logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
giaa_kavka_zapp...
Johan Meurisse

Johan Meurisse

dinsdag 08 juli 2008 03:00

Rock Werchter 2008: vrijdag 4 juli

Een paar jaar terug kregen ze al een verdiende ereplaats op Humo’s Rock Rally. Het duo The Black Box Revelation (Mainstage) doen knallers als The Kills, The White Stripes en The Black Keys verbleken en stelden zich meteen naast een Blood Red Shoes. Op een losse, ontspannende wijze speelden ze fris en ongedwongen hun rauwe, vettige en retestrakke garage rock’n’roll blues: “Gravity blues”, “I think I like you” en een schitterend gespeelde “Set your heart on fire” wisselden ze moeiteloos af met een beklijvend “Never alone/always together”. Het jonge duo ging intens en vakkundig te werk op het hoofdpodium. En het leek er op alsof ze daar met twee gitaristen en drummers waren. Wat een puike prestatie!

The Cool Kids (Pyramid Marquee) hitsten het publiek op met hun ‘old school’ hiphop, een mixmax van Cypress Hill, Beastie Boys, Eric B & Rakim, gelinkt aan de funk van Snoop Dogg en enkele ‘80’s klassiekers; van heftiger beats en grooves naar een meer softere aanpak. Niks nieuws , maar goed als opener in de Marquee.

En strak bezielde en een goed geoliede Monza (Mainstage), onder Stijn Meuris, toonde aan dat de Nederlandstalige rock staande bleef op het hoofdpodium. Een snedige aanpak, wat fuzz en een knipoog naar de ‘80’s Belgenpop, met songs als “Tanken in Luxemburg”, “Attica” en “Schuld van de deejay”. “Van God Los” klonk meeslepend, en de meezingers op dit vroege uur waren “Gigant” (één van de Noordkaap klassiekers) en “Wie danst er nog?”.

Met ‘Close to Paradise’ kreeg de Canadese songwriter Patrick Watson (Pyramid Marquee) menig recensent achter zich. Hij schrijft grillige, gesofistikeerde en subtiele verfijnde droomsongs, die onverwachtse wendingen kunnen ondergaan, zonder in te boeten aan intensiteit en gekruid zijn met een vleugje jazz en freefolk.
Het jeugdige enthousiasme van de band bracht hen niet van hun voetstuk. Zelfs niet toen een stroomspanne hen velde en de eerste harde tonen van Slayer op het hoofdpodium te horen waren. Nee, Watson begaf zich onder z’n publiek, en net als tijdens de clubconcerten, jamde hij zonder versterking met enkele bandleden er rustig op los, wat ontwapenend mooi was! Respect! Kippenvelmomenten waren “Weight of the world”, “Luscious life” en de titelsong van z’n plaat. Ergens tussen Buckley, Waits, Devandra Banhart en Radiohead en The Residents te situeren.

Op de duivelse thrashmetal van Slayer (Mainstage) is er na al die jaren nog geen sleet (al van ’82 actief nota bene!). We hoorden een ‘wall of sound’ van het kwartet (wat een versterkers!), die de eer aan zichzelf hielden met een Slayer t-shirt, kettingen en tatoeages. Hun praktisch niet te evenaren gitaarsoli en drumpartijen dwongen respect af. In schril contrast met hun muziek en teksten van satanisme, chaos en terreur kon er bij zanger Tom Araya na elk nummer een verlegen glimlach vanaf, over schouwde hij z’n publiek met z’n indringende blik en gaf  op het einde doodleuk de gouden tip mee “Celebrate life”. Ze haalden enkele klassiekers aan: “Chemical warface”, “Ghosts of war”, “War ensemble”, “Mandatory suicide” en “Angel of death”. Een professioneel coole en beheerste aanpak, wat weinigen hen maar kunnen nadoen.

We bliezen even uit op de vermakelijke, speelse, vrolijke pop van Ben Folds (Pyramid Marquee). Folds ging gretig tekeer en kon praktisch niet stilzitten op zijn piano. De broeierige pianopop kreeg live een forse injectie. Hij kon rekenen op een sterke respons. Zijn Folds Five behoren tot het verleden, maar met z’n huidige band leverde hij een stomend, opzwepende setje af.

