logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_05
Deadletter-2026...

Les Nuits Botanique 2009: de apocalyps van Wovenhand en Grails

Geschreven door

Woven Hand is het muzikale project van songwriter en religieus predikant Dave Eugene Edwards. Het rockende country/americana avontuur van 16 Horsepower liep na ‘Folklore’ in 2002 spaak; Edwards zocht een nieuwe horizont op en dompelde z’n muziek meer onder in mystiek en een onheilspellende sfeer. Melodramatisch beklijvende songs die door het doorsijpelen van folk, gothic en de Amerikaanse Zuiderse religie en gospel en z’n declamerende voordrachten een spannende dreiging kregen en hem uit de vicieuze cirkel brachten van de americana/countryrock. Een meeslepend, duister, soms duivels geluid, dat het gevoel prikkelde en hekelde en nauw verwant was aan een Cave’s Bad Seeds en Gira’s Swans van in de jaren ’90.

De groep begon z’n adembenemende trip met enkele stevige versies van “Heart & soul”, “White bird”, “Beautiful axe” en “Not one stone” door het snedige gitaarspel en – getokkel, de diepe, soms ronkende bastune en de bezwerende, opzwepende drumpartijen. In het eerste deel van de set overweldigden de ‘birds’ thema’s van schuld, boete, hemel, hel en verdoemenis door een loeiharde sound! Aan de PA werden alle schuivers - of  in Woven Hand’s termen de hemelsluizen - opengezet … Deze repetitief opbouwende songs klonken huiveringwekkend en weergaloos. Krachtige uitspattingen van emotie en onderhuidse spanning.
De vaart nam daaropvolgend wat af, “Tin fingers”, “Cohawkin road” en “Speaking hands” hadden een meer intense, sfeervolle opbouw, enkele venijnige explosies niet links gelaten. “My Russia” leek door het uitgesponnen karakter, de bezwerende psychedelica opbouw en Edwards’s zegzang, een herbewerking van The Doors “This is the end”. Een moment van dwingende rust ervaarden we van het innemende en solo gebrachte “Whistling girl” uit ‘Mosaic’. Om kippenvel van te krijgen!
Na deze homilie in het KC kon het trio er terug vol overgave forser tegen aan met pittiger materiaal als “Kingdom of ice” en “Winter shaker”. Bijna gospelachtige kerkmuziek van ‘hallelujah’s’ die een apocalyptisch geheel vormden onder die hypnotiserende vocals van Edwards . “Horse tail”, bepaald door de gitaar- , basslides en een doffe percussie, mocht na iets meer dan uur het concert overtuigend besluiten, ondanks het feit dat we grift moeten toegeven dat het geluid soms te luid stond. Maar de pleister op de wonde was net dat het Woven Hand terug wat meer aansluiting liet verkrijgen met de  aanpak van het oude rockende 16 Horsepower.

Grails was een perfecte support voor Woven Hand . Het Amerikaanse zestal beschikte over twee drums, en gaf hun postrock een doomy en psychedelica sfeertje, ergens tussen Earth, Motorpsycho, Trail of Dead, SunnO))) en Pink Floyd. Trouwens, de geluidstechneuten van Sunn O))) en Faust zaten zelfs achter de knoppen van de recentste cd’s.
Een geheel van rock, dubs, dreigende soundscapes, diepe drones, wah wah pedaaleffects, psychedelische elektronicagolven, noisestormen en varianten van krachtige en spaarzame stukken. Een geweldige filmische trip van Woven Hand’s apocalyps, een aantrekken en afstoten van onheil, zwaarmoedigheid, onrust, dreiging en rust, gevoel en lieflijke zachtheid …

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2009)

Les NUits Botanique 2009: Beirut en Mina Tindle

Geschreven door

In het kader van de 25ste verjaardag van Les Nuits Botanique stond Beirut op woensdag 6 mei op de planken van het Koninklijk Circus. De verwachtingen waren hooggespannen, en Zach Condon, de frontman en brein achter de groep, had nog iets goed te maken. Hij zegde vorig jaar zijn Europese tournee af door oververmoeidheid.

