logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Bedroom Community Label

Bedroom Community Label Night - kamerorkest van de heren Valgeir Sigurdsson, Sam Amidon, Ben Frost en Nico Muhly

Geschreven door

De Balzaal van de Vooruit was nagenoeg volgelopen voor de label night van het veronderstel ik wel hippe IJslandse Bedroom Community. Ze waren zelfs op de naam ‘Whale Watching’ Tour gekomen, wat ik gewoon een leuke naam vond. Ook altijd al me graag ingebeeld hoe walvismuziek zou klinken als de frequenties voor ons hoorbaar zouden zijn. Na een aantal mislukte pogingen waren de IJslanders toch tot in Gent geraakt.

Het voorprogramma werd verzorgd door een zekere Lyenn die wel atmosferische muziek maakte, met een stem die demonen weerspiegelde, maar een goede song hebben we niet ontdekt. Het was een opwarmer, zullen we maar zeggen, maar op dat vlak was de DJ van dienst nog wel eerder in staat om emo-melancholie bij het begin van de herfst op te roepen. Het publiek vond het allemaal wel aardig en zat gezellig op de grond te keuvelen. Opmerkelijk trouwens hoe deze muziek toch weer een heel ander spectrum aantrekt qua publiek, wat ook zelfs vestimentair tot uiting kwam. In de schemer kon je je voorstellen dat de zaal door oude bewoners van IJslandse sagen bevolkt was.

Nu goed, de muziek. We hadden een combinatie van muzikanten die eigenlijk een soort kamerorkest vormden, en het klonk ook als kamermuziek. Volgens de affiche stonden de heren Valgeir Sigurdsson, Sam Amidon, Ben Frost en Nico Muhly op het podium maar wie nu wie was niet altijd duidelijk, ook al omdat er vrouwen in het gezelschap opduiken, vrouwen die spelen en zo.
Heel korte stukjes soms kregen we te horen tot uitgesponnen vocale nummers waar het publiek op aansturen van de zanger het refrein enthousiast meezong. Het zijn geen wereldnummers maar de intimiteit en rust van dit soort muziek is een echte verademing. Hetzelfde kon eigenlijk gezegd worden van de zanger die bepaalde noten gewoon niet haalde, maar dat maakte voor het resultaat niet zo veel uit, net ook omdat hij het publiek mee had, door wel leuke bindtekstjes.
Wel degelijk is het muziek om in slaapkamers te spelen, met het publiek in losse groepjes op de houten vloer. Het is niet het einde van de wereld op muzikaal vlak maar van mij mogen er meer van dergelijke bands naar België komen.

Organisatie: Democrazy, Gent


Killing Joke

Samen aftellen tot Armageddon met Killing Joke

Geschreven door

Het gaat (nog steeds) slecht met de wereld, dus gaat het (nog steeds) goed met Killing Joke. Reeds drie decennia lang voorspellen Jaz Coleman & co de definitieve ondergang van de beschaving, maar wie het ietwat occulte imago van de groep weet te doorgronden zal er evenzeer een goed verscholen dosis zwartgallige humor aantreffen. Toegegeven, de Engelse postpunk groep heeft lang geteerd op het cult succes verworven met hun eerste twee albums, maar na een trits ronduit inspiratieloze platen is Killing Joke de jongste jaren toe aan een onwaarschijnlijke comeback. Sinds ‘Killing Joke’ (2003) en vooral met de brutale mokerslag ‘Hosannas From The Basements Of Hell’ (2006) vinden Coleman en de zijnen moeiteloos aansluiting bij hun legendarische beginjaren en wordt hun unieke symbiose van postpunk, metal and industrial openlijk geprezen door beroemde collega’s als Dave Grohl, Billy Corgan en Jimmy Page. De plotse teraardebestelling van brother Paul Raven, naast meesterbassist tevens Coleman’s boezemvriend, leek heel even het einde van deze heropstanding te betekenen. In werkelijkheid bleek echter het tegendeel: de vier originele groepsleden bezworen hun jarenlange vetes, trokken samen de studio in en kwamen daar onlangs terug buiten met ‘Absolute Dissent’ onder de arm. Bijna dag op dag twee jaar na hun vorige doortocht in de AB gaven de heren van Killing Joke opnieuw acte de présence in Brussel om deze nieuwe splinterbom live uit te testen.

Nadat zijn makkers het oudje “Tomorrow’s World” hadden ingezet sloop mad man Jaz Coleman als laatste de set op.’s Mans karakteristieke podium act oogt na al die jaren nog steeds even fascinerend als grappig: gevangen in een nauwe overal, geschminkt als een apache op oorlogspad en voortbewegend als een zombie achtervolgd door zijn eigen schaduw. Humor lijkt dan weer wat veraf wanneer nummers vanop ‘Absolute Dissent’ worden afgevuurd. Het titelnummer van dit nieuwe album en “In Exelsis” mogen dan al wat gepolijster en minder orkestraal klinken dan op Joke’s vorige album, alle vertrouwde ingrediënten waarmee Killing Joke met de vingers in de neus menig industrial bandje naar huis speelt blijven aanwezig: de schorre grafstem van Coleman, de knetterende gitaarmuur van Kevin ‘Geordie’ Walker, de dwingende bas van Martin ‘Youth’ Glover en de mokerslagen van big Paul Ferguson. Samen met een goed verscholen vijfde groepslid die de wall of sound nog wat verder aandikte met synthpartijen, lijkt deze bezetting de sterkste ooit in het bestaan van de groep.
De passage van Killing Joke in de AB was pas het tweede optreden van hun jongste tour ter promotie van het daags voordien verschenen ‘Absolute Dissent’, dus was het zowel voor groep als publiek wat wennen aan het nieuwe materiaal. Op de nieuwe single “European Super State” viel de tweede stem van Youth nog wat dunnetjes uit naast de rauwe apocalyptische schreeuw van Coleman, maar goed, van een eminente producer en studiorat mag je nu eenmaal geen vocale hoogstandjes verwachten. Bij het brutale “This World Hell” en het atmosferische “The Ghost Of Ladbroke Grove” klopte het plaatje dan weer wel als een bus en kunnen we gerust van twee prille klassiekers spreken.
Het overwegend 40 something publiek kreeg maar weinig tijd om te bekomen van al dat nieuwe geweld, want tussendoor kreeg het ook een pak onverslijtbare 80ies classics geserveerd. We zouden uren kunnen uitwijden over hoe groot het gat in uw platencollectie wel niet is indien ‘Killing Joke’ (1980) en ‘What’s THIS for…!’ (1981) er nog geen stekje hebben bemachtigd, maar dat is voor een andere gelegenheid. Het moet volstaan om te stellen dat “Wardance”, “Requiem”, “Bloodsport”, “The Wait”, “The Fall Of Because” en “Madness” met hun 30 lentes gerust tot het cultureel erfgoed van de eerste postpunk generatie behoren en live nog steeds tot diep in de onderbuik doordringen. Op de tonen van het onweerstaanbare discopunk anthem “Pssyche”, met de immer coole Geordie in rol van prominente spelverdeler, nam de groep een eerste keer afscheid van Brussel.

Een korte bisronde werd ingezet met het opzwepende “Complications”, gevolgd door de traditionele Egyptische intro van het slepende “Pandemonium” dat Killing Joke in de jaren ’90 eindelijk nog eens een one-way ticket richting Apocalyps opleverde. Het betekende helaas ook het slotakkoord van Coleman & co, want tegenwoordig gaan de schuivers van de AB na halfelf onherroepelijk naar beneden. De klok van Armageddon blijft echter onverstoord verder tikken, en als we dan toch moeten kiezen, dan liefst met Killing Joke’s brutale trancemetal als begeleidende soundtrack.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Hentchmen

The Hentchmen - Rock'n’roll op het scherpst van de snee

Geschreven door

Tangled Horns is een relatief nieuwe band uit Antwerpen waarvan de meeste leden ook in andere groepen actief zijn. Belangrijkste is misschien wel drummer Kris Martens die tevens de vellen roert bij Alex Agnew's Diablo Blvd. Tangled Horns combineert stoner met grunge, niet meteen een gerecht dat me aanspreekt maar wat dit vijftal ermee aanvangt, mag best gehoord worden. Verantwoordelijk hiervoor waren de lekker vettige gitaren die bijwijlen erg meeslepend waren en de forse strot van Tim Van De Plas, die me zowaar aan Mick Collins deed denken. Terwijl hij zwalpend en met verwilderde blik over het podium struinde bleef hij een ganse set lang begeesteren. Mooie opener!

