logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Ohbijou

Ohbijou: verfrissende mix

Geschreven door

Het sympathieke Canadese gezelschap Ohbijou zorgt voor een verfrissende couscous van pop, folk en blues. Een eigenwijze aanpak van die indiestyle wordt overtuigend gebracht.
Onze fotograaf Sindy Mayot was erbij. Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s …
Organisatie: Botanique, Brussel

Leffingeleuren 2009: zondag 20 september 2009

Geschreven door

Rootsrock! was de noemer op deze afsluitende succesvolle dag Leffingeleuren …Met 5000 bezoekers, 500 meer dan vorig jaar op deze derde dag, werd een recordopkomst van 17000 man genoteerd …

De vijf van Absynthe Minded (concerttent) kwamen hun vierde plaat presenteren tijdens hun reeds derde passage op Leffingeleuren. Het was – na Pukkelpop – de tweede keer dat we ze deze zwoele zomer op een podium zagen en dit nu als eerste groep op de laatste dag van de drieëndertigste editie van dit supersympathiek festival. Net als in Kiewit openden ze met “Plane song” en ook de rest van de set bleek overeen te stemmen met wat we enkele weken terug te horen kregen. Niet dat we daarom treurden, integendeel zelfs. De sfeer zat van begin tot eind goed, tijdens “Heaven knows” namen Bert Ostyn en twee van zijn kompanen bijvoorbeeld relaxed plaats op een barkruk, “I am a fan” klonk alsof enkele uitgelaten zigeurners een feestje kwamen bouwen en “People of the pavement” begon broeierig als Nick Cave om uiteindelijk te besluiten in een meer jazzy mood. We zagen mensen in de tentmasten klimmen om vol overgave de hit “My heroics (part one)” mee te zingen en op het einde toonden de bloedmooie Claus-hommage “Envoi”, “Dead on my feet” en “Stuck in reverse” dat het een deugd is dat België in 2005 het verbod op de verkoop van absint weer ingetrokken heeft want na een dergelijk concert wanen we ons meer dan ooit Absynthe Minded.

Elvis Perkins (concerttent) kende in Leffinge veel minder aanhangers dan zijn Belgische voorgangers maar ons inziens heeft hij er toch enkele kunnen bijwinnen. Hij begon solo aan het optreden en meteen bleek dat Bob Dylan een onbetwistbare invloed gehad heeft op de zoon van Anthony “Psycho” Perkins. Tijdens dat openingsnummer, “While you were sleeping”, vielen eerst de contrabas, later de drums en uiteindelijk de trombone in. Zijn goedgemutste bandleden hielpen al vlug om de nummers (en de pauzes ertussen) op te vrolijken waardoor de groep (want sedert zijn laatste CD presenteren ze zich als Elvis Perkins in Dearland) minuut per minuut meer mensen wist te overtuigen. Ook het feit dat men muzikaal niet steeds uit hetzelfde vaatje tapte, kon ons plezieren. Reeds in het derde nummer, “Chains, chains, chains”, kwam de percussionist van achter zijn drumstel vandaan om een grote trommel te beroeren, een instrument dat in “The night without love” trouwens een zeer prominente rol toebedeeld kreeg. De fans kregen met “Stay Zombie stay” een nieuw nummer  (van de in de loop van volgende week te verschijnen “Doomsday”-EP) te horen. Nadien kwamen er reggae-invloeden bovendrijven in het heerlijke “Shampoo”. Voorts hoorden we tijdens het optreden nu en dan een streepje gospel, folk en country. Meestal klonken deze New Yorkers echter alsof ze recht vanuit New Orleans op de luchthaven van Oostende geland waren.
Afsluiter “Doomsday” begon nogal zwaarmoedig middels saxofoon en trombone, niet veel later vielen de gitaar en de trommel stevig in waarna het initieel treurige lied uiteindelijk evolueerde naar  hoempapamuziek die in de tent zelfs verschillende mensen tot wilde groepsdansen bracht. Als deze kerels nog een tijdje hadden kunnen doorgaan, dan zou dit concert nog tot polonaise-toestanden geleid hebben. Elvis Perkins is dus het levende bewijs dat men ondanks grote tegenslagen (zo verloor hij zijn moeder op 9/11) troost en vaak zelfs vreugde kan vinden in de muziek.

Admiral Freebee (concerttent) was de voorbije maanden nauwelijks op een podium terug te vinden dus velen keken uit naar wat hij in Leffinge ten berde zou brengen. Terwijl we persoonlijk verwacht hadden dat hij ‘solo & electric’ wat nieuw werk zou presenteren, had Tom Van Laere zelf eerder zin in een overzicht van het vele moois dat hij op zijn eerste drie platen geboekstaafd heeft. Een akoestisch “Ever Present” opende de set, gevolgd door “Faithful to the night” en “Lucky one”. Vanaf het vierde nummer laat ‘The Admiral’ de duivel in zichzelf los. Hij kakt (figuurlijk uiteraard) op het Idool-gebeuren en hangt de Jimmy Page op akoestische gitaar uit. Het tweetal “I’d much rather go out with the boys” en “Living for the weekend” beklemtoont dat het feestelijke weekend voor hem nog lang niet gedaan is. Vanaf “Oh darkness” wordt de klemtoon stevig op ‘electric’ gelegd, ook “Bad year for rock’n’roll” illustreert dat Admiral Freebee almaar beter met zijn elektrische gitaar uit de voeten kan. Een stevig nieuw nummer doet ons vermoeden dat hij op zijn volgende plaat (die hij volgend jaar belooft uit te brengen) het experiment niet zal schuwen. “Get out of town” brengt Admiral Freebee aan de piano om vervolgens het nummer af te sluiten op gitaar (met ‘pedal-loops’ maar zonder het karakteristieke geschreeuw op het einde, geschreeuw dat volgens ons terecht gepaard moet gaan met stevige percussie). “Recipe for disaster” en “Rags’n’run” zorgen voor een mooi orgelpunt van een aangenaam weerzien dat ons al hevig  doet verlangen naar volgend jaar.

Het enige concert dat op zondag in De Zwerver gegeven werd, was het café-concert van Dawn Landes. Grote honger en een massale opkomst zorgden ervoor dat we slechts tegen het einde van de set een blik konden werpen op deze ravissante verschijning. Wat we daar zagen en hoorden, beviel ons echter enorm. Nooit droomden we meer dat een lied over onszelf ging dan toen Dawn “My bodyguard” stond te zingen.

Terug in de tent keken we – na ’s mans gewaardeerde passage in een hopeloos uitverkocht Koninklijk Circus – uit naar Ray Lamontagne, een Amerikaanse folksinger-songwriter begiftigd met een zeer hese, breekbare edoch prachtige stem. Wat meteen opviel, was dat Lamontagne zelf liever niet opvalt. Net als enkele maanden terug in Brussel verkoos hij om letterlijk zij aan zij met zijn muzikanten (en dus allesbehalve centraal) te staan, voorts was dit het enige optreden waarbij de persfotografen niet welkom waren in de frontstage. Het is best mogelijk dat hij zijn stevige baard laat staan om ook op die manier zo weinig mogelijk tot ‘een gezicht’ gereduceerd te worden. Alle aandacht moet uitgaan naar de muziek en van daaruit hebben we dan ook alle begrip voor zijn volgens anderen ‘arrogante artiestengedrag’ dat ons inziens meer een gevolg is van bescheidenheid. Zijn eerste twee platen, ‘Trouble’ en ‘Till the sun turns black’, waren in België geen commerciële hoogvliegers, maar vanaf ‘Gossip in the Grain’ en meerbepaald vanaf doorbraaksingle “You are the best thing”, doet Lamontagne bij almaar meer mensen een belletje rinkelen. De set werd geopend met ”Be here now” en “Empty”, de eerste twee nummers van “Till the sun turns black”. Daarna kregen we twee songs van ‘Trouble’ (“Shelter” en “Hold me in your arms”) en vervolgens nog “You can bring me flowers” en “Trouble” vooraleer hij met “Sarah” een eerste keer naar zijn laatste plaat greep, een album waaruit hij tijdens het ganse concert trouwens slechts vier songs presenteerde. Muzikaal werd er minder gevarieerd dan bijvoorbeeld de meer uitbundige bende van Elvis Perkins in Dearland deed. Enkel met de scheurende mondharmonica in “Henry nearly killed me (It’s a shame)” en het iets strakkere drumwerk in de ode aan “Meg White” kleurde men even buiten de misschien te slaafs gevolgde lijntjes. Dit alles in combinatie met het feit dat Lamontagne gewoontegetrouw allesbehalve communicatief was en naliet om zijn bekendste nummer (“You are the best thing”) te spelen, bracht ons tot de slotsom dat hij uiteindelijk misschien niet de meest geschikte artiest is om op het hoofdpodium van een festival te poneren. Niemand zal betwisten dat deze muziek het best tot zijn recht komt in een eerder intieme setting waar enkel de echt geïnteresseerden op afkomen. Anderzijds zouden velen het de organisatoren misschien kwalijk genomen hebben indien deze boeiende bard geprogrammeerd stond in een kleine en daarom dus ongetwijfeld volle zaal. Ons hoor je dus niet klagen, al hadden we gehoopt dat zowel de eigenzinnige Ray Lamontagne als een deel van publiek geprobeerd zouden hebben om wederzijds iets meer tegemoetkomend te zijn. Nu dit niet gebeurde, vrezen we dat te veel festivalgangers huiswaarts keerden zonder te beseffen welk een uitzonderlijk talent ze gepresenteerd kregen.

