Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Tame Impala

Spaced out psychedelische trip van Australische Tame Impala

Geschreven door

Tame Impala, een viertal uit Perth, West-Australie, stond eerder deze zomer in de Club op Pukkelpop, en waren in Tourcoing net aan hun Europese tournee begonnen. Deze jonkies brachten in 2008 al een EP uit, maar we moesten tot eerder dit jaar wachten voor hun debuut, het door Dave Fridmann geproduceerde ‘Innerspeaker’. Dave Fridmann ken je misschien al lost-vast lid en producer van zowat elke plaat van Mercury Rev en Flaming Lips.

Tame Impala gooide meteen al zijn troeven op tafel, ze begonnen met de singles “It’s not meant to be” en het op Studio Brussel veel gedraaide “Solitude is bliss”. Veel lef dus, of was het tegendraadsheid, om meteen al met de prijsbeesten uit te pakken. We houden het op een gezonde dosis zelfbewustzijn van deze Aussies: spelen kunnen ze, de drummer mepte de hele show zelfverzekerd op zijn drumkit, en de gitaristen soleerden tegen mekaar op met de vingers in de neus. Waar Wolfmother de mosterd bij seventies hardrock a la Led Zeppelin of Deep Purple haalt, vinden deze kangoeroes de inspiratie tien jaar eerder, bij de psychedelische rock, ergens tussen Beatles, The Who en de Californische West Coast psychedelica, niet in het minst door de ijle stem van Kevin Parker, die klinkt of hij een volledige bollenwinkel van lsd, paddestoelen en spacecake naar binnengewerkt heeft. In ” Lucidity” hoorden we Indische invloeden, terwijl “Sundown Syndrome” wel heel erg tegen “Still raining, still dreaming “ van Jimi Hendrix aanschurkte.
Ook bij de visuals, zoekt Tame Impala het in de zelfde sfeer, beelden van een elektrische oscillator ondersteunden de show van begin tot einde: een groene laser nam vele elliptische en geometrische vormen aan, om uiteindelijk tot een elementaire punt of balk te regresseren. Gelukkig beperkt Tame Impala zich niet enkel tot sixtiespsychedelica, bij momenten wordt er stevig ‘ge-stonerrockt’, en het derde nummer in de set had zelfs iets mee van het Franse Air.

Voor hun volgende albums wordt dat de belangrijkste opgave: hoe kunnen ze hun psychedelisch geluid verder evolueren en interessant houden: vanavond beleefden we een heftig uurtje acid-rock, maar we kunnen ons best voorstellen dat dezelfde formule saai zal worden als Tame Impala een set van twee uur of meer moet invullen. De toekomst zal uitwijzen of Tame Impala kan bevestigen en verder evolueren.
Vanavond bewezen ze dat ze buiten de lijntjes durven kleuren: aankondigen dat ze niet zullen bissen, en dat er niet veel tijd overblijft, waarna ze de set afsluiten met de dansklassieker “Remember me” van Blue Boy en een uitgesponnen jam van boven de tien minuten.
Volgende trip is in de Bota ...

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Sharon Jones

Sharon Jones and the Dap-Kings – Soul Excitement

Geschreven door

Of het uitverkocht was in de Aéronef of niet, kan ik niet met zekerheid zeggen, maar ‘t zal in ieder geval niet veel gescheeld hebben. Heel wat Vlamingen ook, die na de passage van de Kings in Antwerpen vorige week, nu ook naar Lille waren afgezakt.

Heel wat soulmates tussen het publiek, die kennelijk het repertoire van
Sharon Jones uit het hoofd meebrullen, en een stelletje muziekliefhebbers die , met open mond soms, de professionaliteit van the Dap Kings, gadesloegen. The Dap Kings (Brooklyn) zijn de huisband van Daptone records! Dat record label heeft het niet met moderne technieken, maar brengt de meest stampende funk, soul en groove op authentieke ‘vintage’ wijze.
Binky Griptite speelt een beetje gitaar en leidt de band in goede banen. Hij heeft een ietwat arrogant uiterlijk, maar de man speelt vernuftig fijn (Gibson custom) naast tweede gitarist Brenneck. Vele van the Dap Kings lijken zo weggelopen uit een vermuft kantoorgebouw. Jongens, ze zien er niet uit, maar spelen wel de pannen van het dak. Soul tot in hun kleinste teen en meer dan Tina en Aretha samen.

Sharon Jones moet ondertussen de 60 gepasseerd zijn. Je moet moeite doen om haar te zien, want erg groot is ze niet. Gelukkig heeft ze een  klok van een stem en scheurt ze het hele concert van de ene naar de andere kant van het podium. Jagger, eat your heart out!
La Jones werd geboren in Austin, Georgia, niet toevallig het geboortedorp van ene James, die luistert naar de achternaam Brown! Ze leerde de kneepjes van het vak door o.a. samen te werken met The Four Tops en Maceo Parker. Ja, moet ik er een tekeningetje bij maken?

De set was , na een openingsshow in American Style van Binky Griptite, voornamelijk opgebouwd rond het recent uitgebrachte ‘I learned the hard way’ en ‘100 days 100 nights (2007). Jones zingt het fantastische “Window shopping” en gaat niet even, maar anderhalf uur lang volledig uit de bol.
Toeschouwers worden uit het publiek getild om een rondje met haar te flirten, de blazersectie met Dave Guy (trompet) voorop toont wat ze waard is! Het is ook en vooral Ian Hendrickson-Smith (Bariton sax) die de sfeer bepaalt in het matige ‘I still be true’. De blazerssectie was ook actief als begeleidingsband van zij die het moeilijk heeft om suiker te onderscheiden van iets anders, ene Amy Winehouse.
The Dap Kings zijn voor Motownadepten een absolute aanrader! Het is en blijft immers wel een Amerikaans gebeuren. Het ‘The show must go on’- gevoel overheerst af en toe, en opnieuw gaat voorganger Benky ter afronding nog maar eens zijn band voorstellen. Hierbij vergeet hij uiteraard niet om iedereen langs de merchandising te laten passeren… “I’m not gonna cry” wordt de afsluiter, na het al even fantastische “I learned the hard way”.

De Aéronef en de hele inhoud was getuige van een magistraal concert. Ik ben nog vergeten dat het voorprogramma bestond uit een deejayset van
DJ Joe Tex and Brother Jam en de bijhorende halve liters (kro ou grim?) geestrijk vocht. Ideale opwarmer!

Leden: Sharon Jones (Vocals)
The Dap Kings are: Homer Steinweiss (Drums), Binky Griptite (Guitar), Bugaloo Velez (Congas), Dave Guy (Trumpet), Tommy 'TNT' Brenneck (Guitar), Bosco Mann (Bass), Neal Sugarman (Tenor), Ian Hendrickson-Smith (Baritone)

Organisatie: Aéronef, Lille

Hurts

‘Hip’ en ‘Hurt’ songs – Hurt

Geschreven door

Eén van de opkomende bandjes is het Engelse duo Hurts, die de sfeer van synthpop en onderkoelde electropop ademen met een vleugje bombast en kitsch. Op die manier zijn ze onmiskenbaar verbonden aan de ‘new romantics’, ‘the youngsters’ na de eerste wavegolf begin jaren ‘80. Invloeden van The Human League, Spandau Ballet, A flock of seagulls, Haircut 100 en Heaven 17, maar vooral ABC en de Pet Shop Boys halen we voor de geest.

