logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Stuck Mojo

The Great Revival

Geschreven door

Na het ontgoochelende ‘Southern Born Killers’ plande Stuck Mojo volgens mij een grote heropleving. De naam van het nieuwe album namelijk ‘The Great Revival’, doet niets anders vermoeden.. ‘Southern Born Killers’ werd over het algemeen te slap bevonden. De met rap en R ‘n’ B doorspekte ‘Metal’ kon mij absoluut niet bekoren. Of men er ditmaal wel in slaagde, komt u verder te weten.

Na het slappe ‘Southern Born Killers’ opent dit nieuwe album sterk met “15 Minutes of Fame” na de intro “Worshipping a False God”. Een krachtige opening van het nummer trekt meteen de aandacht. De raps van Lord Nelson klinken eindelijk weer wat steviger en stoerder, terwijl de gezongen delen een meer emotionele kant aanraken. Ook in het sterke “Friends” vallen de gerapte stukken op, maar vooral de intrede van zangeres Christine Cook trekt hier de aandacht, waardoor een schitterend duet wordt aangeboden. Zo goed als het volledige album blijft behoorlijk toegankelijk voor het grote publiek, maar ditmaal zonder de kwaliteit van het album in de weg te staan.
Het minder toegankelijke “The Flood” blijkt echter één van de sterkere nummers op het album te zijn. Hier krijgen we voornamelijk stevige metalriffs voorgeschoteld ondersteund met stevige raps en epische sfeerelementen. Het geheel klinkt behoorlijk dreigend, waardoor het eigenlijk nogal vreemd overkomt tussen de andere nummers. Ook het erop volgende “Now That You’re All Alone” tapt namelijk uit een compleet ander vaatje. De commerciëler klinkende zanglijnen die de raps afwisselen, staan in fel contrast ten opzichte van de dreigende sfeer op “The Flood”. Niettemin heeft ook dit nummer zijn sterktes.
Het enige minpunt op dit album blijft echter het oeverloos gezeik tussen sommige nummers. Het beste voorbeeld kunnen we geven met het ‘nummer’ “There’s a Doctor in Town” en ‘There’s a Miracle Coming”. Deze delen van het album bevatten oeverloos gezeik van één of andere Goeroe die een aankomend mirakel predikt en hierbij geleidelijk aan ondersteund wordt door muzikale elementen die hun oorsprong kennen binnen the Southern Rock. Gelukkig zijn deze passages beperkter dan op ‘Southern Born Killers’.
Opmerkelijk nog op dit album is de eigenzinnige cover die men voorschotelt van de country klassieker “Country Road”. Origineel is het zeker wel, al blijft het echter bij een leukigheid op dit album. Na deze cover volgen nog enkele nummers die naar mijn bescheiden mening enkel als opvullertjes dienen. Hieronder valt onder andere het tweedelige “Superstar”. De R’n’B invloeden zijn op deze nummers duidelijker en laten daardoor een slappe indruk na. Op een melodische solo na, zal je niet veel missen bij het overslaan van deze nummers!

Al bij al kregen we een mooi afwisselend album voorgeschoteld voor liefhebbers van Cross-over Metal. Ook al blijkt er meer Rap dan Metal aanwezig te zijn in het album. Ook qua productie kon Stuck Mojo op kwaliteit rekenen. Het geheel ligt vlot in het gehoor! Hopelijk overtreft men ook dit album weer!

