logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
dEUS - 19/03/20...
CD Reviews

Mudhoney

Vanishing Point

Geschreven door

Mudhoney waren grondleggers van de Grunge in een tijd dat het genre nog geen modeverschijnsel was. Van de commerciële restyling van het genre wou Mudhoney niet weten. Al sinds begin jaren negentig maakt de band gestaag bloedstollende plaatjes die altijd te grillig en te compromisloos zijn geweest om een groot publiek te bereiken. Terwijl de bankrekeningen van groepen als Nirvana, Pearl Jam en Soundgarden uit hun voegen barstten bleven de punks van Mudhoney in de marge verder hun eigen ding doen met een handvol ongeslepen ruwe diamantjes als gevolg.
Ook de nieuwe ‘Vanishing Point’ is alweer gemaakt in de geest van de prille jaren negentig. De heren mogen dan al de middelbare leeftijd hebben bereikt, hun sound getuigt nog steeds van een onbegrensde punkspirit en hun songs klinken nog altijd vuil, gruizig, korrelig, jeugdig en wild. Het roffelt alweer een eind in alle richtingen, als het maar niet mainstream is, en de gitaren vliegen regelmatig uit de bocht.
De niet altijd toonvaste vocals van Mark Arm doen aan een jonge Iggy Pop denken in de onstuimige stroomstoten “I like it small”, “The final course”, “I don’t remember you” en “Douchebags on parade”. Als het even nog wat snediger moet dan briest Mudhoney er een snerende punksong uit als “Chardonnay” of een tegen alle muren tegelijk botsende vuile gitaarrocker als “The only son of the widow from nain”.
‘Vanishing Point’ is er al doorgeramd in 34 opgejaagde minuutjes, heerlijk. Geen band die de oorspronkelijke spirit van de grunge meer begeestert dan Mudhoney.

Autre Ne Veut

Anxiety

Geschreven door

De zogenaamde hippe critici zullen u komen vertellen dat Autre Ne Veut (alter ego van knoppendraaier Arthur Ashin) de nieuwste belofte is in popland. Maar dan zijn wij er gelukkig nog altijd om hen de mond te snoeren. Autre Ne veut is gewoon de zoveelste synthpop- of R&B act die met behulp van knopjes, laptops en drumcomputers een steriel geluid voortbrengt. Hij probeert via wat elektronisch gepruts om artistiek te klinken en tracht in het voetspoor te treden van Jamie Lidell, TV On The Radio en Yeasayer, maar dat lukt langs geen kanten. Waarom niet ? Omdat je gewoon hoort dat dit kunstmatige zielloze pop is die uit allerlei machientjes komt. Laptop gezwets zonder enige vorm van emotie, laat staan kloten. Hier en daar een soulvolle stem kan het zootje ook niet redden.
Een artiest om in de gaten te houden ? Ja, in een groot gat (een septische put of zo), en dan dicht metsen die handel.

Kvelertak

Meir

Geschreven door

Hoe hard, luid en extreem ze ook mogen klinken, de meeste metalbands kunnen ons niet echt bekoren omdat ze met zijn allen steeds in dezelfde onvruchtbare vijver zitten te vissen en maar zelden met een goede vangst naar boven komen.
Hier en daar komt er bij wijze van uitzondering toch wel eens opwindende band aan de oppervlakte. Het Noorse Kvelertak (Noors voor ‘wurggreep’, what’s in a name?) is er zo eentje, en wel omdat ze een tomeloze energie tentoonspreiden. Die gasten klinken echt boos en rammen hun ophitsende metal dwars een hardcore muur. De zanger bedient zich niet van de gebruikelijke geforceerde metal grom, maar hij kotst zijn vocals eruit met een ongehoorde agressie. We verstaan geen jota van dat Noors, maar we horen wel dat hij kwaad is. Het doet denken aan die gek van het geniale hardcore combo Fucked Up.
Achter het lawaai en de sneltreinvaart zit er vernuftige metal verscholen met mokerslagdrums, gortige riffs, vinnig soleerwerk en hier en daar zelfs een fijne akoestische gitaar. Dit alles verpakt in compacte en vaak korte songs met verrassende tempowisselingen en steeds met een brutale gedrevenheid. Anthems als “Bruane Brenn” en “Kvelertak” zullen luidkeels en met gebalde vuisten worden meegekeeld op menig festival, daar kan je van op aan.
In het tweede deel van de plaat zijn de tracks wat langer en wordt meteen duidelijk dat er naast het brute geweld een pak muzikale hoogstandjes te bespeuren zijn (“Nekrokosmos”, “Undertro” en het pronkstuk van 9 minuten “Tordenbrak”).
Hard, wild, meedogenloos en bijzonder opwindend.