Stijlvol en – vast klinkt de muziek op hun debuut ‘Happiness’, die eigenlijk bol staat van weemoedige, donkere muziek, en af en toe een lichtpuntje biedt in een hoopvolle tunnel …
De zwaar georkestreerde partijen en de melodramatiek neigt naar een musicalfestijn ten tijde van Ultravox, Murry Head, Gazebo en Army of lovers, want beelden van getormenteerde ballerina’s flitsen ons voorbij.
De zang van Theo Hutchcraft kan niet omheen Pet Shop Boy Neil Tennant, Brandon Flowers (The Killers) en (ex) Take That-er Robbie Williams.
Het duo slaagde er al in twee venijnige pakkende popsongs te schrijven, het sfeervol innemende “Wonderful life” en het emotievol dansbare “Better than love”. Wat ervoor zorgde dat de ticketverkoop snel liep en het concert was uitverkocht. En met nog maar 1 plaat uit staan ze volgend jaar in de AB …
De heren waren netjes gecoiffeerd en stijlvol gekleed. We zagen een rits elektronica- apparatuur, een piano, drums, een stokstijf staande backing vocalist, die de dramatiek beklemtoonde, én Hutchcraft, in het begin van elke song netjes de knopen van z’n kostumm aan het dichtdoen en dan de handen gekruist, die over een diep indringende fluwelen stem beschikte.
Op Pukkelpop wisten ze ons nog niet meteen te raken, maar na vanavond kunnen we terecht zeggen dat het duo, live met vijf, er goed vanaf kwam en variatie trachtte te brengen in hun onderkoeld materiaal door de logge, slepende, soms diep dreunende elektronicabeats, de opbouwende gevoelige pianopartijen en pittige ‘discotheka’ muziek. Melig, glamour, glitter, jawel, maar eentje met finesse, subtiliteit, schoonheid, uitermate gedistingeerd, en met een donker, elegant randje. De eerste songs “Unspoken” en “Silver lining” waren de aanzet en vormden het toonbeeld, na een klassieke ‘ouverture’.
De rijen jonge dames vooraan hadden hier hun eerste schoolbal; ze hadden een aangepaste avondkledij of outfit aan voor deze Hurts gelegenheid. De huidige single “Wonderful life”, al vroeg in de set, werd warm onthaald, en kreeg naar het eind enkele krachtige exploderende beats. Plaats kwam vrij voor enkele ‘lovehurts’ hartbrekende songs waaronder het ingetogen “Blood, tears, & gold” en “Evelyn”, die aardig wat fijne geluidjes kregen en de glamourpastiche benadrukten. Op “Sunday” ging het er zwierig en dynamisch aan toe, wat ze herhaalden met de doorbraaksingle “Better than love”, die door de intrigerende beats en de flashy stroboscoops aanstekelijk inwerkte op de dansspieren. Tussen de twee songs hoorden we eerder verlatingssongs als het huiveringwekkende “Stay” en “Verona”, waarbij de backing vocalist klassiek hoog uithaalde, en het meeslepende “Devotion”, waarbij rozen werden uitgedeeld. Typische eighties en lagen bombast. “Confide in me”, op plaat met Kylie, en “Illuminated” droegen een mindere last op de schouders.

Op de tunes van 007 James Bond verlieten de heren één voor één de stage. Ze zullen evenveel fans als haters hebben … voor de enen heerlijk wegdromende synthpopsongs, voor de anderen gaat het over het randje van de goede smaak … Ondanks het knipogende plagiaat, was het duidelijk dat Hurts hip is en voor ‘Hurt’ songs stond …

Support was Grand Stereo, die zowel roots in Glasgow als in Brussel heeft. Het kwintet debuteert met vloeiende melodieuze poprock overgoten van een vleugje elektronica. Goed onderbouwde songs, die misschien niet direct verrassen; maar we hoorden een band, die live wel standvastig klonk en over twee vocalisten beschikte, die elkaar mooi aanvulden.

Organisatie: Botanique, Brussel

Shining (Norway)

Shining (No), Drums Are For Parades (Be) en Pontiak (US) – ‘Halloween Killer Rabbit Night’ - overgoten met een blackjazz-sausje

Shining, Drums are for parades en Pontiak
Aan de vooravond van Halloween reden we richting 4AD in Diksmuide, getriggerd door de schitterende affiche met als hoofdact het Noorse Shining.

De drie broers Carney van Pontiak mochten de avond op gang trekken. Ze zagen eruit als de bastaardzonen van singer/songwriter Bonnie Prince Billy, maar verder hielden daar alle muzikale vergelijkingen op. Het trio grossierde voornamelijk in psychedelische rock, indie rock en stoner. Jammer genoeg waren de gezapige en lome songs niet bijzonder origineel en hadden ze te weinig spannende weerhaken om ons veertig minuten te boeien. Dat kwam vooral door de monotone zanglijnen, saai getokkel en het ontbreken van een deftige dynamiek.
Hun sound was een slap aftreksel van groepen als Black Mountain, Dead Meadow, Sleepy Sun, The Black Angels en Archie Bronson Outfit. Alleen hebben vernoemde acts wel interessant en kwalitatief hoogstaand songmateriaal. Weinig aanwezigen liepen warm voor dit matig vertoon. Een gemiste kans...

“Time for something completely different” (© Monty Python). Gelukkig deed Drums Are For Parades ons deze slappe, inspiratieloze vertoning van Pontiak vlug vergeten. De broers Wim (guitar, vocals) en Geert Reygaert (guitar) vormen samen met Piet Dierickx (drums, vocals) sinds mei 2007 een hecht drietal dat vanuit hun thuisbasis Gent stilaan de wereld aan het veroveren is. De ‘Gentse Melvins’ deelden sindsdien het podium met oa. Saviours, Black Cobra, Amen Ra, Hitch, Vandal X… Fan van het eerste uur is niemand minder dan Chris Goss (frontman van Masters of Reality en bezieler van Kyuss & Queens of The StoneAge): ze kregen hierdoor het voorrecht om het voorprogramma van Masters Of Reality te verzorgen toen deze tijdens hun Europese tournee hun thuisstad Gent aandeden in de Vooruit. Vorige zomer kon je DAFP op meerdere festivals live aan het werk zien (Dour, Pukkelpop, Sziget Festival in Boedapest, Leffingeleuren, …) en ze raakten ook bevriend met hoofdact Shining waarvoor ze al enkele tournees de ideale support waren.
Nu ook in de 4AD dus, waar ze al van bij de start ongemeen hard tekeer gingen. Opener “I’m the princess, you’re the woods” greep het publiek direct bij de keel, zoals de ‘Killer Rabbit’ (tevens hun logo) in de Monty Python-sketch, om het daarna nooit meer los te laten. Songs (“The Law”, “I’m not who you think we are”, “Boy was in the death room”, …) van hun recent uitgebrachte CD ‘Master’ werden afgewisseld met songs (“Goatfire Queens”, “Thumbsucker”, “Faking”, “Keep”) uit hun debuut-EP ‘Artificial Sacrificial Darkness in The Temple of The Damned’. Wim Reygaert (inclusief moordende Halloween killerblik) produceerde aan de lopende band power-riffs (cf. Tommy Victor van Prong) met een volume om U tegen te zeggen, terwijl Piet Dierickx regelmatig drumsalvo’s afschoot met een tempo dat zelfs de American Forces niet kunnen bijbenen (denk aan een kruising tussen Animal van The Muppets in een kwade bui en Dave Grohl onder invloed van teveel ‘pots of coffee’) en broer Geert ervoor zorgde dat het niet uit de hand zou lopen op het podium.
In hun unieke stijl werden de aanwezige fans aan de ene kant loeihard en met de nodige tempowisselingen agressief heen en weer geschud en aan de andere kant ook groovy en melodieus heen-en-weer gewiegd in ware boogy-woogy style. Variatie troef dus! Er werd afgesloten met het magistrale “Opium Den Idiot Check” (DAFP werd hierbij geflankeerd door 2 Noren van Shining, waaronder frontman en multi-instrumentalist Jørgen Munkeby). Deze laatste haalde alles uit zijn borstkast om met zijn saxofoon nog een extra dimensie toe te voegen aan deze grootse finale.
De set van dit power –trio stond als een kathedraal! DAFP zijn uniek en aan de reacties in het publiek te zien en te horen zeker geen sant in eigen land! Pure klasse van eigen bodem! Men was terdege opgewarmd voor de headliner van de avond.