Pink

Funhouse

Geschreven door

De Amerikaanse MTV r&b rockstar Pink aka Alicia Moore heeft  met ‘Funhouse’ de opvolger klaar op het ietwat minder succesvolle ‘I’m not dead’. De bijna dertigjarige zangeres, gelouterd na haar breuk met motorcrosser Carey Hart, komt terug op het voorplan met een grootse cd , die in de voetsporen kan treden van ‘Misundaztood’ (’01) en ‘Try this’ (’03). Op deze gevarieerde plaat staan een handvol hits die haar vroegere successen van “Trouble”, “God is a DJ”, “Get the party started”, “Last to know”, “Dear Mr President” en “Stupid girls” kunnen evenaren. “So what” en “Sober” zijn de feestnummers: uptempo, gedreven en opzwepend, met een knipoog naar de huidige Britney sound; “One foot wrong”, “Please, don’t leave me”, “It’s all your fault” en de titelsong zijn vaardige, puntige melodieuze pop/r&b songs, typical Amerikaans en gedragen door haar heldere, rauw aandoende vocals. En natuurlijk mogen de traditionele ballads niet ontbreken: “Crystal ball”en “Glitter in the air. De extra track verraadt haar voorliefde aan de hiphop.
’Funhouse’ is een goed plaatje die de fans van het eerste uur niet zal ontgoochelen en er zelfs een pak tieners zal bijwinnen …

Amy Macdonald

This is the life

Geschreven door

”This is the life” floten en neurieden we de ganse zomer… Het werd de grootste solo hit voor een vrouwelijke artieste. De eer kwam de 21 jarige Schotse zangeres Amy Macdonald toe. Al meteen verwierf ze een gouden status met die wereldhit. En op haar debuut overtuigt ze met haar aanstekelijke, frisse en sfeervolle poprockfolk. Dertien-in-een dozijn nummers misschien, maar die zich weten te onderscheiden door haar songschrijftalent, haar gitaarspel en heldere stem. “Mr Rock & Roll”, “Poison prince” en “Burrowland ballroom” klinken meer uptempo, orkestraties zijn te horen op “Let’s start a band”, waarbij Macdonald vocaal hoog uithaalt als een volleerde Sinead of je kan je laten meeslepen door die emotievolle popsongs “Youth of today”, “Run” en “L.A.”. “This is the life” is de hoopvolle song bij uitstek. Beter kunnen we ons niet voorstellen in troosteloze momenten … en als bonus krijgen  we er nog 2 songs bovenop!

Keane

Perfect Symmetry

Geschreven door

Het Britse Keane beet na een troosteloze periode terug van zich af met de derde cd ‘Perfect Symmetry’. De band begon ooit binnen het plaatje van Coldplay, Travis, Semisonic, Snow Patrol en Starsailor. De melodieuze songs draaiden rond het begeesterende pianospel van Tim Rice –Oxley. Hun debuut ‘Hopes en Fears’ werd een doorbraak van formaat, het tweede ‘Under the iron sea’ zat in dezelfde lijn, maar had alvast iets minder potentieel in hun hartverwarmende, ontroerende en dromerige meeslepende poprock. Na de tweede plaat stond de band bijna op springen, want van de frisse, bezielde gigs en het sympathieke imago bleef plots niet veel meer over door de porto- en cocaïneverslaving van zanger Tom Chaplin.
Maar kijk, op ‘Perfect Symmetry’ horen we een herboren band, ook al zijn niet alle songs even geslaagd. Het trio is uitgegroeid tot een kwartet, bieden een breder concept door een krachtiger rocklijn (“Spiralling” en “The lovers are losing”) , en lieten de synths doorklinken door het geflirt met elektronica, psychedelica en bleeps, o.a. op “Better than this”, “You haven’t told me anything” en “Again & again”. De pianoballads horen we dan op “Prentend that you’re alone” en “Love is the end”, als de sfeervolle pop op “You don’t see me” en de titelsong. Voor hen is het alvast een louterende, zalvende plaat.
’Perfect Symmetry’ is een gevarieerde plaat en een geslaagde comeback; nu nog die perfecte popsongs schrijven op een vierde cd. Bemoedigende terugkeer …

Wovenhand

Een stevig spanningsveld met Woven Hand

Geschreven door

Er is een tijd geweest dat Dave Eugene Edwards er twee bands op nahield, maar nu is het toch wel duidelijk dat hij Sixteen Horsepower definitief de rug heeft toegekeerd om met WovenHand verder door het leven te gaan. Niet dat er zoveel verschil is in de sound en zeker in de spirit van deze twee bands, want het waren of zijn allebei overduidelijk de kindjes van Dave Eugene Edwards in al hun aspecten, donker, onheilspellend, bezwerend en doordrenkt van Amerikaanse zuiderse religie en gospel.