Precies één week na Leffingeleuren stond Viva L'American Death Ray Music weer op een Belgisch podium. Hun wat kortere set bleek op enkele nummers na volledig vertimmerd. De meest avant-gardistische stukken bleven achterwege, wat niet meteen wil zeggen dat we een hapklare brok kregen voorgeschoteld. Het blijft vreemde, niet te plaatsen muziek die je telkens toch op de één of andere manier weet te raken. Hier en daar en met wat goeie wil merk je nog wat invloeden van de Velvet Underground. De arty sfeer die ze creëren nog het meest misschien. Ik zou het kunnen omschrijven als Memphis-gekte hoewel Nicholas ‘Diablo’ Ray en co deze stad al een tijdje niet meer als uitvalsbasis hebben. Drummer Jeffrey Bouck (ooit nog bij Polyphonic Spree) stal opnieuw de show, wat een soepele en inventieve drummer is dit toch! Dit optreden was net iets minder dan in Leffinge en op de duur miste ik toch de dit keer niet meegereisde bassist Harlan T Bobo (net vader geworden) die de sound toch wat voller had kunnen laten klinken. Of lag het aan de ontstellend lage opkomst waardoor de mensen her en der verspreid stonden in plaats van samengetroept voor het podium?

Veel schiet er niet meer over van de bloeiende garagerockscene in Detroit van rond de eeuwwisseling. The Dirtbombs brengen straks een nieuwe plaat uit en The Hentchmen waren nog eens in Europa, hoewel dat laatste precies niet veel deining veroorzaakte. Nu lieten The Hentchmen dit niet aan hun hart komen en vlogen er meteen met volle overgave in. We kregen een set strakke rock'n’roll zonder dipjes. De geweldige gitarist Tim Purrier zag er niet alleen een beetje uit als Buddy Holly, soms klonk hij zo ook. De man leek uit rubber gemaakt en liet zijn gitaar galmen in alle mogelijke posities. De twee surfnummers die hij tussendoor liet horen, waren werkelijk om bij weg te smelten. Naast die verbluffende gitaar was er nog een tweede hoofdrol voor de Farfisa van John Hentch, het instrument bij uitstek om je muziek ‘sixties’ te laten klinken. En dat unieke geluid van dat orgeltje blijft het na al die jaren nog steeds doen.
Prachtig avondje stomende rock'n’roll op het scherpst van de snee! Misschien toch nog een kleine randopmerking: John Hentch speelde naast zijn Farfisa op een klein klavier de bas en dat leek soms behelpen, misschien zou een echte bassist hun songs nog meer laten swingen. En dan heb ik het echt niet over Jack White, die op een blauwe maandag hun bassist was.

Organisatie: Trix, Antwerpen (ism Heartbreaktunes)

JonGeduld Festival 2010 - beloftevol!

Geschreven door

JonGeduld Festival 2010 – beloftevol!
Op een trieste druilerige herfstdag trok ik richting de Kinky Star in Gent voor het
JonGeduld Festival 2010.

Eenmaal daar aangekomen stond ene Bossie al het beste van zichzelf te geven,gerustgesteld was ik dan ook dat die Bossie iemand totaal anders was dan ik in gedachten had. Deinzenaar Maarten Van den Bossche bracht een akoestische set gevuld met pop/rocksongs. Die pop/rocksongs bestonden meestal uit covers,zo passeerden onder andere “No One Know” van Queens Of The Stone Age en “Best Of You” van Foo Fighters. Het viel wel op dat deze jonge singer-songwriter die ondanks hij over een meer dan degelijk stemgeluid beschikte iets of wat onzeker op de planken stond…

Na het rustige Bossie was het tijd voor het iets stevigere werk van Cockfish,een Gentse Rockband met hardrock, rock’n’roll en metal invloeden. Dat de Gentenaren een grote bewondering hebben voor The Ramones was duidelijk te horen en werd bevestigd toen ze “Hey Ho, Let’s Go” van die zelfde Ramones ten berde brachten. De band straalde heel veel energie uit en bracht heel wat ambiance alleen was het jammer dat ze te kampen hadden met heel wat technische problemen.

Onze avond sloten we af met 5 jonge gasten van 17jaar die afkomstig zijn uit Eeklo en die naar de naam Jerusalem Syndrome luisteren. Ondanks hun jonge leeftijd hebben ze al het één en het ander bereikt in de muziekwereld, zo schopten ze het dit jaar nog tot de halve finale van Humo’s Rockrally. De heren brachten een snoeiharde,strakke set die barste van de energie en waarbij de volumeknop van hun versterker volledig open gedraaid werd. Bij hun sound die ze voortbrachten waren groepen als The Kooks en Razorlight nooit veraf. Afsluiten deden ze met “Julliet” een heel aanstekelijk popnummertje dat er eentje van The Kooks kon zijn. Met Jerusalem Syndrome zagen wij een beloftevolle band die met hun kwaliteiten vroeg of laat wel eens heel wat potten zouden kunnen breken.

Organisatie: JonGeduld – Kinky Star, Gent

Elements Festival 2010 - zaterdag 25 september 2010

Geschreven door

Elements is een festival dat in het kader staat van 'Brugge Centraal'. Om dit op en top Brugs feest, durend van 17 september tot 30 januari (!) ook aantrekkelijk te maken voor jongeren, waren er niet minder dan vijf podia met elektronische muziek geïnstalleerd bij Stal Tillegem, Brugge. Er was voor elk wat wils, waaronder de meer mainstream elektro op het Redbull Elektropedia Mainstage, de iets ruigere MuSick Stage, waar er de hardere dubstep en verscheidene soorten core werden gedraaid; de Suburb Soundz Hardtechno Stage stond helemaal in het teken van - jawel - techno, terwijl Cliché Stage meer de kant van de hiphop clubmuziek uit wou. Het laatste podium gaf de kans aan jonge deejays, bij Villa Bota Young Talent Corner namen nieuwe talenten het tegen elkaar op in een wedstrijd. De winnaar kon na afloop iets langer draaien!
Elements Festival was een niet te missen event voor elke electroliefhebber!


De dag werd rustig ingezet met de relaxte muziek van Stagga. Zachte dubstep die wat werd opgevoerd door een opgewekte rapper, die niet alleen bij zijn eigen band aanwezig bleef. Nee, hij was even later nog steeds van de partij bij de jongens van Counterstrike. Hier was het voor hem echter moeilijker het ritme bij te houden, aangezien deze elektronica van een heel ander kaliber is. Drum'n’bass van een intensief niveau, zo zou je het wel kunnen noemen, met hier en daar een behoorlijk aantal breakbeats, waardoor het ook wel eens naar het genre van de breakcore durft te neigen. Maar ook dit is slechts een voorproefje op het écht harde werk dat eraan zit te komen.
Als de zon door de wolken breekt is het tijd voor Radium, pure core. Het is bizar om zo'n enthousiast publiek te zien bij zo'n duister genre dat verbannen lijkt tot gure kelders bij nachttij. Dit festival is het er duidelijk niet mee eens, en programmeert deze artiest dus zo dat er op een doodgewone namiddag hard gefeest kan worden in ontzettend drassige modder. Voor mij voelt het een beetje onwennig, maar na enkele nummers spring ik ook gezellig bij in de modderpoel. Ook is het fijn dat de eentonigheid van core - waarvan ik vast wel niet de enige zal zijn die daar nu en dan problemen mee heeft - teniet wordt gedaan, doordat hij meezingers als “Technologic” van Daft Punk en “We will rock you” van Queen in zijn mix verwerkt. Dat bewijst van kunde, is het niet?

Daarna hebben we wel even genoeg van het harde gedoe en zoeken we de meer mainstream oorden op. Bij het Rebull Elektropedia Mainstage is de set van de Mixfitz met een halfuurtje uitgelopen en dat komt ons goed uit, want we kunnen andermans hits die ze naadloos aan elkaar kunnen rijgen, best wel smaken. Dit zijn gewoon goeie, Belgische deejays die de komende tijd nog moeten ontdekken hoe ze nog meer hun eigen sound in hun optredens kunnen verwerken.
Maar tot nog toe is het fijn dat er voor elk wat wils is; oké, zowat elk nummer dat ze draaien heeft wel eens voorgekomen in de hitparade, maar zowel de meer gekende drum'n’bass zoals die van The Prodigy, als elektro en zelfs Nederlandse hiphop, komen aan beurt.