Wie weinig onder de indruk was van Lamontagne, zal ongetwijfeld wel genoten hebben van Seasick Steve (concerttent) die als afsluiter een grote stijlbreuk betekende met zijn voorganger. Samen met zijn uit de Muppetshow weggelopen drummer gaf hij er vanaf het eerste nummer, “Thunderbird”, een stevige lap op. Uit niets kon je afleiden dat deze mannen al lang op tram 6 zitten (Seasisck Steve zelf is ondertussen al 68 jaar!). De rauwe bluesrock die ze uit hun van alle franje (en soms zelfs van meerdere snaren) ontdane instrumentarium wrongen, maakte duidelijk dat deze krasse knarren een stevig orgelpunt aan de geslaagde driedaagse wilden breien. Qua entertainment was dit optreden niet te overtreffen. We trokken niet enkel onze ogen wijd open toen de heren het publiek dansend tegemoet traden, ook hetgeen Seasick Steve te voorschijn toverde uit zijn éénsnarige “Diddley Bow” ging vaak het bevattingsvermogen te boven. Het naar eigen zeggen “mysterieuze” nieuwe nummer dat middels dit instrument gebracht werd, zou in oktober moeten prijken op de opvolger van het geslaagde “I started out with nothin’ and still got most of it left” uit 2008.
Afsluiter “Doghouse blues” werd heerlijk lang gerekt en zelfs doorspekt met ‘handjes in de lucht’-momenten waar Regi van Milk Inc. jaloers op zou zijn. Het dolenthousiaste publiek kon er maar geen genoeg van krijgen hetgeen illustreert dat Seasick Steve een gouden zet van de programmator was. Een meer dan waardig ouder geworden afsluiter van een meer dan waardig volwassen geworden festival. 17.000 people can’t be wrong dus op naar de 18.000 volgend jaar?

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, leffinge

Leffingeleuren 2009: zaterdag 19 september 2009

Stralend weer en een tweede uitverkochte dag op Leffingeleuren (6000 bezoekers). De gevarieerde affiche, de gezellige sfeer en de gemoedelijkheid blijken de voornaamste troeven … En het waren de bands van eigen bodem die het meeste volk lokten in de concerttent en in het Zwerver zaaltje. Ter elfder ure moest Joe Gideon & The Shark hun concert cancellen, wat werd opgevangen door de Amerikaanse folkie Eileen Jewell.

Het Brugse Pepper Assaut won de Verse Vis wedstrijd en beet de spits af op de tweede dag. Persoonlijk sloten we aan bij de tweede band van dienst, het sympathieke jonge Britse man-vrouw duo Blood Red Shoes van Laura-May Carter en Steve Ansell. Al anderhalf jaar toeren zij onophoudelijk. Ze overrompelden met hun debuut ‘Box of secrets’, een rauw en fris melodieus gitaargeluid, opzwepende strakke drums en een afwisselende samenzang. Hun speels jonge, ongedwongen attitude wint het nog altijd, de oude nummers beklijfden maar het nieuwe materiaal moet nog naar de keel grijpen. Afwachten dus. Intussen was het genieten van “Say something, say anything”, “It’s getting boring by the sea”, en “I wish I was someone better”. Enorm gewaardeerd door het jonge publiek..

Creature with the atom brain opende de tweede dag in de zaal. Opvallend veel volk wou de retrorockende band aan het werk zien rond Aldo Struyf en Dave Schroyen van Millionaire, Jan Wygers (Mauro & The Grooms ) en Michiel van Cleuvenbergen. Het kwartet speelde broeierige, snedige rockers, “Spinning the black hole” voorop. Goed bevonden, maar net onvoldoende om vast te houden …

Lady Linn & Her Magnificent Seven. De charismatische, talentrijke Lien De Greef herinnerde alvast haar optreden van vorig jaar nog op Leffingeleuren toen ze in de zaal één van de afsluitende acts was en een definitieve stap richting doorbraak zette! Sensueel, zwoele funky jazzysoulpop, waarbij ze met haar band graaft in het muzikaal archief van de ‘50’s jumpin’jive, ballroom jazz en bebop. Op een jaar tijd was ze overal te zien en met haar band houdt ze het op één woord ‘Enthousiasme’, met songs als “Harlem on parade”, “Here we go”, “Cool down” en “I don’t wanna dance”, die aardig uitgesponnen staartjes kregen. Tot buiten de tent wist Lady Linn de handjes op mekaar te krijgen. Een feestelijk set als perfecte afsluiter van een schitterende zomerdag.

Ons eigen Customs is verantwoordelijk voor aanstekelijke, herkenbare refreinen die naar de ‘80’s waverock teruggrijpen. Customs waren al ‘artist in residence’ in Leuven en scoren een aardige hit met “Rex”. Het gaat dus erg goed met dit beloftevolle bandje, dat op een volle zaal kon rekenen en die hun nakende debuut voorstelde. De groep laveert ergens tussen Interpol, White Lies en het godvergeten House Of Love; terecht maakten ze de link met het coveren van hun “Shine on”! Verder brachten deze waverockers “Ghosts” en “Justine”, die naast de single “Rex” voldoende hitpotentieel hebben.

Alela Diane daarentegen kon misschien beter ook in de zaal gestaan hebben, want heel wat volk had een rustpauze ingebouwd, maar niet om haar innemende, aanstekelijke indiefolk te horen. Kampvuurmuziek tussen droom en nostalgie en een ‘hey ho’ samenhorigheidsgevoel, gedragen door haar heldere, emotievolle stem. Elke keer dat we Alela Diane aan het werk zien, breidt ze haar groep uit: eerst trad ze solo op, dan als duo en sinds de aanvang van haar nieuwe clubtour (in het voorjaar) zijn ze met vijf. Ze werd sober en elegant begeleid door een heuse band (waaronder haar papa!) en een tweede vocaliste, Alina Hardin, die er ook al bij was in de 4AD bij de eerste tournee in België. Alina was ons toen opgevallen omdat ze super schuchter overkwam, maar het vele touren hadden het muurbloempje blijkbaar doen openbloeien. Sfeervolle folky popsongs hoorden we van haar twee platen ‘The pirate’s gospel’ en ‘To be still”, waaronder “The alder trees”, “Every path”, “My brambles” en “To be still”. Uiterst gecharmeerd waren we op het eind, met de intieme, ingetogen pracht van “The ocean” en het spooky“The rifle”. Ze bracht de matige opkomst nog dichter bij elkaar …Mooi toch?

J. Tillman is vooral gekend als de drummer van Fleet Foxes, maar deze timmerman brengt al sinds 2005 solo platen uit. 2009 is een heel productief jaar geweest voor Josh Tillman, naast het schitterende ‘Vacilando Territory blues’, bracht hij ook de ‘Isle Land EP’ en het nieuwe ‘A Year in the kingdom’. Net als de andere Fleet Foxes leden beschikt Josh over een stevige baard en een sterke stem. Hij had een heuse band mee en bracht een pak intense en sfeervolle folkamericana songs, waarbij de leden af en toe eens loos gingen op hun instrumenten, vooral op de gitaren en de steelpedal. Hoogtepunten in de set waren ‘Firstborn” –Fleet Foxes zonder de a capella-, “Barter blues”, een country nummer met veel galm en gevoel, zoals ook Jim James van My Morning Jacket het brengt, en het uptempo “ New Imperial Grand Blues”. Wat een  fijne ontdekking…

Heel veel leuks komt uit Mali met o.a. Ali Farke Touré, Toumani Diabaté en het zeskoppige gezelschap onder het blinde echtpaar Amadou & Mariam. Ze leverden meteen een hartverwarmende en swingende, dansbare set af door de opzwepende dubbele percussie, een fijn aanstekelijk en intrigerend gitaarspel (refererend aan de nomaden van Tinariwen) en de samenzang van het koppel. Ook de bevallige backing vocalistes/danseressen boden kleur en intensiteit.
Het kleurrijke gezelschap kreeg iedereen tot handclapping, heupwiegen en danspasjes maken. De songs kregen een soms forse, krachtige injectie en hadden een repetitieve opbouw om de trance te vergroten en in te werken op de dansspieren. Een schitterend slot speelden ze met “Dimanche à Bamako”, “La réalité” en “Sebeke”, die me onrechtstreeks deden terugdenken aan de sound van de eervolle Israëlische winnaar van het Eurovisiesongfestival in ’78 Izhar Cohen’s “A-ba-ni-bi”. Afroworld pop die de tent in Leffinge op z’n kop zette! Hou er maar eens hun twee laatste platen op na, ‘Dimanche à Bamako’ en ‘Welcome to Mali’.

Klonk The Bony King Of Nowhere in het voorjaar wat onzeker en onwennig om hun debuut voor te stellen, dan heeft de band, onder zanger/componist Bram Vanparys, aan standvastigheid, podiumervaring en intensiteit gewonnen. Ze wisten het publiek sterk te boeien met hun innemende en romantische pop. Daarvoor waren de sobere begeleiding en Vanparys dromerige, indringende en licht overwaaiende vocals verantwoordelijk. Het eerste deel van de set werd akoestisch ingezet, met songs als “The sunset”, “There I am” en “Alas my love”; in het tweede deel kwam de bredere instrumentatie van toetsen (soms refererend aan Radiohead’s klanktapijt), contrabas en percussie aan bod, “Taxidream”, “Losing gravity”, “Eleonaore” en “Vistor”. Een Bony ‘Prince’ of Nowhere die z’n naam waardig van ‘King’ mag dragen. Groeisongs van een groeiband …

Het was iets na negenen, en we zagen een muur van versterkers op het hoofdpodium, dit moest Dinosaur Jr. Zijn. De ‘grunge peetvaders’ , in de originele bezetting van Mascis, Barlow en Murph moesten eerst nog wat op dreef komen … een rommelige start in een donker sfeervol decor, het zoeken naar de juiste geluidsbalans en het afstemmen van Mascis’ vocals, waardoor de eerste songs “Thumb”, “In a jar” en “Imagination blind” wat in de mist gingen. Nu, op elk concert van Dinosaur Jr is het wat zoeken naar deze elementen, net zoals Mascis na elk nummer steeds z’n gitaar moet kunnen afstellen. Dat is net grunge …
Ze kwamen op kruissnelheid vanaf het vijfde nummer, het herkenbare “The wagon”, waardoor het uitermate genieten was van hun gevoelige grungerock/noise, “Plans”, “Feel the pain”, “Over it” en oudjes “Freak scene” en The Cure cover“Just like heaven”. Barlows onverstaanbare bindteksten namen we er maar al te graag bij in deze begeesterende, rauwe, maar melodieuze set. Toch was niet iedereen te vinden voor de formule van deze veteranen …

Anders was het bij Daan, die de concerttent deed vollopen. Hij maakte er een ‘best of’ van, waarbij regelmatig een tipje van de recente vijde cd ‘Manhay’ werd opgelicht. De broeierige rock paste ideaal naast de gekende synth/electropop. Het mooi uitgedoste kwintet - met de bevallige Isolde Lasoen op drums en Daan himself (donkere bril en steevast een sigaret) -, speelde een intens bedreven setje door songs als “Exes”, “Addicted …”, “The player”, “Victory”, “Swedish designer drugs” en “Crawling from the wreck”. Op de koop toe eindigden ze met een uitermate krachtige en mooi uitgesponnen versie van GL Buffalo’s “Fuzzy” en de ‘instant’ klassieker “Housewife”.  Eerder deze zomer zagen we Daan op FeestinhetPark, met praktisch de zelfde set, maar toen ontgoochelde hij en hingen de nummers als los zand aan mekaar. Op Leffinge namen ze met verve revanche als waardige afsluiter van de tweede avond op het hoofdpodium.