Ondertussen verraste op het hoofdpodium Air Traffic (Mainstage) een tweede keer, ter vervanging van Pete Doherty’s Babyshambles.

Het nodige spelplezier beleefde het Amerikaanse My Morning Jacket in de Pyramid Marquee. Deze indie/americana band geeft de laatste jaren hun songs een stevige, krachtige prik mee en laat ze dikwijls ontsporen. Ze onderscheiden zich als een jonge Neil Young & Crazy Horse.
De band, onder zanger/gitarist Jim James, speelde een boeiende set, waarbij ze in eerste instantie fel en hard klonken met “Magheeta”, “Off the record” en “Gideon”, vaart afnamen met sfeervoller werk als “Way he sings”, “Smokin from shooting” en “Evil urges”, titelsong van de nieuwe cd, gedragen door de zalvende, hemelse en melancholische stem van James. My Morning Jacket tekende voor een pittig, bedreven setje.

Duffy ( Pyramid Marquee) maakt deel ut van de damesrevolte Estelle, Adele en Amy Winehouse en refereert aan ‘60’s Dusty Springfield en Petula Clark. Melodieus sensuele soulpop met jazzy loops van een jonge, aantrekkelijke blonde zangeres, - kortgerokt, hoge hakken en verleidelijke blik -, uit Wales, die over een nachtegalenstem beschikte, en menig mannenhartje sneller deed slaan in de komende midzomernachten. “Syrup & honey” en “Rockferry” waren de groovy openers, “Serious” en “Breaking my own heart” het sfeervolle middendeel en “No mercy “en “Distant dreamer” het zwoele slotstuk.

De comeback van The Verve (Mainstage), onder Richard Ashcroft, is er eentje van gemengde gevoelens. De songs kwamen niet echt uit en de groep kon maar schitteren in het tweede deel van de set toen ze enkele klassiekers speelden: “The drugs don’t work”, “Lucky man” en de instant klassieker “Bittersweet symphony”, samen met de huidige single “Love is noise”. Te pas en te onpas straalt Ashcroft een Gallagher mentaliteit uit. Ok, ook “Sonnet” en het nieuwe “Sit & wonder” overtuigden door hun sterke opbouw.
Het ontbrak The Verve aan elan en uitstraling (hoewel Ashcroft een knalgele t- shirt aanhad!). Kortom, een goede, doch weinig spraakmakende set.

Onder de slogan ‘rock’n’roll will never die’ rekenen we twee muziekiconen van de ‘60’s, nl Iggy Pop (die er al was op TW Classic) en Neil Young. Neil Young (Mainstage) was onlangs nog te zien voor een twee uur intense set ifv z’n ‘Continental Tour’; op z’n gezegende leeftijd van 62 jaar boette hij nog niks in van z’n begeesterende, verschroeiende gitaarsoli en doorleefde zang. Voor wie geen (duur en duurzaam) ticket kon bemachtigen tijdens deze clubtournee, was het nu een uitgelezen kans om onze veteraan met vrouwlief Pegi aan het werk te zien. Hij speelde met een tweede generatie Crazy Horse leden een zorgvuldige, uitgekiende en bezielde set, waarbij een pak songs werden gespeeld uit de ‘Harvest’ plaat (’72), waaronder het ingetogen materiaal “Needle & damage done”, “Heart of gold” “Old man” en “Words”. Hij beet van zich af met rockende windvlagen op “Love & only love” en “Hey hey, my my” en varieerde met sfeervoller werk als “Everybody knows this is nowhere” en het recente “Spirit road”. Hij nam de draad opnieuw op met “Fuckin’ up” en Dylans “All along the watchtower”. Ook z’n country roots verloochende hij niet, want hij selecteerde “Get back to the country”. Hij trakteerde, samen met z’n goed op elkaar ingespeelde band, op twintig minuten spelplezier van “No hidden path” uit het recente ‘Chrome Dreams II’.
En verve besloot hij met een unieke Beatles klassieker “A day in the life”, een gierend gitaarspel, waarbij de gaspedaal stevig ingedrukt bleef…
Een grootse prestatie, een levende legende en een rocker met grote R voor jong & oud …

