logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Epica - 18/01/2...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

woensdag 19 augustus 2015 03:00

A Dream Outside

Alweer een nieuwe naam van een groepje die uit Engeland komt overgewaaid, maar deze keer eentje om te onthouden. Het veelbelovende debuut van Gengahr staat vol met aanstekelijke, bijna verslavende, psychedelische pop. Hier en daar neigt de band wat naar Temples, maar de Londenaars creëren toch een heldere eigen sound via een handvol frisse songs die ons blijven prikkelen.
Tintelende gitaartjes versieren lentefrisse songs als  “Dizzy Ghosts”, “She’s A Witch” en het bitterzoete en wonderlijke “Bathed In Light”. Met het zonnige instrumentaaltje “Dark Star” wordt ons humeur danig opgefleurd en “Powder” brengt ons tot bij het beste van My Morning jacket.
Misschien duurt het allemaal ietsje te lang want de laatste twee songs “Lonely As A Shark” en vooral “Trampoline” flirten een beetje met meligheid, maar groeifoutjes als deze zien we met plezier door de vingers.
Psychedelica kan ook boeiend klinken zonder dat de gitaren gedurig uit de bocht moeten vliegen, dit plaatje is daar het levende bewijs van.

Baroness - Sloop die muren met een fluwelen hamer
Baroness
Grand Mix
Tourcoing
2018-08-27
Sam De Rijcke

Tussen de zomerfestivals door (Pukkelpop en Dynamo zijn er geweest, Leeds en Reading zitten er aan te komen) neemt Baroness ook graag nog eens een cluboptreden mee, daarin zijn ze immers niet aan een strakke tijdstabel gebonden en kunnen ze een volwaardige set spelen voor een publiek dat volledig dat van hen is (dit is trouwens in een notendop de reden waarom wij zaaloptredens altijd zullen prefereren boven de festivals).

Het is overduidelijk dat een begeesterd Baroness vanavond met volle teugen geniet van deze clubset en ze smijten zich helemaal, wat van het publiek trouwens ook kan gezegd worden. We herinneren ons nog levendig hun wervelende passage in dezelfde zaal zo een twee jaar geleden, toen ter gelegenheid van het schitterende dubbelalbum ‘Yellow & Green’. U mag er gerust onze review van oktober 2013 terug bij halen, een copy paste is hier verantwoord. We komen tot identieke bevindingen :  zelfde gedrevenheid, beestige power afgewisseld met finesse, gitaren die melodie en brute stoomkracht in evenwicht houden en een massieve sound met subtiele ademruimtes.
Kortom, dynamische metal met ballen, brains én gevoel. Als geen ander kan Baroness zalvende intro’s laten overvloeien in granieten metalsongs die staan als een bunker. Het zijn mokerslagen van songs, maar dan toegediend met een fluwelen hamer, check onder meer “Eula”, “The Line Between”, “Isak” , “The Gnashing” en “Take My Bones Away”. Dit is nog zo een zeldzame metalband waar de songs even belangrijk zijn als de decibels die ze veroorzaken.

De setlist is in grote lijnen dezelfde als bij hun vorige Grand Mix doortocht met alweer een flinke hap uit dat fantastische ‘Yellow & Green’ album. De band zit nochtans op een nieuwe plaat te broeden (zou voor het najaar moeten zijn) maar laat het nieuwe materiaal zo goed als links liggen. Dat is het enige jammere aan de avond, we zijn uiteraard zeer benieuwd naar vers gerief en blijven wat dat betreft op onze honger zitten.
De band kondigt echter aan zo snel als mogelijk hier met een nieuwe tournee terug te komen, ons ticket is bij deze al gereserveerd.

Organisatie: Grand Mix , Tourcoing

dinsdag 25 augustus 2015 14:39

Cayo

Black Tolex speelt stevige melodische rock met een grunge randje. Ze creëren daarmee een sound die dezer dagen misschien niet meer zo sexy lijkt -de nineties zijn al een tijdje achter de rug- maar die wel eerlijk en zonder gène uit de speakers knalt.
Tegenwoordig is het al een unicum voor een Belgische band dat men niet de hippe Britse bands of de nichtenpop van Oscar & The Wolf als voorbeeld neemt, maar wel oerdegelijke rockbands als Mad Season, Bad company en Pearl Jam. Bij die laatste ligt het er trouwens wel vingerdik op, we herkennen Vedder en co in zowat elke riff en song (’t is ook niet voor niks dat de frontman om de haverklap met een Pearl Jam t-shirt op het podium verschijnt).
Het geheel klinkt bij momenten heel Amerikaans en een paar rockballads (“Someday”, “Watch Me Fall”) overschrijden een beetje te pijnlijk de slijmbalgrens, maar toch is dit een potige rockplaat die moeiteloos een kroegentocht langs de bruinste bikercafés kan ondernemen.
Bezieler van deze band is Milo Meskens, een uiterst begaafde gitarist  die in een ander leven ook wel eens solo optredens pleegt op te fleuren met een stel songs die nogal neig stinken naar Milow (u kent hem wel, de singer/songwriter die evenveel rock’n’roll in zijn lijf heeft als haar op zijn hoofd). Bij Black Tolex blijft Meskens gelukkig in een stomende rock modus en gooit hij geregeld een Hendrixiaanse solo in de ring, en in combinatie met een strak spelende rockband geeft dat geregeld vonken.
Puike rockplaat.