De set begon met een stevig openingsnummer. “The Shrew” is tevens ook het lievelingslied van Zach Condon. Hij blies bijna de longen uit zijn lijf op zijn trompet. “Elephant Gun” en “The Concubine” volgden elkaar in een snel tempo op. De band had er duidelijk ook plezier in. Na “The Concubine” gaf Condon zijn dankwoord, hij was duidelijk blij met de uitverkochte zaal in Brussel. Het opzwepende “Mount Wroclai” werd warm onthaald door het publiek, net zoals de verrassende cover van “Chanson” van Serge Gainsbourg. De frontman kent een aardig mondje Frans (hij woonde een tijd lang in Parijs) en kondigde dat nummer ook aan in die taal. Hij wou ook iets in het Nederlands zeggen, maar wist niet hoe.
Toen de eerste tonen van “Postcards From Italy” werden ingezet, kregen ze het hele publiek met handengeklap mee. Na een onbekend, instrumentaal nummer die ons erg deed denken aan de soundtrack van Borat merkte Condon op dat het een stil publiek was. Iets wat hij beter niet had gedaan. Telkens er een stil moment zou volgen, zou hij zinnen als “We love you” en rare schreeuwen naar het hoofd geworpen krijgen. “Scenic World” kreeg wederom het hele publiek mee. “Chebourg” en “The Akara” gingen vooraf aan zijn twee hits “A Sunday Smile” (het publiek wordt gek) en doorbraak voor de band “Nantes” (nóg gekker). Ze besloten het concert met “After The Curtain”.
De toeschouwers wouden meer, en dat kregen ze ook. “Vous avez de la chance, encore deux qui reste”, sprak Zach Condon toen hij alleen met een ukelele terug kwam op het podium en het mooie “The Penalty” inzette. Daarna werd het de voorste rijen op het podium uitgenodigd voor te dansen op “My Night with the Prostitute of Marseille”. Als laatste brachten ze opnieuw een opzwepend, instrumentaal nummer. De mensen op het podium waren op slag minder teruggetrokken dan ervoor en namen kiekjes van zichzelf met de bandleden in actie. Een overdonderend applaus van het publiek mocht niet baten voor een volgende bis.

De 6-koppige band speelde een leuke set die relatief kort was. Het duurde amper een uur en een kwartier. De band bracht ook een evenwichtige set met de meer toegankelijkere liedjes van alle platen. Accordeon, ukelele, trompet, schuiftrompet, bastuba, contrabas en een klein drumstel waren de gebruikte instrumenten. De meer Balkan, folkloristische instrumenten die op de platen vooral terugkomen neemt Beirut dus niet mee op hun tournee.
Toch was het een héél aangenaam, sfeervol concert. We kijken al uit naar Pukkelpop, waar ze opnieuw van de partij zullen zijn.

In het voorprogramma stond Mina Tindle, een Franse groep. Ze brachten enkele leuke en zomers klinkende nummers, veelal met piano en zelfs een banjo. De communicatie tussen de bandleden verliep echter niet altijd van een leien dakje…

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv les Nuits Bota) + ism Live Nation

The Phantom Band

Checkmate Savage

Geschreven door

Een verrassend plaatje is het debuut ‘ Checkmate Savage’ van het Schotse aimabele The Phantom Band. Vlot kunnen we ons laten meeslepen in hun goed opgebouwde en intens broeierige composities van  bezwerende pop met een tikje postrock, rootsrock en groove. De groep haalt uit alle stijlen wel iets, wat een boeiende geluidscollage oplevert, en gooit er zweverige vocals en meerstemmige backing zang tegenaan. Spannend songmateriaal dus. Check het maar even zelf: de opbouwende opener “The howling” klokt al boven de zes minuten , “Burial sound” refereert door z’n repetitieve opbouw en spaarzame begeleiding aan Slint en we horen de americana van bluesslides op “Halfhound”, “Islands” en “Throwing bones”. Ook het instrumentaal filmische “Folk song oblivion” past mooi binnen het veelzijdige kader van de band. Tot slot is er het afsluitende “The whole is on my side”, een bijna acht minuten durende bezwerende, dromerige trip om dan plots wakker geschud en geconfronteerd te worden met de dagdagelijkse realiteit. Een gevarieerde plaat en te koesteren debuterend bandje.

De Staat

Wait for Evolution

Geschreven door

Na al die jaren is er nu eens een Nederlandse band opgestaan, die zich buiten de landsgrenzen zal weten te onderscheiden: De Staat. De Staat startte als project van zanger/gitarist en producer Torre Florim. Deze man uit Nijmegen kon beroep doen op leden met dezelfde roots, die op de koop toe puike bijdrages leveren en een hechte klinkende band zijn. Ze verwerken de Amerikaanse roots/rock ’n’roll van Jon Spencer, Masters Of Reality en het oude QOSA en gieten er een Nederlands sausje van Claw Boys Claw en Stuurbaard Bakkerbaard overheen. Hun vettig rootsrockende en poppy sound klinkt speels, fris en aanstekelijk. Het kwintet kan rauw rocken: “Sleep tight”, “My blind baby” en “Meet the devil” (met een link aan Black Sabbaths “War Pigs”, of kan zoals op “Habibi” en “Kill the man” meer groovy zijn. “We’re gonna die” heeft een folky inslag en de rootsrock is dan te horen op songs als “The fantastic journey of the underground man” en “I am hero to lose control”.
’Wait for Evolution’ is een origineel plaatje en rijk aan ideeën binnen deze stijlen …

Telepathe

Dance Mother

Geschreven door

Uit Brooklyn, NY, hebben we het jonge bandje Telepathe, waarvan de stemmenpracht en de samenzang opvalt van Melissa Livaudais en Busy Gagnes. De plaat was in productie van Dave Sitek van TV On The Radio, die de band graag liet stoeien op hun toetsen, zonder de melodie en toegankelijkheid uit het oog te verliezen. Ze bewegen zich tussen pop, dance en wave en brengen sfeervolle, dromerige elektronicapop, waarvan “In your line” en “Can’t stand it” de uitschieters zijn. We horen een krachtiger beat op “Lights go down”. Een vleugje Cocorosie is hier op z’n plaats qua speelsheid en frisheid van het materiaal en qua samenzang. ‘Dance Mother’ is een fijn, leuk tweede plaatje van dit gezelschap!

