logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
giaa_kavka_zapp...

Jack Peñate

Everything is new

Geschreven door

’Everything is new’ is de tweede plaat van de Londense singer/songwriter Jack Penate, (origine van Spaanse en Britse ouders), die heel goed bevriend is met de dames Kate Nash en Adele. Z’n debuut ‘Matinee’ van twee jaar terug, ging aan onze aandacht voorbij; maar door de voorstelling van de opvolger, grepen we even terug naar dit debuut wat onze nieuwsgierigheid fraai springerig popmateriaal opleverde met aanstekelijke, opzwepende ritmes.
’Everything is new’ is een luchtige opvolger: charmant rommelig en catchy zomerse pop, die een relaxte, ontspannende indruk nalaten. Uitgelaten popsongs die neigen naar de sound van Vampire Weekend door de Afrikaase ritmes, percussie, gospelkoren, blazers en ‘80’s keyboards. “Let’s all die” en de titelsong passen ideaal binnen dit concept. Maar de meeste nummers songs hebben een opzwepende groove en bevatten hitpoptentie: “Tonight’s today” voorop, gevolgd door “Pull my heart away”, “Torn on the platform”, “So near en “Be the one”. Popmuziek als medicament om je zorgen je vergeten … Ook enkele ingetogen nummers als het bezwerende “Body down” getuigen van mans volwassen aanpak.
’Evertything is new’ lijkt wel het ideale recept om je vakantie in te zetten: een frisse wind door de vaardige opbouw en een melodieus broeierig en opzwepend ritme. Ze hangen onuitwisbaar in je geheugen. Jack Penate als de vrouwelijke Lily Allen …

Fucked Up

Fucked Up: naam niet gestolen

Geschreven door

Hoofdact Fucked Up is een band die zeer zeker zijn naam niet gestolen heeft. Wij zouden er zelfs gerust nog een ‘Completely’ aan toevoegen, en dat hebben ze volledig te danken aan hun zanger/krijser Pink Eyes (aka Father Damien), een compleet dolgedraaide dikkerd die zich meer tussen het publiek bevond dan op het podium. Hij rolde over de grond, ging menig partijtje pogo aan met zijn fans, sprong, brulde, kroop en liep in zijn onderbroek als een gedrogeerde stier door de zaal (de enige die qua zwijnerij een beetje in de buurt komt is David Yow, die gek van The Jesus Lizard).
Pink Eyes stond bol van de adrenaline, het publiek vond het geweldig en iedereen zweette zich te pletter. Op het podium stond een band met maar liefst drie gitaristen die een hardcore punk geluidsmuur optrokken waar geen poot meer tussen te krijgen was. De variatie en subtiliteit die op hun voortreffelijke album ‘The chemistry of common life’ nog een beetje te bespeuren was,moest men op het podium ver gaan zoeken, maar de explosiviteit en splijtende energie die van dit combo uitging, maakte alles goed. Dit was een ultraharde kopstoot van een optreden. Zelden zoiets gezien.

Het Belgische Drums Are For Parade keerde terug naar de primitieve brute power van Melvins, vroege Soundgarden en Karma To Burn. Zware gitaren, geen bass en een drummer die zijn ziel er uit schreeuwt. Niet voor doetjes of gevoelige oortjes.

TV Buddha vindt het ook al niet nodig om op het podium te gaan staan. “Wij doen ons ding tussen het volk, fuck the stage” denken ze. In ware White Stripes traditie (een gitarist en een schoon madam op een wel heel sober drumstelletje) wrong dit duo zich doorheen een dosis distortion en moordende riffs (a la White Stripes, Black Keys, Black Sabbath) met af en toe wat huilende zang (denk ergens tussen Jon Spencer en wijlen Lux Interior). Knap, heftig en vooral luid.

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Steely Dan

Left Bank Holiday Tour 2009: Steely Dan

Geschreven door

Goed om weten als je een Steely Dan-concert bijwoont is dat het duo Becker/Fagen altijd een studiogroep geweest is en met de eerste zeven platen bewezen heeft dat perfecte schoonheid wel degelijk van deze wereld is. Als je dan bedenkt dat elk apart nummer na maandenlang sleutelen ingespeeld werd door telkens weer andere topsolisten, is het niet moeilijk te begrijpen dat Walter en Donald nooit zin hadden om rond te touren: zo zouden ze hun zorgvuldig opgebouwd imago van muzikale tovenaars aan al te gemakkelijke kritiek blootstellen. Zeldzame live-opnamen uit die jaren klinken achteraf nochtans wonderlijk mooi. Becker is subliem als begenadigd gitarist met een eigen stijl vol verrassende wendingen. Komt daarbij dat Fagen aanvankelijk de eigen nummers niet wilde inzingen omdat hij niet tevreden was met zijn eigen stemgeluid. We danken het aan producer Gary Katz dat hij hem ervan overtuigde dat zijn nasale klank perfect paste bij de ironische teksten die het duo in elkaar knutselde.

