logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15420 Items)

Ghostpoet

Ghostpoet – Boeiend muzikaal web!

Geschreven door

Anderhalf uur hield Ghostpoet, het alterego van de Londense Obaro Ejinive, ons in zijn greep. Onze jonge zwarte poëet met levensgrote bril balanceert behendig tussen mellow hiphop, elektronica, dubstep, trippop en sing/songwriting . In een nogal donker decor dat werd gecreëerd , zorgde het kwartet voor een beklijvend setje en avondje; niet zomaar wat ‘hipeletronica’ maar een boeiende reeks aantrekkelijke,  aanstekelijke als duistere, melancholische nummers , die hier door een goed op elkaar afgestemd kwartet gespeeld werden !

Als leadfiguur loodste hij ons doorheen een broeierige, spannende, adembenemende set . Tja, zelfs eerder een bedwelmende , hypnotiserende trip van sfeervolle , creatieve en experimentele nummers , bepaald door z’n getormenteerde , gepassioneerde , mompelende lyrische rap en zegzang , die door een apparaat bij zich nog wat effects meekregen.
Er werd gretig geput uit de twee cd’s die totnutoe zijn verschenen , ‘Peanut butter blues & melancholy jam’ en ‘Some say I so I say light’. Een goed opgebouwde set hoorden we met sterke songs als “Gaaasp” , “Cold win”,  “Plastic bag brain”, “Survive it” en “Run run run”, die elan hadden door de subtiel toegevoegde geluidjes van keys en die ‘neverending’ zegzang. Ook de slepende , gruizige tunes van “Meltdown” en “Sloth troth” intrigeerden. De invloed van Gangstarr, Roots Manuva , Bobby Sichran en MC 900 ft Jesus is onmiskenbaar.
Ook de dame aan de keys die soms dienst deed als zangeres met de vocale dialogen overtuigde . Hier kwam  Tricky met Martina Topley-Bird om de hoek kijken .
Kijk, het toont de speelsheid en de veelzijdigheid aan waarmee Ghostpoet switch in stijl . “Comateuse” ,“Dim sun” en “Us against whatever” , met opnieuw die samenzang , waren dansbare outfreaks en besloten een zalige avond.

Ghostpoet is muzikaal toch iets apart en unieks binnen het genre, die het moet hebben van het Woord; onnavolgbare rhymes zijn in een boeiend muzikaal web geweven en alles viel mooi op z’n plaats!

Ook de support Hiatus Kaiyote verraste aangenaam. Het is een Australisch gezelschap rond de bevallige Nai Palm. Een warme, slepende, bezwerende sound van jazzy trippop hoorden we van deze band . De dame benadert ergens de Joodse traditie in haar kledij en muzikaal kreeg de sound diepgang en sterkte door de diepe basstunes , de kleurrijke synths , de percussieve ritmes en haar heldere, indringende, zwoele vocals. Een fijne ontdekking!

Organisatie: Vk* , Sint-Jans Molenbeek

Crossing Border Festival 2013 –– Een festival van uitersten

Crossing Border Festival 2013
Arenbergschouwburg
Antwerpen
2013-11-17

Afgelopen zondag vormde de Antwerpse Arenbergschouwburg voor de vijfde maal het fraaie decor voor het jaarlijkse Crossing Border festival. 
Het Belgische luik van dit festival dat in 1993 voor de eerste maal georganiseerd werd in het Nederlands Den Haag en intussen uitgegroeid is tot zowat het meest vooraanstaande internationale, interdisciplinaire literatuur- en muziekfestival in zijn soort in Europa, werd – in tegenstelling tot enkele voorbije edities – herleid tot één dag. Maar met zowat 40 muzikanten, schrijvers, dichters, tekenaars en vertellers gespreid over vier zalen, was er opnieuw aan keuzemogelijkheid geen gebrek. Hierbij de bevindingen van de redactie van Musiczine

Het kwintet Lucius (***) afkomstig uit Brooklyn, New York, was niet enkel de opener van de  festivaldag maar mocht meteen ook aantreden in de grote zaal (voor de gelegenheid omgedoopt tot La Zona Rosa). Opvallende kenmerk was dat er vanuit de groep duidelijk gewerkt wordt aan een ingestudeerd imago, niet in het minst via de twee zangeressen
Jess Wolfe en Holly Laessig. Zo stonden zij niet enkel centraal op het podium tegenover elkaar, waren ze getooid in een identiek geruit kostschoolpakje en zwarte kniekousen en voorzien van een zelfde kapsel, maar bovendien pakten ze uit met hun harmonieuze samenzang die vaak deed denken aan sixties groepjes als The Shirelles of The Shangri-Las. Waar op visueel vlak symmetrie troef was, was de diversiteit muzikaal des te groter. Zo ging het van country, blues over soul naar indie-, elektro- en AOR-pop. Qua percussie kon er dan weer gerefereerd worden aan Local Natives. Maar waar hun passage enkele jaren geleden op Crossing Border nog gensters sloeg, kon het speelse en flirtende Lucius – hoe suggestief men ook tracht te zijn (zie maar bijvoorbeeld de hoes van hun zonet verschenen eerste volledige album, ‘Widewoman’)  - niet  verhullen dat globaal het songmateriaal nog wat te licht is om in oor en geheugen lang te blijven hangen.

Dit laatste ging zeker op voor de passage van het Engelse Swim Deep (**1/2). Genietend van enige populariteit in hun thuisland, is dit in alle opzichten jonge bandje uit Birmingham in onze Lage Landen nog een vrij onbekende. Ze kwamen op Crossing Border hun debuutalbum ‘Where The Heaven Are We’ voorstellen. Op plaat klinken ze als een reïncarnatie van Britse 90’s groepjes als Lightning Seeds, Mocking Turtles, Northside of Stone Roses maar live lieten ze de uitgekiende productie voor wat het was en gingen ze meer gaan rocken. En dat bleek hun zomerse melodieën en teksten niet altijd goed te doen. Ook de stem van zanger Austin ‘Ozzy’ Williams kwam er door het extra aan volume niet steeds naar behoren uit. Inzet, potentieel en goede pogingen ten spijt leken alle nummers ook nog eens qua stijl in elkaar over te vloeien. « She Changes The Weather » (fraaie opbouw met piano, synth en gitaar) en vooral het uptempo « King City » konden ons dan wel weer bekoren maar jammer genoeg waren dit niet toevallig de twee laatste nummers zodat er van enig herstel geen sprake meer kon zijn. En ook de eerder gebrachte cover van « Girls Just Want To Have Fun » (Cindy Lauper) verschafte geen meerwaarde.

De tribune in de Red Eyed Fly zat bomvol voor de Welshe singer-songwriter Cate Le Bon (***). Le Bon (een artiestennaam die als flauwe grap refereert naar de zanger van Duran Duran) is dertig, verhuisde dit jaar van Wales naar Los Angeles en brengt deze maand haar derde album ‘Mug Museum’ uit. Niet iedereen is gecharmeerd door haar hoge stem, het eerste folknummer dat ze zong klonk nogal zwaar op de hand en was een beetje gedateerd, maar in de meer uptempo nummers konden wij haar groot zangbereik wel appreciëren. Deze Welshe dame met het pagekopje schakelde soepel over van een lage zangstem (denk aan Nico van The Velvet Underground) naar hogere vocalen (Sinead O’Connor), stond op de tippen van haar schoenen zich uitreikend naar de microfoon en toverde splijtende gitaarmelodieën uit haar vingers waarbij de gebrachte indierock verwantschap toonde met haar grote voorbeeld Pavement. « Fold The Cloth » met zijn farfisa orgelgeluid had dan weer iets weg van Stereolab. Cate zong zondag geen nummers in het Welsh. Alleszins hebben wij toch geen songteksten gehoord met vreemde keelklanken.

Phosphorescent (****) onder leiding van Matthew Houck, bevestigden in de volgelopen La Zona Rosa opnieuw na hun erg sterke passage afgelopen zomer op Pukkelpop. Ook in Antwerpen werd aangetreden met dezelfde ruime bezetting (6 extra muzikanten inclusief twee keyboards). De groep wisselde Alt-Country en Americana af met een vleugje elektronica en bracht sterke songs in de beste traditie van Will Oldham en de onlangs veel te vroeg overleden Jason Molina. Uitschieters waren onder meer « Down To Go » (mede door een fraaie slidegitaar), « Song For Zula » (extra elektronica en opvallende voetdrum zorgden voor een mooie omkadering) en afsluiter « Los Angeles » (samenzang in combinatie met mooie gitaaraccenten en een 70’s klinkende orgel). Ook toen Houck zijn band – die hij overigens meermaals dankte – wegstuurde naar de coulissen, bleef hij uitermate boeien. Met het ontroerende « Muchacho’s Tune » kreeg hij de zaal muisstil en bij « Wolves » uit ‘Pride’ (2007) maakte hij op het einde gebruik van een loop machine om zijn stem- en gitaargeluid te samplen. We zagen het op Crossing Border Ed Harcourt hem al voordoen en ook nu pakte het bijzonder fraai uit. Of hoe Americana ook eigentijds kan klinken.
Het dit jaar uitgebrachte album ‘Muchacho’ is er eentje voor de eindejaarslijstjes en met zijn uitstekend concert onderstreepten Houck en zijn bandleden dat dit volkomen terecht zou zijn.

