logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Gent Jazz Festival 2009: Brad Mehldau Trio: Met de ogen toe en de vingers in de neus

Geschreven door

Het was ruim 10 jaar geleden – zo gaf Brad zelf aan toen hij na 4 nummers eindelijk es de microfoon ter hand nam – dat hij nog in Gent had gespeeld. De organisatie tracht hem al een tijdje te strikken, en na zovele edities van Gentjazz is het hen dan ook eindelijk eens gelukt.
Brad Mehldau is a coming Starr in het jazzcircuit. De concerttent liep dan ook aardig vol voor een concert waarbij de verwachtingen erg hoog gespannen waren. Immers, Brad Mehldau kan nogal wat diversiteit in zijn concerten tentoonspreiden, gaande van erg ritmische nummers over covers van zijn favoriete popsongs (Radiohead, Nick Drake,…) tot hele trage fragiele composities en originals.
Zijn muziek is een subtiele mix van melancholie en vreugdesprongetjes. Met bassist Larry Grenadier en drummer Jeff Ballard is de verstandhouding optimaal. Samen vormen ze een gracieus en welluidend trio.
Het bewerkte “Got me wrong” van grunge-iconen Alice in Chains (maakten furore midden jaren negentig) toont aan tot welke dingen Mehldau in staat is. Hij zet poppy nummers in zijn blootje en kleedt ze terug aan tot een zeer melodieus geheel, met herkenbare patronen uit de original, maar met eigen touch. Het moet gezegd dat zijn bewerkingen heel vaak het originele overstijgen, al zal deze these vrijwel volledig subjectief zijn…
Een eigen compositie waarvoor de meester op dit ogenblik nog geen titel heeft gevonden.… (dixit Mehldau over het tweede nummer in zijn set). Het toont aan waar het Brad over gaat: de muziek primeert, de rest is bijzaak. Al is het in het verleden – naar verluidt – wel het een en ander raar gelopen. Er is immers sprake van een ‘pedant’ en duister verleden, waarvan een grote tatoeage op zijn rechterarm nog steeds restant en getuige is. Wie weet wat zich in Berkelee College allemaal heeft afgespeeld,
Het concert van Mehldau gaat in crescendo: een bewerking van “Brownie speaks” van Clifford Browne, een nummer van Cole Porter, en het meesterlijke “Erogine” van Sonny Rollins. Het publiek lust het wel, en het lijkt wel of ze het applaus opsparen tot na de songs. Want als Brad ‘aanzet’ op zijn piano, passeert de ene toonladder na de andere langs je oren, maakt hij grappige en onverwacht melodieuze uitstapjes. Ook als Grenadier en Ballard hun kunnen tonen, voegt Mehldau steeds een pianotouch toe om ‘U’ tegen te zeggen. “Chicken skin again”. De coolness waarmee drummer Ballard zijn kapotte baspedaal van zijn drumstel  herstelt tijdens zijn drumsolo en daarna gewoon verder gaat, toont aan over welke raspaarden het we hier hebben.
De set eindigt met een bewerking van een nummer uit een musical “Lady in the dark”, genaamd ‘The Ship’. Het toont aan dat Mehldau ook deze klassieke composities de baas kan, met de vingers in de neus dan nog wel. Oh, en Brad spreekt vloeiend Nederlands. Iets nieuws voor mij, maar gezien zijn getrouwde status met een Nederlandse zangeres (Fleurine?) lijkt me dit vrij logisch.
‘Spelen met de ogen toe’. Heel vaak zie je ze, ook binnen het rockcircuit. Het zou kunnen betekenen (maar je kan niet in mensen kijken) ‘kijk naar mij’ en ‘zie wat ik kan’. In het geval van Mehldau (constant met gesloten ogen en gezicht afwendend van de piano) gaat het om uiterste concentratie en genieten van eigen kunnen. Het weze hem gegund! Zolang wij maar de kans krijgen om af en toe mee te genieten!
Top, die Mehldau!

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz festival, Gent

Les Ardentes 2009: vrijdag 10 juli 2009

Geschreven door

In hartje Luik vond afgelopen weekend de 4 de editie van Les Ardentes plaats. Aan de boorden van de Maas werden terug een 80 tal bands geprogrammeerd over 4 dagen, de brede waaier van genres in combinatie met de gezellige sfeervolle locatie deden dit Waalse festival de laatste jaren flink groeien, deze editie bezochten naar schatting 60000 mensen de diverse podia aan het Parc Astrid de Coronmeuse.
Het festival had de afgelopen weken wel nog 2 late annulaties te verwerken gekregen en dat waren niet van de minsten; Lauryn Hill en Lil Wayne, zij werden vervangen door Emiliana Torrini en Method Man & Redman.

Wij gingen vrijdag een kijkje nemen en kwamen terug met volgende impressie:
We besloten om eerst de 2 indoorstages te gaan bekijken

In het 'Aquarium' – de kleinste zaal-  was er een opeenvolging van dj's waar oa Paul Kalkbrenner, Agoria en Adam Beyer het mooie weer maakten.
Op de 'HF6' was inmiddels Glimmers present Disco Drunkards aan hun set begonnen.
Het colletief rond het Gentse dj duo Mo & Benoeli verzamelde een bont allegaartje muzikanten rond zich met Stephane Misseghers ( Deus), Ben Brunin ( Millionaire, ex Vive la Fête), Francois Demeyer (Foxylane, Soapstarter) en natuurlijk Tim Vanhamel; onlangs verscheen ook hun debuutcd.
Live werden samples in combi met de live band wel gesmaakt, een mix van electro, rock en funk kon zeker bekoren en de “Physical” cover nodigde uit ten dans, helaas was er maar weinig publiek te bekennen mede door de concurrentie op hetzelfde tijdstip met !!! die op het hoofdpodium 'Open air park' ten tonele waren verschenen.

CHK CHK CHK stond hier 2 jaar geleden ook al op de planken toen als één van de openers en dat was de energieke frontman Nic Offer nog niet vergeten.
In de schitterende setting van het park bracht het combo uit Brooklyn funky uptempo discopop en putte uit hun albums ‘Louden Up Now’ en ‘Myth Takes’. “All my heroes are weirdos”, “Yadnus” en “Hearts of hearts” brachten schwung in het publiek en de sympathieke band bedankte met een solide, kwaliteitsvolle performance.

Na het checken van de randanimatie en de eetstandjes was het uitkijken naar de vervangers van Lil Wayne nl Method Man & Redman. Deze leden van Wu Tang Clan en Def Squad waren vorige week nog gesignaleerd in de Vooruit te Gent en brachten hier in Luik ook heel wat aanhangers op de been. Om 21u moest hun set aanvangen maar rond 21.45u was er nog steeds geen spoor van hen zodat we ons naar de HF6 zaal begaven die inmiddels volledig volgelopen was voor de Gentse electrotrashpunksensatie The Subs. Vanaf de eerste beats ontspon zich een feestje dat pas een uur later met electrostamper “My punk” een abrupt einde zou kennen. Traditionele opener “Music is the new religion” bracht de temperaturen direct op kookpunt en de opzwepende woorden van Papillon deden het jonge volkje snakken naar meer. Het herwerkte “Kiss my trance”, Prodigy cover “Breathe” en “Fuck that shit” werden luidkeels meegezongen en als kers op de taart werd een nieuwe track als try out gelanceerd, het trancy werkstuk kon zeer bekoren en doet reeds uitkijken naar een opvolger van ‘Subculture’. Zeer catchy en heavy set die ook hier in Luik op enorm veel bijval kon rekenen.

Door het oponthoud op het hoofdpodium mocht headliner Gossip pas een uur later dan voorzien de bühne betreden. Dit kwartet rond Beth Ditto bracht zopas een opvolger uit voor hun bejubelde “Standing in the way of control”. De volslanke frontvrouw staat als een huis en bracht met haar charismatische verschijning en meeslepende zwoele soulstem het publiek direct in beroering. In tegenstelling tot kolos Ditto staat de frêle drumster Hannah Billie die met haar swingende discodrums en strakke ritmesectie een ook niet onaardig deel van de band vertolkt. Ook de rest van de band moest alert en strak blijven spelen want keer op keer dook Ditto tussen het publiek op en stond ze meer voor dan op het podium. Naast enkele nieuwe nummers uit ‘Music for men’ lag de nadruk toch op hun vorig album, het publiek lustte er wel pap van en “Heavy cross” was het orgelpunt van een stomende dansbare set.

De zeer diverse programmatie met de gezellige sfeer in het unieke idyllisch kader maakt van Les Ardentes een festival dat zekere zijn plaats gevonden heeft in het rijtje van de grotere festivals.
Ook organisatorisch zal alles goed in elkaar wat hen toch wel onderscheid van andere Waalse festivals...

Neem gerust een kijkje naar de livereviews op Musiczine.net, site fr, waar het festival de volle vier dagen werd opgevolgd. Ook de livepics onder live foto’s zijn de moeite waard …

Organisatie: Les Ardentes, Luik

Gent Jazz Festival 2009: Mccoy Tyner trio feat. Bill Frisell & Gary Bartz, Randy Weston ’s African Rythms en Aka Moon

Geschreven door

… ’Een lesje in nederigheid’ …

Als trio blijft Aka Moon opwindend om te zien. Ze kunnen dwingende, complexe muziek maken, jongleren met poliritmiek en polyfonie, glijden van de ene zin in de andere, openen nieuwe harmonische en ritmische wegen. Toch weten ze een publiek op te zwepen. Er zit een heel ongewone, vaak dwarse groove in hun muziek. Dat geeft vonken, en zo ook op Gentjazz. Wat jammer dat ze dit als opener programmeren, een tweede plaats op de line-up zou zeker terecht geweest zijn.
Aka Moon heeft reeds wat op hun palmares, ga er de lijstjes op hun webstek maar es op na (http://www.akamoon.com). Hun samenwerking met DJ’s (Grazhoppa and his DJ Big band), dansgezelschap Rosas en Les ballets C de la B, Afrikaanse percussionisten, en niet in het minst met saxofonist en souljazzfunkfenomeen Steve Coleman.
Resultaat van dit alles is duidelijk hoorbaar in de set van Aka Moon. Michel Hadzigeorgiou – in alle opzichten een Griek - (bas) en vurig bewonderaar van Jaco Pastorius, trekt de band op sleeptouw, stichtend lid Cassol (Sax) die nog samen met Toots in een band zat, geeft vonken op zijn sax, en drummer  Stéphane Galland – het lievelingetje van  Axelle red, blaast zijn drumstel omver alsof het een kerncentrale op uitbarsten betrof.
Meer van dat, en graag gauw…

Wat ik aanvankelijk als tussendoor erbij moest nemen, terwijl ik op mijn all-time favourite Frisell moest wachten, werd uiteindelijk een concert van formaat: Randy Weston African Rythms.
Randy Weston, een boomlange Amerikaanse pianist – weliswaar met Afrikaanse roots, is echt wel een imposante figuur achter die piano. In close-up op zijn piano lijkt het wel of ofwel de piano te klein is, of zijn vingers te lang. Hallucinant beeld. Nog een geluk dat hij ziin zin niet kreeg om basketballer te worden, maar dat zijn moeder hem met alle force achter de piano schoof. Het resultaat mag er wezen…
Weston speelt op een indrukwekkende en heel ritmische manier piano. Met zijn tevens uit Brooklyn US afkomstige bassist (waarover later meer) Alex Blake, en de Panamese percussionist Neel Clarke, is het trio compleet. Het was Thelonious Monk die de grootste invloed op Weston heeft gehad. Meng dat met wat Caribische en Afrikaanse muziek en je hebt Randy Weston.
Weston gelooft in de helende kracht van muziek. Wel, hij heeft gelijk, want lang geleden dat ik zo’n begeesterend optreden zag. Een werkelijk ongelooflijk ritmische band, met Weston toonaangevend en continue hamerend op zijn toetsen.
En wat Alex Blake uit zijn contrabas tovert, deed iedereen verstomd staan. Hij slaat en zalft zowel op zijn snaren als op het hout, speelt gitaarakkoorden, hamert, slapt,… Weston geeft zowel hij als zijn percussionist ruimte om af en toe hun ding te doen.
Ik stond erbij en keek ernaar…
De set van Weston is een hedendaagse versie van een Afrikaans kookboek. Al van bij de intro gaat percussionist voor zo’n 10 minuten op solotoer. Weston kijkt vanop de zijlijn goedkeurend toe.
”Little Niles” – een nummer dat Weston opdroeg aan zijn toen 1 jaar oude zoon – is een eigen compositie, en ook hier is muziek maken vooral ‘zich amuseren’, en dat doen ze, elk op hun eigen instrumentarium, maar steeds in de gepaste groepsdynamiek..
Even later gaat Weston de bluestoer op, een zeer intimistische compositie die aanvankelijk alleen door piano begeleid wordt. Al gauw treden Bas en percussie de compositie bij.
”African Sunrise” is een song die Weston schreef voor Dizzy Gilespie, en afsluiter Blue Mozes zet de tent in vuur en vlam.
Een geweldig trio, een bescheiden les in nederigheid…