Rond de eeuwwisseling, na een stilte van 20 jaar, lieten de ‘Dan’ eindelijk van zich horen met een achtste plaat. Nieuw was dat de heren besloten hadden alle frustraties omtrent het podium van zich af te gooien en de baan op te gaan! Vandaag was het derhalve de vierde keer dat de inmiddels bejaarde heren ons land aandeden. Alle fans, waaronder zoals bekend veel muzikanten, hebben de groep dus reeds meermaals bezig gezien. Het grootste deel blijft telkens terugkomen, zodat Vorst Nationaal nog voor twee derden opgevuld raakte, hoewel er nog nauwelijks tamtam gemaakt wordt in de geschreven media. Gelukkig voor ons en zelfs voor elke huismoeder, maakt elke samensteller van radioprogramma’s nog bijna dagelijks gebruik van de collectie onverslijtbare songs…
“En het concert?” De uitgebreide band (4 blazers, 3 zangeressen, basgitaar, extra gitarist, piano en een strakke drummer) zet stevig maar zalig in met pure jazz. Met Becker en Fagen erbij worden we getrakteerd op het verrassende, op een lekker lome melodie herschreven “Reeling in the Years”. Het vroege popnummer “Show Bizz Kids” krijgt een andere intro mee en het wordt –typerend- uitgevoerd in een deftige jazzclubversie. “Bad Sneakers” valt daarna eigenlijk wat tegen, misschien omdat je niet tegelijk ‘Against Nature’ kunt zijn en jong maar decadent. Er zit al sleet op Fagens stem, maar we zijn blij dat hij zich over dit ongemak heen durft te zetten, anders hadden we geen concert gehad. “Black Friday”, over de beurscrash, klinkt sterk en krijgt een prachtige gitaarsolo van John Herington mee. Met het obligate “Aja” bedenken we opnieuw dat we best tevreden zijn dat de heren nog hun ‘dime dancing’ niet afgerond hebben. Dan volgt “Hey Nineteen”, onverwoestbaar en in orde op één mankement na: het koor klinkt onvolledig tijdens het refrein. Becker somt tussendoor een reeks sterke dranken op, maar realiseert zich tijdig dat hij in België is en sluit de reeks af met bier. Bedoeling is blijkbaar dat het publiek de woorden ‘Cuervo Gold’ meezingt, en ik die dacht dat het om één of ander ander soort geestesverruimend middel ging, maar dat is dan waarschijnlijk de ‘Fine Colombian’. Interessant is hier de trombonesolo van Slim Jim Pugh die het nummer in oude jazztraditie veel eer aandoet, hetgeen duidelijk maakt dat veel meer de weg van improvisatie op het eind van het nummer zou mogen ingeslagen worden in plaats van een droog en al te abrupt einde. Het slot van “Green Earrings” (uit ‘The Royal Scam’) illustreert dit wat later opnieuw want mede daardoor kan de uitvoering op enorm veel bijval rekenen. Tussendoor komen we nog te weten dat Daddy Becker zijn leven gebeterd heeft want hij zingt vrij aardig dat hij verhuisd is uit New York City. Josie en Peg worden nog getroost (Ricky niet) en op “Kid Charlemagne” mogen de muzikanten toch nog eens loos gaan in een passend slot.
Het bisnummer moet dan natuurlijk “Do It Again” worden zodat we met een ‘smile’ op ons face dorstig wegtrekken na al deze ‘perfection and grace’.

Om nooit te vergeten: terwijl wij als laatste gasten op het terras van de ‘Club des Artistes’ de zwarte luxebus met opschrift ‘Beat the Street’ zien wegrijden met de artiesten aan boord, steekt warempel een vos de straat over om zich te goed te doen aan een gevallen hamburger. De hoes van ‘The Royal Scam’ komt me nog voor de geest wanneer ik onvast rechtkrabbel…

Organisatie: Live Nation

Couleur Café 2009: vrijdag 26 juni 2009

Geschreven door

De twintigste editie van Couleur Café was een schot in de roos. Met zo goed als drie uitverkochte dangen,  klokte de organisatie af op ruim 78000 bezoekers. Couleur Café stond garant voor dansbaar feestelijke muziek op drie podia met animatie, solidariteitsprojecten, workshops, tentoonstellingen, een pak faciliteiten aan dranken en cocktails en een keur aan maaltijden. Ons eerste bezoek (Foei!) aan Couleur Café was hét ontdekken waard … Dag 1 kozen we uit …

dag 1: vrijdag 26 juni 2009
Amadou & Mariam (Titan)
Heel veel leuks komt uit Mali met o.a. Ali Farke Touré, Toumani Diabaté en het zeskoppige gezelschap onder het blinde echtpaar Amadou & Mariam. Ze leverden meteen een hartverwarmende als swingende, groovy dansbare set af door de opzwepende dubbele percussie, een fijn aanstekelijk en intrigerend gitaarspel (refererend aan de nomaden van Tinariwen) en de samenzang van het koppel. Ook de bevallige backing vocalistes/danseressen boden kleur en intensiteit.
Ze braken door met de vorige cd ‘Dimanche à Bamako’ (met dank aan Manu Chao!). Het recente ‘Welcome to Mali’ zorgde voor een evenwichtige opvolger. Het sympathieke gezelschap klinkt op plaat allemaal aanstekelijk en mellow, live speelden ze krachtiger, creëerden een zomers zwoel sfeertje en werkten in op de dansspieren, die het fleurige karakter van CC onderstreepten. De sterke respons aan het hoofdpodium deed de band erg deugd. Hun afroworldpop kwam in de schijnwerpers met songs als “Artistaya”, “Beaux dimanches”, “Coulibaly”, “Sabali”, “Africa” en de titelsong van de nieuwe cd.

