logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
The Wolf Banes ...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

donderdag 10 mei 2012 02:00

…Ya know ?

Dood en legendarisch : Jimi Hendrix, Bon Scott, Jim Morrison, Kurt Cobain… en natuurlijk Joey Ramone. Voor één keer een rockdode die zich niet heeft lam gezopen, volgespoten of zichzelf een lading lood door de verwarde kop heeft gejaagd. Neen, Joey werd getroffen door die meedogenloze smeerlap van een killer genaamd kanker.
De Amerikaanse oerpunker is al langer dan 10 jaar dood, maar nu komt er onder impuls van zijn broer nog een postuum plaatje uit, eigenlijk nog maar Joey’s tweede soloplaat. The Ramones waren al 5 jaar voor zijn dood ontbonden en Joey heeft in die periode enkel ‘Don’t worry about me’ in elkaar gebokst. Hij was toen al ziek, vandaar de veelzeggende titel, en het is bij dat ene album is gebleven. ‘Don’t worry about me’ had zo zijn momenten maar kon nergens tippen aan het primitieve geweld van de fantastische Ramones. Wij kregen toen al een donker vermoeden, The Ramones waren nergens zonder Joey, maar Joey was ook nergens zonder The Ramones.
En helaas, ook deze ‘Ya Know ?’ bevestigt dat. “Rock ’n roll is the answer” kan als statement wel tellen om de plaat te openen, maar het leidt ons een beetje om de tuin want de song is bijlange niet zo wild als zijn titel doet vermoeden. Het klinkt te braafjes en dat is een euvel dat te dikwijls terugkomt op deze verzameling songs.
Maar gelieve toch nog niet weg te lopen, want er staat hier en daar nog wat lekkers op dit schijfje, zij het in beperkte dosissen. De beste songs zijn overigens diegene die nog het meest aanleunen bij de 2-chords primitieve punkrock van The Ramones.
Opzwepende tracks als “I couldn’t sleep”, “What did I do to deserve you?” en “Seven days of gloom” hunkeren vol ongeduld naar een opwindend punkverleden, doch ze zijn niet talrijk genoeg om ons volledig uit ons kot te lokken. De rest van de songs gaan er misschien nog wel makkelijk in, maar nergens springt de vlam in de pan, en van de opper Ramone zou je dat toch op zijn minst mogen verwachten. Ook Joey’s adoratie voor fifties bubblegum pop en voor The Beach Boys komt hier aan de oppervlakte maar dat brengt nergens onvergetelijke songs met zich mee, integendeel, een quasi onbeluisterbare stinker als “Merry Christmas” is de naam Ramone onwaardig.
‘… Ya know ?’ bevat 15 songs, en dat zijn er minstens de helft te veel. Dat heb je dan met overleden rocklegendes. Wat destijds afleggertjes waren die eigenlijk nooit het daglicht mochten zien, worden nu alsnog op plaat geperst om ze toch nog eens langs de kassa te laten passeren. Er zal altijd wel iemand beter van worden.
Dergelijke postume plaatjes eren hun legendes niet, ze doen er eerder afbreuk aan. Courtney Love zou ergens op zolder ook nog wat solo opnames van Cobain hebben liggen. Kan iemand haar tegenhouden, aub ?

donderdag 10 mei 2012 02:00

Points Of You

Wij hebben onszelf aan een test onderworpen en ons de taak opgelegd om bij de beluistering van iedere track op het album van deze rockers uit Temse op te schrijven wat ons het eerst voor de geest komt, ziehier de antwoorden :

  1. Foo Fighters
  2. Foo Fighters
  3. Foo Fighters
  4. Foo Fighters
  5. Foo Fighters
  6. Foo Fighters
  7. Foo Fighters
  8. Foo Fighters
  9. Foo Fighters
  10. Foo Fighters
  11. Foo Fighters
  12. Foo Fighters