zondag 16 augustus 2015 01:00

Take/The Point – Take Forever/Meat Slurry

Pop/Rock
Take/The Point – Take Forever/Meat Slurry
Teen Creeps & Mind Rays
Eigen Beheer
2015-08-16
Sam De Rijcke

Een goeie ouwe vinyl splitsingle, waar vind je dat nog terug ? Fijn punky artwork, leuk hebbedingetje, we hebben dat te danken aan de twee venijnige Vlaamse bandjes Teen Creeps en Mind Rays die hier elk twee straffe tracks brengen.
Teen Creeps speelt garage-rock met een punkrandje en doet ons terugdenken aan de eerste platen van The Replacements en ook wel aan de primitieve razernij van een prille Sonic Youth en Dinosaur Jr.
Mind Rays bonkt nog wat feller tegen de muren en laat punkrock verder leven zoals het oorspronkelijk bedoeld was, vuil, onbezonnen en een stamp in de kloten van iedereen die in het gareel loopt.
We hebben hier nog wat obscuur werk van The Scientists, The Gun Club, The Bomb Party en Dead Boys in onze vinyl kast zitten, dit singletje hebben we er mooi tussenin geschoven, al zou het in een vettige garage ook wel lekker gedijen.
 

donderdag 30 juli 2015 01:00

Let The Good Times Roll

Vintage, retro en voor een keertje niet psychedelisch. JD Mc Pherson brengt ons, net als op de voorganger ‘Signs & Signifiers’, immers terug naar de fifties. Daarmee plaatst hij zich in het rijtje van gelijkgezinden als Nick Waterhouse en Pokey Lafarge, jonge gasten die nietsontziend terugreizen naar een tijd waarin hun grootouders in volle glorie op de dansvloer floreerden.
Als er één album is waarvan de vlag de lading dekt, dan is het dit wel. Aan zo een albumtitel kunnen we eigenlijk weinig toevoegen, behalve dat dit een fris en sprankelend vetkuifplaatje is waar de rock’n’roll van af druipt.
Rockabilly, blues, doowop, soul,… Mc Pherson gaat hier met meerdere genres aan de slag, maar alles brengt hij terug naar een pure en onvervalste authenticiteit. “Bridgebuilder” is een oprechte fifties-slow, een plakker zoals ze die op vandaag niet meer maken. Het lekker wegrockende “It Shook Me Up” is dan weer onverdunde Little Richard. Het inmiddels stokoude rock’n’roll icoon leeft nog altijd, alle respect, maar zo vitaal zal hij zijn eigen songs niet meer kunnen brengen.
Maar denk nu niet dat JD Mc Pherson hier zomaar zijn rock’n’roll idolen staat na te spelen, hij geeft overal een gevatte schwung aan dat we hier van een prikkelende eigen sound kunnen spreken, en dat komt vooral door zijn uitmuntend gitaarwerk, zijn soulvolle stem en een stel hartverwarmende songs.
Stap die teletijdmachine in, steek uw vetkuif in de gel, trek die lederen jekker aan en gooi de beentjes los op heerlijke rockertjes als “You Must Have Met Little Caroline”, “It’s All Over But The Shouting” en “Mother Of Lies”, het zal u niet beklagen.
Wij konden dit talent eerder dit jaar al aan het werk zien in de AB Club, check onze review van dit superbe concertje. Toen was dit heerlijke plaatje nog niet uit, dus hier moeten we spoedig nog eens naar toe, want dit is rock’n’roll in zijne puren.