Het Noorse kwintet Shining (niet te verwarren met de Zweedse naamgenoot), zorgden voor de definitieve knock-out van de avond. Met hun jongste, vijfde album ‘Blackjazz’ (2010), creëerden ze een verbazingwekkend muzikaal universum, dat wereldwijd op laaiend enthousiaste reacties mocht rekenen. Hun avontuurlijke fusie tussen metal, progrock, electronica, industrial, noise en freejazz sloeg in als een bom en was van ongekende klasse. Vergelijkingen met andere bands zijn niet voor de hand liggend maar hier toch enkele referenties: John Zorn/Naked City, Zu, Yakuza, Ministry, Buckethead, King Crimson, Secret Chiefs 3, Zappa, Dream Theater, jazzgiganten Ornette Coleman en John Coltrane. Een aanrader dus voor wie de grens tussen waanzin en genialiteit weet te waarderen.
Ze startten hun imponerend en ziedende concert met een lange, donkere drone die het dichtst aanleunt bij 'The Armaggedon Concerto'. Het anderhalf uur durend werkstuk, dat ze in 2008 samen met de Noorse progressieve black metal band Enslaved componeerden, en die raakvlakken hadden met het zware werk van Sunn O)), Earth en de avant-garde jazz van grootmeester/saxofonist John Coltrane.
Vervolgens werd het weergaloze, mechanische “Fisheye” zonder pardon de zaal ingeslingerd. De hyperkinetische, jagende sax en Akai EWI (een soort van elektrische klarinet) van multi-instrumentalist en showbeest Jørgen Munkeby, bovenop de flink overstuurde, vernietigende gitaren en complexe onnavolgbare synths van Bernt Moen, zorgden voor een uppercut van jewelste.
Met de smerige en donderende industrial metal van “The madness and the damage done” werd ons geen ademruimte toegestaan. Dit was headbangen met intellectuele precisie en technisch bijzonder hoogstaand uitgevoerd. Het publiek genoot met volle teugen van het muzikale vakmanschap van de heren en ging compleet uit de bol.
Met het moordende en broeierigeExit sun”  werd de volgende voltreffer uitgedeeld en waren we getuige van een uit zijn voegen barstende kakofonie, zonder in een chaos te verzanden. Definitely not easy listening!
Het oudje “In the kingdom of kitsch you will be a monster” (leuke titel) was iets conventioneler van structuur en zo konden we even naar adem happen.
Maar de pauze was van korte duur want met “Healter skelter”, niet ter verwarren met de gelijknamige Beatles-song, werden we onherroepelijk terug wakker geschud. Bij dit monsternummer werden vooral de jazzinvloeden op de voorgrond geplaatst. De snelle, repetitieve saxofoonpartijen, gecombineerd met het geraffineerde en soepele drumwerk van Torstein Lofthus (samen met Munkeby, het enige originele lid), het betere gitaarwerk van Even Helte Hermansen en de virtuoze, complexe baspatronen van Tor Egil Kreken was een uitbarsting van strak afgelijnd en gecoördineerd geweld.
De vaste uitsmijter van dit fabuleus en buitensporig optreden was de loeiharde, intense en vinnige cover van het prognummer bij uitstek “21st century schizoid man” van King Crimson. Hier ging het vijftal volledig loos op hun instrumenten en zetten ze een verbluffende en indringende versie neer van deze classic.
Enig minpunt was dat het na een klein uurtje al afgelopen was. Het mocht zeker wat langer duren...

Shining is ongetwijfeld één van de bands van 2010 en met deze memorabele en krachtige performance onderstreepten ze dit nogmaals. Hier waren we getuige van vijf muzikanten die op het toppunt van hun kunnen zijn en waarvoor een beloftevolle toekomst is weggelegd. Shining serveerde ons een zeldzaam geproefd maar overheerlijk blackjazz-sausje dat naar meer smaakt!!

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Krs-One

KRS-One The Gospel of Hip Hop Tour - Real Hip Hop is over here !

KRS-One mag gerust als een legende binnen het hip hop wereldje bestempeld worden. Democrazy slaagde er in hem met ‘The Gospel of Hip Hop Tour’ naar de Concertzaal van de Vooruit te krijgen. Hij wordt daarbij bijgestaan door de onnavolgbare Supernatural.

KRS-One, geboren als Lawrence Kris Parker in 1965 te Brooklyn, startte in 1984 met Scott La Rock, Levi167 en MC Quality onder de naam Scott La Rock and the Celebrity Three. Hun eerste werk kreeg de titel ‘Advance’. In tegenstelling met de andere rappers uit die tijd handelden de nummers niet over auto’s, alcohol of bling, maar rapten ze ondermeer tegen de nucleaire oorlog. In 1987 bleven enkel KRS-One en Scott La Rock over en ze richtten Boogie Down Productions op. Hun debuut ‘Criminal Minded’ was veel rauwer en de teksten waren vuilgebekt. Muzikaal gooiden ze zware Jamaicaanse reggae doorheen hun hip hop. Dat zelfde jaar werd Scott La Roch echter vermoord, toen hij een ruzie in de Bronx probeerde op te lossen.
Als reactie hierop wordt het werk van Boogie Down Productions en KRS-One meer politiek getint. KRS-One krijgt de bijnaam The Teacha als hij lezingen in scholen over religie, politiek en geweld geeft en hij de Stop The Violence Movement opricht. In 1993 zingt KRS-One “It’s da sound of da police!” op zijn eerste soloplaat. Het werd een klassieker die gegarandeerd ook in de Vooruit zal mee gezongen worden.

Zoals aangekondigd laat KRS-One zich tijdens deze ‘The Gospel of Hip Hop Tour’ vergezellen door Supernatural, the king van de freestyle rap. Hij startte zijn carrière in 1981 met wedstrijden op de schoolpleinen in zijn thuisstad Marion, Indiana. In 1989 verhuisde hij naar New York. In 1993 won hij de New Music Seminar MC Battle For World Supremacy. Tijdens een radioshow op KISS FM ging Supernat samenwerken met KRS One, wat de single “Buddha Blessed It” opleverde. Zijn status als één van de grootste freestylers in de wereld bevestigde hij door het wereldrecord voor de langste freestyle te breken. Maar liefst 9 uur en 10 minuten rapte hij aan elkaar.

De combinatie KRS-One en Supernatural maakte natuurlijk dat mijn verwachtingen hoog waren gespannen. Maar eerst werd de zaal opgewarmd door de beats van de onnavolgbare Grazzhoppa en Menno en een optreden van het Brugse Nuff Said.

Nuff Said uit Brugge bestaat uit M.C.’s Senz en No Exp. en DJ Sincere. Hun debuut ‘Regenesis’ kwam in 2007 uit op ‘Me vs Eye Records’ en handelt over persoonlijke ervaringen van de bandleden en eert de lokale hiphopscene. In 2010 brachten ze hun tweede album ‘Vis Viva’ uit.
In de Vooruit bracht Nuff Said vloeiende, energieke old skool hiphop ten berde. Senz en No Exp. zijn excellent in het aan elkaar rijmen van woorden. Muzikaal balanceert Nuff Said tussen het echte old skoolgeluid en de nieuwe hip hop. Ze zijn ook niet te beroerd om er een live saxofoon tussen te werpen. In de Vooruit had het muzikale net wat harden mogen staan tegenover de M.C.’s, maar toch een Belgische hip hopband waar we trots op mogen zijn.