We hadden mede op basis van hun uitverkochte passage in de Brusselse AB Club vorig jaar, opnieuw heel wat verwacht van de set van Radical Face (***). Zeker nu hun vorige album ‘Family Tree: The Roots’ (2011) zopas een mooi vervolg kreeg in de vorm van ‘Family Tree: The Branches’, het tweede deel uit een trilogie. Maar de groep onder aanvoering van de Amerikaanse zanger-liedjesschrijver Ben Cooper (ook de helft van onder meer Electric President), bezorgde ons niet het verhoopte gevoel. Hun luisterliedjes gingen niet zozeer de mist in (deze was gelukkig de nacht ervoor opgetrokken) maar verdampten nagenoeg volledig in het lawaai van publiek dat binnenkwam of de dorst leste aan de naastgelegen toog. Dat ieder groepslid van Radical Face ook nog eens neerzat, deed het stem- en volumebereik geen goed. Bijgevolg dat de humor van Cooper niet verder reikte dan de eerste rijen. En ook de details (zoals met een drumstick over de cymbalen strijken tijdens het prachtige « Always Gold » of het bij wijze van percussie op de billen klappen tijdens het afsluitende, via het gebruik in een reclamefilm van Nikon bekende « Welcome Home »)  gingen voorbij aan de aandacht van velen. Dat « The Gilded Hand » een uitvoering à la dEUS ten tijde van hun ‘Worst Case Scenario’ meekreeg, werd evenmin in de thuisstad van Barman en co opgemerkt.

Onopgemerkt en ten onder gaande aan het rumoer in de Continental Upstairs was ook de set van RM Hubbert (*) (niet in het minst vanwege de setting). Eveneens hier brachten enkel de voorste rijen van de toeschouwers enige aandacht op voor de akoestische nummers van de uit Glasgow afkomstige zanger-gitarist terwijl er heel wat bestellingen aan de bar werd gedaan of dat fans van John Grant reeds hun opwachting maakten aan de deuren richting grote zaal. Noch de imposante verschijning van Hubbert of een afsluitend duet met Aidan Moffat waren hier tegen opgewassen. Het was wellicht beter geweest om de man in de kleine zaal van de Red Eyed Fly te programmeren omdat die locatie afgesloten was van de vele passanten. Daar zouden zijn mooie – laten we dat niet vergeten - folknummers veel beter tot hun recht gekomen zijn. Een gemiste kans.

Fat Possum was ooit een legendarisch bluesrock label maar de laatste tijd brengen ze ook meer popgetinte releases uit. Een voorbeeld hiervan is het tweede, zelf getitelde album van het New-Yorkse vijftal Caveman (**1/2). Zanger Matthew Iwanusa mepte in de Club De Ville tijdens een aantal nummers stevig op een drum, de band wisselde gitaarmelodieën af met keyboardlijnen en het geheel klonk poppy en optimistisch maar desondanks zinderden niet alle nummers even sterk na.

Wél nazinderend was het concert van John Grant (****) in de La Zona Rosa. De gewezen frontman van het in de jaren ’90 opgerichte The Czars die door het uitblijven van succes in de schemerzone belandde, jarenlang vocht tegen zijn alcohol- en drugsverslaving en ook nog diende op te boksen tegen gevoelens van verwarring en vervreemding, kerfde aan de hand van zijn gevoelsmatige, autobiografische teksten meermaals vlijmscherp in het hart en het gemoed van de toeschouwers. Vooral het aangrijpende « Glacier », ontsproten aan het feit dat Grant diende te leren omgaan met zijn homoseksualiteit en geschreven om zichzelf moed in te spreken, liet niemand onberoerd. En dat het Grant ook zelf nog steeds niet onbewogen laat, bleek toen hij bij aanvang van het nummer de setlist gelegen aan zijn microfoonstandaard, als uitlaatklep met een krachtige beweging wegtrapte.     
Grant die het publiek af en toe in het Nederlands toesprak, plukte vooral nummers uit zijn in het voorjaar verschenen, tweede soloalbum, ‘Pale Green Ghosts’. Dat daarop door de input van Birgir Þórarinsson (a.k.a. Biggi Veira) van de IJslandse formatie Gus Gus veel meer elektronica gebruikt werd dan op zijn voorganger, het excellente ‘Queen Of Denmark’ (2010), werd ook in Antwerpen nog eens overvloedig gedemonstreerd. Tijdens « It Doesn’t Matter To Him » was de inbreng van elektronica nog sporadisch en « Pale Green Ghosts » vertoonde gelijkenissen met het vroege werk van The Human League, Fad Gadget of Depeche Mode. Maar het was in de eerste plaats « Black Belt » voorzien van een prachtige opbouw, dat de grote zaal van de Arenberschouwburg injecteerde met een clubsfeer. Daarbij imponeerde Grant telkens met zijn krachtige baritonstem door moeiteloos het volume te kunnen weerstaan.
Het voormelde drieluik verdeelde het publiek – net als in de Botanique eerder dit jaar – in voor- en tegenstanders. De eensgezindheid keerde tegen het einde van de set terug met een schitterend uitgevoerd « Queen Of Denmark », door Grant solo op piano ingezet en uitmondend in een mooie finale.
John Grant en zijn nagenoeg volledig IJslandse begeleidingsgroep (de man woont tegenwoordig in Reykjavik) kregen na afloop een staande ovatie.  

Het was al de vierde keer dat we dit jaar Savages (****) aan het werk zagen. Om maar aan te duiden dat dit voor ons qua nieuwe bands dé live band van 2013 is. Terwijl de productie van hun plaat ‘Silence Yourself” de intensiteit van hun concerten mist, is live de postpunk sound van deze vier Londense meiden een sonische mokerslag. Natuurlijk brengt Savages niets nieuws. Net zoals Interpol zijn Savages gigantisch schatplichtig aan de troosteloze new wave sound van de vroege jaren ‘80, met Joy Division, Magazine en Siouxsie And The Banshees als grote inspiratiebronnen. Maar de power en de dynamiek van de ritmesectie (ook op Crossing Border was het drumwerk van Fay Milton in alle betekenissen van het woord doeltreffend), gecombineerd met de gitaarbeheersing van gitariste Gemma Thompson en de vocale kracht en podiumprésence van zangeres Jehnny Beth Beth (echte naam: Camille Berthomier), is ongeëvenaard. Op het kleine podium van de Club De Ville hadden Savages weinig bewegingsruimte maar toch vonden we ze beter (lees: strakker) dan op Pukkelpop afgelopen zomer of een drietal weken geleden in Le Grand Mix (Tourcoing). Tijdens « Shut Up » kregen we een machtig samenspel tussen de spattende hi-hats en de slappende bas van de jarige bassiste Ayse Hassan en voerde de declamatie van Jehnny Beth de zaal naar een eerste hoogtepunt. Ook « City’s Full » had een machtige drive waarbij Gemma Thompson gretig gitaaruitbarstingen rondstrooide. Savages namen toen een beetje gas terug met « Strife » en « Waiting For A Sign » dat veel mee had van Jeff Buckley’s rauwste nummers in hun legendarische live uitvoeringen (zie ‘Eternal Life’). « She Will » had dan weer evenveel meezinggehalte als de vroege Editors maar het refrein was vlijmscherp als een net uit de verpakking gehaald nieuw scheermesje en Jehnny Beth deelde muzikale karateslagen uit als een vrouwelijke Bruce Lee. Savages ontbonden al hun punkduivels in het  korte « Hit Me » en trakteerden de Arenbergschouwburg nog op een verschroeiende finale met het abrasieve « Husbands » en de aan het Gang of Four schatplichtige disco not disco van « Fuckers ». Savages: Game, set en match.

Pure kracht en subtiele verfijning lagen op Crossing Border maar enkele traptreden van elkaar verwijderd. Onze gehoororganen moesten zich dan ook even aanpassen toen we de grote zaal betraden waar de afsluitende band van deze festivaldag, These New Puritains (****), reeds aan hun set begonnen waren. Terwijl Savages nog volop de kaart van de postpunk trekken, hebben These New Puritains dit genre intussen al geruime tijd nagenoeg volledig achter zich gelaten. De weg die ingeslagen werd met hun vorige album, het fel bejubelde ‘Hidden’ (2010) wordt met hun nieuwe, derde album ‘Field of Reeds’ verder gevolgd en geplaveid met een extra aan speciale instrumenten en klanken. Het leidt hun artrock nog meer richting uitgekristalliseerde klassieke muziek, elektronica en jazz. Bij momenten deden ze ons in de Arenbergschouwburg denken aan The Cinematic Orchestra of in mindere mate Bonobo maar dan met minder soulinvloeden. Wel hadden ze een jazzzangeres meegebracht die haar stempel op enkele nummers kon drukken.
« Organ Eternal »
wist te verleiden door zijn combinatie van een repetitief keyboard thema (zoals vaak te horen bij minimalistische klassieke muziek) met vibrafoon en blazers. De havik die ze in de studio zouden losgelaten hebben om het gekrijs te kunnen opnemen en verwerken in het nummer, hadden ze gelukkig voor de toeschouwers en het welzijn van het beschermde diertje niet mee. De freejazz in « Field of Reeds » werd zo beheerst gespeeld dat het net niet alle kanten op stuiterde mede door een erg mooi refrein, mijmerende blazers, verzorgde gitaarstukjes en de samenzang tussen Jack Barnett en de gastzangeres.
In het Nederlandse luik van Crossing Border zou Barnett naar verluidt de toeschouwers uitgeput hebben waarbij slechts een handvol toeschouwers achterbleven. Maar zo’n vaart liep het in de Arenbergschouwburg zeker niet. Ondanks de niet hapklare brok muziek, bleef de zaal toch vrij goed gevuld tot op het einde.
Enige minpunt was dat er soms een zo hevige geluidslaag werd aangebracht dat de stem van Barnett bij momenten veel moeite had om er bovenuit te geraken en te weinig op het voorplan kwam.
Wat These New Puritains brachten, deed ons denken aan de passage van The Kyteman Orchestra vorig jaar. Een mengelmoes van stijlen en tempo’s zonder de eenheid daarbij te verliezen maar synchroniserend tot een perfecte cross-over. Volledig passend dus in de sfeer van het Crossing Border festival. Of om maar aan te duiden dat het festival niet enkel symbool staat voor het samensmelten van literatuur en muziek maar dat ook binnen één culturele tak nog uit verschillende vaten getapt kan en mag worden.