Het Britse kwintet Hot Chip (Pyramid Marquee), onder de tandem Taylor/Goddard, trok de kaart van aanstekelijke popelektronicadeuntjes, bleeps en beats. De soms vreemde wendingen, onverwachtse melodielijnen en dwarrelende sounds van op plaat werden opgeborgen. Ze kozen voor ambiance: heupwiegende en springende dancepop, groovende ritmes en funky loops op songs als “Shake a fist”, “Over & over again”, “And I was a boy from school” en “Ready for the floor”. Hot Chip deinde de party uit met een origineel aangepakte “Nothings compares to U”, die hun andere, eerder zalvende aanpak onderstreepte. Fijne set.

Waar the Chemical Brothers niet in slaagden, was wel weggelegd voor Moby (Mainstage). Hij toverde de wei om in een discotheek! en zorgde voor een dansfeestje om de tweede nacht te besluiten. Vooraf aangekondigd werden z’n hits geremixt en bepaald door keyboards, drums en beats , waarover de gelaagde soulzang zweefde van Joy Malcolm, af en toe geruggensteund door de onvaste stem van Moby, die met het nodige effectbejag het geheel aanscherpte.
Anderhalf uur lang, zonder rust en adempauze, stelden ze er in snelvaarttempo z’n ‘very best of’ voor: “Honey”, “In my heart”, “In this world”, “Go”, “Porcelain”, “Natural blues”, een ophitsende “Lift me up”, “We are all made of stars” en “Why does my heart feel so bad”. Enkele nieuwe songs waaronder “Disco lies” (wel geen “I live to move in here”?) zaten mooi verweven tussen de hits. Te bewonderen waren de drumster en een hyperkinetische Moby (liep als een bezetene over het podium), die het strakke tempo aanhielden. “Bodyrock” (scherpe gitaren ) en “feelin’ so real” werden luidkeels meegezongen. Zegetocht voor hitmachine Moby!

Organisatie: Live Nation

maandag 07 juli 2008 03:00

Rock Werchter 2008: donderdag 3 juli

Het vierdaagse festival Rock Werchter had een sterke, gevarieerde affiche klaargestoomd en kon rekenen op een massale belangstelling van telkens 80.000 muziekfans. De headliners buiten The Chemical Brothers bevestigden, wat de  twee plensbuien al gauw deden vergeten.
Een divers publiek - jong en oud - genoten, de cameraman op de wei zorgde voor animatie van het publiek zelf, er waren de free hugs en …Rock Werchter heeft internationale uitstraling want de buitenlandse aanwezigheid was groot (Britten, Scandinaviërs en Australiërs).
Een tevreden publiek, een tevreden organisatie en een tevreden reporter. Mooi toch …

dag 1: donderdag 3 juli 2008

Vorig jaar al ontpopte het sympathieke Britse Air Traffic (Mainstage) zich als een aangename ontdekking op Rock Werchter. De jonge spruit van bands als Starsailor, Muse en Coldplay is in tussentijd uitgegroeid tot één van de ‘coming bands’. Ze waren onverwachts drie keer te gast op Werchter: als openingsact, op de camping en op dag 2 vervingen ze Pete Doherty’s Babyshambles, die al ettelijke malen verstek liet. Na een overtuigend cluboptreden dit voorjaar, bevestigde dit jonge kwartet opnieuw. Ze behielden hun jeugdig enthousiasme en stonden dicht bij hun fans. De songs van het ijzersterke debuut ‘Fractured life’ stonden als een huis. Chris Wall zong de longen uit zijn lijf, stapte moeiteloos over van gitaar naar piano en speelde met de andere bandleden krachtige en emotievolle pop. Van “Charlotte”, “Just abuse me”, ”Time goes by” tot “No more running away” en “Shooting stars”, wat al meteen gillende keelgaten en meezingrefreinen opleverde. Eens te meer een mooi afgewerkt concert van deze kereltjes uit Bournemouth, Zuid-Engeland.

