logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15470 Items)

Dinosaur Jr.

Farm

Geschreven door

Twee jaar terug spraken we over het Amerikaanse Dinosaur Jr van een reünie, met de cd ‘Beyond’, in de originele line up van gitarist J. Mascis, bassist Lou Barlow en drummer Murph. Ze gaven in 2005 live al een indrukwekkende comeback door het werk van vóór ’87 te spelen.
Ze maken er nu een carrière van want de nieuwe plaat heeft de magie van vroeger en de souplesse van nu. Het intense toeren in die vier jaar en de afstemming op elkaar zit er hier voor tussen, want waren zij op ‘Beyond’ nog op zoek naar de muzikale vorm van vroeger, dan hebben ze nu de juiste drive te pakken! ‘Farm’ is een bundeling van Dinosaur vóór ’91 en het emotievolle J. Mascis werk dat we kennen van ‘Green mind’. Grunge op z’n best met songs als “Pieces”, “I want you to know”en “There’s no here”. “Plans, “I don’t wanna go there” en het sfeervol, ingetogen, psychedelische “Said the people” (toepasselijke flute in zo’n momenten) bevatten een broeierige intensiteit, stralen emotie uit, klinken rauw, puur en echt, worden gedragen door prachtige soli en gaan de zes minuten voorbij! Dinosaur op z’n sterkst! “See you” is het meest poppy nummer op de plaat.
Dinosaur biedt misschien een herkenbare formule, maar het is er eentje die intrigeert en pittig is … Het trio heeft elkaar gevonden in deze sublieme gitaarherrie. Onze senioren geven menig jong garagerockend bandje het nakijken … Zo zie je maar wat je nog aankunt 1x boven de veertig …

Sophia

There are no goodbyes

Geschreven door

Welkom in de melancholische leefwereld van Robin Proper-Sheppard. Hij is toe aan z’n vijfde herfstplaat. En net als de voorgaande platen is de rode draad droefgeestige, dromerige, broeierige en sfeervolle songs met een pittige tekstinhoud: “I’m a fucker and a nightmare. I know I’m not easy”. Zelf geeft hij aan dat dit wel z’n donkerste plaat kan zijn. “It hurt writing these songs”. It still hurts living these fucking songs”. Om maar eventjes te zeggen dat het overgrote deel van de plaat heerlijk sombere songs bevat, bepaald door de (slide) gitaartokkels, steelpedal, piano, een spaarzame percussie, het strijkerensemble The Sophia Quartet en gedragen door mans emotievolle diep stem. Introverte kamerliedjes die pakken bij het nekvel. Maar net zoals bij de vorige cd’s kan Sophia forser en krachtiger klinken, wat refereert aan z’n oude band (The God Machine) of aan z’n ander muzikaal project The May Queens (’00).Dit horen we bij de eerste songs “A last dance to sad eyes” en “Storm clouds”, die meer rocken en iets luchtiger zijn. Ook het sfeervolle “Leaving” twinkelt en klinkt fris. Voldoende variatie dus om opnieuw te spreken van een mooi album …

Nouvelle Vague

NV 3

Geschreven door

Nouvelle Vague zijn twee producers uit Parijs (Marc Collin/ Olivier Libaux) die de jaren ’80 hebben meegemaakt; zij hebben hun derde cd uit met een pak ‘80’s (punk)pop en new wave klassiekers die ze een nieuwe impuls geven. Enkele cruciale details hebben ze aangepast tav de vorige twee platen, ‘Nouvelle Vague’ (‘04) en ‘Bande a Part’ (‘06). Het Franse kindmeisje Melanie Pain, duelleert met haar broeierige, fluisterende sexy stem met Martin Gore, Terry Hall, Barry Adamson en Ian Mc Culloch; er is minder reggae en bossanova te horen, maar meer sfeervolle, lome pop, americana en zelfs bluegrass. En het zit ‘em ook in de geluidjes. Kortom, allemaal leuk, fris, knap en creatief gedaan van het trio. Sensueel, bevreemdend en romantisch. Een blik op hun gevarieerde keuze: “Master & servant”, “Blister in the sun”, “Road to nowhere”, “All my colours”, “The american” en “Heaven” …12 zwoele covers in totaal, onschuldig aangepakt!