Om maar te zeggen, iedere band heeft zo wel zijn inspiratiebronnen, maar er zijn grenzen.
te checken op http://www.myspace.com/theagreementrocks

donderdag 10 mei 2012 02:00

Scrappy Tapes (EP)

Een duo die rauwe garage blues rock brengt. Niet bepaald het meest originele concept dezer dagen, maar goed, deze Scrappy Tapes (zanger/gitarist Jochen Degryse en drummer Matthias Van Snick) zijn er erg bedreven in. De hooks zitten juist, de riffs zijn vettig, de songs klinken fris en monter en de zang jaagt het boeltje vooruit daar waar het nodig is maar houdt er elders op gepaste tijden ook de rust in. Black Box Revelation mogen dan al de grote voorbeelden zijn, hier bij Scrappy Tapes zit er meer gure blues onder de modder waardoor dit nergens op een lauwe kopie lijkt. In de gortig doorrollende “Break out like the measles” drijft de vuile blues drijft hen meer richting Soledad Brothers of Cut In The Hill Gang. De prachtige afsluiter “Freed from weight” en de meer dan geslaagde coverversie van “Prodigal Son” schitteren in hun akoestische eenvoud.
Een verduiveld knap EP tje van dit talentrijke Gentse duo.
http://www.myspace.com/scrappytapes

donderdag 10 mei 2012 02:00

Circus

Op zijn best klinkt deze Brugse band als een gedreven Tragically Hip, zoals in “Plastic girl”, maar de songs zijn bijlange nog niet sterk genoeg (lees te braaf) om dit volledige plaatje te blijven boeien. Er draaft doorgaans wel een vlotte rockdrive doorheen dit schijfje, maar wij hebben een probleem met zanger Filip Bohyn. Deze tracht meermaals een Nick Cave neer te zetten, maar dat lukt niet echt waardoor zijn vocale prestaties eerder geforceerd dan spontaan overkomen. De band speelt wel met een gezonde spirit, maar de songs willen niet altijd mee, zo doet een vermeende rockballad als “Queen of the night” er meer dan 7 minuten over om uiteindelijk nergens naar toe te gaan.
http://www.myspace.com/dollarqueen

donderdag 10 mei 2012 02:00

Flirty Fishing

Altijd interessant om op je CD te kunnen uitpakken met namen als Patrick Riguelle en Jan Hautekiet, ook al heeft deze laatste het rock’n’roll gehalte van een tupperware pot.
‘Flirty Fishing’ getuigt van vakmanschap, wat zich daarom niet echt vertaalt in enige vorm van opwinding. Allemaal knap gemusiceerd, daar niet van, meer wij voelen geen zweet, geen bloed, geen tranen. Het haar op onze armen is geen enkele keer komen recht te staan, integendeel, wij moeten geregeld een geeuw onderdrukken. Alleen “Little black room” brengt bij ons iets teweeg, al is het maar omdat wij ons afvragen hoe vet dit ding zou kunnen klinken als je het in de poten van pakweg Black Box Revelation zou steken. Ook de mellow afsluiter “Stopsigns” kan er nog mee door omdat het ons een beetje aan Steely Dan doet denken, en ondanks onze adoratie voor smerige rock’n’roll houden wij van Steely Dan.
http://www.myspace.com/ganashake