In de Kortrijkse schouwburg - met zijn perfecte klank - speelde WovenHand stevig, met steeds een dreigende onderhuidse spanning niet zelden refererend naar primitieve Indiaanse klanken. Alsof Nick Cave vanuit een Indianenreservaat zijn duivels kwam ontbinden. Edwards, zoals steeds gezeten op een barkruk, bespeelde zijn gitaar met overgave en deed zijn stem, al dan niet door de vibrafoon, meermaals preken en bloeden zoals alleen hij en Nick Cave dat kunnen. De band volgde sober en efficiënt en de songs ontaardden veelal in krachtige uitspattingen van emotie en spanning. De folky en rootsy geluiden van op Edwards zijn platen werden wat achterwege gelaten, in de plaats kwam een sterk en solide brouwsel van gloeiende en bezwerende gitaren die vochten met de hypnotiserende stem van Edwards.
Toch werd enkele keren met branie de gitaar door een mandoline vervangen en de man heeft ook één keer zijn trekzak bovengehaald, dan nog voor het enige Sixteen Horsepower nummer van de avond, de klassieker “American wheeze”.
Het zittend publiek bleef er in het begin van de avond aanvankelijk wat apathisch bij maar naar het einde van de set kwam de uitbundigheid meter wel eens in het rood te staan en Edwards bedankte dan ook  met een vlammend extra bis nummer nadat de lichten al helemaal aangefloept waren en iedereen al aanstalten had gemaakt om de zaal te verlaten. Eén van de betere concerten die we dit jaar mochten meemaken.

Organisatie: CultuurCentrum Kortrijk ism de Kreun, Kortrijk

Death Cab For Cutie

DCFC balanceert tussen virtuositeit en bezieling

Geschreven door

Het Amerikaanse viertal Death Cab For Cutie tekent voor één van de meest onwaarschijnlijke succesverhalen uit de kroniek van de indierock. Na drie puike maar in Europa verder weinig opgemerkte albums treedt de groep in 2003 via de grote poort binnen in de emopop arena met het intussen klassieke ‘Transatlanticism’. Bij het verschijnen van opvolger ‘Plans’ wordt de groep massaal omhelsd door een breed poppubliek, maar verliest tegelijkertijd wat aan street credibility bij de fans van het eerste uur wegens een te gladde afwerking van hun integere popsongs. Dit voorjaar revancheerde DCFC zich na een lange rustperiode met het intrigerende ‘Narrow Stairs’, zonder meer het meest gevarieerde album van de groep en een ernstige kandidaat voor de top 10 van diverse eindejaarslijstjes. Na een geslaagde doortocht langs het Openluchttheater deze zomer ging DCFC afgelopen weekend de uitdaging aan om hun breekbare pop ook in de Hallen van Schaarbeek te laten weerklinken.

