logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
The Wolf Banes ...

Duffy

Endlessly

Geschreven door

In 2008 had Duffy, uit Wales afkomstig een millionseller uit, ‘Rockferry’, die met singles als “No mercy”, “Warwick avenue”, “Stepping stone” en de titelsong een handvol aardig in soul gedrenkte popsongs uithad. Haar doorleefd, indringend en licht krakend stemgeluid gaf elan en kleur. Een ‘Waaaw’ gevoel dus en wat waren we toch onder de indruk van deze groovy, sensuele, zwoele soulpop met jazzy loops en orkestraties. De Motown pop en Dusty Springfield werd dichter bij de huidige revelatie ‘revival’ dames gebracht als Adele en Amy Winehouse.
De muzikale schoonheid vinden we eveneens terug op de opvolger, maar het raakt minder .  Opnieuw is er de afwisseling van sfeervolle ballads en ietwat luchtige pop, die van orkestratie kunnen doordrongen zijn. Maar de sound en haar stem zijn minder indringend. Deze keer kwamen The Roots op de proppen als begeleidingsband en stond Albert Hammond (papa van Jr Stroke – die ook al een pak hits op z’n naam heeft als “The air that I breathe”, “When I need you” en “To all the girls I’ve loved before”) in voor de productie.
“My boy”, “Well, well, well” en “Girl” hebben de meeste levendigheid, de andere rits nummers baden in uiterst ‘easy listening music’.
Een geslaagd album, dat wel, maar minder overtuigend dan het debuut.

Women

Public strain

Geschreven door

Het titelloos debuutalbum van deze band is aan ons voorbij gegaan, maar de basis van hun lofinoisepop horen we terug op de opvolger van het kwartet door de gitaarriedels  en de onderhuidse noisy sound.
Psychedelische lofi rammelpoprock, sfeervol en dromerig , maar intrigerend door de repetitieve structuren en een zweverige zang. Het geheel klinkt iets gematigder en toegankelijker. Naar het eind toe op “Venice lockjaw” en “Eyesore”, klinkt de groep voor z’n doen melodieus, integer en emotievol!
In de eerste songs als “Can’t you see”, “Heat distraction” en “Narrow with the hall” klinkt er iets meer shoegaze, “Drag open” op z’n beurt kon zo van de hand van Sonic Youth zijn en  daarna houdt de band het vooral op hun uniek treffende stijl.
‘Public strain’ is alvast een aangename ontdekking van deze bijzonder goed gevonden groepsnaam en we kijken alvast uit wat ze verder in petto zullen hebben, want de volgende kan misschien wel raak zijn voor een groter publiek …

Muzzled

Reborn

Geschreven door

De Stonerrockbands schijnen in Italië de laatste tijd als paddestoelen uit de grond te verrijzen.  Denk maar aan bands als The Small Jackets, OJM, Black Rainbows en The Shoes.  Nu is er ook de groep Muzzled die met ‘Reborn’ een eerste full album op de wereld loslaat.  Op dit plaatje doen deze Italianen hard hun best om zo swingend mogelijk te rocken.  13 nummers (waaronder de Stonescover “Gimme Shelter”) passeren in zo’n 45 minuten.
Muzzled lijkt in de verte wel wat op Monster Magnet maar blijkt jammer genoeg niet meer dan een zoveelste ‘woestijngroepje’ te zijn...
Wij hebben ons een paar keer door dit plaatje geworsteld maar echt veel gedenkwaardige momenten hebben we niet kunnen detecteren...
We vrezen dan ook dat er geen grote carriëre voor deze Italianen is weggelegd...

Steve Kilbey & Martin Kennedy

White Magic

Geschreven door

Een van de mooiste stemmen uit de rockgeschiedenis moet ongetwijfeld die van Steve Kilbey zijn, frontman van The Church. Deze band mag dan wel dertig jaar lang albums hebben uitgebracht die tot het kruim van de indie/waverock behoren, toch zullen ze voor eeuwig en altijd (o zo ten onrechte) bekend staan voor die ene grote hit die "Under the milky way" was.
The Church ging zijn eigen weg verder en profileerde zich door de jaren meer en meer als een Americana-band die gezegend was met het Australisch desolaat geluid waar ook The Triffids een patent op hadden. Mensen worden echter ouder en zo ook Kilbey die zich de laatste jaren genoeg schijnt te nemen met de status van onbekend cultfenomeen.
Voor diens laatste cd zocht Kilbey de medewerking van op van ene Martin Kennedy, een man die ooit dertig jaar geleden als fan een optreden van The Church op zijn walkman stond op te nemen.
Het resultaat is zoals steeds een plaat geworden die gedomineerd wordt door Kilbey's prachtige stem en nummers die je op minimalistische singer-songwriterswijze wegvoeren naar een andere wereld waar dromen heersen.

