logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Hooverphonic
Johan Meurisse

Johan Meurisse

donderdag 03 maart 2011 01:00

Get Cape. Wear Cape. Fly

De 24 jarige Brit Sam Duckworth gooit op z’n platen heel wat muzikale ideeën en richtingen te grabbel. Een rijkdom die heel wat invloeden samenbrengt van o.m. Sunny day real estate, The Shins, Death cab for cutie en de sing/songwriting van Elliott Smith en Bright eyes.
De derde cd voelt rijk geschakeerd aan, maar is z’n geheel gematigder. Naast de emotievolle songwriting stijl horen we een amalgaan van Britpop, electro, poprock, jazz, indiefolk, drum’n’bass en world, die een pak pareltjes opleveren. Broeierige songs met een groove als “Collapsing cities”, “Nightlife”, “All falls down”, “Stitch by stitch” en “The uprising”. En hij houdt ons bij het nekvel bij de ingetogen “Hand me downs”, opener van de plaat, en “Where will you stand”.
Duckworth beheerst het allemaal goed en heeft op die manier een consistente, evenwichtige derde plaat uit .

donderdag 03 maart 2011 01:00

Hvelreki

Door de jaren is Ozark Henry, het alter ego van Piet Goddaer uit Kortrijk, het klankbord van sfeervolle, dromerige, melancholische pop met orkestraties, doorspekt met een vleugje electro, trippop en jazz, gedragen door mans warme, innemende en heldere stem.
De sing/songwriter is een bezige bij, want hij neemt nog deel aan allerlei projecten …15 jaar muzikale geschiedenis schrijven we …
Na een rondreis in Scandinavië, intussen papa geworden en een labelswitch klinkt Goddaer terug muzikaal fris. ‘Hvelreki’ is de bundeling van de indrukken en ervaringen en staat voor een IJslandse gelukwens van “moge een walvis aanspoelen op jouw strand” . De geluidskunst van soundscapes horen we alvast op de nieuwe plaat in radiovriendelijke, cleane, gelaagde, gevoelige en innemende songs. ‘On the road’ lovesongs die een prachtig Noorderlicht laten zien. Hij maakte een keuze van elf afwisselende songs uit wel 50 tracks  die toegankelijke poprock bevatten zonder echt naar bombast te ruiken.
Hij had een nieuwe begeleidingsband achter zich, van de Brit School Of Performing Arts & Technology, die de basis vormen van het poprock geluid. De piano, de sfeervolle synths en de soundscapes maken de sound breder, kleurrijker, emotievoller en gevoeliger. ‘Hvelreki’ biedt heel wat variaties dus van o.m. mijmerend, wegdromend materiaal als “Out of this world”, “This one’s for you”, de groove van “Eventide”, de slepende, broeierige opbouw van “Yours & yours only”, “See the lions” en de titelsong, de directe, vaardige,  puntige benadering van “Air & fire” en “It’s in the air tonight” of de ingetogenheid van “Godspeed”.
Ozark Henry leunt nauw aan de aanpak van Jonsi, qua sfeer en tempo en draagt de M van muziek op de juiste plaats …

donderdag 03 maart 2011 01:00

The wants

In 2009 waren we al onder de indruk van het debuut ‘Checkmate savage’ van het Schotse The Phantom Band. Ze brachten onderhoudende spannende songs, die slalomden tussen rootsrock, postrock, psychedelica en pop en hadden een bezwerende groove. Een boeiende geluidscollage en op de opvolger is het niet beter .
The Phantom Band biedt een dromerige klankkleur, dompelen hun materiaal in een bezwerende groove en zorgen voor repetitieve, aanstekelijke soms ophitsende ritmes en geven er een avontuurlijke draai aan. “The none of one”, “Mr National” en “Into the corn” intrigeren door de broeierige opbouw. De groep refereert op de langere nummers aan Battles, heeft iets mee van de Swans stijl en de zang van Rick Anthony doet denken aan Gerard Whelan van het vroegere onvolprezen An Emotional Fish. Ook de intieme songs als “Come away in the dark” en het afsluitende “Goodnight arrow” overtuigen voldoende en benaderen een indiefolky style.
The Phantom Band heeft alle kwaliteiten om door te breken, maar beschikt nog niet over de toegankelijkheid om te prikkelen voor een breder publiek. Intussen genieten we maar van het fijne materiaal …