Headliner van de avond was pianist Alfred Mccoy Tyner, die voor de gelegenheid met niemand minder dan Bill Frisell (gitaar) en Gary Bartz (Sax) op tournee is.
Dat deze meneer  het zich kan permitteren om deze twee heerschappen mee op toer te nemen, getuigt van het feit dat hij zelf een groot meester is; Bill Frisell en Gary Bartz zijn niet van de minsten, dan wel ware virtuozen.
Nccoy Tyner is reeds 70 en heeft er een verschrikkelijk interessante carrière op zitten. Vooral zijn jarenlange samenwerking met John Coltrane blijft plakken. De man studeerde tevens Afrikaanse dans en ballet, en zo te horen heeft hij al deze ingrediënten in zijn pianospel geïntegreerd.
Zijn sound staat bekend om zijn grote akkoorden en een percussieachtig pianospel. Al van bij het tweede nummer worden beide guests aan het trio toegevoegd. “Wal spirit, talk spirit” kondigt zich aan, en al gauw laat Gary Bartz van zich horen. “Blues on the corner” is een andere compositie waarin uitmuntende muzikanten elk hun eigen ding doen. Bill Frisell is één van mijn grote favorieten, en ook nu weer weet ik waarom: de man ontwikkelt een dusdanig herkenbare en fragiele sound op zijn Telecaster, dat ik het er koud van krijg: chicken skin. Gitaarkenners weten waarover ik spreek.
Op naar een volgende festivaldag…

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Gent Jazz Festival 2009: Fred Hersch Trio +2: Het oor wil ook wat

Geschreven door

Fred Hersch is een van de briljante pianisten van zijn generatie en een ware poëet op de piano. Hij voegde op Gentjazz aan zijn vertrouwde trio twee schitterende blazers toe, waardoor de muziek aan rijkdom wint: Tony Malaby op de saxofoon, Ralph Alessi op de trompet. Zijn tussenstop in Gent kan gerust als uniek bestempeld worden;  Met uitzondering van Amsterdam, Rotterdam en Parijs, was Gentjazz het 4de concert die Hersch geeft op Europese bodem, althans in deze bezetting.

De meester startte zijn concert met een eigen compositie, iets wat later heel vaak zou terugkomen. Zijn pieces van eigen hand getuigen stuk voor stuk van zijn grote muzikale kennis en virtuositeit, iets wat – niet de minste – muzikanten in NY vroeger in hem reeds hadden opgemerkt: Charlie Haden, Joe Henderson, Art Pepper, Stan Getz, Chet Baker,… : allen wisten ze zijn pianospel te waarderen. Zelfs onze eigen Toots Tielemans engageerde hem in het verleden. De compositie was een bewerking van een nummer van trompettist kenny Wheeler, genaamd “A lark”; een geweldige intro, die de toon zette voor een grandioos concert.
”Gentle scream” blijkt een vast nummer op zijn setlist, een titel vertaald uit het Swahili (ik onthou je de details) met een African touch uiteraard, waarbij trompettist Alessi voor het eerst op zijn trompet a la sourdine uit de kast haalde.
Niets is zo saai als een band, waarvan de ingrediënten / muzikanten, iets hebben van ‘kijk es wat ik kan!’. Niets van dit alles bij dit trio + 2. Hersch gaf zijn muzikanten heel vaak en veel ruimte om te soleren, maar steeds begrensd en met behoud van compositie en structuur. De uistapjes van Alessi -met welk sprekend gemak haalt hij die hoge octaven!- en malaby mochten er telkens wezen. Het publiek bedankte hen voor zoveel magistraliteit.
De set kwam pas goed op gang met een Braziliaanse compositie, waarvan ik u de naam liever onthoud, wegens niet goed begrepen; doorspekt met een hemels Zuiderse melodie en met blazers in een perfecte harmonie.
Ook in “Skipping” – opnieuw van eigen hand van de meester – laat hij ruimte voor solowerk, ditmaal van bassist John Hébert (staande bas, hoornen brilletje, petje, cool!) en drummer Nasheet Waits (de man is zwart, klein van gestalte en hyperkineet – wat heeft een drummer meer nodig?)
”Miss B” en “Still here” sluiten de set af. Dat laatste was een nummer die hij opdroeg aan Wayne Shorter met, hoe kan het anders, een uitgesproken rol voor saxofonist Malaby.

Fred Hersch werd op handen gedragen door het publiek. De tent was zeker niet tot de nok gevuld (zoals bij BB King last night), maar de verstandhouding was prima en Hersch en band konden dit uitermate appreciëren.
Hersch, 53, en al 20 jaar seropositief. …Hij outte zich reeds vrij vroeg als homoseksueel, en strijd nu al jaren tegen een verschrikkelijke ziekte. Het heeft zijn pianospel in ieder geval geen windeieren gelegd; Hersch is veel meer. Hij staat op het kruispunt van klassiek, jazz en improvisatiemuziek. Hersch houdt van een intimistisch klimaat. Al kan hij ritmisch scherp uit de hoek komen en omringt hij zich graag met stevige ritmesecties zodat hij alert moet blijven. Niet te verwonderen dat een van zijn leerlingen niemand minder is dan Brad Melhdau, die inmiddels wel beroemder is. Deze laatste zien we – als het God belieft – zondag aan het werk.
Ik kende de muziek van Hersch (nog) niet zo goed, maar vanaf heden heeft Hersch er een fan bij. Ik verlies hem dan ook niet zo gauw meer uit het oog/oor.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Gent Jazz Festival 2009: BB King: BB King zal nooit sterven

Geschreven door

BB KING
Kwatongen beweren dat deze kloeke tachtiger nog steeds zijn laatste wereldtournee aan het rekken is omdat hij zijn vijftien kinderen bij evenveel vrouwen moet onderhouden. Niets van dat. Het is wel zo dat hij het doet uit noodzaak: de eeuwige liefde voor muziek.
Zijn schitterende boogie band (niggers rule the World!) zette meteen de toon en blies ons omver met twee swingende blueskrakers. Beginnen met een hoogtepunt en niet meer afzwakken noemen ze dat. En toen Zijne Ongeschiktheid Voor Fitnesszalen met zijn knokige vingers zijn zessnaar Lucille beroerde en zijn typische klank produceerde, wisten we al meteen hoe laat het was: We ain’t seen nothing yet. Zijn sarcasme en humor tussen de nummers door zijn aanstekelijk.
Zo sneerde hij naar Melty Face: ‘Keep on living when you’re 50, because they can burry you at this time.’ En soms viel hij ons wat teveel lastig met zijn verhaaltjes en anekdotes uit het verleden en moesten wij maar luisteren als waren we kleine kinderen die onder zachte dwang en met een geveinsde interesse de oorlogsverhalen van grootvader ondergingen.
Maar de muziek was er en dat blijft het belangrijkste. Het begon als iets zeer groots en is geëindigd in een heus bluesfestijn met de verplichte drum-, bas-, toetsen-, gitaar- en andere solo’s voor het VIP publiek. U2 kwam ook even om de hoek kijken met het al reeds twintig jaar oude “When Love Comes to Town”, waar ook weer een resem van obligatoire solos ten berde kwamen. Een Belgische finale met onze enige echte stomende kaalkop Paul Ambach, door Zijne Imposantheid voor de gelegenheid “My Sun” genaamd, toonde helaas voor onze Boogie Boy dat hij nog heel wat te leren had, want hij kon de uitstekende band amper volgen.
… BB King zal nooit sterven …

Voorafgaand op de Grootmeester waren volgende artiesten
BENDER BANKAX
Deze voormalige winnaars van het Jong Jazz Talent te Gent zijn met hun akoestische en eigenzinnige jazz meer dan waardige openers voor dit mooie festival.. Daar het thema voor dit jaar piano is liet onze frontman en saxofonist Eric Bogaerts de pianist Christian Mendoza, die we trouwens ook kennen van the Magnifient Seven, rustig virtuoos wezen.
Met een zekere virtuositeit , een minimalistische ondertoon en prachtig opgebouwde stukken met schitterende overvloeiingen probeerden deze jonge snaken met succes het opkomende publiek te begeesteren. Luister naar het geheel en focus je niet op de individuele muzikanten en je hoort een warme, academische mood-setter voor Gentjazz.
Jazz is duidelijk van en voor alle generaties.

CHINA MOSES & RAPHAEL LEMONNIER
Twee vrouwen aan het bewind en toch loopt het goed af. Deze Franse Tv-presentatrice en dochter van Dee Dee Bridgewater die we straks zullen zien op Middelheim, probeert met pianist Lemonnier een ode te brengen aan de reeds 46 jaar geleden overleden blueszangeres Dinah Washington. Haar stem doet inderdaad aan de jaren dertig denken. In de wetenschap dat gezongen jazz niet echt mijn ding is kon deze mooie en sympathieke verschijning mij wel bekoren. De trompettist had eerder het uitzicht van een historicus maar speelde onder andere tijdens Cry me a River de kloten van zijn lijf. Tenslotte kondigde China cokesgewijs vol enthousiasme de komst van BB King aan.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Ozark Henry

Grace

Geschreven door

De trilogie die Ozark Henry van zanger/componist Piet Goddaer wist af te sluiten – ‘Birthmarks’ (’01) – ‘The sailor not the sea’ (‘04) en ‘The soft machine’ (’06) krijgt nog een leuk staartje. ‘Grace’ is een compilatie cd van veertien akoestisch toongezette songs, ontdaan van enige franjes, zacht, puur, naakt en oprecht. De essentie van de songs blijft mooi bewaard, bepaald dor mans piano en stem. Af en toe liet Goddaer al deze aanpak doorschemeren op z’n live acts zoals te horen op “Sweet instigator”, “Vespertine”, “Grace” en “Word up”. Een andere, overtuigende kijk …Het rustige en intieme karakter vult het indrukwekkende oeuvre van Goddaer aan. Sommige nummers worden dan toch spaarzaam begeleid, wat de radiovriendelijkheid ondersteunt, waaronder het poprockende “Godspeed”. “Me & my sister” klinkt zelfs bijna onherkenbaar! Goddaer slaagt erin z’n songs alle richtingen te doen uitgaan. ’Grace’ vormt een mooie aanvulling door het sfeervolle, zalvende en rustgevende concept.
Uitkijken wordt het naar de nieuwe plaat die in het najaar zal verschijnen. Voorproefje hebben we al met de single “Remains” .

Jack de Marseille

Inner Vision

Geschreven door

De elektronica van Jack de Marseille situeert zich binnen de house/techno scene. Al vijf jaar is zijn muziek vooral gestoeld op deep en progressive house met invloeden uit de electro, techno en breakbeat. Uitgangspunt: trance effect bereiken en inwerken op de dansspieren. ‘Inner Vision’, op de nieuwe cd van deze Franse DJ/Producer bundelt hij Chicage house, Detroit techno, Berlin dubs en trance door zalvende repeterende beats. Een sfeer creëren van een loungy laidback gevoel (als op de lange opener “Lovely”, “Spititual life” en “Aminimalogy”); de beats kunnen af en toe iets forser en krachtiger klinken en richting dansvloer gaan, “Echospace” en “Body & mind”. Vooral de langere nummers zijn intrigerende chillende staaltjes electronicasounds, muziek bij zwoele zomerse avonden ‘on the beach’, die door lichteffects een meerwaarde kunnen hebben …

The Von Bondies

Love, hate and then there’s you

Geschreven door

In 2004 werd het Amerikaanse The Von Bondies gebombardeerd als één van de talentrijke ontdekkingen met de cd ‘Pawn Shoppe Heart’ en de aanstekelijke opwindendende single “C’mon C’mon”. Het conflict tussen frontman Jason Stollsteimer en White Striper Jack White was een zwarte bladzijde in de carrière en op de koop toe waren er strubbelingen met een platencontract. Vijf jaar later is alles van de baan en is de band er terug van twee jongens –twee dames en een oud vertrouwd geluid van melodieus krachtige, gebalde en broeierige gitaarrock.
We horen een paar snedige, stevige en hardere songs, “She’s dead to me”en “Chancer; opbouwend binnen het gebalde rockconcept zijn “This is our perfect crime”, “Shut your mouth” en “Pale bride”. De band gaat fijner en laat het arrangement naar voren komen op de afsluitende songs “Accidents will happen”, “Earthquake” en “Modern saints”. Ook de backing vocals van de dames zijn meegenomen.
‘Love, hate and then there’s you’ is een goed in het gehoor klinkende rockplaat en biedt voldoende varianten in vaart en ritme.

