logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
dEUS - 19/03/20...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

Aan hun gedrevenheid zal het zeker niet gelegen hebben, maar Dropkick Murphys worstelden gans de avond lang met een danig slecht geluid dat ze uiteindelijk het verdict verloren tegen de meedogenloze bunker Vorst Nationaal.

Vooral de beginfase ging bijna helemaal de mist in. De folkinstrumenten en dan vooral de doedelzak, toch wel het stokpaardje van de Murphy’s, waren nauwelijks hoorbaar waardoor wij constant een bulldozerdreun hoorden waarin de eerste songs moeilijk van elkaar te onderscheiden waren. Het helse tempo en de volle goesting van de groepsleden maakten echter veel goed. Het publiek ging ondanks de barre geluidskwaliteit gewillig uit de bol, zong luidkeels de hymnes van de Murphys mee en bouwde er zo alsnog een wild feestje van, alsof er niets aan de hand was. De fans morden met name niet om het slechte geluid, ze hadden zichzelf al het nodige vocht toegediend en waren vast bereid er een heuse party van te maken. Vorst mocht dan misschien maar half gevuld zijn, de bieromzet bedroeg gegarandeerd vier keer zoveel als op een uitverkocht concert van pakweg Elbow of Coldplay.
Iets verder in de set kwam er dan toch wat beterschap in de sound, hoewel het nooit helemaal goed kwam, en genoten we van venijnige folkpunkers als “Deeds not words” en “Going out in style”, twee krakers uit die nieuwe energieke plaat ‘Going out in style’. Ook “Johnny, I hardly knew ya” viel ons op, maar dan vooral omdat wij wel zeer nadrukkelijk moesten denken aan “English civil war” van The Clash.
Een akoestisch intermezzo van een viertal songs was enerzijds een verademing omdat het ons tijdelijk verloste van de dreun (we hoorden zowaar eens de instrumenten zoals ze zouden moeten klinken), maar anderzijds haalde het ook wat de vaart uit het optreden, en vaart is nu net datgene waar het om draait bij Dropkick Murphys. Maar goed, dat tussendoortje was ook weer een geldige reden voor de fans om extra potten bier te halen, ook niet onbelangrijk.
Daarna werd terug onbezonnen doorgeramd, met ondermeer een opzwepend “The auld triangle”, een razend “Barroom hero” en een hitsig “Irish Rover” die we ook kennen van The Pogues, een laat ons zeggen verwante groep, maar dan met wat meer authenticiteit en wat minder punkrock, doch evenveel drankgenoegen.
Publiekslieveling “Shipping up to Boston” als finale mocht wat ons betreft het definitieve einde zijn, want de rommelige bisronde die daarna kwam, met een hoop volk op het podium en een inspiratieloze bewerking van AC/DC’s ‘TNT’, was op zijn zachtst uitgedrukt nogal overbodig.

Een wild feestje dus, alleen doodjammer van de erbarmelijke sound. Hoe graag hadden we dit niet in de AB gezien ?
Herkansing op één of ander zomerfestival, zouden wij zo zeggen.

Organisatie: Live Nation

donderdag 26 januari 2012 01:00

The Black Keys - Rauw en catchy as hell

Hun concert van daags voordien in de Lotto Arena was al weken op voorhand uitverkocht, maar in Frankrijk loopt het blijkbaar nog niet zo storm voor The Black Keys, de Zénith was bijlange niet tot de nok gevuld. De Fransen komen altijd een beetje achter, maar het enthousiasme in de zaal was van een ongeziene intensiteit.

