Of Being Pure at Heart geboren …
Charmante plaat dat wel, maar de nieuwe songs beklijven minder; we hielden meer van het ruwer randje waarin de pedaaleffects eens stevig konden worden ingedrukt …  

Middle Class Rut

No name no color

Geschreven door

The White Stripes ! Jane’s Addiction ! Fugazi ! At The Drive In!
Zo, een beetje namedropping, gewoon om uw aandacht vast te krijgen. Weet u meteen in welke richting u het moet zoeken bij Middle Class Rut. Er zijn ergere dingen om mee vergeleken te worden, denkt u ook niet ?
Middle Class Rut is een duo uit Sacramento, Zack Lopez op gitaar en Stean Stockham op drums. Op hun debuut ‘No name no color’ gaan ze gretig aan de slag met de hierboven vermelde invloeden om tot een set uiterst energieke en soms extreem vurige songs te komen. Lopez zijn gitaar heeft zo te horen meerdere malen geflirt met het exemplaar van Jack White en zijn stem ligt bij vlagen akelig dicht bij die van Perry Farrell, er is dus wel nog wat werk aan de winkel om de grote voorbeelden iets meer op afstand te houden. Het duo slaagt er wel in om een vol en krachtig geluid te serveren. Er zijn volgens ons in de studio nogal wat keyboards en extra gitaren aan toegevoegd, benieuwd dus hoe ze hier live zullen mee wegkomen.

In ieder geval, de twee wildebrassen hebben op ‘No name no color’ een handvol verdomd snedige songs neergepoot zoals “Busy bein’ born”, “Sad to know” en een superheet “USA”.
Met onze ogen dicht dachten we nog een beetje te veel dat we naar de nieuwe Jane’s Addiction zaten te luisteren (is trouwens gepland voor september) maar er zitten tonnen potentieel in dit bandje. Dat eigen smoelwerk komt er dus nog wel, geloof ons.

Lords Of Altamont

Midnight to 666

Geschreven door

Lords Of Altamont uit California staan met hun vierde plaat nog altijd garant voor vettige garage rock naar de goede geest van bands als MC 5 (de hoes liegt er niet om), The Stooges, The Nomads, The Hellacopters en The Mooney Suzuki. Er wordt meestal rechtdoor gebeukt met fuzzy gitaren, vuile orgelpartijen en roffelende drums, en dat met in motorolie gemarineerde songs als “I’m alive, “Get in the car”, “Ain’t it fun” en “Synanon kids”. Ook een aangename motherfucker van een song is het in de sixties gedrenkte psychedelische “Save me from myself”, sluimerende bass gevolgd door een vuile riff en dan die frontman Jake Cavaliere die herhaaldelijk “I’m comin’ back for more” er overheen schreeuwt. Yeah !
 “Gettin high (on my mystery plane)” is misschien een beetje een te opvallende rip off van “TV Eye” van The Stooges, maar we vergeven het hen graag want dit is het soort vunzige straight forward rock die dezer dagen te weinig gemaakt wordt.
Lekker smerig, zo lusten wij onze garage rock het best.

Channel Zero

Feed’Em With A Brick

Geschreven door

Zo plots Channel Zero er midden jaren negentig mee ophield, zo plots herrezen ze vorig jaar uit het niets…  Dat ze live nog steeds staan als een huis, konden we vorig jaar duidelijk zien op de reünieschows in de AB en in iets minder mate op Graspop...
Een heel belangrijk verschil tussen het huidige en het oude CZ is natuurlijk de exit van voormalig gitarist Xavier Carion en de intrede van  diens plaatsvervanger Mike Doling (ex-Snot en ex-Soulfly)...  Dat Carion een uiterst belangrijke rol speelde bij het componeren van de succesnummers, werd zeer duidelijk  tijdens een (volledig aan Channel Zero gewijde) aflevering van het onvolprezen Belpop.  Dat gegeven en het zeer matige nummer “Black Flower” (dat je voor een prikje kon kopen tijdens de AB-shows) deed ons allesbehalve het beste vermoeden voor de comeback-plaat van het jaar.  
Met een bang hartje schoven we ‘Feed’Em With A Brick’ dus in onze platenspeler maar na een tiental luisterbeurten kunnen we het grootste deel van onze scepsis overboord gooien. De oude metalsound uit de jaren negentig werd onder aanvoering  van nieuwe songsmid Doling en producer Logan Mader (ex-Machine Head) flink opgepoetst en er werd geopteerd voor een mix van moderne, heavy  metal met een flinke portie trash en klein scheutje hardcore.   ‘Feed’Em with A Brick’ werd daardoor  een  zeer stevige én fijne metalplaat die bovendien (en dat lijkt ons toch het belangrijkste)  verschillende goeie nummers bevat die zich al heel vlug in je hersenpan nestelen.  Opener “Hot Summer” is wat ons betreft een van de beste CZ-nummers ooit en heeft enkele strakke rifs, een ongelooflijke groove en een straffe Franky DSVD die duidelijk in topniveau is. De stem van Belgiës meest bekende brulboei klinkt trouwens de hele plaat enorm catchy en transparant en het is duidelijk dat hij met de jaren alleen maar beter is geworden.  Ook “Guns Of Navarone” is een absolute voltreffer, rolt als een sneltrein door je speakers en heeft een simpel maar zeer doeltreffend refrein.  Andere splinterbommen op deze plaat zijn “Electric Showdown”, “Ammunition”,“Hammerhead” en “War is hell”.  Het is gegarandeerd onmogelijk om bij deze topnummers je nekspieren stil te houden.  Twee absolute hoogtepunten zijn verder nog het aanstekelijke “Side Lines” en het grungy “Ocean” waarbij de band bij momenten flink wat gas terugneemt.  Zoals we in het verleden al gewoon waren, betekent dit niet dat Channel Zero dan minder indrukwekkend wordt, integendeel.  “The Ocean” is misschien wel het beste nummer op de plaat en kenmerkt alle ingrediënten die van dit viertal zo’n topband maakt: de ratelende drums van Phil Baheux, de funky baslagen van Olivier De Martino, de spetterende gitaren inclusief geschifte solo’s van Doling en de oerschreeuwen van de Smet van Damme. 
Afwachten of  ‘Feed’Em With A Brick’ dezelfde status zal verwerven als ‘Unsafe’ en ‘Black Fuel’ maar wat ons betreft is dit plaatje een kopstoot van jewelste!

Pagina 760 van 966