Rock Werchter 2009: donderdag 2 juli 2009

Geschreven door

Editie 35 van Rock Werchter was er eentje onder een verzengende, tropische hitte en één gutsende regenbui. Om vier dagen Werchter mee te maken en het muzikaal vol te houden was een goede conditie opportuun.
4 keer 80000 bezoekers konden worden genoteerd door de organisatie, waarbij het opviel dat het festival telkens internationaler wordt. Op onze weg kwamen we Ieren, Spanjaarden, Australiërs en Scandinaviërs tegen, naast Engelsen en Nederlanders.
Nieuw was de ‘tournipit’ vooraan de Mainstage: om te vermijden dat er een te grote druk kan ontstaan in het publiek vooraan, konden via een draaihek een gelimiteerd aantal mensen de toegang krijgen tot de afgebakende ruimte voor het podium.
Rock Werchter blijft Vlaanderens grootste en is het best georganiseerde festival ter wereld. De headliners bevestigden, singer/songwriters konden zich ontplooien en er waren de dansacts en DJ’s ,die zorgden voor afwisseling en variatie. En de gehypte controverse omtrent Milk Inc werd de grond in geboord.
Een tevreden publiek, een tevreden organisatie en ... een tevreden reporter.
Een overzicht van de indrukken van de concerten – ‘Ready to Rock Werchter 2009’…

- dag 1: donderdag 2 juli 2009
Eagles of death metal (Mainstage) gaf de aftrap van de vierdaagse marathon. Het kwartet onder spil Jess ‘the devil’ Hughes dompelde ons onder in een stevige portie stoner rock’n’roll van snedige, rauwe, zompige en strakke gitaarlicks, “Only want you”, “Make a bang”, “Bad dream” en “Wanna be in L.A.”. Rockclichés vlogen om de oren. Ze hielden het bij de eenvoud van de rock’n’roll: een stomend rechttoe-rechtaan setje, zonder al te veel franjes. Moeder Hughes en zijn zoontje waren van de partij in de coulissen, keken toe en zagen dat het goed was. Fijn dat de familie er op die manier kon bij betrokken worden.

Ondanks dat ze uit alle uithoeken komen hebben de heren van Expatriate (Pyramid Marquee) Australië als thuisbasis. De groep kwam in de bekendheid als support van dEUS en speelde een set van melodieus meeslepende, gedreven poprock. De keys verraden een ‘80’s Simple Minds en ook in de zang hoorden we Gavin Rossdale (van Bush) en Jim Kerr van Simple Minds terug. We hoorden een doordeweeks bandje met songs die er niet direct uitsprongen.

Eén van de toppers die al in de namiddag op de Mainstage stond, was Lily Allen. In tijgerbh en legging trok ze de aandacht. Onze felgebekte jonge Londense dame stal volledig de show en had de jongens en meisjes vooraan de stage volledig mee om de refreintjes van haar fijne pop te laten meezingen, als “Everyone’s at it you”, “Smile”, “The fear” en “Fuck you”. Ze trakteerde op een paar overtuigende covers “Oh my God (Kaiser Chiefs), “Day’n’nite” (Kid Cudo vs Crookers) en “Womanizer” van Britney Spears, waarbij ze ondertussen al haar legging had uitgedaan en te zien was in passend tijgerslipje … Een wulpse dame, glimlach op het gezicht, een goed op elkaar ingespeelde band, een heldere zang en wuivende handjes … Beter kon niet onder de stralende zon. Naast enkele aanstekelijke, dansbare nummers hoorden we ook enkele mellow souljazzy zonnebadende nummers, waaronder “He wasn’t there” en “Little things”. “It’s not fair” mocht met een fikse scheut electro het feestje besluiten. “Dit was het meeste naakte optreden dat ik ooit gaf”, scandeerde ze nog. Mooi meegenomen dus…

We pikten nog iets mee van de gig van de sympathieke IJslandse zangeres Emiliana Torrini. Ze brak door met haar derde plaat ‘Me & Armini’ en het opzwepende “Jungle drums”. Maar ze maakt tevens plaats voor haar singer/songwriterschap, wat te horen was in de sfeervolle luistersongs “Big jumps” en “Lifesaver”. Aanstekelijk klonk het met “Heard it all before” en het obligate “Jungle drums”, die het vuur in de pan sloegen in de Pyramid Marquee.

De eerste grote afspraak in de Marquee was met het vijfkoppige Fleet Foxes uit Seattle: dromerige indiepop, psychedelica, americana, folk en ‘60s pop gedragen door warme, hemelse meerstemmige vocale pracht. De band heeft een pak klassesongs klaar, die live niks inboeten aan subtiliteit. Ze werden erg overtuigend gespeeld: “Sun giant”, “White winter hymnal”, “Ragged wood” en “Tour protector”. Het publiek reageerde enthousiast en de band was onder de indruk. Ze profileerden zich tussen My Morning Jacket, Band of Horses, Belle & Sebastian, Beach Boys en Crosby, Stills & Nash. Op het nieuwe “Bedouin dress”, mocht het publiek de maat meeklappen en op “Mykonos”, één van de prachtsingles van de cd, palmden ze letterlijk de tent in. Wat een elegante muzikale schoonheid en wat een blijdschap zagen we op het podium.

Placebo (Mainstage) verkocht in geen mum van tijd het KC uit, zal op één van de Pukkelpopdagen afsluiten en komt begin december terug in het Sportpaleis. Maar eerst was het uitkijken wat ze op de wei in Werchter zouden doen. De band is een uitgebreid collectief geworden met twee gitaristen/keyboards en een violiste. Brian Molko en Stefan Olsdal hebben met Steve Forrest een nieuwe drummer, die de band alvast nieuw leven heeft ingeblazen op de recente cd ‘Battle for the sun’ … een hernieuwde drive die de band ten goede kwam. Als een volleerd QOSA-drummer, mepte hij erop los en gaf vaart aan het geheel. De band speelde strak en stevig, was soms messcherp en stelde eerst een pak nieuw materiaal voor aan een geboeid en dankbaar publiek: “Kitty litter”, “Ashtray heart”, “For what it’s worth”, “Seak in tongues” en de titelsong. De herkenbaarheid van oudere songs hoorden we dan met “Every you & every me” en “Special needs”. De groep, die de ‘80’s rockwave laat doorschemeren in hun sound, gaf jongere bands toch even het nakijken. Ze zetten een ‘best of’ Placebo in: “Meds”, “Come undone”, “Special K” en een fel bedreven en noisy “Sing to say goodbye”. Placebo is uitgegroeid tot een topband en beet z’n ereplaatsje in Werchter af. Het verzilveren gebeurt in Hasselt-Kiewit?!

Het Brits/Australische Pendulum dreunde er op los in de Pyramid Marquee. De band deed vervaarlijk aan het te vroeg heen gegane Atari Teenage Riot van Alec Empire denken door de scherpe metalgitaren, drum’n’bass, bonkende electro beats en trancy soundscapes. Een loeihard pompende set van het gezelschap.

Wie Oasis (Mainstage) in januari ll aan het werk zag , moest bekennen dat Oasis er terug stond: “Fuck the people who say fuck Oasis!”, bleek het besluit van onze redactie, ondanks Liam’s arrogante koelheid en hautaine opstelling, handen op de rug en de lippen genageld aan z’n micro. Ook hier was de band onder een deels nieuwe bezetting te zien, naast de broers Gallagher, wat de sound hechter en homogener maakte. Oasis trok de kaart van de rock’n’ roll die de ‘60’s en ‘70s samenbrengt, en The Beatles onvoorwaardelijk hoog in het vaandel droeg. Het bewijs was er met het afsluitende “I am the wallrus”, dat rauw, hard en nosiy klonk. Anderhalf uur putten ze, zonder al te veel commentaar, uit hun vroegere classics. De taal van de instrumenten sprak: “Rock’n’roll star”, “Lyla”, “Cigarettes & alcohol” en “Roll with it”. Grootse nummers als “What’s the story morning glory”, “Wonderwall”, “Champaign supernova” zaten tussen de broeierig rock van “Slide way”, “Supersonic” en “Live forever”. “The masterpaln”, “Songbird” en het heel innemende “Don’t look in back anger” ( Noel op gitaar en een luidkeels meegezongen refrein door het publiek) waren de paar rustmomenten die de band in z’n set voorzag. Op het eind begaf Liam zich naar de eerste rijen, vroeg een sigaret en keek naar z’n eigen band. Oasis: een band op z’n beste niveau, die erin slaagde een pittig gedreven set te spelen.

Als warming up voor The Prodigy, ondergingen we nog even de deep funky basses en dance van techno, house en drum’n’bass van Tiga (Pyramid Marquee), die België als z’n tweede thuis beschouwt. Onze knoppendraaier pompte er een breed arsenaal van deze stijlen door .

Het Britse Prodigy overweldigde midden de jaren ’90 met een hardcore rave aan breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industral. Dancerock! De daaropvolgende jaren namen ze de tijd, maar de inspiratie bleek zoek: mak stuurloos materiaal wat zich vertaalde in rommelige, schreeuwerige en chaotische livegigs. Howlett (productionele brein achter Prodigy), Maxim R en Keith Flint (uitgangsbord van de band) hebben zich duidelijk hierin herpakt: als ‘real warriors’ gingen ze te werk. Het trio, met band op het podium, klonk strijdvaardig en plaatste de oude hits netjes binnen het nieuwe, wat hun niveau naar boven trok. Ook nam Maxim R het voortouw tav Flint, die op die manier (terecht) minder in de picture stond. Ze fokten hun publiek op met classics als “Breathe”, “Their law”, “Poison”, “Firestarter” en “Voodo people”, naast een “Worlds on fire” en “Warriors dance”. Prodigy had er duidelijk zin in en met hun fans als prooi zorgden ze voor een nachtelijke party op de wei (Mainstage); hun mokerslagen van beats breidden ze uit in de bis: “Diesel power”, “Smack my bitch up”, “Outta space” en de huidige “Invaders must die” en “Take me to the hospital”. Treffende afsluiter!

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Rock Werchter 2009: vrijdag 3 juli2009

Geschreven door

Het was puffen en blazen op deze tweede dag. De vermoeidheid door de loden zon overwonnen we door een rits grote bands op de Mainstage en enkele opkomende talenten. Zij zorgden voor een frisse bries en afkoeling.

Just Jack, het alter ego van de Brit Jack Allsopp, brengt een uitstekende pittige combinatie van groovy pop, rock, soul mellow hiphop, funk en jazz onder z’n zalvende vertelrap/zang. Het waren vooral de songs van z’n debuut van twee jaar terug die bleven hangen om de tweede dag te openen op de Mainstage. “Writers bloc”, “Glory days”, “Starz in your eyes” en “Disco friends” werkten aanstekelijk op de dansspieren. Een ingetogen “The day I died ontroerde. Het toonde aan dat ook de sfeervolle songs konden intrigeren. Een gevarieerde set van een charismatische band en zanger!