Van The Black Keys kan je op zijn minst zeggen dat ze geëvolueerd zijn. De eerst drie platen waren gedrenkt in rauwe en ongeschoren blues, in het latere werk kwam er een pak soul bij samen met een assortiment catchy grooves en hooks. Het kersverse ‘El Camino’ is wat dat betreft een voltreffer geworden, de plaat gonst en briest dat de stukken er af vliegen en de songs zijn ‘catchy as hell’. Minder soul dan op zijn al even fantastische voorganger ‘Brothers’, maar des te meer spuitende energie.
Op het podium zijn The Black Keys met een extra bassist en keyboardspeler uitgebreid tot een viertal, de songs uit ‘Brothers’ en ‘El camino’ vragen daar ook om. Maar als na een zestal puntige songs de ritmesectie even koffie mocht gaan drinken, barstten Auerbach en Carney pas echt los in de meest vunzige en smerige bluesrock aan deze kant van de planeet. Het wilde intermezzo met zijn tweetjes werd gevuld met “Thickfreakness”, “Girl is on my mind”, “I’l  be your man” en “Your touch”,  rauwe lappen blues uit hun eerste vier albums. Een werkelijk splijtende eruptie die, nu The White Stripes er de brui aan hebben gegeven, we niemand hen zien nadien.
“Little blak submarines”, de meest fantastische song van ‘El Camino’, hadden ze live nog maar amper gespeeld, maar ‘t was er niet aan te merken, al onze haren kwamen recht van opwinding.

Hebben ze ook duidelijk gemaakt : Een uitmuntend “Sister”, de uiterst vinnige nieuwe single uit ‘El Camino’ zal in korte termijn ongetwijfeld het statuut van klassieker mee krijgen en komende zomer volledige festivalweides in vuur en vlam zetten (als de Schuer deze band niet op zijn affiche zet dit jaar, dan is hij een ongelooflijk kieken). Natuurlijk hadden de Zwarte Sleutels prijsbeesten als “Tighten Up” (lichtjes fantastisch) en “Lonely Boy” (de zaal op zijn kop) als toetje tot op het einde gespaard, maar wie dacht dat het hiermee jammerlijk zou gedaan zijn, kreeg nog een aangename verrassing met een bisronde waar geen enkel vuurwerk tegen op kon. Met een hoog Jagger stemmetje en in de rug geflankeerd door een gigantische disco bal, bracht Auerbach “Everlasting love” tot onbereikbare hoogtes om daarna volledig te ontploffen met “She’s long gone” en met wat ons betreft het absolute hoogtepunt “I got mine”, de genadestoot waarin ze, alweer met zijn tweetjes, alle resterende razernij kwijt konden.

De evolutie die te merken is op hun platen weerspiegelt zich duidelijke in de live set. Van ronkende en ruige bluessongs tot uiterst explosieve potente hitgevoelige nummers, met een ongekende rauwheid die steeds behouden blijft, en met in de hoofdrol het ophitsende drumgeroffel van Patrick Carney en de vuile, scheurende en splijtende gitaar van Dan Auerbach.
Natuurlijk was dit het beste concert dat we dit jaar al gezien hebben, we hebben er nog maar eentje meegemaakt, maar dit zou wel eens tot in december kunnen op het hoogste schavotje blijven staan.

Neem gerust een kijkje naar de pics , de dag voordien in de Lotto Arena (van onze vrienden van Indiestyle)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-black-keys-23-01-2012/

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ism Radical Prod)

donderdag 19 januari 2012 01:00

Staring at the sun

Een mens moet nog niet te lang luisteren naar deze cd om te weten wat de heren zo allemaal in platenkast staan hebben. Kyuss, Masters of Reality, Monster Magnet en Queens Of The Stone Age. Stoner met af en toe een uitstapje naar grunge. Geen nieuwe sound uitgevonden dus, maar fuck it, ze zijn verdomd goed in wat ze doen en er staan ijzersterke songs op dit album.
Grunge, zegt u ? “Recovering” lijkt wel een verre neef van “Slaves & Bulldozers” van Soundgarden en “The mute“ heeft met Alice In Chains in bad gezeten.
Een paar aardige verrassingen ook, zo is de verdwaalde banjo in de wilde speedsong “Devil’s mind’ een welgemikte stoorzender en het instrumentale “A journey with sloane” raast dwars door de woestijn.
Een goede raad : toch maar iets minder opzichtig omspringen met de grote voorbeelden, zouden wij zo zeggen, want songs als “Staring at the sun” en “Monster” lijken net iets te veel op QOTSA, en de akoestische riff van “Foot boom” is schaamteloos gejat van Monster Magnet ‘s “Space Lord”, maar we beloven dat we het niet verder zullen vertellen.
Voor de rest geen kwaad woord over deze fameuze rockplaat, want ’t is een hele goeie.
http://www.naughtymouse.net