Peter Murphy

Ninth

Geschreven door

 

Op een paar kleine hits na hebben de soloplaten van the gothfather nooit echt goed geboerd in Europa en daar zal het Amerikaans karakter van diens platen wel iets met te maken hebben.
Trouwens, op de bekende grafstem na, kan je ook moeilijk gaan beweren dat Murphy’s solowerk ook maar iets met gothic te maken heeft.
Nu goed, ‘Ninth’ is dus zoals de titel doet vermoeden Murphy’s negende solowerk en ook al dachten we bij opener “Velocity Bird” eventjes dat we per abuis een Iggy Pop-schijf in onze cdlader hadden gegooid is ‘Ninth’ een meer dan behoorlijke plaat geworden.
Zoals te verwachten viel is het ook een plaat met de nodige missers en treffers maar toch mogen nummers als “Seesaw Sway” of “I spit roses” tot het beste Murphy-materiaal sinds jaren gerekend worden.
Meer zelfs we zouden durven beweren dat ‘Ninth’ het sterkste is wat Murphy solo ooit gebracht heeft, ook al lijkt ‘Ninth’ bij wijlen meer op een betere David Bowie-plaat dan iets anders.
Fans van Murphy zullen blij zijn, maar de rest van de bevolking zal er (net als van die andere acht) er niet bepaald van wakker liggen.

Les Nuits Botanique 2011 - Kurt Vile & The Violators – ‘Vilijne’ schoonheid of de ondergang van het avondland?

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Kurt Vile & The Violators – ‘Vilijne’ schoonheid of de ondergang van het avondland?

Ooit al een hard-rock kapsalon geweten? Nee, tattoo-shops al wat je wil, maar de vrienden van de luide gitaar nemen ofwel zelf de tondeuse ter hand of laten het haar weelderig groeien. Kappers zijn nooit rijk geworden door een hard-rock cliënteel, of het moet in de vroege jaren tachtig geweest zijn , toen hairmetal bands als Motley Crue en Twisted Sister eigenhandig het gat in de ozonloog uitdiepten door middel van honderden bussen haarlak.

Ook Kurt Vile en zijn Violators hebben in jaren geen schaar gezien en moeten wellicht baby-shampoo gebruiken om knopen te vermijden.  De nauwe jeans en sneakers vervolledigden het plaatje, het was net alsof de reïncarnatie van Iron Maiden een try-out kwamen spelen in de Rotonde .


‘Smoke ring for my halo’, Kurt Vile’s vierde album, wordt door sommigen het album van het jaar genoemd, maar daar is dit semi-akoestische album toch net iets te weerbarstig voor: dit is het soort plaat die je best met een hoofdtelefoon beluistert, omdat anders de sfeer verdwijnt: Vile’s stem is op zijn minst lijzig, de gitaren zijn vreemd gestemd, en als je de plaat uitzit, bekruipt je een landerig zondagnamiddaggevoel, alsof de hoofdpijn van de kater van de avond voordien al weg is, maar je toch geen zin hebt om veel uit te richten in wat er van het weekend rest.
We hadden een donker vermoeden dat de Violators live heel wat steviger uit de hoek zouden komen, en dat bleek al vanaf het eerste nummer “Hunchback”: Vile en Granduciel , de tweede gitarist, beiden kromgebogen, (hun moeder had het hun nog zo gezegd: “hou uw rug recht, ge gaat nog scheef groeien”), beten zich vast in hun afgeklemde gitaarnek en er volgde een rondje klassieke gitaarrock, waarin ook het op plaat akoestische “Jesus Fever’ een stevig rockjasje aangemeten kreeg.
Twee grote fans, laten we ze Ronnie en het Hippiemeisje noemen, vonden het fantastisch, en starten onmiddellijk een wilde pogo, wat maar matig door de rest van het publiek geapprecieerd werd, die overduidelijk een rustiger set verwacht hadden. Vile gaf echter nog wat gas bij in een nummer dat zo uit de pols van Neil Young leek te komen.