donderdag 23 juli 2015 01:00

Luminiferous

U bent liefhebber van het hardere genre maar nu ook weer niet van hersenloos lawaai ? U draait wel eens een plaatje van Mastodon, Torche of The Sword ? U zit niet verlegen om een stevige lap stonerrock ? U houdt meer van pitbulls van chihuahua’s ? Dan is dit uw ding.
High On Fire beukt zo al een vijftien jaar tegen de gepantserde deuren van de stonerrock en de betere metal en hun nieuwe ‘Luminiferous’ is één van hun allerkrachtigste kopstoten, het album blaast nogal wat muren omver zonder daarbij de melodie en de songs uit het oog te verliezen. Hier gaat brute power van uit, soms aan speedtempo (de turbo gaat door het dolle op “Slave The Hive” en “Luminiferous”), soms iets trager (“The Lethal Chamber” sluipt als een hongerige krokodil door het moeras), maar altijd bijzonder heavy. De snaredrums klinken alsof die rechtstreeks tegen uw voorhoofd worden getimmerd en de helse riffs en sterke leadgitaren loodsen deze plaat constant naar de betere kant van de metal.
Voor wie zijn lief al eens wil vastpakken staat er met “The Cave” zelfs een ballad op, maar dan geen van het gevreesde slijmerige kaliber, dit is Journey niet, wel een ballad met ballen, dus u mag uw lief gerust eens goed in het kruis grijpen.
‘Luminiferous’ is als een woeste buffel die een uur lang hete stoom door zijn enorme neusgaten jaagt, één van het soort die u liever als vriend dan als vijand heeft.

donderdag 23 juli 2015 01:00

I Don’t Prefer No Blues

How blue can you get ? Leo Welch, een ‘nieuwe’ naam in de blueswereld, maakte twee jaar geleden zijn debuut plaat ‘Sabougla Voices’, een werkje die diep in de gospel gedrenkt was, op een gezegende 82 jarige leeftijd. Hiermee vergeleken is zelfs Seasick Steve een snotneus.

Welch komt nu aanzetten met een authentieke en doorleefde bluesplaat die wederom door geen enkele kuisploeg werd aangeraakt, denk aan de ongewassen platen van Junior Kimbrough, T Model Ford en R.L. Burnside.

Opener “Poor Boy” is een gospel die nog enigszins in het verlengde ligt van zijn eerste plaat, maar daarna gaat onherroepelijk de rauwe blueskraan open. In “Goin’ Down Slow”  en “Sweet Black Angel” hangt de geest van Muddy Waters rond, “Too Much Wine” neigt naar de gekheid van Andre Williams en elders stoten we geregeld op Hound Dog Taylor en Howlin’ Wolf. Eeuwen oud en onverslijtbaar dus, dit is recht van de straat geplukt. Ruwer en groezeliger kan u dezer dagen uw blues niet meer krijgen.

 

donderdag 09 juli 2015 01:00

Currents

Na ‘Innerspeaker’ en ‘Lonerism’, twee bruisende platen die met één been in een psychedelisch verleden stonden en met het ander in een inspirerend huidig rockmilieu, vond Kevin Parker dat het welletjes was geweest en heeft hij op ‘Currents’ doodleuk alle gitaren verbannen. In de plaats daarvan zijn synths gekomen die ruiken naar kitscherige disco en plastieken seventies- en eightiesgeluiden. “Giorgio Moroder is toch ook terug hip” moet Parker gedacht hebben en hij is naarstig een batterij ouwe synthesizers beginnen afstoffen, hij heeft nog net niet zijn kapsel in een bijhorend permanent laten leggen. Dit is de richting die Tame Impala moest uitgaan, lezen we elders? Ja ja, en Eden Hazard moet coureur worden. Koman zeg, dit lijkt wel fuckin’ A-Ha.

Velen zien het als een moedige carrièremove, maar wij laten ons zo snel niet beetnemen. U mag ons misschien van autisme verdenken, maar wij vinden het met name niet plezant als onze favoriete bakker nu plots vlees gaat verkopen, of als Chateau Rotschild na een ondoordachte bevlieging overschakelt op het brouwen van bier van zeer bedenkelijke kwaliteit.

Net als die andere voormalige psychrockers van Unknown Mortal Orchestra (hun nieuwe ‘Multi-Love’ is nu ook niet bepaald onze favoriet) heeft Tame Impala een ommezwaai gemaakt richting disco en slappe elektropop. De laatste plaat van de Franse overschatte techneuten Daft Punk is blijkbaar de nieuwe referentie. Voor alle duidelijkheid, wij vinden ‘Random Access Memories’ een platte en smaakloze vijgenbol, bandjes die Daft Punk achterna hollen worden in ons biotoop niet gedoogd.

Tame Impala doet ons denken aan wat Arctic Monkeys ook overkomen is, de band werd op een bepaald moment zo gehyped en op een piéd de stal gezet dat men zich ongenaakbaar achtte en meende middels een 180° ommekeer zich alles te kunnen permitteren.