Ensoph

Rex Mundi X-ile

Geschreven door

Ensoph is een Italiaanse band die naar eigen zeggen Goth Industrial Extreme Metal speelt. En dit willen ze bewijzen met hun album ‘Rex Mundi X-ile’. Wanneer ik naar de intro luister, merk ik al onmiddellijk dit het industrial gedeelte sterk aanwezig zal zijn. Maar dat er duidelijk meer dan dat aanwezig is, merk ik al snel bij ‘Dance High & Shine, Shiva!’. Talloze stijlen worden op een aangename manier samengesmolten tot één geheel. Ik zou het druk kunnen noemen, maar laat ik het toch houden bij het woord bombastisch. Oké, er is wel heel veel aanwezig in deze muziek, maar het is niet storend.
’Rex Mundi X-ile’ is een muzikaal avontuur doorheen industrial momenten, gothic sfeertjes en wat commercieel getinte zangstukken. Over de zang gesproken, die bestaat uit screams in combinatie met wat vrouwelijke en mannelijke cleane zang. Maar terug naar de muziek nu. Het leuke is dat je niet echt weet wat je nog te wachten staat, Ensoph is dus geen zo’n voorspelbare band. Ze hebben met ‘Rex Mundi X-ile’ een goed album afgeleverd dat toch zijn mannetje zal weten te staan in zijn genre. Maar goed, ik zal jullie luisterplezier niet verder vergallen. Ben je een liefhebber van industrial en gothic metal toestanden, dan is dit misschien wel iets voor jou.

Polsslag 2009: mini indoor broertje van Pukkelpop …

Geschreven door

Polsslag 2009: De tweede échte editie van Polsslag kon net als vorig jaar op ruim 12000 belangstellenden rekenen. De Grenslandhallen van Hasselt werden omgedoopt tot het indoor broertje van Pukkelpop in Hasselt –Kiewit. Er was opnieuw het sterke aanbod van bands en DJ’s verspreid over vier zalen.
We noteerden een perfecte overgang in programmatie tussen Marquee – Club en Dance Hall – Boiler Room, wat ervoor zorgde dat de kijk- en danslustigen zoveel mogelijk bands konden ontdekken en/of de voeten onder hun lijf konden dansen …
Een tof ingerichte chill-out en een gezellige, klein ingerichte festival buitenruimte gaven verpozing.
Muzikaal viel de knappe afwisseling van zowel klinkende namen als aanstormend talent te noteren … En als de klok vijf vóór twaalf sloeg was de Dance Hall en Boiler Room ‘the place to be’ tot in de vroege morgen …

Volgend parcours legden we af:
Houssa da Racket vatte het indoorfestival aan in de Club. Het jonge Franse duo debuteerde al eens in de Botanique en als support van Sébastien Tellier. De synthbeats, wave, disco en snedige nerveuze drumpartijen vlogen ons om de oren van deze twee in het wit geklede jonge gasten. Een goede warm-up, met een knipoog naar onze Soulwax/ Goose en het Franse Yello.

Delphic opende op z’n beurt de Marquee. Ze trokken al op als support van Bloc Party in de AB. Ze worden geplaatst binnen de ‘nu rave’ van The Klaxons, The Rapture, Hot Chip, !!! en Friendly Fires. Ze putten voor hun springerige en aanstekelijke popdance gretig uit de freakende ‘80’s pool van Talking Heads, Gang Of Four, Cabaret Voltaire en New Order. Hun groovy pop werkte in op de dansspieren door synths en dubbele percussie; door de stroboscoopeffects werd het podium omgedoopt tot een feestelijke danskotheek …

Stijn Vandeputte, Stijn als artiest, brak definitief door in 2006 met de cd ‘The world is happy now’. Hij kruidde z’n electro en P-funk met soul en jazzy invloeden en was toen te zien met full band op de podia. Van de binnenkort te verschijnen nieuwe plaat, hoorden we al het speelse, hippe “Password”; Stijn keert terug naar z’n roots van alleen werken en stoeien met z’n elektronica-apparatuur en toetsen. We zagen entertainment, sensuele, verleidelijke danspassen en een uitgewerkte performance; hij wist het publiek nauw te betrekken in z’n set. In het eerste deel hoorden we het nieuwe werk van synthwave en trancy opzwepende, pompende beats, die refereerde aan Daan’s “Housewife”.
De Beck virtuositeit en de Prince danspasjes vormden een absoluut hoogtepunt op de huidige single “Password”, ‘two microphones en one DJ’, waarin hij probleemloos z’n stem vervormde. “Gasoline & matches” en “Hot & sweaty” klonken directer en de obligate “Sexjunkie” en “G daddy” ontbraken niet en waren de perfecte afsluiters van een uiterst geslaagde livegig.