DCFC’s nieuwe single “No Sunlight” wordt momenteel grijs gedraaid op StuBru en Radio 1, maar dat bleek niet voldoende om de Hallen volledig te laten vollopen voor het Amerikaanse viertal. De set werd op gang getrokken door een aantal oudere songs, waarbij vooral “The New Year” uit ‘Transatlanticism’ op herkenningsapplaus werd onthaald. Met de ogen dicht verschilden de virtuoze live uitvoeringen nauwelijks van de studioversies, waardoor de groep aanvankelijk toch wat bezieling miste. Bovendien beschikt het viertal in de persoon van de studentikoze Ben Gibbard niet echt over een podiumbeest als frontman, maar het moet gezegd zijn, wat een prachtige stem heeft die kerel! Bij sommige nummers zoals hun grootste radiohit “Soul Meets Body” deden Gibbard’s vocals zelfs heel even denken aan de virtuoze stembanden van Yes icoon Jon Anderson.
Het duurde even vooraleer het nieuwe werk aan bod kwam, maar met “No Sunlight” en “Grapevine Fires” werden meteen twee prijsnummers uit ‘Narrow Stairs’ geserveerd. Gibbard schakelde over op akoestische gitaar voor de zeemzoete meezinger “I Will Follow You in the Dark” uit ‘Plans’, meteen goed voor het kampvuurmoment van de avond. De groep gunde de tienerhartjes op de eerste rij echter geen tweede pleziertje en vervolgde onmiddellijk met de single “I Will Possess Your Heart”, met voorsprong het meest monumentale nummer uit de DCFC catalogus. Op gang getrokken door de strakke ritmesectie Nickolas Harmer (bas) en Michael Schorr (drums) en vervolgens ingekleurd door gitaarecho’s en een spaarzaam pianoriedeltje werd de dreigende sfeer in de schijnbaar eindeloze intro van het nummer meesterlijk opgebouwd. Het nummer leek bevrijdend te werken voor de tot dan toe wat te perfect klinkende groep, want nummers zoals “Cath”, “Long Division” en het oudje “The Sound of Settling” kreeg nu wel het live gevoel mee en getuigden van zichtbaar spelplezier. De remmen werden zowaar volledig los gegooid tijdens “Bixby Canyon Bridge”, de epische opener van ‘Narrow Stairs’ en een waardige afsluiter van de set.
Gibbard & co plezierden tijdens de bisronde vooreerst de die-hard fans van het eerste uur met “Champagne From a Paper Cup” uit hun debuut ‘Something About Airplanes’ (’98). Na een bloedmooie versie van “Title and Registration” gokte ondergetekende op het titelnummer uit ‘Transatlanticism’ als finale encore. De gebeden werden verhoord, alleen spijtig dat ik geen geld had ingezet…

DCFC maakte afgelopen zaterdag een moeilijke evenwichtsoefening tussen virtuositeit en spontaniteit. Toegegeven, de Hallen van Schaarbeek kunnen onvoldoende instaan voor de intieme sfeer waarin Death Cab’s breekbare emopop het best tot zijn recht komt, maar uiteindelijk slaagde de groep er toch in om de juiste harmonie te vinden tussen perfectie en bezieling.

Fotoshoots: zie live foto's

Organisatie: Live Nation

Cradle Of Filth

Godspeed on the devil’s thunder

Geschreven door

Veel jonge metalheads beginnen met bands als Iron Maiden en Metallica. Na deze fase hebben ze plots zin in iets extremers. En dan komen groepen als Cradle Of Filth en Dimmu Borgir aan de beurt. Op zo’n leeftijd lijken die bands het van het, tot men plots ontdekt dat er nog extremer en beter bestaat. Ik zat ook bij die groep mensen. Maar na het zwaar teleurstellende ‘Thornography’ had ik het wel gehad met Cradle Of Filth. Ik achtte het erg onwaarschijnlijk dat ze nog eens een echt goede plaat zouden uitbrengen…
Wel, ik had het mis! Dani Filth en co zijn er in geslaagd mij positief te verrassen met hun nieuwe plaat, ‘Godspeed On The Devil’s Thunder’. Dit is gewoon de beste plaat die ze uitgebracht hebben sinds ‘Cruelty And The Beast’, en ook de plaat die het dichtst bij de stijl en de sfeer van vroeger aanleunt. Net als ‘Cruelty And The Beast’ is het een conceptalbum geworden. Deze keer staat alles in het teken van Gilles de Rais, die na de dood van zijn geliefde Jeanne d’Arc geestelijk doorgeslagen is en zijn dagen begon te vullen met het misbruiken en afslachten van kinderen. Stof genoeg om een typische Cradle Of Filth sfeer op te wekken dus!
Na een mooie symfonische intro barst de hel los met “Shat Out Of Hell”, waar de gaspedaal stevig ingedrukt wordt gehouden. Maar naast snelheid is er ook weer plaats voor wat dramatiek op dit album. Neem nu het nummer “The Death Of Love”, wat gewoon een prachtig nummer is waar de twin lead centraal staat en de zang soms kippenvel bij me weet op te wekken.
Cradle Of Filth schotelt ons een gevarieerde plaat voor met zowel catchy nummers als “The 13th Caesar en Honey And Sulphur” als wat langere groeinummers als “Midnight Shadows Crawl To Darken Counsel With Life” en het meeslepende “Darkness Incarnate”. Ook het titelnummer van de plaat is er één die lekker blijft hangen.
Kortom, door deze plaat is mijn muzikale liefde voor Cradle Of Filth weer open gebloeid en worden fouten als ‘Thornography’ vergeven. Hopelijk blijven ze het huidige pad bewandelen.