Editie 2013 van Crossing Border had op muzikaal vlak dan wel niet de grote kleppers en de affiche oogde commercieel misschien minder aantrekkelijk als vorige edities (de publiekstrekkers stonden ook al eerder dit jaar op een Belgisch podium) maar haalde toch voldoende kwaliteit in huis om iedereen te kunnen boeien.

Organisatie: Crossing Border ism Arenbergschouwburg, Antwerpen

Jimmy Eat World

Jimmy Eat World – Stevige band, teleurstellend publiek

Geschreven door

 Ze komen uit Arizona, USA; ze hebben ondertussen al acht studio albums, drie live albums en één compilatie uitgebracht; en toch moet het gezegd worden: de naam Jimmy Eat World zal bij velen geen belletje doen rinkelen tot "The Middle" erbij geneuried wordt.

Jim en z'n bandleden zijn op tour om hun nieuwe album ‘Damage’ te promoten, een plaat die door velen gezien wordt als de terugkeer van ‘Bleed American’-era Jimmy Eat World. Toch kwamen er zondagavond van de 25 liedjes op de setlist, slechts 6 uit de nieuwe plaat. Het ietwat oudere publiek kreeg dus meer dan genoeg ouder materiaal om van te genieten. En mogen we er trouwens even bijzeggen dat het, in deze tijden van alsmaar kortere concerten, een plezier was om nog eens een stevige, lange setlist te mogen horen?

Opener was een band uit New York, genaamd Rival Schools. Met een grunge-achtig sound een goed gekozen voorprogramma, hoewel de band op zich niemand omver blies. Er werd erg de nadruk gelegd op het gitaarwerk (dat bovendien naar het einde van hun set een beetje van z'n pluimen leek te verliezen) en heel wat minder op de vocals. Jammer, want de frontman had best een aangename stem wanneer ze niet verloren ging. Het publiek was niet echt onder de indruk maar luisterde wel aandachtig, en Rival Schools kon het podium verlaten met een behoorlijk applaus.

Op naar de hoofd act dan. Jimmy Eat World kwam stipt op tijd het podium op gewandeld, en vloog er na een vriendelijke begroeting meteen in. Nieuwe en oude songs werden afgewisseld maar toch duurde het tot "A Praise Chorus" dat het publiek echt mee was. Een trend die zich doorheen het concert zal herhalen, de aanwezige fans waren duidelijk meest vertrouwd met de albums ‘Futures’ en ‘Bleed American’.

De gemiddelde leeftijd van het publiek zorgde er natuurlijk ook voor dat de reacties wat meer ingetogen waren: geen hysterisch gegil, wel een zee van schuifelende voeten en knikkende hoofden. De band liet het niet aan hun hart komen en speelde lustig verder. Hoogtepunten waren "Futures" en "Work", "Let It Happen" en "Pain", en de onvermijdelijke explosie tijdens "Sweetness" en "Bleed American" als afsluiters. De tragere momenten mogen ook niet vergeten worden: een akoestische versie van "You Were Good" kwam erg goed over, en de onvermijdelijke klassieker "Hear You Me" nog meer. Ook de encore stelde niet teleur: een beetje trager dan de meeste bands zouden kiezen, misschien, maar dat werd allemaal vergeten tijdens de tijdloze afsluiter: "The Middle". Laten we een nieuwe regel instellen: wie niet danst tijdens "The Middle", hoort niet thuis op een Jimmy Eat World concert.

Samengevat: een stevig concert, zoals we van Jimmy Eat World wel gewoon zijn. Laat het publiek nu de volgende keer wat meer zijn best doen en dan zit het helemaal goed.

Setlist:
I Will Steal You Back - Big Casino - My Best Theory - Appreciation - Your New Aesthetic - Lucky Denver Mint - A Praise Chorus - Hear You Me - Book of Love - Futures - Polaris - Work - You Were Good (solo, akoestisch) - Heart Is Hard to Find - Damage - Let It Happen - Pain - Blister - No, Never - Always Be - Sweetness - Bleed American
Encore:
Chase This Light - 23 - The Middle

Neem gerust een kijkje naar de pics
Rival Schools - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4311
Jimmy Eat World - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4312

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Fai Baba

Fai Baba - Worstelend met een kater

Geschreven door

Fai Baba is niet meteen een grote naam maar wel een groep die het verdient om ontdekt te worden en de 4AD wou hen hierbij een handje helpen door er een gratis (althans voor de leden) concert van te maken. Mooi gebaar maar daar had duidelijk niet iedereen een boodschap aan want de opkomst was bedroevend laag. Bijzonder jammer want het aloude cliché werd hier nog maar eens bevestigd : de afwezigen hadden ongelijk.

Opener van de avond was het Antwerpse gezelschap Lightning Vishwa Experience. Veel volk op het podium (met zijn zessen) dat desondanks zorgde voor eenvoudige, dromerige pop met een hoog lo fi gehalte. Bij momenten best wel intrigerend waarbij de harmonieuze samenzang tussen zanger Vishwa (Gerrit Van Dyck) en de hemels klinkende zangeres Sarita opviel. Zelden een tweede stem gehoord die zo bepalend was voor het groepsgeluid. Niet alles klonk even sprankelend, een paar keer gleden ze af richting wat te gladde en iets te veel naar de radio lonkende pop (o.a. de single "Milky sea", die dan wel door enkelen in de zaal herkend werd).

Fai Baba uit Zurich was reeds een tiental dagen aan het touren en ze hadden er blijkbaar elke avond een uitbundig feestje met de nodige drank van gemaakt. In die mate zelfs dat de bassist gewoon op zijn bed bleef liggen en de groep er dan maar met zijn drieën aan begon. Echt problematisch was dat niet : twee gitaren en drums volstonden om hun eerste songs, die zich ergens situeerden in de psychedelische garagerockhoek, appetijtelijk te laten klinken.
Na het tweede nummer verscheen plots de bassist dan toch, "back from the grave" zoals zanger Fabian Sigmund zei, om in kleermakerszit mee te spelen. Met hem klonk de sound wat voller maar na een vijftal songs hield hij het zonder een woord uitleg voor bekeken. Een hardnekkige kater blijkbaar. Gelukkig konden de overige drie, die er ook niet allen even fris uitzagen, het wel uitzingen.
Fai Baba bleek vooral de groep van Fabian Sigmund, een buitenissige kerel met een stem die soms deed denken aan een jonge Thom Yorke (Radiohead) maar vooral aan Ryan Sambol (zanger van The Strange Boys). Fai Baba werkte in het verleden ooit samen met Viva L'American Death Ray Music en het zoeken naar minder voor de hand liggende songstructuren hebben ze wel met die Amerikaanse band gemeen. Halverwege dreigden ze toch even weg te zakken in het moeras der middelmatigheid en net toen ik een enorme behoefte voelde opkomen om luidkeels "rock-'n-roll" te schreeuwen zetten ze een sublieme cover van The Gories in. Hiermee bewezen Sigmund en de zijnen nog maar eens dat ze niet voor één gat te vangen zijn. Het werd het startsein voor een spetterende rush naar de eindmeet.
Fai Baba is een groep die zoekt, probeert en durft, niet altijd met evenveel succes maar toch steeds blijft fascineren. Eigenlijk een beetje zoals de club die hen uitnodigde.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Valerie June

Valerie June – Kwalitatief hoogstaand van een levenslustige dame!

Geschreven door

De Amerikaanse Valerie June uit Memphis, Tennessee is naast een mooie verschijning met haar lief gezichtje en lange opgekrulde dreadlocks,  een enthousiaste,  optimistische, zelfverzekerde, praatlustige ‘young lady’ met wie je probleemloos de nacht aan de bar kan doorbrengen . Ze kan alvast haar plaats van herkomst niet verraden. Een beetje lekker dagdromen dus , en eerlijk gezegd, dat kan je ook op haar muziek .  Zuiderse rootspop waarin blues , soul, gospel, folk , country en bluegrass is verweven. Ze heeft al een paar platen uit , maar breekt hier nu pas definitief door met ‘Pushin’ again a stone’ , met de hulp van Dan Auerbach van de Black Keys.
 