donderdag 24 februari 2011 01:00

The Constant

I Blame Coco (Sumner) is de 20 jarige dochter van Sting. Zij debuteert met lichtvoetig popwerk en er zijn een paar toffe, overtuigende singles te horen. Eenvoudige, sfeervolle, hartverwarmende, groovy melodieuze pop met een electrodeuntje dient ons te koesteren van deze Engelse schone, maar na “Selfmachine en “Quicker” valt de plaat toch wel duidelijk ineen … té veel van hetzelfde, dat net niet weet te raken.
Zij is in één adem op te noemen met Ellie Goulding en Marina & The Diamonds en refereert onderhuids aan Robyn; een ‘80s retrogeluid gedragen door haar lichthese vocals. De toetsen en xylo op “Playwrigt fate”, middenin de plaat,  verscherpt terug de aandacht , maar dan is het wachten tot het eind om opnieuw enkele popparels te horen als “Caesar”, “It’s about to get worse” en  Neil Youngs’s “Only love can break your heart”. Leuk zijn nog de bijhorende remixes die het plaatje mooi moeten afwerken.
Te gedateerd klinkt het allemaal;een matig debuut van een jonge deerne die eerst nog met popreggaesongs afkwam, maar al gauw koos voor gestroomlijnde electropop, die duidelijk nog moet rijpen en groeien om een eigen identiteit te hebben … Afwachten dus

vrijdag 18 februari 2011 01:00

Gold Panda – heerlijk klankenspectrum

De 28 jarige Brit Derwin aka Gold Panda intrigeerde met de plaat ‘Lucky shiner’ en gaf letterlijk een kleurrijke toets aan de elektronica. ‘Chillwave’ werd het omschreven en inderdaad, het klankenpatroon op de elf tracks klinkt mooi en vernuftig, met een voorliefde aan Azië. Trouwens, hij heeft ginder nog een jaar vertoefd en heeft Japans geleerd. Hij samplede Oosterse instrumenten in z’ n bezwerende sound wat de plaat dynamisch en boeiend hield en hij gaf er zelfs een ietwat mysterieus tintje aan.

De huidige muzikale dansstijlen, soundscapes en elektronicableeps knalden uit de boxen. Al gauw waren we gewonnen voor het heerlijke, wondere klankenspectrum, die hij uit z’n laptop haalde. Onderhuids voelde de sound wat donker aan van de elektronica wizzard. Maar de sound was  toegankelijk, warm, dromerig, melancholisch en had een opbouwende groove, die door een hiphop- , dubstep en breakbeatje een bepalende push kreeg … En soms was dit geluid ongrijpbaar ...
Naast de elektronicaliefhebber waren vanavond heel wat jongeren en studenten opgedaagd, die zich meteen lieten meeslepen en danspasjes waagden tot op het podium. Vriendelijk werden ze terug de zaal gewezen. Ondank de diepe concentratie op z’n laptop en mengpaneel kon er bij Gold Panda een gemoedelijk lachje van af. De ‘on the road’ projecties, van het straat - en nachtleven waren leuk meegenomen.
Gold Panda overtuigde en zorgde voor een opwindend, zinderend slot ...

Opwarmer was Eleven Tigers van de Litouwer Jakobus Dargis. De doorwinterde elektronicanerds konden hier hun hartje ophalen door de kille, neurotische soms dreigende, slepende beats. Een muzikale leefwereld die de mosterd haalde bij de ‘90s elektronica van Pan Am en Mouse On Mars. Niet echt vernieuwend, maar het zorgde ervoor dat hij met de plaat ‘Clouds are mountains’ in de belangstelling kwam …

Organisatie: Kreun, Kortrijk

donderdag 17 februari 2011 01:00

Our Songbook

Na enkele Ep’tjes heeft de Family (of the year) uit LA California z’n debuut uit. Heel toepasselijk heet het ‘Our Songbook’. Het kan dan ook niet anders dat er hier een sterke collectiviteit schuilt. Lichtvoetige, warme, aanstekelijke semi akoestische freefolk, ‘feelgood’ music, onthaastingsmateriaal van frisse, onschuldige dromerige, ingetogen en emotievolle songs. Ze nodigen uit naar het vroegere communeleven, het samenhorigheidsgevoel van de sixties, verenigingskampvuren en ‘Up with People’, door de semi-akoestische toonzetting, de meeslepende melodieën, de zonnige, psychedelische klankkleur en de meerstemmige zang, zonder oeverloos ‘ in your mind te blowen’. Ze leunen op die manier aan Devandra Banhart, Cocorosie en Polyphonic Spree, houden wel van de dromerige indiefolk dynamiek van Belle & Sebastian, Los Campesinos, Fanfarlo en Local natives en grijpen terug naar de Beach Boys, The Eagles en de happy family van The Mama’s & de Papa’s en The Carpenters.