Ben Harper

White lies for dark times

Geschreven door

U mag het er gerust op nakijken op deze site. In september 2007, met de release van het zwakke ‘Lifeline’, schreven we nog : “We hopen van harte dat we de volgende recensie van Ben Harper eens mogen beginnen met ‘Ben Harper heeft nu eens een echte rockplaat gemaakt’ want momenteel zitten we met een ondermaatse prestatie van een groot artiest” . En kijk, de man heeft onze gebeden aanhoord.
Ben Harper heeft zijn Innocent Criminals voor onbepaalde duur aan de kant gezet en hen vervangen door een bende veel ruigere wolven genaamd The Relentless 7. Dat is zowat het beste wat hij kon doen want de nieuwe band staat hier wild en gedreven te spelen, en wat nog beter nieuws i : zelf heeft Harper ook zijn Hendrix-demonen terug tot leven geroepen. Gevolg, een paar killers van songs waarvan we niet meer wisten dat hij het nog kon.
Harper heeft een kwak uiterst ontvlambare benzine in zijn gitaar getankt en er komt nu terug ronkende blues uit in “Number wit no name”, puntige powerpop in “Shimmer and shine” en brutale bluesrock in “Why must you always dress in black”. De verschroeiende riffs en scheurende slide-gitaren maken van “Keep it together” een hoogtepunt en de jungle beat en dito drums in het lekker rollende “Boots like these” zijn leentje buur gaan spelen bij Bo Diddley, wij beschouwen het nummer dan ook als Harper’s hulde aan de jammerlijk overleden meester.
Het zijn trouwens niet alleen de gitaren die dit album zo sterk maken, ook vocaal is Harper in zeer goeie doen en pompt hij liters soul in het groovy en funky “Lay there and hate me” dat verder voorzien is van een heerlijk riedelend pianodeuntje, allemaal very seventies. Ook op “Up to you know” staat hij prachtig te zingen, een song die opent met een gitaar die ons zowaar aan Tool doet denken en die zich verder ontplooit als iets waar rock en soul tot een perfect huwelijk samensmelten.
Uiteraard zijn ook de obligate ballads, waar Harper de laatste jaren een beetje te veel een patent op had, van de partij. Hier heten ze “Skin thin”, “The word suicide” en “Faithfully remain”. Ze mogen er zijn, maar geloof ons vrij, het zijn niet de beste momenten op deze plaat, ook al zorgen ze voor de nodige variatie.
Ben Harper heeft op een overtuigende en vooral rockende manier een antwoord gegeven op zijn eerder matige platen van de laatste jaren. En dat vooral met dank aan The Relentless 7. Moge deze samenwerking jaren standhouden.

Music For Men

Geschreven door

Voordat Gossip hun eerste hit bij ons scoorde (“Heavy Cross”, dat op dit album staat) was zangeres Beth Ditto al behoorlijk bekend bij het grote publiek (de groep bestaat al zeven jaar). Het had niets te maken met de muziek die The Gossip maakte, maar omdat ze op z'n zachts uitgedrukt nogal corpulent is. Ze druist helemaal in tegen het gedroomde slanke figuur dat ongeveer 98% van de vrouwen nastreeft. Ook is ze heel open over haar homosexualiteit, wat zeker in de Verenigde Staten voor de nodige controverse heeft gezorgd. Maar laten we ons daar geen woordspelingen of flauwe grappen over maken, het blijft nog steeds de muziek die telt.
De stijl die The Gossip (de “The” hebben ze nu achterwege gelaten) in het verleden hanteerde was meer punk-gericht. Ze zijn van dit genre afgestapt en hebben voor pop gekozen, soms met invloeden uit disco en funk. Misschien ook daarom dat Gossip nu doorbreekt bij het grote publiek. Althans met hun “Heavy Cross”, de huidige single. Dit is veruit de beste track op het album. De rest van de nummers konden ons jammer genoeg heel wat minder overtuigen dan “Heavy Cross”. Opener “Dimestore Diamond”, “8th Wonder”, “2012” en “Spare Me From The Mold” zijn het vernoemen nog waard. Dit zijn ook de iets hardere nummers op het album. Bij “8th Wonder” grijpen ze nog het meest van al terug naar de punk die ze vroeger maakten. De popliedjes zijn iets te mager (sorry, we konden het niet laten).
Popliefhebbers zullen wel weg zijn van dit album. Wij hadden liever dat ze bij hun vorige stijl gebleven waren, want dan komen Beth Ditto en de hare beter tot hun recht.

Elvy

Sociophobia EP

Geschreven door

Achter Elvy schuilt Lionel Vanhaute uit Namen. Deze do-it-all deed beroep op leden van Flexo Lyndo om de z’n intieme, sfeervolle songs meer elan te geven. De sobere, spaarzame begeleiding biedt zeven dromerige opbouwende songs, waarbij de factor emotionaliteit goed bewaard blijft! De warme zang omfloerst de ingetogen nummers.
Met dit muzikaal project ging alvast voor deze talentrijke singer/songwriter een droom in vervulling. Geniet mee van zijn droom met enkele fijne popsongs als “Devotion”, “Gone” “Icarus mother” en de titelsong.
 
Info op http://www.myspace.com/elvymusic.be

Bubble Trap

Compromise

Geschreven door

Uit de omgeving van Bergen komt Bubble Trap. Ze debuteerden in 2004 met de demo ‘Soap for memories’ en na singles “Jay” en “I am nothing” van een paar jaar terug is het langverwachte debuut ‘Compromise’ uit.
De groep brengt broeierige, dromerige gitaarpop, die door toetsen psychedelisch worden gekleurd. Een link naar ‘70’s Pink Floyd en ‘80’s Alan Parsons is daarmee gelegd. De vocals van toetsenist Sébastien Boutry refereren soms aan Anthony Kiedis en Ed Kowalczyck. Ze hebben aardig wat nummers op zak, die door een directe rockaanpak wat krachtiger durven klinken. “You keep silent” is alvast een goede single als uitgangsbord om de groep meer airplay te geven.