Dan was het de beurt aan KRS-One en vanaf het eerste ogenblik bleek dat het geluid deze keer niet te stil zou staan. Louder waren de woorden van DJ Kenny en ook bij het opkomen van de master himself brulde KRS-One “turn this up” en “louder”. De Concertzaal zou heel wat te verduren krijgen deze avond.
KRS-One startte zijn ‘The Gospel of Hip Hop Tour’ met wat hij uiteindelijk zou eindigen, één lange medley van klassiekers doorspekt met freestyle. Real hip hopsongs “South Bronx”, “The Bridge is Over”, “Real hip hop is over here”, “Sound of the police” en “The M.C.” volgden elkaar aan ijltempo op. Ondertussen liet KRS-One zich ook ontvallen dat dit een feestje was waarbij hij toch wat reactie van het publiek verwachtte. De Vooruit liet dan ook zich niet kennen.
Al heel vlug haalde KRS-One freestyle king Supernatural erbij die de zaal direct verbaasde met een reeks freestyle raps en spelletjes zoals “The 3 M.C.’s” waarbij ondermeer Busta Rhymes en Notorious Big de revue passeerden. Ook de history of hip hop werd boven gehaald, waarna de commerciële MTV-rappers door het slijk werden gehaald. Real hip hop is over here!
Een persoonlijk hoogtepunt van de avond was de oproep van KRS-One aan de breakdance boys en girls in de zaal om zich naar het podium te begeven. De Vooruit was blijkbaar met heel wat talent gezegende dames en heren en die gaven op het podium tijdens de beats en raps het beste van zichzelf.
Achteraf bleek Kenny, zoals KRS-One hem bleef toeschreeuwen, nog een extra niveau aan de volumeknop te hebben gevonden. De reggae- tot dubstep beats deden de zaal daveren en nepen zowaar je keel toe. KRS-One ging verder met zijn medley met jonger werk zoals “Kill a rapper” van ‘Hip hoplives’ uit 2007. Achteraf verbaasde Supernatural de zaal nog met de Freestyle abouw anything, waarbij hij rapte over alles wat hem voorgeschoteld werd, een sinaasappel, een sjaal, een pet, een zakje weet, 5 €, het inkomticket, een identiteitskaart, etc. waarmee hij zijn titel als freestyle king bevestigde.

Dit daverende hip hopfeestje gevuld met klassiekers duurde zowat 2 uur en verveelde geen seconde. KRS-One maakte het luid en duidelijk, real hip hop is over here !!

After party KRS-One - Afrika Hi-Tech – Ambient-guru herontdekt dansvloer
Mark Pritchard is een man die al vele aliassen heeft gehad, maar toch meestal in de hoek van de ambient, met schitterende projecten als Global Communication en Reload die echter nooit buiten een kleine kring van muziekliefhebbers een podium wist te vinden. Met zijn nieuwe project dat hij samen met Steve Spacek, uiterlijk een soort cyber-George Clinton, opgezet heeft, heeft hij blijkbaar de bedoeling zijn bredere muzikale invloeden door de mangel te halen en met iets nieuws te komen. Volgens het alter dat ze dragen en de eerste Hitecherous EP zou het dus allemaal behoorlijk spaced-out moeten klinken, maar net dat laatste onbrak er een beetje aan. In zijn nieuwe plaat zijn reggae- hip-hop- net zo goed als abstract elektronica een even bruikbaar element om tot ja zullen we maar zeggen beats voor de éénentwintigste eeuw te komen.
Voor mij gaat het nog altijd eerder in de richting van huiskamer-wizards als Mr. Scruff en soortgelijke geeks en labels. Space blijft nog altijd out there.
Het resultaat mochten we horen op de afterparty van KRS-one, wat nogal zijn invloed had op het publiek, dat dus uit feestende hiphoppers bestond die ook maar eerder per ongeluk op het concert waren blijven plakken. Niet al te veel volk meer en dus ruimte op de dansvloer, maar dat alles in een heel ontspannen sfeer.
Qua aankleding vonden ze het leuk oude muziekvideo’s genre ‘Walk This Way’ van Run DMC te spelen. Vooral heel erg foute kledij uit de vermaledijde jaren 80. Tijd genoeg voor een babbel terwijl je de beats opzoog en er was werkelijk alles voorhanden om voor een leuk feestje te zorgen.
Daarbij was het  wel niet zo duidelijk wat nu hun eigen nummers en wat flarden andere nummers waren en wat ze er DJ-gewijs mee uitspookten. Volledig instrumentaal nagenoeg en behoorlijk abstract soms maar verdomd dansbaar. Deze kerels putten uit een wel heel erg ruime platencollectie is zo mijn aanvoelen. Het was goed toen we tegen halfvier alweer het bed opzochten.

Organisatie: Democrazy, Gent

HEALTH

Health - galmende terreurnoise

Geschreven door

Na het concert van Health was het besluit … Muziek als fysieke loutering en beproeving opgevangen door een toffe locatie. Inderdaad, als je er de muziek van het LA afkomstige jonge Health op nahoudt, dan begeven we ons op het (gladde) ijs van de avantgarde scene die beweegt tussen de lijn van Swans, Fugazi, Liars en Wavves. Diverse lagen pop, lofi rock, punk, noise, shoegaze, surf, psychedelica en hardcore vloeien in elkaar over. In die overwaaiende rockende indie is er ruimte voor subtiliteit en finesse door knappe melodielijnen. Die aparte sound is omschreven als ‘nofi’ … experiment, creativiteit en melodie die bij Health omgeven wordt door hemels zweverige vocals.
De locatie dan: Péniche du Pianiste, een mooi gerestaureerde boot aan de muzikale oevers van … in Lille … én een podium, 5m2 … een nauw contact tussen band – publiek en het publiek onderling …
Een intense beleving van 50 minuten … overweldigende, overdonderende brouwsels van songs in een concert dat welgeteld even lang duurde als de rit naar de fijne locatie …

Het kwartet ging volledig op in de zwierig, ontstemd klinkende gitaren en goochelde aan de versterkers, knoppen en pedaaleffects. Over ons heen waaide een golf van distortion, fuzz en galmende stemvervorming, met als rode draad strakke, gortdroge drums en een opzwepend tromgeroffel. De bassist, met de lang wapperende haren, boog diverse keren over de rits effects heen en zwaaide met het ganse lichaam heen en weer … het beeld van een zeeziek man?! …
Het eerste kwartier was totally weird met songs als “In heat”, “Nice girls” en “Death +”; een ontketend kwartet dat een even ontketende, ontspoorde noisy sound bracht op het kleine podium; ze minderden even wat vaart, klonken ietwat gematigder en hadden oog voor de melodieuze ritmiek. Het zweverige geluid van “Die low”, het opbouwende “In violet” en het melodieus rockende “We are water” drongen door en we konden even op adem komen, daarna lieten ze het nog eens des duivels ontbinden en lekker ontaarden in noisy explosies, onverwachtse wendingen en een dosis experimenteerdrift. Met een bis van wegeteld 30 seconden …

Kortom, galmende terreurnoise die je verdwaasd achterliet … Kan Health je gezondheid schaden?!

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ikv Ground Zero Fest)

Yeasayer

De muzikale speeltjestuin van Yeasayer

Geschreven door

 

Het is altijd spannend, concerten van bands die experimentele muziek voortbrengen. Het durft wel vaker te gebeuren dat op het podium een kliederboeltje ontstaat, waarin alle gewaagde instrumenten afbreuk doen aan elkaars geluid. Tja, we hebben het hier ook over het Brooklyn, NYse Yeasayer

Maar vanaf het eerste nummer, het vrij bekende maar daarom niet minder goede “Madder Red”, wordt meteen duidelijk dat deze jongens hun mix van indie en psychedelische rock perfect beheersen en instrumentaal van een fantastische harmonie kaas hebben gegeten. Het ontbreekt hen niet aan gedurfde gelaagdheid; hoge en lage stemmen die op het eerste zicht een rare combinatie vormen, voegen een lekker pittig detail toe aan de muziek.
Na hun hit volgen de iets minder gekende pareltjes van hun tweede album, ‘Odd Blood’. Rustige meewiegers zoals “Strange Reunions” en “Grizelda”, die iets meer de folktoer opgaan, krijgen de hele zaal stil. Gelukkig bewijzen ze daarna algauw opnieuw hun veelzedigheid met “Rome”, waarin er duidelijke invloed is geweest van de Talking Heads. Teruggrijpen naar oude helden en er je eigen toets aan toevoegen? Geweldig idee! Ook “Mondegreen”, dat er een stuk harder aan toegaat en de zaal niet minder opzweept, valt zeker in de smaak .
Toch zijn de hoogtepunten zonder meer “O.N.E.”, waarbij een gevoel van nostalgie je omklemt en niet meer loslaat. Er volgt een langgerekte versie, waarbij de woorden stuk voor stuk door alleman wordt meegezongen. Verder is ook “Ambling Alp” een schot in de roos, omdat dit dan weer zorgt voor het vrolijke gevoel waarmee we graag allen naar huis vertrekken.

