logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_05
Stereolab
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Na enkele uitstapjes met Heavy Trash en Spencer Dickinson is The Jon Spencer Blues Explosion weer helemaal terug, en daar kunnen wij alleen maar om juichen. De nieuwste plaat ‘Black Mold’ heeft het vuur in zich van Jon Spencer in zijn jonge dagen en ook op het podium heeft dit zijn effect.

Spencer is de verpersoonlijking van rock’n’roll, hij gromt en roept als een bezeten jakhals en ondertussen haalt zij gensters uit zijn gitaar met solo’s die op het eerste zicht verhakkeld klinken maar die bulken van de rock’n’roll. Met ouwe getrouwe Judah Bauer op gitaar en Russel Simins op het meest primitieve drumstelletje dat u ooit heeft gezien (zelfs een beginnend rock rally groepje zou hier zijn neus voor ophalen) is die gruizige, ophitsende en vuile sound van JSBE volledig intact gebleven. De songs volgen elkaar in ijltempo op, een track is nog niet helemaal beëindigd als de drie wildebrassen al een nieuwe gortige riff inzetten. Spencer hitst het zootje op met zijn kenmerkende ‘howl’, hij roept al zijn demonen op om er een gloeiend potje oververhitte rock’n’roll uit te spuwen. Tussen een felle greep (zowat alles eigenlijk) uit die knetterende nieuwe plaat hebben we ook nog agressieve monstertjes herkend als “2 kindsa love” en helemaal op het eind een openbarstend “Bellbottoms”, daartussenin ook een vlammende cover van The Beastie Boys “She’s on it”, zonder enige verdere commentaar Spencer’s eerbetoon aan wijlen Adam Yauch.

Zelden hebben wij een band gezien die zoveel rauwe en primitieve energie op een podium kan neerzetten. We hebben het trio dit al meerder keren zien doen, maar hier kunnen we nooit genoeg van krijgen, net zoals we keer op keer ook overdonderd worden door ons zoveelste Stooges optreden.
Jon Spencer Blues Explosion is heter dan ooit. U krijgt nog een kans om dat te gaan proeven in de AB op 11/12. Er zijn nog tickets, haast u !

Ook support act Joe Gideon & The Shark weet ons te bekoren. Het duo heeft nog maar net een nieuw album uit maar het zijn toch de krakers uit dat fameuze debuut ‘Harum Scarum’ die er uitspringen. En dan hebben we het vooral over een prachtig spitsvondige song als “Kathy Ray”.
Joe Gideon & The Shark blinken uit in originaliteit en dit met songs die zowel naar The Doors, The White Stripes als naar The Fall neigen. Knap.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/joe-gideon-the-shark-2-12-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/jon-spencer-blues-explosion-2-12-2012/

Organisatie: Aéronef, Lille

woensdag 05 december 2012 01:00

Arno in bloedvorm

 

Ik denk niet dat wij u Arno nog moeten voorstellen. De man is een begrip, een fenomeen, een icoon. De laatste keer dat we hem aan het werk zagen op het Leffingeleurenfestival in 2011 schreven we nog dat hij aan herbronning toe was. Onze welgemeende ekskuses daarvoor, want nu blijkt dat wij toen gewoon pech hadden en getuige waren van een uitzonderlijk zwak Arno concertje. Als u net als ons het legendarische Arno portret in ‘God en Klein Pierke’ gezien heeft, dan zal u weten dat een niet nader bepaalde dosis whisky daar voor iets tussen zat. Vergeven en vergeten dus, want op vandaag staat hij er, en hoe !