Intussen viel er nog wat leuks te beleven met We rock like girls don’t in het Café van de Zwerver, twee dames die PJ Harvey, L7, The Kills en Blood Red Shoes samenbalden en de dance van The Glimmers vs Disko Drunkards in de zaal. Of je moest de electrobeats ondergaan van de DJ set van Riton…Voer voor elk wat wils dus!

Setlists
* Blood Red Shoes: It is happening again, Say something say anything, Count me out, You bring me down, Keeping it close, Its getting boring by the sea, Don’t ask, This is not for you, I wish i was someone better
* Alela Diane: Tired feet, Tatted Lace, Dry Grass and shadows, White as diamonds, The alder trees, To be still, Every path, My brambles, The ocean, The rifle, Bowling green
* Amadou & Mariam: Welcome to Mali, Magossa, Batoma, Masiteladi, Djama, Couloubaly, Djuru, Mon amour ma cherie, Dimanche a Bamako, Realite, Sebeke
* Dinosaur Jr.: Thumb, Little Fury things, In a jar, Imagination blind, Wagon, Get me, Pieces
Plans, Feel the pain, Over it, Back to your heart, I dont wanna go there, Freak scene, Just like heaven, Swan, Sludge
* Daan: Exces, Friendly fire, Radio silence, Addicted, The player, Icon, Woods, Brand new truth, Victory, Decisions, Swedish Designer drugs, Crawling from the wreck, Fuzzy, Housewife

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Leffingeleuren 2009: zaterdag 19 september 2009 - indrukken

Geschreven door

Stralend weer en een tweede dag Uitverkocht Leffingeleuren (6000 bezoekers). De gevarieerde affiche, de gezellige sfeer en de gemoedelijkheid blijken de voornaamste troeven … En het waren de bands van eigen bodem die het meeste volk lokten in de concerttent en in het Zwerver zaaltje. Te elfder ure moest Joe Gideon & The Shark hun concert cancellen, wat werd opgevangen door de Amerikanse folkie Eileen Jewell.

Het Brugse Pepper Assaut won de Verse Vis wedstrijd en beet de spits af op de tweede dag. Persoonlijk sloten we aan bij de tweede band van dienst, het sympathieke jonge Britse man-vrouw duo Blood Red Shoes van Laura-May Carter en Steve Ansell. Al anderhalf jaar toeren zij onophoudelijk. Ze overrompelden met het hun debuut ‘Box of secrets’, een rauw, zompig en fris melodieus gitaargeluid, opzwepende strakke drums en een goede samen- en afwisselende zang. Hun speels jonge, ongedwongen attitude wint het nog altijd, de oude nummers beklijfden en het nieuwe materiaal moet nog naar de keel grijpen. Afwachten dus. Intussen was het genieten van “Say something, say anything”, “It’s getting bored by the sea”, en “I wish I was someone better”. Enorm gewaardeerd door het jonge publiekje.

Creature with the atom brain opende de tweede dag in de zaal. Opvallend veel volk wou de retrorockende band aan het werk zien rond Aldo Struyf en Dave Schroyen van Millionaire, Jan Wygers (Mauro & The Grooms ) en Michiel van Cleuvenbergen. Het kwartet speelde broeierige, snedige rockers, “Spinning the black hole” voorop. Goed bevonden, maar net onvoldoende om vast te houden …

Lady Linn & Her Magnificent Seven. De charismatische, talentrijke Lien De Greef herinnerde alvast haar optreden van vorig jaar nog op Leffingeleuren toen ze in de zaal één van de afsluitende acts was en een definitieve stap richting doorbraak zette! Sensueel, zwoele funkende jazzysoulpop, waarbij ze met haar band graaft in het muzikaal archief van de ‘50’s jumpin’jive, ballroom jazz en bebop. Op een jaar tijd was ze overal te zien en met haar band houdt ze het op één woord “enthousiasme”, met songs als “Harlem on parade”, “Here we go”, “Cool down” en “I don’t wanna dance”, die aardig uitgesponnen staartjes kregen.

Ons eigen Customs is verantwoordelijk voor aanstekelijke, herkenbare refreinen die naar de ‘80’s waverock teruggrijpen. Customs waren al ‘artist in residence’ in Leuven en scoren een aardige hit met “Rex”. Het gaat dus erg goed met dit beloftevolle bandje, dat op een volle zaal kon rekenen en hun nakende debuut voorstelden. De groep laveert ergens tussen Interpol, White Lies en het godvergeten House Of Love; terecht maakten ze de link met het coveren van hun “Shine on”! Verder hadden we van deze waverockers “Ghosts” en “Justine”, die naast de single “Rex” voldoende hitpotentieel hebben.

Alela Diane daarentegen kon misschien beter ook in de zaal gestaan hebben, want heel wat volk had een rustpauze ingebouwd, maar niet om haar innemende, aanstekelijke indiefolk aan te horen. Kampvuurmuziek tussen droom en nostalgie en een ‘hey ho’ samenhorigheidsgevoel, gedragen door haar heldere, emotievolle stem. Elke keer dat we Alela Diane aan het werk zien, breidt ze haar groep uit: eerst trad ze solo op, dan als duo en sinds de aanvang van haar nieuwe clubtour (in het voorjaar) zijn ze met vijf. Ze werd sober en elegant begeleid door een heuse band (waaronder haar papa!) en een backing vocaliste. Sfeervolle folky popsongs hoorden we van haar twee platen ‘The pirate’s gospel’ en ‘To be still, waaronder “The alder trees”, “Every path”, “My brambles” en “To be still”. Uiterst gecharmeerd waren we op het eind, met de intieme, ingetogen pracht van “The ocean” en “The rifle”. Ze bracht de matige opkomst nog dichter bij elkaar …Mooi toch?

J. Tillman maakt deel uit van de Fleet Foxes stal, en heeft intussen een eigen project klaar, waar hij zich ontpopt als een niet te onderschatten singer/songwriter, die net als de andere FF leden over een sterke stem beschikt en gevoelige klanken kan tokkelen op akoestische gitaar. Hij had een heuse band mee en bracht een pak intens broeierige, dromerige en sfeervolle folkamericana songs, waarbij de leden af en toe eens loos gingen op hun instrumenten, vooral op de gitaren en op steelpedal en het gitaarspel. Wat een  fijne ontdekking…

Heel veel leuks komt uit Mali met o.a. Ali Farke Touré, Toumani Diabaté en het zeskoppige gezelschap onder het blinde echtpaar Amadou & Mariam. Ze leverden meteen een hartverwarmende als swingende, groovy dansbare set af door de opzwepende dubbele percussie, een fijn aanstekelijk en intrigerend gitaarspel (refererend aan de nomaden van Tinariwen) en de samenzang van het koppel. Ook de bevallige backing vocalistes/danseressen boden kleur en intensiteit.
Het kleurrijke gezelschap kreeg iedereen tot handclapping, heupwiegen en danspasjes maken. De songs kregen een soms forse, krachtige injectie en hadden een repetitieve opbouw om de trance te vergroten en in te werken op de dansspieren. Een schitterend slot speelden ze met “Dimanche à Bamako”, “La réalité” en “Sebeke”, die me onrechtstreeks deden terugdenken aan de sound van de eervolle Israëlische winnaar van het Eurovisiesongfestival in ’78 Izhar Cohen’s “A-ba-ni-bi”. Afroworld pop die de tent in Leffinge op z’n kop zette! Hou er maar eens hun twee laatste platen op na, ‘Dimanche à Bamako’ en ‘Welcome to Mali’.

Klonk The Bony King Of Nowhere in het voorjaar wat onzeker en onwennig om hun debuut voor te stellen, dan heeft de band, onder zanger/componist Bram Vanparys, aan standvastigheid, podiumervaring en intensiteit gewonnen. Ze behielden de aandacht en wisten het publiek sterk te boeien met hun innemende, broeierige en melancholisch romantische pop. Daarvoor was de sobere begeleiding en Vanparys dromerig, indringende en licht overwaaiende vocals verantwoordelijk. Ook het publiek betrokken ze in die sfeervolle aanpak en pushten hen tot handclapping, wat een duidelijke meerwaarde was. Het eerste deel van de set werd akoestisch toongezet, met songs als “The sunset”, “There I am” en “Alas my love”; in het tweede deel kwam de bredere instrumentatie van toetsen (soms refererend aan Radiohead’s klanktapijt), contrabas en zalvende percussie aan bod, “Taxidream”, “Losing gravity”, “Eleonaore” en “Vistor”. Een Bony ‘Prince’ of Nowhere die z’n naam waardig van ‘King’ mag dragen. Groeisongs van een groeiband …

De ‘grunge peetvaders’ van Dinosaur Jr, in de originele bezetting van Mascis, Barlow en Murph moesten eerst nog wat op dreef komen … een rommelige start in een donker sfeervol decor, het zoeken naar de juiste geluidsbalans en het afstemmen van Mascis’ vocals, waardoor de eerste songs “Thumb”, “In a jar” en “Imagination blind” wat in de mist gingen. Nu, op elk concert van Dinosaur Jr is het wat zoeken naar deze elementen, net zoals Mascis na elk nummer steeds z’n gitaar moet kunnen afstellen. Dat is net grunge …
Ze kwamen op kruissnelheid vanaf het vijfde nummer, het herkenbare “The wagon”, waardoor het uitermate genieten was van hun gevoelige grungerock/noise, “Plans”, “Feel the pain”, “Over it” en oudjes “Freak scene” en “Just like heaven”. Barlows onverstaanbare bindteksten namen we er maar al te graag bij in deze begeesterende, rauwe, emotievolle, melodieuze set. Toch was niet iedereen te vinden voor de formule van deze veteranen …

Anders was het bij Daan, die de concerttent deed vollopen. Hij maakte er een ‘best of’ van, waarbij regelmatig een tipje van de recente vijde cd ‘Manhay’ werd opgelicht. De broeierige rock paste ideaal naast de gekende synth/electropop. Het mooi uitgedoste kwintet - met de bevallige Isolde Lasoen op drums en Daan himself (donkere bril en steevast een sigaret) -, speelde een intens bedreven setje door songs als “Exes”, “Addicted …”, “The player”, “Victory”, “Swedish designer drugs” en “Crawling from the wreck”. Op de koop toe eindigden ze met een uitermate krachtige en mooi uitgesponnen versie van GL Buffalo’s “Fuzzy” en de ‘instant’ klassieker “Housewife”. Een ‘en verve’ afsluiter van de tweede avond op het hoofdpodium.