Intussen was de Spoken Words van Henry Rollins aan de gang in de Pyramid Marquee. De spierbal hield na z’n carrière met Black Flag en Henry Rollins Band bezig met ‘spoken word performances’. Hij omschreef zichzelf als ‘een trouble maker’, die er net een betere wereld wil van maken; hij trekt de wereld rond om z’n mensenrechtenboodschap, maatschappijkritische blik en leuke verhalen tijdens het reizen te vertellen: de oorlogsjaren tijdens president Bush, de bevrijding door de verkiezing van Obama, de story met de weirde Bad Brains zanger of de benauwdheid die hij creëerde door het lezen van een boek ‘Jihad’ (van A. Rashid) tijdens een vlucht in Australië. Kijk, hij gaf de jongeren vele houvasten mee en had een handig alternatief klaar om de oorlogen te stoppen: bombardeer de wereld met Ramones platen!

Eén van de gehypte ontdekkingen in 2009, het Londense White Lies speelde een overtuigende set met hun donkere waverock/postpunk op de Mainstage. Het kwartet, op deze zomerse dag nu nét even niet in het zwart gekleed, dingen Editors en Interpol naar de kroon met hun meeslepend en bedreven materiaal. Ze verwerken ‘80’s Joy Division, OMD, Teardrop Explodes, Echo & The Bunnymen, Chameleons op sublieme wijze. Ook de heldere, indringende vocals van de vriendelijke zanger/gitarist Harry McVeigh zorgden voor de gepaste dramatiek. Eén plaat uit en al zo veel gasten kunnen boeien op de wei, het is niet voor iedereen weggelegd. Hen lijkt een grootse toekomst weggelegd … Songs als “A place to hide”, “To lose my life”, “Farewell to the fairground” en het afsluitende “Death” stonden garant voor strak snedige rockers en een broeierige intensiteit.

De jonge Priscilla Ahn was duidelijk verbaasd van de belangstelling voor haar gig in de Pyramid Marquee. Ietwat bedeesd vatte ze de dromerige, zoete folky popsongs aan, die elan kregen door haar frêle, emotievolle stem. Spaarzaam werden ze begeleid door bas en toetsen. Het kader van deze tent bleek toch nog iets te overdonderend om volop een uur te kunnen boeien, maar een ticketje mag zeker weggelegd worden in een kleinere stage op Folkdranouter en/of Pukkelpop.

Vorig jaar bracht Amy MacDonald met “This is the life” één van de zomerhits van 2008. In een uitverkochte Bota hoorden we meer van die aanstekelijke, frisse en sfeervolle popfolkdeuntjes. Een relaxte, zwierige aanpak, maar heel leuk om naar te luisteren. Ze straalde op de Mainstage gemoedelijkheid en een ‘positive vibe’ uit. Haar naam stond over het ganse podium geschreven. Ze behield de aandacht met haar gevarieerd songmateriaal van broeierige rockers “Barrowland ballroom”, “Run” en de sfeervolle “Youth of today” en “Road to home”. Naast de singles “Mr Rock’n’roll” en “This is the life” voegde ze er nog twee opmerkelijke covers aan toe van haar favorieten: “Mr Brightside” van The Killers en “Dancing in the dark” van Bruce ‘the boss’. Of ze even geslaagd waren als het origineel, was een andere vraag …

Van elk van de drie volgende bands pikten we een kleine helft mee. M. Ward, Elbow en Jason Mraz. Hartverscheurend alvast als je weet dat M. Ward z’n veelzijdigheid als muzikant onderstreepte op het recentste ‘Hold time’, het enthousiaste Elbow hun subtiele,uitgewerkte pop live elan en diepgang weet te geven, en Jason Mraz als de jonge belofte wordt onthaald …
M. Ward boeide met een potpourri van bluesy rock’n’roll, dromerige rock, georkestreerde country ‘roots’pop en rockabilly. De zompige bluesy gitaarslides waren om van te snoepen. Maar ook hier was de Pyramid Marquee efkes te groot om volledig op te gaan in die broeierige sound. Spijtig genoeg kon het concert onvoldoende beklijven, mede ook door de matige belangstelling en mans brabbelstijl tussendoor.
Elbow opz’n beurt heeft zich door de jaren opgewerkt. Ze leveren nochtans al jaren ontroerende, stijlvolle en heerlijke prachtsongs af, die passen in het rijtje van Coldplay en Radiohead. Het geheel klinkt zowel sfeervol, grillig, somber als zwierig en poppy.
Live slaagt de band, rond de lieflijke zanger Guy Garvey, erin de songs kleur en diepgang te geven. We hoorden een elegante schoonheid, die af en toe wat forser en krachtiger klonk en op de Mainstage de aandacht behield. Een enthousiast gemotiveerde band (dito zanger!), die het nodige spelplezier beleefde en genoot van de sterke respons. We hoorden een schitterende finalereeks met het opbouwende “New born”, een fraai gearrangeerd “Weather to fly” (waarbij iedereen rond de keys stond) en een uitgesponnen orkestrale “One day like this”. Puike set!
En tot slot Jason Mraz in de Pyramid Marquee. Stond Gabriel Rios hier op het podium, kon je je wel afvragen? Vrolijke vriendelijke charmante pop, die een zwoel latin en r& b sfeertje uitstraalde en reggae vibes had, ondersteund van een warme zang. Een handvol herkenbare deuntjes als “Live high”, “A beautiful mess” en “I’m yours” zorgden voor de eerste cocktail bij deze zomerse avond …

Het Britse Bloc Party beheerst samen met samen met The Killers, Kaiser Chiefs, Editors en Franz Ferdinand (Coldplay buiten categorie btw!) het huidig rockpatrimonium.In een kleine vier jaar tijd brachten ze al drie cd’s uit waarbij we naast de energieke en frisse postpunk, meer hoekige ritmes hoorden van harder industriële elektronicabeats zoals op de laatste ‘Intimacy’. Bloc Party lijkt wel onophoudelijk te toeren en gaat nu al zeker twee jaar genadeloos te werk. Van het clubcircuit (twee avonden in AB in het voorjaar!) naar de festivals, met telkens lovende reacties. Ook hun halte in Werchter was opnieuw onweerstaanbaar. Hun ongekende spontaniteit, speelsheid en enthousiasme zorgde voor uitzinnige reacties, wat Kele Okereke en de zijnen een tandje lieten bijsteken. “One month off”, “Hunting for witches”, “Positive tension”, “Talons”, “Banquet”, “Two more years” en het sfeervolle “So here we are” overdonderden! Het gestoei met elektronica kwam vanaf het midden van de set met “One more chance”, “Mercury” en “Flux”. Zelfs de krachtige “Like eating glass” en “Helicopter” kregen wat gelaagde elektronica …Bloc Party heeft al aardig wat hits bij elkaar die iedereen in de juiste stemming bracht voor een rockende party …

En wat een rockoffensief hoorden we van The Killers daaropvolgend op de Mainstage. De band rondom zanger Brandon Flowers brengt wel niet de grootse platen uit, maar hebben een arsenaal aan hits om U tegen te zeggen. De bombast en saloonkitsch van de vorige toer is op het achterplan geraakt. De band uit Las Vegas koos voor een strakke meer directe aanpak. Brandon Flowers en de zijnen hadden alles heel goed onder controle en gingen vakkundig te werk. Een standvastige set, waarbij het stevige en subtiele materiaal elkaar mooi afwisselende; en ze waren niet bang de songs een krachtige kopstoot te geven. Flowers was in goede doen en slaagde er moeiteloos in het publiek op te zwepen; een performer ‘grand classe’: het sfeervolle “Human” kreeg een aardig drumbeat mee en “Somebody told me” zat vroeg in de set en had al meteen de wei mee. De broeierige spanning en de uptempo’s van “World we live” in en “Joyride” bewezen een band op scherp. Met een snedige versie van “Shadowplay” van Joy Division bereikten ze het kookpunt. Het sfeervolle “Smile like you mean it” (op piano/toetsen) was een welgekomen rustpunt. Dan ging het terug richting ‘rocken’ en zette de band alle registers open met “Jenny was a friend of mine” (wat een bastune!), het opbouwende “Read my mind”, het krachtige “Mr Brightside” en “When we were young” als bis. The Killers tekenden die avond voor de grote zalen …

Voor de topacts moesten we ook hier noodgedwongen keuzes maken tussen de wereldband van het decennium Coldplay en de opkomende discobitch Lady Gaga.
Coldplay zagen we in oktober ll in sterke doen met een uitmuntend concert in het Sportpaleis (zie livereview op de site!). Ook was de redactie aanwezig op het Main Square Festival in Arras (zie verslag festivalreviews!). Songs als “Life in technicolor”, “Violet hill”, “Clocks”, “In my place” en “Yellow” onderstreepten meteen de ijzersterke live reputatie van de tandem Martin/Champion. Om maar te zeggen dat Coldplay = de headliner van Werchter 2009! We vonden terug aansluiting op die fundamentele kracht en eenvoud van negen jaar Coldplay met “The scientist” op piano. De “Viva la Vida woohoohs” kreten galmden als een ‘wave’ over de weide. Intussen hadden we gehoord van een intermezzo aan de PA, net als hun optreden in zaal. “Life in technicolor pt 2” en “The escapist” besloten definitief de set van één van de meest gewone bands op deze aardbol … Coldplay !
Lady Gaga tot slot: op nog geen jaar tijd slaagt deze dame erin de andere vrouwelijke artiesten en bands naar de kroon steken; Pussycat Dolls, Pink en Britney Spears verbleken bij deze discoqueen. Wordt zij de nieuwe Madonna? In haar set van ruim een uur zagen we een danseres, een performster, een entertainster en een zangeres. Aanstekelijke catchy dance, een pompend disco/electro beatje en af en toe een sfeervolle toets op piano. De kitsch verkleedpartijen, de acts van de andere dansers/-essen, de danspassen, de opzwepende drums en een gitaarloop misstonden niet tijdens haar optreden. Ze bouwde het feestje op, waarbij het publiek alle refreintjes luidkees meezong. “Love game”, “Just dance” en “Pokerface” (akoestisch ingeleid) zorgden voor jouw rit ‘on a disco stick’. Het akoestisch luikje aan de piano toonde de Lady op haar intiemst. Een Lady in grote doen …

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Rock Werchter 2009: zaterdag 4 juli 2009

Geschreven door

Geen evidente keuze om bands te kiezen die tegelijkertijd spelen, maar het gaf je de ruimte artiesten aan het werk te zien zonder tegen elkaar geprest te zijn; halfweg zo’n marathon kan het wel eens aangenaam zijn…

Triggerfinger schudde ons meteen wakker aan de Mainstage met hun vettige retro rock’n’roll, waarin stoner en blues invloeden voor de hand liggen. Het trio speelde een strakke, uitgekiende, meedogenloze set in maatpak, onder een stralende zon rond dit middaguur. Ze hebben “Commotion” van CCR niet meer nodig om straf te spelen: de meeslepende en martelende gitaarsoli, de diepe bas en de opzwepende drums hoorden we al op “Short term”, die meteen de maat van sexy vibes en rhythmes gaf; “Lil teaser”, “First taste” en “On my knees” waren de klassiekers en “Is it” de opkomende rocker van het begeesterende sympathieke trio. “Bedankt lieve kindjes, jonge meisjes en jongens”, grauwde hij nog op eind …

Social Distortion kon misschien het leuk opgebouwde feestje van Triggerfinger verder zetten door hun rechttoe- rechtaan melodieuze punkrock. In de voetsporen van Bad Religion zijn zij ook al ruim 25 jaar bezig met meer uit hetzelfde vaatje tappen. De Californische band kwam met een hoop nummers af als “Sick boy”, “Highway 101” en “Still alive” en merkten zich op door “Ring of fire” van Johnny Cash en “The story of my life” die ‘de mess’ van zanger Mike Ness samenvatte. Punkrock die weinig potten brak …

Het Mexicaanse Rodrigo y Gabriela stond eerder onverwachts op het hoofdpodium. Hen zagen we liever in de Pyramid Marquee, maar soit, het was genieten van hun geniaal gitaarspel, die met het vleugje flamenco ideaal tot z’n recht kwam. Het duo goochelde met staaltjes bedreven, opzwepende gitaarloops, - tokkels, supersnelle vingertics, (drum)slagen op de gitaar en experimentjes met de snaren, zonder in te boeten aan structuur en ritme. Wat een verbluffend schouwspel!
We pikten ook nog iets mee van Regina Spektor (Pyramid Marquee). Met een knipoog naar An Pierlé, want de dame speelde een resem prachtige songs aan haar vleugelpiano en experimenteerde af en toe met een drumstick op haar stoel. Ze had een band mee die de songs spaarzaam begeleidde op strijkers en drums. Emotievolle pop, waaronder “The calculation”, “Poor littke rich boy” en de gekende singles “Laughing with” en “Samson”, die ze durfde af te wisselen met twee rauwe, rudimentaire songs op gitaar. Haar maatschappijkritische kijk en haar gevoel pasten in het muzikale gevarieerde palet.