We vermoedden het al toen de Duits/ Nigeriaanse zangeres Nneka (Egbuna) (Fiesta) in februari ll optrad in de Botanique. Zij komt naar CC! Haar broeierige afro/soulpop met een groovy beat palmde in geen mum van tijd de tent in. De charismatische Nneka is ergens te situeren tussen Neneh Cherry, Lauryn Hill, Leela James en Kelis. Ze putte uit haar twee platen en wist moeiteloos enkele songs uit te spinnen met haar begeleidingsband door meezingbare refreinen en enkele obligate ‘yeahyeahs’. Ook het handjeszwaaien gaf elan.
Een dame die veel te vertellen had: haar streven naar en de droom van een betere wereld kreeg muzikaal kleur door de meeslepende, bedreven opbouw en exotische klanken, of door een semi –akoestisch toongezette aanpak, gedragen door haar helder indringende en overtuigende vocals. Succesvol waren alvast de herkenbare “Walking” en “Uncomfortable truth” als “Come with me”, het sfeervolle “God of mercy” en het opbouwende “Suffri”.

Ook een aangename ontdekking was Ayo, van dezelfde afkomst als Nneka (Titan), die erin slaagde wereldculturen samen te brengen in broeierige luistersongs. Het recente ‘Gravity at last’ staat bol van die muzikale verbreding. Haar warme, aantrekkelijke stem lijkt nauw verwant aan de vervlogen tijden van Nona Hendrickx. Muzikaal plaatst ze zich tussen Angie Stone, India.Arie, Tracy Chapman en opnieuw … Lauryn Hill. Ook zij was al eerder te zien in clubcircuit.
We hoorden opbouwende songs in een muzikaal palet van afro, blues, funk, soul en gospel bepaald door sfeervolle toetsen en een bezwerende percussie en ondersteund door haar fluwelen, krachtige vocals. Net als twee jaar terug klonk ze even overtuigend en enthousiast! En door als wereldreizigster te fungeren in diverse grootsteden, was een mondje Frans haar niet vreemd, wat haar een sterk onthaal opleverde …

Ook een wereldburger is Keziah Jones (Univers) die van z’n geboortestreek van Lagos/Nigeria naar Londen en Parijs verhuisde. Een man met een boodschap van hoop en samenhorigheid, die een maatschappijkritische kijk heeft, én een man die stoeit met allerlei stijlen van funk, blues, retropop en afrobeats. Hij geeft er een rauwe scherpere speelstijl aan, wat wordt omschreven als energieke blufunk! Live klonk het trio onder deze hyperkinetische zanger/gitarist intens, strak en hevig; de klemtoon kwam op het recente ‘Nigerian wood’, aangevuld met enkele goocheltrucs van covers (o.a. Dylan’s “All Along the watchtower” en Fela Kuti’s “Colonial Mentality”). Jones was een volleerd showman: in ontbloot afgetraind bovenlijf en met hoed op, ging hij volledig op in z’n uniek, meesterlijk gitaarspel, de wahwah pedalen stevig ingedrukt, refererend aan Jimi Hendrickx, en opgezweept door deep funky basses en drums. Hij betrok het publiek nauw bij de songs met de nodige “hey en how’s”, wat hem tussen Prince en James Brown bracht. Hij eerde de creatieve geesten van de worldpop en z’n idolen Miles Davis, John Coltrane en Bob Marley tot .. zelfs Michael Jackson. We hoorden en uitstekende, stomende en bruisende liveset.

Ben Harper & The Relentless 7 (Titan).
Onze Amerikaanse rootsrocker heeft zich duidelijk weten te herbronnen met een nieuwe band The Relentless 7 en de cd ‘White lies for dark times’. Er is sprake van een rauwer en krachtiger bluesy rockgeluid. Harper zingt feller en gedrevener. Kortom, het rockt de pan uit op plaat, en  live speelden ze op pittig overtuigende wijze. De vorige jaren, waaronder de laatste Werchter passage, gaf, klonk en liet Harper een uitgebluste indruk na met z’n Innocent Criminals (btw anders nog steeds zijn begeleidingsband!) door de traag slepende, sfeervolle solopartijen en z’n nasale stemgeluid, wat irritatie kon opwekken.
Op CC was er sprake van een strakke retroset, waarbij Harper z’n Weissenborn gitaar afwisselde met snedige gitaarlicks en z’n akoestische 12-string gitaar. Een knipoog naar de retro ZZ Top, Thin Lizzy en – opnieuw - Jimi Hendrickx. Praktisch al het nieuwe materiaal kauwden ze voor, waaronder “Number with no name” en “Shimmer & shine”; een terugblik naar z’n debuut hadden we met “Walk away” en “Another lonely day” en tot slot een verbluffende cover van Queen’s “Under pressure”. De Californische zanger en z’n drie kompanen wonnen ons hart met een stevige portie bluesrock.