Wij hebben zo een vermoeden dat Arno in Frankrijk nog meer op handen wordt gedragen dan bij ons. In België valt men vooral voor de sympathieke rocker annex drinkebroer, in Frankrijk prijst men Arno ook en vooral omwille van zijn kwaliteiten als chansonnier.
De liefde is wederzijds, Arno houdt van het Franse publiek, hij voelt zich thuis op het podium in Lille en ontpopt zich tussen de songs door als een ware comédièn. Hij haalt de ene na de andere sappige anekdote op, en dat in zijn typisch gebroken Arno Frans inclusief het onvermijdelijke gestotter, wat in zijn geval eerder een sympathieke meerwaarde lijkt te zijn. De man is in zijn nopjes, hij is entertainend en geestig, trekt allerhande rare smoelen en straalt bakken vertrouwen uit. Kortom, Arno is volop Arno.
Vooral Arno le chanteur is hier in bloedvorm, hij croont prachtiger dan ooit tevoren in hemels mooie ingetogen songs als “Elle pense quand elle danse”, “Lola, etc” en “Les yeux de ma mere”, drie pareltjes waar de zaal muisstil van wordt.
Ook de rocker in Arno mag volop zijn gang gaan en daarin wordt hij bijgestaan door een werkelijk ultrascherp spelende band met naast ouwe getrouwe Serge Feys een drietal gedreven en schitterende jonge muzikanten (Arno heeft in lang niet zo een goede gitarist gehad). Zo krijgen de songs uit het nieuwste album ‘Future Vintage’ een boost van jewelste. Die plaat is alweer een bont allegaartje van rock en chanson, en dat vertaalt zich knap op het podium. Songs als ondermeer “Ca plane pour nous”, “Quand les bonbons parlent” en een stevig “Show of live” moeten niet onderdoen voor de klassiekers.
Arno bezingt ook uiterst mooi zijn geboortestad in een subliem “Comme a Oostende”, nog zo eentje die kippenvel veroorzaakt.
Uit de TC Matic periode komt de immer gejaagde klassieker “Que Passa ?” en natuurlijk “Oh la la la” en “Putain Putain” die hier beiden in een geslaagd nieuw kleedje zijn gestoken. Opmerkelijk trouwens hoe de Fransen weten mee te zingen hoe hun kleintje ook verre schiet.
Verder is er spetterende rock met een vurig en heet “Ratata” en de snijdende Beefheart song “Hot Head” waarin Arno zijn harmonica uithaalt en ter plaatse de blues heruitvindt. En natuurlijk is er volop ambiance met “Je veux nager” en “Bathroom Singer”.

De Fransen eten uit Arno zijn hand, maar dat heeft hij ook verdiend, want vanavond is hij niet minder dan schitterend.

Ga dat zien, beste mensen, wanneer hij met zijn gevolg begin 2013 door België toert, want het is meer dan de moeite. De AB is al twee avonden volgeboekt, waag dus snel uw kans voor één van de andere concertjes (Gent, Leuven, Brugge, Antwerpen, Kortrijk,…)

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/arno-3-12-2012/

Organisatie: Vérone Productions, Lille

zondag 02 december 2012 01:00

Graveyard - Potige Zweedse retro rock

Met zo een naam zou een mens gaan denken dat het hier de zoveelste extreme dark metal band betreft, niet dus. Zoek het eerder in de seventies.
De Zweedse retro rockers van Graveyard stonden er zelf van versteld dat er zoveel volk was komen opdagen in de Antwerpse Trix. Wij waren niet verwonderd, want na hun vlammende passages eerder dit jaar in de AB Club en in de Shelter van Pukkelpop heeft volgens ons de mond aan mond reclame mooi zijn werk gedaan. Zij die er toen bij waren wisten meteen dat Graveyard een verdomd krachtige live performance weet neer te zetten. Die toegewijde fans hebben zich gewoon vermenigvuldigd.