Ze worden opgevold door DJ Godfather, die helemaal vanuit Detroit komt. Detroit staat ook wel bekend als stad van de ghettotech en DJ Godfather doet zijn geboortestad wel eer aan - het genre muziek dat hij draait sluit hier volledig bij aan. Om het begrip even te verklaren; ghettotech is een mix van elektro, hiphop en techno, maar springt vooral in het oog omwille van de pornografische teksten waarvan deze mengelmoes vergezeld wordt. Feministe zijnde moet ik toegeven dat ik gedurende het uur van deze ontdekking, meermaals mijn ogen ten hemel hebben geslaan. Hoeveel 'girl shake that booty's de revue hebben gepasseerd, zijn hoogstwaarschijnlijk niet op één hand te tellen.
Meer keek ik uit naar Tiefschwarz, al bleek dit nogal een teleurstellend begin. Er stond slechts één broertje op het podium en die eenzaamheid leek hem te parten te spelen - hij kreeg de massa niet zo aan het dansen als zijn voorganger. En toen de regen de hemel begon open te scheuren, vluchtte meer dan de helft van zijn publiek onder het schamele aantal tenten. Gelukkig voor hem was de wolkbreuk niet van lange duur, en besloten wij hem nog een tweede kans te geven. Hij besloot wat meer bassen en climaxen in te lassen en voilà, Tiefschwarz kon nu perfect aan DJ Godfather tippen. En zo stoomde hij ons alvast klaar voor de elektroclash van Mish Mash Soundsystem.
Sinds de eerste keer dat ik Gunther Desamblanx op Studio Brussel hoorde, was ik verkocht. Niet alleen zijn keiharde humor, maar ook zijn muzieksmaak sprak me aan. Het was dus wel een kleine teleurstelling toen ik ondervond dat hij die avond geen deel zou uitmaken van Mish Mash. Al kon ik me best verzoenen met wat zijn collega's me voorschotelden; ze wisselden bekendere nummers af met gewoon pure en vettige elektro, natuurlijk hier en daar begeleid door het welbekende en hoogst irritante toetergeluid. Al leek dit enkel de massa nog méér op te zwepen. Er was een zwaar feest aan de gang, dat moet worden toegegeven, maar ik vertrok terug naar de Musick Stage, om zeker front row te kunnen staan bij Borgore.
The Panacea liep wat uit, maar ik had absoluut geen spijt van de elektro die ik aan het missen was. Een even hard feestende menigte troonde mij mee naar de afwisseling van drum 'n bass en pure core en even vergat ik de persoon voor wie ik zo graag naar Elements was gekomen. Maar toen ik hem in een simpel, wit hemdje zag verschijnen naast de deejays van The Panacea, wilde ik zo snel mogelijk de loeiharde beats inruilen voor Mr. B's ultragortige dubstep. Zelf ben ik allesbehalve een dubstep-fanaat, dus wat zegt het over het kunnen over onze welbekende Israeli, als ik vertel dat, hoewel ik nog nooit eerder zo doorweekt was, de regen zelfs niet langer voelde, en mij gewoon liet meevoeren op de dreunende bassen. Zijn nieuwe sound is gewoon nóg beter dan het prachtige werk dat deze metalfan al eerder neerzette, een prestatie die niemand ooit had verwacht. Hij verwerkt nog meer metal in zijn reeds monsterlijk harde dubstep. Een uur lang nam hij ons mee op een wilde rit, waarbij niet bewegen ronduit onmogelijk was.

En het terrein verlatend, bedekt onder de modder, dacht ik dat dit festival zeker de moeite waard is om volgend jaar opnieuw naar uit te kijken.

Organisatie: Elements Festival, Brugge

The Telescopes

The Telescopes - Psychedelische geluidsmuur met paranoïde gevoelens

Geschreven door

Iedere mens is een melancholisch beest die op zoek gaat naar nostalgie en wie gisteren de dun bevolkte Trix binnenliep zag meteen een paar enkelingen rondlopen met T-shirts waarop namen van groepen als The Stone Roses prijkten. Zo’n twee decennia waren deze muziekfans (waaronder ook ondergetekende) onderhevig aan een vloed schrijfsels van Britse journalisten die terecht een hele resem groepen hypten en één van de genres uit de hypemachine ontstond was het fameuze shoegazegenre.
Je hoeft het niet ver te gaan zoeken, de meeste van deze groepen stonden naar hun schoenen te staren omdat ze teveel in de weer waren met de duizenden pedalen die voor hun uitgespreid op het podium lagen. Na jarenlange opberging in diverse platencollecties kwam plots deze shoegazeboom terug tot leven ook al is er op heden van enig ontploffingsgevaar nog geen sprake.

De eerste die het rijtje van drie mochten openen waren de Antwerpenaars Deadsets die net hun ‘Mature swingers’-EP uitgebracht hadden.
Dat er enig potentieel in deze band zit is zeker maar doordat een podium tot dusver voor hun een onwennige plaats blijft maakten ze weinig of geen indruk. Muzikaal zweeft het tussen Buffalo Tom en Charlatans en mits wat meer ervaring worden zij misschien nog een leuk groepje voor de toekomst.

Tenminste als er een tijd is voor toekomst want de huidige shoegazehype zou misschien even vlug gedaan kunnen zijn als het opkwam. Een groepje die daar in thuisland England wel de vruchten van weet te plukken zijn The Fauns. Verschillende toonaangevende radio-DJ’s waaronder Steve Lamacq zijn vol lof over deze Britten die blijkbaar het geluid van Slowdive heruitgevonden hebben en ook al vertaalt dat zich op een podium tot weliswaar mooie Cocteau Twins-achtige klanken durft het ook wel eens in eenheidsworst uit te draaien. Als je daar nog eens de vrij statige pose van de band bijneemt valt het bijzonder moeilijk om een woord als ‘wervelwind’ in de mond nemen.

Deze wind kwam er echter met The Telescopes. Deze groep is het geesteskind van Stephen Lawrie en hoewel zij eigenlijk een spacenoiserockband zijn die vaak met Loop vergeleken werd, hadden zij ook een aantal shoegazehitjes zoals “Flying” of “Everso” op hun actief staan. Dit gebeurde in de periode toen zij van Alan McGee een platendeal toegedeeld kregen op Creation Records.
Onder steeds wisselende bezetting deden The Telescopes hun ding verder tot op vandaag, ook al ging het muzikaal meer de richting van de experimentale soundscapes op.
Vanavond stond echter “The Creation classics” op het programma, ook al moet je zo’n titel met een korreltje zout nemen want “To kill a slow girl walking” was eigenlijk het enige shoegazehitje dat we te horen kregen terwijl het overgrote deel van het materiaal uit hun Cheree-periode (voor Creation) kwam. Dat Lawrie niet de makkelijkste jongen is wisten we reeds twintig jaar geleden toen hij een 30 minuten durende set op het Futuramafestival in Deinze ten tonele gaf. De arrogantie van destijds heeft hem niet spraakzamer gemaakt maar gaat vandaag wel hand in hand met een destructieve pose waarbij hij de hele set op handen en voeten kroop, het gezicht in de knieën geborgen en steeds lurken aan een joint terwijl de fles witte wijn reeds na enige nummers de bodem had bereikt.
De gitaren stonden loeihard afgesteld terwijl Lawrie talrijke keren op alles mepte wat ook maar in zijn buurt kwam en zij die het psychedelisch hoogtepunt één uur konden uitzitten waren dan ook sterk onder de indruk waarbij we echter niet het gevoel konden afschudden dat we reeds twintig jaar geleden hadden : geen ziel die er wakker van ligt …

Setlist:
7TH DISASTER, NOTHING, PERFECT NEEDLE, SADNESS PALE, SHC BURN, ANTICIPATING NOWHERE, THREADBARE, VIOLENCE, TO KILL A SLOW GIRL WALKING, FOREVER NOW, TREASURE, PLEASURE BEFORE YOU GO, SUICIDE

Organisatie: Trix, Antwerpen

U2

U2 - Groot, groter, grootst

Geschreven door

Een hoogst indrukwekkende mega show, een oogverblindend totaalspektakel. OK, goed, maar hoe zit het met de muziek ?

Gelukkig maar, met die muziek zat het goed. Ook met de sound trouwens, want daar vreesden we nog het meest voor met die vreselijke akoestiek van dat kille Koning Boudewijn stadion.
Let’s face it, het is eigenlijk al geleden van ‘Achtung Baby’ dat U2 nog eens een echt goede plaat gemaakt heeft, maar op elke plaat die na dat niet te overtreffen album kwam stonden telkens een paar volbloed krakers van songs. Het zijn natuurlijk deze songs die U2, professioneel als ze zijn, uitgekozen heeft om er steevast splijtende versies van te spelen tijdens hun imposante live show. Onverslijtbare en uiterst potente klassiekers als “Beautiful day”, “Elevation”, “Magnificent” en het geweldige “Vertigo” bijvoorbeeld, maar ook mindere dingen als “Walk on”, “In a little while”, “City of blinding lights” en “I’ll go crazy if I don’t go crazy tonight” stegen in de live versie moeiteloos boven zichzelf uit. Vooral die laatste song werd omgedoopt tot een meer dan geslaagde dance-achtige jungle trip.
Leuk om te horen dat U2 creatief weet om te springen met hun eigen songs en zo zichzelf blijft heruitvinden.
Ook “Miss Sarajevo” (waarin Bono met glans de partij van Pavarotti voor zich nam) en “Hold me, kiss me, thrill me” (één van onze favorieten van de avond), songs die eigenlijk nooit een reguliere U2 plaat hebben gehaald, werden gebracht alsof ze reeds jaren tot het beste van hun repertoire behoren.
Als absolute hoogtepunt zouden wij het oudje “Bad” willen aanstippen, en uiteraard waren ook “One” en “Where the streets have no name” kippenvelmomenten. Het zijn wereldsongs die nooit op een U2 gig mogen ontbreken, maar dat weet de band zelf ook wel.