Frisse, broeierige en opwindende tracks worden afgewisseld met ‘close harmony’, ingetogen songs. Het ‘60s geluid en de indiefolk vloeien probleemloos in elkaar over op de veertien songs … “Let’s go down”, “Stupidland”, ”Psyche or like scope”, “Summer girl”, “Treehouse”, “Surprise”, “Chugjug” en “Hero” vormen een mooie barometer van de wonderschone plaat. ‘Happy together with this happy family’!

donderdag 24 februari 2011 01:00

Femina/Vive la Vie/Fête met (Wo-)Men

Het Amerikaanse trio Men is een electropopbandje dat mee in de stroom is geraakt van o.m. We Have Band en Où est le swimming pool. Ze konden al een graantje meepikken als supports van Peaches, Gossip en Chicks on speed maar na het muzikaal avontuur van Le Tigre besloot J.D. (Jocelyn) Samson ( als je de Wikipedia en Allmusicguide op nahoudt, een dame – nu?) samen Ginger B Takahashi en Johanna Fateman verder te gaan onder Men, die feministische onderwerpen en (lesbische) hekelthema’s niet schuwt. Ze debuteren dan ook met een gevatte, toepasselijke cd titel ‘Talk about body’.

Muzikaal zetten ze het om in frisse, aanstekelijke synthpop en punkfunk, die uitstapjes naar disco, wave en rock wagen. De songs hebben een pompend, hitsend en huppelend ritme en kunnen dromerig en bezwerend zijn door trancegerichte beats. De fusie zorgt voor varianten en maakt dat het geen eenheidsworst is, wat nog niet betekent dat alle songs even kwalitatief sterk zijn. Nee, dat zeker niet moet ik toegeven, maar de Men-band heeft potentieel: “Off our backs”, “Take your shirt off” en “Life’s hard price”, opener van de plaat, die ook de set aanvatte met de opmerkelijke zinsnede “My life, my crime, my gift to you is a mercy fuck of”, waren sterk. Het opzwepende “Boom boom boom (let’s go back to my room)” werd uitnodigend en plagerig toegevoegd aan de thema’s van de band. “Who am I to feel so free” stond op een doek geprogrammeerd en spoorde aan naar de vrijheid wie je wil zijn …
Ze staken het allemaal in leuke, sprankelende groovy elektropop, die refereerde aan de Gang of 4, Radio 4, The Klaxons, The Rapture en het ontspannende karakter van Suicide’s ‘Why be blue’. Ook de lappen kleurrijke stof op hun witte shirts en broeken en de felkleurige sportschoenen hielden het allemaal leuk en ontspannend!
In hun jonge dagen kwamen ze in de Bota nog langs als Bikini kill. Ze speelden een nummer, die hard, snel, krachtig klonk, een ferme scheut electropunk serveerde en neigde naar de Beastie Boys dynamiek.

De jongeren op de eerste rijen hielden het op een Vive la Vie/Fête feestje, wij keken en genoten ervan en zien wel hoe de toekomst er van Men verder zal uitzien …

Organisatie: Botanique, Brussel

donderdag 10 februari 2011 01:00

Thistled Spring

Wonderschone folk/americana met een orkestraal randje horen van het uit Portland, Oregon afkomstige duo Justin Ringle (sing/songschrijver) en multi-instrumentalist Peter Broderick. Dromerige, sfeervolle songs, die door akoestische gitaar, banjo en de zwoele, breekbare en hoge vocals van Ringle worden gedragen.
‘Thistled Spring’ is “een rustieke herfstplaat of voorziet de eerste Lichtmissen van extra klaarte. De heren haalden invloeden van de vorige generatie Great Lake Swimmers, en dringen zich op naast The Low Anthem en Fanfarlo.
De tien songs moeten niet voor elkaar onderdoen en zitten subtiel en fijnzinnig in elkaar. Horse feathers verdient het niet verzwolgen te geraken onder de vele bands van de folk/americana stijl …