Het is dan ook fijn als uiteindelijk blijkt dat dit toch niet het laatste nummer is, en we nog toemaatjes krijgen als “The Children”, waarin er gespeeld wordt met stemvervormingen. Dat valt een leuk experimentje te noemen, maar iedereen haalt opgelucht adem als het einde voor “2080” weggelegd is – oef, toch nog een dijk van een lied uit ‘All hour Cymbals’, het eerste album. Het enige minpuntje is de relatief korte duur van het concert, dat een klein uurtje mag genoemd worden. En dat terwijl deze mannen van Brooklyn nog zo’n heerlijk oeuvre hadden om nog eindeloos uit te putten. Ja, jammer dat al dit verrukkelijk geluid ooit moest ophouden.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

 

Level 42

Een Radio Nostalgisch Level van Level 42

Geschreven door

Op een groot doek in de AB hing ‘Level 42 1980 – 2010 Friends For 30 Years’ met een ganse reeks ‘42’ labels. Het Britse sympathieke vijftal van de tandem Mark King (basvirtuoos/zang) en Mike Lindup (zang /toetsen/synths) vormde de ‘garden party’ of het ideale openlucht aperitief concert door de frisse groove van hun soul/jazz funkende popdance.
Level 42 was een productionele machine die hits hadden die niet op 1 hand te tellen waren. Maar stilletjes aan doofde de kaars, o.m. door het overlijden van één van de bandleden, werden ze voorbij gehold door een nieuwe generatie en geraakten ze op non-actief. Dertig jaar na hun debuut vond Level 42 het tijd om hun kenmerkend geolied funkend geluid van onder het stof te halen … “We’re gonna play the old songs for you, ‘cause we don’t have any new one” … glimlachte King breed. Op die manier wist een goed gevulde AB waarvoor ze kwamen … een avondje Radio Nostalgie …

Op het podium zagen we een imposante reeks synths, toetsen, percussie en fonkelden lichtjes op de arm van de basgitaar van Mark King. Een vleugje glitter misstond dus niet. Aangevuld met een tweede gitarist en een saxofonist tuimelden we in hun dwingende funkende lifestyle music van de 80ies. Meteen was het raak met de trippende, huppelende ritmes en grooves van “Hot water”, één van hun succesvolste dansnummers; op het podium waagden de leden, net als het publiek, zich aan de eerste danspasjes. Het basgetokkel, de twinkelende synths en de opzwepende drums klonken goed door. Daarna volgde de lichte swing van “Dream crazy” en “World machine” die deed mijmeren naar de hightime van het IJslandse Mezzoforte en het Deense Laid Back. Knus konden we wegdromen op het strand in het uiterst sfeervol gehouden “To be with you again”, uit de succesvolle ‘Running in the family’ plaat. Net op tijd waaide het zand op met de aanstekelijke, zwierige titelsong.
Zoals je merkt, hoorden we een gevarieerde set van Level 42; fijne, zachte, dromerige popsongs als “Kansas city milkman” en “It’s over” wisselden ze af met herkenbare golvende danstunes van de stokoude “Almost there” en “Starchild” uit ’81, die gerust met Prince konden gelinkt worden. Naast het doortastende bepalende basspel van King leverde de emotievolle zang van King, aangevuld met de falsetstem van Lindup, een belangvolle bijdrage.
Ze schuwden binnen de hitpotentie enige alternatieve trekjes niet; ze haalden het instrumentale “43” aan, die eerst zalvend klonk, maar dan meer opgefokt werd door elektronische percussie en een drumsolo.
Het kwintet bracht een schitterende finale met treffende (discotheek) klassiekers, het zomerse “Sun goes down” , waarbij het refrein luidkeels werd meegezongen, en een bruisende fusion van hitsende funkende pop en elektronica op “Something about you” en “Lessons in love”. In de bis hoorden we twee uitgesponnen versies van “Heaven in my hands (love games)” en “Chinese ways”, een soort perpetuum mobile, leuk, dynamisch, en dansbaar ...

Level 42 is het speelplezier nog niet verloren, serveerde en entertainde z’n publiek voor wat het gekomen was … een avondje pure nostalgie die de discotheek sfeer van weleer ademde. Mooi toch?!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie; Ancienne Belgique, Brussel

Arno

Arno - Brusselse crevette à la Européenne

Geschreven door

Er zijn van die zekerheden. Neem nu Arno bijvoorbeeld: Oostendenaar, Brusselaar, Europeaan. In taal, in gevoel, in muziek en in boodschap. De zestiger blijft verbazen. Niet meer op een podium, want dat beest laat hij al veertig jaar los. Met zijn jongsteling en themawerk ‘Arnobrusseld’ op een klein label stapte hij alweer een eind verder.

In zijn Brusselse vijfzalentoernee eind oktober die erop volgde transformeerde hij in de Van Rompuy van de muziek. Herman had het moeten zien. En Bart (De Wever) ook.
Ja, Arno is een socialist, in hart en lever. Nee, dat steekt hij niet onder vaten en tafels, maar wat hij in zijn Brusselse tournee (onder de noemer  ‘Allez Allez Circulez’) tussen zijn songs in viertalige (?) intermezzo’s over het publiek uit spoog was duidelijk: ,We zittn in die Scheisse in Belgium’. De hele avond geen jota taalkundig correct, maar o zo communicatief juist.
Maar Arno is vooral muziek. Live muziek. Rauw en hard ooit, steeds meer be- en doorleefd. Muziek en zwans en zever. Een poging tot reconstructie van een innige, doordringende en hilarische balladische rockavond in de Vk* in Molenbeek.
Stipt negen uur. De band, op kop ‘good old friend and chap’ Serge Feys – een man van dezelfde oorlogen als Arno Hintjens himself – zet in. “Zing eens een liedje”, klinkt het in de zaal. Geen gezang. De muzikanten warmen op om ‘de vedette van vanavond’ (sic) zijn Brussel te laten bezingen en bestoefen. Fanfaren, circus, orgel: “Mademoiselle” laat Arno met cimbalen zwaaien en gooien. “’k Ben content dat iedereen betaald èt”. The man in black zwanst en zevert. The man in black is Arno. Zoals Arno is.
Na “God Save” gaat hij zitten. De momenten waarop hij die avond altijd gaat vertellen, soms wauwelen. Op een houten caféstoel. Bij en tussen zijn Brusselaars. Over zijn Brusselaars. En zijn geliefden. Of is dat tweemaal hetzelfde? Nee, over zijn zoon dit keer. Die ooit verliefd was. “Il y a plus de femmes que des Chinois”, waarschuwde hij zijn nageslacht toen. “Mais, il est guéri”.
Het geluidgeweld maakt bij Arno steeds meer plaats voor de schurende intimiteit van de ballades. En zelfs zonder de verkrachtingsklappinge vooraf over de “dikke tettn” van zijn grootmoeder. “Tout les mecs cherchent une femme comme leurs grand-mère. Ik heb veel van haar geleerd”, voegde hij zelfs bijna subtiel eraan toe. “Lola” moet een machtige vrouw geweest zijn als je er zo’n ode over kunt componeren en neerzetten.
Blues bleef erin, net als verhalen van Brusselaars: kleurrijk, soms gevaarlijk, soms liederlijk. “Ca monte” (over de Rus met de frieten, de Berberjohnny in zijn cabrio en de manège die draaide: “Tiens, c’est Bruxelles”)en “Ratata” liepen vrolijk verder tot hij de rockknok opendraaide met “Black Dog Day”, een plaat die vooruit wil en wou en ook gaat en ging.
Zijn tantes betraden - woordelijk dan toch – het podium in “Quelqu’un a touché ma femme”. Een tristesse die Arno als weinig ander op een podium kan uitsmeren. Direct erna naar de zaalverantwoordelijke roepende: “Da trekt hier. Subiet zijn mijn kloten erwtjes”.
“You can fool some people some time, but you cannot fool all the people all the time”. Hoe toepasselijk voor zijn scheisseboodschap over de Belgische politiek, als intro op de knappe cover van Bob Marley. De slapende Belgische politiek moest het ontgelden. Op zijn Arno’s.
”Without you” ging opzwepend verder, voorbereidend op de decibels van “Françoise”, “Je veux nager”, “Olalala” en “Putain”. “Merci Bruxelles, merci les Wallons et les Flamands”, spuwde hij ertussen. De Balkanversie van “Olala” was verrassend, al was hij teasend begonnen. Het trekorgel en de synthesiser doopten het nog universeler. Tijdens “Putain” stelde hij zijn ‘universele’ band voor: Mirko Banovic, Sabrina (met Marokkaanse roots) als Arabische tint, Duitser Philip Weies en de Feys natuurlijk. En daarna ging het nog kort crescendo, eindigend met de Europese hymne.