De laatste keer dat we het Amerikaanse Limp Bizkit aan het werk zagen was op Pukkelpop 2003 en … het einde was nabij, want als afsluiter toen speelden ze maar een matige, inspiratieloze set, door de songs oeverloos uit te melken. In 2005 ging elk z’n eigen weg, maar kijk, vier jaar later zijn ze terug springlevend, waarbij de rollen werden omgedraaid door de band, die nu eens fier was te rekenen op de steun van hun publiek. De band gaf de nodige adrenalinestoten met hun hard gebalde hiphopcore. Een happy return met een paar snedige onder het stof gehaalde rockers. Ze hadden terug de juiste vibe, groove en tempowisseling gevonden, als “My generation”, “Show me what you got” en “Re-arranged”. In het midden van de set zakte de spanning en het niveau, maar met “My way”, “Nookie”, “Take a look around” en George Michael’s melige “Faith”, speelde de band rond Fred Durst (met de pet op) en gitarist Wes Borland (gezicht en bovenlichaam vol bodypaint!) een schitterende finalereeks.

Franz Ferdinand (Mainstage) namen we voor de helft, gezien het feit dat we ze in het voorjaar al overtuigend zagen spelen in de AB en in de l’Aéronef. In snelvaart raasden ze de eerste songs erdoor; de herkenbare singles volgden elkaar op, “Walk away”, “No you girls”, “The dark of the matinée”, “This fire”en “Do you want to”. Franz Ferdinand liet weinig ruimte tot interactie en koos voor een opwindend rockfeestje.
Mogwai was die ander Schotse band …’at same time as’ Franz Ferdinand in de Pyramid Marquee. Deze wilden we terugzien, gezien ze op OLT Rivierenhof te Deurne, eind augustus 2008 een ietwat lome tegenvallende set speelden (het nieuwe materiaal hadden ze nog niet goed genoeg onder de knie? ). De postrockers pur sang haalden uit elke cd wel iets en deden de songs aanzwellen naar een feller en krachtiger geluid door de gitaarerupties. De melodie hield stand en de stemmige, lieflijke orkestraties van vroeger materiaal, hadden ze mooi ingebed binnen een warm, emotievol en uitgelaten geheel. De groep heeft momenteel het ideale evenwicht gevonden, wat resulteerde in een uiterst spannende, broeierige set. Mogwai op z’n best! Hun keuze viel op “I’m Jim Morrison, I’m dead”, “Hunted by a freak”, “Itheca”, “Friend of the night”, “Summer”, “Helicon” en “2 rights make 1 Wrong” …Their hawk was howling …

Nog maar bekomen van de Schotse pracht van Mogwai en Franz Ferdinand of daar kwam Cave met z’n Bad Seeds aandraven. Samen met de weirde Warren Ellis op viool/gitaar beleeft Cave (de vijftig voorbij!) en z’n band nieuwe hoogdagen. Vorig jaar zagen we beiden nog een verschroeiende set spelen met het Grinderman project; ook vanavond ging het deze weg op met een ‘best of list’ en songs die in een stevig en strak rockpak werden gehuld. Messcherp dus! Het oude “Tupelo” (die hij sinds een paar jaar opnieuw speelt!) opende de set gevolgd door een opzwepende “Dig! Lazarus! Dig!”. Ze behielden de frisse, dynamische aanpak op andere klassiekers: “Red right hand”, “Deanna”, “The mercy seat”, “The weeping song”, “Papa won’t leave you Henry” en “Stagger lee”, dat een prachtige opbouw had en de apotheose van de set vormde. Twee sfeervolle stukken maar, “The ship song” en “We call upon the author” in de bis. Onkruid vergaat niet, dat was wel erg duidelijk met Cave en de zijnen.

En in de closing acts was het terug moeilijk kiezen: Kings Of Leon, die afstevenen naar een goed uitgebouwde carrière en terecht één van de headliners waren die avond en Grace Jones, die vorig jaar tekende voor een nieuwe muzikale wending; ze kon een tweede (of derde?) leven aanvatten met de cd ‘Hurricane’ en gaf al overtuigende optredens tijdens de Lokerse Feesten en in de AB. Het stijlicoon (ondertussen voorbij de zestig!) van de jaren ’80 liet een onuitwisbare indruk na binnen het nightclubbin’ clubdance circuit. Ze zorgde voor songs met een broeierige, sensuele opbouw, groovy, funky dubs en softe dancebeats, gedragen door haar diepe, scanderende zegzang (met een knipoog naar Bowie, Roxy Music en Barry White). Weliswaar een halfuur te laat on stage in de Pyramid Marquee zagen we een overweldigende verschijning; zoals het elke popdiva beaamt, trok ze na bijna elk nummer een nieuw hoofddeksel aan, kronkelde meermaals rond een paal die op het podium stond en slaagde in een minutenlange hoelahoep tijdens een nummer. Op alle vlakken trok ze de aandacht, betrok haar fans bij de set en … genoot zelf van de respons. Het was zelfs zo dat ze op het eind het publiek uitnodigde om te dansen op de stage. Het ging van de funky basses en dubs van “Nightclubbin’” naar “I’ve seen that face before” en “La vie en rose”. De sterkste songs van het recente ‘Hurricane’ (“Well well well” “en “William’s blood”) stonden mooi naast het oudere materiaal. Een puike climax realiseerde ze door “Pull up to the bumper”, “Slave to the rhythm” en Bryan Ferry’s/Roxy Music “Love is a drug”. Wat een wervelende comeback.

De elektro, beats en neurotische trance van Boys Noize (Pyramid Marquee) en het geanimeerde remixwerk van de Dewaele broertjes, 2 Many DJ’s (Mainstage), bekoorden het jongere publiek. Het was dansen aan de beide fronts van de wei. En de 2 Many DJ’s gooiden er massa’s platenhoezen tegenaan op de grote schermen.
Beats’n’pieces en dance was hier op z’n plaats …

Organisatie: Live Nation – Rock Werchter

Rock Werchter 2009: zondag 5 juli 2009

Geschreven door

Ook vandaag stonden de groepen zo goed als tegelijkertijd geprogrammeerd. Het hoofdpodium werd ingevuld door hardere (power) bands, en er viel veel aangenaams te ontdekken …

De uit Hollywood afkomstige Metro Station is erg populair bij het jonge publiek door het radiohitje “Shake it”. De jonge snaken vielen wat licht uit op de Mainstage. Hun catchy rock klonk af en toe wat strakker. Te weinig boeiend materiaal. Hun body vol tattoes sprak wel tot de verbeelding …

Geen hapklare metal van het Amerikaanse Mastodon. Als volleerde vikings baanden ze zich muzikaal een weg door onze zenuwbanen. Een loeiharde, massieve sound met een donkere dreigende spanning, vlijmscherpe, complexe en onnavolgbare soli, pompende drums en apart brullende vocals. De band speelde vorige week een trapje hoger op de affiche van GMM. ‘Crack the skye’ betekent de definitieve doorbraak. De twee langharige, bebaarde zangers waren mannen zonder woorden tussendoor, maar zorgden op dit middaguur voor een verwoestende sound die je de hel introk of je in de hemel zoog …

Seasick Steve en z’n drummer klonken als een verademing na die striemende metal van Mastodon. Deze laatbloeier treedt in de voetsporen van R.L. Burnside en John Lee Hooker en heeft iets mee van Ben Harper met z’n boogiebluesrock. Dankzij de passage bij Jools Holland, een goede twee jaar terug, kwam de man in houthakkershemd, overall en John Deere pet uit de vergetelheid. Op het podium bracht hij met z’n drummer entertainment en snedige bluesrockende songs op een gitaar van amper drie snaren, die al verschillende oorlogen leek meegemaakt te hebben. Ook had hij een eigen gebouwde steelpedal mee, in elkaar geknutseld van stukjes hout en met twee snaren. Doorleefd, rauw, venijnig. Puur oprechte, eerlijke rootsrock, wat meteen gebundeld zat in de opener “Thunderbird”. Eenvoud siert dus! Het sympathieke tweetal genoot van de belangstelling, haalden zelfs een meisje uit het publiek om naar hun “Walking man” te luisteren en de flinke geut Jack Daniels gaf Seasick Steve voldoende brandstof om met enkele grandioze gitaarlicks uit te halen (waronder “Dog house blues”).

Het Texaanse Mars Volta, onder de eigenzinnige tandem Omar Rodriguez-Lopez (gitaar) en Cedric Bixler (zang), zijn gekend van hun weirdo, complexe doch gecontroleerde ‘70’s retro/symfo avantgarde rock. Een pak creativiteit en avontuur van zalig gecontroleerde chaos. Een apocalyptisch geheel dat door de plotse plensbui een perfecte soundtrack vormde … Ondanks de stomende pletwals met mokerslagen van drums en retro Led Zeppelinriffs, klonk het geheel toch iets meer gestroomlijnd. Vanuit hun interpretatie was Mars Volta eerder wat ontzet van de lauwe reactie. Het was hectisch hallucinant deze band aan het werk te zien met een paar meesterlijke songs als “Goliath”, “Roulette dares”, “Viscera”, “Drunkship of laterns” en de afsluiter “Wax”.

The Black Eyed Peas waren ook in Werchter toen hun vorige cd ‘Monkey Business’ uit was. De solo-uitstap van de bevallige zangeres Fergie zorgde ervoor dat het ruim vier jaar wachten was op de opvolger ‘E.N.D.’ (The Energie Never Dies). Hun combinatie van hiphop, r&b, pop, funk en ietwat latino leverde de leuke hiphopcrew al aardig wat hits op; de huidige single ”Boom boom pow” moet hier zelfs niet onderdoen en werkt aanstekelijk op de dansspieren. Live bleek het gezellig, fijn en plezierig te zijn, maar ondanks de raps en zang van Will.I.Am en de zijnen was het vooral de warme, zwoele stem en Fergie’s uitstraling die de hoofdprijs wegkaapte. De grooves kwamen door haar vocals beter tot hun recht, zoals op “Meet me halfway” en “My humps”. Een eerbetoon aan Michael Jackson kon niet uitblijven tijdens een geïmproviseerde DJ set. “Let’s get it started”, “Don’t phunk with my heart” en een scheutje “Shut up” waren meteen knallers. De entourage mocht er ook zijn: een paar danseressen, gigantische opblaasrobots en confetti. Live viel het gezelschap niet écht uit de boot, maar kon zich onvoldoende onderscheiden. Het waren vooral de singles die het moesten doen; het nieuwe materiaal kon niet echt een meerwaarde bieden. “Pump it” (twee keer ingezet), “Where is the love” en de huidige hit maakten de finalereeks …

De Franstalige Brusselaars Ghinzu waren onze moedertaal vergeten en drukten zich het liefst uit in het Engels. Hoe het soms kan gaan… Dit euvel terzijde, keken we uit naar wat Ghinzu kon betekenen, want net als Girls In Hawaii lagen de verwachtingen erg hoog voor deze beloftevolle band, die heel lang heeft gewerkt aan hun tweede plaat ‘Mirror mirror’. De broeierige gitaarrock, soms snedig en scherp, heeft een vleugje kitsch en bombast. De elektronica en pianopartijen van spil Stargasm waren niet onbelangrijk binnen dit geheel. De groep ging gedreven en explosief te werk (“Take it easy” wonderwel). Het technisch defect, ergens middenin de set, pijnigde de technici, want het was écht zoeken wat er aan de hand was. Het bracht de band niet hun lood; de vaart, het ritme, de uiterste concentratie en de show toonden een verbeten band die nog enkele krachtige songs “Mine” en “Do you read me” in petto had . We hoorden wat electrorock op het eind, wat snoof naar het Kortrijkse Gooze. Ghinzu kan groots worden als ‘Belgische’ band…