Het NewYorkse jonge gezelschap Vampire Weekend (Pyramid Marquee) nodigde uit op een versmelting van Rock Werchter met Couleur Café. Inderdaad, hun melodieus, creatief aanstekelijke gitaarpop , met swingende, exotische ritmes, Afrikaanse deuntjes, flamenco en klassiek gaf de indruk dat ze met meer dan vier op het podium stonden. Fris sprankelend songmateriaal in een gevarieerde, uiterst genietbare set: “Campus”, “Cape Cod Kwassa Kwassa”, “M79”, “Oxford Comma” en “Walcott. Deze nummers met een positive vibe werden mooi afgewisseld met de sfeervolle psychedelica van “Mansard roof” en “I stand corrected”. Origineel en sterk!

Het was eventjes wennen aan de zachtere aanpak van Counting Crows (Mainstage). De band, onder charismatische zanger met dreadlocks Adam Duritz, speelde overwegend een sfeervolle set met songs uit de recentste cd ‘Saturday nights & sunday mornings’, die ze gepast varieerden met enkele paraltjes als “Mr Jones”, “Round here”, “Big yellow taxi” van Joni Mitchell, “A long december” en “Hangingaround”. Maar de Mainstage was wel wat te hoog gegrepen, want we hoorden te weinig straf spul om de aandacht te behouden.

Mika (Mainstage) op z’n beurt was het zonnetje in de plensbuien. Vorig jaar cancellede de 23 jarige Libanese/Britse popartiest z’n optreden op Werchter. Z’n Basement Jaxx getinte carnaval en speelse, vrolijke kitsch van discopop werkten in op de dansspieren en boden aangenaam vertier. Er viel veel te beleven met een bloemetjesgordijn, dansende Rio dames, vlezige soulzangeressen en een heen en weer hotsende Mika. Eenvoudige feelgood pop met een meezinggehalte: “Relax, take it easy”, “Big girl, you’re beautiful”, Depeche Mode’s “I just can’t get enough”, “Happy ending” en een uitgesponnen “Love today” (met Mika aka Fred Astaire “I’m singing in the rain”). Het sprookjesachtige “Lollipop” mocht de set besluiten.

Shameboy (Pyramid Marquee) maakt deel uit van de vernieuwende trends in techno en elektro landschap. Ze waren vanavond de aanzet voor een avondje clubdance en rave met een Soulwax /2 Many DJ’s concept. De tweede plaat ‘Heartcore’ komt vervaarlijk in de lijn van de kanonnen Justice, Alter Ego en Digitalism. De knoppenfreaks Luuk Cox en DJ Bobby Ewing deden de Marquee daveren met hun beukende en stampende beats, trance, vettige en schurende basses, chemical breakbeats en elektronicableeps op “Stumble”, “Sunday punk”, “Slaxx”, “Monofour” en “Heartcore”; hartverwarmend waren de massale ‘woowoos’ op de funkende synthloops van “Rechoque”, “Strobot” en “Splend it”.

’It’s time for a love revolution’ is de comeback plaat voor Lenny Kravitz (Mainstage). Weg zijn de tierlantijntjes van orkestraties, gospel, oeverloos soleren en gekostumeerde pakken. In leren jekker leverden Kravitz en de zijnen een goed strak concert af. Enkel in “I’ll be waiting” en “Let love rule” verloor hij zichzelf even. Een retrorock’n’roll hart spreekt de man opnieuw aan: “Bring it on”, “Always on the run”, “Dig in”, “Fields of joy” en “Dancin’ till dawn”; wat hij afwisselde met ingetogen, sfeervoller werk: “It ain’t over till it’s over”, “Stillness of heart” en “I’ll be waiting”. Kravitz breidde een energieke finale met de Guess Who klassieker “American Woman” en “Fly away”; “Are you gonna go my way “ en een massaal meegezongen (en uitgesponnen) “Let love rule”, waarbij Kravitz z’n fans handjes schudde zette het rockfeestje verder in de bis. Kortom, hij bracht het ‘Mama said’ album samen met songs van de recentste cd.