Intussen viel er nog wat leuks te beleven met We rock like girls don’t in het Café van de Zwerver, twee dames die PJ Harvey, The Kills en Blood Red Shoes samenbalden en de dance van The Glimmers vs Disko Drunkards in de zaal. Of je moest de electrobeats ondergaan van de DJ set van Riton…Voer voor elk wat wils dus!

Uitgebreide reviews volgen 

Leffingeleuren 2009: vrijdag18 september 2009

Geschreven door

De 33ste editie van Leffingeleuren zag er erg goed uit Een gevarieerde affiche van smaakmakers van eigen bodem, ‘alternative’ internationale bands en enkele beloftevolle ontdekkingen. Leffingeleuren, in het pittoresque Leffinge, trok een definitieve streep onder de festivalzomer.
De locatie nodigt uit om een kijkje te nemen. Het festival is letterlijk rond de kerktoren gelegen, met langs de ene kant Zaal De Zwerver, en langs de andere kant het festivalterrein, dat naast de concerttent, mooi was opgedeeld met drank- en eetstandjes. Op het marktplein kon je doorlopend projecties op groot scherm zien, de ‘1 Minute Film & Sound Awards’. En aan de kerk had je tot slot de Berbertent.
De eerste twee avonden waren vooraf al uitverkocht, wat betekende dat er telkens ruim 6000 bezoekers waren! Op zondag kwamen 5000 muziekliefhebbers opdagen. Met 17000 man was het de succesvolste editie ooit! Eén annulatie: Joe Gideon & The Shark moest op het allerlaatste moment afzeggen. Voor de rest verliep alles héél vlot …

Een overzicht

dag 1: vrijdag 18 september 2009
Traditiegetrouw op de eerste avond wordt het dansminnende publiek op z’n wenken bediend, want naast de naast de groovy Britse hippop van The Streets kon je terecht voor de sensuele synthpop van Fagget Fairys, een pompend, bruisende Goose DJ set en de rootsreggae van het Nederlandse Ziggi & The Renaissance Band.

Het wild rauw rockende duo The Black Box Revelation (concerttent) gaf de aftrap en meteen zorgden zij voor een klein uurtje stomende rock’n’roll. Status van het tweetal: een zanger in leren jekker en een ontketende Animal drummer! We kijken halsreikend uit naar de nieuwe cd die met de huidige single “High on a wire”en enkele andere nieuwe broeierige rockers werden afgewisseld met “Gravity blues”, “Set your head on fire”, “I think I like you” en het slepende “Never alone/always together”. Ze beten sterk van zich af door hun boeiende soli …
Meteen kwamen de festivalgangers op temperatuur …

William Elliott Whitmore (de Zwerver) kwam in het voorjaar in de picture als support van Alela Diane. Z’n akoestische Mississippi Delta bluesrock klonk doorleefd, snedig en intiem door z’n akoestische gitaargetokkel, de slides, mondharmonica en een bezwerend droge drums.
Hij wist de eerste rijen naar zich toe te trekken en kon rekenen op een sterke respons. ‘A good time feeling’ was z’n motto … we konden wegdromen en zelf de gitaar hanteren op z’n intrigerende rootsmusic. “I hope I will see you soon” brabbelde hij nog op het eind… Z’n boodschap is genoteerd …

Das Pop (concerttent) onderneemt een heuse clubtournee en stipten ook een paar festivals aan. De klemtoon kwam op het langverwachte nieuwe album. Het kwartet, onder de sympathieke Bent Van Looy, stond op 1 rij en had hun ‘Das Pop’ balloons mee; ze speelden een gretig gevarieerd setje, energiek en zeemzoeterig. Prettig in het gehoor liggend en opwindend klonken ze met songs als “Fool for love”, “You” en “Try again”, die ze afwisselden met de pittige nieuwe singles “Underground” en “Never get enough”. We kijken er naar uit hoe deze sympathieke band het zal vanaf brengen in het clubcircuit. Het was alvast een blij terugzien, na al die jaren …

Sunset Rubdown (de Zwerver)was één van de fijne ontdekkingen die de organisatie voor ons klaar had. Een zijstap van één van de frontmannen van Wolf Parade van broeierig intense indierock, een psychedelica ondertoontje en aparte, bezwerende vocals. Het kwintet onder Spencer Krug speelde een uiterst geconcentreerd setje. Een ideale programmering in het zaaltje …

Mike Skinner en de zijnen stonden deels samen geprogrammeerd met het beloftevolle Fagget Fairys, waardoor het een ‘fifty-fifty’ kiezen was … The Streets (concerttent) bouwden meteen een feestje met de classics “Let’s push the things forward” en “Fit but you know it”; we hoorden een intense spanning van de synths, de neuzelende zegrap van Skinner en de soulfulle warme stem van de tweede vocalist. Na enkele sfeervolle stukken zorgden ze voor een aangenaam dansbaar vervolg; een overtuigend concert dus van deze Britse hippoppers …

Intussen konden we niet omheen het Scandinavische Fagget Fairys, één van de hipste vrouwelijke duo’s van het moment door de zomerhit “Feed the horse”. Ook zij kwamen om een feestje te bouwen in de Zwerver …een tippelende, hyperkinetische MC/zangeres (soms wel een ballerina) en een vrouwelijke DJ zorgden voor een zwoele, prikkelende groove van electro, pop, dubstep, drum’n’bass, kitsch en disco. Zonder schroom zagen we hun hotte liefdesverklaringen en een tongkus op “Feed the horse”. Naast de aanstekelijke dance van “Roll the dice”, “Oçi” en “Mary Jane” hoorden we in het tweede deel uitstapjes richting Technotronic en Public Enemy en was er meer ruimte voor de elektronica en hiphoprhymes…Ze werden op handen gedragen en hun speelplezier zetten ze om in een stomend concertje.

Tot slot konden we terecht voor de DJ set van Goose (concerttent). De leden brachten electropunkfunk bigbeats en koppelden enkele eigen nummers in het huidige dancelandschap.
Ook namen we nog een kijkje naar het Nederlandse Ziggi & The Renaissance Band die de zomerse herfstavond en verve besloten …

Neem gerist een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Tiny Vipers

Tiny Vipers: ijl en broos, bezwerend en huiveringwekkend

Geschreven door

Tiny Vipers had zich deze avond in de Witloof Bar geen meer symbolische concertlocatie kunnen inbeelden. Net als Brussel’s exportdelicatesse bij uitstek verdroegen de intimistische folksongs van de 24-jarige Amerikaanse Jessy Fortino erg weinig daglicht en gedijden ze uitstekend in de donkere, met gewelven versierde kelderverdieping van de Botanique. Gelukkig liet de frèle zangeres zich niet intimideren door deze Gotische (of is het Romaanse?) setting. Openingsnummer “Eyes Like Ours” sloeg de zaal meteen met verstomming, en die behaaglijke stilte zou blijven duren tot en met het wegsterven van de laatste noten van bisnummer “Rainfalls”. Enkel vergezeld van een akoestische gitaar en reverb microfoon slaagde Tiny Vipers er moeiteloos in om het attente publiek te blijven boeien met haar getormenteerde songs, nu eens ijl en broos, dan weer bezwerend en huiveringwekkend.

Jessy Fortino is afkomstig uit ‘grungetown’ Seattle, maar nummers als “Time Takes”, “Development” en “Slow Motion” klonken eerder als reisverslagen van jarenlange omzwervingen langs Keltische kusten, vol van ontbering en heimwee. Vergelijkingen met Joanna Newsom en Cat Power liggen steeds op de loer bij vrouwelijke singer songwriters die vandaag de dag met een spaarzame instrumentatie het podium durven opstappen. Wij daarentegen ontwaarden in het doorleefde stemgeluid van Tiny Vipers vooral zielsverwantschap met de rauwe dramatiek van Sinead O’Connor en met de droomachtige weemoedigheid van This Mortal Coil.
Hoogtepunt van de set was ongetwijfeld “Dreamer”, een ingetogen meesterwerkje dat na verloop van tijd uitmondde in een emotionele uitbarsting die nog lang bleef nazinderen. Alleen al voor dit nummer zijn uw oren het beluisteren van de recent op het Sub Pop label (o.a. Nirvana) verschenen plaat ‘Life on Earth’ zeker waard.

Tiny Vipers nu al vergelijken met PJ Harvey is wellicht (nog) te veel eer voor deze jonge beloftevolle artieste. Toch deed haar optreden naar meer smaken, bij voorkeur deze keer ergens in een met kandelaars verlichte, ver afgelegen middeleeuwse burcht.