donderdag 26 april 2012 02:00

Locked Down

Dr John is op zijn 71 ste springlevend en dat is voor een groot stuk te danken aan de dezer dagen alomtegenwoordige Dan Auerbach (33). De Black Keys frontman stak zijn adoratie voor Dr John niet onder stoelen of banken en stelde de man voor om samen een plaat op te nemen. Dr John stemde toe en zal daar geen spijt van hebben, want ‘Locked Down’ is zijn beste plaat in eeuwen.
Hoewel ‘Locked Down’ alweer een typisch Dr John album geworden is met de gekende ingrediënten als soul, blues, mardi grass en allerlei voodoo toestanden, draagt de plaat toch een uitdrukkelijke Black Keys stempel. Dan Auerbachs’ invloed en gitaarspel zijn zeer herkenbaar en drijven Dr John tot prestaties waarvan niemand nog dacht dat hij het kon. De productie van Auerbach zorgt er voor dat de ouwe rot vitaler en hipper is dan ooit.
Laat ons zeggen dat de twee elkaar perfect hebben gevonden en allebei hun ei op een voortreffelijke manier kwijt kunnen in deze welgeslaagde kruisbestuiving. Chemie noemen ze dat.
De samenwerking tussen de twee klasbakken werkt zich bijvoorbeeld naar een hoogtepunt in het funky “Getaway” dat een wonderlijke gitaarsolo van Auerbach in de staart zitten heeft
Auerbach heeft de piano van Dr John vervangen door een funky en sexy seventies retro-orgeltje waarmee de grootmeester zich kennelijk enorm weet te amuseren. Verder zingt en gromt Dr John zich gretig doorheen een set geweldige songs waarin hij schittert als in zijn beste dagen. Of hoe een oude beer als een jonge wolf kan klinken in een opzwepend en funky nummertje als “Revolution”, hoe hij Tom Waits naar de kroon steekt op “Big Shot” en hoe hij de afro-funk-soul van de jaren zeventig met succes terug oppoetst in “Eleggua”.
Een knoert van een generatieverschil zit er tussen de twee heren (zo een kleine 40 jaar) maar ze vullen elkaar perfect aan op dit bijzondere album.

Beste jonge muzikanten, neem uw gitaar en ga ermee naar uw opa, wie weet komt daar geen uiterst creatief brouwsel van.  

 

Soms loont het om wat vroeger naar de AB te vertrekken. Wij hadden na enig opzoekwerk op het internet al een vermoeden dat het Canadese langharige bandje The Sheepdogs wel eens de moeite waard zou kunnen zijn. Algauw bleek dat we het bij het rechte eind hadden. De band speelde een misschien niet echt bijster originele maar wel frisse en strakke soort southern rock (beetje Lynyrd Skynyrd, maar evenzeer My Morning Jacket) en ze hadden die verpakt in een stel knappe songs. Met kloeke vocale prestaties en twee gretige gitaristen deden zij een ietwat vergeten genre met brio herleven. Ook het binnenstromende publiek leek er van te smullen, getuige het voor een support act uitzonderlijk warme onthaal. Een aangename ontdekking.

Band Of Skulls stonden vorig jaar in oktober nog in de Botanique voor een stomend concertje, nu mochten ze al een trapje hoger naar de AB die weliswaar om onbegrijpelijke redenen niet helemaal volgelopen was. Het bruisende trio kwam hier met quasi dezelfde setlist aanzetten, maar nu was wel al de nieuwe plaat ‘Sweet Sour’ gereleased waardoor de verse songs op wat herkenning konden rekenen bij de fans.
Om ons er snel van af te maken zouden wij u kunnen vragen om onze recensie van een half jaartje geleden te herlezen want in wezen verschilde dit concert in weinig of niets van dat in de Botanique. Wat hoegenaamd niet negatief bedoeld is, integendeel. Wij waren toen al enorm onder de indruk en nu was het gewoon weer even sterk, jachtig, zompig, strak en verbeten.
De enige song die er vorige keer niet bij was, was het mooie en gevoelige “Lay my head down” dat halverwege bruusk ontplofte om dan verder met een prachtige solo uit te glooien. Een alweer geweldig “Cold fame” raakte ook nog eens die gevoelige snaar maar voor de rest was het wederom fel en bruut rocken met potente stampers als “Wanderluster”, “Blood”, “You aren’t pretty but you got it going on” en een beestig rauw “Bomb”. De echte publiekslievelingen bleken nog steeds de krakers uit dat eerste album als “Fires”, “Hollywood Bowl”, “Light of the morning”, “Dead by diamonds and pearls” en natuurlijk “I know what I am”. Dergelijke potige songs zorgen er voor dat we die eerste plaat ‘Baby Darling Doll Face Honey’ toch nog altijd iets hoger zullen inschatten dan zijn opvolger ‘Sweet Sour’, hoewel die ook een stel rake kleppers in de etalage heeft staan.
Als toetje biste Band Of Skulls met de kopstoot “The devil takes care of his own” om dan in glans af te sluiten met een adembenemend “Impossible”, een song die met de jaren is uitgegroeid tot een ware klassieker waarmee de groep steevast hun gloeiende concerten afsluit.