Natuurlijk moest u liefhebber zijn van potige seventies rock als Black Sabbath, Led Zeppelin, Pentagram en Deep Purple, anders stond u hier mooi voor aap.
Graveyard weet echter spitsvondig om te springen met het genre. De groove van al die bands zit duidelijk in hun muziek vervat, maar de groep houdt de songs behoorlijk kort en laat steeds de potige sound primeren bovenop de vaardigheden van de groepsleden. Geen overbodige ellenlange solo’s dus, hoewel het in de Trix aan snedige gitaaruitspattingen niet ontbrak.
Niet alleen de gitaren waren aan het woord, want wat ons sterk opviel was dat Joakim Nilsson een verduiveld knappe zanger bleek te zijn wiens gruizige stem perfect aansloot bij die gortige retro sound.
Graveyard bleek vanavond typisch zo een band die zichzelf op een podium overstijgt, alles klonk steviger en intenser dan het toch ook al redelijk vettige geluid dat op de platen wordt gehaald. Bij momenten deden ze ons dan ook denken aan hun Noorse collega’s van Motorpsycho, en dat is altijd een compliment.
Graveyard schonk uiteraard de nodige aandacht aan de puike nieuwe plaat ‘Lights Out’, getuige gedreven en stevig rollende songs als “Seven, seven”, “The suits, the law & the uniforms” en een moordend “Goliath”. Ook de meer ingehouden songs van die plaat waren intense hoogtepunten, “Slow motion countdown” en vooral “Hard time lovin’” brachten de betere bluesrock aan de oppervlakte.
Natuurlijk was het ons ook niet ontgaan dat de bommetjes van hun vorige platen hier mee het mooie weer maakten. Wij onthouden vooral de vuile rockers “Hisingen blues”, “Ain’t fit to live here” en een innig mooi en denderend “Thin Line”.
Een uiterst knap kippenvelmoment was het wonderlijke “The Siren” dat meteen een knaller van een bisronde mocht inzetten, met verder de volle overgave van de band in “Endless night” en het stampende oudje “Evil Ways”.

Het publiek had zich de ganse avond gewillig laten meedrijven met de voortdenderende rocktrein Graveyard en werd steeds uitbundiger. De Zweden werden dan ook bedankt met alleen maar enthousiaste reacties. Enkel de redacteur van De Morgen had het weer eens niet begrepen (zat waarschijnlijk opgesloten in het toilet), maar wie verschiet daar nog van.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/graveyard-30-11-2012-2/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/graveyard-30-11-2012/

Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix, Antwerpen)

donderdag 29 november 2012 01:00

Two Gallants Rauw en intiem

Two Gallants zijn een gitaar/drums duo (Adam Stephens en Tyson Vogel), vergelijkingen roepen zich dan ook al vlug op. Wij helpen u een beetje : Two Gallants zijn niet zo cool als The Kills, niet zo bluesy als The White Stripes, niet zo vunzig rockend als Black Box Revelation en niet zo mega als The Black Keys, maar ze hebben wel uit al deze bands wat vruchtbare jus gepuurd. Wat ze wel zijn : doorleefd, breekbaar, rauw en intens.

Dit duo heeft trouwens ook een gezonde Bob Dylan en Neil Young fixatie, te merken aan de indringende songs en die diep snijdende mondharmonica van Adam Stephens.
Wat het meest doordringt is Stephen’s rauwe grofkorrelige stem. Die zorgt er voor dat de songs van Two Gallants diep in onze aderen kerven en daar een tijdje blijven hangen. Op de voortreffelijke nieuwe plaat ‘The Bloom and the Blight’ overheersen de eerder ruige tracks, de intimiteit van de vorige platen is daarop een beetje naar de achtergrond geschoven. Live weten Two Gallants echter het perfecte evenwicht te vinden tussen rauwe ongeschoren (folk)rocksongs (“Ride away”, “My love won’t wait”) en intieme ballads (“The hand that held me down”).
Het inmiddels tot klassieker uitgegroeide “Steady Rollin” raakt ons tot diep in de onderbuik en als Stephens de akoestische gitaar ter hand neemt borrelen daar nog meer pareltjes uit. Een song als “Broken Eyes”, die nochtans niet echt kon bekoren op die nieuwe plaat, krijgt een innemende en bloedmooie live versie mee die ons prompt van mening doet veranderen. Hoewel ‘The Bloom and the Blight’ nog kersvers is, is er toch alweer een nieuwe song van de partij en dat geeft meteen kippenvel. De nieuwe track dweept naar The Black Keys en klinkt onstuimig en emotioneel in één hap. Releasen, die handel, en rap een beetje !
Nog zo een prachtmoment is de werkelijk schitterende bluesy gitaarintro die het oudje “Nothing to you” inleidt.
De enige kritiek die we zouden kunnen uitbrengen is dat enkele van onze favorieten vanavond in de kast blijven (“Waves of grain”, “Linger on”, “Some slender rest”,…) , maar eigenlijk mogen we meer dan content zijn met de gevarieerde setlist.