Organisatie: Botanique, Brussel

Leffingeleuren 2009: indrukken 18 september 2009

Geschreven door

De 33ste editie van Leffingeleuren ziet er erg goed uit Een gevarieerde affiche van smaakmakers van eigen bodem, ‘alternative’ internationale bands en enkele beloftevolle ontdekkingen. Leffingeleuren, in het pittoresque Leffinge, trekt een definitieve streep onder de festivalzomer.
De locatie nodigt uit om een kijkje te nemen. Het festival is letterlijk rond de kerktoren gelegen, met langs de ene kant Zaal De Zwerver, en langs de andere kant het festivalterrein, dat naast de concerttent, mooi was opgedeeld met drank- en eetstandjes. Op het marktplein kan je doorlopend projecties op groot scherm zien, de ‘1 Minute Film & Sound Awards’. En aan de kerk heb je tot slot de Berbertent … De organisatie nodigt je uit even een kijkje te gaan nemen …
De eerste twee avonden waren al uitverkocht, wat betekent dat er voor de eerste ruim 6000 bezoekers waren!

Traditiegetrouw op de eerste avond wordt het dansminnende publiek op z’n wenken bediend, want naast de naast de groovy Britse hippop van The Streets kon je terecht voor de sensuele synthpop van Fagget Fairys, een pompend, bruisende Goose DJ set en de rootsreggae van het Nederlandse Ziggi & The Renaissance Band.

Het wild rauw rockende duo The Black Box Revelation gaf de aftrap en meteen zorgden zij voor een klein uurtje stomende rock’n’roll. Status van het tweetal: een zanger in leren jekker en een ontketende Animal drummer! We kijken halsreikend uit naar de nieuwe cd die met de huidige single en enkele andere nieuwe broeierige rockers werden afgewisseld met “Gravity blues”, “Set your head on fire”, “I think I like you” en het slepende “Never alone/always together”. Ze beten sterk van zich af door hun boeiende soli …

William Elliott Whitmore kwam in het voorjaar in de picture als support van Alela Diane. Z’n akoestische Mississippi Delta bluesrock klonk doorleefd, snedig en intiem door z’n akoestische gitaargetokkel, de slides, mondharmonica en een bezwerend droge drums.
Hij wist de eerste rijen naar zich toe te trekken en kon rekenen op een sterke respons. ‘A good time feeling’ was z’n motto … we konden wegdromen en zelf de gitaar hanteren op z’n intrigerende rootsmusic.

Das Pop onderneemt een heuse clubtournee en stipten ook een paar festivals aan. De klemtoon kwam op het langverwachte nieuwe album. Het kwartet, onder de sympathieke Bent Van Looy, stond op 1 rij en had hun ‘Das Pop’ balloons mee; ze speelden een gretig gevarieerd setje, soms energiek en zeemzoeterig. Prettig in het gehoor liggend en opwindend klonken ze met songs als “Fool for love”, “You” en “Try again”, die ze afwisselden met de pittige nieuwe singles “Underground” en “Never get enough”.

Sunset Rubdown was één van de fijne ontdekkingen die de organisatie voor ons klaar had. Een zijstap van één van de frontmannen van Wolf Parade van broeierig intense indierock, een psychedelica ondertoontje en aparte, bezwerende vocals. Het kwintet onder Spencer Krug speelde een uiterst geconcentreerd setje.

Mike Skinner en de zijnen stonden deels samen geprogrammeerd met het beloftevolle Fagget Fairys, waardoor het een ‘fifty-fifty’ kiezen was … The Streets bouwden meteen een feestje met de classics “Let’s push the things forward” en “Fit but you know it”; een intense spanning van de synths, de neuzelende zegrap van Skinner en de soulfulle warme stem van de tweede vocalist. Na enkele sfeervolle stukken zorgden ze voor een aangenaam dansbaar vervolg; een overtuigend concert dus van deze Britse hippoppers …

Intussen konden we niet omheen het Scandinavische Fagget Fairys, één van de hipste vrouwelijke duo’s van het moment door de zomerhit “Feed the horse”. Ook zij kwamen om een feestje te bouwen in de Zwerver …een tippelende, hyperkinetische MC/zangeres (soms wel een ballerina) en een vrouwelijke DJ zorgden voor een zwoele, prikkelende groove van electro, pop, dubstep, drum’n’bass, kitsch en disco. We konden niet omheen hun hotte liefdesverklaringen en een tongkus op “Feed the horse”. Naast de aanstekelijke dance van “Roll the dice”, “Oçi” en “Mary Jane” hoorden we in het tweede deel uitstapjes richting Technotronic en Public Enemy en was er meer ruimte voor de elektronica en hiphoprhymes…Ze werden op handen gedragen en hun speelplezier zetten ze om in een stomend concertje.

Tot slot konden we terecht voor de DJ set van Goose. De leden brachten electropunkfunk bigbeats en koppelden enkele eigen nummers in het huidige dancelandschap.
Ook namen we nog een kijkje naar het Nederlandse Ziggi & The Renaissance Band die de zomerse herfstavond en verve besloten …

Uitgebreide reviews volgen …

Malcolm Middleton

Malcolm Middleton – Schots uitwisselingsprogramma met onduidelijke toekomst

Geschreven door

Met The Pictish Trail en Malcolm Middleton was het programma afgelopen dinsdag in de  Botanique integraal Schots gekleurd.

The Pictish Trail is het project van de 26-jarige Johnny Lynch. Deze bezige bij baat samen met Kenny Anderson (King Creosote) het platenlabel Fence records uit, verleende de voorbije jaren hand- en spandiensten aan artiesten als onder meer James Yorkston, King Creosote en Adem, en bracht een hele reeks gelimiteerde EP’s en singles uit. Pas nu verscheen ook zijn eerste volwaardige album, ‘Secret Soundz Vol. 1’ waarop hij onder meer wat steun kreeg van The Earlies en – jawel – King Creosote.
Het handelsmerk van Lynch is grotendeels in zijn kelder opgenomen lo-fi getinte pop/folk in min of meerdere mate opgesmukt met fijne elektronica. In de Botanique trad hij evenwel solo op, louter vergezeld van een akoestische gitaar, enkele pedaaleffecten en een goede stem. “All I Want” en “Words Fail Me Now” klonken aldus nog naakter en directer dan op plaat en blonken uit in alle eenvoud. Zijn “Winter Home Disco” werd recent geremixt door Hot Chip en Lynch bracht dinsdag een mooie, integere versie van hun “And I Was A Boy From School”. Slechts op het einde van zijn concert ging hij tijdens “You Covered The Earth With Your Thumb” wat experimenteren met elektronica. Niet alleen de muziek maar ook de zelfrelativerende humor en de gekke bekken van Lynch tussen de nummers door, werd door het bijzonder aandachtige publiek gesmaakt.

En als we het hebben over zelfrelativering, komen we meteen ook terecht bij Malcolm Middleton. De prijs van de meest positief ingestelde en van vertrouwen blakende muzikant zal deze zanger-liedjesschrijver nooit binnenhalen. U hoeft er maar eens zijn teksten op na te lezen om hiervan overtuigd te geraken. Het bulkt van de zwartgalligheid,  treurnis en twijfel en is niet meer of minder een verder zetten van de teneur die heerste onder zijn vorige groep, het invloedrijke Arab Strap. Ook al was daar de andere spilfiguur, Aidan Moffat, de eigenlijke tekstleverancier, de liedjes gingen toen ook al voortdurend over evenmin bijzonder opbeurende thema’s als overmatig drank- en drugsgebruik, losse sex en gevloek op alles en iedereen.

Is het oeuvre van Malcolm Middleton dan louter een toonbeeld van zwaarmoedigheid? Neen, zeker niet. Zowel op plaat als concertgewijs slaagt hij er steeds in om zijn donkergetinte  liedjes te verhullen in melodieuze, bij momenten opzwepende en zelfs naar lichtvoetigheid neigende arrangementen zodat iedereen er zich kan in vinden. Of zoals Middleton het zelf al eens uitdrukte: hij brengt popmuziek voor de niet popliefhebbers en liefdesliedjes voor de degenen die zich depressief voelen.
Middleton heeft enkele maanden terug onder de titel ‘Waxing Gibbous’ een nieuwe plaat uitgebracht en deze werd dan ook in de Botanique voorgesteld. Tevens greep de Schot  evenzeer terug naar zijn vorige vier albums, mede ingegeven door het feit dat Middleton recentelijk liet weten dat hij zijn solocarrière (een tijdje) voor bekeken houdt en hij zich wil richten op andere projecten. Of we dit als absolute waarheid moeten beschouwen, is niet geheel duidelijk maar alvast is het zo dat hij deze tournee als een soort afsluitend geheel ziet.
Op het podium werd Middleton begeleid door toetsenist Jim, drummer Scott Simpson (indertijd nog gedrumd bij Arab Strap) en – daar gaat de volgende uitwisseling - Johnny Lynch die de tweede gitaarpartijen en de achtergrondzang voor zijn rekening nam.
De set kende heel wat afwisseling. Uptempo nummers zoals “Subset Of The World”, de recentste single “Zero” en “Box & Knife” (allen uit ‘Waxing Gibbous’) werden afgewisseld met rustige passages als het nieuwe nummer “One More Song Of Mine”, “Love Comes In Ways” (Uit ‘Sleight Of Heart’, 2008) en “No Modest Bear”, op de plaat ‘Into The Woods’ uit 2005 volop voorzien van elektronica maar nu solo door Middleton gespeeld en gezongen. Los van het nadrukkelijke Schotse accent moesten we daarbij stiekem terugdenken aan de betreurde G.W. McLennan die we overigens ooit nog aan de zijde van zijn Australische landgenoot Robert Forster in dezelfde Rotonde hebben zien optreden.
Het publiek bleef rustig op de banken zitten en genoot. Een leuk moment was toen er enkele jongeren de benen losgooiden en het op een dansen zetten op de tonen van “A Brighter Beat” uit het in 2006 uitgebrachte gelijknamige album.
Tijdens de toegiften bracht Middleton op akoestische gitaar solo “Four Cigarettes” (uit ‘A Brighter Beat’) en “Devil And The Angel” (uit de debuutplaat ‘5:14 Fluoxytine Seagull Alcohol John Nicotine’, 2002) waarna vergezeld van de andere groepsleden met “Don’t Want To Sleep Tonight” uit het nieuwste album toepasselijk werd afgesloten. We zeggen ‘toepasselijk’ omdat dit liedje voortspruit uit de onduidelijkheid over welke muzikale wegen Middleton in de toekomst zal bewandelen en het gevoel dat bepaalde beslissingen die hij heeft genomen, de verkeerde waren.