Het rijkelijke aanbod van Pukkelpop 2008 zorgde ervoor dat we de beloftevolle Britse band Red Light Company (Marquee) niet aan het werk konden zien. Het kwartet stond garant voor broeierige indierock, wat wordt ondersteund door harmonieuze vocals; ze hebben intussen na de EP ‘With lights out’ hun debuut ‘Fine fascination’ uit . Hun onwennigheid speelden ze kwijt door het warme onthaal. De band speelde een overtuigende set en heeft met songs als “Scheme Eugene”, “With lights out” en de huidige single “Arts & crafts” een goede toekomst voor ogen. In het afsluitende “When everyone is” hoorden we zelfs een rauw rockend Starsailor …

Twee jaar terug waren we sterk onder de indruk van het Londense garagetrio The Noisettes (Club). Ze traden in de voetsporen van The Bellrays en The Yeah Yeah Yeahs en speelden rauwe rock’n’roll blues, waarin een glansrol was weggelegd voor de zwarte ‘panter’ zangeres Shingai Shoniwa. Maar van die vroegere muzikale wervelwind is er op de huidige plaat ‘Wild young hearts’ dito optreden maar weinig sprake meer . Ze klonken minder explosief en trokken de kaart van lichtvoetige, zomerse pop & groove. De band aast met de aanpak van “Don’t upset the rhythm”, “24 hours” en de titelsong “Wild young hearts” op een doorbraak naar een breder publiek! Ze zijn tammere podiumbeesten geworden, die af en toe zich nog eens lieten gaan op oudjes als “Don’t give up” en “Monte Christo”, bepaald door de verleidelijke uitdagingen tussen de gitarist en zijzelf, en een ‘Animal’- lookalike drummer. We bleven op onze honger zitten en hielden meer van die venijnige, scherpe en opzwepende songs met dans- en meezinggehalte…

Het Britse The Rakes (Marquee) houdt wel van ons landje . bij elke nieuwe cd zijn zij meerdere keren te zien op de Belgische podia. Onlangs verscheen de derde cd ‘Klang’ na de beloftevolle ‘Capture/release’ en ‘Ten new messages’. The Rakes zijn een tweede linie postpunkband samen met Futureheads en Maxïmo Park, na een Franz Ferdinand en Bloc Party. De groep behield de frisse, energieke aanpak als voorheen maar met meer pianoloops(“You’re in it”, “The light from your Mac” en “The loneliness of the outdoor smoker”). Vooralsnog moeten ze het hebben van de springerige, strakke “22 grand job” en “Strasbourg”, als de broeierige “We dance together” en “The world was a mess”. De neuzelige zang van de charismatische frontman Donahue deden denken aan Stephen Malkmus van Pavement en z’n hoekige danspassen aan Ian Curtis en Piet Goddaer.

Het Amerikaanse Shearwater (Club) uit Texas hebben al vijf platen pareltjes van songs afgeleverd en bewegen tussen de alternatieve indiefolk en americana. Een doorbraak naar Europa gebeurde met de laatste cd ‘Rook’, ontroerend materiaal in een herfstig decor. De teksten van spil Meiburg gaan over natuurbeelden; niet te verwonderen, want de man is vogeldeskundige. Maar muzikaal trok hij met z’n band alle registers open, want hun romantische songs kregen een snedige, krachtige aanpak en waren meeslepend en opwindend. De band deed z’n instrumenten afzien! Meiburg zong alsof z’n leven er van ging.
Op die manier stonden “The snow leopard”, “Century eyes” en “74/75” regelrecht tegenover het dromerige, sfeervolle “Leviathan, bound” en het intieme “Home life”.

The Von Bondies (Marquee) werden in 2004 gebombardeerd als één van de talentrijke ontdekkingen. “C’mon, c’mon” was één van de singles die de band groots maakte. Maar interne spanning en het conflict tussen frontman Jason Stollsteimer en boezemvriend Jack White (White Stripes/The Raconteurs) beslisten daar anders over … Vorig jaar werd een comeback ingeleid en kwamen ze langs in de Bota om de te verschijnen nieuwe plaat ‘Love, hate and than there’s you’ te promoten (die pas dit voorjaar verscheen btw!) in een nieuwe bezetting met de bevallige dames Gbur en Banks.
Ze kwamen uiterst sympathiek over en speelden in een hels tempo van nog geen uur maar liefst dertien songs! Een melodieus krachtige, gebalde en broeierige garagerockende set. In vroegere tijden zagen we het van hen nog anders …maar ‘the times they are a-changing’. De problemen van toen lieten ze niet aan hun hart komen. De dynamiek op het podium, de opzwepende drums van vaste drummer Don Blum en de zang tussen Stollsteimer en de dames gaven een bruisend concert. De nieuwe “Pale bride”, “Not that social”, “This is perfect crimes” en “He’s dead to me” konden moeiteloos geplaatst worden naast oudjes “Going down”, “Nite train”, “It came from Japan” en het poppy “C’mon, c’mon”. Ze putten afwisselend uit hun drie platen ‘Raw & rare’, ‘Pawne shoppe heart’ en het recente ‘Love, hate and than there’s you’. Muzikaal refereerden ze nauw aan White Stripes en het oude Pumpkins.