Ze plaatst het akoestisch en elektrisch gitaarspel voorop in haar broeierige sound , ondersteund van contrabas , viool en drums ; of je bent helemaal ontroerd als ze solo op banjo en ukelele enkele nummers speelt . Ze charmeert verder door haar innemende, heldere, indringende, gevoelige soms doorleefde vocals .
Deze dame kan perfect op elk festival terecht, en zeer zeker mag Couleur Café of Festival Dranouter om de hoek kijken .
Meteen werden we aan de grond genageld toen ze solo een traditional inzette . De twee leden schuifelden bij en bouwden het rauw dampende “Shakedown” op . Het hier gekende “Workin’ woman blues” klonk bezwerend, aanstekelijk  en had ergens die woestijnblues- ritmiek  van Tinariwen en Tamikrest . De respons was groot en daar speelde June gretig op in. Ze heeft overal wel een verhaal en staat al van jonge leeftijd op eigen benen om haar weg in de muziekbusiness te zoeken. En ze doet ons mannenhart sneller slaan . Goedlachs vertelde ze dat er bij de merchandise , naast de promo, misschien ook wel een bh kon bemachtigd worden …
Haar sing/songschrijverstalent en de muzikale stijlvarianten werden vanavond onderstreept. Intieme songs krijgen een extraverte push . Je kwam verder uit op uitstekende nummers als “This world is not my home”, “Somebody to love”, “Keep the bar open” en de titelsong. ‘Saloonbarmusic’, waarbij het materiaal de nodige zeggingskracht kreeg  … In een mum van tijd was de uitermate boeiende set voorbijgesneld.
Naar het eind op “You can’t be told”  en “Raindance” kregen de instrumenten nog meer ruimte en vrij spel . Tussenin werd  een aangrijpend en pakkend “Twined & Twisted”  geweven . In de vrij korte set misten we als toetje een song als “Wanna be on your mind” , maar niet getreurd, wat we te horen kregen was kwalitatief hoogstaand van deze getalenteerde, levenslustige , dynamische 30 jarige sing/songschrijfster en multi-instrumentaliste …

Ze was in België voor een paar optredens in de kleine clubs en haar tweede optreden in de Bota ging opnieuw niet onopgemerkt voorbij . Ohja, aan de merchandise was ze duidelijk in voor een babbel , maar bleef de bh’s wel opgeborgen … Volgende keer beter!

Neem gerust een kijkje naar de pics
Ben Miller Band - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4309

Valerie June - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4310
Organisatie: Botanique, Brussel

The National

The National - Vorst Nationaal in een passionele wurggreep

Geschreven door

The National lijkt vandaag één van de weinige grote bands in wording die de kleinere zalen noodgedwongen achter zich moeten laten maar toch de eigenheid en de intensiteit van hun muziek weten te behouden. Bands als Kings Of Leon en Editors zijn op dat gebied al veel te ver over de schreef gegaan en zelfs Arctic Monkeys flirtten vorige week in Vorst met enkele onrustwekkende sporen van bombast. Om maar te zeggen, iedereen moet groeien, maar de één verdrinkt al wat sneller in hoogmoed dan de ander.
The National brengt als geen ander de intimiteit van een warme kamer naar de grote zalen. Op de grotere festivalpodia zorgde de band eerder dit jaar met adembenemende sets voor een hartige en intieme sfeer, en dat voor een grote menigte, je moet het maar doen.

In Vorst deden ze het nog eens met verve over. Dat is, de reputatie van die galmende betonbunker in acht genomen, toch een opmerkelijke prestatie voor een band die eerder sombere en integere songs smeedt in plaats van meezingbare rock anthems.
The National nam Vorst in een wurggreep met voornamelijk een hoop pareltjes uit hun laatste twee platen ‘High Violet’ en ‘Trouble will find me’, die omzeggens allebei even schitterend zijn. De passionele frontman Matt Berninger legde als gewoonlijk met behulp van een paar flessen wijn zijn volledige ziel in de songs. In diens stem herkenden we de begeestering van Nick Cave, de devotie van Ian Curtis en de vervoering van Stuart Staples. De broertjes Aaron en Bryce Dessner zorgden de ganse avond voor een onblusbaar knetterend gitaarvuur en een paar blazers stuwden de temperatuur naar eenzame hoogtes.
Live bleek nog maar eens hoe knap al die songs waren, wij konden omwille van de aanhoudende opeenvolging van hoogstandjes hier dan ook geen hoogtepunten van eventuele dieptepunten (die er sowieso niet waren) onderscheiden. Bloedmooie en innemende songs als “I need my girl”, “This is the last time”, “Sorrow” en ”Pink Rabbits” pakten met glans Vorst Nationaal in en deden al onze haartjes rechtstaan. “Bloodbuzz Ohio”, “Anyone’s Ghost”, “Afraid Of Everyone” en “Graceless” bereikten een ongekende intensiteit. Met “Abel” liet The National zich van hun meest loeiende kant bewonderen, Berninger sneerde en brieste alsof hij in een volbloed punkband was verzeild geraakt.
Naarmate de set vorderde werd de sfeer uitbundiger, de zaal heter en Berninger nog gekker. De bevlogen zanger kwam steeds gretiger uit zijn pijp. Dat hij in al zijn ijverigheid tijdens het extatische ‘Mr November’ er flink naast zong, vergeven we hem. Het was al verwonderlijk dat hij vanuit die enthousiaste menigte (de zot was ondertussen al in de tribunes geklommen) überhaupt nog zijn micro kon vasthouden. Berninger had tegen dan toch al lang Vorst Nationaal voor zich gewonnen, een beetje onstuimig vertier was hier nu wel op zijn plaats.

Dit was nu al bijna twee uur lang een memorabele en gepassioneerde avond die met een ultieme trap op het gaspedaal nog een keer explodeerde in het orgelpunt “Terrible Love.
Het akoestische “Vanderlyle Crybaby Geeks” bracht tot slot nog wat extra kippenvel teweeg, het was een innig mooi einde van een bijzonder sterk en uiterst bezield prachtconcert.

Organisatie: Live Nation

Mintzkov

Mintzkov – te koesteren Belgisch bandje!

Geschreven door

Het Antwerpse Mintzkov rond zanger/gitarist Philip Bosschaerts is al aan de vierde cd toe . En daaraan wordt een heuse clubtour gekoppeld . De ex Humo’s Rock Rally winnaars onder Mintzkov Luna toen, krijgen terecht heel wat lof omtrent hun songmateriaal, wat gerespecteerd en erkend wordt , maar een serieuze doorbraak blijft uit : de melodieus weerbarstige songs zijn mooi uitgewerkt en kunnen strak, sfeervol, opwindend als gevoelig klinken. Hun materiaal biedt voldoende afwisseling, springerige, slepende als innemende broeierige ritmes , kleurrijke groovende keys en fraaie vocale harmonieën met bassiste Lies Lorquet. Dromerige pop met weerhaken dus . Ze hebben een eigen identiteit ontwikkeld die definitief  dat dEUS lint kan doorknippen .

De levens- en verlies ervaringen van het recente ‘Sky hits ground’ werden hier vanavond samengeperst. O.m. met een broeierige “Old words”, het sfeervol, pakkende “Ages & Days” , het dromerige gekende “Word of mouth”  en “Runners high” , waarbij de gitaren tegen elkaar opboksten. Jawel , de nieuwe plaat kwam duidelijk in de picture en Jasper Maekelberg van het van de support Faces on TV kreeg een bloemetje gesmeten gezien hij samen met het kwintet de nummers mixte .
Ze wisselden het af met het vroegere werk , wat sterk werd onthaald , “Author of the play” zat al vroeg in de set en verderop hadden we een snedige “One equals a lot” en “Opening fire”.  Mintzkov boeit en intrigeert door de opbouwende diepe , zalvende basstunes en stuwende drums. Andere oudjes “Mimosa” en “Ruby red” overtuigden evenzeer.
Even onderhouden waren aantrekkelijke , aanstekelijke versies van “Slow motion full ahead”, “The state we’re in” en “Weapons”  ; die de extravertie, de groove , het avontuur  en de subtiliteit van de Mintzkov - songstructuur onderstrepen. Het tont nog maar eens aan dat het kwintet verschillende richtingen durft uit te gaan, niet verdwaalt in een eenzijdig geluid , en creatief, dynamisch te werk kan gaan, wat  hen sterk maakt .
In de bis hadden we trouwens een uiterst originele versie van Stromae’s “Wonderful/ Formidable” , waarbij het Frans en het Engels elkaar gedegen kruisten. “United something” kreeg een push forward , was opwindend en besloot op overtuigende wijze het concert.

Mintzkov had een goed gevulde Balzaal achter zich , maar verdient meer  … Het goed op elkaar ingespeeld gezelschap  brengt degelijk doordacht, emotievol materiaal , dat getuigt van songschrijverstalent. Gretig en gemotiveerd werd het gespeeld!

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set in de Muziekodroom, Hasselt
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4298


Organisatie: Democrazy, Gent

Touché Amoré en Self Defence Family, JC Klinker Aarschot op 14 november 2013

Geschreven door

Touché Amoré en Self Defence Family, JC Klinker Aarschot op 14 november 2013

Post-hardcore leeft! … Beleef het met Touché Amoré en Self Defence Family
Neem gerust een kijkje naar de pics

Self Defence Family - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4322
Touché Amoré - http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4321

Organisatie: Heartbreaktunes

Pavlov’s Dog

Pavlov’s Dog - Virtuoze progfolk voor drama queens

Geschreven door

Pavlov’s Dog - Virtuoze progfolk voor drama queens
Pavlov’s Dog
Vooruit
Gent

Wie tijdens een dood moment al eens googled naar lijstjes met ‘The weird voices of rock’ zal al gauw botsen op ene David Surkamp, beter bekend als de enigmatische frontman van het illustere 70ies gezelschap Pavlov’s Dog. Haar cultstatus heeft deze uit St. Louis afkomstige band in grote mate te danken aan de debuutschijf ‘Pampered Menial’ (‘75), een fenomenaal werkstuk waar virtuoze progrock en dramatische popsongs hand in hand gaan. Na een geflopte tweede plaat ging de groep echter al gauw op de fles, en moesten fans zich decennia lang zoet houden met diverse bootlegs en wat solo exploten van Surkamp.
Sinds 2010 staat een soort reïncarnatie van Pavlov’s Dog regelmatig terug op de planken, met naast Surkamp enkel voormalig Chuck Berry drummer Mike Safron als originele leden. Opmerkelijk genoeg zitten zowel nieuwe als overjaarse fans wel degelijk te wachten op deze verknipte reünie, getuige een afgelopen donderdag tot de nok gevulde Vooruit.