Info op http://www.myspace.com/bubbletrap


10 Days Off 2009: DAY 09: Trentemöller en Andy Butler (Hercules & The Love Affair)

Geschreven door

De ‘Trentemöller Chronicles’ bleek de richtingaanwijzer van de DJ set van de Deen Anders Trentemöller. Hij is al ruim tien jaar bezig en mixte ‘80’s dance waveklassiekers aan met die bepalende Scandinavische koele elektronica, ijzige soundscapes en doom in toegankelijke, aaanstekelijke dance. We hoorden vleugjes van collega/vrienden Röyksopp, The Knife (hoe kan het ook anders met Karin Dreijer, die met Trentemöller samenwerkte) en Robyn, voor wie hij al voor talrijke remixes zorgde. We zagen op deze 9e Ten Days Off een alle leeftijden publiek, van de doorwinterde ‘80’s freak tot de jonge clubhouse-er. Absolute treffers in deze twee uur durende DJgig waren “Miss you” en “Moan(er)”. We betreurden de afwezigheid van videoclips, die de sound van Trentemöller elan konden geven. Desalniettemin ging het publiek plat voor deze sinistere clubdance. Btw de clip van “Moan” is er eentje om van te snoepen … Hij schakelde filmregisseur Niels Grabol en kunstenaar Ulrik Crone in voor een heus ruimteproject. Laika, de allereerste ruimtehond, die opnieuw tot leven werd gewekt om nog 1 keer gewichtsloos door de ruimte te zweven. Nu net dit zweverig sfeertje trachtte Trentemöller weer te geven!
 
In het café konden we ondertussen terecht voor de DJ set van  Andy Butlers Hercules & The Love Affair. Ondanks de matige belangstelling konden we terecht voor mans danscollectie van fijne frisse grooves en ritmes, gelinkt aan ‘80’s electro en disco, waar het bekende mooie “Blind” in verweven zat …

Meer dan vermeldenswaard: de warming up van Ramon Tapia met trancy soundscapes in die pompende club house…

Organisatie: 10 Days Off (ism Petrolclub), Gent

10 Days Off 2009: DAY 08: Zongamin en Goose DJ’s

Geschreven door

10 Days Off 2009: DAY 08: Zongamin en Goose DJ’s
Zongamin
Zongamin aka Susumu Maikai, is een Japanner, die met de familie op zijn twaalfde naar de UK verhuisde. Zijn carrière als DJ raakte in 2003 in een stroomversnelling. “Bongo Song” was een voorlopig hoogtepunt. De set begon uitermate aanstekelijk en opwindend, maar een twee uur durende DJ set was net iets te hoog gegrepen; het tempo en het ritme daalden en deden de dynamiek en enthousiasme afnemen.

Goose
Hooggespannen verwachtingen waren er naar de DJ set van Goose uit Kortrijk, in een (ver) verleden Humo’s Rock Rally winnaar! In 2006 brachten ze hun debuutplaat ‘Bring it on’ uit en na talrijke gigs kozen zij voor een DJ set (in een halve bezetting weliswaar), wat hen in de voetsporen bracht van de Dewaele broertjes.
Hun set moet een bron van inspiratie zijn voor het nieuwe materiaal. Aan de draaitafels stonden zij garant voor een spetterende party. We hoorden een drie uur durende electroraveset, waarin heel wat bekende plaatjes te horen waren als van een Zombie Nation en Justice, die ze naadloos combineerden met eigen werk van hun ‘Bring it on’ cd en enkele komende, nieuwe knallers. Ondanks de fuif die de heren ons voorschotelden, wisten ze ons niet helemaal diep te raken en te overtuigen. En ook de beats klonken soms té overstuurd …

Organisatie: 10 Days Off (ism Petrolclub), Gent

10 Days Off 2009: DAY 07: Carl Craig en Hendrik Schwarz

Geschreven door

10 Days Off 2009: DAY 07: Carl Craig en Hendrik Schwarz
Hendrik Schwarz
Deze vriendelijke Duitser weet een publiek te bereiken die in de beats’n’pieces houden van soul en funk. Hij kon in het café rekenen op een uitgelaten menigte, die te vinden was voor z’n opbouwende, goed gekruide liveset waarin hij naadloods house, funk en soul in elkaar deed overgaan …

Carl Craig
Deze bekende Amerikaanse DJ had wat te vieren op deze 10 Days Off. Al twintig jaar is Carl Craig bezig op het hoogste niveau van de techno scene en is een bepalende figuur in de Detroit wave. Hij laat ideeën groeien en streeft steeds naar vernieuwing binnen deze stijl, die hij eerder omschrijft als Jazz Techno. Carl Craig begon iets later dan voorzien aan zijn dampende set. Hij palmde letterlijk de Vooruit in met z’n innoverende aanpak van beats, bleeps en melodieën. Er was geen moment verveling te bespeuren!

Organisatie: 10 Days Off (ism Petrolclub), Gent

10 Days Off 2009: DAY 05: Tiefschwarz en Santé

Geschreven door

10 Days Off 2009: DAY 05: Tiefschwarz en Santé

De klemtoon lag vanavond op de Duitse dansscene. Headliner van de avond: Tiefschwarz, rond de broers Ali en Basti Schwarz. Eerst hoorden we onversneden house en techno van de relatief onbekende warming up Santé. Een set die weinig verrassingen kende en eerder aanzette tot een goede cocktail … Duidelijk was dat het publiek kwam voor Tiefschwarz, een vaste waarde binnen het 10 Days Off concept. Net als vorig jaar stonden zij garant voor een avondje ‘clubben’.
In 2006 braken zij definitief door; zij waren de beïnvloedende factor voor de nieuwe garde groeiende DJ’s Agoria, Vitalic en Digitalism. De twee broers brachten een uitgekiende techno- en houseset, maar grepen toch iets te weinig terug naar hun voorliefde van de ‘deep house’. Voor wie hen nog niet aan het werk zag, kwamen de broers sterk verrassend uit de hoek, voor de andere overtroffen ze zichzelf niet.
Ze behielden het party gevoel en boden een geweldig feestje; een uiterst genietbaar avondje, dansend en freakend op de muzikale smeltkroes van de heren. Een volgelopen Vooruit ging dus uit zijn dak …

Organisatie: 10 Days Off (ism Petrolclub), Gent

10 Days Off 2009: DAY 04: DJ Hell en Jesse Rose

Geschreven door

10 Days Off 2009: DAY 04: DJ Hell en Jesse Rose
Jesse Rose
Er was alvast nog geen vermoeidheid te bespeuren op deze vierde dag. Jesse Rose, één van de grootste talenten van de house en elektro, verzorgde een twee uur durende toegankelijke, aanstekelijke house set van opzwepende en pompende dansbeats. Dit was een sterke aanrader voor de doorsnee elektrofreak, die hield van een stevige houseparty op de vooravond van onze Nationale Feestdag.