Eli ‘Paperboy’ Reed

40 jaar terug in de tijd met Eli ‘PAPERBOY‘ Reed

Geschreven door

Het nieuwste jonge Amerikaanse soultalent heet Eli ‘Paperboy’ Reed, is 24 jaar,  is zo wit als een albino konijn en klinkt zwart als een aangebrande kolenkelder.
Het jonge soultalent was reeds een beetje ontdekt bij pers en publiek in Amerika en Groot Brittannië, mocht al aantreden op Dour en laatst nog bij Jools Holland en zag alzo zijn nog prille carrière in een stroomversnelling overschakelen. De snaak is amper 24 jaar oud en hij heeft goed gesnuffeld in de oude soulplaten van moeder en vader.

De Charlatan in Gent was de allereerste kennismaking voor Eli ‘Paperboy’ Reed en zijn True Loves met een Belgisch podium, een heel kleintje dan nog wel. Met zijn zevenen stonden ze daar op een podium van om en bij de vier vierkante meter, niet echt comfortabel, wel lekker gezellig.
Eli ging met zijn band 40 jaar terug in de tijd (dus zo een zestien jaar voor ie geboren werd!) naar de sound van Otis Redding, James Brown en Sam Cooke, met geweldige soulmuziek verpakt in eigen songs die allemaal baadden in de geest van de sixties. Eli’s zangcapaciteiten kwamen in de buurt van die grote voorbeelden en de blazers en de ritmesectie deden de boel nog wat meer in de nostalgie drenken.
Ook al was de klank een beetje beperkt  – Eli Reed is inmiddels al heel wat grotere zalen en betere apparatuur gewend- de Gentse Charlatan leende zich als rokerige kroeg perfect voor de pure retro van deze jonge gasten en het geheel swingde dan ook bij momenten volop de pan uit.

Wij voorspellen die kerels een gouden toekomst en wie er hier bij was zou wel eens getuige kunnen zijn geweest van concertje die de geschiedenis zal ingaan als ‘legendarisch’ omwille van de allereerste Belgische acte de présence van een ster in wording.
Dit was immers pure soul, veel intakter en authentieker dan de commercieel verbouwde soulmuziek die zijn vrouwelijke collega’s als Duffy en Amy Winehouse plegen te brengen, en zij zijn wel wereldberoemd. Weinig waarschijnlijk of Eli ‘Paperboy’ Reed ook zo een sterrenstatus zal halen, hij heeft immers geen knoert van een drugverslaving en evenmin een grote mond. En … ook geen tetten!

Organisatie: Democrazy, Gent

The Roots

The legendary Roots Crew zet stomende set neer

Geschreven door

De aftrap van de Europese najaarstournee van één van de beste (zoniet de beste) live hiphop formaties The Roots, werd geopend met een knaller van formaat in Lille. Voor ruim tweeduizend enthousiaste aanwezigen werd een indrukwekkende en mooi overzicht gebracht van de inmiddels twintigjarige carrière van deze 'veteranen'. MC Black Thought werd live bijgestaan door een volledige band: gitarist Kirk Douglas, bassist Owen Biddle, percussionist Frankie Knuckles, keyboardspeler Kamal Grey, tubaspeler Dan Bryson en natuurlijk drummer Questlove (die met zijn raar kapsel).