dinsdag 27 november 2018 17:33

All this dancin’around

Triggerfinger houdt de snaren strak gespannen. De derde ‘triggert’ in de roos. De drie heren in maatpak en das, zonder scrupules, pluggen hun instrumenten in en hop, ‘let it ride’ … Scherpe rock’n’ roll, retestrakke power, snoeihard, zompig, rauw, ruw, maar met een zacht zalvend randje, een broeierige, slepende intensiteit en een dreigende spanning, onder de doorleefde, grauwe, helse en zwoele stem van Ruben Block.
De carrière van de heren is om U tegen te zeggen, want zeg nu eerlijk, al drie langspeelplaten lang slaagt en overtuigt het trio in potige bezwerende rock’n’roll. Ze konden hun ‘All this dancin’ around’ opnemen in LA , onder de hand van Greg Gordon, (van o.m. Wolfmother en Slayer ) en naar de studio trekken waar Nirvana al kwam. En ze blijven zichzelf en geven zich ten volle. Mooi toch?!
De tijden van rond de kerktoren te staan spelen, zullen definitief voorbij zijn, want Triggerfinger bereikt na Black Box Revelation het brede publiek. Terecht, want de derde cd is een afwisselend plaatje en steekt erg goed in elkaar: rockend, lekker groovy, dansbaar duivels, hitsig, rusteloos, maar ook innemend, spannend en rustig … Knallend, energiek en slepend … van de drie Vlaamse rockmonsters Block - Goossens – Monsieur Paul!
De rock’n’roll goden vuren pistoolschoten af  en dienen mokerslagen toe op “Let it ride” en de titelsong, houden het sfeervol, zwoel en druipend op “All night long” (Ray Charles nummer), “Feed me”  en “Without a sound”. Ze zorgen voor prachtig opbouwend materiaal, die durft te exploderen, als op “Cherry”, “My baby’s got a gun”, “Tuxedo” en “It hasn’t gone away”. Songs om als wolven je wonden af te likken. Straf en aangenaam.
Kortom, ‘All this dancin’ around’ is een meesterlijke derde plaat, mensen!

We houden er wel van, van die lichtvoetige, warme, aanstekelijke semi akoestische freefolky stijl van het uit LA, California afkomstige Family of the year. Na enkele EP-tjes hebben ze hun ‘Songbook’ klaar, ‘feelgood’ music, onthaastingsmateriaal van frisse, onschuldige dromerige, ingetogen en emotievolle songs. Ze nodigen uit naar het vroegere communeleven, het samenhorigheidsgevoel van de sixties, verenigingskampvuren en ‘Up with People’, door de semi-akoestische toonzetting, de meeslepende melodieën, de zonnige, psychedelische klankkleur en de meerstemmige zang, zonder oeverloos ‘ in your mind te blowen’. Ze leunen op die manier aan Devandra Banhart, Cocorosie en Polyphonic Spree, houden wel van de dromerige indiefolk dynamiek van Belle & Sebastian, Los Campesinos, Fanfarlo en Local natives en grijpen terug naar de Beach Boys, The Eagles en de happy family van The Mama’s & de Papa’s en The Carpenters.

Ze stonden met vier op een rij, de drummer achteraan, wat mooi om aan te zien was in de kleine Witloof Bar. We hoorden een gevarieerde aanpak, waarbij we ons helemaal rond de band konden scharen, konden genieten, wegdromen of ons lieten meedrijven, weg van het dagdagelijks verwachtingspatroon. Er was aardig wat volk opgedaagd voor die leuk ontspannende, aangename en goed in het gehoor liggende pop.
Meteen kregen we een paar frisse, broeierige en opwindende tracks, die niet op het debuut terug te vinden zijn. “Stupidland” en het spaarzame “Hero” zorgden voor de eerste herkenbaarheid. Een close harmony en een knetterend kampvuur wakkerden ze aan met hippe ‘60s hippie songs, van snedige rockers “Never enough”, “Psyche or like scope” en “Chugjug” tot de  ingehouden “What a surprise”, “Everytime” en “Summer girl”.
Het kwintet werd warm onthaald en boden  in de bis “Treehouse”, die elan had door het handclap ritme, en een stevige “Let’s go down”, opener van hun debuut.

Blij dat we nog zo’n bandje in de Witloof Bar mochten bewonderen, maar de sterke respons op de indiefolk en de ‘60s revival zullen er gauw voor zorgen dat Family of the year uit de huiskamer geraakt en een breder publiek zal bereiken!

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 123 van 180