Fourteen Nights At Sea

Great North

Geschreven door

‘Great North’ is Fourteen Nights At Sea hun tweede album. Fourteen Nights At Sea zijn Australies crème de la crème op het gebied van instrumentale postrock. Je kan er duidelijk invloeden van Mogwai, Sigur Ros, Laura, This Will Destroy You en andere groten in horen en dat is enkel als compliment bedoeld.
De cover voor dit album reflecteert de muziek die erop staat; ijzig, ruimtelijk, desolaat, vertakt, statisch met contrasterende bewegingen van donker naar licht,  getuigend van een subtiele schoonheid. Ze creëren dat ijzig zachte en vaak overheersende sonische geluid die je als rode draad doorheen hun album in elk van de nummers terugvindt en die een gevoel van weidsheid doet ontwaken. Dit kleuren ze verder in met afwisselend noise soundscapes en vibrerende outro’s, voorzien van vernufte overgangen die de beweging eigen aan kwaliteitsvolle postrock accentueren.  Hoewel we spreken van een rode draad slaagt Fourteen Nights At Sea erin om toch een variëteit aan texturen te brengen wat het luisteren enkel boeiend maakt.
Met de opener “Glass Monster” halen ze meteen alles uit de kast. “Glass Monster” stroomt op serene golven en gaat over naar een meer melancholisch doch dynamisch crescendo. Daarna wordt het rustiger, meer ingetogen met de klemtoon op het creëren van diepte. Zoals ze in grandeur beginnen eindigen ze ook met “Ghost”. Een nummer die langzaam aan uit z’n voegen barst als een gure noorderwind om uit te doven in atmosferisch zachte toonaarden waar de gitaar als een zomerbries z’n laatste adem uitblaast.
‘Great North’ is een veertig minuten durende reis doorheen een landschap die ze zelf creëren. Een landschap zo zuiver en weids dat tijd tijdloos wordt, en muziek een eenheid oproept. Met deze omschrijving sluiten we af en geven we Fourteen Nights At Sea  een tien op tien.
Hun album kan je momenteel beluisteren via http://hobbledehoy.bandcamp.com/album/great-north
 

Treha Sektori

Endessiah

Geschreven door

Treha Sektori is het soloproject van Dehn Sora uit Frankrijk, ontstaan in 2005. Niemand kent de man achter de artiestennaam maar misschien doet Sembler Deah een belletje rinkelen. Dehn Sora behoort namelijk tot één van de bandleden van Sembler Deah, zijproject van Amenra leden Mathieu Vandekerkchove en Colin H. Van Eeckhout.
‘Endessiah’, vrij vertaald als ‘loslaten’, is zijn tweede album en kwam uit onder het Canadese label Cyclic Law. ‘Endessiah’ verscheen op cd en vinyl in beperkte oplages.

Op het album staan zes tracks goed voor 45 minuten lang in de Dehn Sora’s ondergrond te duiken. ‘Endessiah’ beweegt zich tussen duister en sacraal, bezwerend en mystiek, drone en ambient. De drones boren tot diep in het hart en worden verweven in minimale melodieën die een somberheid nabootsen van ongekende aard. Vaak beklemmend en beangstigend vertaalt Dehn Sora geestelijke sferen in klanken.
Dehn Sora is een multi instrumentalist en maakt voor ‘Endessiah’ gebruik van gitaren, gesamplede vocals, esraj, mandoline en banjo, naast tal van effecten. Dit alles creëert een haast verstikkende zwaarte die doorbroken wordt door wat een soort van geloopte religieuze gezangen lijken. De tegenstelling donker- licht wordt hierdoor maximaal ingezet en is een vaak terugkerende beweging doorheen de nummers.
‘Endessiah’ is de beweging van een duistere macht, iets sinister verweven met het sacrale, het religieuze, het leven gevende. Hoewel duister is ‘Endessiah’ geen album dat zwaar op de maag ligt. Eerder dan een gevecht is de rode draad het zoeken naar verlossing, het oproepen van de diepte en net zo ver gaan tot transformatie mogelijk wordt.
Dit album onderverdelen in de categorie dark ambient is dan ook ontoereikend. Eerder valt dit onder de ruime noemer zingeving. Vanuit ervaring díe sferen vastgrijpen en vertalen in klanken, klanken die doordringen tot in de ziel, is meesterwerk.
Via youtube kan je Dehn Sora’s album volledig beluisteren.

Bastille

Bad Blood

Geschreven door

In de UK werd Bastille van sing/songwriter Dan Smith al een tijdje sterk onthaald , genoemd naar de Franse Nationale Feestdag , omdat die nu net op z’n verjaardag valt.
Hij is eigenlijk al van 2010 bezig , toen als soloproject , ondertussen nu als band uitgegroeid . Popsongs met een synthrandje, catchy hooks en klassieke pianoloops, die een soulfulle ondertoon hebben en gestoei met vocoder , waarbij Bastille beetje durft te experimenteren . De eerste twee songs “Pompeii” en Things we lost in the fire” zetten de toon van de cd , die eigenlijk goede popsongs bevat, maar soms beetje teveel verdrinkt in hetzelfde klankbord en door een melige stroop niet aan ons gehoor blijft hangen. Naast de twaalf songs , met middenin een puike “Flaws” vinden we nog een handvol tapes die sober , sfeervol, ingetogen en naturel klinken.