Pas na een halfuur,  liet Vile de band even uitblazen, en bracht hij solo op zijn semi-akeustische gitaar, waarvan hij de snaren wel in een heel vreemde toonaard gestemd had, een aantal van de rustiger nummers van ‘Smoke ring for my halo’, genre “Runner ups”, “In My time” of “Peeping Tomboy”. In die songs,  heeft Vile veel weg van M. Ward, die net als hij nummers maakt die uit een heel ander tijdperk lijken te komen dan het post-Osama 2011.
Na dit akoestisch tussenstuk, en opnieuw na veelvuldig stemmen van de gitaren werd de draad door de band weer opgepakt, met een voorname rol voor de drummer, die zowel met paukenstokken als met de blote hand zijn drums beroerde.

Ruim 95 minuten rock ’n’ roll, geen bisnummers, maar wel een knappe afsluiter met “Freak train”, met de bassist op saxofoon, zodat je wel ‘Stooges’ moest denken. Vile was gul vanavond, en zo mag het eigenlijk altijd zijn.

Theodore Dalrymple, de huisfilosoof van Bart De Wever, noemt rock de oorzaak van de ondergang van de westerse beschaving, Als Vile en zijn Violators de soundtrack van die ondergang mag zijn, dan zijn wij al best tevreden.

Twee voorprogramma’s vanavond, waarvan het eerste Spindrift, een vijftal uit LA, perfect aansloot bij de hoofact van vanavond, met zijn woestijnrock met indianengezangen en space-gitaren, en de tweede band, Still corners, een Londense band die op Subpop zit, een schoolvoorbeeld was van de avontuurlijke programmatie van de Botanique: het geluid en de podium-act van deze tweede band stond wel heel erg ver van wat Kurt Vile vanavond bracht: we zagen vier propere Londense jongens, een heel bedeesd meisje in een Audrey Hepburn mantelpakje, die een soort verstilde en vervreemde sixtiespop brachten, waarbij de ijle stem van Tessa Murray schipperde tussen Heather Nova en Beth Gibbons, en de band twijfelde tussen gitaarpop en elektronica met een sixtiesjasje zoals we dat kennen van Stereolab.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen – Akron/Family en Agnes Obel

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 – alle zalen – Akron/Family en Agnes Obel
Vanavond was er variëteit troef in de verschillende Bota zalen. We hielden halt in de knus ingerichte Grand Salon voor Stranded Horse en Akron/Family en in de Orangerie stipten we de pianoballads aan van de klassiek geschoolde dames Alina Orlova en Agnes Obel. Een specifieke recensie krijg je van wat er in de Bota Rotonde geprogrammeerd stond.

Stranded Horse: een vleugje mystiek misstond niet bij het soloproject van Yann Tambour die deel uitmaakt van het postrock ensemble Encre. Op basis van de innemende (postrock) sounds hoorden we die wasem door het gitaargetokkel, de kora en zijn zacht nasale stem. Sober, emotievol materiaal, die tot z’n recht kwam in de intieme sfeer van de GS. Perfect dus!

Ook het NYse trio Akron/Family maakte hiervan dankbaar gebruik van om hun inventieve, bevreemdende freakfolk op charismatische wijze los te laten. Hun muziek is niet makkelijk te doorgronden, songs krijgen een jam, experimentele uitvoeringen, hebben verrassende wendingen en zijn live moeilijk te herkennen, én ergens tussenin hoor je de subtiliteit, de finesse en zijn schoonheid door een toegankelijke melodie, gevatte akkoorden en fabelachtige geluidjes. Ze zorgen voor een broeierige intensiteit en raken door een harmonieuze samenzang. Ze laten ruimte voor verbeelding en betrekken het publiek bij de nummers (door lichaambeweging, vingertics, …).
Hypnotiserend, sfeerschepping, lekker wegdromen en dan wakker schieten in de realiteit …Als en eigenbereide rockende, freefolkende band speelden ze, die met het recentste album ‘Akron/Family II - the cosmic birth and journey of Shinju TNT’ de lichtjes in de GS deden fonkelen …

Verstilde pracht hoorden we van Alina Orlova en Agnes Obel in de uitverkochte Orangerie.