Kortom, U2 bewees nog maar eens de ultieme stadiongroep te zijn. Ook al zijn hun platen van de laatste jaren al lang niet meer wereldschokkend, op een podium schitteren ze als geen ander en dat is wat hen aan de absolute top houdt. De enige band die volgens onze dezelfde energie kan opwekken in stadions van dit kaliber is Muse, voorlopig de enige kandidaat om U2 als stadionrockers op het hoogste schavotje te gaan belagen. We zijn benieuwd.

Organisatie: Live Nation

Mystery Jets

Mystery Jets - Meezingpsychedelica in voorgekauwd Britpopjasje

Geschreven door

Ook bij de Botanique is het concertseizoen volop losgebroken waarbij we gisteren kennis konden maken met de nieuwe Britse sensatie Mystery Jets, maar naar goede oude Botaniquenormen mocht de concertganger zich eerst laven aan een voorprogramma die meer dan het bekijken waard was.

Dat de succesdagen voor Sad Day For Puppets nog niet voor vandaag zijn werd pijnlijk voelbaar toen bleek dat slechts een tiental concertgangers bereid waren om de toog van de Botaniquebar in te ruilen voor de Rotonde. Meestal heeft het publiek gelijk maar dit keer had het cliché geen recht van spreken.
Wie het indiegebeuren een beetje op de voet volgt zal ondertussen ook wel weten dat het shoegazegeluid van groepen als Slowdive of Swervedriver weer volledig terug is. Elk genre heeft zo zijn eigen paradepaardjes en deze vijfkloppige band uit Stockholm wordt beschouwd als één van de meest belovende uit het nu shoegaze-tijdperk. Dergelijke superlatieven leverden hun niet alleen een deal op met het nieuwe trendy Sonic Cathedral-label maar ze mogen ook algemeen verkondigen dat A Place To Bury Strangers-frontman Oliver Ackermann hun tot zijn persoonlijke benjamins heeft gekroond.
Sad Day For Puppets zorgde voor geen mirakels maar dat was geenszins de bedoeling want deze band deed zoals alle indieshoegazegroepen horen te doen: een ouderwets C86-geluid waardoor het lekker rammelig klinkt, een geluidsmuur, staren naar de schoenen en natuurlijk melodieuze poppy songs zo als alleen Jon Mascis ze kan bedenken. Het is bovendien een verdomd moeilijke opgave om als  gezonde jongeman ijskoud te blijven bij de charmante frontvrouw Anna Eklund die ons meerdere malen deed herinneren aan die andere vamp uit dat andere indiegroepje : Cerys Matthews van Catatonia.

Het meeste materiaal kwam uit hun tweede cd ‘Pale silver and shiny gold’ en de weinige Belgen die dit meesterwerkje in hun platenkast hebben staan, genoten dan ook met volle teugen van deze nieuwe undergroundhelden maar toch zou de Rotonde pas vollopen toen de Britse Mystery Jets hun opmarks maakten.
Deze nieuwe hype uit Twickenham heeft net hun niet onaardige ‘Serotonin’ -cd op de markt gegooid en kan in thuisland Groot Brittanië rekenen op zowel lovende perskritieken als op de aanbidding van talloze indiefans. Dat het niet echt Belgische indiefans zijn bleek al snel overduidelijk toen de groep de zaal in mooi Frans toesprak om al even vlug tot de vaststelling te moeten komen dat de tot op de nok gevulde zaal grotendeels uit Britten en Schotten bestond.
Als je boven dit thuisvoordeel ook nog eens ziet dat het publiek overwegend uit jonge mensen bestaat, wist je meteen dat het geen echte opgave zou zijn voor deze indiegroep om de zaal in vuur en vlam te zetten,  waardoor je als kritische Belgische muziekliefhebber enigszins verweesd achterbleef.
Ook al hebben Mystery Jets een toer achter de rug met Artic Monkeys en een cd die geproduceerd werd door legendarische Smithsproducer Stephen Street, worden zij toch vaak in één adem met The Kooks genoemd en hiermee komt het bekende addertje onder het gras naar boven want eigenlijk is hun muziek niet meer dan meezingbare psychedelica dat verpakt wordt in een voorgekauwd Britpopjasje, een soort van Arcade Fire die bekeken wordt door de powerpopogen van The Knack.
Het zijn trouwens die kleine krachtstootjes die ons van de verveling redden want desondanks de mooie verpakking blijven hun instant pophits slechts enkele ogenblikken nazinderen.
Toch kun je deze hippe jongens niet verwijten dat ze zich zelf niet geven want wie ervaring heeft met omhoog geblazen Britse persgroepjes zal ondertussen ook wel weten dat  dit vaak met de nodige arrogantie gepaard gaat, maar Mystery Jets zijn gewoonweg de vriendelijke jongens van naast de deur die er alles aan doen om hun optreden van wat glans te voorzien, ook al is frontman Blaine Harrison door een rugletstel genoodzaakt om alle shows zittend te doen.

De groep was er vol lof over dat dit publiek hun had verkozen boven U2 die dezelfde avond ook op een Brussels podium stond. Zo’n opmerking siert hun maar wanneer wij huiswaarts trokken waren we er ook wel van overtuigd dat in 2030 Mystery Jets wellicht niet in datzelfde Boudewijnstadion zullen staan.

Setlist: Alice Springs, Young Love, Lady Grey, Serotonin, Miracle, Flakes, Hand me down, Hideaway, Show me the light, Melt, Two doors, Bunhouse

Organisatie: Botanique, Brussel

Teenage Fanclub

Shadows

Geschreven door

Het Schotse Teenage Fanclub neemt de laatste tien jaar rustig de tijd te werken aan hun platen. Zo zijn ze nog maar aan de vierde plaat toe sinds 2000. Dat ze nu maar om de vijf jaar aan iets nieuws werken, heeft te maken dat de drie songschrijvers Norman Blake, Gerard Love en Raymond McGinley uitgeweken zijn naar verschillende landen. Twintig jaar zijn ze al bezig en putten muzikale energie van groepen als Big Star (een great old favorite van Teenage Fanclub!), The Byrds en The Beach Boys. Zelf lagen ze begin jaren ’90 mee aan de basis van de huidige indiescene.
Fraaie popsongs zonder al te veel weerhaken en schokkende wendingen, weemoedig, dromerig, ingehouden en sfeervol, met finesse en subtiliteit gespeeld. De subtiele samenzang en het gitaarspel geven kleur. Rustig voortkabbelende songs dus voor heerlijke, lome zomeravonden …

Jan Swerts

Weg

Geschreven door

Wanneer je dit klein werkje bekijkt zul je zien dat alle nummers als titel een adres hebben met bijbehorende illustraties van Rob Bossens. Met deze informatie wordt meteen het concept van deze debuutplaat weergegeven want iedere mens zal wel in zijn hoofd enkele addressen uit het verleden opgeslagen hebben die werken als een soort herinneringen..
Op zeer minimale en hartbrekende wijze wordt hier het verleden van een mens bloot gelegd waardoor je eigenlijk ‘Weg’ het best zou kunnen vergelijken met zo’n stokoude fotoalbum die men uit de kast haalt en waarbij het weemoedig gevoel toeslaat bij het bekijken van ieder prentje.
De foto’s zijn in het geval van Jan Swerts ingetogen liedjes met een sterk neoklassieke inslag en daar zal de bewondering voor Wim Mertens wel niet aan vreemd zijn. Net als de pianovirtuoos uit Neerpelt componeert Jan Swerts een resem ingetogen melodietjes waarbij hij uiterst zuinig omspringt met het toedienen van arrangementen, minimale pianomuziek afgewisseld met wat blazerswerk en af en toe een prevelende stem wat de vergelijking met Wim Mertens alleen maar doet vergroten.
‘Weg’ werd eerder reeds vergeleken met het solowerk van Talk Talk-frontman Mark Hollis, een plaat die zowat door de hele wereld over het hoofd werd gezien en hoe pijnlijk het is om dit te stellen: we vrezen dat dit werkje van Jan Swerts hetzelfde lot toebedeeld is want dit is nu eenmaal het soort muziek die de nodige inspanningen vergt. De busreis is lang, het eindstation is meer dan de moeite waard maar heel wat reizigers zullen onderweg op de stopbel duwen om een halte vroeger af te stappen. Jammer.