donderdag 19 januari 2012 01:00

Crawl Home

Geen idee of het de bedoeling geweest is maar “Black hole”, de openingssong van ‘Crawl home’, doet ons sterk denken aan Girls Against Boys. En dit is een compliment, want  het inmiddels al lang ter ziele gegane GvsB is één van de meest onderschatte bands van dit heelal.
En we blijven in vuile spelonken, want In “Turn” komt er zelfs een scheut Jesus Lizard tevoorschijn en in “Comfortably Numb” (heeft verder overigens niets met Pink Floyd te maken) is Henry Rollins aardig aanwezig.
Om maar te zeggen, die van Influenz weten hun voorbeelden te vinden in de betere oorden, daar waar de riffs log en zwaar mogen klinken, de bassen gortig en de vocals dreigend, wat resulteert in dit vettig en stevig EP’tje.
http://www.facebook.com/influenz.band

James C. Heat alias Reverend Horton Heat had het idee opgevat om in chronologische volgorde van elk van zijn platen een song te spelen, zo doorliep hij zijn carrière tot op heden in elf song.

Niet zo een slecht idee trouwens, zo zat de vlam er van bij het begin in met een hitsig “Psychobilly freakout” waarbij de poppen in de frontzone al meteen aan het dansen gingen om voor de rest van de set niet meer te stoppen. Er volgden vlijmscherpe versies van “400 bucks”, “Jimbo song” en “Galaxie 500”. The Reverend hemzelve speelde alweer een magnifiek en stomend potje gitaar en de rock’n’ roll stroomde met beken door de Trix.
Nadat album nr 11 ‘Laughin’ and cryin’ with RHH’ (laatste wapenfeit tot op heden) aan de beurt was geweest kreeg het publiek inspraak en werd het zowaar een verzoekprogramma met ondermeer geweldige versies van “Wiggle stick” en de fijne instrumentale surfsong “Big sky”.
Heat zorgde dan weer zelf voor een wervelend einde met een vlammend “Big red rocket of love”, een hitsig “Death metal guys” en een paar rake covers zoals een stomend “Folsom Prison” van Johnny Cash, zowat de favoriet van het voltallige publiek, en Motorheads anthem “Ace of Spades”, voor de gelegenheid gezongen door een opgehitste roadie.

The Reverend Horton Heat blijkt toch met voorsprong één van de betere acts te zijn in het genre. Waar anderen (zoals bvb het voorprogramma Phantom Rockers) blijven steken in de beperkingen van het psychobilly genre (beetje punk, een scheutje rockabilly en veel lawaai) is The Reverend iemand die meerdere horizonten opzoekt en de songs laat ademen en uitwijken naar country, blues en fifties. En wat James Heat vooral onderscheidt van het peloton is zijn sublieme gitaarspel, Brian Setzer achterna zeg maar.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Drunkbelly)

Vanavond hebben we onze post rock tour 2011 vervolmaakt. Waarmee we willen zeggen dat we de drie groten van het genre in één jaartje hebben gezien. Begin dit jaar Godspeed You Black Emperor en in maart Mogwai. Met Explosions In The Sky was ons lijstje dus volledig.
De fijne concertzaal van de Kreun was tot de nok volgelopen voor deze post rockers. De dag voordien hadden ze reeds in Hasselt aangetreden en eerder op het jaar was de AB ook al eens volledig uitverkocht. Er is dus duidelijk wel een publiek voor dit soort aangrijpende en meeslepende rock. Veel zal ook te maken hebben met de alweer uitmuntende nieuwe plaat ‘Take care, take care, take care’ die hier vanavond met kracht, gevoel en finesse werd voorgesteld tussen het al even sterke oudere materiaal.