In Soulwax (Nite Versions) (Pyramid Marquee) hebben de broertjes Stephen en David Dewaele de gitaren aan de haak gehouden en resoluut de kaart gekozen van elektronica, elektro, breakbeats, neurotische trance en vervormde vocals, opgezweept door een diepe bas en drums, waarin herkenbare tunes en samples te horen waren (waaronder Kraftwerk, Robbie Williams, Klaxons en Justice).
Een herhaling van hun Xmas feestje weliswaar, onder hun motto ‘Part of the weekend never dies’, wat de logische aanzet was van hun 2 Many DJ set.

R.E.M. (Mainstage) heeft een nieuwe plaat uit ‘Accelerate’, die een directer en strakker aanpak heeft dan hun platen van kortweg de laatste tien jaar. Een wildcard voor Werchter 2008 hadden ze meteen op zak. Het trio Stipe – Mills - Buck & band traden voor de zevende keer aan en konden putten uit hun al indrukwekkende oeuvre. Ze speelden een gevarieerde rockset; ze namen af en toe wat vaart af, doch behielden de aandacht net op tijd door sterke oudjes “Orange crush”, “What’s the frequency Kenneth”, “Bad day”, “The one I love”, “Begin the begin” en “Fall on me” af te wisselen met sfeervol, dromerig werk als “Drive”, “Imitation of life” en “Electrolyte” (wat een wonderbaarlijke pianotoets!) en een handworp nieuwe rocksongs: “Living well is the best revenge”, “Man sized wreath” en de singles “Hollow man” en “Supernatural superserious” , wat het mindere materiaal deed vergeten.
In de bis werd door de herkenbare mandolinetune “Losing my religion” ingezet en het refrein luidkeels meegezongen; de set besloten ze traditioneel met “Man on the moon”.

The Chemical Brothers (Mainstage) zetten de nacht in, maar het écht late uur speelde Rowlands/Simons parten, want de geluidstovenaars legden de klemtoon op een meer chillende trancegerichte aanpak en lange overgangen, wat de uitbundigheid en vuurwerk ontnam. Minder dansbare, pompende beats, wat deels door hun lasers, flashlights en projecties werd gecompenseerd. Een ‘push the button’- injectie hoorden we nog met “Galvanize”, “Do it again/get yourself high”, “Hey boy hey girl”, “Out of control”, “Believe” en “We are the night”.
Tijdens de set waren al vele (vermoeide ) bezoekers richting tent. De Britten besloten zelf moeizaam met “The golden path” en “Chemical beats”.
Een feestje bleef uit, ook al werden we mooi bedankt door onze Chemische Broeders.

Organisatie: Live Nation

donderdag 03 juli 2008 03:00

Red

Guillemots, de band rond Fyfe Dangerfield, heeft de opvolger klaar op ‘Through the windowpane’. Meteen kan al worden gezegd dat Guillemots dit sterke debuut niet kan evenaren op deze ‘Red’ plaat. Doch de plaat bevat rijkelijk geschakeerde elektronicageluidjes, toetsen en pop, in het verlengde van ‘80’s freak Scritti Politti.
De Britse band zweert trouw aan een arty sound. Er is de bombastische symfo opener “Kriss Kross” onder Fyfe’s unieke stemgeluid, dat ergens leunt aan Jeff Buckley, Damon Gough van Badly Drawn Boy en Robert Smith. De orkestraties zijn strelend op “Falling out of reach” en “Cockateels”, dat zelfs een vleugje world bevat. “Big Dog” bevat een mix aan stijlen met ‘80’s referentie. Guillemots schuwt een freaky dance geluid niet want “Get over it” en “Last kiss” hebben een pompend beatje; en op “Don’t look down” goochelt Fyfe met drum’n’bass. We horen sfeervolle, dromerige, relaxte pop in het tweede deel van de cd met “Words” als hoogtepunt. Af en toe slaat de band de bal mis, zoals op “Clarion”.
Kortom, ‘Red’ is een avontuurlijk gevarieerd, boeiend plaatje met enkele mindere songstructuren.