Benieuwd wat het gaat worden maar hopelijk maakt hij wél de juiste keuze en verblijdt hij ons nog met mooie platen, al dan niet onder eigen naam.

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Pet Shop Boys

Yes

Geschreven door

The Pet Shop Boys hadden van ’86 tem ’93 een resem hits klaar die de dancefloor teisterden: “Career opportunities”, “Westend girls”, “What have I done to deserve this”, “Suburbia”, “It’s a sin”, “Always on my mind”, “Domino dancing”, “Being boring” en “Go west”. Neil Tennant en Chris Lowe verborgen toen ook hun liefde voor hetzelfde geslacht niet en waren binnen de homodisco’s goed ontvangen ….
Muzikaal vonden we altijd wel iets aan die luchtige, frisse pop en herkenbare tunes van hun electrodiscokitschpop. Ze regen dit aaneen met leuke gadgets, dansacts en videoclips.
Al een paar jaar leidden ze een comeback in, waarvan een paar nummers het goed doen, maar een plaat lang onvoldoende kunnen boeien. Ook deze nieuwe cd ‘Yes’ is zo’n geval … de eerste songs zijn alvast de moeite waard: het gaat van het dansbare “Love etc”, “All over the world” naar het sfeervolle “Beautiful people” en “Did you see me coming”. Dan verliest het duo zich in die elektronica, laptop en toetsen gedoe. Ook begint Tennant’s warme, dromerige vocals wat te vervelen. Het klinkt allemaal dan wat flauwtjes en inspiratieloos! Pas met “Pandemonium” en “The way it used to be” verscherpt de aandacht terug, maar dan zijn we al aan het eind van de plaat en is het kalf half verdronken. Half geslaagd album, zeggen we dan!

…And You Know Us By The Trail Of Dead

The century of self

Geschreven door

Het Texaanse gezelschap doet al zes platen waar ze goed in zijn …met name het spelen van groteske, compacte ‘alternative’ gitaarrock, goed gedoseerde bombast en met uitstapjes naar de psychedelica, onder diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen. Ze balanceren tussen avontuur en toegankelijkheid. Gitaar - en percussie hoogstandjes worden aangehaald en ze houden het netjes binnen de lijnen. … Trail Of Dead verliest zichzelf niet en houdt het geheel op die manier uiterst boeiend.
Zij hebben met ‘The century of self’ een meeslepend album uit, waarbij ze sommige songs mooi laten aanzwellen en kunnen krachttoeren uithalen, “The far pavillons”, “Isis unveiled” en “Ascending”. Ze klinken ietwat pompeuzer op “Halycon days” en “Belles of creation”; of ze kiezen voor de subtiliteit en intimiteit, “luna park”, “inland sea” en “insationable (I)”.
De hemelbestormingen en – uitbarstingen zijn misschien niet meer zo uitgesproken als op hun meesterlijke ‘Source tags & codes’ (’02), maar ze gaan nog steeds niet onderuit en weten diverse sferen te creëren…Trail Of Dead brengt het nog allemaal op 1 plaat!

Iron & Wine

Around the well – 2CD

Geschreven door

Sam Beam, de Amerikaanse singer/songwriter achter Iron & Wine, heeft met ‘Around the well’ een 2CD verzameling klaar van b kantjes en materiaal dat door de jaren niet eerder werd uitgebracht.
Totnutoe had hij sinds 2002 vier cd’s, enkele EP’s en singles uit. Het laat een prima overzicht en evolutie horen van deze talentrijke songwriter. Z’n folkamericana kent een introverte start op akoestische gitaar en –tokkels en een pianotoets om dan gaandeweg iets extraverter te klinken. Op de vorige cd ‘The Shepherd’s Dog’ merkten we al de bredere aanpak en op deze overzicht dubbelaar horen we gaandeweg zo’n sobere begeleiding.
Dromerig, sfeervol en intiem pakkende songs van vervlogen tijden, in de geest van Cat Stevens, Donovan, Nick Drake en Paul Simon, gedragen door mans warme, melancholische stem. En moeiteloos zet hij composities van anderen om naar zijn hand, waaronder Ben Gibbard’s (DCFC) “Such great heights”, The Flaming Lips’ “Superman” en “Love vigilantes” van New Order.
’Around the well’ vormt een mooi carrière overzicht van deze interessante Amerikaanse singer/songwriter …

Muse

The Resistance

Geschreven door

De Britse groep Muse brengt al zijn vijfde studioalbum uit. Hun laatste en misschien wel beste werk dat ze brachten, Black Holes & Revelations, dateert alweer van 2006. In de tussentijd werden we wel getrakteerd op een puike live-cd van hun concerten in Wembley Stadium voor hun HAARP-tour met muziek van de bovenste plank en een totaalspektakel die zijn gelijke niet kent. Nu is het trio terug met 'The Resistance' die ze zelf geproducet hebben. Volgens hen liep dat heel wat gesmeerder dan mét een producer (zo zijn ze veel sneller klaar met hun album dan ze aanvankelijk durfden hopen) en zouden ze het meest Muse klinken van alle platen. Het échte Muse dus. Eens benieuwd of de revoluties die zanger Matthew Bellamy beloofde terug te vinden zijn.
”Uprising” is het eerste nummer van de plaat en is de huidige single. Muzikaal vrij simpel, maar verdomd aanstekelijk. Zeker de 'C'MON!' zal het live heel goed doen volgens ons. Tweede nummer is de titeltrack van het album en is vrij catchy te noemen, met de nodige bombast. Bombast zul je zeker nog terugvinden op dit album. De klassieke muziek hier en daar, de buitenaardse klanken die Bellamy uit zijn gitaar kan toveren, machtige samenspelen van gitaar en drums, meer synths dan op andere platen van hun, de lange duur van de nummers (5 minuten gemiddeld)... dat alles maakt van elk nummer een unieke belevenis.
Het derde nummer op het album “Undisclosed Desires” is dan weer het compleet omgekeerde van waar Muse voor staat. De muziek is hier het meest pop georiënteerd en klink zelfs als r&b. Verrassend! “United States Of Eurasia” zal je vrijwel meteen aan Queen laten denken vanaf de pianoklanken weerklinken en zeker wanneer er gezongen wordt in het refrein, middenin klinken er nog Arabische klanken. Het lijkt bijna alsof ze met dit nummer ons meenemen door het hele Euraziatische continent. Afsluitend hoorden we nog een ingetogen pianostukje en een straaljager voorbijvliegen. “Unnatural Selection” lijkt dan weer heel sterk op “New Born” als je de piano door een orgel zou vervangen. De laatste drie nummers op de plaat vormen samen een symfonie, maar kan je perfect als afzonderlijke delen bekijken. Een heel orkest werd erbij gehaald en samen met Muse brengen ze een bombastische en soms zelfs
postapocalyptische symfonie.
We zijn dus heel erg onder de indruk van wat Muse hier presteert. Enkel “Guiding Light” en “I Belong To You” vonden we iets minder overtuigend. De beloofde vooruitgang is waargemaakt.

Sleepy Sun

Embrace

Geschreven door

Deze beloftevolle nieuwe band uit San Francisco heeft op ‘Embrace’ een geluid gecreëerd die baadt in de psychedelica van eind jaren zestig en tegelijkertijd refereert naar de jaren 80 en 90 sound van pakweg Spiritualized en Spacemen 3. Ze hebben ook een zweem Americana in hun borrelende spacy cocktail verwerkt. De groep sluit hierbij aan bij geestesgenoten als Brightblack Morning Light, The Black Angels en Black Mountain, niet toevallig ook bands die bij The Velvet Underground, Pink Floyd (Syd Barret periode), Hawkwind, The Doors en zelfs Black Sabbath de mosterd gehaald hebben. Let wel, de groovy trip-rock van Sleepy Sun staat wel degelijk met beide voeten in het heden, dit is dus geen bestofte hippie plaat die van het nodige haar moet ontdaan worden. Het album schittert in al zijn variatie, het evolueert van psychedelica en mooie dromerige pop (“Golden Artifact”) naar furieuze rock en hier en daar een brok noise. De stem van Bret Constantino wordt geregeld bijgekleurd door de ijle zang van Rachel Williams en dat komt de atmosferische sound alleen maar ten goede.
‘Embrace’ opent ijzersterk met het lange “New Age” die nog het meest doet denken aan The Black Rebel Motorcycle Club. Beklijvend is “White Dove” waarin zware gitaren afwisselen met rustige momenten, halverwege wordt de song op regelrechte SonicYouth wijze opengescheurd om dan terug in een bedwelmende plooi te vallen. Verder is het genieten van “Snow Goddess”, waarin na een trage en mistige aanloop de gitaren tegen alle muren uiteenspatten, en van het bluesy “Sleepy Son” dat opent met een harmonica en sluimerende vocals die zich in de woestijn wanen, waarna de rust deftig wordt verstoord met een gemene Sabbath-riff (Tony Iommi is weer helemaal hip, beste mensen). Zo blijft de spanning gedurende gans het album aanhouden, via knappe songs die het ene moment inhouden en het andere moment volledig openbreken.
Dit begeesterend schijfje is sowieso één van de beste debuutplaten van het jaar. Benieuwd tot wat deze gasten nog allemaal in staat zijn.