“Ach, ik spreek geen Latijn. Ik heb Moderne gevolgd. Après nous les mouches, vive les moules! Trekt op met die visbak”. En Feys deed het. Voor de apotheose van de hoofdpla: Brusselse crevette à la Européenne.
“Les yeux de ma mère” was een vlug volgend bis. Niet zo intens als we ooit meemaakten, maar het blijft een pakkend nummer. “Les Filles du Bord du mer” sloot af. En grandeur. Et profondeur. Herman en Bart hadden het moeten zien !

Playlist 1. Brussels 2. Mademoiselle 3. God Save 4. Elle pense quand elle danse 5. Meet the freaks 6. See-Line 7. Lola 8. Ca monte 9. Ratata 10. Black Dog Day 11. Quelqu’un a touché à ma femme 12. Rock Damnout 13. Watch out boy 14. Get up, stand up 15. With You 16. Françoise 17. Je Veux Nager 18. Olalala 19. Putain Putain 20. Dans les yeux de ma Mère 21. Les filles du bord du mer

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Liars

Liars - subtiel en weird probleemloos naast elkaar

Geschreven door

Het NY se Liars manifesteert zich binnen de avantgarde scène en is binnen de middens een paradepaardje. Het eigenzinnig combo, intussen tot een kwintet uitgegroeid, haalt ritme en melodie door een mallemolen, schuwt een dosis alternatief en experiment niet en geeft de songstructuur een onverwachtse en verrassende, bizarre push … Een interessante, boeiende dolgedraaide boel met oog voor subtiliteit en finesse, gedragen door een bezwerende, hemelse, zoemende praatzang en screams. Hun stijlen van rock, wave, noise en psychedelica zijn vernuftig, gewaagd, avontuurlijk, tegendraads én gestoord! Hun (donkere, filmische) sound kan alle richtingen uitgaan en wordt bepaald door repetitieve drumritmes, vervormde gitaarloops en elektronica. Liars houdt (oude) vrienden als Swans, PIL, Gang of Four, A Certain Ratio, Einstürzende Neubauten, The Birthday Party, The Fall, Killing Joke en Sonic Youth hoog in het vaandel.

In hun uur durende set putten ze uit de cd’s ‘Drum’s not dead’, ‘Liars’ en het recent verschenen ‘Sisterworld’. Meteen werden we ondergedompeld in die unieke muzikale wereld door de trance van “Its all blooming now Mr Heart Attack” en de geschifte ritmes van “Scarecrows on a killing slant”. Af en toe konden we op adem komen en werd wat gas teruggenomen door de slepende en bezwerende tunes van songs als “No barrier fun” en “It fit when I was a kid”. Maar de huiveringwekkende sound van donker dreigende repetitieve ritmes, die plots explodeerde in krachtige, soms weirde noiserock overheerste, ondersteund van een acapella zang en galmzang; “I still can see an outside world” en vooral “Scissor” leken op een gitzwarte mis waar Sunn O)) om de hoek jaknikkend piepte. Het opbouwende “Houseclouds” verloor na enkele minuten z’n subtiliteit en op het afsluitende “Plastercats of everything” schemerden Indiase geluiden in hun moerassige poel van stijlen en wendingen door, en leek het erop dat ze een soort schreeuwtherapie voorstelden.

Kijk, dit was een op en top Liars gig, vreemd, abstract, grillig, beangstigend, geschift, verward, mysterieus en tegendraads, zonder de melodie en ritme uit het oog te verliezen …

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Lesbian Bed Death

Designed by the Devil – Powered by the Dead

Geschreven door

Vooraleer we dit plaatje in onze handen kregen, wisten we eerlijk gezegd niks af over het bestaan van deze band. Bovendien konden we met een groepsnaam als Lesbian Bed Death niet meteen inschatten wat te verwachten, maar na een eerste luisterbeurt zijn we toch aangenaam verrast.
LBD combineert invloeden uit verschillende hoeken en maakt een mix van gothic, metal, horrorpunk, glam en ouderwetse hardrock. Pluspunt is de zeer krachtige stem van zangeres Luci4 die ondersteund wordt door vier (mannelijke) muzikanten.  De verschillende nummers zijn een voor een zeer afwisselend maar alles klinkt  toch vrij coherent. Nummers als “Mr Nastyime” en “Catholic Sex Kitten” starten met wat pianomuziek om vervolgens te ontaarden in heerlijke punksongs. “Moonlight” en “No Tears Please” tonen dan weer een donker kantje en verraden het potentieel van Lesbian Bed Death. Het beste nummer voor ons was “Bela Lugosi’s back”, een heavy knaller van zeven minuten doorspekt met een flinke dosis gothic. Wie een boontje heeft voor bands als Misfits, Murderdolls, Type O Negative en Alice Cooper zorgt ervoor dat hij deze band zo snel mogelijk ontdekt! 

Male Bonding

Nothing Hurts

Geschreven door

Britse Indie rock met een scherp punkrandje en met een gebeurlijke brok stevige shoegaze in verwerkt. Denk Thermals en A Place To Bury Strangers samen op een Formule 1 circuit. Het gaat razend snel en soms loeihard, zonder de melodie uit het oog te verliezen. Zo kweekt men goede song, beste mensen ‘T is poepsimpel als het lukt. En hier lukt het.
Wij hebben een zwak voor dit soort kwaaie rock die er met een onbegrensde gedrevenheid wordt doorgeramd terwijl men toch nog steeds het bos door de bomen blijft zien. Die van Male Bonding kunnen er behoorlijk weg mee, zij razen opgehitst doorheen buffelstoten als “Pumpkin”, “Year’s not long” en “All things this way”, allemaal oplawaaien van amper twee minuutjes rechtstreeks gemunt op onze schaamstreek.
Als het tempo een tandje naar beneden gaat (niet zo vaak op dit album, maar toch) komen er ook al interessante songs aan de oppervlakte (“Pirate key”, “Franklin”, “Worse to come”), iets meer diepgang, beetje complexer en steeds met dezelfde verbetenheid.
Verbluffend plaatje.