In de verte hoorden we nog de raï van de Algerijnse Khaled in de Univers tent. Bijgestaan door een tienkoppige band hoorden we nog een smeltkroes aan warme stijlen die inwerkten op de dansspieren, met gekend materiaal “Aïcha” en “Didi” als hoogtepunten.

Succesvolle toppers besloten de eerste avond …

Bezoek gerust eens de Franstalige site voor het driedaags verslag van Couleur Café

Neem gerust een kijkje naar de Live pics op de site van Couleur Café op http://www.couleurcafe.be

Organisatie, Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel

My Latest Novel

Deaths & Entrances

Geschreven door

Op de tweede cd ‘Deaths & Entrances’ van het Schotse vijftal My Latest Novel horen we twee muzikale klemtonen: de fraaie arrangementen,de vioolpartijen en de harmonieus lieflijke samenzang doen op de eerste nummers de folkpop goed doorklinken, o.a. met songs als “All in all in all is all”, “Dragonhide”, “Lacklustre” en “I declare a ceasefire”.
Halverwege de cd durft de band directer, zelfs rauwer te zijn met enkele schaarse explosies. Op “Argument against the man”, “If the accident will” en “Re-appropriation of the meme” heerst een broeierige intensiteit.
My Latest Novel doet alvast een verwoede poging om zich een weg te banen binnen het geheel van Arcade Fire , Belle & Sebastian en The Decemberists. De groep put energie uit de ‘80’s Go-Betweens.
Net als het debuut ‘Wolves’ van een paar jaar terug nestelen de songs zich niet na 1 luisterbeurt in het hoofd. ‘Hun sfeervolle, dromerige indie/folkpop rijpt en overtuigt dan …

Buraka Som Sistema

Black Diamond

Geschreven door

Buraka Som Sistema biedt een verfrissende en vernieuwende wind binnen het danslandschap. Hun muziekstijl ‘kuduro’ genaamd, emigreerde van Angola naar de buitenwijken van Lissabon, met het oog om de ganse wereld te veroveren. Hun losgeslagen mix van reggae, dancehall ,ragga, electro, drum’n’bass, house, trance, Brasil en Cariben klinkt aanstekelijk, broeierig en opwindend. Het harde, pompende ritme, de onverwachtse wendingen, het prachtig zangerig Portugees en de ganse reeks gastzangeressen maken het geheel eigen en uniek.
De nummers beoordeel je het best afzonderlijk van elkaar, want in één ruk de cd beluisteren, vergt toch een ferme inspanning. De debuutplaat ‘Black Diamond’ start overdonderend met “Luanda Lisboa”, “Sound of kuduro”, “Aqui para voces” en “Kalemba”. Het gezelschap werkt verder in op de dansspieren middenin de cd, “Tiroza” en “Yah!”. Om tot slot met “D..D..D.. D..Jay” krachtig en overtuigend te besluiten.
Groepen als Bondo do Role en M.I.A. kunnen hier een puntje aan zuigen …Een energieke sound, een stijl te onthouden, songs die zichzelf ontdekken en winnen aan intensiteit door de avontuurlijke aanpak, ritmes en beats.

A Certain Ratio

Mind Made Up

Geschreven door

Samen met bands als Gang Of Four, Shriekback, Cabaret Voltaire en New Order gaven zij de elektronica een breder concept door aanstekelijke groovende funk, jazz en loungy soundscapes. Een paar jaar terug lanceerden groepen als een LCD Soundsystem, The Rapture, The Klaxons , Friendly Fires, …een revival naar dit geluid, wat als punkfunk werd omschreven. Ook de warme, relaxte sound van Red Snapper van mellow trip/hip/drum’n’bass, lounge trancy dansritmes en soundscapes horen we terug.
A Certain Ratio is er opnieuw bij. De laatste cd dateert van ’97 ‘Change the station’. A Certain Ratio integreert al die stijlen samen in een evenwichtige plaat van twaalf songs. Ze bieden een afwisseling van synths, gitaargetokkel, diepe basses, blazers, bezwerende percussie en de goed op elkaar afgestemde zang van bassist Jeremy Kerr en Denise Johnston. “I feel light”, “Everything is good” en de herbewerking van “Rialto” (van de plaat ‘Sextet’) zijn uiterst genietbare sfeervolle songs met een zalvende soms iets krachtige beat. “Teri” en “Starlight” zijn de uitschieters van deze puike comeback plaat.
’Mind Made Up’ biedt muzikaal avontuur binnen toegankelijke pop, ontstrest en werkt in op de dansspieren, dus dwz een overtuigende terugkeer van deze uit Manchester opererende band…