Zoot Woman

Things are what they used to be

Geschreven door

Het Britse Zoot Woman draait rond de synthbroertjes Stuart (= beter bekend als Les Rythmes Digitales/Jacques Lu Cont) en Blake Price en Jasmin O’Meara op bas. Ze hebben pas nu hun derde cd uit … in 10 jaar tijd. We kennen het synthpopbandje van vroegere hits “Grey day”, “It’s automatic” en “Living in a magazine”
Ook op die nieuwe plaat merken we op dat ze een handvol toffe pophits klaar hebben waaronder “Lonely by your side”, “Saturation” en de titelsong. Het zijn nét die songs die aanstekelijk zijn, iets krachtiger klinken en prikkelend inwerken op de dansspieren. Ze zorgen ervoor dat het nieuw geformeerde trio meer freakend en minder cool klinkt op deze plaat.
Zoot Woman blikt terug naar de ‘80’s wavetronica van The Human League en combineert het met poprock, disco, funk en trancegerichte beats. Goed in het gehoor liggende popelektronica met een pompend beatje dus.
Op “Just a friend of mine” horen we onderhuids de discokitsch van Pet Shop Boys! Warmer binnen deze synthpop klinken de ingetogen en sfeervolle “Take you higher” en “Blue sea”. Toch verloochent Zoot Woman hun coolness niet, met de electropop “Witness” en “Memory”. Toch kan de plaat niet volledig beklijven, daarvoor zijn ze muzikaal te zoekend en missen een paar songs diepgang, “More than ever” en “Lust forever” zijn hierin de beste voorbeelden.
Een uitgesponnen groovy “Live in my head” vangt deze ‘mindere’ nummers op, wat het gepolijste, wisselende plaatje eervol kan besluiten.
Na april vorig jaar een tweede keer te zien in ons landje …op 20 september in de Bota …

Mr. Big

Mr. Big: Still ‘Alive & Kickin’’

Geschreven door

Begin dit jaar werd de reünie van de melodieuze rockband Mr.Big aangekondigd. Mr.Big werd eind jaren tachtig opgericht door bassist Billy Sheehan. Die verdiende eerder zijn sporen bij de band van David Lee Roth (Van Halen). Billy Sheehan wordt tot op heden nog steeds als een der beste basgitaristen van deze aardbol beschouwd. Naast Sheehan treffen we hier ook gitaargod Paul Gilbert aan. Samen met Pat Torpey op drums en frontman Eric Martin staat het herenigde Mr.Big in de oude bezetting terug op de planken.
Zegt de naam Mr. Big U nog steeds niets dan hebt u toch ongetwijfeld de wereldhit “To Be With You” wel al eens gehoord. Die monsterballad uit het album “Lean Into It” haalde wereldwijd overal de nummer één positie. De band was actief tot in 2001 en bleef vooral bijzonder populair in het land van de rijzende zon.
In juni begon ook deze reünietournee in Japan. De vele Youtube filmpjes laten een band zien die er speelt voor vele tienduizenden enthousiaste fans. Japan is Mr. Big duidelijk nog niet vergeten. Nu was Europa aan de beurt, waarbij gelukkig tourpromotor Rocklive het opportuun vond om deze band ook in België te programmeren. Het vernieuwde Hof Ter Lo, tegenwoordig Trix, mag meteen een grote naam op haar palmares toevoegen.

De opkomst was op deze zondagavond nogal beperkt. Jammer want de afwezigen hadden weer eens ongelijk want Mr. Big gaf gedurende ruim twee uur het beste van zichzelf! Geen overbodig voorprogramma deze keer maar meteen een droomstart met het waanzinnig knappe: “Daddy, Brother, Lover, Little Boy” ook wel ‘The Electric Drill Song’ genoemd. Daarna kwam “Take Cover” voorbij….één van mijn persoonlijke Mr.Big favorieten. De song werd ook aangekondigd als voorkeursong van Billy Sheehan. “Green-Tinted Sixties Mind” klonk als een bom en even sterk als toen dit in 1991 een bescheiden hitje was. De band had er duidelijk zin in en het aanstekelijke spelplezier sloeg over op het publiek. Hoogtepunten waren er in overvloed…vooral in de vorm van echte songs. Minder had ik het begrepen op het oeverloos ten toon spreiden van hun technische vaardigheden. Dergelijke klasse muzikanten vinden het blijkbaar nog steeds nodig om hun kunsten met waanzinnig gekke maar vaak langdradige solo’s extra te etaleren. Overbodig en vaak ook erg oninteressant. De zeer monotone bascapriolen van Billy Sheehan, in een overigens veel te lange solo, waren ronduit slaapverwekkend. Een stuk beter en vooral melodieuzer was het gitaarspel van het (met koptelefoon spelend!) gitaarwonder Paul Gilbert. Toch waren het vooral de echte songs die het hem deden zoals “Next Time Around”, een fonkelnieuwe song uit een zoveelste recente ‘Best of..’
Bijzonder opmerkelijk was ook zanger Eric Martin die raasde doorheen de set en nog niets aan stemkracht had verloren. Een stevige versie van de Argent cover uit 1972 “Hold Your Head Up” was meer dan de moeite waard. Ook de gevoelige snaar werd geraakt tijdens de ballads: “Wild World” en het bijzonder mooie “Just Take My Heart”. Maar Mr. Big kon ook erg stevig rocken en liet dit horen in het uitmuntende vierluik: “Take A Walk”, “The Whole World’s Gonna Know”, “Rock & Roll Over” & “Addicted To That Rush”.
Natuurlijk mocht ook hun grootste hit “To Be With You” niet ontbreken. Niet dat ik daar op zat te wachten. Toch werd het een bijzonder aangrijpend moment, waarbij het publiek elk woord meezong. Bissen deed men via het ‘fielder’s choice’ concept, waarbij het publiek samen met Billy Sheehan ‘de encores’ mocht aangeven.

Twintig jaar na het eerste studioalbum: ‘Mr. Big’ is de band weer helemaal terug. Of dit verhaal nog een vervolg krijgt is niet te voorspellen want voorlopig is een nieuw studioalbum niet aan de orde.
Weeral eens tevreden keerde ik huiswaarts na een avond vol hardrockklassiekers en onvervalste nostalgie!

Setlist: *Daddy, Brother, Lover, Little Boy, *Take Cover, *Green-Tinted Sixties Mind, *Alive And Kickin’ , *Next Time Around, *Hold Your Head Up, *Just Take My Heart, *Temperamental, *Price U Gotta Pay , *Wild World , *Take A Walk, *The Whole World’s Gonna Know, *Rock & Roll Over, *Addicted To That Rush
*To Be With You, *Colorado Bulldog
*Shy Boy *Baba O’Riley

Photo Slideshow:
http://www.slide.com/r/AJehvuEo7D-CLwvk4ZuvChiXboo1mwML?previous_view=lt_embedded_url

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foro’s

Organsatie: Rocklive ism Trix, Antwerpen

Magnolia Electric Co.

De alt- country van Magnolia Electric Co. intrigeert …

Geschreven door

Jessie Evans bracht haar eerste plaat live samen met drummer Toby Dammit. Op het podium zag je Jessie met haar saxofoon in een soort voodoo kabinet, je hoorde een mix van Mexicaanse 50’s muziek, pop, electro en afrobeat. Jessie zelf beweert echter dat ze zoveel muzikale invloeden heeft dat ze haar muziek niet kan omschrijven. Het album ‘IS IT FIRE?’ heeft ze opgenomen in Berlijn en Mexico, met live drums /percussie door Toby Dammit (Iggy Pop, Swans) met gastmuzikanten Budgie (The Creatures, Siouxsie and The Banshees), Martin Wenk (Calexico), en Namosh.
Optreden en muziek maken is voor Jessie een manier om de grenzen tussen mensen te doen vervagen. Ze wil tussen de mensen staan dansen en hen ertoe bewegen zich te laten gaan. Ze vindt dat op optredens de mensen vaak te passief aanwezig zijn en wil, in haar eigen woorden, proberen “to break down the bullshit between people”. In de Grand Mix begon dat op het eind van haar set aardig te lukken.

Jason Molina en Magnolia Electric Co. kan je gerust zien als een hommage aan Neil Young, met twee gitaren en een alt-country set van nummers met teksten over de duivel, de nacht, wolven,... Songschrijver Molina komt steeds met dezelfde beelden terug. In elk nummer refereert hij naar ghosts, highways, the moon of the blues, … Die nummers kwamen vooral uit de laatste twee releases van ‘Magnolia Electric Co.: the Sojourner Box’ en ‘Josephine’. De nieuwe nummers kregen het publiek makkelijk stil, wat ervoor kan zorgen dat hun laatste plaat ‘Josephine’ een meesterwerk kan worden. De lap steel gitaar van hun vorige tournee was er ditmaal niet bij, het rockgehalte was daardoor iets minder groot.
Magnolia Electric Co. maakte met een cover van Warren Zevons “Lawyers, Guns and Money” hun live reputatie echter meer dan goed.

Dat Politics dan. Zij speelden een thuismatch, en een mooi feestje werd het zeker. Met minder bizarre elektronica die we van hen gewoon zijn, maar met meer ruimte voor vrolijk dansbare melodieën. Nee, een refreintje moet je wel niet zoeken, dit zijn soundscapes die draaien rond geluiden en gevoelens. Niet dat we dit nog nooit gehoord hadden, maar de ganse hap werd verdorie snedig en zeer avontuurlijk aan de man gebracht!

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing (ism 4AD Diksmuide) ikv Radar Festival

Shearwater

Shearwater: snedige rock tegenover dromerige intimiti

Geschreven door

Het Amerikaanse Shearwater was in het voorjaar te zien op het mini indoortje Pukkelpop, Polsslag, waar hun romantisch, ontroerend en meeslepend materiaal van alternatieve indiefolk en americana een krachtig muzikaal kleedje toegestopt kreeg. De teksten van Jonathan Meiburg zijn doorspekt van natuurbeelden, want naast muzikant is deze songwriter een vogeldeskundige, en hij laat z’n ervaringen duidelijk doorschijnen. De vernuftig in elkaar gestoken songs hadden toen een opwindende draai.Vanavond kozen ze voor een evenwichtige aanpak, klonken ze minder heftig en de snedige songs van het vorig jaar verschenen ‘Rook’ stonden tegenover enkele dromerige intimiti.

De band werkt aan een nieuwe cd en wou het talrijk opgekomen publiek in de Balzaal trakteren op enkele try-outs van het materiaal in de steigers. De sfeerschepping stond voorop door het afwisselende en uitgebreide instrumentarium, die kleur en subtiliteit gaven, gedragen door de helder, indringende, soms hoog uithalende vocals van Meiburg (Buckley meets Bon Iver).
We waren de eersten zijn om te horen hoe ze live “Meridian  en “Landscape” speelden, hoogst waarschijnlijke de titels van hun nieuwe sfeervolle, dromerige on-the-road pop. Ze stapten over naar de broeierige intensiteit van “Rook” en “Sing, little birdie”; ze wisselden ze op hun beurt af met het stevige “Century eyes” en “74/75”. Ze verloren o.a. op “Hidden” en het gekende ”The snow leopard” die verdomde subtiliteit van geluidjes van xylo, flute, cello, een soort zingende zaag, een soort speciaal houten plaat met staafjes, en zachte toetsen en piano niet uit het oog, songs gekenmerkt door een sterke, steeds forsere opbouw. Meiburg zong alsof z’n leven er van af ging. Op het eind trok de band verder de lijn door van ‘Rook’ en haalde behoorlijk uit op de nieuwtjes “Corridors” en “Castaways”.