U merkt het, Two Gallants grijpen ons bij het nekvel, en dat omdat beklijvende ballads prachtig afwisselen met onversneden folkrocksongs (gelieve de term folk niet in de fletse zin van zijn betekenis te nemen, want dat is het hoegenaamd niet).
De rauwheid van Two Gallants weet ons diep te raken, ongeacht of die nu grof en stevig wordt geserveerd of ingetogen en breekbaar.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/two-gallants-27-11-2012/

Organisatie: Botanique, Brussel

Zappa Plays Zappa - Het briljante Zappa erfgoed
Zappa Plays Zappa
Ancienne Belgique
Brussel

Al enkele jaren trekt Dweezil Zappa de wereld rond met in zijn koffer de imposante songbook van zijn vader. Dit was de zesde doortocht van Zappa Plays Zappa in België, en die was alweer bijzonder interessant omdat er terug voor een heel andere setlist werd gekozen.

Met zo een catalogus is er nu éénmaal veel keuze. Niet zo simpel natuurlijk, want Zappa composities vereisen een pak muzikaal vernuft. Vandaar dat Dweezil zich steevast laat omringen met de allerbeste muzikanten, net zoals zijn vader destijds ook niet tevreden was met de eerste de beste klojo’s.
Om zichzelf en zijn magistrale band te blijven uitdagen, kiest Dweezil trouwens niet voor de gemakkelijkste oplossing. Het zijn immers niet de meest voor de hand liggende songs die de setlist halen en dit tot grote vreugde van de fans. Doorwinterde Zappa fans zitten trouwens niet te wachten op de zoveelste versie van “Bobby Brown”, “Joe’s Garage” of  Dancin’ Fool”. Neen, Zij willen eerder de speciallekes horen, want Zappa freaks zijn al even gek als hun idool. En wij kunnen het weten, want we hebben zo een zot meegenomen op de terugweg.

Al meteen viel op hoe bedreven, talentrijk en toegewijd de verschillende muzikanten waren.
Een onmisbare schakel binnen ZPZ is ongetwijfeld zanger Ben Thomas, met zijn vocale prestatie wist hij op een prachtige manier de kracht en de humor van al die prachtsongs te vertolken. Tussendoor haalde hij ook nog eens een schuiftrompet naar boven om de resterende inhoud van zijn longen er uit te persen. Tevens hadden wij een boontje voor Scheila Gonzalez die allerlei Zappateske dingen deed met dwarsfluit, saxofoon en andere toetertjes en bellen.
Dat Dweezil als gitaarvirtuoos niet moet onderdoen voor Frank werd vanavond ook nog maar eens duidelijk. Tijdens een schitterend “Ride my face to Chicago” toverde hij een wonderlijke lange solo uit zijn gitaar, wat hij trouwens nog enkele keren zou overdoen, ondermeer tijdens “Packard Goose” en “Zomby Woof”.
Niet alleen de gitaar blonk uit, want dankzij zijn uitmuntende band kon Dweezil de veelzijdigheid van de Zappa catalogus laten spreken. Dweezil had er voor gezorgd dat met de samenstelling van de alweer indrukwekkende setlist alle aspecten en stijlen van het Zappa erfgoed aan bod kwamen (voorzover dit mogelijk is, want als je Zappa tot zijn volle ontplooiing wil laten komen, dan zit je met een optreden van zowat een week).
De geniale zotheid van The Mothers herleefde in “Hungry Freaks, Daddy”, “Motherly love”, “Who are the brain police” en “Take your clothes of when you dance”.
De humor en gejaagde hard rock gitaren in het ‘Sheik Yer Bouti’ drieluik “Im so cute”, “Baby Snakes” en “Tryin’ to grow a chin”, met een vocale glansprestatie voor keyboardspeler Chris Norton, zorgden voor een hevig rockend hoogtepunt. Een eerbetoon aan het betreurde wereldvreemde genie Captain Beefheart werd gebracht met een heerlijk geschift “Debra Kedabra” uit ‘Bongo Fury’.
In de bisronde werden de fans beloond met het niet te overtreffen sublieme instrumentale “Peaches and Regalia” en verrassend genoeg ook met een klassieke compositie van de meester “Strictly Genteel”, een even gedurfd als geslaagd einde van een onvergetelijke Zappa avond.