Macronizm

Alter Ego

Geschreven door

Hip hop in je moedertaal, het is en blijft een vreemd iets omdat je dit muziekgenre onbewust blijft linken aan buurten als The Bronx en niet met bijvoorbeeld Eindhoven, maar toch zijn deze Nederlandse hiphoppers er glansrijk in geslaagd om met ‘Alter ego’ een plaat af te leveren waar je van de eerste tot de laatste minuut aan gekluisterd bent.
Veel heeft natuurlijk te maken met de intelligente teksten die bol staan van de maatschappijkritiek en dat gaat zo ver dat je eigenlijk bij ieder nummer wel eventjes stil kan staan.
“Jantje lacht, Jantje huilt” gaat over de werkproblematiek, “Schoenendoos” over mensen die obsessief met muziek bezig zijn of gewoonweg iets aangrijpends als “21 Gram” waarbij je meteen weet waarover deze song gaat.
Muzikaal is het ‘old skool’ hip hop en gelukkig zonder al te veel pose waarbij de meeste nummers vergezeld zijn van een symfonische achtergrond wat meteen vergelijkingen met Massive Attack oplevert.
Ook zeer belangrijk is dat het Hollands aspect geenszins storend werkt want deze opvolger van ‘Alternatief’ is niet gemaakt door mensen die plots denken dat ze 50 Cent zijn maar wel door mensen die iets te zeggen hebben.

www.myspace.com/macronizm

Zola Jesus

Stridulum II

Geschreven door

Het zal moeilijk zijn om een slecht woord te lezen over Zola Jesus want alle recensies zijn bedolven onder de lovende woorden. Niet dat Zola Jesus nu echt nieuw in de scene is want deze 21-jarige heeft ondertussen reeds cd’s op haar actief staan maar deze “Stridulum II” is wel haar meest toegankelijke tot nu toe.
Niet verwonderlijk als je weet dat ze vroeger met Xiu Xiu-frontman Jamie Stewart in de groep Former Ghosts zat waardoor haar muziek eerder een industrieel tintje kreeg. Op haar nieuweling, die in thuisland eigenlijk een EP geworden is, laat Zola Jesus (echte naam: Nika Roza Danilova) haar van haar meest kwetsbare kant zien wat zich vertaalt in breekbare, zwartgallige avant-gardistische songs waar invloeden van Siouxsie, Patti Smith en Nico in terug te vinden zijn.
Meestal houden we ons hart vast als de zoveelste hype aangekondigd wordt maar in het geval van Zola Jesus lijkt die meer dan gerechtvaardigd.

Orchestral Manœuvres in The Dark (OMD)

History Of Modern

Geschreven door

Zouden er eigenlijk nog mensen rondlopen die vandaag de dag nog wakker liggen van een nieuwe O.M.D.-release? Zelfs de grootste fan zal moeten toegeven dat de laatste cd’s van dit elektronisch duo allesbehalve historisch kon genoemd worden, en dan hebben we het nog niet eens over Atomic Kitten gehad!
Toen recentelijk Andy McCluskey and Paul Humphreys besloten om integraal ‘Architecture and morality’ terug op de planken te  brengen werden ze plots overvallen door het gevoel om hun oud geluid terug te toveren. En kijk, veertien jaar na de laatste O.M.D.-plaat is de 11e cd een feit!
Of deze ‘History Of Modern’ nu beter is dan hun legendarisch debuut of ‘Organisation’? Het is een retorische vraag waarop iedereen het antwoord kent alvorens hij een noot van het nieuwe album gehoord heeft. Het goede nieuws is echter dat de heren hier wel terug grijpen naar hun oud geluid ook al zullen ze wel in de eerste plaats veel te danken hebben aan producer Mike Crossey die eerder met Arctic Monkeys achter de knoppen zat.
Je krijgt hier 13 nummers die één voor één poepcommercieel zijn maar het zijn ook songs waarbij men niks vernieuwends wil uitproberen.
’History of modern’ is een plaat geworden waarbij men volledig op veilig speelde door vooral te klinken zoals ze dat deden in 1986, wat trouwens ook de reden was waarom Andy en Paul hun begeleidingsgroep van toen terug in het leven riepen. Stuk voor stuk kan je de nummers aan een bepaald feit uit de O.M.D.-geschiedenis kleven ook al klinken de vaak bombastische synths hier verassend fris.
’History of modern’ is geen grootse cd maar het is wel een zeer gelukkig weerzien van een groep die een prachtige stempel op de 80’s gedrukt heeft.

The Late Call

You already have a home

Geschreven door

Soms wandelen er van die platen binnen waar je een warm gevoel van krijgt maar waarvan je tegelijkertijd ook beseft dat ze meer verdienen dan zomaar een vermelding op een website, om maar niet te spreken over het eventueel gevaar dat het enkel bij een bespreking zal blijven.
The Late Call is eigenlijk een project dat opgebouwd is rond Johannes Mayer. Deze jongeman uit Stockholm wordt wel eens de ontbrekende schakel tussen Kings Of Convenience en Bon Iver genoemd. Met twee zulke namen weet je meteen dat dit zeer fragiele muziek betreft, maar toch is dit niet de zoveelste nu country held.
Indien u zich kan inbeelden hoe Coldplay unplugged zou klinken indien ze gebruiken zouden maken van klassieke instrumenten (gaande van een piano tot blazers) dan heb je ook meteen een idee hoe deze The Late Call klinkt. Tamelijk prachtig dus.

www.myspace.com/thelatecall

K's Choice

Echo Mountain

Geschreven door

Dat Zus Sarah en broer Gert Bettens weer zouden gaan samenwerken, was niemand vreemd. Na ‘Cocoon Crash’ hielpen ze elkaar wel eens in het songschrijven of was er onverwachts een gastoptreden van één van de twee tijdens hun clubtours. En het verhaal begon toen liedjes van over de oceaan werden gemaild, want Sarah leeft al enkele jaren in de VS en Gert in ons landje. Het zag er aan te komen dus, vooral toen ze op Folkdranouter vorig jaar (nu Festival Dranouter btw!) een reünie concert speelden en we al een glimp hoorden van de hernieuwde samenwerking. De respons en het succes was alvast een bijkomende trigger voor ‘Echo Mountain’, die twee schijfjes bevat van elk zo’n 25 minuten. We horen afwisselend melodieus spannende rockers als “Come live the life”, “I will carry you” en de titelsong, gematigder klinken “When I lay beside you” en “Perfect”, en tot slot komt de klemtoon op het ingetogen materiaal: ingehouden , intieme, sfeervolle songs met een pianotune, akoestische gitaar en orkestraties, waarvan we vooral “Say a prayer”, “16” en “Killing dragons” onthouden. ‘Echo Mountain’ is een dromerig evenwichtig goede plaat en neemt de gedachte weg dat het maar om een tijdelijke hereniging zou gaan. Welcome back dus!

Tokyo Police Club

Champ

Geschreven door

Het uit Toronto afkomstige Tokyo Police Club debuteerde een goede drie jaar terug met de EP ‘A lesson in crime’, die 8 songs bevatte en maar liefst 18 minuten duurde. Spannende puntige postpunksongs, die melodieus, bedreven, energiek en krachtig klonken. Frisse gitaarpopsongs onder een opzwepend ritme, kort en kernachtig.
Op de volwaardige debuutplaat, ‘Elephant Shell’ waren ze al iets volwassener en dit jaar dan verschijnt ‘Champ’, 11 songs die net de drie minuten grens bereiken, wat inhoudt dat hun snedige, ophitsende songs van weleer meer melodieus midtempo rock zijn. In het begin boeit de band alvast met “Favourite food”, “Favourite colour”, “Breakneck speed” en “Bambi”, maar dan zakt het geheel wat ineen, zoals Futureheads nog heeft doorgemaakt, en zich niet meer kan onderscheiden.
We horen een kwartet in ontwikkeling, waarbij het nog eventjes wachten is op die befaamde ‘Grote Plaat’.