Nine Inch Nails is aan hun laatste toer bezig; toch keek ik uit naar Royksöpp, gezien ik NIN de laatste jaren voldoende aan het werk zag in zaal en op festivals. Het Noorse Royksöpp uit Tronsö kwam in de belangstelling met hun beeldrijke elektronica van de poolvlaktes, met “Eple” als uitgangsbord. Het stoeien met ’80’s electro, trancegerichte dansbeats en pop zijn het meest evenwichtig op de huidige cd ‘Junior’, met een keur aan gastzangeressen, naast de eigen vocodervocals. Ze zweepten alvast de boel op met lekker in het gehoor liggende, dromerige en frisse popelektronica. Zangeres Anneli Drecker (Bel Canto) nam de zang op haar en liet even de andere zangeressen Robyn en Karen Dreijer (The Knife/Fever Ray ) vergeten op de groovy tunes van “You don’t have a clue” en “The girl and the robot”. De classics “Remind me”, “Happy up here”, “What else is here”, “Poor Leno” en “Eple” overtuigden sterk. En de ‘80’s wavedansbeats klonken goed door op “Tricky tricky”. Tot slot zorgden de sfeervolle instrumentals voor een aangenaam rustpunt in de set van een anders ontketend duo met band …

Afsluiters van de vierdaagse marathon, metalrockers Metallica en de hippe dansformatie Milk Inc.uit ons landje stonden rechtlijnig tegenover elkaar. Het grootse Metallica is een graag geziene gast, houdt van de Belgische fans en hun optredens in Werchter zijn op 1 hand niet meer te tellen ( + livereview maart ll op de site).
Benieuwd waren we dus eens naar Milk Inc. … Waarom iedereen er zoveel commentaar op had op voorhand, begrijpen we soms zelf niet. Regi en Linda zijn één van de meest hippe danssensaties en kregen de kans het eens op een ‘zogezegd’ rockfestival te doen. Bewijzen hoeven ze écht niet meer wat ook zij verkopen het Sportpaleis tot drie keer toe uit … Formule: een pompend, opwindende beatje, een herkenbare elektronica tune, Regi’s opzwepende intro’s en de volwassen stem van Linda. ondersteund door twee backing vocalistes. Bijhorende synths, toetsen, drums en backing vocals gaven hun tien in een dozijn songs meer diepte. Milk Inc. ging erin als zoetenkoek. De refreinen van “No angel”, “Sunrise”, “Guilty”, “I don’t care” en “Never again” werden luidkeels meegezongen. Regi maakte nog een ‘80’s/’90’s mix zoals op z’n programma bij de MNM zender. Tom Helsen was van de partij voor een groovy “Night and day”. De positive vibes van “Forever” en “Walk on water” besloten de bruisende cocktailset.
‘Mission succeed’ want de Pyramid Marquee ging helemaal plat voor de hitmachine van Milk Inc. Mag de kritiek nu definitief opgeborgen worden aub …

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Crosby, Stills & Nash

Crosby, Stills & Nash: lieflijke meerstemmige zang van een uiterst gevarieerd concert

Geschreven door

Op dinsdagavond 7 juli konden we de eerste echte ‘supergroep’ uit de popgeschiedenis aan het werk zien in Vorst. Een gelegenheid die we niet lieten voorbijgaan, temeer daar de groep onlangs nog als topact actief was op het Glastonbury Festival.
Crosby kwam uit ‘The Byrds’, Nash was lid van ‘The Hollies’ en Stills maakte deel uit van ‘Buffalo Springfield’. Deze mix resulteerde in één van de meeste succesvolle samenwerkingen uit de muziekgeschiedenis. Ieder lid van de groep bracht verschillende invloeden mee en dit gaf als resultaat een afwisseling van country, liefdesliedjes en zware gitaarrock. Maar zij zijn vooral geliefd om hun prachtige meerstemmige samenzang. Die oefenden zij eerst samen in de woonkamer van Jody Mitchell en de eet(!)kamer van Mama Cass.
Ze kwamen voor het eerst naar buiten met hun muziek tijdens een schuchter optreden op het Woodstock Festival in 1969. Met een onmiddellijk succes tot gevolg. Toen Neil Young de groep kwam vervoegen was het hek helemaal van de dam. Hun LP ‘Déjà Vu’ was een immens succes.
Daarna werd het wat stiller rond de groep. Young werkte verder aan een succesvolle solocarrière, Crosby kreeg zware problemen met het gerecht en bracht 1985 en 1986 in de gevangenis door.
En nu staan ze er weer.

Het concert in Vorst Nationaal begon aarzelend en heel rustig. De groepsleden hadden duidelijk wat stemopwarming nodig. Maar toen ze eenmaal op dreef waren kregen we een fenomenaal optreden te horen. Vergeef mij als ik enkele titels vergat te noteren: een verslaggever is ook maar een mens en kan ook betoverd worden door al die schoonheid.
Ze zetten in met “Helplessly Hoping”. Gedurende de volgende nummers werd het concert heel intimistisch met prachtige samenzang. Ze kondigden een nieuw coveralbum aan met hun 20 favoriete songs, een album dat geproduced wordt door Rick Rubin. Daaruit brachten ze achtereenvolgens “Ruby Tuesday” van de Rolling Stones, “You Can Close your Eyes” van James Taylor, “Reason to Believe” van Tim Hardin en “Girl from the North Country” van Bob Dylan. Dit laatste nummer kon de Zweedse dame naast mij duidelijk heel erg waarderen.
Dan kwamen “Guinnevere” en “Dream for Him” (een nieuw nummer). Ondertussen kwamen nog een viertal muzikanten (een drummer, twee keyboardspelers en een bassist) het podium opgeslopen en werd de sound iets harder. Met “Uncle John’s Band” en “Our House” besloten zij na een uurtje het eerste deel van hun optreden.
Na de pauze kwam er steeds meer vaart in de nummers. De heavy gitaar van Stills sneed soms door merg en been. Alleen miste ik soms wel de gitaarduetten met Neil Young, maar je kan natuurlijk niet alles hebben. We hoorden verder “Marrakech Express”, “Just a Song before I Go”, “Long Time Gone”, Déjà Vu”, en het meeslepende “Almost Cut my Hair”. Ook ‘Buffalo Springfield’ werd niet vergeten: “Bluebird” en “For What It’s Worth” werden prachtig hard en strak gebracht.
Als bisnummers kregen we dan nog prachtige versies van “Wooden Ships” en “Teach Your Children” te horen.

Na meer dan twee en een half uur muziek keerden wij moe maar tevreden huiswaarts, met een erg voldaan gevoel.

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Leonard Cohen

Leonard Cohen zorgt voor magie

Geschreven door

De Canadese dichter en maestro Leonard Cohen wordt samen met Bob Dylan tot één van de meest invloedrijke singer-songwriters uit de vorige eeuw gerekend. Naast optredens in het Minnewaterpark in Brugge, was hij nu voor de derde keer te gast in een grote zaal. De wereldtournee (z’n laatste?), wat tegen wil en dank opgestart, is succesvol te noemen. Net als bij z’n vorige concerten, konden we ook in het Sportpaleis spreken van een memorabel innemend concert … (zie ook concertreview Minnewaterpark in Brugge, juli 2008).
Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s.

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Main Square Festival 2009: Het concert van Coldplay laat zelfs de weergoden niet onberoerd

Het Main Square Festival vindt sinds 2004 plaats in het Noord-Franse Arras, gelegen op amper 60 km voorbij de Belgische grens en op nauwelijks anderhalf uur rijden van pakweg Brussel. Aanvankelijk begonnen als een ééndaags gebeuren met op de affiche Placebo en  Gomm, is dit evenement intussen dermate uitgegroeid dat sinds dit jaar voor het eerst gedurende vier dagen kan genoten worden van een diverse keur aan muzikale topacts. Medeverantwoordelijke hiervoor is niemand minder dan Herman Schuermans. Hij was voordien al gratis raadgever van het festival maar is intussen ook officieel partner geworden. Door de samenwerking met Live Nation en Rock Werchter en het feit dat het Main Square Festival tegelijk plaatsvindt met het ‘beste festival ter wereld’, leidt dit er toe dat via het doorschuifsysteem (het merendeel van de groepen present op het Main Square Festival treden de dag nadien op in Werchter) aldus met een minimum aan meerkosten op beide locaties een prachtig en bij momenten uniek programma kan aangeboden worden. Zo stond bijvoorbeeld dit jaar Coldplay zowel op de affiche van Arras als van Werchter te prijken, en dit terwijl ze behalve Roskilde geen enkel ander Europees zomerfestival aandoen.
Maar ook los van de samenwerking met Schuermans heeft het Main Square Festival heel wat troeven in handen, niet in het minst door de locatie zelf. De concerten vinden namelijk plaats op de Grand’Place, een door de UNESCO beschermd plein en geven aan het geheel een mooie setting. Ook biedt het festivalterrein plaats aan ongeveer 25.000 bezoekers, minder dan een derde dus dan Rock Werchter, en mede daardoor een ideaal alternatief voor wie niet zo happig is op een verblijf op de weide, de grote drukte wat wil ontlopen en ook nog eens dichtbij wil parkeren.
Een deel van de redactie van Musiczine was traditiegetrouw in Werchter aanwezig, terwijl onder meer ondergetekenden een bezoekje aan onze zuiderburen brachten. Op dag één stonden vier artiesten geprogrammeerd, namelijk achtereenvolgens M. Ward, Amy Macdonald, The Ting Tings en absolute hoofdact Coldplay.

M. Ward (17u05 – 17u50)
Iets na 17u mocht Matthew Stephen Ward, beter bekend onder de artiestennaam M. Ward, het festival en dus ook dag één openen. Deze uit Portland, Oregon afkomstige getalenteerde zangerliedjesschrijver bracht onder eigen naam al enkele knappe platen uit, waaronder nog dit jaar het fantastische ‘Hold Time’, maar door het grote publiek wordt zijn mix van country, folk, blues, gospel, rock and roll, rockabilly en Americana tot dusver nog veel te weinig opgemerkt. Integendeel, vreemd genoeg is hij nog het meest gekend door zijn bijdragen op platen van bijvoorbeeld Cat Power, Beth Orton, Norah Jones, Jenny Lewis en Bright Eyes of door zijn samenwerking met Zooey Deschanel onder de benaming ‘She & Him’ waarvan de plaat ‘Volume One’ vorig jaar werd uitgebracht.
Dat hij nu op een groot podium geprogrammeerd stond, was enerzijds positief te noemen in die zin dat – mede dat er in Arras gewerkt wordt met één enkel podium - de aanwezigen niet naast hem konden kijken en luisteren (iets wat de dag nadien in de Pyramid Marquee van Werchter een veel moeilijkere opgave zal zijn) maar anderzijds was het de vraag of zijn bij momenten breekbare muziek mede in combinatie van zijn zo karakteristieke, hese en krakerige stem niet in het feestgedruis verloren zou gaan.
Dat laatste viel best mee. “Chinese Translation” en “Requiem” (allebei uit ‘Post-War’, 2006) kenden eenzelfde crescendo opbouw, “Rave On” (Buddy Holly cover) kreeg net als op de plaat ‘Hold Time’ een erg mooie laidback uitvoering en “Epistemology” (uit ‘Hold Time’) en “Fool Says” (uit ‘Transfiguration Of Vincent’, 2003) werden mooi ingekleurd door slidegitaar. De begeleidingsgroep speelde daarbij telkens lekker relaxt. Maar doordat de stem van Ward ons wat onderdrukt leek, konden we ons echter niet van de indruk ontdoen dat het concert toch wat dynamiek miste en teveel voortkabbelde.
Halfweg de set werd dit duidelijk rechtgezet en kregen we nog prachtige versies te horen van “Right In The Head” (‘Post-War’) en van “To Save Me” en een heupwiegende “Never Had Nobody Like You” (‘Hold Time’), mede door de extra achtergrondzang van de groepsleden. Ondertussen was er ook tijd voor enkele ingetogen passages zoals “Hold Time” en “Poison Cup” (‘Post-War’), waarbij Ward aan de piano ging zitten. Toen hij bij dit laatstgemeld nummer meedeelde dat de rest van de set zou worden opgedragen aan de overleden Alain Bashung, kreeg hij een ruimer deel van het publiek op zijn hand. Er werd afgesloten met een snedig rockende versie van “Roll Over Beethoven” (Chuck Berry) zodat we van een geslaagd concert kunnen spreken.
Jammer dat hij een prachtnummer als “For Beginners” links liet liggen maar dat houden we te goed hij nog eens voor een zaaloptreden langskomt.