Hooggespannen verwachtingen waren er naar het muzikale project van Karen Dreijer Andersson, Fever Ray (Club), een helft van het Zweedse The Knife. We zagen een impressionante act van de dame en haar crew: een aparte en bizarre klederdracht van de leden, waarbij Karin getooid was in een soort pels van bizons, die deed terugdenken aan de tijd van ‘Conan the Barbarian’ en een lichtdecor van lasers en lampedeires, die de spannende dreigende en sfeervolle sound elan gaven. Voor wie al onder de indruk was van het audiovisuele spektakel van The Knife, kon evenzeer z’n hartje bekoren bij Fever Ray. Het refereerde aan de jaren ‘80’s shows van The Residents (‘Eskimo’ – ‘The mole show’ – trouwens een belangvolle inspiratiebron!).
Er was heel wat volk in de Club opgedaagd. Muzikaal was Fever Ray ergens te situeren tussen Bel Canto, Björk, Cocteau Twins, Japan en het angstaanjagende van Massive Attack en Sunn o))), door de combinatie van ijzige, warme en Indiase elektronica, spaarzame melodielijnen en sluipende, slepende beats, onder haar hemels heldere en zuivere zang, die af en toe werd vervormd. De mysterieus bezwerende set werd ingeleid door de soundscapes van “If I had a heart” en eindigde even intens met “Coconut”. Het ging van het onderkoelde geluid en de lome beats op "Triangle walks” en “Concrete walls” tot de meer sfeervol toegankelijke aanpak van “Now’s the only time I know”, ” I’m not done” en de single "When I grow up". Het publiek was erg aandachtig van deze op z’n minst bijzondere, huiveringwekkende set!

In afwachting van Peter Doherty’s komst, opgehouden om op tijd te kunnen optreden, begon het NY se The Yeah Yeah Yeahs (Marquee) eraan. Hun optredens in ons landje zijn schaars, wat wil zeggen dat onze aandacht verscherpt is als ze langskomen. De band put uit de garage rock’n’ roll van The Cramps, Sleater-Kinney en Boss Hog, de arty ‘80’s Siouxie en Nina Hagen, de shoegaze van The Raveonettes en de ‘70’s hardrock van Joan Jett. Bepalend in die sound zijn de schreeuwerige, gillende soms zuchtende zang van Karen O, de messcherpe gitaarlicks en de strakke drums. De derde cd ‘It’s Blitz’ is pas verschenen en op Polsslag konden we een handvol songs ervan horen: “Headz will roll”, “Dull life”, “Skeletons”, “Soft shock” en de single “Zero”. Ze hadden een broeierige opbouw en klonken door toetsen iets breder en sfeervoller. De levendige oudjes “Pin”, “Phenomena”, “Gold lion” en het ingetogen “Maps” zijn dreigender van aard en konden nog steeds rekenen op een puike respons. Meerwaarde blijft de performance die Karen O weet op te voeren. Tot slot was het decor de moeite waard door een – opnieuw -aan The Residents refererende eyeball met blauwe cirkels eromheen. Een geslaagde return van dit onderschat gezelschap!

Weliswaar een opluchting, want Peter Doherty (Marquee) was ér … ondanks een bemoeilijkte vlucht, betert de man duidelijk z’n leven en heeft hij een vastere dagstructuur. Hij onderneemt een heuse clubtournee om z’n soloplaat ‘Grace/Wastelands’ elan te geven. Doherty, omarmd door z’n akoestische gitaar, was in pak en had z’n alom gekende hoed op. Hij was vergezeld van twee balletdanseressen. Op het podium stond een tafeltje waarop een fles whisky, drie cola’s en een pakje sigaretten lagen; als tafelnap gebruikte hij de Britse vlag.
De punk heeft de man nog steeds in hart en nieren; hij speelde nonchalant de puntige, rammelende gitaarsongs, gedragen door z’n onvaste stem, en ging op een hoe-komt-het-uit-stijl in op de reacties van het publiek. Een sympathieke aantrekkingskracht tussen de artiest en z’n publiek, en Doherty’s recept van talentvol musiceren en vakmanschap!
Hij stelde - krachtig, innemend en pakkend -, een pak songs voor van z’n oeuvre van Babyshambles (oa “Stick & stones”, “Albion”, “In love with a feeling”, “There she goes” en “Delivery”), van het oude Libertines, waaronder “Can’t stand me now”, “What a waster”, “Time for Heroes” en “Up the bracket”, een handvol nieuwe songs (“Last of the English roses” en “Arcady”) en liet ruimte voor enkele ‘unknown’ tracks. Wat soms de nieuwsgierigheid en spanning deed afnemen en een deel van het publiek bracht richting Dance Hall/Boiler Room of besloot huiswaarts te keren.