DJ Hell
Al jaren is DJ Hell één van de smaakmakers van de Duitse technoscene. De 47 jarige Helmut Geier had door de jaren wat ups en downs, maar beukte onlangs hard terug met het recente ‘Teufelswerk’; waarin 25 jaar gespierde techno werd gebundeld. We waren al vol lof over de plaat en ondergingen met plezier de boeiende beats’n’pieces van deze doorwinterde techneut!

Organisatie: 10 Days Off (ism Petrolclub), Gent

Boomtownlive 2009: The Black Box Revelatuion en The Galacticos

Geschreven door

Een massale opkomst voor de beste Belgische live band van het moment. De Boomtown-organisatie moest al zowat een uur voor het aantreden van The Black Box Revelation de ingang afsluiten wegens een overrompeling van volk. Kan ook moeilijk anders als je één van de heetste en populairste bands van het moment gratis laat aantreden, in het kader van de Gentse Feesten dan nog wel. En uiteraard waren die twee coole kikkers weer fantastisch, wild, luid en energiek. Het Boomtown publiek was natuurlijk weer helemaal verkocht dankzij de reeds gekende buffelstoten van songs uit hun geweldige debuut en de bruisende nieuwe rockers die daar tussenin werden gegooid. Veelbelovend voor de komende nieuwe CD.

Daarvoor hadden we al kunnen genieten van de zeer aanstekelijke en lekker rammelende poprock van de bijzonder sympathieke Galacticos, jonge gasten die zweren bij frisse en stekelige pop ergens tussen Pavement en Weezer in. De kereltjes trokken een blik prima songs open voorzien van okselfrisse orgelpartijtjes en een knetterend gitaartje. De energie die uit hun frontman sproot deed het geheel als een venijnig wervelwindje over Boomtown waaien. Fijn concertje. Wij wensen die gasten een mooie toekomst toe.

Organisatie: Boomtownlive (ism Democrazy, Handelsbeurs en FihP), Gent

Het Depot Leuven: concertinfo

Geschreven door

Nieuw concerten
- vr 11.09.09 – Quantic and his Combo Barbaro
- za 05.09.09 – Spizzenergi
- do 01.10.09 – De Heideroosjes
- di 13.10.09 – Das Pop
- za 17.10.09 – Mulata Astatke & The Heliocentrics
- wo 21.10.09 - Nouvelle Vague
- vr 06.11.09 – Mayer Hawthorne
- wo 11.11.09 – Yo la Tengo
- do 12.11.09 - Ghinzu
- do 19.11.09 – Zion Train
Andere
- zo 13.09.09 – SMART met Jan Hautekiet, Triggerfinger, Mauro Pawlowski, Tom Pintens, Stijn en Marike Jager
- do 22.10.09 – Pieter Embrechts: ‘between the devil and the deep blue sea’
- do 25.02.10 – Alex Agnew: ‘more human than human’ (sold out)
- vr 26.02.10 – Alex Agnew: ‘more human than human’

Wetenswaard – cursussen
Songteksten schrijven
Songteksten schrijven
is een vak apart en er bestaan geen gouden regels die je een fantastische tekst garanderen. Tijdens deze zesdelige workshop laten we daarom Frank Vander linden (De Mens), Geert Verdickt (Buurman) en Stefaan Fernande (de man achter hits van Clouseau,…) aan het woord. Elk met hun eigen stijl, hun eigen metier, maar vooral bakken ervaring en inspiratie. Je werkt bovendien aan drie boeiende schrijfopdrachten en krijgt er feedback op. Zo leer je meteen zelf de kunst van het songtekst schrijven.

PRAKTISCH
Het Depot | Martelarenplein 12 | Leuven
6 dinsdagavonden: 20, 27 oktober (Stefaan Fernande) – 10, 17 november (Geert Verdickt) – 1, 8 december (Frank Vander linden) van 19.30u tot 21.30u.
€75 voor 6 sessies.

Stoomcursus gitaar
Muziek maken hoeft niet moeilijk te zijn. Tijdens twee intensieve dagen legt Herman Acke legt je in een kleine groep van 10 de basisregels en manieren van gitaarspelen uit. Hij laat je ook kennismaken met simpele akkoorden. Duidelijk en eenvoudig in diverse stappen. Op het einde van dag 2 speel je vlekkeloos (als je een klein beetje talent hebt wel te verstaan) en ben je klaar om de nieuwe Jasper Erkens of Selah Sue te worden! Heb je ergens nog een gitaar onder het stof staan, afstoffen dan maar en vooruit met de geit...
PRAKTISCH
Het Depot | Martelarenplein 12 | Leuven
Zaterdag 29 en zondag 30 augustus 2009. Telkens van 10u30 tot 16u30.

Info: iDit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

The Damned

So, who’s paranoid?