De volgende keer er terug bij. Reken maar ! Die onuitputtelijke catalogus heeft nog een hoop pareltjes in petto.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Ian Anderson’s Jethro Tull plays Thick as (a) Brick 1 & 2
Jethro Tull
Koninklijk Circus
Brussel

Jethro Tull is eigenlijk een brokje geschiedenis. Samen met bands als Genesis en Yes staat de groep aan de wieg van de progressieve rock, een niet echt benijdenswaardig genre die altijd door critici als pompeus, langdradig, bombastisch en daarom niet te pruimen werd afgedaan. Feit is dat prog-rock steeds garant heeft gestaan voor kwaliteit en muzikale perfectie, vaak gebaseerd op complexe structuren die uit de klassieke muziek werden gehaald. Love it or hate it.

Jethro Tull wist binnen het genre een uniek geluid te creëren via het introduceren van de dwarsfluit in de rockmuziek. Boegbeeld Ian Anderson beheerste het instrument op een virtuoze manier, hij deed het wonderlijk matchen met vaak stevige rock en zo was die typische Jethro Tull sound geboren. Daaruit ontsproten in de jaren zeventig enkele absolute klassiekers als ‘Aqualong’ (1971), ‘Songs from the wood’ (1975) en zeker en vast ‘Thick as a brick’ (1972). Op deze legendarische plaat, die eigenlijk bestaat uit één verhaal verpakt in één song (moest destijds wel uit noodzaak over twee plaatkanten worden gesmeerd) heeft Ian Anderson nu een vervolg ‘This as a Brick 2’ gemaakt, een plaat waarin hij de geest van toen terug tracht op te roepen en dit bij momenten met succes, hoewel het geheel niet kan tippen aan het origineel uit 1972.

In het Koninklijk Circus kwam hij beide albums integraal voorstellen. Om van te smullen dus voor Tull fans, maar ook voor de minder toegewijde liefhebbers was dit uiterst genietbaar omwille van een onfeilbaar geluid, de muzikale klasse, het spelplezier, de fijne Britse humor en de theatrale en vaak musicalachtige show.
In deel 1 werd meteen duidelijk dat het 40 jaar oude ‘Thick as a Brick’ met glans de tand des tijd heeft doorstaan. De plaat werd op een uitmuntende manier vertolkt en zorgde voor een boeiend schouwspel van adembenemende folk-rock met even virtuoze als briljante tempowisselingen, blitse rockgitaren en heerlijke seventies keyboard en orgelpartijen. Ian Anderson speelde bij momenten een aardig stukje mandoline, maar uiteraard was die typische dwarsfluit alweer de hoofdrolspeler van de avond. Hij bespeelde het instrument met overgave, branie en pure klasse (en natuurlijk af en toe op één been, ook dat truukje was hij nog niet verleerd).
Na al die jaren kan een mens zijn stem al eens wat achteruit zijn gegaan, maar ook daar was een kant en klare oplossing voor. Zijn eigen beperkingen kennende, had Ian Anderson er bijzonder goed aan gedaan om in de persoon van de fantastische acteur/zanger Ryan O’Donnel een extra vocalist mee te nemen. O Donnel’s zangcapacitieten waren verbluffend, de man wist perfect de toonaard van een jonge Ian Anderson te evenaren (en te verbeteren) en zette daarnaast ook zijn talent als acteur in de verf, wat het theatrale aspect van de avond nog wat meer benadrukte. U moet weten dat de man al eerder meespeelde in de Who rock-musical Quadrophenia. Ervaring zat dus, en dat was te merken.
Na de pauze was de nieuwe ‘Thick as a Brick 2’ aan de beurt, en ook hier stonden we met open mond naar te kijken en te luisteren. O’Donnel was iets minder present (ook logisch, Anderson’s pas opgenomen vocalen lagen nu uiteraard wel binnen zijn bereik), in de plaats mocht de geweldige gitarist Florian Opahle geregeld stevig uitpakken.
In tegenstelling tot zijn 40 jaar oude voorganger is ‘Thick as a brick 2’ in verschillende tracks opgesplitst en kreeg het publiek nu meer de kans om de band met uitbundig applaus te bedanken voor al dat moois.
Ook nu hadden we weer het gevoel dat we midden in een (folk)rock musical beland waren. Hoewel we op plaat met voorsprong het origineel prefereren, moeten we zeggen dat de live uitvoering van deel 2 even intens, boeiend en klasrijk was. Het gezelschap pakte bij momenten stevig rockend uit en de traditionele muziek en bijhorende beelden bij prachtig gelaagde songs als “Wooton Bassett Town”, “A Change of Horses” en “Confessional” deden ons de aangename lucht van het Britse platteland opsnuiven.
Via het schermde kwam Ian Anderson tenslotte zijn bandleden en zichzelf voorstellen en werd de groep prompt met een oververdiende staande ovatie bedankt.