De Dance ontsnapte ons niet … na de Franse invasie van Daft Punk, Cassius en Justice noteerden we op Polsslag de DJ virtuositeit en ervaring van de vier turntablists van Birdy Nam Nam in een Coldcut opstelling. Hun opzwepende, dynamische potpourri van electro, trance, house en beats wist in geen mum van tijd de aanwezigen in de Dance Hall in te palmen. Andere Fransen lieten zich vanavond niet onbetuigd en slaagden evenzeer in de opzet er een dampende Dance Hall van te maken met enkele dancefloorkillers waarin de ‘ooh’ en ‘aahs’ de beats trachten te overtreffen: Mr Oizo (Quentin Dupieux), tien jaar terug aan de basis van de Franse electro scène met het minimalistisch, repeterend klinkend “Flat beat”, mengde house, trance, disco en beats, waarin we o.a. z’n smash hits “Positiv” en “Two takes it” herkenden; en DJ Sebastian kwam in de belangstelling door z’n talrijk remixwerk van o.a. Daft Punk, Kelis en Das Pop. Aan de avontuurlijke arty electrorock van Fischerspooner was nog niet iedereen te vinden. Het Duitse duo Booka Shade (op het podium een live band) zette iedereen aan tot dansen met hun trancegerichte dance, bleeps en opzwepende percussie (wat electro/neotrance wordt genoemd). “Dusty Boots”, “Karma Car”, “Charlotte” en Laurie Anderson’s “Oh Superman” herkenden we in hun verbluffend staaltje dance en beats. Eén van de huidige ontdekkingen zijn het Italiaanse Crookers, die het party geweld in de Boiler Room verder zetten. Ze zijn verantwoordelijk voor enkele eigenwijze, dreunende en onweerstaanbare remixen van o.a. Robin S, Beastie Boys, Chemical Brothers en Moby. “Day’n’nite” (de samenwerking met Kid Cudi), “Knobbers”, “Madkidz”, “Big money comin’” en “Sveglia waren de perfecte zaligheid binnen de neurotische electrodance om onze dansnacht te besluiten.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Thee Vicars

Thee Vicars: troonopvolgers van Billy

Geschreven door

Hiervoor doe je het, hé. Eindeloos kilometers malen om dan een goed half uur muziek voorgeschoteld te krijgen in een groezelig café en dan is er die ene zeldzame keer dat het er pats op zit, dat er naast de rook ook magie in de lucht hangt. De perfecte adrenalinestoot na weer eens een saaie, duffe zondagnamiddag. Zonder veel verwachtingen sleurde ik me uit de zetel om nog maar eens een groepje (en dan nog een Brits!) te gaan zien en dan werd ik daar totaal onverwacht omvergeblazen door vier jonge snaken die rechtstreeks uit de sixties leken te zijn gekatapulteerd. Plots waren mijn onder het stof liggende"Nuggets" en "Back to the grave" compilaties weer brandend actueel. Zo en niet anders moeten die groepjes geklonken als zondag laatst in de Pit's. Opwindend, alsof ze de rock-'n-roll ter plaatse aan het uitvinden waren. Woorden schieten tekort maar als covers een indicatie kunnen zijn: The Sonics!!, The Kinks!! Kniesoren zullen natuurlijk beweren dat dit al duizenden keren is voorgedaan. En misschien hebben ze gelijk maar als je het zo goed, met zoveel jeugdig enthousiasme en zoveel liefde voor de rock-'n-roll brengt houdt dat argument geen steek meer. Als Billy Childish te vadsig geworden is om nog te toeren dan zijn deze Vicars de geschikte jongens om de poten van onder zijn troon te zagen. En er zijn plannen voor een nieuwe Europese tour in oktober…Te goed om erover te zwijgen!

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Sioen

Sioen Meets Soweto

Geschreven door

Frederik Sioen gooide het over een andere boeg voor de vierde cd ‘Calling up, Soweto’. Z’n nieuwe repertoire gebeurde met de hulp van een handvol Afrikaanse artiesten. Die muzikale verrijking horen we terug op plaat en tijdens de livegigs.
Broeierige afro/worldpop, die de muzikale veelzijdigheid onderstrepen van Sioen!