Jacco Gardner

Cabinet of Curiosities

Geschreven door

In Nederland werd hij al met de grote trom onthaald , en ook de rest van Europa en het andere continent valt voor deze jonge gast uit Hoorn, songwriter, multi-instrumentalist en producer . Hij brengt nu niet direct muziek van deze tijd , hij graaf in de late sixties en houdt het gevoelige dromerige poppsychedelica . Syd Barrett is alvast één van de voornaamste inspiratiebronnen .
De songs kunnen mooi omgeven worden door een breed instrumentarium , zijn gelaagd, maar nooit overdreven . Mellotron , orgel, viool, klarinet, klavecimbel vullen aan , wat een som maakt van een goede popplaat vol fraaie harmonieën , droombeelden en mans indringende stem . Natuurlijk weet de single “Clear the air” sterk te overtuigen , maar er valt veel moois te ontdekken als “Help me out” en “The ballad of little Jane” met die 70s toetsen .
Jacco Gardner haalt de sixties-seventies zweverigheid terug naar boven!

Villagers

[Awayland]

Geschreven door

Villagers is het muzikaal project van de Ierse sing/songwriter Conor O’Brien , die wel ergens iets put uit die folk , maar z’n getalenteerd sing/songwriterschap gebruikt in een rits hartverwarmende , dromerige, broeierige songs, die mooi uitgewerkt , uitgebalanceerd zijn en hun invloed hebben uit de americana traditie .
Op de nieuwe plaat komt het ‘band’ gevoel meer naar boven , tav het debuut ‘Becoming a Jackal’, die eerder intens folky, poëtisch, breekbaar materiaal bevat.
Meer ‘band’ gevoel dus , betekent dus ook meer ruimte  voor de arrangementen , naast het (akoestisch) gitaarspel als toetsen , piano, elektronica en soundscapes , gedragen door z’n innemende , indringende stem .
Het is natuurlijk nog altijd sfeervolle sing/songwriting, indiefolk/americana ‘kamer’ pop , die mooi doordacht is , getuigt van finesse en bezieling , forser kan klinken,  en niet vies is van avontuurlijke wendingen .
Spannend allemaal, zoekend , twijfelend én groeiend . Villagers heeft opnieuw een heel boeiende plaat uit , en met de single “Nothing arrived” als motor voor een definitieve doorbraak!

Die! Die! Die!

Harmony

Geschreven door

Die!Die!Die! is een collectief uit Nieuw-Zeeland rond Andrew Wilson en Michael Prain , al een kleine tien jaar bezig, en al toe aan hun vierde album. En kijk , nooit te laat voor hun ontdekkingstrip die het houdt op rauwe energie en prikkelende emoties van intens broeierig soms zenuwslopend materiaal, die een versmelting is van shoewavepop en DIY punk. Ze weten ons sterk te overtuigen door een reeks songs, waarbij de fuzz/wahwah golven ons omringen, als “Oblivious , oblivious”, “Trinity” , “Changeman”, “16 shades of blue”, de titelsong en de afsluiter “Get back”.
Een kleine veertig minuten worden we in die heerlijke trip ondergedompeld , en een gebaar naar de 90s van The God Machine door de donkere , bezwerende, opwindende , repetitieve ritmes. Puike plaat dus!

Green Day

!Uno!

Geschreven door

Ondanks het feit dat de vorige plaat al ruim die jaar oud is heeft Billie Joe Armstrong van Green Day,  niet stilgezeten . Hij stond in voor groots opgezette punkrockopera’s en Broadway producties . Hij heeft met z’n twee oude kompanen terug de eenvoud en simpelheid opgezocht . Gewoon rocken met z’n drie zonder al te veel tralala. Hij heeft intussen alle spanning, stress en verslavingsperikelen geweerd.
Met een goede conditie is Green Day goed voor ruim dertig nummers, die verdeeld worden over drie cd’s ‘Uno/Dos/Tré’. Het zijn onschuldige, goed in het gehoor liggende ‘power’/’punk’ popsongs … nou power? punk?... Gewoonweg melodieuze rock , soms wat zeemzoeterig .
Het levert al met ‘!Uno!’ een ‘goede’, ‘lekkere’ plaat, die weinig nieuws en verrassends heeft. De nummers klinken fris, vitaal , jeugdig en ontspannend, een visie die Green Day hoog in het vaandel houdt .
Ze hebben met “Nuclear family”, “Carpe diem”, “Kill the DJ”, “Loss of control” (knipoog naar Heideroosjes’ “Time is ticking away”) en “Oh love” een handvol hits. Niets meer , niets minder . Uitkijken wat deel 2 en deel 3 ons zal te bieden hebben nu .

Pagina 263 van 394