Geschreven door

Yep, The Damned, die bestaan nog. Mogen we niet vergeten dat deze band met ‘Damned damned damned’ in 1977 het allereerste punkalbum op de wereld heeft gebracht (jawel, nog voor de Pistols). Nadien is de groep eigenlijk nooit opgehouden met bestaan, een paar personeelswijzigingen ten spijt, en hebben ze een hoop platen uitgebracht waaronder weliswaar weinig onvergetelijke. Ook de sound varieerde in al die jaren van punk naar een soort goth rock.
Dit nieuwe album heeft niks meer met de punk anno ’77 te maken, en evenmin met goth-rock. Dus Damned fans die daarop zitten te wachten zijn eraan voor de moeite. Op ‘So, who’s paranoid?’ krijgen we wel zowat de originele bezetting, dus met Captain Sensible en zanger Dave Vanian.
Op deze nieuwe plaat is The Damned erin geslaagd zichzelf een soort eigentijdse Britpoprock toe te meten die soms doet denken aan veel jongere bands als pakweg Maximo Park (in songs als “Danger to yourself” en het vinnige “Maid for pleasure”), elders dan weer aan The Who of Alice Cooper. In de sound sluipen al wat theatrale en bombastische momenten (in “Dr. Woofenstein”, “Since I met you” en “Nature’s dark passion”), dus de punk is wel heel ver af. Vanian’s zang doet meermaals aan Julian Cope denken (voor diegenen die niet met Cope’s werk vertrouwd zijn, dit is wel degelijk een compliment) en Captain Sensible laat zich heel dikwijls tot een heuse gitaarsolo verleiden, wat vroeger ook al volledig uit den boze was. Om de fans van het eerste uur nog wat meer af te schrikken krijgen we bovendien nog een lading piano, strijkers, een hoop keyboards en zelfs koorzangen. Zelfs de meest felle en energieke song “Nothing” neigt meer naar hard-rock dan naar punk en is voorzien van een ware hard-rock solo en dito keyboards.
Misschien toch een klein raakpuntje met het geluid van eind jaren zeventig, maar dan niet dat van henzelf : soms is er een zweem van generatiegenoten The Stranglers te herkennen, en dat is volledig te wijten aan een retro-orgeltje dat regelmatig komt voorbijdrijven, zoals in opener “A nation fit for heroes”.
De band eindigt zonder enige vorm van schroom met het 14 minuten durende psychedelische “Dark asteroid”, inclusief een lang uitgesmeerde wah-wah gitaarsolo waar geen einde lijkt aan te komen. U gelooft uw oren niet.  
The Damned heeft met ‘So who’s paranoid?’ het soort plaat gemaakt waar ze in 1977 hardnekkig zouden op gespuugd hebben. Toch is dit album best te genieten, als je maar de punk uit je hoofd kan zetten.

Patrick Watson

Wooden arms

Geschreven door

Patrick Watson is een jong Canadees talent, ergens tussen Buckley en Radiohead, die een tweetal jaar terug debuteerde met ‘Close to Paradise’. Ongrijpbare sprookjesachtige droompop werd geciteerd.
De opvolger ‘Wooden arms’ is een mooi vervolgverhaal … in de fijnzinnige sfeervolle composities zijn voldoende varianten in klankkleur en orkestraties aangebracht. Watson wil met z’n band sfeer creëren. Het lijkt wel een kamerorkest, ‘een nightclubbing Tom Waits’, die hun charmante pop overdekt met jazzy loops en modern klassiek, durft te experimenteren door onverwachtse wendingen, en de songs een filmische ondertoon biedt. Songs die tot de verbeelding spreken.
Hij is een virtuoos op piano en toetsen en is vocaal tot veel in staat. De dissonante klanken die hij en z’n band produceren kan hij als een volleerd orkestleider ter orde roepen, wat de dromerige chaos stroomlijnt.
’Wooden arms’ is een speciaal plaatje van opmerkelijke songs die zich per beluistering blootgeven. Het vrouwelijk element is aanwezig in de background zang van de Canadese diva Lhasa de Sela (in de titelsong) en Katy Moore op “Big bird in a small cage”. Mooi hoe hun stemmen zich kunnen voegen bij Patricks falset. Geniet van deze wondere wereld (die je voert naar verre oorden) van elf songs die elk op beurt staan als een huis …

Au Revoir Simone

Still night, still light

Geschreven door

Meisjespop. We hoorden het al eens van Cocorosie, Electrelane en Stereolab. De drie bevallige dames van Au Revoir Simone uit NY brengen zeemzoeterige, dromerige elektronicapop, wat zich het best omschrijft als folktronica. Hun songs zijn een bundeling van fragiele schoonheid op toetsen , klavieren en drumcomputer, die door beats groovy en krachtiger klinken, gedragen door de zacht zalvende stemmen stemmenpracht van Erika Forster, Annie Hart en Heather d’Angelo. Het zijn eenvoudige, repetitieve en opbouwende melodieën, die door het donker ondertoontje passen bij soundtracks van passionele drama’s. Hun intrigerende orgelpartijen passen ook bij de outfit van The Residents. Een tip voor hun  volgende plaat (over vier jaar?!).
’Still night, still light’ biedt net als de voorganger ‘The bird of music’ hartverwarmende en weemoedige romantiek, met “Anywhere you looked” als hoogtepunt.