Zie de livepics onder live foto’s

Labadoux 2009: zondag 3 mei 2009

Geschreven door

Vandaag was het weer niet slecht, maar bij lange niet zo goed al vrijdag! Toch was ‘de peloeze’ 's middags al overspoeld met mensen. Was het de plaatselijke fanfare die in de voormiddag al dat volk op de been bracht of is het de zeer democratische zondagsprijs? In ieder geval zal de tering van het volk de nering van Labadoux te goed komen. Zo denkt ook Jean-Pierre Deven, de organisator erover. Hij beseft ook dat het terrein wel aan zijn verzadigingspunt gekomen is. Daardoor staat de organisatie dan ook voor het dilemma waar Folk Dranouter ooit ook mee geworsteld heeft: het festival kleinschalig houden of verder groeien met meer volk en nog grotere namen op de affiche? Deze tweede optie heeft als voornaamste consequentie dat ze dan moeten verhuizen naar een ander terrein. Of er zou een brug moeten gelegd worden over de beek die het terrein aan de ene kant nu afbakent. Verder vertelde de gebaarde baas van de Fagot ons dat het festival telkens de kroon op het werk van een jaar rond is. Hij onderhoudt zijn contacten en kijkt uit naar welke namen in de buurt langs komen.
Backstage is het ook een gezellige drukte waar artiesten, sponsors en medewerkers broederlijk naast elkaar zitten te drinken, te eten en te kletsen. Door mond-aan-mond-reclame komen er nieuwe artiesten op af en blijven de oude bekenden graag terug komen. Zo stond er in ooit het contract van wijlen Warren Zevon dat hij naast een royale gage 50 $ extra wenste om op restaurant te gaan. Ze incasseerden het belachelijke bedragje samen met de grote contractuele hap, maar kwamen intussen wel eten van de lekkere kost die al 21 jaar door Greet(je) wordt klaar gemaakt!
We zijn al benieuwd hoe de 22ste editie er zal uitzien...

dag 3: zondag 3 mei 2009
Het Zesde Metaal
We hebben het allemaal gespeeld toen we klein waren. Het zesde metaal heeft er een nummer over: "Cowboy en Indiaan". Frontman en liedjesschrijver Wannes Cappelle wist ons te vertellen dat ze in Nederland denken dat het nummer gaat over "Cowboy Jan en John". Van een taalbarrière gesproken!
Voor de Oost-Vlaamse krantenman naast ons klonk Wannes een beetje als het kleine broertje van Flip Kowlier, namelijk redelijk onverstaanbaar. Lag het aan de mix van instrumenten en zang? Of had Willem Vermandere gelijk toen hij zei dat ook het dialect gearticuleerd moet worden? Ondertiteling was niet beschikbaar, maar de tent stond gelukkig vol West-Vlamingen die met volle teugen genoten van de bijwijlen stevige muziek. Wat wil je ook met zo'n groepsnaam?
Na "De keuninck van de jacht" (zoek eens het leuke filmpje op YouTube) nodigde Wannes het publiek uit in de ‘huppelzone’ om er te dansen zoals de Zwingelpoepen uit Wevelgem (de volksdansgroep uit zijn geboortegemeente). De stilzitters mochten dan weer meezingen (doe uw keel naar omhoog en wat er dan uitkomt is uw kopstem). Na een verkoopspraatje om hun cd te promoten volgde een toepasselijk protestlied tegen Geld... Ze zijn niet bang om zichzelf te relativeren.
Voor een vroege zondagmiddag stond en zat de zaal alweer helemaal nokvol. Toen ze terugkwamen voor een bisnummer vertelde zanger Capelle ons zijn nachtmerrie van een optreden voor een lege tent. Hij betuigde zijn respect voor ons allen: "respect... met eiers". We mogen de mop doorvertellen...

Miek en Roel
De soundcheck was nog bezig toen we opnieuw de tent binnen kwamen voor de ouderdomsdekens van het festival. Als voorproefje van het eigenlijke optreden kregen we "Colours" van Donovan volledig te horen. We leken terug gekatapulteerd naar de sixties. Dit nummer hoorde er eigenlijk niet bij en was toch al één van de beste dingen die we te horen kregen!
Het sympathieke duo werd geflankeerd door leeftijdsgenoten die stuk voor stuk rasmuzikanten waren. De liedjes en teksten kwamen van leveranciers met ronkende namen: Johan Verminnen ("Kassière"), Kris de Bruyne (“Cirkels van goud") en Hugo Raspoet om er maar enkele te noemen. Met de Nederlander Peter Schaap ("Adem mijn adem") gaf Roel zelf toe dat hij wel een heel hoog ‘hippiegehalte’ had aangeboord. Ook zijn hobby (waarvoor bij sommigen onder ons misschien beter gekend is) gaf inspiratie voor een nummer: "De Filmfan Man".
Blijkbaar was de hippiemuziek wat te braaf voor het jonge volkje. De zon deed nog altijd haar best en lokte hen terug naar de weide. Zo misten ze de oerversie van "het Smidje", voor de jeugd van heden de bekendste hit van Laïs maar reeds in 1967 één van de grootste hits voor Miek en Roel! "Wie wil horen (een historie)" werd toen opgenomen met Roland op mondharmonica. Voor velen was het een blij weerzien! De stemmen waren nog zo gaaf als in hun glorietijd. Een geslaagd optreden!