Het ergste is dat ze hier bij de zogenaamde betere pers en het publiek nog mee wegkomen ook, wij lezen niets anders dan lovende reacties over ‘Currents’.

Wat ons betreft is Tame Impala het zoveelste beloftevolle bandje die wij achter ons zullen moeten laten. Zonde, dat is het.

 

donderdag 25 juni 2015 01:00

My Love Is Cool

De debuutplaat van de nieuwe Britse hype Wolf Alice is een album die de luisteraar van bij de start op het verkeerde been zet. Aanvankelijk neigt de band in “Turn To Dust” en “Bros” naar de gezwollen pathos van Florence & The Machine en het nog flauwere aftreksel daarvan London Grammar. Maar in de meer subtiele momenten komen algauw Cocteau Twins en Daughter om de hoek lonken en als de gitaren stevig mogen uitrukken hangt er zelfs een kwade PJ Harvey in de gordijnen (de vroegere PJ Harvey wel te verstaan, niet dat hoogdravend wicht van vandaag), zo neigt onze baskuul terug naar de goede kant.
Helaas komen ook platte stoorzenders als The Cardigans en -oh gruwel- The Cranberries door de wolken piepen (“You’re A Germ”). En zo gaat dat op en af, straffe songs worden afgewisseld met kleffe kandijsuiker.
Wolf Alice weet nog niet echt welke richting ze uit willen, de band eet van verschillende walletjes en balanceert op de lijn tussen bedenkelijke hitgevoelige deuntjes (“Freazy”) en scherpe indierock of postpunk (“Giant Peach”, “Fluffy”).
De superlatieven van de Britse pers zijn dus alweer fel overdreven, maar we kunnen niet ontkennen dat er talent schuilt in dit bandje, het moet alleen nog wat rijpen en in de juiste richting gekanaliseerd worden, wat op ‘My Love Is Cool’ maar sporadisch is gelukt.

donderdag 11 juni 2015 01:00

Booty Call EP


De blues, over heel de wereld zijn er duizenden bandjes die zich er aan bezondigen, pijnigen, vergrijpen of toewijden. De blues is een gevoel, al dan niet aangeboren, en hoe ouder je wordt hoe meer het virus zich in je lijf nestelt. Het helpt natuurlijk ook als je zwart bent. Maar hoe kom je als Vlaamse bleekscheet dezer dagen nog met een verrassend geluid naar buiten in een genre waarvan alle paden quasi volledig platgetreden zijn ? Gewoon niets forceren, raden wij aan, want echt origineel klinken is in het genre sowieso niet meer mogelijk. Het komt er op aan de blues zo spontaan mogelijk te laten vloeien en die te laten klinken alsof ie rechtstreeks uit de onderbuik komt.
Booty Call doet dat best aardig en komt aanzetten met een Ep’ tje die elektrische bluesrock brengt met wat ranzige kantjes aan, zo is “Got My Eyes On You” een lekker smerig ding en doet opener “Bad Things” ons met heimwee terugdenken naar het fantastische Gentse Soapstone (ik weet het, geen bluesgroep, maar wel retro als de pest en cool as fuck!).
Akkoord, de onvermijdelijke genreclichés worden geenszins omzeild, maar een trage als “Lost That Girl” gaat er bij de liefhebbers van het genre altijd wel vlotjes in. ZZ Top hangt hier trouwens in de lucht, en dat is verdomme een compliment.
Een must in het bluesrock genre is natuurlijk een potige en onderlegde gitarist, deze hebben ze bij Booty Call in huis met de talentvolle Silas Van Laeken, die duidelijk de snotneus van de bende is (in bluesmiddens is deze jongeling nog een regelrechte baby, de beste bluesplaat van het moment is trouwens gemaakt door Leo Welch, een 84 jarige ouwe knar die zonet met ‘I Don’t Prefer No Blues’ zijn  -u leest het goed- tweede plaat heeft gemaakt, check it out).
Silas houdt het zootje draaiende en schudt onderweg een stel scherpe solo’s uit zijn houthakkersmouw, en dat zonder zich aan te stellen, het is fuckin’ Bonnamassa niet.
Booty Call brengt dus in geen geval de meest vernieuwende bluesrock, dat is ook hun betrachting niet, maar het is lekker voer voor streekbierliefhebbers en aanhangers van The Red Devils (de groep, niet de omhooggevallen voetbalbobo’s). Mogen we vragen aan Silas (en de zijnen) om nu ook niet te hard in de voetsporen van de legendarische Lester Butler te willen treden, de Red Devils frontman is immers bezweken aan een overdosis heroïne.

Meer info : http://www.bootycallband.be

Pagina 40 van 111