Eels

Hombre Lobo

Geschreven door

Respect. Dat is wat je op z'n minst voor Marc Everett (aka E), de frontman van Eels moet opbrengen. Hij verloor zijn hele familie aan tal van tegenslagen. Zo pleegde zijn zus zelfmoord en verloor hij anderen aan kanker en zelfs een terroristische aanslag. Zowat iedereen zou bij de pakken blijven zitten, maar Everett niet. Hij vond kracht in de muziek die hij componeerde, wat bij momenten héél straffe songs oplevert.
'Hombro Lobo', wat zoveel betekent als weerwolf, is het zevende studio-album van Eels. Everett speelt de weerwolf (die baard!) in de 12 songs die het mooie weer maken op deze plaat. Onder de veelal opzwepende, zomers getinte blues-songs zitten er diepgaandere teksten dan het meer van Loch Ness. '12 songs of desire' staat er op de hoes te lezen. Dat is zeker niet gelogen. Jaloezie, onbeantwoorde liefde, eenzaamheid zijn de thema's en worden aangevuld met veel wolvengehuil. De songs zijn heel rauw opgenomen en dragen hun steentje bij aan het hele weerwolfimago. Topnummers zijn “Prizefighter”, “The Look You Give That Guy”, “Tremendous Dynamite”, “Beginner’s Luck”, “My Timing Is Off” en “What a Fella Gotta Do”. Een pakkend album, maar dat zijn we niet anders gewend van E.

Grizzly Bear

Veckatimest

Geschreven door

Grizzly Beren zijn het alvast niet, dit sympathieke kwartet uit Brooklyn, NY. Deze band draait rond de zanger/gitaristen Ed Droste en Daniel Rossen. Het debuut uit 2004 ‘Horn of plenty’ bracht Droste nog uit op z’n eentje. Toen hij begeleiding nodig had om op tournee te trekken, kwamen de anderen erbij. Die toffe en leuke ervaring zorgde voor de tweede plaat ‘Yellow house’ (2006). De derde cd ‘Veckatimest’, vernoemd naar een klein onbewoond eilandje vlakbij Cape Cod, waar de plaat grotendeels werd opgenomen, betekent de definitieve doorbraak.
Het is een groeiplaatje van magistrale, sfeervolle, opbouwende (folky/americana) popsongs, met fijne gitaarakkoorden, willekeur aandoende gitaaraanslagen en intrigerende zalvende drums. De bedwelmende vocals en de meerstemmige (soms hoog uithalend en bedeesd) samenzang bepalen mee het handelsmerk, en durven richting Fleet Foxes gaan. Die vocale stemmenpracht horen we sterkst op “While you wait for the others”.
‘Veckatimest’ bevat poppareltjes. Opener “Souther Point” geeft de maat aan, wat wordt verdergezet op “All we ask”, “Cheerleader” en “Chory”. Ze klinken directer op “Fine for now”, “Ready able” en “About face”.
Grizzly Bear deed beroep op arrangeur Nico Muhly (die o.a. al instond voor Antony & The Johnsons) voor de strijkersarrangementen en de inbreng van een koor. Op de afsluitende songs “I live with you” en “Foreground”zijn deze elementen beheerst en afgemeten ifv de composities. En dan is er nog die popklassieker “Two weeks”.
Grizzly Bear bracht een uiterst boeiende, gevarieerde plaat uit, met een knipoog naar Fleetwood Mac!
We spreken wel eens van prijsbeesten als het over … gaat … op muzikaal gebied rekenen we ‘Veckatimest’ van Grizzly Bear daartoe… Betoverend en ontroerend plaatje …

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009
dag 3: zondag 19 juli 2009
Maxime LeForestier (F), Scène Pierre Rapsat, 20h30
Maxime LeForestier behoort met Julien Clerc en Francis Cabrel tot dezelfde generatie chansonniers. LeForestier bracht zijn eerste 45-toerenplaat uit in 1969 maar werd pas echt bekend met het nummer “San Francisco” dat hij uitbrengt in 1971. Vorig jaar leverde hij het album ‘Restons Amant’  af, waarvoor o.a. Julien Clerc de muziek schreef. Ook Matthieu Chedid (bekend als muzikant onder de naam –M-, producent van o.a. Vanessa Paradis en vriend van actrice Audrey Tautou), Stanlislas, die in Spa in de Village Francofou op de planken stond, en de actrice Emanuelle Béart werkten mee aan het album.
Maxime LeForestier, gekleed in een witte polo en zwarte broek, werd begeleid door een contrabas en drums, terwijl hij zelf de gitaar bespeelde. Hij brengt in Spa een mix van nieuwe en oude nummers, vaak in originele arrangementen. Aftrappen doet hij met “Graind’sel”, een nummer over de ellende in Soedan, gevolgd door eerste klassieker “Passer ma route”, waarmee hij het publiek een eerste keer op zijn hand krijgt. Een aantal liefdesliedjes in mooie jazz-arrangementen zoals “Tuer le temps” en “Restons amants”,  wisselen Afrikaanse ritmes met djembé (“La meute et le troupeau”) of country (“Mes Empreintes”) af. Maxime LeForestier is ook een veelgevraagd songschrijver en bracht “Tomber” van Gérald de Palmas (die hier een aantal jaar geleden ook op het podium stond) en een ontroerende “Histoire grise”, dat hij schreef voor de in 2004 overleden Parijse bohémien Serge Reggiani. Hij bracht ook hulde aan zijn leermeester, de grote George Brassens, met wie hij ooit op de planken stond, door een cover te brengen van “Bonhomme”. Het waren echter vooral de klassiekers die het plein echt kon beroeren tijdens “Mon frère”, “Né quelque part” en “San Francisco”.
Maxime LeForestier bracht een afwisselende en boeiende set en mocht twee keer terugkeren voor een bisnummer, wat hem zichtbaar ontroerde.