Explosions In The Sky is een groep van weinig woorden, in hun songs wordt geen letter gezongen, maar ook tussenin de songs richtten ze géén enkel woord tot het publiek. De muziek moest dan maar voor zichzelf spreken, en deed dit ook. Het was een lange trip met verstilde momenten, gloeiende uitbarstingen en openbarstende gitaren.
De bandleden gingen zelf nogal op in hun muziek, aan hun mimiek te zien kon je stellen dat ze zich volledig lieten meedrijven in de indrukwekkende soundtrip die ze op het podium wisten neer te zetten. En ook wij gingen gewillig mee, wij surften als het ware op de golven die soms heel lichtjes om ons heen walsten om ons daarna via een geweldige storm brutaal over kop te doen gaan.
De hoofdrol leek duidelijk weggelegd voor het bezwerende samenspel tussen drie gitaren. Geen strijkers dus en een minimum aan elektronica, daarin onderscheidde Explosions In The Sky zich van die andere twee post rock grootheden. Minder avontuurlijk dan Godspeed en niet zo almachtig als Mogwai, maar even innemend en begeesterend.

Weinig adempauzes werden ons gegund, de ene song was nog niet volledig beëindigd toen een ander blik alweer werd opengetrokken. Daardoor werd het één lange adembenemende trip van anderhalf uur. Na de slotnoot kwam er geen bis meer, en dat was ook niet nodig, Explosions In The Sky hadden hun punt gemaakt.

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Stephen Malkmus mag dan al het boegbeeld geweest zijn van de fantastische en invloedrijke indie band Pavement, het zou de fans toch ook niet mogen ontgaan zijn dat hij inmiddels al 5 soloplaten gemaakt heeft die qua klasse niet moeten onderdoen voor het grensverleggende werk van zijn voormalige band. Toch spreekt de naam Pavement blijkbaar veel meer tot de verbeelding dan Stephen Malkmus. Het Pavement reünie optreden van een klein jaar geleden in de AB was op slag uitverkocht terwijl vanavond de zaal Trix amper voor de helft was volgelopen.

Nochtans is het nieuwe album ‘Mirror Traffic’ alweer een bescheiden pareltje. Voor insiders althans, de rest heeft -zo vermoeden wij- de moeite nog niet gedaan om het fijne plaatje een kans te geven, getuige de magere opkomst.
The Jicks hadden er weinig erg in. In een sobere basisopstelling en zonder enige vorm van scrupules (een geposeerde rock’n’roll attitude of uitgedokterd imago zijn zeker niet aan Malkmus besteed) speelden ze met overtuiging een resem sprankelende songs. Spontaniteit en af en toe spitse humor kenmerkten het optreden. En niet te vergeten natuurlijk, een hoop frisse en bruisende songs.
Op een ogenschijnlijk slordige, maar spitse en efficiënte manier speelde Malkmus gitaar. Zijn stijl deed ons meermaals denken aan die van Tom Verlaine, een nummer als “Real Emotional Trash” beschouwen wij als Malkmus’ eigenste “Marquee Moon”. Die schitterende song (goed voor 10 minuten genieten van muzikale hoogstandjes) spaarde hij als apotheose op tot aan het einde van de set nadat hij ons al meermaals had laten smullen van zijn speelse maar vernuftige gitaarstijl.
Het was duidelijk dat Malkmus een vette streep getrokken heeft onder Pavement, elke song of verwijzing naar zijn voormalige band werd gemeden. Centraal stond de nieuwe plaat ‘Mirror Traffic’ waaruit maar liefst 11 songs gespeeld werden, met als uitschieters een gedreven “Senator”, een prachtig “Brain Gallop” (met heerlijke sologitaar) en fijne popsongs als “Tigers” en “Stick figures in love” , die allebei gebouwd zijn op lekker rollende rifs.
Bij momenten stonden Stephen Malkmus & The Jicks ook hevig en driftig te musiceren, zoals in “Tune grief”, de felle punksong die werd opgedragen aan The Kids (de enige echte Belgisch punkband die er toe doet) en in de bisronde met een puntig “Baby C’mon”.