Manufacturer's Pride

Sound Of God’s Absence

Geschreven door

Manufacturer’s Pride is een band die bewijst dat Finland nog iets anders heeft dan goede Folk Metalbands. Dit gezelschap, opgericht in 2006, brengt ons een soort van atmosferische Melodic Death Metal met hier en daar wat Thrash en Black invloeden waarbij er duidelijk kwaliteit wordt geleverd. Erg nieuw in het vak zijn ze niet meer, want in 2007 kwam al hun debuut ‘Faustian Evangelion’ uit. Nu, in 2009 is er dit tweede album onder de naam ‘Sound Of God’s Absence’.
Zware riffs worden ondersteund door atmosferische keyboards. Grunt wordt afgewisseld door cleane zangpassages. Er is dus duidelijk plaats voor afwisseling op dit album. Want het ene moment zit je in een bruut, haast melodieloos Death Metal stuk en het andere moment blijf je zweven in een kalmerende sfeer. Dit album verveelt dus geen seconde en zo hoort het ook!
Enkele hoogtepunten zijn er in de vorm van “Mind and Machine”, “Murder Mandate” en “Stillborn Messiah”. Maar de andere nummers mogen er ook wel zijn. Ben je niet vies van bands die bruutheid met atmosferische keyboards mengt, dan is dit misschien wel iets voor jou.
Alweer een bewijs dat Finland een haast ongezond aantal kwaliteitsvolle bands in huis heeft.

TW Classic 2009: TW Classic meets Rock Werchter

Geschreven door

Traditioneel schiet de festivalzomer in Werchter op gang met de ‘Classic’ version van Rock Werchter. TW Classic vulde al voor de achtste keer de wei met zo’n 40000 muziekliefhebbers van ‘alle’ leeftijden. Elk beleeft het op z’n eigen manier. Als we de affiche erbij nemen stellen we vast dat de overgrote meerderheid van de artiesten al eens te gast waren bij de grote broer Rock Werchter. Meer dan andere jaren lijken beide festivals elkaar te vinden maar toch blijft het publiek een wereld van verschil. Een overzicht:

Motor
Terwijl de wei langzaam vulde, stond Motor klaar om de aanwezigen eens stevig wakker te schudden. Het Frans/Amerikaans duo kon al rekenen op heel wat airplay van grotere bands, want ze trokken op tournee met Kraftwerk en Depeche Mode, niet slecht voor een opkomend beloftevol bandje. Liefst worden ze vergeleken met T. Raumschmiere of Alter Ego. Oliver Grasset, de ene helft van Motor, staat niet weigerachtig om te verhuizen naar Berlijn, de bakermat van de hedendaagse techno. Pompende beats met stevige percussie, goed voor de echte fans maar te heavy voor de doorsnee bezoeker van TW Classic. Een band die beter tot z’n recht kwam op de ‘I Love Techno’ versions, zoals drie jaar terug. De elektrobeats pasten alvast beter binnen deze outfit.

Tom Helsen
Tom Helsen op z’n beurt, was de enige Belgische artiest van deze editie. Zijn catchy popsongs mogen dan voorspelbaar klinken, steeds krijgen ze een extra dimensie door de spanning en variatie. Hij kleurt z’n werk door boeiende samenwerkingen met Geike Arnaert en Regi. Swingende nummers zoals het openingsnummer “Sun in her eyes” en “Longface” worden mooi afgewisseld met de romantische pop van “Change yourself” en de eerste single “Slowly”. Een gezapige set van een man die een tweede keer op TW Classic te zien was.

Duffy
Vorig jaar stond deze dame nog in de tent van Rock Werchter. Ze maakte een zelfverzekerde indruk. De dame met de fluwelen stem overheerste de weide en overtuigde op jong en oud. Het is weinigen gegeven om op zo’n jonge leeftijd en op zo’n korte tijd haar stempel te drukken op de hedendaagse hitlijsten. De debuutplaat ‘Rockferry’(2008) behoort tot één van de ontdekkingen. Het optreden van deze Welse soulpopdiva was uiterst volwassen met songs als “Warwick Avenue” en haar eerste single “Mercy”.

Keane
Het Britse Keane onder Tom Chaplin heeft totnutoe drie albums uit en kende al heel wat ups en downs. Gelouterd uit de strijd staan ze er terug sinds vorig jaar. Het siert hen dat ze de eenvoud blijven bewaren. Chaplin en C° speelden vol overgave en enthousiasme. Keane heeft ondertussen al een aardige singlecollectie uit van “Everybody’s Changing” en “Somewhere only we know” van hun debuutplaat ‘Hopes and Fears’ en “Is it any wonder” en “Crystal Ball” van hun tweede album ‘Under the iron sea’. Je hoort op hun laatst verschenen plaat ‘Perfect Symmetry’ een breder concept met synthesizer en gitaar. Keane klonk fris en emotievol en was verantwoordelijk voor het eerste echte hoogtepunt van TW Classic met een verbluffende eenvoudige set.