Onze recensie van hun passage in de Botanique besloten wij met een warme oproep naar de festivalorganisatoren om Band Of Skulls op hun affiche ze zetten. Chokri heeft onze gebeden aanhoord. Schueremans zal het nooit begrijpen. Dus met zijn allen gaan rocken naar Pukkelpop in plaats van naar de opgezwollen kerkgezangen van Florence & The Machine te gaan luisteren in Werchter ...

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/band-of-skulls-03-05-2012/

Organisatie: Live Nation

donderdag 19 april 2012 02:00

The Russian Wilds

De nieuwe Howlin Rain lijkt gemaakt voor wie van tijd tot tijd al eens met een joekel van een joint tussen de tanden kan genieten van oude platen van Deep Purple, Humble Pie, Free, Little Feat, Janis Joplin en ja, zelfs Pink Floyd en Santana. Retro als de pest, maar met bijzonder veel flow, allure en klasse.
Howlin Rain is het geesteskind van Ethan Miller die in een vorig leven in Comets On Fire zat, ook zo een band waarbij een ferm uit de kluiten gewassen portie wiet u een eind op weg hielp om in de sfeer van hun platen te komen. Comets On Fire begaf zich iets meer in het alternatieve circuit en het ging er allemaal nog iets gekker, uitzinniger en psychedelischer aan toe, bij Howlin Rain zitten we meer in het straatje van de classic rock met een scheut onvervalste soul.
‘The Russian Wilds’ is iets cleaner dan de vorige Howlin Rain platen, en dat is op zijn minst verrassend, temeer daar we weten dat Isaiah Mitchell, gitarist van het wilde oerstoner combo Earthless, de band is komen vervoegen. Beide heren hebben zich dus qua vettige stonerrock en psychedelische uitspattingen weten in te houden, maar niet qua typische lange seventies uithalen en zijsprongen.
En zijsprongen, die zijn er genoeg, zo transformeert “Phantom in the valley” halverwege plotsklaps in een waar latino feestje, voor ons het perfecte sein om een Tequila Sunrise uit te schenken. Elders staat de groep volledig in de geest van begin jaren zeventig te musiceren en tovert Ethan Miller om beurten zijn beste seventies hard rock- en soulvocalen uit zijn strot. De ene keer klinkt hij als Ian Gillan, de andere keer als Curtis Mayfield. Het instrumentarium is nogal uitgebreid, de songs zijn niet zelden melodieus en dromerig, de gitaren vloeien meer dan dat ze scheuren, de keyboards zorgen voor een funky en soms zelfs jazzy toets. Dit alles zorgt voor een gevarieerd, harmonieus en muzikaal bijzonder sterk album met een schaamteloos retro gevoel.
Nu The Black Crowes er nog maar eens de brui een gegeven hebben, kunnen we het hier wel mee stellen.

Een band als Motorpsycho op het podium is altijd een belevenis. Iedere plaat en de daarbijbehorende tournee zoeken ze altijd wel andere oorden op en weten ze op een uiterst creatieve en geïnspireerde manier hun ding te doen zonder die typische Motorpsycho sound te verloochenen.
Op vandaag trekken ze de wereld rond om alweer een indrukwekkende plaat ‘The Death Defying Unicorn’ voor te stellen. Als we u daarbij vertellen dat het werkje zo een slordige 80 minuten duurt, moet worden opgevat als een heuse rockopera en is ingeblikt met de Noorse Jazzpianist Stale Storlokken plus een stel blazers en een strijkorkest, dan weet u ook wel dat het hier een niet zo voor de hand liggend project betreft.