Los Lobos

Tin Can Trust

Geschreven door

Verwacht geen flagrante stijlbreuk, want dit nieuwe album klinkt vertrouwd in de oren. Vintage Los Lobos dus, maar wel hoogstaand. Hoewel de klasbakken hier nergens naast de door henzelf geijkte paden treden, ontwijken ze met glans de automatische piloot en staan ze op scherp, alsof het een bende jonge gedreven snuiters waren die nog volop de wereld moeten veroveren.
De gitaren van David Hidalgo en Cesar Rosas zijn overal fris en snedig en de solo’s zijn uit een grand cru vaatje getapt. Het duo zingt dan ook nog eens de songs naar eenzame hoogtes.
Het alom gekende geluid vertaalt zich naast de onvermijdelijke latino fuifjes (“Yo Canto”, “Mujer Ingrata”) in een paar puike bluessongs (“Do the murray” , “27 Spanishes” en het geweldige ”West L.A. fadeaway”) en enkele ingetogen pareltjes (“Jupiter on the moon”, “All my bridges burning”).
‘Tin Can Trust’ is Los Lobos in topvorm.

Pig Iron

Blues + Power = Destiny

Geschreven door

Hoes en titel doen vermoeden dat we hier met zware en zompige biker-bluesrock zouden te doen hebben, maar volgens ons neigt dit eerder naar classic hard rock met hier en daar een knipoogje richting grunge en met weliswaar een bluesrandje -vooral wanneer zanger Johny Ogle een harmonica uit zijn mouw tovert- maar toch te proper opgekuist om van een vettige bluesrock plaat te spreken. Ogle zijn stem doet overigens aardig aan Ian Astbury (The Cult) denken en, hoewel dit een Britse band is, het album klinkt in zijn geheel nogal Amerikaans. Niet slecht, maar we hebben het allemaal wel al eens eerder gehoord. Te onthouden songs zijn een stuwend “Golden”, die ergens tussen Alice In Chains en Wolfmother hangt, en de naarstig rockende afsluiter “Death Rattle”.
Een behoorlijke plaat dus die bij momenten stevig uit de hoek komt, met flink en potig gitaarwerk, maar met al bij al te weinig eigen smoelwerk om het peloton te kunnen los rijden.

Saint Jude

Diary of a soul fiend

Geschreven door

Saint Jude uit London zijn een beetje de poulains van Ron Wood die overal van de daken gaat roepen dat dit ‘the new revelation of rock’  is. Voor één keertje heeft de Rolling Stone meer aandacht voor de zangeres haar stem dan voor haar tieten en de ontdekking van een nieuw talent is dan ook een feit. De stem is duidelijk de grootste troef van Saint Jude (de tieten hebben we nog niet van dicht mogen aanschouwen). Lynne Jackaman is inderdaad gezegend met een volbloed stem die barst van de soul en doet denken aan BJ Scott, Janis Joplin of aan een jonge Tina Turner toen zij nog regelmatig troef kreeg van Ike en zo wakker genoeg gehouden werd om uit frustratie een portie kwaaie soulsongs uit haar strot te rammen (dus niet die plastieken Tina die op vandaag met slappe tupperware soul overal ter wereld sportpaleizen doet vollopen).
Qua sound mogen we het gaan zoeken bij The Faces (en hun volgelingen Black Crowes), Janis Joplin en The Rolling Stones. Qua kwaliteit van de songs zitten we toch een trapje lager, op deze ‘Diary of a soul fiend’ staan nogal veel middelmatige songs die echter wel naar een hoger niveau getild worden door de krachtige vocals van Jackaman. In combinatie met wat steviger gitaarwerk geeft dit soms vonken (“Soul on fire”, “Southern belle”, “Parallel live”, “Sweet melody”), maar er mag van ons over heel de lijn toch nog wat meer vet en hete lava aan toegevoegd worden om tot een echt stomende plaat te komen. Vooral de ballads zitten een beetje in een cliché keurslijf gewrongen en geven ons de indruk dat hier niet alles is uitgepuurd wat er wel degelijk in zit. Een portie Kick Out The Jams van MC5 zou hen goed doen.
Niettemin, verdienstelijke plaat van een band en vooral een zangeres met potentieel (en misschien ook tetten, we houden u op de hoogte).

Drums Are For Parades

Master

Geschreven door

Vuist in de lucht – Trillingen over het lichaam – Ogen dicht - Hoofdschudden … Huiver alvast maar op de full cd ‘Master’, die de EP ‘Articificial sacrificial darkness in the temple of the damned’ opvolgt van het Gentse trio Drums are for parades. Een energiek apocalyptisch geluid, donker, dreigend, rauw en snoeihard, waarin ruimte is voor intrigerende melodieuze stukken, flarden klassieke muziek en saxofoonstukken.
Het noisecollectief klinkt inderdaad wel gelaagder en verfijnder en gaat iets breder te werk tussen de zware gitaren en psychedelica. Zwaar en hard blijft het weliswaar om hun kwaadheid, frustratie en agitatie te uiten; een opgefokte, gejaagde frisse sound die diverse tempowisselingen ondergaat. Centraal staan de gortdroge drums, de diep dreunende basses en spannende (soms elektronische aandoende) gitaarriffs, soms ondersteund door een vervaarlijke zang en screamo’s.
Het trio grijpt terug naar Black Sabbath, refereert aan de metal van Channel Zero en Mastodon en verankert met de ‘90s van Helmet en Therapy?.
Ze vermorzelen stoner, noise, crossover en diverse hard- en grindcore sounds door de molen. Ze worden op handen gedragen door Chris Goss, en een samenwerking zit in het verschiet. Intussen deed Howie Weinberg z’n best om het DAFP geluid zo goed mogelijk te ‘masteren’. Een dik OK resultaat, luister maar eens naar songs als “The law”, “I’m not who you think we are”, “Boy was in the death room” en “Opium den idiot check”! Dan weet U waarom we de plaat in die eerste zin schreven …

Wolf Parade

Expo 86

Geschreven door

Een erg goed op elkaar ingespeelde band en een sing/songschrijverduo ‘pur sang’ zijn Spencer Kruger en Dan Boeckner. Na de platen ‘Apologies to the Queen Mary (‘05) en ‘At Mount Zoomer (‘08) staat Wolf Parade opnieuw garant voor compacte, potige, directe, maar ook emotievol gevoelige, sfeervolle, dromerige ‘alternative’ indierock; de puike afwisseling van krachtig snedig en intens broeierig materiaal, de intrigerende opbouw, de heerlijke tempowisselingen, en de afwisselende vocals en vloeiende samenzang, zorgen voor een boeiende, overtuigende plaat. Aangelegd met een psychedelische synthtoets is het allemaal wel toegankelijk en past alles wel perfect in elkaar. Ze worden in één adem genoemd met bands als Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Built To Spill, Arcade Fire en halen ‘70s Television invloeden aan.
De eerste songs “Cloud shadow on the mountain”, “Palm road” en “What did my lover say” zijn ongelofelijk sterk door het gejaagde ritme. Dan zakt het tempo wat en zoekt de band in de nummers wat hun eigen weg; Er best mee weg is het uitgesponnen, avontuurlijke, meeslepende “In the direction of the moon”. Songs als “Little golden age”, “Ghost pressure” en “Yulia”, door Boeckner geschreven, zijn grootser en breder van opzet. Ze zijn minder emotievol en hangen minder aan de ribben dan het fors krachtige, energieke materiaal. Maar al de ingrediënten samen horen we nog eens op het schitterend uitgewerkte “Pobody’s perfect”.
Wolf Parade laat ruimte voor de instrumentatie en houdt de subtiliteit onder controle. Sterke plaat!