donderdag 26 juni 2008 03:00

We started nothing

Het Britse duo Jules de Marino (drums, vocals) en Katie White (gitaar /vocals) klinken minder rauw dan die andere man/vrouw duo’s The Kills en Blood Red Shoes. Ze laten een verfrissende wind horen van sprankelende, springerige en speelse gitaarpoprocksongs, die levensvreugde en optimisme uitstralen. De mosterd wordt eerder gehaald uit de bubblegumpop van The B 52’s, Fairground Attraction en PJ Harvey.
De sound: een melodieus sterke opbouw, meezingbare refreinen, meeslepend, opzwepend en een positive vibe. De songs gaan in een snelvaarttempo aan je vorbij. “That’s not my name”, “Fruit machine”, “Be the one” en “We walk” worden afgewisseld met “Great DJ”,  “Shut up and let me go” en “Keep your head”, die een pompend ritme hebben. “Traffic light” is een aangenaam rustpunt op deze cd van het jeugdig enthousiaste duo. Overtuigend sluiten ze af met een uitgesponnen aanstekelijke, frisse titelsong, die zich meester maakt van je dansspieren. Heerlijke goede poprock !

donderdag 26 juni 2008 03:00

19

’19’ is het debuut van deze jonge Londense zangeres. Met haar souljazzypop vult ze de damesrevolte aan van Amy Winehouse, Duffy en Estelle.
Indringend emotievol songmateriaal wordt gebracht met een sober gehouden instrumentatie (akoestische gitaar, viool of piano), luister maar naar  “Daydreamer”, “Crazy for you” en “Make you feel my love”. Het zijn intieme, ingetogen liefdesliedjes. Adele wisselt ze af met meeslepende songs die voller en georkestreerd klinken: “Melt my heart to stone” en de singles “Chasing pavements” en “Cold shoulder”. Een collectie gevoelig materiaal dat mooi in het gehoor ligt. Verder is “First love” een wiegeliedje pur sang en en verve sluit ze haar tof debuut af met “Hometown glory”.

donderdag 26 juni 2008 03:00

Made of bricks

Kate Nash is een jonge Londense songschrijfster die al met twee singles “Foundations” en “Mouthwash” meteen naam maakte. Haar songs zijn geënt op haar pianospel en akoestische gitaar en worden gedragen door haar onschuldig kinderstemmetje en zegzang.
Haar songs hebben een eenvoudig goede melodieljn, klinken fris, vrolijk aanstekelijk , groovy en ingetogen. Een lach en een traan dus, die de songs nog intenser en emotievoller maken. Een pak nummers hebben een hitpotentie: “We get on”, “Pumpkin soup”, “Skeleton song”, “Mariella” en “Shit song”. Feelgood flowerpop!
’Made of bricks’ is een leuk plaatje van ontspannend, luchtig en innemend materiaal

donderdag 26 juni 2008 03:00

Every morning breaks out

Het jonge kwartet uit Ternat heeft een gevatte cd titel voor hun frisse, sprankelende gitaarrock. Inderdaad , dit is muziek om er meteen een fijne dag van te maken Hun uptempo songs hebben een freaky, catchy melodie.
Ze zijn pas zestien jaar oud en vielen al twee jaar geleden op, toen ze verdiend een finaleplaats op Humo’s Rock Rally bereikten. Snedige, subtiele rock met een positive vibe.
’Every morning breaks out’ plaatst zich in de schijnwerpers met elf puike songs, waarbij de singles “Time is over” en “Where do we go now” zich duidelijk weten te onderscheiden . Af en toe nemen ze vaart vaart terug . Enkel op “Weekend” en “Little mistakes” heeft het beloftevolle jonge gezelschap wat te veel pijlen verschoten…

Info op www.myspace.com/freakyage

donderdag 19 juni 2008 03:00

Flavors Of Entanglement

1995: de Canadese Alanis Morissette debuteert met ‘Jagged Little Pill’ en wordt gebombardeerd tot een grootse artieste. We hebben te maken met ingetogen, aangrijpende en stevige gitaarpop onder haar klaaglijke stem.
Tien jaar later …Alanis heeft een zware hectische periode achter de rug: ze brak met haar echtgenoot/producer en relativeerde haar Oosterse filologie van de tweede plaat ‘Supposed former infatuation junkie’.
Tot vóór ‘Flavors Of Entanglement’ bracht ze nog twee zwalpende cd’s uit. Ze staat, niet voor tijd trouwens, opnieuw sterk in haar schoenen, wat ervoor zorgt dat ze een evenwichtige plaat heeft uitgebracht, zonder dat haar vocals écht vervelen.
De popmelodie overheerst op “Underneath”, “In praise of the vulnerable man” en “Tapes”. “Not as we”, “Torch” en “Giggling again for no reason” klinken intiem en sfeervol. En Alanis zorgt voor kleur en afwisseling, met een Madonna’s ‘Ray Of Light’ gehalte van pulserende trancy beats en discotunes: “Citizen of the planet”, “Straitjacket”, “Versions of violence” en het afsluitende “Incomplete” hebben die muzikale aanpak. Voor niks is Madonna trouwens de platenbaas van Morissette.
Slotsom: een verdiende comeback en een aangename plaat!