Als apotheose kwam de band nog één keertje terug met een uiterst vitale versie van de potige rocker en all time klassieker “Locomotive Breath” waarin nog eens alle registers werden opengetrokken. In onze dromen plakten wij hier nog een verpletterend “Aqualong” achter aan, maar het mocht niet zijn.
Uitstekend concert.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://www.musiczine.net/nl/fotos/jethro-tull-s-ian-anderson-16-11-2012/

Organisatie: Live Nation

donderdag 08 november 2012 01:00

Maserati VII

Eerlijkheidshalve moeten wij u vertellen dat deze band uit Athens, USA ons nog nooit was opgevallen. Nochtans is dit hier al hun zevende plaat en die is uw en onze aandacht meer dan waard.
De band was aanvankelijk te situeren binnen post-rock milieu’s, maar op Maserati VII krijgen we een soort space-rock vermengd met dance-rock, Ozric Tentacles gekoppeld aan Goose, Suicide met gitaren (steken ze zelf niet onder stoelen of banken, het tweede nummer heet gewoon “Martin Rev”), post-rock met beats of kraut-rock in Daft Punk land.
Deze volledige instrumentale plaat is een mooie harmonie tussen synths en gitaren die voortdurend op een ophitsende beat verder drijven, en dat soms in songs van meer dan tien minuten zoals het aanzwellende “Abracadabracab”.
Andere hoogtepunten zijn de verslavende opener “San Angeles” en het stevig rockende “Earth-like”, een soort Mogwai on speed.
Maserati VII gedijt zowel in de dance club als in de rockconcertzaal en dat is meestal niet zo voor de hand liggend, maar hier wel zeer geslaagd. Een huwelijk tussen gitaren en dance beats is dus niet bij voorbaat gedoemd om te mislukken.