Julien Clerc (F), Scène Pierre Rapsat, 22h30
Het optreden waar het meeste naar werd uitgekeken in Spa was wellicht die van de immens populaire, charismatische zanger Julien Clerc, die reeds voor de 3de keer in Spa de avond mocht afsluiten. Bij ons is Julien Clerc vooral bekend van het nummer “Hélène” uit 1987, maar wie zijn werk beter kent weet dat hij al ontelbare mooie nummers op zijn palmares heeft. Clerc werd ontdekt in de jaren ’60 en startte zijn carrière in het voorprogramma van Gilbert Bécaud en Adamo. De Franstalige adaptatie van de musical ‘Hair’, waarin hij de hoofdrol speelde, lanceerde hem in 1969 helemaal. Julien Clerc staat bekend als een uiterst professioneel artiest die zich altijd heeft laten omringen door de beste song- en tekstschrijvers. Een grote frustratie voor Clerc is altijd geweest dat hij, als autodidact, geen goede muzikant is en niet in staat is om zelf teksten te schrijven (“Ce n’est malheureusement pas mon affaire. Je n’en ai ni l’envie, ni le talent”). Hij werkte voor zijn teksten samen met o.a. Françoise Hardy (“Fais-moi une place”) en Serge Gainsbourg (“Amour consolation”).
Clerc bracht in Spa een gevarieerde set met veel nummers uit “Où s’en vont les avions?”, het 21ste album van de zanger dat vorig jaar verscheen. Een antwoord op de titel krijgen we niet maar, zoals hij zelf zegt zou het gaan om “une jolie façon de parler d’immigration”. In Spa brengt Clerc, immer stijlvol gekleed in zwart pak, wit hemd en jazeker, een foulard, uit dit album “Souvenez-vous”, “La jupe en laine”, “Sous sa grande ombrelle” en “Une petite fée”, het gekende recept van poëtische teksten op zoete melodieën die het publiek meermaals aan het dansen zet.
« Ce n’est rien », « Si on chantait », « Jouez violons sonnez crécelles » en de schlager « Femmes… je vous aime » worden luidkeels meegezongen. Dit laatste nummer typeert de vaak melodramatische nummers die van Julien Clerc gekend zijn, maar die periode is voorbij: de grote emoties hebben plaatsgemaakt voor de muziek,  zeker nu de jonge producer Benjamin Biolay hem ook als musicus op de voorgrond schuift.
Dat hij zich erg onzeker voelt als muzikant blijkt als hij plaatsneemt aan de piano om het prachtige “Déranger les pierres” aan te heffen, een nummer geschreven door Carla Bruni, met wie hij een jarenlange samenwerking kent: “Un grand moment de solitude quand, à la TV, j’ai du m’y reprendre à cinq ou six fois. Mes amis m’ont vite rassuré, je passais en boucle sur le net”. Hij bedankt ook zijn tekstschrijvers, “sans lesquels je serais rien”: Maxime LeForestier, Carla Bruni, Jean-Loup Dabadie, Luc Plamandon en de betreurde Etienne Roda-Gil. Voor “Dormez”, een berceusegeschreven door Maxime LeForestier, komt de songschrijver zelf even het podium op om met Clerc aan de piano mee te zingen. De zomeravond liep ten einde met “Partir” en het onvergetelijke “Ma Préférence”, ongetwijfeld één van de mooiste liedjes over de liefde ooit geschreven. Afsluiten doet Julien Clerc deze strakke, professionele set waar niets aan het toeval werd overgelaten, met het aanstekelijke “Laissez entrer le soleil”, de Franstalige cover van “Let the sunshine” uit de musical Hair.

Organisatie: Francofolies de Spa, Spa 

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009

Francofolies de Spa 2009: Hoogmis van het Franse lied: les Francofolies de Spa 17-21 juli 2009

dag 2: zaterdag 18 juli 2009
Pascale Picard (Q), Village Francofou, Scène Proximus, 18h30
Nog nooit van gehoord? Geen probleem, ook bij ons deed deze naam niet direct een belletje rinkelen. Het feit dat deze jongedame bovendien tussen haar songs door een moeilijk begrijpbaar taaltje brabbelde, wat Québecois bleek te zijn, hielp ons ook al weinig vooruit.
Wat valt er dan wel te vertellen over deze dame? Wel ten eerste dat ze er even fris en ravissant uitzag als de truite Ardennaise die we eerder deze dag in het naburige Stavelot met veel smaak verorberd hadden (liefhebbers van deze streekspecialiteit weten dat dit enkel als een compliment kan gezien worden). En ten tweede dat ze met haar prima begeleidingsband lekker ouderwets rockte als een soort kruisbestuiving van Janis Joplin, KT Tunstall en Courtney Love. Bovendien was Pascale Picard slim genoeg om te beseffen dat de Village des Artistes (nog) niet echt vertrouwd was met haar eigen werk en injecteerde ze eigen songs veelvuldig met gedurfde flarden uit bekende nummers als “Young Folks” van Peter, Björn & John, “Walk on the Wild Site” van Lou Reed, “You can’t always get what you want” van The Rolling Stones en “Lady Madonna” van The Beatles.
Hoogtepunt: het naadloos in elkaar overvloeien van “Glory Box” en “Sweet Child O’Mine” van het tot vóór deze avond onverzoenbaar geachte Portishead en Guns ’n Roses. Chapeau!