Wie vreesde voor een neo-klassiek, jazzy of arty-farty concert mocht opgelucht ademhalen. Motorpsycho had enkele de schitterende Stale Storlokken meegebracht en had de strijkers en blazers thuisgelaten, waardoor de live uitvoering van ‘The Death Defying Unicorn’ een pak vettiger en steviger klonk dan de albumversie.
Mijnheer Storlokken mag dan al uit het jazzmilieu komen, hier vanavond zette hij toch vooral een seventies présence neer met een keyboard geluid die nog het meest deed denken aan Jon Lord in betere Purple tijden. Het was de perfecte omlijsting voor de robuuste prog rock van Motorpsycho. De volledige nieuwe plaat werd integraal door de Kreun gejaagd en het was een fantastische spacy ervaring met stevige en krijsende gitaren, zweverige psychedelica, heerlijke verstilde passages en brutale uitbarstingen.
Kortom, Motorpsycho op zijn best.
Veel tijd voor applaus was er niet, de band deed alle songs prachtig in elkaar vloeien en maakte er één fameuze trip van. Pas na de laatste noot van het nieuwe album konden we enthousiast onze lofbetuigingen er uit schreeuwen en de band terugroepen.
Een almachtig Motorpsycho keerde daarop terug met een buffelstoot van een bisronde gevuld uit wat adembenemend ouder werk. Wij waren totaal overdonderd.

Zoals eigenlijk steeds het geval is met een Motorpsycho concert oversteeg de band alweer zichzelf. Ook al zijn hun platen stuk voor stuk indrukwekkend, het is pas op een podium dat de ware Motorpsycho tot zijn volle recht komt. Vandaar dat wij u ook hun Roadworks serie willen voorstellen waarvan vol. 4 ‘Intrepid Skronk’ pas verschenen is, live albums die ergens een indicatie geven van hoe deze fantastische band op een podium klinkt. Maar hen in levende lijve gaan zien, is nog altijd het beste. Fantastische band, godverdomme.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/motorpsycho-27-04-2012/

Organisatie: Kreun, Kortrijk

 

Radio Moscow werd destijds ontdekt door Dan Auerbach die ook hun eerste plaat produceerde. Dan weet je ook wel dat het hier om rauwe rock gaat en niet om het zoveelste folkrock groepje. Maar waar Auerbach met zijn Black Keys de retro elementen weet te verwerken met een hedendaagse hippe sound, is Radio Moscow meer in het verleden van begin jaren zeventig gaan graven op zoek naar een luide sound waarin de gitaar overheerst, met als voornaamste referenties Jimi Hendrix, Black Sabbath, Blue Cheer en Ten Years After. Ook de looks zijn vintage seventies, geen van de heren heeft zo te zien al ooit een bezoekje aan de kapper gebracht.

In Radio Moscow draait alles rond één persoon, de vingervlugge gitarist Parker Griggs die op de drie platen ook zang en drums voor zijn rekening neemt. Op het podium heeft hij uiteraard een drummer en bassist meegebracht, zij vormen een solide ritmesectie voor de intense en stevige hard- en bluesrock gebaseerd op luide riffs, heavy psychedelica en loeiende solo’s met veel echo en wah-wah effecten. De stem van Griggs komt er een beetje minder door, maar daar stoort zich vanavond niemand aan want het zijn vooral de gitaarversterkers die hier op volle kracht moeten werken.
Hoewel de sound heel seventies is en het gitaargeweld alomtegenwoordig, zijn de songs niet te lang uitgesponnen en weet de band steeds de spanning en vooral de elektriciteit er in te houden.
Enkel in het bisnummer “250 miles” wordt de 10 minutengrens overschreden en laat Griggs zijn gitaar nog eens extra gretig freaken en scheuren. De song geeft echter nergens de indruk langdradig te zijn, integendeel, het is een uitermate fantastische finale van een potig, stevig en heavy retro rock feestje.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/radio-moscow-25-04-2012/

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Pagina 75 van 112