Motorpsycho

Heavy Metal Fruit

Geschreven door

Het Noorse Motorpsycho is een perfect op elkaar ingespeeld trio die sinds de onvolprezen dubbelaar ‘Black Hole/Blank Canvas’ (2006) terug grijpt naar granieten blokken retrorock/psychedelica. Lang uitgesponnen en in elkaar vloeiende, meeslepende songs, die broeierig, intens opbouwend en krachtig kunnen zijn, met freejazzy, hallucinante, massieve en waanzinnige trips. Zes songs horen we hier, waarvan “Starhammer” de aanzet vormt en het twintig minuten durende “Gullible’s travels” op krankzinnige wijze de overtuigende plaat besluit. Het sfeervolle tussendoortje “Close your eyes” is zo geplukt uit de stal Beatles/Supertramp/Pink Floyd.
Wat een bezwerende jamsessie van de heren, die nog steeds de huidige generatie Black Mountain, Sleepy Suns het nakijken houdt …

Leffingeleuren 2010 in de ogen van … - de kleintjes maken veel goed

Geschreven door

Leffingeleuren 2010 in de ogen van … - de kleintjes maken veel goed
2010-09-17 t/m 2010-09-19
Leffingeleuren lijkt stilaan het evenwicht tussen avontuurlijke, nog te ontdekken groepen en gevestigde waarden gevonden te hebben. Met naast het onvermijdelijke leger nationale namen (er moet nog volk komen ook,hé) genoeg buitenlandse (en minder gekende) acts om ook te muzikale veelvraten te plezieren. Interessante namen genoeg op de affiche dit jaar maar daar begint net de frustratie : te veel bands spelen gelijktijdig en men moet soms onmogelijke keuzes maken maar dat probleem stelt zich natuurlijk niet enkel in Leffinge.

dag 1 – vrijdag 17 september 2010


De zaal liep dit jaar al van bij de eerste groep helemaal vol, het is ooit anders geweest. Verantwoordelijk hiervoor was het Gentse Amatorski, momenteel een kleine hype dankzij "Come home". Mooie, breekbare muziek waarvoor het woord Duyster destijds is uitgevonden, met een heerlijk fluisterzangeresje die me soms aan Cat Power deed denken. De versterking met maar liefst drie saxen en eenmaal een viool (van Balthazar) bracht niet veel bij, deze muziek is eerder gediend met een minimale bezetting. Na het ijzersterke begin verwaterde de set wat wegens gebrek aan ideeën en teveel toeters en bellen. Maar al bij al bleef het een vrij aangename verrassing. (op 20/11 nog te zien in de 4AD)

Phosphorescent kende ik van hun cd ‘Pride’ uit 2007, een klein meesterwerkje vol beklemmende indierock. Intussen is de groep van Matthew Houck (uit Brooklyn) geëvolueerd naar meer conventionele americana. Hun tribute voor Willie Nelson zal daar wel niet vreemd aan zijn. Phosphorescent begon met een lap stevige countryrock (“Hard to humble”). Maar al vlug was er tijd en ruimte voor wat meer ingetogen werk dat evenwel voortdurend gestoord werd door een vrolijk kakelend publiek. Een dwingend sssht van pianist Scott Stapleton kon daar niets aan verhelpen. Matthew Houck nam dan de ,op het eerste zicht, vreemde beslissing om solo verder te spelen maar met twee fantastische songs kreeg hij de meute dan toch stil. Waarna de groep nog even terug kwam om een overtuigende set af te sluiten.

Daarna was het moeilijk kiezen tussen Wolf Parade, Timber Timbre en Paul Weller. Uiteindelijk koos ik voor die laatste hoewel ik zeker geen echte fan ben maar de niet aflatende stroom positieve recensies lokten me dus naar de tent. Paul Weller had een strakke groep, allen in stemmig zwart, rond zich verzameld en begon bijzonder nijdig met "Peacock suit". Maar al vlug zakte het niveau van de songs en begon een stemmetje mijn zo al geteisterde hersenen te treiteren door me voortdurend in te fluisteren dat ik de verkeerde keuze had gemaakt.
Dan maar op een drafje naar het café waar Timber Timbre uit Montréal aan het werk was. In een niet alledaagse opstelling (Simon Trottier: lapsteel, Mika Posen: viool en Taylor Kirk: gitaar, basdrum en zang) brachten ze lome, weidse folk. Louter muzikaal vond ik dit wel knap, jammer dat de stem hier haaks op stond. Taylor Kirk klonk als een rockabilly-zanger die net zijn tong had ingeslikt en liet om de twee minuten een hevige hik horen. Toen een zittende Kirk tijdens een instrumentaal nummer even de microfoon van zich wegduwde maakte een olijkerd uit het publiek van de gelegenheid en micro gebruik om het via vreemde sjamaangezangen wat beter te laten klinken. Timber Timbre wist niet wat hen overkwam.

dag 2 – zaterdag 18 september 2010

Dag twee kende de grootste opkomst ooit (7000) terwijl het programma toch niet zo sterk leek. Drums Are For Parades is een Gents trio rond de broers Wim en Piet Reygaerd (beiden gitaar) die net een eerste plaat uit heeft. Hun mix van stoner, drones, metal en noise werd gedragen door laag overvliegende, alles aan flarden rijtende gitaren, af en toe gelardeerd door wat geschreeuw. Het klonk beslist goed (zeker met dat mespuntje Melvins erbij) maar het was toch zooo voorspelbaar. Voor een verrassende wending moet je zeker niet bij Drums Are For Parades aankloppen.

De Brit Roots Manuva (echte naam Rodney Smith) bracht een aanstekelijke mix van hiphop, dub en elektronica. Wat mij betreft stalen de extra zanger en zangeres de show maar ik ben absoluut een leek in deze wereld.

Lonelady staat voor Julie Campbell (git., zang) uit Manchester en heeft een cd uit op het befaamde label WARP. Bijgestaan door Andrew Cheetham op drums en Gareth Smith op toetsen, sampler en percussie bracht ze sterk op de eighties geïnspireerde muziek. Ik hoorde The B 52's, Gang Of Four en ook wel PJ Harvey. Mooi maar na een tijdje had je het wel gezien. Lonelady is een sterke zangeres maar ze teert toch iets teveel op datzelfde trucje en bovendien was de begeleiding te minimaal om een optreden lang te kunnen boeien.

Hierna volgde het zoveelste project van Tim Vanhamel (Evil Superstars, Millionaire,...). Samen met Pascal Deweze (Metal Molly,...) schreef hij de muziek voor het net in de prijzen gevallen tv-programma ‘Benidorm Bastards’ en zo ontstond Broken Glass Heroes (een kromme verwijzing naar Lennon's "Working Class Hero". Wat country maar vooral veel Beatles en Beach Boys hoorden we. Met wisselend resultaat : naast vele mooie momenten zaten ook enkele gigantische stinkers. En iemand moet mij maar eens komen vertellen waarom iedereen tegenwoordig als The Beach Boys wil klinken : zo fantastisch waren die nu ook weer niet.

Daarna was het weer van dat : ouwe zot Lee ‘Scratch’ Perry, de nieuwe en zeer goed onthaalde indiefolkband Stornoway of psych-rock guru Imaad Wasif. Het werd die laatste en dat heb ik me geen seconde beklaagd. In het Zwerver-café zorgde hij voor het absolute hoogtepunt van Leffingeleuren hoewel waarschijnlijk velen het hier niet mee eens zullen zijn. Imaad, van Indische komaf, geboren in Canada en nu wonend in Los Angeles, heeft een verleden bij de Yeah Yeah Yeahs en Lou Barlow's New Folk Implosion maar dat verbleekt toch bij zijn solowerk. Wat op plaat soms nog wat teveel in goede bedoelingen blijft steken gulpte er op het kleine podium in één kolkende stroom uit. Vernieuwend klinkt deze graatmagere jongen zeker niet maar zijn mix tussen Devendra Banhart, Led Zeppelin, Pink Floyd, Steppenwolf of Masters Of Reality klonk verrassend fris en bijzonder bevrijdend na een dag vol halve mislukkingen.De zware, stoere bas en de mokerende drums zorgden onmiskenbaar voor een 70's hardrock-gevoel terwijl Imaad zelf daar geuten psychedelica en/of folk aan toevoegde, waarbij de vreemdste tempowisselingen niet werden geschuwd. Absolute topper die op 9 oktober nog naar de Trix komt.

dag 3 – zondag 19 september 2010

Zondag was het al meteen raak met Deer Tick. Deze groep uit Providence, Rhode Island serveerde ons een dampende pot americana, de Jayhawks achterna maar dan een heel stuk rauwer gezongen. Met John Mc Cauley hebben ze een frontman pur sang in de rangen die toch wat minder dorstig leek dan een week voordien in Le Grand Mix, Tourcoing maar het toch nodig vond om een flesje Maes met de tanden te openen. Ondanks de soms sombere songs bezorgde Deer Tick ons een weldadig gevoel.

Meteen daarna volgde een set rauwe garagerock van de Black Box Revelation : nog steeds mooi maar intussen kennen we het zo al een beetje. En gitarist Jan Paternoster moet oppassen dat hij zich niet te veel etaleert, dit soort vuile rock-'n-roll is niet gediend met grootse gebaren.