Anno 2013 lijkt de groep uitgegroeid tot een soort familiebedrijfje met maar liefst twee koppels op de loonlijst. Naast David en zijn overigens muzikaal redelijk overbodig vrouwlief Sara Surkamp heeft het zevenkoppige gezelschap ook wat vers bloed in de rangen met o.a. bassist Rick (bas) en Abbie (viool) Hainz Steiling. Vooral deze laatste nam meteen het voortouw tijdens het instrumentale opwarmertje “Savage” gevolgd door twee iconische stukken uit ‘Pampered Menial’, “Fast Gun” en “Late November”. Het publiek was meteen mee toen van meet af aan bleek dat er nog maar verbluffend weinig sleet zat op Surkamp’s vibrerende alt. Zijn bijna vrouwelijke stem staat zo bol van melancholie en pathos dat zelfs ruimdenkende fans van Rush en early Placebo hier ook wel pap moeten van lusten.
Na wat dan heet een veilige start ging de band ook wat grasduinen in hun andere albums die op papier niet altijd garant staan voor sterke live momenten. Zo staan
nummers als “I Don’t Do So Good Without You”, “Wrong” en “Canadian Rain” nu niet bepaald te dringen voor een plaats in onze platenkast, maar door de doorwinterde en virtuoze muzikale aanpak van de groep werd enige zweem van meligheid toch ternauwernood vermeden. Vanachter zijn zonnebril ontpopte Surkamp zich bovendien tot een begenadigd verteller en oogstte hij sympathie bij het publiek met ludieke complimentjes over de cultuurstad Gent. Maar evengoed zorgde hij voor een spreekwoordelijke krop in de keel wanneer hij herinneringen bovenhaalde over Siegfried Carver en Doug Rayburn, twee oorspronkelijke leden van de band die intussen het tijdelijke voor het eeuwige hebben ingeruild.
Tijdens een sterk laatste half uur passeerde met het instrumentale niemendalletje “Preludin”, een lang uitgesponnen “Of Once And Future Kings”, “Theme From Subway Sue” (een ludieke fonetische verbastering van de oorspronkelijke titel “Someday Soon”) en het apocalyptische “Song Dance” zowat de helft van ‘Pampered Menial’. De bombast waarmee deze nummers de zaal werden ingeblazen stond in schril contrast met de sobere akoestische aanpak van Surkamp tijdens de eerste encores. Op z’n dooie eentje stak hij de zaal in z’n broekzak met “Lost In America”, het titelnummer van de erg magere comeback plaat van Pavlov’s Dog uit ’90 dat in Gent werd uitgekleed tot het beste nummer dat Elliott Murphy vergat te schrijven.
Met het dramatische “Julia” heeft ook Pavlov’s Dog zijn eigen “Nights In White Satin” beet: een radiovriendelijk nummer waar de groep van generatie op generatie wordt mee vereenzelvigd en de pensioenkas van de Surkamps moet helpen spijzen. Ook in Gent was het weer raak en waren tijdens die drie magische minuten nergens meer dolle vijftigers te vinden dan in de Vooruit.

Bring back the good old days’ mijmerde een voldane Surkamp tijdens het afsluitende “Valkerie”. Ruim twee uur lang waren hij en zijn makkers daar inderdaad in geslaagd, en dat zonder al te vaak te vervallen in cheesy sentiment. Pavlov’s Dog lijkt dus nog lang niet rijp voor het Golden Years circus, tenzij natuurlijk daar plots een garnizoen drama queens zou opduiken.


Organisatie: Live Nation

Volcano Choir

Volcano Choir – Warme intensiteit!

Geschreven door

Vanavond was ik getuige van een nieuw natuur fenomeen. Het Koninklijk Circus was te betreden op eigen risico om het Volcano Choir ( Vulkanische Koor’) uit Winsconsin te aanschouwen.  Een Amerikaans dream team binnen de indie-rock waarin 7 verschillende personen maar liefst vijf verschillende bands vertegenwoordigen, zoals:  Collections of Colonies of Bees, All Tiny Creatures, Group of the Altos, Death Bleus, Pele en Justin Vernon het alter-ego van Bon Iver.
Deze band bouwde, in mij ogen, met hun eerste album ‘Unmap’ een berg,  die nu vier jaar later door de opvolger ‘Repave’ uitgegroeid is tot een echte vulkaan. De lava van de liederen zijn triest, krachtig en hoopvol tegelijk. Ze weten perfect een complex muzikaal geheel te brengen tot simpel luistergenot. Het album ‘Repave’ is dus geen beklimming van de vulkaan, maar eerder een picknick op de berg ernaast waar je geniet van de zonsopgang achter de vulkaan. Benieuwd of deze zon zal opkomen tijdens het concert of de vulkaan zal uitbarsten?

Een Belg kreeg de eer om het voorprogramma van deze topband te spelen. Het was de Waal Benoît Lizen die op zijn eentje het volledige podium voor zich nam. Alle lichten waren gedoofd op één spot na die recht op hem scheen. Met zijn breekbare stem en ingetogen folkie sound wist hij de aandacht van het publiek gedurende zijn eerste nummers voor zich te winnen. Naarmate het volk binnenstroomde zorgde deze ingetogenheid ervoor dat hij zoek geraakte in de massa. De songs van deze Waal waren verlegen, schattig en leuk. Zijn teksten daarentegen waren moeilijk te verstaan. Soms was het raden in welke taal hij zong, maar ondanks dat… Een Belgische muzikant om trots op te zijn!

Het publiek was klaar voor Volcano Choir. De lichten gingen uit waardoor het publiek enthousiast werd, maar zolang het applaus duurde verscheen er geen kat op het podium. Een nieuwsgierige stilte volgde dit applaus op. Thomas Wincek, toetsenist en bediener van een robot vol klanken, wandelde het podium op, wachtte op stilte en sloeg vervolgens de eerste orgelnoot van het nummer “Tiderays” aan. Op dit signaal verschenen de andere muzikanten uit de coulisse. Het geklap werd voor een vijftal seconden onthaald door de band waarna Justin Vernon al ‘neen-schuddend’ met zijn hoofd plaats nam aan zijn kansel. De complete stilte zorgde voor een intense sfeer waardoor ieder instrument dat inviel je mee op sleeptouw nam naar een bombastische climax. Deze opbouw komt doorgaans veel terug in de nummers en zorgde iedere keer opnieuw voor enkele handjes in de lucht.  Door verschillende nummers aan elkaar te kleven in feilloze overgangen probeerde de band een bepaalde sfeer vast te houden. Hierdoor kwamen sommige nummers veel intenser over.

Volcano Choir verraste het publiek met “Valleyonaire” en “The Agreement”, twee nieuwe nummers. Persoonlijk vond ik dat deze nummers uit de toon vielen. De rustige, dromerige, opbouwende  sfeer viel voor mij weg door deze twee intermezzo’s. Het publiek kon deze twee songs beter appreciëren.
Een hele show lang zagen we hoe Justin Vernon vanachter zijn kansel al gebarend de teksten van zijn liederen illustreerde aan het publiek. Met zijn stemcomputer wist hij vele klanken te creëren en effecten te gebruiken  waardoor zijn nummers een extra dimensie kregen. Al vond ik dat deze ook konden zorgen voor een overkill die de puurheid van de song bedreigde, voornamelijk bij het nummer “Tiderays” stoorde de effecten op zijn stem.
De hoogtepunten van het optreden waren de nummers “Byegone” waarbij het publiek wild ging op de meebrulbare “Set sail” en  het laatste nummer “Still” waarbij de drummer eindeloos bleef slaan op zijn trommels.

De band verliet het podium definitief na hun bisnummer “Youlogy”. Één van de prachtigste afsluiters die ik ooit heb gezien. Memorabel hoe Justin Vernon met zijn stem soleerde op een prille begeleiding van een gitaar en cimbaal. De gitarist, Daniel Spack, , nam spontaan een meditatie pose aan en sloot zijn ogen om mee te genieten met het publiek. Het was een intens warme afsluiter. Bedankt Volcano Choir!

Setlist
Tiderdays, Comrade, Valleyinaire, Keel, Dancepack, Triumph, Alaskans, Acetate, Byegone, Stil
l
Bis: Almanac, Youlogy
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4304


Organisatie: Botanique, Brussel

Kadavar

Kadavar - Uiterst energieke neanderthaler rock

Geschreven door

Een mens houdt het niet voor mogelijk, maar Kadavar komt uit Duitsland, een land dat even rock’n’roll is als een stuk schuimrubber. Er zijn gelukkig uitzonderingen die de regel bevestigen.