Scala (B), Scène Pierre Rapsat, 20h30
Een zestig koppig Vlaams meisjeskoor onder leiding van twee getalenteerde broers met Oost-Europese roots. Hoe eclectisch het programma van de Francofolies dit jaar opnieuw samengesteld was, Scala was ongetwijfeld de vreemde eend in de bijt deze avond op het prestigieuze Carrefour Pierre Rapsat. Door de eer die Scala bovendien te beurt viel om als opwarmer te mogen spelen vóór Patrick Bruel, l’homme dont chaque femme Francophone est amoureuze (zie recensie hieronder), was het op voorhand moeilijk in te schatten in welke mate de met gitaar, piano en drums ondersteunde koorgezangen het publiek zouden kunnen beroeren.
Aanvankelijk bleek dit slechts moeizaam te lukken. In de door de Kolacny’s zelf geschreven songs “Seashell” en “Splinter” uit het laatste album ‘Paper Plane’  was het tevergeefs zoeken naar herkenbare melodietjes uit hedendaagse pop- en rocksongs, de originele formule waarmee Scala de voorbije jaren tot ver buiten de landsgrenzen bekendheid verwierf. Ze werden op niet meer dan een beleefdheidsapplausje onthaald.
Maar toen Steven Kolacny zelf in gebrekkig Frans verkondigde dat de meisjes “ook in het Frans kunnen zingen” en het publiek vervolgens trakteerde op een lange rij liedjes uit het album “Dans Les Yeux d’Aurore”, een onlangs verschenen eerbetoon aan Pierre Rapsat naar wie ook het hoofdpodium genoemd was, smolt de oorspronkelijke gereserveerdheid bij het publiek als sneeuw voor de zon. Uit nummers als “Passager de la Nuit”, “Illusion”, “Les Rêves sont en nous” en “Ensemble” bleek telkens opnieuw hoe mooi en tijdloos het repertoire is die deze vroegtijdig gestorven Waalse zanger ons nagelaten heeft.
Een langdurig en warm applaus maakte duidelijk dat de Kolacny broers met hun oproep tot Belgische verbroedering een gevoelige snaar geraakt hadden bij het overwegend Franstalige publiek. Het daaropvolgende uitbundig en door iedereen meegezongen “Ik hou van u/Je t’aime tu sais” betekende meteen de apotheose van een prima concert waarmee Scala er zeker in geslaagd is om vele francofone zieltjes voor zich te winnen.

Patrick Bruel (F), Scène Pierre Rapsat, 22h30
Dat Patrick Bruel nog steeds immens populair is blijkt aan de menigte die hem staat op te wachten aan het Radisson BlueHotel enkele momenten voor zijn optreden op de Scène Pierre Rapsat. Patrick Bruel was in de jaren ’90 van vorige eeuw een echt tieneridool en sierde menig meisjeskamer met zijn krullen en donkere ogen. Hij slaagde er in die periode zelfs in om twee maal de Ahoy in Rotterdam uit te verkopen.
De zanger met Algerijnse roots startte zijn carrière aanvankelijk als acteur in films en theater aan het begin van de jaren ’80 en brak pas door als muzikant in 1989 met de cd “Alors Regarde”, waarop nog steeds zijn meeste hits staan.
Bruel, gekleed à la Française in het zwart met een foulard om de nek, bracht in Spa zijn show Seul…ou presque, waarbij hij zijn bekendste nummers, die ondertussen klassiekers zijn geworden, in een akoestische versie opvoert. Bruel staat dus alleen  op het podium en begeleid zichzelf op piano, gitaar of mondharmonica. Hij trapt af met “Voulez-vous”, dat luidkeels wordt meegezongen, gevolgd door het alom bekende “Qui a le droit?” uit 1991, een nummer dat hij schreef met zijn eerste mentor Gérard Presgurvic en dat ondertussen meermaals gecovered werd in zijn thuisland. Bruel heeft het publiek meteen mee met  « Casser la voix », « Au Café des Délices » en « Marre de cettenana-là ». Uit de keuze van de nummers blijkt ook een nostalgie naar de beginjaren: “Place des grands hommes”, “On t’attendait” en “Pour la vie” gaan over het verstrijken van de tijd, de verloren idealen en principes, over het toeval en het lot dat een mensenleven stuurt en hindert. De nummers van Bruel zijn dan ook bijna altijd terug te brengen tot zijn eigen ervaringen. Met “Combien de murs” en “Adieu” brengt Bruel een politieke boodschap tegen het extremisme. Een iets minder moment: zijn cover van “You’ve got a friend” van Carole King, dat een beetje slapjes overkomt.
Afsluiten doet Bruel deze intimistische set met “Mon amant de Saint-Jean”, een musette die terug te vinden is op “Entre Deux” uit 2002. Op deze plaat staan een 23-tal nummers uit de belle époque met een aantal duetten met vedetten zoals Charles Aznavour en Johnny Halliday en was in Frankrijk een echt kassucces. Niet echt onze cup of tea, maar Bruel slaagde er wel in iedereen op het plein met elkaar te doen dansen. Een beetje klef noemde hij het optreden in Spa ‘un de mes plus beaux souvenirs professionel’, maar niettemin waren wij danig onder de indruk van deze charmezanger die toch over meer muzikaal talent beschikt dan zijn imago doet vermoeden.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Francofolies de Spa, Spa 

Pagina 456 van 500