Fanfarlo

Reservoirs

Geschreven door

Het charismatische Fanfarlo, thuisbasis Londen, roots in Zweden, brengt smaakvolle, dromerige en fris speelse indiefolkpop. De plaat was al een tijdje uit en met de single “Harold T Wilkins, or how to wait for a very long time” wist Simon Balthazar en zijn bende meer airplay te verkrijgen. En terecht, de groep balanceert ergens tussen Arcade Fire, de Zuiderse americana van Calexico en de Balkanpop van Beirut. Zonder ook maar over te hellen in bombast in een druk instrumentarium speelt het collectief hun beheerste en pakkende songs. Het geheel van violen, trompetten, accordeons, mandoline, zingende zaag en melodica’s zorgen voor een fijne sfeervolle opbouw. Een subtiel elegant geluid in het uitgekiende materiaal, dat elan en kleur geeft en een gevoel creëert tussen uitbundigheid en dramatiek. Balthazar is een fervente literatuur verslinder, houdt van markante historische figuren en heeft een voorliefde voor meren. Zijn zang hangt ergens tussen Finn Andrews van The Veils en Alec Ounsworth van CYHSY. Een heerlijk geluid dus, luister maar eens naar “I’m a pilot”, “Ghosts”, “Luna” en het lang uitgesponnen “Comets”; de tempowisselingen live brengt hen zelfs richting Mumford & Sons. Sterk debuut!

The Capstan Shafts

Revelation skirts

Geschreven door

Zo’n elf jaar geleden besloot de Amerikaan Dean Wells om in navolging van zijn idolen Guided By Voices om zelf de gitaar ter hand te nemen en muziek te componeren. Op zich is dat niet zo’n wereldschokkend feit want het aantal uitgebrachte cd’s in eigen beheer zijn ondertussen ontelbaar geworden. De ene blijft muziek voor zijn buur of kat maken, terwijl er ook bij zijn die uit het net gevist worden zoals deze Dean bijvoorbeeld.
Hij werd meteen opgepikt door één van de betere indielabels, Rainbow Quartz, en hij zorgde er al gauw voor dat het eenmansproject een volwaardige band werd.  ‘Revelation skirts’ is het resultaat van dit alles en ook al is zijn Amerikaanse collegerock niet slecht, valt het ook niet echt op en verdwijnt het zo met de grijze massa. Aangenaam plaatje dat wel, maar we kunnen er zo honderden bedenken!

The Bees

Every step’s a yes

Geschreven door

Vreemd hoe sommige mensen toch in het verleden kunnen leven. Ieder zijn meug natuurlijk maar het is onmogelijk om de muziek van The Bees ook maar met iets te vergelijken dat van recente makelij is. Akkoord, Fleet Foxes zijn zeker een optie maar ook zij hebben meerdere roots in het verleden.
Hier op het Europese vasteland zijn The Bees weliswaar wat minder bekend maar deze psychedelische folkbende uit Isle Of Wight kon met hun derde album een heleboel Engelse perslui en muziekliefhebbers overtuigen met hun voorganger ‘Octopus’.
De nieuwe ‘Every step’s a yes’ is niet meer dan een logisch vervolg en het moet je geenszins verwonderen dat referenties Tim Buckley, Nick Drake, Simon & Garfunkel of Pink Floyd geworden zijn. Misschien had Dylan The Bees niet in gedachten toen hij ooit zong dat de tijden veranderen…

Perfume Genius

Perfume Genius - Hulpeloos en toch verdienstelijk

Geschreven door

Achter de naam Perfume Genius verschuilt zich Mike Hadreas, een getormenteerde twintiger die de voorbije maanden wereldwijd indruk maakte met zijn debuutplaat. Persoonlijk bleven we na een eerste beluistering van ‘Learning’ wat op onze honger zitten. De hooggespannen verwachtingen die we op basis van verschillende loftuitingen durfden te koesteren werden maar matig ingelost. Zowel kwalitatief als kwantitatief (slechts 29 minuten!) vonden we het eigenlijk een nogal mager beestje. Gelukkig gaven we het album nog enkele extra kansen want we hebben hier uiteindelijk wel degelijk te maken met wat men een ‘groeiplaat’ placht te noemen.

Wie naar Pefume Genius luistert, krijgt meer dan een snuifje Mark Linkous te verwerken en dan meer bepaald de ‘lo fi’-versie van de betreurde voorganger van Sparklehorse. De wat krakkemikkig klinkende piano die op het debuut overheerst, zorgt vaak voor een duister-melancholisch sfeertje. Het merendeel van ‘Learning’ zou ook thematisch niet misstaan hebben op ‘Dark Night of the Soul’, het postuum uitgebrachte album dat Linkous samen met Danger Mouse (en een resem gasten) in elkaar bokste.
De vaak fragiele zang en het ongepolijste pianospel roepen eveneens herinneringen op aan Daniel Johnston, ook tekstueel is er een zekere verwantschap met dit verschil dat het vele leed waarmee hij geconfronteerd werd bij Perfume Genius (nog) niet tot totale waanzin heeft geleid.
Een erg stabiele indruk gaf Hadreas – die zich in de meeste nummers liet begeleiden door een tweede keyboardspeler – evenwel niet want vooral in het eerste kwartier zagen we een verlegen en overgevoelige kerel die met zenuwachtig gebekketrek tegen de tranen bleek te vechten. Tijdens opener “Lookout, lookout” viel dit alles nog een beetje mee, als we onze ogen sloten leek het net alsof een door piano begeleide Neil Young een ballad ten berde bracht. Toen we bij het daaropvolgende “You won’t be here” de ogen weer openden, volgde onze mond automatisch want de geëmotioneerde zanger worstelde zich gegêneerd door dit voor hem blijkbaar uitermate aangrijpende lied. Rondom ons zagen we verbijsterde blikken terwijl niemand het aandurfde om zelfs maar te kuchen vanuit de vrees dat zulks de definitieve doodsteek zou betekenen voor de meelijwekkende man op het podium. Ook in het derde lied zagen we een superschuchtere Hadreas die met een gepijnigde grimas zichzelf begeleidde op akoestische gitaar, iets waar hij nu en dan met moeite in slaagde.
Wat beterschap kwam er toen zijn begeleider zich aan zijn rechterzijde nestelde om samen een “quatre mains” te brengen die gelardeerd werd met enkele voor artiest en publiek welgekomen riedeltjes. Na een sobere versie van de titeltrack van zijn eersteling en een solo gebracht nieuw nummer ontdooide hij plots even door trots te verkondigen dat het publiek getuige was van ’s mans eerste officiële ‘sold out’-concert. Iets wat gevierd mocht worden met nog een nieuw lied alvorens het beklijvende “Mr Peterson” ons subtiel aan de als kind seksueel misbruikte Mike deed denken. Het hoeft dus allesbehalve te verbazen dat een ander nieuw nummer de woorden “Do your weeping now” als refrein kreeg, het klonk meteen als zijn persoonlijke leuze. Na “Perry” en alweer een nieuw lied verdween zijn begeleider voorgoed van het podium en kondigde Perfume Genius reeds het laatste nummer aan. Gelukkig keerde hij na “Never did” en een verdiend applaus terug voor een bisronde. Beschaamd omdat de eerste bis volledig de mist inging, herpakte hij zich met een knap “Write to your brother”.
Terwijl sommigen reeds de bar opgezocht hadden om zo vlug mogelijk te kunnen bekomen van zoveel miserie, kwam hij nog een laatste keer terug voor een gepaste – want van zeer grote zelfkennis getuigende - cover: “Helpless” van Neil Young.

Een hulpeloze indruk gaf deze jongeman inderdaad. Soms bekroop de aandrang om hem een kalmerende knuffel te geven ons immers eerder dan de neiging om zijn nauwelijks te maskeren lijden toe te juichen. Niemand betreurde het feit dat het concert hooguit vijftig minuten duurde want na verloop van tijd boet zulke intense muziek onvermijdelijk aan spankracht in. Terug in de frisse buitenlucht gekomen, dienden we te concluderen dat een larmoyante Perfume Genius ons in de Botanique slechts bij vlagen kon bedwelmen. Het optreden was in zijn geheel echter te sterk om ‘een stinker’ genoemd te worden. Als de wind meezit, zwelt het vleugje genialiteit (dat we hem voor alle duidelijkheid allerminst willen ontzeggen!) misschien ooit nog aan tot een onmiskenbaar muzikaal genie…

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 424 van 498