Het even baardige als opwindende trio Kadavar heeft al twee platen uit waarmee ze zichzelf terug in de tijd gekatapulteerd hebben naar een wereld van bronstige neanderthaler rock met gierende solo’s, loeiende drums en stampende riffs. Had je enkele duizenden jaren geleden een stelletje gespierde holbewoners een gitaar in hun harige poten geduwd, dan hadden ze er gegarandeerd een potige sound als die van Kadavar mee gesmeed.
Black Sabbath en Pentagram zijn de hoofdingrediënten die live op een hoogst energieke wijze worden herbereid tot een gloeiende hardrock stoofpot die tegelijkertijd zeer retro als verduiveld energiek is.
Er gaat splijtend vuurwerk van uit en de lange haren en dito baarden wapperen terdege in het rond. Stomende riffs, striemende solo’s en robuuste drums zorgen voor een woelige brandhaard van knetterende oerrock. Een uitbundig Kadavar houdt het strak en opwindend en kiest voor efficiënte elektriciteit in plaats van ellenlange uitweidingen. Bloedstollende tracks als “Doomsday Machine” (wat een riff!) en “Come back to life” zetten het kot in vuur en vlam en in de het spacy psychedelische “Purple Sage” wordt er Hawkwind-gewijs heerlijk uit de bol gegaan.
Kadavar bedient zich meer dan een uur lang van een kloek en heftig geluid die ze hoegenaamd niet zelf uitgevonden hebben maar waar ze wel een paar ferme kloten aan toegevoegd hebben. Belegen seventies rock is dit in geen geval, wel forse en snedige hardrock die aan een serieuze heropleving bezig is met bands als Graveyard, Radio Moscow en Rival Sons. En dat kunnen wij alleen maar toejuichen, onze luchtgitaren draaien weer overuren.

De viking metal van de Zweedse support act Year Of The Goat is niet veel soeps, beetje Iron Maiden, beetje Mercyful Fate en heel veel cliché’s. Met maar liefst drie gitaren fabriceren ze nog geen derde van het voltage dat door Kadavar wordt voortgebracht.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/index.php?option=com_datsogallery&Itemid=49&func=viewcategory&catid=4313
Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix, Antwerpen)

 

Primal Scream

Primal Scream - Een uitstekende tweede helft

Geschreven door

Afgelopen zomer stond Primal Scream nog op De Lokerse Feesten, waar ze de affiche deelden met Beady Eye, die noodgedwongen moesten afzeggen. Liam Gallagher en de zijnen werden vervangen door White Lies, maar voor elke Britpopper die z’n ticket speciaal voor Beady Eye had aangeschaft werd Primal Scream die avond tot headliner gebombardeerd.
Een grote verantwoordelijkheid, maar dankzij onder meer het uitzonderlijk hoog charmegehalte van zanger Bobby Gillespie pakten ze het publiek helemaal in. Bij thuiskomst twijfelden we even of we onze bakkebaarden niet moesten afscheren en ons haar te laten groeien als dat van Bobby. Met andere woorden: we vroegen ons af of Beady Eye daar ooit nog over was geraakt. White Lies alleszins niet.

Er werd dan ook terecht uitgekeken naar hun optreden op 13 november in De Vooruit te Gent. Geen perfectere plaats om The Scream live aan het werk te zien. Ten eerste is het een prachtige zaal met een heuse muzikale voorgeschiedenis, en ten tweede is er ook nog de politieke voorgeschiedenis: De Vooruit is, historisch gezien, het mekka der Gentse socialisten.
Gillespie is diep vanbinnen een punker van het type Joe Strummer. Sloganesk, maar nooit hol. Maatschappijkritische spreekbuis van een verloren generatie via het best denkbare medium: rock ’n’roll. En daarnaast moet je hem ook niet leren hoe een publiek te entertainen. Van alle markten thuis, die man.

Alle ingrediënten voor een topavond, denk je dan. Niks was minder waar. Wat een verschil met de Bobby Gillespie van de vorige twee Belgische doortochten. Was hij toen nog die onvervalste entertainer, dan leek hij er nu allesbehalve zin in te hebben. Wij zijn geen druggebruikers, noch dokters, maar het leek er sterk op alsof Bobby zich in hogere sferen bevond.
Het begon nochtans vrij stevig met “2013”, “Hit Void” en “Jailbird”, niet dat het de meest perfecte versies waren, maar power zat er wel in. Al snel werd ook duidelijk dat we hier ook te maken hadden met een heel aantal geluidstechnische problemen: zo stond Andrew Innes’ leadgitaar veel te luid, de gezangen dan weer veel te stil en klaagden groepsleden zowat continu over het geluid in de monitors.
Gillespie’s enthousiasme daalde met de minuut, zelden iemand zo koel naar zijn publiek weten te kijken. Vreemd voor iemand die bekendstaat om zijn eeuwige, herkenbare glimlach en de interactie met het publiek. Toen hij vroeg of iedereen alright was, vroeg iemand zich terecht af of hijzelf wel alright was. Hij brabbelde iets over het slecht geluid in de monitors, altijd ambetant voor een artiest, maar zoiets zou eigenlijk nooit mogen voorkomen en neigt wat naar amateurisme.
Nummers als “Goobye Johnny”, “Accelerator” en “Tenement Kid” leken de passende nummers voor de band’s gemoedstoestand. Traag, depressief, en apestoned.  Het publiek werd in slaap gewiegd, en het leek wel alsof Bobby zelf ook de voorkeur gaf aan een bed. We waren bijna vergeten dat ze al een uur aan het spelen waren.

En plots was het daar. De aha-erlebnis die niemand zag aankomen. Waar iedereen verwachtte dat Primal Scream pijnlijk ten onder ging gaan, besloot Gillespie de boel om te gooien. Die monitors moesten dichter, zo kon hij de liefde van het publiek voelen. Een meesterzet zo bleek. Uit het niks stond hij terug met overgave te zingen, en vooral, want dat misten we misschien nog het meest, te dansen. Als de setlist een sonnet was, dan was “It’s Alright, It’s Ok” de volta. De nieuwe wending.
Op de antifascistische disco “Swastika Eyes” werd geraved en met “Country” Girl” en het onvermijdelijke “Rocks” eindigden ze met hun twee meest Stonesy nummers.
Nu we een flits hadden gezien van wat ze in staat waren, uptempo nummers, hits zowaar, met volle overgave en zichtbaar genietend gespeeld, konden ze het niet maken er nu al de brui aan te geven. Bovendien hadden ze ook nog geen enkel nummer van het legendarische “Screamadelica” album gespeeld.
Het eerste nummer van de bisronde was met een vijftien minuten durende versie van “Higher Than The Sun”(toepasselijke titel), waar bovendien ook nog eens een snippet van “Who Do You Love” van Bo Diddley inzat, wellicht het hoogtepunt van de hele avond. Al moest het nummer erna ook niet echter onderdoen: “I’m Losing More Than I’ll Ever Have”, een wonderschone ballad met eerbetonen aan zowel The Faces (“Stay with me! Stay with me!”) als, alweer, The Stones (“baby, have mercy on me”). De remix die Andrew Weatherall van dat nummer maakte, bevatte weinig tot niks van het origineel, maar was wel dé doorbraaksingle voor de band: “Loaded”. Bobby spreidde tijdens het no.1 party anthem van begin jaren ’90 de beentjes en schudde naast met zijn graatmagere billen, ook met zijn sambaballen. Zo zien we het graag.
De meer dan twee uur durende set leek te eindigen met “Movin’ On Up”, maar de band wist van geen ophouden en speelde doodleuk “Rocks” opnieuw. Het deed ons denken aan een frats die Peter Doherty ook nog zou uithalen. Zijn optreden in De Vooruit vorig jaar vertoonde eigenlijk vrij veel raakvlakken met dit, een valse start met een plotse ommekeer en vervolgens van geen ophouden weten. Na “Rocks” bleef Bobby Gillespie minutenlang op het podium staan om iedereen te bedanken. Telkens als hij een woord probeerde te zeggen, kwam er een nieuwe lachbui in hem op. Hij beweert zelf, net als Pete, clean te zijn, en nogmaals; wij zijn geen druggebruikers, noch dokters maar bij deze verschijning stellen wij ons vragen.

Primal Scream in De Vooruit, dat was: een set van meer dan twee uur met een barslechte eerste helft en een uitstekende tweede. Wij bleven verwezenlijkt achter, niks aan te doen. Zo word je kampioen.

Organisatie: Democrazy Gent

The Drones

I See Seaweed

Geschreven door

Omdat om onbegrijpelijke redenen de nieuwe van The Drones in Europa straal genegeerd werd zijn wij nu pas van het bestaan van deze ruwe parel op de hoogte. Schande.
Enig opzoekwerk leert ons dat de plaat al in maart werd gereleased, maar geen spoor ervan bij NME, Pitchfork, Uncut, Oor, Mojo of waar dan ook. Hoe kan zo iets ?
De Australische pers en ook het Amerikaanse toonaangevende Rolling Stone waren blijkbaar wel tijdig bij de pinken, ginder botsen we op alleen maar op lovende recensies. En terecht, godverdomme.