Amy Macdonald (18u22-19u17)
Toen Amy Macdonald, intussen voorzien van een geblondeerd kortgeknipt kapsel en afgelopen donderdag getooid in een Egyptisch aandoende witte lange blouse, op het podium verscheen, werd ze meteen erg enthousiast onthaald.
Alles heeft natuurlijk te maken met haar vorig jaar verschenen debuutalbum ‘This Is The Life’ dat voor deze Schotse artieste een inslaand succes betekende en al enkele miljoenen keren over de toonbank is gegaan. Vooral het gelijknamige titelnummer kon je meermaals horen meezingen en -fluiten door – in de eerste plaats – (piep)jonge en vrouwelijke fans en tijdens haar concert in Arras werd dit nog eens vlotjes overgedaan.
Het applaus dat haar bij ieder nummer werd toebedeeld, stond ons inziens evenwel niet in verhouding tot de prestaties vooraan op de planken. Haar begeleidingsgroep stond goed maar in verhouding tot het stembereik van Macdonald, te luid te musiceren met als gevolg dat zij hiertegen niet kon opboksen, heel vaak de bal compleet missloeg en als een overstuurde Dolores O’Riordan in overdrive geraakte.
Enige lichtpunten die te noteren vielen, waren de twee singles “Mr. Rock & Roll” en “This Is The Life” en – laten we mild zijn - de akoestische cover van Bruce Springsteen’s “Dancing In The Dark”. Over die andere cover “Mr. Brightside” van The Killers willen we het liever niet hebben wegens werkelijk tenenkrullend en wat de rest van de set betreft, durven we zelfs het woord ‘hemeltergend’ in de mond nemen.
De duizenden aanwezige meisjes uit de jeugdbewegingen zouden volstrekt onze mening niet delen en jammer voor de vriendelijke Amy, maar dit concert deed teveel onze wenkbrauwen fronsen en was er eentje om snel te vergeten.
Setlist: Poison Prince, L.A., Youth Of The Day, Barrowland Ballroom, Mr. Brightside, A Whish For Something More, Mr. Rock & Roll, Next Big Thing, This Is The Life, The Road To Home, Run , Dancing In The Dark, Let’s Start A Band

The Ting Tings (19u50-21u05)
Wie veel beter de overstap van de kleine plankenvloeren naar de grotere podia verteerd hebben, zijn The Ting Tings. Dit Britse duo gevormd rondom Jules De Martino en Katie White kunnen sinds hun vorig jaar uitgebrachte album ‘We Started Nothing’ en nog meer via de hiervan getrokken singles, op een grote aanhang rekenen. Ze weten niet alleen de aandacht te trekken door middel van de voor hen zo typerende aanstekelijke, opgewekte en goed in het gehoor liggende muziek maar ook via hun steeds bijzonder flashy en dito opvallende outfits. Ook afgelopen donderdag speelden ze deze combinatie met gemak uit op het podium.
Het concert begon met een sferische intro, waarna De Martino op piano de eerste akkoorden van “We Walk” begon te spelen, ging plaatsnemen achter zijn drumstel en gitaar speelde, terwijl wat later White het podium opwandelde en het publiek groette. Het sein voor de aanwezigen om zich te laten meeslepen voor een uurtje ongedwongen dansbare muziek, vooral omdat onmiddellijk na het openingsnummer ook de hit “Great DJ” gebracht werd.
Alle tien de nummers van het album kwamen aan bod en behalve de zonet twee vermelde singles, konden het strakke “We Started Nothing” (waarbij we qua ritme wat gelijkenissen konden horen met !!!), het van extra beat voorziene “Shut Up And let Me Go” en “Impacilla Carpisung” als uitschieters beschouwd worden.
White speelde haar rol als frontvrouw met verve en de trukendoos werd geregeld opengetrokken, al vielen er geen verrassingen te noteren: midden een song onbeweeglijk blijven staan om nadien terug in te vallen, het omver duwen van de drum, het filmen van het publiek en het dj-gewijs spelen van enkele – nagenoeg steeds terugkerende – deuntjes als “Walk This Way” (Aerosmith), “Rapper’s Delight” (Sugarhill Gang), “Ghostbusters” (Ray Parker Jr.) en speciaal voor het Franse publiek “Je T’Aime … Moi Non Plus” (Gainsbourg & Birkin). We zagen het de groep allemaal al meermaals eerder doen.
The Ting Tings brachten niet al te moeilijke muziek, meezingbare refreintjes en veel expressie en waren aldus een prima sfeerbrenger en dé vrolijke noot van de dag. Uiterst genietbaar concert.
Leuk moment was ook toen White haar laarsjes bij het inzetten van het laatste nummer uittrok, op het einde van de set van het podium stapte om wat later snel terug te lopen om haar schoeisel mee te graaien vooraleer in de auto te stappen.
Setlist: We Walk, Great DJ, Fruit Machine, Keep Your Head, Traffic Light, Be The One, We Started Nothing, Shut Up And Let Me Go, Impacilla Carpisung, That’s Not My Name

Coldplay (21u50-23u35)
Met Coldplay had het Main Square Festival een absolute wereldtopper in huis. Jaar na jaar blijft de populariteit van deze Britse groep toenemen en ook op hun muzikale kwaliteit en creativiteit zit nog steeds geen sleet. Dit bewezen ze vorig jaar met hun vierde studioalbum ‘Viva La Vida or Death And All His Friends’ in een productie van onder meer Brian Eno. Zonder drastische omwentelingen te veroorzaken, klinkt deze plaat rijkelijker en gelaagder dan de voorgangers en dat doet zich tegenwoordig ook gelden op het podium. Het was al te merken tijdens hun passages in zaal eind vorig jaar en ook in Arras was dit nu niet anders.
Mede omdat zoals eerder geschreven de groep slechts aanwezig zou zijn op drie Europese festivals, was het festivalterrein op de Grand’Place goed volgelopen toen zij om 21u50 aan hun set begonnen.
Met gele lichtjes in de handen kwamen ze het podium op en speelden “Life In Technicolor” achter een zwarte, licht doorschijnende doek. Bij de begintonen van “Violet Hill” werd deze doek naar beneden gehaald en werd het begin van de triomftocht van Coldplay ook visueel helemaal duidelijk gemaakt.
Met “Clocks” (kleurrijke laserstralen werden het publiek ingestuurd terwijl Chris Martin achter de piano zat), “In My Place” (Chris Martin rende expressief en dartelde als een veulen over een speciaal hiervoor geplaatst zijpodium, zocht het contact met de toeschouwers op, liet zich vallen om vervolgens opnieuw naar het hoofdpodium te spurten) en “Yellow” (gele grote ballonnen werden boven de hoofden van de toeschouwers losgelaten) werd gekozen voor een klassiek drieluik.
De sfeer zat er meteen goed in en rondom ons zagen we zelfs ontroering in de ogen van de toeschouwers. Maar ook de weergoden lieten zich niet onbetuigd en gaven een teken dat ook zij van de partij waren. Na een weekje aanhoudende loodzware temperaturen viel er namelijk zowaar regen uit de lucht die kort erna al even snel weer verdween.
Chris Martin nam plaats achter de piano en speelde “42” en het massaal meegezongen “Fix You”. Na “Strawberry Swing” begaf de groep zich naar een zijpodium om uptempo, met beats overladen versies van “God Put A Smile Upon Your Face” en “Talk” te vertolken. Terwijl de overige groepsleden zich opnieuw naar het hoofdpodium begaven, bleef Chris Martin alleen achter de piano zitten om “The Hardest Part”, “Postcards From Far Away” en een stukje “Billy Jean” als ode aan de zopas overleden Michael Jackson te brengen. Ongetwijfeld een van de hoogtepunten van het concert. Op het einde van dit eerbetoon zette drummer Will Champion het beginritme in van “Viva La Vida”, inmiddels uitgegroeid tot een meezinghymne buiten alle formaat. Extra aangestuurd door de pauken en het klokkengeluid werd nog eens onderstreept hoe deze song in perfecte symbiose leeft met een festival. Chris Martin lag op het einde van het nummer languit op de rug op het podium terwijl hij figuurlijk bedolven werd door het massale gezang van het publiek. Sterk!
Na “Lost!” dat live nog meer overtuigde doordat bassist Guy Berryman extra drumde, baande de groep onder begeleiding van een nog steeds zingend publiek zich een weg naar een ander podium om daar enkele nummers akoestisch te brengen: “Green Eyes”, “Death Will Never Conquer” (gezongen door Will Champion terwijl Chris Martin mondharmonica speelde) en een cover van “I’m A Believer” (geschreven door Neil Diamond maar beter bekend in de hitversie van The Monkees). Het ging er bij deze nummers erg ontspannen aan toe. Er werd heel wat afgelachen, Franse rijmende zinsneden mengden zich onder Engelstalige teksten en gitarist Jonny Buckland werd door Martin uitgedaagd om te zingen hoewel hij hier niet voor te vinden is. Leuk en ontwapenend. Wel is het zo dat dit in een zaal beter tot zijn recht komt dan op een festivalterrein waar het publiek veel meer door elkaar staat te schreeuwen. Wij vermoedden dan ook dat niet iedereen even duidelijk meekreeg wat zich daar aan het afspelen was op die kleine oppervlakte.
Onder de tonen van een geremixte “Viva La Vida” namen de vier hun plaats opnieuw in op het hoofdpodium en speelden een in een volledig nieuw jasje gestoken “Politik” en “Lovers In Japan” dat mooi opgefleurd werd via projecties en het massaal laten neerfladderen van fluorescerende papieren vlinders. Coldplay wordt menigmaal als de nieuwe U2 genoemd en ook al willen we ons tot deze vergelijking niet laten verleiden, dichter dan het kenmerkende gitaargeluid van The Edge kon Jonny Buckland op dat moment inderdaad alvast niet geraken.
Met “Death And All His Friends” werd het eerste deel het concert beëindigd maar als toegift was er nog ruimte voor het onverwoestbare “The Scientist” waarbij Chris Martin eerst solo op piano speelde, Jonny Buckland op akoestische gitaar aanvulde om nadien ook steun te krijgen van bassist Guy Berryman en drummer Will Champion. Met “Life In Technicolor ii” en “The Escapist (Outro)” sloot het viertal het concert na ongeveer 1u45’ definitief af.