Moby
Op 1 jaar tijd gaat ook Moby van Rock Werchter naar TW Classic… Moby heeft door de jaren heen een ijzersterke live reputatie opgebouwd en is overal een graag geziene gast. Het begon in de jaren ’90 allemaal met de wereldhit “Go”, wat meteen één van de hoogtepunten was van de ‘Best of’ set! Hij wisselde rustige momenten van “Why does my heart” af met de ‘real’ poprock van “ That’s when I reach for my revolver”. Een springende en dansende Moby herkenden we aan de songs met techno en house invloeden, aangevuld met percussie, drums en een prachtige zang van Joy Malcolm op “Lift me up” en “Feels so real”, die het festivalterrein deden daveren … Maar ook Moby zelf kon aardig zingen op “Raining Again”. Overtuigend als festivalact!

Depeche Mode
Headliner voor TW Classic 2009 was, net zoals drie jaar terug op Rock Werchter, weggelegd voor het trio uit Engeland, Depeche Mode. De laatste weken was er heel wat te doen rond zanger David Gahan die door ziekte een pak concerten van hun ‘Tour Of The Universe’ moest cancellen. Maar Gahan was goed hersteld en kon aantreden. Heel wat fans uit binnen- en buitenland die een eerder concert al misliepen, zakten massaal af naar Werchter wat duidelijk te merken was vóór en na het optreden. De mede grondleggers van de huidige elektropop kregen twee uur om hun nieuw werk af te wisselen met vroegere successen. Het tweede nummer was meteen raak, “Wrong” uit hun nieuwste album ‘Sounds of the universe’. Toch was het begin passief, wat voor de neutrale fan geen verhoopt succes was. Later ging het de goede richting uit met o.a. “Enjoy the silence” en “ Walking in my shoes”. Een dansende weide zoals bij Moby hebben we tijdens de set van Depeche Mode niet gezien. Een concert dat in zaal misschien nog meer tot z’n recht zal komen … op 23 januari meerbepaald, want dan is Depeche Mode te gast in het Antwerpse Sportpaleis.

Basement Jaxx
Het speeltje van Felix Buxton en Simon Ratcliffe is Basement Jaxx genaamd. Carnaval laat op het jaar omschrijven we het. Op tien jaar tijd heeft deze leuke band een reputatie opgebouwd van energieke, opzwepende, prettig gestoord gekte …Een terechte keuze dat zij nét TW Classic mochten afsluiten in partystemming. Door de jaren bracht het duo al heel wat gekende singles. De toch wel uitgedunde weide ging uit de bol op nummers als “Good luck”, “Oh my Gosh”, “Where’s your head at?” en “Red alert”. Een akoestische versie van “Romeo” was best te pruimen. Niet alleen eigen werk hoorden we, maar met plezier graaiden ze in hun platenbak, waaronder een herbewerking van “She’s a maniac” en werk van Gwen Stefani en Kings Of Leon (“Sex on fire”). Een uitmuntende live-band die overal en door iedereen geproefd en goed bevonden werd.

TW Classic 2009: een geslaagde editie met ongeveer 40.000 festivalgangers die verschillende leuke deuntjes als souvenir meenamen en een litertje bier konden verzetten …

Organisatie: Live Nation

Eagles

Eagles strijken statig en harmonieus neer in het Sportpaleis

Geschreven door

Glenn Frey, Bernie Leadon, Randy Meisner en Don Henley fungeerden in 1971 even als begeleiders van Linda Ronstadt maar datzelfde jaar nog sloten ze met David Geffen een contract om onder zijn vleugels een plaat uit te brengen op zijn nog op te richten label Asylum Records. Als groepsnaam werd gekozen voor Eagles en wat daarna volgde, is muziekgeschiedenis. Miljoenen verkochte platen, diverse nummer 1 hits (waaronder een onvervalste klassieker als “Hotel California” uit het gelijknamige album), een opname in de Rock And Roll Hall Of Fame, 6 Grammy Awards en zo kunnen we nog een tijdje doorgaan, zorgden ervoor dat deze Amerikaanse rockgroep zonder twijfel een van de succesvolste bands ooit genoemd kan worden.