donderdag 08 november 2012 01:00

Observator

Hoewel het geluid alweer heel herkenbaar klinkt is de nieuwe plaat van The Raveonettes een stuk luchtiger geworden dan de vorige twee snerende en donkere werkstukjes ‘Raven in The Grave’ en ‘In and out of control’. Wij zijn daar eerlijk gezegd niet zo blij mee, want de meeste songs zijn te oppervlakkig en nestelen zich niet zo diep in onze aderen als bij quasi alle andere Raveonettes plaatjes. Als we daarenboven ook moeten vaststellen dat er maar 9 songs op ‘Observator’ staan (na 31 minuutjes is ’t al gedaan) dan weten we meteen dat dit geen hoogvlieger is. Het gemis aan kwantiteit heeft zich deze keer niet echt vertaald in kwaliteit.
Een schamel hoogtepuntje is “Observations”, een mooie dromerige song die ondermeer via een heerlijk achtergrond gitaartje doet denken aan die verbluffende Chromatics cd van enkele maanden geleden. Afsluiter “Till the end” snijdt als vanouds ook nog een flink eindje door, maar voor de rest kabbelt het plaatje maar wat aan en wordt elke vorm van venijn gemeden.
‘Observator’ is The Raveonettes hun braafste album tot op heden en hoegenaamd niet wat wij van dit anders redelijk fantastische duo zouden verwachten. Wat niet wil zeggen dat u niet moet afzakken naar Het Depot op 8 december, want live zal de decibelknop een ferm stuk naar rechts gedraaid worden.

donderdag 08 november 2012 01:00

The Savage Heart

Driewerf hoera ! Onze favoriete wildebras is terug met negen lappen onvervalste en gloeiend hete rock’n’roll. ‘The Savage Heart’ is nog maar eens een kolkend stoompotje waarin Jim Jones met de nodige grinta zichzelf volledig overgeeft in een verzameling bruisende en vuile rockers.
Hij zingt en roept de ziel uit zijn lijf, de piano staat roodgloeiend als in de hoogdagen van Little Richard en Jerry Lee Lewis en de gitaren sneren zich als venijnige hyena’s doorheen het album. In vergelijking met de uiterst wilde uitspattingen van de twee vorige platen gaat men hier iets minder in het rood en is de aandacht wat meer op de songs gericht. Omdat de intensiteit hierbij niet verloren is gegaan is dit hoegenaamd geen probleem. Er zit wat meer variatie in ‘The Savage Heart’ maar het produceren van zinderende rock’n’roll is nog steeds het hoofddoel.
Laat The Jim Jones Revue over u heen walsen in de Trix op 13/12.

donderdag 08 november 2012 01:00

Privateering

Mark Knopfler is het soort mega artiest die dankzij een uiterst succesvolle carrière de schaapjes al lang op het droge heeft en voor wie het allemaal niet meer zo nodig hoeft.
Met dit soort individuen heb je twee mogelijkheden. Ofwel laten ze zich toch nog verleiden door allerhande geldruikende platenmaatschappijen om afgelikte en op platte commercie gerichte muziek te maken ten einde zo veel mogelijk dollars in het laatje te brengen. Ofwel kiezen ze niet langer voor het bijspijzen van hun al uitpuilende bankrekening en doen ze gewoon hun eigen zin.
Knopfler is voluit voor de tweede optie gegaan, en daarom alleen al vinden wij ‘Privateering’ een vermeldenswaardige plaat.
De inspiratiebron is helemaal nog niet opgedroogd, dit is een heuse dubbellaar geworden en er staat maar weinig prul op, een paar slijmerige ballads niet te na gelaten. Knopfler keert terug naar de roots, de blues, af en toe een vleugje jazz en naar de Keltische folk. De gitaar blijft zijn beste vriend maar dit vertaalt zich nergens in overbodige guitar hero uitspattingen. ‘Privateering’ is gewoon een relaxe, klasrijke en eerlijke laid back plaat, zoals we die ook geregeld krijgen van andere grootheden als JJ Cale, Ry Cooder, Richard Thompson en Tony Joe White.
Soms zijn er nog wat referenties naar Dire Straits, check die typisch luchtige gitaartjes in het lekker voortrollende “Corned Beef City”, maar doorgaans is het toch vooral de blues die prachtig en doorleefd bedreven wordt in ondermeer “Bluebird”, “Don’t forget your hat”, “Gator Blood” en “Today is Okay”.
Als u al eens in de late uurtjes de snelweg op moet, schuif dan ‘Privateering’ in de cd lader, de ideale soundtrack voor uw nachtelijke trip.
Op 12/05/2013 komt de meester zijn nieuwe plaat voorstellen in het Sportpaleis. Het is geen schande om daar bij te zijn.

Pagina 68 van 111