Het was al van 2008 geleden dat de Australiërs met ‘Havilah’ hun laatste wapenfeit leverden. Tussendoor is de kwetsbare frontman Gareth Liddiard nog wat dieper in zijn eigen ziel gaan graven op de akoestische soloplaat ‘Strange Tourist’, een weinig hapklare brok therapie voor getormenteerde zielen.
Vijf jaar zaten we dus al op ‘I See Seaweed’ te wachten, maar deze duistere en geestdriftige hap ongetemde melancholie is verdomme het wachten waard.
‘I See Seewead’ is een typische knarsende en bijtende Drones plaat geworden die even diep kerft en kruisigt en als de ongeslepen diamantjes ‘Wait long by the river and the bodies of your enemies will float by’ en ‘Gala Mill’. De groep huist terug binnen die karakteristieke en ongrijpbare Australische woestijnsound van The Birthday Party, The Scientists, Beasts of Bourbon, Crime and the City Solution en Nick Cave & The Bad Seeds. De plaat snijdt zo diep dat het bloed hardnekkig dagenlang aan de vingers blijft kleven.
Liddiard legt al meteen zijn getekende ziel bloot in de desolate en beklijvende titelsong. De geest van Nick Cave waart rond in het aangrijpende “How to see trough fog” en het emotionele “They’ll kill you” en wordt er overmand door korzelige Crazy Horse gitaren. “A moat you can stand in“ is een ziedende brok razernij waarin Liddiard briest als een opgejaagde hyena en “The Grey Leader” is een ballad die door Pearl Jam kon zijn gemaakt na een aanranding door een stel uitgehongerde alligators. Even beangstigend als indrukwekkend is “Laika”, een homp nakend onheil die zich naar een orkestrale apocalyps toe werkt. De sensitieve en sinistere afsluiter “Wy write a letter that you’ll never sent” is eigenlijk een wondermooie kerstsong, maar dan eentje om af te spelen in Satan’s optrekje, nabij de gezellige warmte van het vagevuur.
Gruwelijk mooie plaat.

Future Of The Left

How to stop your brain in an accident

Geschreven door

Eerder dit jaar had Future of The Left, het eigenzinnige combo dat destijds uit de restanten van het al even dwarse en ongeëvenaarde MC Lusky is opgetrokken, al een aardige teaser uitgestuurd met de pittige EP ‘Love songs for our husbands’.
Nu is daar het nieuwe compromisloze album en dat is nog een stuk straffer, een welgemikt schot in de roos.
Een geïnspireerde en zeer snedige Andrew Falkous staat de ganse tijd op scherp en levert een set gepeperde en roodgloeiende songs af met agressieve gitaren die door de muren harken en loodzware bassen die voor een heftige dreun op uw bakkes zorgen. Zet daarbovenop de frontale vocals van Falkous, een tomeloze punk attitude, een set accurate songs en flarden spitse humor, en je hebt een bom van een plaat die zijn gelijke niet kent.
De sublieme en kurkdroge openingstrack “Bread, chees, bow and arrow” doet ons aan het weergaloze Shellac denken, de song gaat tot op het bot en is de inzet van een even intens als fenomenaal album dat uitblinkt in originaliteit en spitsvondigheid.
Future of The Left lijkt uit dertien hoeken tegelijkertijd te komen, het is punk met weerhaken (“Donny of the decks”), hardcore zonder oogkleppen (“The real meaning of Christmas”, “Things to say to friendly policemen”), indie met een hoek af (“How to spot a record company”, “She gets past around at parties”) of pop met ongekende eindbestemming (“French Lessons”, “Why aren’t I going to hell”).
Formidabele tegendraadse muziek zoals ook Fugazi, At The Drive In, Therapy?, Art Brut, Wire, Pissed Jeans, Big Black en The Jesus Lizard plegen te maken op hun beste momenten.
Een plaat die nog explosiever is dan een legertje zelfmoordterroristen die zich verzameld hebben aan de voet van een op uitbarsten staande vulkaan.

Disappears

Era

Geschreven door

Het Amerikaanse Disappears uit Chicago heeft al een paar cd’s uit en kwam  in de picture met hun garagerock’n’rollende shoewave toen Steve Shelley van Sonic Youth plaats nam achter de drumkit .
De band rond Brian Case (ex The Ponys) zweert de invloeden van shoewave en krautrockritmes zeer zeker niet af op de recente plaat . Ze klinkt donkerder . Een aanhoudende spanning en dreiging  hangt in de donkere , slepende songs, die intrigeren door de repetitieve ritmiek . Een vreemd amalgaan van postpunk, gothic rock, no wave , industrial en shoewave, gekenmerkt van monotone zangpartijen . “Ultra” , “Elite typical” en “New house” zijn lang uitgesponnen en uitgediept, ze zijn grimmig , rusteloos , uitdagend en doen op die manier ergens The Fall , The Chills , Pale saints , Theatre of hate , Swans en Einstürzende Neubauten opborrelen . Er valt dus heel wat moois te rapen op de plaat!

Splashh

Comfort

Geschreven door

De groepsnaam Splashh luidt het al deels in … Dit gezelschap brengt dromerige, zorgeloze, zoetsappige zelfs zomers indiepop . Splashh is een Brits/Australisch/Nieuw-Zeelands kwartet die heel wat indie invloeden samenbrengt in een broeierig aanstekelijke sound .
De songs zijn inwisselbaar , maar klinken goed en ontspannend . Je komt hier wat uit op vroegere bands als The Chills, The Clean en verder 90s Ride en My Bloody Valentine. Songs als “Headspins” en “Washed up”  krijgen een noise injectie toegediend van grungepop , die we hoorden van The Breeders. Verder liggen ze in het verlengde van een Beach Fossils en Wavves. Op relaxte wijze gaan we door het songmateriaal! Leuk plaatje.

Palms

Palms

Geschreven door

Palms is een nieuw project gevormd door leden van Isis (bassist Jeff Caxide – drummer Aaron Harris – gitarist Bryant Clifford Meyer) en Chino Moreno  van Deftones. Je kan er zeker niet omheen dat dit een kruisbestuiving is van Isis en Deftones door de  bezwerende, slepende ritmes en de opzwellende , breed uitwaaierende partijen die hun donkere postrock – postmetal sieren.
De zes songs zijn mooi uitgediept en hebben een broeierige spanning en intensiteit. Elk van de leden levert zijn bijdrage om zo’n werkstukken te realiseren, gedragen door die kenmerkende dromerige kreunzang van Moreno . Het zijn eerder sfeervolle nummers, waarbij de eerste wat meer dreiging hebben en de andere grimmige soundscapes laten horen. Af en toe druipt er wat elektronica door in de sound , maar dat hadden we ook al bij beide bands .
Voor wie het opdoeken van Isis nog niet echt verteerd heeft , heeft met dit project een handig alternatief om de rouw te verwerken !

Jagwar Ma

Howlin’

Geschreven door

Twee Australiërs die een bezwerende, uiterst genietbare, dansbare trip brengen van songs die nauw leunen aan de Britse ‘Madchester’ rave scene , poppsychedelica , punkfunk en elektronische dansmuziek . “The throw”, “Four” en “Exercise” zetten alvast de dansmoves in. Jagwar ma zit ergens tussen Stone Roses, Primal Scream , The Rapture , The Music , Happy Mondays en Caribou in . “Let her go” en “Man I need” zijn zo geplukt uit die nineties stal .
We houden wel van dit jong duo , die een British revival op poten zetten met een reeks aantrekkelijke, aanstekelijke, dromerige groovende songs . Fijne plaat!

No Joy

No Joy – Shoegaze rules!

Geschreven door

Vanavond nodigt La Péniche ons opnieuw ten dans uit. Ditmaal mogen we ons aan het Canadees gezelschap No Joy verwarmen. Shoegaze van de bovenste plank, of dat zou het toch moeten worden. Het voorprogramma had jammer genoeg al een tijdje op voorhand afgezegd. Dus vanavond slechts 1 band. Maar wel degene die ik moest zien en daarom geen grote ramp. Zo kan ik op deze door de weekse dag toch op tijd mijn bedstee opzoeken.

Shoegaze is ook in ons land opnieuw aan een kleine revival toe. Als jonge exploten hiervan zou ik nogmaals The Spectors willen promoten. Shoegaze van eigen bodem, ik krijg er niet genoeg van. Maar geen Belgen dus deze keer. Want ook in Canada zijn er nog bands die zich door het genre laten verleiden.
Blijkbaar is de revival nog niet echt aan de gang in Frankrijk, want de opkomst is mager, zéér mager. De toeschouwers zijn bijna op 2 handen te tellen. Blijkbaar ligt een weekdag dan toch moeilijk in een toch grote stad als Lille, of heeft het wegvallen van het voorprogramma toch wat aantrekkingskracht van het optreden weggenomen? Wie zal het zeggen. Het is nogal demotiverend voor een band. Maar gelukkig geeft de band geen moer om en gaan ze furieus van start.
Distortion blijkt het sleutelwoord te zijn, want behalve de drums blijft geen instrument hiervan bespaard. Het geeft het geheel een mooie fuzz, die bij shoegaze onmisbaar is. De 2 gitaren en de bas blazen het oorsmeer uit onze oren en maken de baan vrij voor heerlijke klanken. Dat het soms wat rommelig klinkt valt niet te ontkennen, maar stoort ook op geen enkel moment. Wie zuivere muziek en klanken wil horen gaat beter elders heen. Ook de zang ontsnapt niet aan een lading effecten en leunt perfect bij die fuzzy gitaren.
Dat de band echter meer is dan alleen maar effecten en pedalen hoor je aan de poppy melodieën en de soms verrassend punky gitaarriffs. Er zit, achter de muur van geluid, wel degelijk veel muziek in. En dat maakt dat deze band de middelmaat meer dan overstijgt. Ze kunnen nummers schrijven.
Zijn er nog songwriters Sire? Ja en ze komen uit Canada. Dat shoegaze niet alleen voor mannen is, is al langer geweten en dat valt hier ook te bewonderen. Want de twee gitaristen zijn vrouwen. Eén ervan neemt ook de zangpartijen op zich. Toont ook aan dat Humo's Rock Rally niet zaligmakend is, want daar bestaan de bands nog altijd voornamelijk uit mannen. Vrouwen aan de macht dus! En dat heb ik maar wat graag.