Het waren tot de verbeelding sprekende songs in een herfstig decor; hun trip en trektocht besloten ze na een klein uur met “Hail Mary” in welige outtro soundscapes en distortion …

Het sympathieke Limburgse Krakow trad aan als support; hun breekbare americana/countrypop werd smaakvol ontvangen. Door het feit dat we de band de dag eerder aan het werk zagen in het OLT Rivierenhof, was de set nagenoeg hetzelfde. Hun oprecht, eerlijk, puur tedere sound en de afwisselende stemmenpracht ontroerde …

Organisatie: Vooruit Gent ism Democrazy, Gent

Explosions In The Sky

Explosions In The Sky: een vertrouwde, emotionele droom’postrock’trip!

Geschreven door

Explosions In The Sky stal z’n naam niet op deze ‘nine – nine – o/nine’. Ze lieten het aan onze verbeelding over of de wereld nu op deze avond zou vergaan. De instrumentale, filmische postrock van de Texanen gaat al een paar platen mee. Het kwartet trok op tournee zonder een nieuwe plaat in het verschiet. Trouwens, ‘All of a sudden I miss everyone’ dateert al van 2007! Op de daaropvolgende tour leek het einde nabij, want de zenuwslopende agenda liet sporen na … Wisselende optredens qua dynamiek, enthousiasme en intensiteit!
De band kan in ons landje rekenen op een horde ‘die-hard’ fans, die net als de band trouw zweren aan de (aanstekelijke, licht verteerbare) postrock ‘pur-sang’, zonder elektronisch vernuft en vocodervocals. Het kwartet was dan ook verwonderd van de massale belangstelling op deze feerijke, idyllische plaats in het Rivierenhof.

Anderhalf uur dompelden ze ons onder in hun broeierige, aanzwellende en uitwaaierende gitaren, distortion, pedaaleffects, gitaarstormen, repetitieve, dreunende bastunes en bezwerende, opzwepende percussie. Een frisse, hard-zacht aanpak met forse uitspattingen op regelmatige basis. Een vertrouwd concept weliswaar, maar de bezinning had de batterij terug opgeladen. Ze kozen voor een rauwe en subtiele melancholische sound, die net de routine kon omzeilen en een vinnig optreden bood! Ze lieten de vervlogen pianotunes zelfs achterwege.
Sfeer creëren, daar ging het ‘em finaal om bij het sympathieke kwartet; tot het EITS –decor behoorden de trance, het lichtjes heen en weer bewegen met hun instrumenten en door de knieën zijgen.
De nummers werden aan elkaar geregen. We hoorden alvast de sobere, slepende, snedige en krachtige elegantie van “Six days at the bottom of the ocean”, “First breath after coma”, “Your hand is mine” en “The only moment we wore alone” (op het eind) uit het bepalende en ongenaakbare ‘The earth is not a cold place …’, wat hier en daar op een kreet van herkenning werd onthaald door de fans van het eerste uur. En regelmatig waren er de explosies, de donderslagen en de verbeten felle partijen ( o.a. door dubbele percussie) van stukken “Birth & death of the day” en “great death”. Zalvend werkten de sfeervolle tussenstukjes.

Explosions In The Sky slorpten hun publiek op in een adembenemende emotionele droomtrip.
Een puike live prestatie van een band die het spelplezier terugvond en enthousiast, schuchter met de woorden “Thanks for your time, you’re very kind listening to us” besloot. Overduidelijk tijdens deze gig was dat zij dé pleitbezorgers zijn van de ‘oer’postrock!

Ook de breekbare americana/countrypop van het Limburgse Krakow werd smaakvol ontvangen. Het kwintet, onder de afwisselende vocale tandem Piet de Pessemier (gitaar) – Niné Cipoletti (toetsen/piano), balanceerde ergens tussen de slowcore van Low, de country van Sparklehorse en het dromerige Young’s ‘Harvest’. Het ging van het aanstekelijke “Far-away look” (titelsong van de tweede cd) naar het intieme “What a woman” … verstilde pracht, puur, echt en vol tederheid, dat af toe forser en krachtiger klonk zoals op het afsluitende rauwe “Dinosaur”. Een verdiende respons van het publiek dat ook de leden van Explosions ontroerde …

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne ism Arenberg, Antwerpen

The Dodos

The Dodos: heerlijk warme subtiliteit

Geschreven door

We waren We Were Promised Jetpacks dankbaar omdat ze net hun set afgewerkt hadden in de Witloof Bar tegen dat The Dodos aan hun gig begonnen in de Rotonde …Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos, Meric Long (zang/gitaar)), Logan Kroeber (drums/zang), is inmiddels aangevuld met een derde groepslid, Keaton Snyder op xylo/vibrafoon/klokkenspel en synths.
Ze speelden zich in de kijker op Pukkelpop vorig jaar en ook hun optreden in de VK was er eentje om van te snoepen. In afwachting van de nieuwe derde cd ‘Time to die’, die ‘Visiter’ opvolgde, konden we hen deze zomer nog zien op het Dourfestival. We hoorden een avontuurlijk warm geluid in een zompig, freakende oase van bluesrock, americana, folktronica en psychedelica onder de onvaste, licht doordrammende zang van Long. Ze stelden een pak nieuwe songs voor, die sfeervoller, breder, beheerster en toegankelijker klonken door het creatieve, intens aanstekelijke gitaargetokkel, het slagwerk en de subtiele geluidjes. Ook de bijdrages met strijkstok op de vibra, boden een meerwaarde! Deze lijn werd duidelijk behouden tijdens het clubconcert in een afgeladen volle Rotonde!

Het trio stak in hun melodieus rammenlende, verfijnde songs nogal wat vaart, en kon me niet van de indruk ontdoen alles snel af te gaspelen. Ondanks de knappe overgangen was er sprake van een onwennige zoektocht van de fijnzinnige subtiliteit van de nieuwtjes “Fabels”, “Small death”, “Two medicines”, “Troll night” en de rauwe aanpak van de ‘oudjes’ “Paint the rust”, “Fools” en “Jodi”. Het gedreven geluid van nerveuze, gejaagde, opzwepende ritmes en onverwachtse wendingen zijn geëvolueerd naar een meer lieflijke, meeslepende intimiteit. …meer richting Tunng en Bon Iver, iets wat bluesrockers Black Keys hen al voordeden.
In de bis hoorden we nog een snedige “Red & Purple”, die na een klein anderhalf uur keurig de broeierige set besloot. Telkens kon het trio rekenen op een sterke respons.

De stomende feestjes die ze vorig jaar o.a. in de VK afdwongen, waren nu niet aanwezig. De klemtoon kwam trouwens op een heerlijk warmer, sfeervoller geluid!

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Botanique, Brussel

We Were Promised Jetpacks

We Were Promised Jetpacks: band met toekomst!

Geschreven door

De Botanique komt aandraven met een heus najaarsprogramma. We Were Promised Jetpacks viel tussen de mazen van het net van de intense festivalzomer, ondanks het feit dat ze toe waren aan de laatste avond van hun tour. Ze konden nog nipt hun plaatsje bemachtigen om de clubconcerten in de Bota op gang te trekken.
En inderdaad 45 minuten lang konden we genieten van hun debuut ‘These four walls’, frisse, vitale en energieke postpunk in jachtige, stuwende ritmes, te horen in de snedige, pittige “Ships with holes will sink” en de single “Quiet little voices”. Het jonge kwartet, amper 21 jaar, was onder de indruk van de pittoreske Witloof Bar. Ze gingen er gretig tegenaan en maakten hoekige danspassen … “It’s going to be a party, we want to have some fun”, declameerde de charismatische zanger Adam Thompson vol overgave. Ze speelden ook enkele opbouwende songs als “It’s thunder & lightning” en “Roll up your sleeves”, die boeiende, verrassende wendingen ondergingen (door o.a. xylotunes); ook lieten ze ruimte voor gevoelige, broeierige popsongs, “Conductor” en “This is my house, this is my home”, waarop de licht zweverige stem incluis het Schotse accent van Thompson tot z’n recht kwam.

We Were Promised Jetpacks is een band met potentieel, bewees dit op plaat en ook live waren ze niet van hun stuk te brengen. In een dosis emotionaliteit balden zij hun korte, krachtige en dynamisch sprankelende rocksongs samen. Kortom, band met toekomst!

Organisatie: Botanique, Brussel

of Montreal

Skeletal lamping

Geschreven door

Een niet alledaags combo vormt Of Montréal uit Athens, Georgia. De groep romdom Kevin Banrnes is al bijna tien jaar bezig, is al toe aan hun negende plaat en blijft in het indie undergroundcicruit floreren. De groep brengt geen reguliere pop, zweeft (letterlijk) ergens tussen indie, neopsychedelica, glamrock en experimental r&b. Ze stralen sfeertjes uit van de oude Bowie en de huidige Scissor Sisters style.
We horen vijftien dromerige tracks vol muzikale ideetjes. De songs onderstrepen de gevarieerde en veelzijdige aanpak; keerzijde vormt de wisselvalligheid. Barnes en de zijnen verwachten soms ietwat teveel inspanning van hun luisteraars, door de onverwachtse wendingen en de dosis avontuur. De groep bewijst veel in huis te hebben met songs als “An elurdian instance” en “Gallery piece”, houden je in de ban met enkele uitgesponnen nummers “Nonpareil of wisdom” en “Plastis wafer” en laten je even op adem komen met enkele intermezzo’s om er dan opnieuw freewheeling tegenaan te gaan, luister maar naar “Wicked wisdom”, “For our elegant castle” en “Triphallus, to punctuatel”. In deze creatieve sound lijkt er voor elk wat wils. Maar het is geen evidentie om er van te houden …

Pagina 452 van 498