Viva L'American Death Ray Music was alleszins de groep met de vreemdste naam in Leffinge en wellicht ook met de vreemdste muziek. Slechts met zijn drieën want bassist Harlan T. Bobo was er niet bij wegens pas vader geworden. Moge dit een lichtpunt zijn in zijn donkere bestaan! Gehuld in lange gewaden en wit geschminkt betraden ze het podium en zorgden zo meteen voor een onwezenlijke sfeer. De in Memphis geboren Nicholas ‘Diablo’ Ray (ex- '68 Comeback) zong met verschrikkelijk veel galm en echo op zijn stem en ook de dwarse gitaren zorgden niet meteen voor de meest toegankelijke muziek. Dit VLADRM is bijzonder moeilijk te plaatsen en dat maakt ze misschien zo intrigerend. Zonder enige toegeving doen ze koppig hun eigen ding. Er vielen zeker invloeden te bespeuren uit de donkerste dagen van de new wave en anderzijds werd dan weer een dubnummer gespeeld ondanks de afwezigheid van de bas. Helemaal op het eind, toen het meeste volk al op weg was naar Wilco, werd het nog een feestje met enkele flink aan de ketting rammelende rock-'n-rollsongs à la Velvet Underground. Dit was de vierde keer dat ik ze zag en nog steeds weet ik niet goed wat ik ervan moet denken maar me fascineren doen ze zeker. Op 26 september nog in Trix!

Wilco was de mooie kers op de LL-taart dit jaar. Niets dan lof om hen als afsluiter te programmeren hoewel ik ze toch al beter zag spelen dan hier. De laatste jaren zijn de platen van Wilco steeds meer richting middelmaat opgeschoven -parels als ‘Being there’ ('96) of ‘Yankee Hotel Foxtrot’ ('02) zijn er al een tijdje niet meer geweest - en dat vertaalt zich blijkbaar ook tijdens hun optredens. Nu, slecht was het zeker niet, het eerste half uur was zelfs gewoon schitterend : alt. country zoals hij hoort te klinken met heerlijk sprankelende gitaren. Maar na een tijdje slopen er wat mindere songs in de set en bij een groep van dit kaliber ben ik niet geneigd dit te pikken. Maar buiten die paar missers bleef het natuurlijk wonderschoon.

Tot slot nog een pluim voor de herschikte festivalweide die er werkelijk prachtig uitzag. Dit jaar was er opnieuw een recordopkomst waardoor er een nieuw probleem opdook. De zaal bleek haast bij ieder optreden te klein en wie niet tijdig binnen was kon het tijdens de optredens vergeten om er nog in te geraken.

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Interpol

Interpol - terug naar de toekomst

Geschreven door

Na een welverdiende pauze volgend na de ‘Our Love To Admire’-tournee en diverse muzikale omzwervingen van de groepsleden in allerlei zijprojecten, liet Interpol een vierde en titelloze plaat op de wereld los. Bij het luisteren en fanatiek herbeluisteren van het nieuwe werkstuk kregen we een ambivalent gevoel: enerzijds hoorden we een terugkeer naar het vertrouwde geluid van het gelauwerde ‘Turn On The Bright Lights’ maar anderzijds ook een klassieker en weelderig element dat komt boven drijven.
Na het vertrek van bassist Carlos Dengler was het wellicht zoeken voor Interpol naar de eigen identiteit, de drang om iets nieuw te maken en de vanzelfsprekend moeilijke afweging tussen beide.
Drummer Fogarino, gitarist Kessler en zanger Banks beslisten om als trio verder te gaan. Voor deze tournee werd David Pajo van de Yeah Yeah Yeahs opgetrommeld om de bas te bemannen. Wij gingen kijken in een uitverkocht Aéronef in Lille, naar ons gevoel een betere optie dan als support-act van het surrealistische totaalspektakel van U2 in Brussel.

Het gerucht dat Interpol zelf niet zo tevreden was met het door ons grijsgedraaide ‘Our Love To Admire’ lijkt niet zomaar een kwakkel te zijn. Althans afgaand en misschien ietwat voorbarig besluitend op basis van de setlist in Lille. Interpol bracht naast vijf nummers van ‘Antics’, vijf nummers van hun jongste worp en - naar onze grote tevredenheid - maar liefst zes nummers van hun debuutplaat! Dit - jammer genoeg - in schril contrast met enkel “Rest My Chemistry” van hun vorige plaat!
Interpol stak van wal met het openingsnummer van de nieuwe plaat: het bittere en door zelfverzekerde trom aangedreven “Success”. Het geniale en met zelfbeklag gevulde “C’mere” lag mooi tussen het onrustige en tegelijk blije “Say Hello To The Angels” en het perfect opgebouwde en subliem enerverende “Leif Erikson”.
Interpol zoals we Interpol kennen dus: zware drum, klagerige zang, donkere bas, melancholie, snerpende gitaren en een hypnotiserende melodie. Het schijnbaar eenvoudige “Barricade”, momenteel in hoge rotatie als single, klonk live met een donkere bas beter dan op plaat. Twee bommetjes van op ‘Antics’, het subliem gespeelde en ritmewisselende “Evil” en het met basloopjes doorspekte en van een ska-ritme voorziene “Narc”, werden gevolgd door het fraai opgebouwde juweeltje en met eigenzinnige effecten doorweven “Hands Away”. “Lights” werd live magistraal uitgewerkt naar een sublieme climax. “Try It On”,  met een misselijk makend riedeltje, voelde dan weer als de vreemde eend in de bijt in de anders sublieme set. “Not Even Jail” (die aanstekelijke gitaarriff in het tweede deel van het nummer!) en het op het randje van de beheerste agressie balancerende en opzwepende “Obstacle 1” sloten de reguliere set af.
Bij wijze van toegift kregen we het rustige en tegelijkertijd grauwe “NYC”, het overweldigende “Slow Hands” en het obligate en verlossing brengende “PDA”.

Gedragen door de overweldigende en de overtuigende monotone stem van Paul Banks, die op een bijzondere wijze melancholische zangpartijen afwisselt met krachtige en cynisch klinkende uithalen, nam Interpol ons stevig bij het nekvel. Ook de nieuwe nummers konden live genoeg beklijven en bleven op en top Interpol. We zijn echter niet weinig benieuwd hoe andere nieuwe nummers zoals “Memory Serves”, “Always Malaise” en pakweg “The Undoing” live dan wel mogen klinken. We kunnen er ons vaag iets donker, claustrofobisch en tegelijkertijd kil en episch bij voorstellen.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.acke.be

Organisatie: Agauchedelalune (ism Aéronef, Lille)

Deer Tick

Deer Tick - Schuurpapieren neocountry-pracht

Geschreven door

’Deer Tick, a band.’John Macauley legt op zijn - van alle franjes gestripte - website kort de essentie van zijn band bloot. “We consider ourselves a rock n roll band” en ook “If you don't want to get covered in beer or confetti at one of our shows, I'd suggest not standing up in the front.” Spijtig dat zowat iedereen in de Rotonde-zaal van de Botanique deze raad ter harte nam. Het werd dus een oerdegelijk rock’n’roll concert, maar wel één voor een braaf zittend publiek.

Dat publiek was al reeds zacht in een dromerige rust gewiegd door de onschuldige countrypop van Caitlin Rose. Liedjes met een suikerzoete angel gecombineerd met wat vrolijke bindteksten. Maar, met daar nog twee goed gekozen covers van Dillard & Clark (“He Darked the Sun”) en Randy Newman (“Marie”) bovenop werd het toch een aangename opener.

Deer Tick doorprikt die dromerigheid onmiddellijk met een bluesy “Choir Of Angels”. Met veel schwung trekken ze nummer na nummer alle registers open. Het aan Tom Petty schatplichtige “Hope Is Big”, de écht aanstekelijke rock’n’roll van “Something To Brag About” en het live prachtig ingetogen gehouden “Ashamed” waarin de toetsenist Rob Crowell zich ook een begenadigd saxofoon-speler toont.
De rode draad doorheen de hele set (en bij uitbreiding natuurlijk ook de hele geschiedenis van de band) is zonder twijfel de spilfiguur met de schuurpapieren nasale stem, John Macauley. Hij tilt zijn band moeiteloos boven de country-middelmaat uit en schaart zich daarbij bij andere uitstekende neocountry folkies als bijvoorbeeld The Tallest Man On Earth, Bright Eyes of Those Darlins.
Naast de nieuwe te promoten plaat (‘The Black Dirt Sessions’) komt er ook genoeg oud materiaal voorbij maar de groep bouwt toch naar een ongelofelijk psychedelisch en zwaar rockend orgelpunt toe met het uit het nieuwe album geplukte “Mange”. Wat begint als een degelijke rocksong groeit gestaag uit tot een ‘aardverschroeier’ van jewelste, opgezweept door drummer Dennis Ryan die op het einde echt de razernij uit zijn vege lijf lijkt te meppen op alles wat in zijn buurt komt.