En zo snel als het begon, zo rap was het alweer gedaan. Na nog geen 3 kwartier zat het er alweer op. Zou het beperkt publiek dan toch zijn sporen hebben nagelaten. Ik vond het jammer dat het optreden niet wat langer duurde. Maar kwaliteit gaat nog altijd boven kwantiteit zeker. We zullen het maar daarop houden .

Op 30 november kan je deze band zelf eens gaan beluisteren, want dan komen ze in de Magdalenazaal in Brugge. En hopelijk is er dan heel wat meer volk. Ga dat zien!!!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Foals

Foals – Muzikale splinterbommen

Geschreven door

Het uit Oxford afkomstige Foals brak in het voorjaar definitief door met de single “My number” uit de derde cd ‘Holy Fire’ . Geen goed bewaard muzikaal geheim meer van een band die indie, postpunk en punkfunk  evenwichtig samenbrengt en – balt.

Loon naar werk dus, waarbij het kwintet rond podiumbeest Yannis Philippakis een spannend broeierige rock set neerpoot en houdt van aantrekkelijke , opzwepende synthritmes en gitaarriedels .  De nummers sprankelen, bruisen , zijn bezwerend, werken aanstekelijk op de dansspieren en blijven boeien door de melodieuze  wendingen .
Foals laat songs aanzwellen , opbouwen , exploderen , uit de bocht gaan en weeft er sfeervolle, rustige passages aan , zonder aan emotie en intensiteit in te boeten .
Een mooie catalogue kregen we van hun drie verschenen cd’s totnutoe , een afwisseling van dartelend en dromerig materiaal, met een zanger die graag dichtbij z’n publiek is, zich ten volle laat gaan en geniet van de felle aanmoedigingen; hij was dan ook met gitaar in zijn publiek te vinden .
Het is dan ook niet verwonderlijk dat enkele stekelige nummers als “Spanish Sahara”, “Red sox pugie” en “Inhaler” beheerst werden uitgediept, stroomstoten kregen , en waar nodig durfden te gieren om dan in alle intimiteit uit te deinen ; ze behoorden tot het beste van de avond, samen met die optimistische prachtsingle “My number”  , het vitaal volle “Providence”  en natuurlijk prijsbeest “Two steps twice” in de bis, dat nog steeds (heerlijk overtuigend) nazindert.
De charismatische Yannis hield zijn publiek bij de leest . De instrumentale opener “Prelude” van de recente cd  bracht ons meteen in de juiste stemming door z’n effects , de gitraargrooves en de wisselende ritmiek . Gretig ging het kwintet verder te werk , met intrigerende versies van oudjes “French open” en “Olympic airways” . Een interessante lijst aan nummers dus.
Een extravert dynamisch  geluid , waarbij af en toe eens wat vaart kon worden terug genomen als bij het dampend funkende “Miami” , het slepende “Milk & black spiders” en het etherische “Late night”. Toegegeven hier mocht de recente single “Out of the woods “ nog worden toegevoegd , want de song paste zeker in dat rijtje door z’n finesse en subtiliteit .

Bij deze belangvolle Britse band viel vanavond ‘opnieuw’ alles op z’n plaats . Foals houdt van muzikale splinterbommen en brengt een sterke live présence , dartelend , twinkelend , ergens strak , ergens dromerig en pakkend. En eerlijk gezegd , van hen hebben we in al die jaren nog geen zwak optreden gezien . Foals - Te koesteren band dus!

We waren minder te vinden voor de artrock van Everything Everything . Tja , ergens is er  de mosterdsmaakje van een Foals te proeven door die broeierige , stekelige opbouw met z’n  energieke opstootjes , maar boeien en verrassen deed het allesbehalve. Daarnaast irriteerde de  bevreemdende falset zang en theatrale bewegingen van de zanger .
Everything Everything - Mager Beestje!

Organisatie: Live Nation

Bob Dylan

Bob Dylan - Tamme Dylan

Geschreven door

Omdat wij tonnen respect hebben voor het fenomeen Dylan, omdat de meester een heuse shitload aan schitterende songs en briljante albums heeft gemaakt tijdens zijn indrukwekkende carrière, omdat het (Lou Reed in gedachten) omwille van zijn gezegende leeftijd van 72 wel eens de laatste keer zou kunnen zijn dat we de legende live aan het werk konden zien. Daarom, beste mensen, zijn wij zondag naar Vorst getrokken. Wisten wij veel dat we van een kale reis zouden terugkeren.

Na vanavond vinden wij het toch een beetje eigenaardig dat Dylan steeds verkondigt dat optreden zijn leven is en dat hij er mee zal doorgaan tot op het bittere eind, gewoon omdat dat hetgeen is wat hij het best kan en het liefst doet. Enige vorm van speelplezier viel alleszins niet af te leiden uit zijn apathische houding op het podium, hij gaf een verveelde indruk en werkte zich routinematig doorheen zijn songs, alsof het een verplicht nummertje was.

Bovendien was hij al stipt om 20.00 hr aan de klus begonnen terwijl het publiek nog volop aan het binnenstromen was. Hoe sneller hij er van af was hoe vroeger hij zijn bed in kon, zo leek het wel. Er waren weinig tekenen van emotie of bezieling te bespeuren bij de eens zo bevlogen rasartiest. De gitaar liet hij volledig links liggen en maar sporadisch haalde hij de mondharmonica boven.
Hij nam vrijwel de ganse set plaats achter zijn keyboard en ging af en toe stokstijf voor de microfoon staan.
Ook vocaal zat hij met een hardnekkige kikker in de keel, zijn stem bleek geëvolueerd van die typische nasale en begeesterde reutel naar een eentonige baritongrom waarin nog weinig animo weerklonk. Onsterfelijke songs als “Blowin’ in the Wind” en “Simple twist of Fate” werden ondermeer door die rochelstem de nek omgewrongen. Op de koop toe had hij kennelijk ook nog zijn groep aan banden gelegd, de ongetwijfeld zeer bedreven muzikanten speelden de ganse avond met de handrem op.
Door de sobere opzet van het podium en een zeer povere verlichting viel er visueel weinig te beleven, Dylan was ook letterlijk een schim. Nu, een heuse lichtshow hadden we niet verwacht of gehoopt bij Dylan, hier zou de muziek op zich overtuigend genoeg moeten zijn. Let wel, soms was dit ook zo, maar de begeesterde momenten waren te schaars, toch zeker voor een artiest van dit kaliber. Aangename opflakkeringen in deel één waren het lekker rollende “Duquesne Whistle”, een zinderend “Pay in Blood” en een boeiend “Love Sick” waarmee de ouwe eindelijk op dreef leek te komen. Dan toch, dachten we, maar onze vernieuwde hoop werd algauw terug in de kiem gesmoord toen Bob doodleuk een pauze aankondigde. Pauzes worden wel vaker ingelast bij dergelijke oudjes, maar het blijven dooddoeners voor ieder concert.
Na de koffie (bij dergelijke concerten lijkt een koffiepauze ons meer toepasselijk dan een stormloop op de biertoog, Dylan is al lang geen rock’n’roll meer) waren er enkele bekoorlijke momenten met “Forgetful Heart” en “Scarlet Town”, mooie ballads waarin plots wel een krop emotie kwam bovendrijven. Ook de onvervalste blues “Early Roman Kings” was nog een hartverwarmend hoogtepunt, maar dat was het dan zo een beetje. Het viel ons trouwens op dat Dylan op zijn scherpst klonk in zijn meest recente songs uit ‘Tempest’, een album dat wij nochtans geen hoogvlieger vonden. Het waren dan ook de enige songs die er live beter uitkwamen dan hun studioversie. Over de rest konden we kort zijn : de plaat is beter.

Dylan liet zijn publiek achter met een zweem van vertwijfeling en we merkten in de wandelgangen dan ook weinig enthousiaste reacties op. Doch niemand durfde het echt aan om zich helemaal negatief uit te drukken. De verbouwereerde fans hadden het hier immers over de ontzagwekkende Bob Dylan, en die zou wel eens vanachter hun schouder kunnen meeluisteren om hen vervolgens een genadeloos nekschot toe te dienen. Sommigen vonden het jammer dat Dylan zijn bekendste songs in de kast liet. Daar hadden wij dan weer geen probleem mee, het maakte ons niet uit wat hij speelde (excellente songs genoeg), als hij er maar genoeg geestdrift en passie in zou leggen. Maar daar wrong nu juist het schoentje vanavond, er zat te weinig ziel of begeestering in, het was allemaal een beetje vlak, we zouden zelfs voorzichtig het woord saai in de mond durven nemen.

Geen goed rapport dus, en zeker niet voor iemand die de naam Dylan draagt. Pensioen is een optie.

Organisatie: Gracia Live

Pagina 336 van 498