Alina Orlova is actrice, schilder, fotografe en een sing/songwriter .Ze is op vele fronten actief, maar zorgt voor een begeesterede schoonheid op piano, indringend, sober, pakkend of door de huppelende ritmes sprookjesachtig, gezongen half in de eigen moedertaal als in het Engels.
Ook zijn ze doordrongen van klassiek, tango en cabaret. Haar hemels, indringende soms hoog uithalende vocals ondersteunden het emotievolle, beladen pianospel. Het publiek was in afwachting van Agnes Obel al aandachtig naar haar werk. Joanna Newson en An Pierlé konden al op de eerste rij staan.

En dat zouden ze zeker doen voor het materiaal van Agnes Obel. Het debuut van de Deense, ‘Philharmonics’ is een schot in de roos. België hangt aan de lippen van de jonge, beloftevolle talentvolle dame die sober, streng en met een vlechtenlook op plaat staat, maar live uitermate lief en sympathiek is. Na een uitverkochte Rotonde, AB Box en Bota zal het publiek ook op Gent Jazz Fest voor haar vallen … Iedereen in de uitverkochte Orangerie was muisstil en onderging de fijne, meeslepende, speelse pianomelodieën, onder haar heldere, expressieve stem. Ze werd bijgestaan door Ane Ostsee, die subtiel en snedig op haar cello speelde en de backing vocals verzorgde.
Ze stelde de songs van haar debuut voor, ingetogen en frisse elfenpop, die een dromerig, donker randje kon hebben en een lichte dreiging kon uitstralen; filmische instrumentals werden toegevoegd om de sfeerschepping te beklemtonen. Op die manier stonden de titelsong, “Beast”, “Just so” en het instrumentale “Louretto” moeiteloos naast elkaar. Op “Brother narrow” kwam even een akoestische gitaar boven. De ingetogen pracht van “Katie Cavel”, “Over the hill” en een pure versie van de gekende  single “Riverside” waren kwetsbaar en emotievol geladen.
Die muzikale verkenningstocht op piano en cello is mooi … Het nieuwe, lang uitgesponnen  “Fuel to fire?” ontroerde en gaf ons de kans lekker weg te dromen. “Close watch“ van John Cale kreeg een avontuurlijke draai. Hier keken Kate Bush en Tori Amos om de hoek en was het duo een excentriek kamerorkest.
Crescendo en krachtiger klonk het duo op de intens broeierige “Sons & daughters” en het afsluitende “On powdered ground”, zonder in te boeten aan fijngevoeligheid.
Ze werden heel erg warm onthaald, en genoten van het de bijval en het succes. Obel speelde tot ze écht geen songs meer had, solo of met de celliste , intiem, eenvoudig en treffend. Het succes is haar gegund en een ‘Waaaw’ - gevoel was hier op z’n plaats …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Elliott

The Thrill Of…

Geschreven door

Wie voor de job van recensent kiest, ontdekt vaak veel moois maar jammer genoeg komen er soms ook releases op je afwaaien waarvan je hoopt dat je ze nooit zou gehoord hebben en jammer genoeg behoort Elliot tot deze laatste categorie.
Niet dat er kosten of moeite gespaard zijn voor dit debuut want deze cd werd zowaar in Belgrado opgenomen. En toch, ook al is Elliot niet gauw tevreden met zichzelf kun je moeilijk beweren dat hij een muzikaal genie is want je hoort zijn muzikale voorbeelden zo doorheen zijn nummers.
‘The thrill of...’ mag dan wel aangekondigd worden als een zomerse electropopalbum toch kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat het vooral een amateuristische plaat geworden is.
Deze muzikant uit het Nederlandse Almere blijkt vooral geinspireerd te zijn door Michael Jackson en andere legendes uit de 70's en het is misschien daar waar het schoentje knelt.
Deze cd klinkt teveel als een hommagecd aan een geluid dat anno 2011 hopeloos gedateerd klinkt en als je daar nog eens een zwakke zang, kleuter-Engels en wankele composities aan toe voegt kunnen we niet meer dan besluiten dat dit een cd geworden is die op alle fronten gebuisd is. Absoluut te mijden dus.