Coldplay groeit buiten zijn eigen proporties en de concertenreeks is een duidelijk voorbeeld van een massaproductie maar als u kijkt met welke gedrevenheid er wordt gemusiceerd, met welk (over)enthousiasme er over het podium wordt gedarteld en het contact met het publiek wordt opgezocht, dan doet dit een mens snel vergeten hoe mega de groep is geworden en hoef je als toeschouwer niet veel moeite te doen om ondergedompeld te worden in een uiterst genietbare sfeer. De duizenden aanwezigen die nog een hele poos na het einde van het concert en nadat de roadies het podium al lang ontruimd hadden, “Viva La Vida” nascanderen, sprak daarbij boekdelen.
Van ingetogenheid tot expressie, van soberheid tot extravagantie, van ongedwongenheid tot ernst, van droefheid tot vreugde, het zat allemaal vervat in dat ene concert op de Grand’Place te Arras. Het verliep bij momenten wat nonchalanter dan bij eerdere optredens in zaal – zo liet bijvoorbeeld Chris Martin bij “Yellow” en “Lost!” door zijn spurt- en klimoefeningen vocaal wat steken vallen en waren er her en der wat onzuiverheden te bespeuren -  maar dat zijn niet meer dan kleine aantekeningen bij een voor het overige meer dan uitstekende doortocht. ‘Viva La Vida! Viva Coldplay!’
Setlist: Life In Technicolor, Violet Hill, Clocks, In My Place, Yellow, 42, Fix You, Strawberry Swing, God Put A Smile Upon Your face (Partial Techno Remix), Talk (Partial Techno Remix), The Hardest Part, Postcards From Far Away, Viva La Vida, Lost!, Green Eyes, Death Will Never Conquer, I’m A Believer, Viva La Vida (Remix Interlude) , Politik, Lovers In Japan, Death And All His Friends
The Scientist, Life In Technicolor ii, The Escapist (Outro)

Organisatie: Main Square Festival+ FLP - Live Nation France Festivals

Jack Peñate

Everything is new

Geschreven door

’Everything is new’ is de tweede plaat van de Londense singer/songwriter Jack Penate, (origine van Spaanse en Britse ouders), die heel goed bevriend is met de dames Kate Nash en Adele. Z’n debuut ‘Matinee’ van twee jaar terug, ging aan onze aandacht voorbij; maar door de voorstelling van de opvolger, grepen we even terug naar dit debuut wat onze nieuwsgierigheid fraai springerig popmateriaal opleverde met aanstekelijke, opzwepende ritmes.
’Everything is new’ is een luchtige opvolger: charmant rommelig en catchy zomerse pop, die een relaxte, ontspannende indruk nalaten. Uitgelaten popsongs die neigen naar de sound van Vampire Weekend door de Afrikaase ritmes, percussie, gospelkoren, blazers en ‘80’s keyboards. “Let’s all die” en de titelsong passen ideaal binnen dit concept. Maar de meeste nummers songs hebben een opzwepende groove en bevatten hitpoptentie: “Tonight’s today” voorop, gevolgd door “Pull my heart away”, “Torn on the platform”, “So near en “Be the one”. Popmuziek als medicament om je zorgen je vergeten … Ook enkele ingetogen nummers als het bezwerende “Body down” getuigen van mans volwassen aanpak.
’Evertything is new’ lijkt wel het ideale recept om je vakantie in te zetten: een frisse wind door de vaardige opbouw en een melodieus broeierig en opzwepend ritme. Ze hangen onuitwisbaar in je geheugen. Jack Penate als de vrouwelijke Lily Allen …

Phoenix

Wolfgang Amadeus Phoenix

Geschreven door

Het Franse Phoenix is al enkele jaren bezig en brengt steevast toffe en goed in het gehoor liggende popsingles uit als “Too young”, “If I ever feel better” en “Everything is everything”. Met deze vierde cd hebben ze, ondanks de afschuwelijke albumtitel, een handvol lekkere nummers uit, schuwen ze geen experimentje en overtuigen ze met toegankelijke, sfeervolle poprock. Openers “Lisztomania” en 1901” trekken meteen de aandacht. De psychedelica en experimentjes klinken door “Love like a sunset pt 1” en “Pt 2”. Een geslaagd waagstukje van het Franse gezelschap. En dan borduren ze heerlijk verder met het broeierige, frisse en intense “Lasso”, “Rome” en “Countdown”. Wat doet besluiten dat Phoenix er  aardig in slaagt fans te winnen …

Loch Vostok

Reveal no secrets

Geschreven door

Baf! Zo klonk het in mijn muzikaal hart toen ik op de play knop duwde. In mijn hersenen werd onmiddellijk een signaal gegeven dit dit wel eens een goed album zou kunnen zijn. Nadat het eerste nummer, “Loss Of Liberty”, afgelopen was werd mijn vermoeden nog eens bevestigd. Enkel de grunts/screams staan mij echt niet aan. De rest weet me ongetwijfeld te boeien.
Met ‘Reveal No Secrets’ brengt Loch Vostok ons een soort van moderne Thrash ondersteund door keyboards. In tegenstelling tot de grunts/screams klinkt de cleane zang wel erg goed. Soms, heel soms doet het me zelf wat denken aan meester Bruce Dickinson.
Ik kan u verzekeren dat de hoge kwaliteit behouden blijft op heel dit album, dat een speelduur heeft van een goeie vijftig minuten. Het is dan ook een aanrader van mensen die houden van stevige, melodieuze en vooral goede muziek! Deze band heeft me met dit album werkelijk overtuigd van hun kunnen. Doe zo voort!

The Veils

Sun gangs

Geschreven door

The Veils zijn alvast meesters in het brengen van contrasten van lieflijke, breekbare pop tot weerbarstige americana, ergens tussen Cave, 16 Horsepower, The Triffids en V.U. De tracks van de nieuwe derde plaat ‘Sun gangs’, zoeken dat sublieme evenwicht van broeierige rootsrock en meeslepende emotionaliteit en intimiteit, onder Finn Andrews pakkende, doorleefde en gekwelde stem. De gevarieerde aanpak en de verschillende gevoelslagen zorgen opnieuw voor een grootse plaat, ondanks het feit dat we ons moeten realiseren dat ‘Sun gangs’ een niet makkelijke opvolger is van ‘Nux Vomica’, die op alle vlakken heel sterk scoorde. “Sit down the fire” is een spannende (retro) rocker samen met het pittig en frisse “Killed by the boom” en “Three sisters”. Wat wordt afgewisseld met de melodramatische “It hits deep”, “Scarecrow”, het afsluitende “Begin again” en de titelsong van de cd; de factor gevoeligheid is hoog op deze indringende, sfeervolle songs, die een spaarzame begeleiding hebben op piano en/of gitaar, gedragen door mans meesterlijke vocals. Hoogtepunt is “Larkspur”, een bijna negen minuten durende song, die iets mee heeft van de dreiging van Woven Hand en geënt is op the doors “This is te end”.
’Sun gangs’ is opnieuw een bezielde plaat, waarop The Veils erin slagen je te laten meeslepen in hun bezwerende americana/roots/poprock.

Fucked Up

Fucked Up: naam niet gestolen

Geschreven door

Hoofdact Fucked Up is een band die zeer zeker zijn naam niet gestolen heeft. Wij zouden er zelfs gerust nog een ‘Completely’ aan toevoegen, en dat hebben ze volledig te danken aan hun zanger/krijser Pink Eyes (aka Father Damien), een compleet dolgedraaide dikkerd die zich meer tussen het publiek bevond dan op het podium. Hij rolde over de grond, ging menig partijtje pogo aan met zijn fans, sprong, brulde, kroop en liep in zijn onderbroek als een gedrogeerde stier door de zaal (de enige die qua zwijnerij een beetje in de buurt komt is David Yow, die gek van The Jesus Lizard).
Pink Eyes stond bol van de adrenaline, het publiek vond het geweldig en iedereen zweette zich te pletter. Op het podium stond een band met maar liefst drie gitaristen die een hardcore punk geluidsmuur optrokken waar geen poot meer tussen te krijgen was. De variatie en subtiliteit die op hun voortreffelijke album ‘The chemistry of common life’ nog een beetje te bespeuren was,moest men op het podium ver gaan zoeken, maar de explosiviteit en splijtende energie die van dit combo uitging, maakte alles goed. Dit was een ultraharde kopstoot van een optreden. Zelden zoiets gezien.

Het Belgische Drums Are For Parade keerde terug naar de primitieve brute power van Melvins, vroege Soundgarden en Karma To Burn. Zware gitaren, geen bass en een drummer die zijn ziel er uit schreeuwt. Niet voor doetjes of gevoelige oortjes.

TV Buddha vindt het ook al niet nodig om op het podium te gaan staan. “Wij doen ons ding tussen het volk, fuck the stage” denken ze. In ware White Stripes traditie (een gitarist en een schoon madam op een wel heel sober drumstelletje) wrong dit duo zich doorheen een dosis distortion en moordende riffs (a la White Stripes, Black Keys, Black Sabbath) met af en toe wat huilende zang (denk ergens tussen Jon Spencer en wijlen Lux Interior). Knap, heftig en vooral luid.

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Steely Dan

Left Bank Holiday Tour 2009: Steely Dan

Geschreven door

Goed om weten als je een Steely Dan-concert bijwoont is dat het duo Becker/Fagen altijd een studiogroep geweest is en met de eerste zeven platen bewezen heeft dat perfecte schoonheid wel degelijk van deze wereld is. Als je dan bedenkt dat elk apart nummer na maandenlang sleutelen ingespeeld werd door telkens weer andere topsolisten, is het niet moeilijk te begrijpen dat Walter en Donald nooit zin hadden om rond te touren: zo zouden ze hun zorgvuldig opgebouwd imago van muzikale tovenaars aan al te gemakkelijke kritiek blootstellen. Zeldzame live-opnamen uit die jaren klinken achteraf nochtans wonderlijk mooi. Becker is subliem als begenadigd gitarist met een eigen stijl vol verrassende wendingen. Komt daarbij dat Fagen aanvankelijk de eigen nummers niet wilde inzingen omdat hij niet tevreden was met zijn eigen stemgeluid. We danken het aan producer Gary Katz dat hij hem ervan overtuigde dat zijn nasale klank perfect paste bij de ironische teksten die het duo in elkaar knutselde.

Rond de eeuwwisseling, na een stilte van 20 jaar, lieten de ‘Dan’ eindelijk van zich horen met een achtste plaat. Nieuw was dat de heren besloten hadden alle frustraties omtrent het podium van zich af te gooien en de baan op te gaan! Vandaag was het derhalve de vierde keer dat de inmiddels bejaarde heren ons land aandeden. Alle fans, waaronder zoals bekend veel muzikanten, hebben de groep dus reeds meermaals bezig gezien. Het grootste deel blijft telkens terugkomen, zodat Vorst Nationaal nog voor twee derden opgevuld raakte, hoewel er nog nauwelijks tamtam gemaakt wordt in de geschreven media. Gelukkig voor ons en zelfs voor elke huismoeder, maakt elke samensteller van radioprogramma’s nog bijna dagelijks gebruik van de collectie onverslijtbare songs…
“En het concert?” De uitgebreide band (4 blazers, 3 zangeressen, basgitaar, extra gitarist, piano en een strakke drummer) zet stevig maar zalig in met pure jazz. Met Becker en Fagen erbij worden we getrakteerd op het verrassende, op een lekker lome melodie herschreven “Reeling in the Years”. Het vroege popnummer “Show Bizz Kids” krijgt een andere intro mee en het wordt –typerend- uitgevoerd in een deftige jazzclubversie. “Bad Sneakers” valt daarna eigenlijk wat tegen, misschien omdat je niet tegelijk ‘Against Nature’ kunt zijn en jong maar decadent. Er zit al sleet op Fagens stem, maar we zijn blij dat hij zich over dit ongemak heen durft te zetten, anders hadden we geen concert gehad. “Black Friday”, over de beurscrash, klinkt sterk en krijgt een prachtige gitaarsolo van John Herington mee. Met het obligate “Aja” bedenken we opnieuw dat we best tevreden zijn dat de heren nog hun ‘dime dancing’ niet afgerond hebben. Dan volgt “Hey Nineteen”, onverwoestbaar en in orde op één mankement na: het koor klinkt onvolledig tijdens het refrein. Becker somt tussendoor een reeks sterke dranken op, maar realiseert zich tijdig dat hij in België is en sluit de reeks af met bier. Bedoeling is blijkbaar dat het publiek de woorden ‘Cuervo Gold’ meezingt, en ik die dacht dat het om één of ander ander soort geestesverruimend middel ging, maar dat is dan waarschijnlijk de ‘Fine Colombian’. Interessant is hier de trombonesolo van Slim Jim Pugh die het nummer in oude jazztraditie veel eer aandoet, hetgeen duidelijk maakt dat veel meer de weg van improvisatie op het eind van het nummer zou mogen ingeslagen worden in plaats van een droog en al te abrupt einde. Het slot van “Green Earrings” (uit ‘The Royal Scam’) illustreert dit wat later opnieuw want mede daardoor kan de uitvoering op enorm veel bijval rekenen. Tussendoor komen we nog te weten dat Daddy Becker zijn leven gebeterd heeft want hij zingt vrij aardig dat hij verhuisd is uit New York City. Josie en Peg worden nog getroost (Ricky niet) en op “Kid Charlemagne” mogen de muzikanten toch nog eens loos gaan in een passend slot.
Het bisnummer moet dan natuurlijk “Do It Again” worden zodat we met een ‘smile’ op ons face dorstig wegtrekken na al deze ‘perfection and grace’.

Om nooit te vergeten: terwijl wij als laatste gasten op het terras van de ‘Club des Artistes’ de zwarte luxebus met opschrift ‘Beat the Street’ zien wegrijden met de artiesten aan boord, steekt warempel een vos de straat over om zich te goed te doen aan een gevallen hamburger. De hoes van ‘The Royal Scam’ komt me nog voor de geest wanneer ik onvast rechtkrabbel…

Organisatie: Live Nation

Pagina 456 van 498