De ontelbare ups werden echter ook geregeld afgewisseld met heel wat downs, gaande van muzikale meningsverschillen, egotripperij tussen Henley en Frey tot - onvermijdelijk samengaand met succes – geldkwesties. Dit gaf aanleiding tot diverse personeelswissels. Bernie Leadon verliet zelf de groep in 1975 en werd vervangen door Joe Walsh (onder meer ex-James Gang), Randy Meisner deed hetzelfde in 1977 en zag op zijn beurt zijn plaats ingenomen worden door Timothy B. Smith (die Meisner overigens ook al verving bij Poco), terwijl de in 1974 ingelijfde Don Felder in 2001 via een ontslag gedwongen werd op te stappen.
De diverse strubbelingen werkten ook nefast in op de artistieke kwaliteiten en aldus werden de Eagles tussen 1980 en 1994 gewoonweg op hold gezet. Nadien volgden enkele reünietournees maar echt verbazen deden ze in 2007 door als een feniks uit de as te herrijzen en 28 jaar (!) na hun vorig plaat met een nieuw dubbelalbum op de proppen te komen: ‘Long Road Out of Eden’. Het resultaat was noch vernieuwend noch wereldschokkend maar het betrof wel een werkstuk dat gerust bijzonder degelijk genoemd mag worden en alleszins wederom genoeg inhoud had om zonder moeite de verkoopcijfers en de inkomsten duizelingwekkend te doen toenemen.
Ook de daaraan gekoppelde, gelijknamige wereldtournee volgde tot dusver duidelijk dit voorbeeld en in dat kader stonden afgelopen donderdag Frey, Henley, Walsh en B. Smith te musiceren in een volgeladen Antwerps Sportpaleis. Er werd vooraf aangekondigd dat behalve nummers uit ‘Long Road Out of Eden’ ook heel wat klassiekers de revue zouden passeren en het mag dan ook niet verbazen dat vooral plus veertigers en vijftigers massaal in de zaal vertegenwoordigd waren.

Iets voor 20u45 verschenen de groepsleden in keurig zwart maatpak, wit hemd en zwarte das op het podium en werd de set ingeleid met drie nummers uit het recentste album, meer bepaald “How Long”, geschreven door J.D. Souther (die voor de Eagles ook de hits “Best of My Love”, “Victim Of Love”, “Heartache Tonight” en “New Kid In Town” neerpende), “I Do Not Want To Hear Anymore” (hoofdvocalen Timothy B. Smith) en “Guilty Of The Crime” (met Joe Walsh die meteen een eerste keer de lont aan het vuur stak als zanger en vooral als snedig gitarist, terwijl Michael Thompson op keyboards aan de song extra sturing gaf).
Daarna was het moment aangebroken om terug te blikken op het verleden en op de hits. Als vierde nummer kwam namelijk meteen al de klepper “Hotel California” (uit het gelijknamige album uit 1976) ingeleid door een prachtig stukje trompet bespeeld door Bill Armstrong, aan bod. Op de achtergrond prijkte op het grote beeldscherm de zo kenmerkende cover van het album en de ‘Doubleneck’ gitaar bespeeld door Steuart Smith maakte het plaatje compleet. Of toch weer niet want misschien werd dit nummer iets te vroeg op de setlist geplaatst. Vaststelling was dat drummer/zanger Henley nog niet super op dreef was en duidelijk moeite had met de hoge tonen. Hij maakte dit evenwel helemaal goed met het countrygetinte “Peaceful Easy Feeling” en vooral met “Witchy Woman” (beiden uit ‘Eagles’, 1972). Frey voegde er hierbij aan toe dat dit al een erg oude song betrof, getuige het feit dat de tekst ervan werd geschreven toen de Dode Zee alleen nog maar ziek was, en vermeldde ook dat dit nummer dateerde uit de satanic country-rock fase van de groep (ingestudeerd grapjes die hij al meermaals vertelde overigens). Frey zong daaropvolgend zeer goed op “Lyin' Eyes” (‘One Of These Nights’, 1975), mooi en harmonieus aangevuld door de overige groepsleden.
Het wisselvallige album ‘The Long Run’ uit 1979 was in het eerste deel van het programma  vertegenwoordigd door drie nummers, het (te) zoetig door B. Smith gezongen “I Can Not Tell You Why” dat niet alleen op plaat maar nog meer live volledig in contradictie staat met het door Joe Walsh gezongen “In The City” waarvan deze versie donderdag werd voorzien van een stevige intro. Het vormde meteen een geschikt moment waarop Walsh zijn virtuositeit op gitaar kon demonstreren en hij kon daarbij rekenen op een strakke en soulvolle blazerssectie. Diezelfde blazers gaven ook “The Long Run”, gezongen door Henley, extra kracht. Ondertussen kregen we “The Boys Of Summer” voorgeschoteld, een solonummer van Henley dat door een sanering van teveel keyboardgeluid live nog beter voor de dag kwam dan op plaat.