Tripoli

Some hearts skip a beat

Geschreven door

Gelet op de actualiteit lijkt het misschien op gebrek aan goede smaak om je groep Tripoli te gaan noemen, maar deze Vlamingen zijn wel al bezig sinds 2003 toen alles daar nog vredig (nou ja) verliep. Net zoals in Libië is er op die paar jaar tijd het één en ander binnenin de groep gebeurd, zo verliet de eerste zangeres Femke De Beleyr de groep om te worden vervangen door Melissa Hanssen.
Te oordelen naar deze nieuwe EP, zou dat wel eens een ideale keuze kunnen geweest zijn, want ook al weten de jongens hoe ze een stevig indierocknummer in elkaar moeten knutselen, blijkt Melissa's stem toch het uithangsbord van deze Tripoli te zijn.
Op deze EP krijg je vijf nummers voorgeschoteld waarin het duidelijk wordt dat dit het soort mensen zijn die dwepen met de jaren '90 indiegeluiden en waarbij we groepen als Veruca Salt, Juliana Hatfield, Salad en zelfs Eden in het vizier hebben.
En met zo'n schoon gezelschap zul je ons niet gauw horen klagen. Een indiegroep die je beter uitcheckt als die bij je in de buurt komen.

Les Nuits Botanique 2011 - Bill Callahan en Sophia Knapp - Vrolijk deprimerende perfectie

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Bill Callahan en Sophia Knapp - Vrolijk deprimerende perfectie

Toen Sophia Knapp in een lang en licht doorschijnend roze gewaad het podium betrad dachten we dat we het foutste van die avond wel achter de rug hadden. Maar dat was buiten haar muziek gerekend. Bedeesd begon de jongedame op de snaren te tokkelen, enkel begeleid door een voorgeprogrammeerde muziekdoos waaruit een mengeling van overstuurde en holle eighties synthesizer geluiden weerklonken die zelfs aan Vangelis refereerden.
We houden het op ‘Eighties folk, een genre dat wat ons betreft niet echt verder moet geëxploreerd worden.  Met een mengeling van compassie en lichte afschuw kon het publiek voor het eerst kennis maken met de live (?) uitvoering haar onlangs verschenen ‘Nothing To Lose’ debuutplaat. Dat de jongedame naar het einde toe toch nog wat bijval oogstte was vooral te danken aan haar niet onaardige stem, die ergens aan Nina Persson van The Cardigans deed denken.
We raden Sophia echter aan om haar muziekdoosje dringend in te ruilen voor een begeleidingsband met ballen, wil ze voor de rest van haar muzikale carrière niet als een fout curiosum geboekstaafd staan.

Een stormachtig onthaal viel dan weer te beurt aan Bill Callahan, de eigenzinnige Amerikaan die al meer dan 20 jaar aan een panoramische muzikale weg timmert, lange tijd onder het ‘Smog’ pseudoniem, maar sinds enkele jaren ook in eigen naam. Voor de gelegenheid uitgedost in een kraakwit kostuum en begeleid door twee, weliswaar uitmuntende, muzikanten (elektrische gitaar en drums) solliciteerde Bill Callahan met zijn vrolijk deprimerende songs anderhalf uur lang uitdrukkelijk naar de titel ‘beste optreden Les Nuits Botanique 2011(?)’.
Vast staat dat de aanwezigen die avond getuige waren van een nagenoeg perfect concert dat nog lang zal blijven nazinderen. Zo bleef de emotionele intensiteit op nummers als “Riding For The Feeling” en “Too Many Birds “ niet boven de hoofden van het publiek cirkelen, nee, ze vloog rechtstreeks naar de keel om ze vervolgens onverbiddelijk toe te knijpen. Een luid applaus na ieder nummer was de enige manier om weer even op adem te komen, voor heel even maar. “Baby’s Breath” van het nieuwe album ‘Apocalypse’ zinderde van de levenswijsheid op banjo en ‘The land of opportunity’, of wat er nog van overblijft, werd ongenadig op de korrel genomen tijdens “America”. Om vervolgens te bedaren met “Jim Cain”, nog zo een ingetogen meesterwerkje waarvan pakweg Stuart A. Staples van The Tindersticks wou dat hij het zelf eerder geschreven had.
Wat was er dan zo uitzonderlijk aan dit concert? Omdat Bill Callahan met zijn diepe baritonstem als onverbiddelijke scheidsrechter live demonstreerde dat eenvoudig en complex of luchtig en ernst niet noodzakelijk muzikale tegenpolen hoeven te zijn, maar in tegendeel, dat het ingrediënten zijn die gecombineerd een optreden ver boven zichzelf kunnen doen uitstijgen.  

Moge Bill Callahan zijn roes van uitmuntend songschrijverschap nog lang niet uitgewerkt zijn, en zeker niet alvorens een volgende Nuits Botanique.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Bota)

Pagina 769 van 966