En het publiek, dat zat erbij en genoot toch zichtbaar. In de bissen volgden nog een cover van ZZ Top’s “Cheap Sunglasses”, opnieuw met sax, en als échte ongeplande toegift “These Old shoes”. Romantiek op zijn Deer Tick’s als afsluiting van een goed concert dat nog meer in zijn mars had.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel

Leffingeleuren 2010: vrijdag 17 september 2010

De 34ste editie van Leffingeleuren zag er goed uit … Een gevarieerde affiche van smaakmakers van eigen bodem, ‘alternative’ internationale bands en enkele beloftevolle ontdekkingen. ‘Dreams can be true’ voor de organisatie, want kleppers als Paul Weller en Wilco stonden al lang op het verlanglijstje. In de pittoreske locatie rond de kerktoren werd er wat aan het terrein gesleuteld, waardoor meer ademruimte was, buiten de grote concerttent. De drank- en eetstandjes waren beter opgedeeld. Op weg naar het zaaltje van de Zwerver kon je op het marktplein doorlopend projecties op groot scherm zien, de ‘1 Minute Film & Sound Awards’.
Opnieuw stevende het festival op een groot succes af. Eerder waren de combi tickets al uitverkocht en 19000 bezoekers konden genieten van 32 concerten. Op vrijdag daagden 6500 toeschouwers op, zaterdag waren er zelfs 7000 bezoekers en tot slot waren er nog een kleine 6000 op zondag. 2000 meer dan vorig jaar dus, en dankzij het vernieuwde en uitgebreide terrein verliep alles heel gemoedelijk en vlotjes. Moest er nog zand zijn op één van de afsluitende zomerfestivals?

Op de eerste avond was alvast iedereen op post om puike optredens te zien van Paul Weller, The Van Jets, Balthazar en Tocadisco.

dag 1 - vrijdag 17 september 2010

Het is moeilijk om één Belgisch zomerfestival op te noemen waar de heren van The Van Jets niet present tekenden dit jaar. Meer dan terecht volgens ons want ook op Leffingeleuren speelden de Oostendse Gentenaren een set om vingers en duimen van af te likken. De concerttent zat afgeladen vol toen Johannes Verschaeve en de zijnen het podium betraden. Verschaeve had met zijn zwarte cape en dito hoed wel iets weg van een vampier die net uit z’n kist kwam en ook de modieuze puntschoenen en dito jasje van bassist Frederik Tampere mochten gezien worden. De mannen starten hun set verschroeiend met de single “Down Below”. Daarna volgden verschillende stevige uitvoeringen van nummers uit de recente en zeer fijne cd ‘Cat Fit Furry’. Ook een handvol nummers uit ‘Electric Soldiers’ passeerden de revue (“High Heels”, “ What’s going on” en “Electric Soldiers”) net als de Bowie-cover “Fashion”. Het overwegend jonge publiek smulde uit de hand van podiumbeest Verschaeve en dat verminderde er zeker niet op toen hij tijdens het slotnummer vrolijk het publiek indook. Een indrukwekkende thuismatch en een geweldig openingsconcert voor Leffingeleuren!

Ook het zaaltje van de Zwerver kon telkens rekenen op massaal belangstellenden, want in het begin van elke set was het aanschuiven geblazen ...

Na The Van Jets was het dus even raak met Amatorski in de Zwerver. Hun bedwelmende, sfeervolle, dromerige slowmotion fluisterpop werd sterk onthaald. “Come home” zat al vroeg in de set en het sober,ingehouden materiaal van de EP ‘Same stars we shared’ kreeg kleur en elan door een saxofoontrio, waarmee ze momenteel ‘on tour’ zijn. De elegante schoonheid, pracht en subtiliteit durfden ze kruisen met gitaarreverbs. En in de korte set loerde Sigur Ros om de hoek … Hoe een band op korte tijd zieltjes wint … Verdiend!

De volgende band op het hoofdpodium was voor velen waarschijnlijk niet zo bekend. Nochtans zijn de heren van Babylon Circus in eigen land Frankrijk nationale helden en waren ze vorig jaar al op een aantal festivals zoals Dour en Cactus te gast. Het enthousiasme en de Engelse, Franse en zelfs Nederlandse bindteksten van frontman David Baruchel waren aanstekelijk en dat gold al evenzeer voor de mix van gipsy, ska, reggae, chanson , rock en volksmuziek. Het publiek werd close betrokken en zelf genoten we van die warme, ophitsende en opzwepende klanken. Heel wat ritmeveranderingen van de tienkoppige band waarin de ska en de trage reggaevibes zeker niet eentonig klonken. We hoorden invloeden van Manu Chao en Bob Marley maar ook bands uit de jaren tachtig zoals The Clash en Madness naast sporen van Midden-Europese volksmuziek. Een pluim voor de organisatie dat ze de fijne band wisten te strikken.

Phosphorescent (zaal) is het muzikaal project van muzikale duizendpoot Matthew Houck. Als hij met band optreedt, geeft hij z’n weemoedige, ontroerende, melancholische rootsrock/ americana een frisse, pittige en krachtige injectie. De songs klonken indringend en meeslepend en gingen richting Wilco en Crazy Horse. Welke songs hij met z’n band ook speelt, ze zijn met dezelfde bezieling en intensiteit gespeeld. In die ‘new style catchy dromerige countryrock’ gaf hij een eerbetoon aan Willie Nelson (de plaat ‘to Willie’ ) en was er ruimte voor een gevoelige solopartij.

‘Wake up the nation’ heet het nieuwe album van Paul Weller en dat was ook wat hij op Leffingeleuren deed: iedereen eens goed wakker schudden. Moest er iemand al wat moe geworden zijn, dan werd die flink tot de orde geroepen door de prille vijftiger in absolute topvorm. Omringd door topmuzikanten startte de ‘modfather’ zijn set met verschillende puntige en flink rockende songs. Er passeerden songs uit zijn hele carrière de revue en ook gevoelige zielen kwamen aan hun trekken toen hij een aantal songs vanachter zijn piano afwerkte. The Jam en Style Council kwamen ook nog even langs, waaronder “Strange town” en “Shout to the top”. Een prima straf optreden van de beroemde nekspoiler die duidelijk op scherp stond.

Tijdens les Nuits waren we al onder de indruk van Wolf Parade (zaal), Canadese band rond het duo Spencer Kruger en Dan Boeckner. Ze waren erg goed op elkaar ingespeeld en beschikten over tonnen enthousiasme en dynamiek. Op speels spontane wijze gingen ze expansief te werk en overtuigden nog meer dan tijdens les Nuits. Broeierig krachtige nummers, heerlijke tempowisselingen, afwisselende vocals en een vloeiende samenzang … alles hielden ze in toom en onder controle. Wat een staaltje direct ‘alternative indierock’ … alles paste perfect in elkaar … een hechte band met klasse. Nu maar hopen dat ze aan belangstelling winnen. Het zou verdiend zijn …

Tot slot kon het jonge publiekje loos gaan op de fuifset van de Duitse topDJ Tocadisco (concerttent). ‘De Afrekening meets eigen remixes’, surplus een glimp van zijn eigen classics “Morumbi”, “Streetgirls” en “Better begin”. De ideale party afsluiter!

Intussen kon je ook terecht om die andere Belgische belofte aan het werk te zien, Balthazar (zaal). de Kortrijkzanen bewezen dat ze uitgegroeid zijn tot één van de beste Vlaamse acts van dit moment! Hun debuutcd ‘Applause’ barst van de goeie nummers en de meeste daarvan werden op Leffingeleuren grandioos gebracht. Vanaf opener “The Boatman” tot afsluiter “Blood Like Wine” (inclusief een prachtige a cappela outro) liet de band een ongelooflijke indruk op ons. Niet te veel praten (hoogstens een dankuwel) maar spelen is het devies van dez band en dat deden ze! Twee energieke en aparte frontmannen, de componisten Devoldere – Deprez, een onopvallende bassist, een lieftallige violiste en een krachtige drummer, ze lijken misschien op een zootje ongeregeld maar samen zijn ze duidelijk  een zeer goed geoliede machine... Ze boden een uiterst gevarieerde, broeierige, dynamische en intens slepende set. En ook hier mocht het geheel krachtiger en venijniger klinken; hun “Fifteen floors” en “Hunger at the door” ontbraken niet. Die West-Vlamingen uit Kortrijk kregen terecht een sterk ‘Applaus(e)’ … Dit optreden staat nu al in ons jaarlijstje...

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge 

Pagina 427 van 498