Hannelore Bedert
Voor de tweede keer deze namiddag gingen de festivalgangers kopje onder in een taalbad! Een bad van dialect wel te verstaan, onder het motto ‘West-Vlaanderen Boven’! Hannelore begon haar set dan wel met een nummer in een soort ‘gekuischt schoon vlamsch’, dat voor alle ‘vreemden’ goed te begrijpen was. Dan wilde ze het nummer "Janker" toch opdragen aan iedereen die ooit van zijn lief te horen kreeg dat hij/zij een belachelijk dialect had. Door haar ontwapenende spontaniteit kon ze het publiek kneden als was. Met een gevoelig nummer kreeg ze de hele tent stil. Haar teksten bevatten dan ook parels, uit het leven gegrepen, maar ge moet er maar op komen: "Doet uw ogen toe, ik ben zoveel schoner als ge 't licht uit doet..."
Wat betreft levensechtheid schiet ze wel in de roos met een onderwerp als ‘constipatie’. En weer wordt een goed luisterend oor beloond met fijne regels zoals "'t Is gezellig als je tijd hebt / voor een uur / ge zoud'er emotioneel van worden op den duur". Naar haar eigen zeggen bleek ze hier veel respons op te krijgen na haar optredens. Maar vanaf nu wil ze alleen nog via e-mail benaderd worden over dit onderwerp. Of ze antwoordt, weet ze nog niet!
Hannelore had een jonge band achter zich met stuk voor stuk straffe muzikanten: Seraphine Stragier (cello), Thomas Vanelslander (gitaar), Bart Van Lierde (bas), Davy Deckmijn (drums), Jeroen Bart (viool) bespeelden op meesterlijke manier uiteenlopende registers.
Die ene Antwerpenaar in de tent incasseerde in naam van al zijn stadsgenoten nog een veeg uit de pan met een lekker swingend wraaklied "Vocabulaire". "Tel maar na hoeveel keer je in je leven Muggengeheugen zegt". Ze oogstten er een donderend applaus mee. Deze artieste is nog maar aan haar debuutcd toe (die u nu allemaal moet gaan kopen!), maar ze straalt al een zelfverzekerdheid uit die een veelbelovende toekomst voorspelt!

Enge Buren
Terwijl we stonden te wachten tot La Bedert haar cd kwam signeren zagen we in de biertent een verrassende muzikale mix. Met hetzelfde gemak waarmee ons moeder vroeger mayonaise maakte, mixten deze halve gare Nederlanders "A Forest" van The Cure met Peppie en Kokkie of Rammstein met Frans Bauer, getiteld ‘Rammbauer”... Met spijt moesten we dit verrassend slim allegaartje van songs en sounds, van grunge en schlagers ter vroeg achterlaten om de oude frontman van de Scabs te gaan beluisteren.

Guy Swinnen Band
Guy kwam het podium op zonder band en bewees onmiddellijk dat hij niet alleen zijn helden goed wist te kiezen, maar dat hij hun werk zonder blozen voor een hele tent kon brengen. Gewapend met gitaar en mondharmonica was hij even The Man in Black met "A Solitary Man". Toen kwam de band erbij en kregen we een mix van nieuw werk uit de cd ‘Burn The Bridges’ en oude bekenden van The Scabs of andere grootheden zoals Bob Dylan of Neil Young.
"We zijn hier om ons te amuseren" wist Swinnen ons te vertellen. Daarmee kreeg het publiek ook zijn zin. De band rockte dat het een lust was: Swinnen kondigde een gitaarriff aan van Bère (Bert van Goeyland) en plots was er "Nothin On my Radio". Na een nummer uit het project ‘Te Gek’! (ten voordele van de geestelijke gezondheidszorg) waar Swinnen al 3x aan meewerkte, werd het publiek zelf zot bij "One For The Road (I'm Robbin' a Liquor Store)". Hij had het hele optreden dan ook stapsgewijs opgebouwd naar een climax die losbarstte in een muzikaal vuurwerk met het bisnummer "Hard Time"! Blij dat we erbij waren...

Follia
In de biertent stonden op de eerste zondagavond van mei blijkbaar heel wat mensen die op maandag nog geen plannen hadden. Het bier vloeide nog rijkelijk en met de muziek van Follia was het moeilijk de benen stil te houden. De hele tent swingde als een pitta-pan. Met de vaart gevaarlijk dicht in de buurt lag gelukkig alles goed vast aan stevige kabels. Met 2 violen en 2 dwarsfluiten enkel gitaren en een accordeon was het niet mogelijk deze muziek in één lade te stoppen. Dat hoeft natuurlijk en kan ook moeilijk met muzikanten die zowel in de jazz als de folk hun scholing kregen. Follia weet dans- en luistermuziek perfect te combineren!

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Pagina 881 van 966