Malkmus kon ons ten zeerste overtuigen zonder één noot Pavement. Daarom moet u, als u er niet bij was, dringend eens ‘Mirror Traffic’ een flinke luisterbeurt geven. Gegarandeerd bent u de volgende keer wel van de partij en speelt Malkmus ten minste voor een volle zaal, en dat verdient hij.

Organisatie: Trix, Antwerpen

zaterdag 12 november 2011 01:00

My Morning Jacket - Fenomenale marathonset

Een mens zou gedacht hebben dat optredens van twee en een half uur niet meer van deze tijd zijn, maar dat is buiten My Morning Jacket gerekend. De band heeft met ’Circuital’ alweer een dijk van een plaat afgeleverd die ze uitgebreid kwamen voorstellen in de Trix.

Het was een geweldige belevenis, My Morning Jacket wisselde pure schoonheid (met een hoofdrol voor Jim James’ stem) af met elektrisch geweld waarin de band ongeremd loos kon gaan.
Het eerste half uur was wild en gretig, na de twee knappe openers van de nieuwe plaat (“Victory dance” en “Circuital”) was de band al volledig op kruissnelheid en overdonderden ze de Trix met hevig gitaargeweld in wel zeer potige versie van onder andere “Off the record”, “I’m amazed” en “At dawn”. Pas daarna ging de storm wat luwen en kwam Jim James voor eerste keer zijn hemelse stem showen in het wondermooie nieuwe “Wonderful the way I feel”, ook het oudje “Heartbreakin Man” zorgde voor kippenvel en het nagelnieuwe “Slow slow tune” was een vocaal pareltje. In dergelijke songs hoorde je duidelijk waar de neo folkies van Fleet Foxes de mosterd vandaan hebben, maar eenmaal bij Morning Jacket het gaspedaal terug werd ingedrukt, namen ze meteen kilometers voorsprong daar waar die van Fleet Foxes steeds verder zouden blijven neuzelen.
Een lang uitgesponnen “Steam Engine” bracht ons helemaal terug naar de seventies, de song moet zo een kwartier geduurd hebben zonder ook maar een seconde te vervelen. Zo te horen hebben de heren van My Morning Jacket flink wat platen van Neil Young & Crazy Horse, Lynyrd Skynyrd en The Allman Brothers in huis. Maar overschakelen van pure seventies naar onvervalste hedendaagse rock met een portie elektronica was geen probleem, getuige de daaropvolgende uitmuntende vertolking van die verduiveld sterke single “Holdin’ on to black metal”, zonder meer één van de hoogtepunten van de avond.
Het dromerige en ronduit schitterende “Movin’ away” en de wonderlijke epische rocker “Magheetah” vormden het gedroomde slot, maar de band had er zoveel zin in dat ze er nog een wervelende en goed gevulde bisronde aan breidden met ondermeer kleppers als “Wordless Chorus” en als grote finale een openbarstend “One big holiday”. Fenomenaal.

Voor wie net als ons het live album ‘Okonokos’ uit 2006 een fantastische beleving vindt, was het een avond om echt van te smullen, My Morning Jacket presteerde het om diezelfde sfeer, pracht en intensiteit aan de dag te leggen. Zowaar een glansprestatie.
Vijfsterrenoptreden !

Organisatie: Trix, Antwerpen

zaterdag 05 november 2011 01:00

Alice Cooper - Ouwe horrorrocker kan het nog

Ouwe rot Alice Cooper staat nog steeds garant voor rock entertainment van de bovenste plank. Een perfecte balans tussen de gekende horror showelementen en stevige no nonsens hardrock.