Na een pauze van ongeveer twintig minuten was de zaal getuige van het feit dat er nog geen sleet zit op de zo kenmerkende vocale harmonieën van de Eagles. Frey, Henley, Walsh en B. Smith hadden plaatsgenomen op barstoelen en werden vooraan geflankeerd door Smith die op enkele meters afstand met gitaar in de aanslag opgesteld stond. Ze lieten het a capella gezongen “No More Walks In The Wood” naadloos overgaan in een erg mooi “Waiting In The Weeds” (mede door piano van Will Hollis en secure gitaarpartijen van steunpunt Stuart Smith). Samen met door Frey gezongen “No More Cloudy Days” (met de Nederlander Christian Mostert solo op sax) vormden ze een bijzonder fraai drieluk uit ‘Long Road Out of Eden’. Een staalkaartje van samenzang werd ook nog afgeleverd via het door B. Smith gezongen “Love Will Keep Us Alive” (uit ‘Hell Freeze Over’, 1994) en door middel van “Take It To The Limit” (uit ‘One Of These Nights’, 1975) waarbij Frey de hoofdvocalen voor zijn rekening nam.
Het dubbelalbum ‘Long Road Out of Eden’ werd nog eenmaal aangesneden via een minutenlange versie van het titelnummer dat mede door fraaie woestijnbeelden, een knappe intro, Walsh op een knalrode gitaar en een immer uitmuntende Smith tot een hoogtepunt van de avond mag gerekend worden. Het publiek zat op het puntje van de stoel (er waren geen staanplaatsen) en genoot. Een erg luid applaus was dan ook zijn plaats.
Walsh mocht zich - baserend op eigen werk – driemaal stevig rockend in de kijker spelen via “Walk Away” (uit het album ‘Thirds’ van James Gang uit 1971), een pompende “Funk # 49” (uit ‘James Gang Rides Again’ van James Gang uit 1970) en “Life's Been Good” (terug te vinden op ‘But Seriously Folks’ een soloplaat van Joe Walsh uit 1978). Hij werd telkens geruggensteund door de blazerssectie. Tijdens dit nummer dat door de grimassen trekkende Walsh werd aangekondigd als een oud nummer en mede door zijn eigen gezegende leeftijd daardoor als een goedwerkende combinatie te beschouwen is, droeg hij een petje met daarop een camera bevestigd zodat het publiek gefilmd kon worden. Het was meteen één van de entertainmomenten van de avond en het maakte ook duidelijk dat Frey en Henley voor vele fans de meest gerespecteerde leden van de Eagles zijn, maar Walsh wellicht de meest geliefde van het gezelschap is. Het spottende “Dirty Laundry” uit Henley’s soloalbum ‘I Can’t Stand Still’ uit 1982 en voorzien van bijzonder grappige, geprojecteerde beelden uit de sensatiepers en roddelbladen waarbij de bandleden een fictieve rol toebedeeld kregen, kon daar niks aan verhelpen.
We hoorden ook nog een mooie versie van het onverwoestbare “One Of These Nights” (‘One Of These Nights’, 1975) met die zo kenmerkende intro waarna uitvoerig de tijd genomen werd om alle groepsleden voor te stellen, een rockende “Heartache Tonight” (‘The Long Run’, 1979) en “Life in the Fast Lane” (‘Hotel California’, 1976) dat zo een ZZ Top nummer zou kunnen zijn en waarbij de blazerssectie opnieuw een groot deel van het laken naar zich toe trok en Walsh zijn gitaar lekker liet gieren.
De groep werd getrakteerd op een staande ovatie, verliet nadien het podium om enkele minuten terug te komen voor twee bisnummers: “Take It Easy” (Eagles, 1972) en een door Frey ingetogen gezongen “Desperado” (‘Desperado’, 1973) voorzien van een mooie piano intro.
De Eagles stonden ruim twee en een half uur te musiceren, brachten vakkundig en stijlvol 26 nummers waarmee ze aantoonden hun plaats op een podium nog meer dan waardig te zijn zonder daarbij een persiflage van zichzelf geworden te zijn.

Voor vernieuwingen, onverwachte wendingen en improvisaties is men als toeschouwer bij de Eagles aan het verkeerde adres: in tegenstelling tot artiesten als Bob Dylan of Bruce Springsteen waarbij de groepsleden worden verondersteld alle nummers instant en onverwacht te kunnen spelen, wordt tijdens de gehele wereldtournee van de Eagles van de setlist nauwelijks of zelfs gewoonweg niet afgeweken. Ook de bindteksten en dito grappen zijn steeds dezelfde en duidelijk voorgeprogrammeerd, terwijl het gehele gebeuren een toonbeeld is van vooraf ingestudeerde synchronie (denken we maar aan het gelijktijdig uittrekken van de kostuumjasjes). Is dit een minpunt? In dit geval niet want de fans verwachten al lang geen drastische omwentelingen meer van een groep die niks meer te bewijzen heeft en kan teren op de megasuccessen van zowat dertig jaar terug.
We wensen hen een behouden vlucht.

Setlist: How Long, I Don't Want To Hear Any More, Guilty Of The Crime, Hotel California, Peaceful Easy Feeling, I Can't Tell You Why, Witchy Woman, Lyin' Eyes, The Boys Of Summer, In The City, The Long Run
No More Walks In The Wood, Waiting In The Weeds, No More Cloudy Days, Love Will Keep Us Alive, Take It To The Limit, Long Road Out Of Eden, Walk Away, One Of These Nights, Life's Been Good, Dirty Laundry, Funk #49, Heartache Tonight, Life In The Fast Lane
Take It Easy, Desperado

Organisatie: Live Nation

 

Pagina 875 van 966