donderdag 19 juni 2008 03:00

To survive

In 2006 debuteerde Joan Wasser met een opmerkelijke plaat ‘Real Life’. Ze werkte voorheen bij een resem bands als Sparklehorse, Antony & The Johnsons, Rufus Wainwright, Cave en Lou Reed. Bassiste Rainy Oteca is het enige vaste lid van Wassers Joan As Police Woman. Op de ingetogen titelsong is Rufus zelfs te gast.
Het uitgangspunt van het debuut is bewaard gebleven; we horen gevoelige en emotievolle pop, soul, jazz en klassiek, maar de songs op de tweede plaat klinken nog intenser en hartverscheurend. Ze hebben een spaarzame begeleiding, waarbij vooral stem en piano op het voorplan treden; luister maar naar “Honor wishes” (met een praktisch onhoorbare David Sylvian), “To be lonely” en “To survive”.
Joan Wasser is een bijzonder songschrijfster, die alle emoties laat horen: bitterheid, hoop, verdriet, angst en liefde. Tijdens de release van de plaat verloor ze haar moeder aan kanker. Het maakt de plaat écht persoonlijk.
”Holiday”, “Hard white wall” en “to America” zijn de meest poppy nummers. “Macpies” en “Start of my heart” laten de soul en jazz ferm doorklinken. Een lichte groove horen we op het uptempo “Furious”.
’To survive’ is een erg gevarieerde cd binnen een sfeervol geheel, waarbij Joan Wasser zich ontpopt als een jonge vrouwelijke Tom Waits. Overtuigende tweede cd!

donderdag 19 juni 2008 03:00

Viva La Vida or death and all his friends

Het Britse Coldplay, onder Chris Martin, ontpopte zich tot een wereldband na de tweede cd ‘A rush of blood to the head’, die het in 2000 verschenen debuut ‘Parachutes’ opvolgde. ‘X & Y’ uit 2005 klonk intenser en verfijnder, maar liet al af en toe ruimte voor een  avontuurlijker aanpak.
De songs van Coldplay zijn broeierig, slepend en hebben een sterke melodie en opbouw. Vanuit dit oogpunt zonk het kwartet niet weg in een moeras van voorspelbaarheid. Ze zochten inspiratie bij Brian Eno, namen de plaat op in Zuid-Amerika en in enkele kerken te Barcelona. De plaat gaat buiten hun geijkte paden en behoudt z’n spanning en intensiteit: boeiende poprock, sfeervolle toetsen , aanzwellende synths, aangevuld met nieuwe geluidjes, beats en instrumenten. Maw een juiste en gepaste dosis onverwachtse wendingen binnen het hitgevoelig karakter. ‘Viva La Vida or death and all his friends’ is een verrassende plaat met een pak overtuigende songs: opener “Life in technicolor” verwijst naar het ‘80’s “Somebody up there likes you” van Simple Minds, “Lovers in Japan” en “Reign of love” laten de soundscapes doorklinken. We horen Indische world op “Yes”, intimiteit op “The escapist” en “Lost” klinkt forser door de beats. “Death and all his friends” refereert aan de IJslandse pop van Sigur Ros en Bjork, en “Cemeteries of London”, “Chinese sleep chant”, “Viva La Vida” en “Violet hill” is typical Coldplay-poprock. Tenslotte onderstreept “42” de muzikale diversiteit van de band.
De fundamentele kracht van acht jaar Coldplay is gebundeld in deze overtuigende plaat!

Pagina 313 van 337