Natuurlijk was het allemaal een beetje kitscherig, cliché en héél Amerikaans, maar dat deerde ons niet want de show stond het rockgehalte nooit in de weg. De stevige rocksongs klonken nergens gedateerd en waren nog even potent als in the good old days. Alice Cooper heeft trouwens met ‘Welcome 2 my nightmare’ een niet onaardige nieuwe cd uit maar die werd met uitzondering van de pittige rocker “I’ll bite your face off” volledig over het hoofd gezien. De setlist bestond voornamelijk uit quasi alle klassiekers, tot grote vreugde van de fans. Al vroeg in de set kregen we achtereenvolgens “I’m eighteen”, “Under my wheels”, “Billion Dollar babies” en “No more Mr Nice Guy” ! Dit kon wel tellen, Cooper leek even vitaal als vroeger en zijn verdomd heerlijk denderende band (met maar liefst drie gitaristen!) bracht de vette songs met de nodige power waardoor ze immer fris klonken. Een absoluut hoogtepunt was een lang uitgesponnen “Halo of flies” met solomomenten voor zowat alle bandleden, een heerlijk staaltje hardrock.
Er zat trouwens flink wat vaart en tempo in het ganse optreden, Alice Cooper waagde zich maar aan welgeteld één ballad, het fraaie “Only Woman Bleed” waarin hij innig aan het dansen ging met een nogal morbide lappenpop om ze vervolgens genadeloos af te troeven en hardhandig tegen de grond te smakken. Nadat een reuzenhoge Frankenstein de show was komen stelen en  Alice Cooper ook nog eens vakkundig werd onthoofd, kwam de grote finale eraan met een schitterend “School’s out” waarin heel passend een flard “Another brick in the wall” was verwerkt. Als ultieme genadestoot mocht een formidabel “Elected” er een joekel van een punt achter zetten.

Het concert beantwoordde aan al onze verwachtingen : Solide en uitstekende harde rockmuziek gespeeld door schitterende muzikanten, en een hoog show- en entertainmentgehalte met in de hoofdrol een prettig gestoorde halve zot die perfect wist zijn publiek te bespelen. Echt van genoten.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille


vrijdag 04 november 2011 01:00

Patti Smith - Gesmaakte akoestische set

Na een geslaagde doortocht op Sinner’s day in Hasselt trekt Patti Smith met haar band door Frankrijk voor een kleine akoestische tournee. Jawel, akoestisch, wat wil zeggen dat de volledige band (inclusief oudgediende gitarist Lenny Kaye) present is, maar dat de stekker niet wordt ingeplugd. En dat heeft zo zijn gevolgen, ook akoestisch weet Patti Smith moeiteloos te overtuigen, maar toch hadden wij de ganse set door de drang om uit onze stoel te veren en de stekker in het contact te gaan steken.

Patti Smith is niet bepaald de mooiste dame van de planeet, je kan gerust stellen dat ze het sex appeal heeft van een blinde mol, maar het mens heeft een huizenhoog charisma waardoor het publiek uit haar hand eet. Uiterlijk en imago zijn voor Patti Smith nooit belangrijk geweest, het is nog steeds de meest respectvolle voddenmadam die we ons kunnen voorstellen.
De kracht en intensiteit van haar stem zijn er hoegenaamd niet op achteruitgegaan. Integendeel, in deze intieme akoestische sfeer  van het Théâtre Sébastopol, een locatie die nostalgie ademt, was die stem het belangrijkste en meest intrigerende instrument van de avond. In combinatie met een pak onsterfelijke songs als “Pissing in a River”, “Ghost dance” en “Redondo beach” zorgde dit voor adembenemende momenten.
Toch bespeurden wij enkele mindere passages, zo werd de klassieker “Because the night” een beetje zielloos op automatische piloot afgehaspeld. Patti Smith was ook gans het optreden een beetje te goedgeluimd naar onze mening, ze bleek nogal overdreven dankbaar voor het wel zeer enthousiaste en weinig kritische Franse publiek.
Wij hadden ze liever een beetje kwader gezien, zoals in haar beginjaren toen ze niet voor niets in één adem werd genoemd met de belangrijke punkiconen van de jaren zeventig. Net die kwade punk spirit misten we een beetje vanavond, hoewel er op het einde van de set een glimp van tevoorschijn kwam in intense vertolkingen van “Gloria” en “Rock’n’rol nigger”, meteen ook de hoogtepunten van de avond.

Maar goed, het concert was zonder meer overtuigend en was volledig gebouwd op klasse, emotie en beresterke songs. Maar de volgende keer toch graag weer elektrisch, Patti.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ikv Ground Zero Festival)

Pagina 78 van 111