”Thought @ work” en “Here I come” openden de set. Meteen werd duidelijk dat de band in vorm was en dat het publiek er zin in had. Het donkere “Game theory” van de gelijknamige plaat en het uptempo “Star” volgden daarna in sneltreinvaart. Het felle “In the music”, het funky “Get busy” en de 'oudjes “Proceed” en “The realm” waren daarna aan de beurt. We hoorden vervolgens knappe vertolkingen van “Long time”, “Mellow my man” en het hevige “Criminal”. Drummer Questlove en percussionist Frankie Knuckles brachten daarna een leuke instrumentale jam waar het publiek uitzinnig op reageerde.
Bij de doorbraaksingle “You got me” steeg de temperatuur tot tropische hoogtes. Dit wereldnummer werd verlengd tot een fel gesmaakte medley met fragmenten van “Sweet child of mine” (Guns n' Roses), het opzwepende “Bad to the bone” (George Thorogood) en de classic “Who do you love?” van The Doors. Gitarist Kirk Douglas eiste hierbij een hoofdrol op met zijn intense en fraaie solo's.

Zeer overtuigend live set! Hiermee leverden ze nog eens het bewijs dat ze geen doorsnee rapgroep zijn en dat ze durven buiten de lijntjes te kleuren. “Rising up” en het rhymefest bij uitstek “The next movement” besloten de reguliere set.
Tuurlijk was dit niet voldoende en kwamen ze terug voor kolkende versies van “The seed” (hun bekendste song), “I can understand it” en “Men @ work”. The Roots overtroffen hun feestje op FihP te Oudenaarde met een fantastisch puike show.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille ism Aéronef, Lille

The Streets

The Streets: net geslaagd om een feestje te bouwen

Geschreven door

Het Britse The Streets, onder Mike Skinner, tekent voor onevenwichtige live sets en platen. In de Hallen van Schaarbeek  waren ze toe aan de laatste show van 7 weken toeren. En Skinner wou een feestje bouwen. In de acts slaagde hij het publiek mee te krijgen, van handjeswuiven, zwaaien met één van je schoenen, de voorste rijen enkele teugjes brandy schenken tot aanporren om op de knieën te zitten en dan mee springen en –hotsen op de beats. Moeilijk was dat nu ook niet voor Skinner; de man liep heen en weer op het podium en ging in op elke prikkel van de eerste rijen en reeg dit aaneen aan de gespeelde songs. Muzikaal was het optreden in de goed gevulde Hal er eentje van ups en downs. Er zit slijtage op de songs van The Streets …Hun broeierig geheel van pop, hiphop, r&b, (dub)reggae, 2step en orkestraties leidt aan ideeënarmoede, wat we al hoorden op de laatste cd ‘Everything is borrowed’.Terecht liet hij weten nog 1 plaatje te maken.

The Streets kozen voor een meer safety aanpak, gedragen door de op elkaar afgestemde neuzelende zegrap van Skinner en de soulfulle stem van de tweede vocalist. De paar rommelige minpuntjes konden de pret en de fun op het podium en bij het publiek niet bedreven. Een uiterst genietbare “Everything is borrowed”, werd meteen gevolgd door een opzwepende “Don’t mug yourself” en “Push the things forward”, gelinkt aan Prodigy’s “Outta space”. In het sfeervolle, ingetogen middendeel misten enkele oudere songs, “Same old thing” en “Too musch brandy”, ritme en spanning, klonken erg chaotisch en in het spervuur aan raps vergiste Skinner zich van toonhoogte. Maar ze werden opgevangen door de standvastige tweede vocals en door schitterende versies van het Xmas getinte “The escapist” , ”It’s too late” en de gospels van “Never went to church”. Vanaf dan zat het snor. “Are you with me?”, haalde Skinner nog aan en hij ging met z’n Streets naar een toffe, overtuigende climax: het jazzy groovende “Edge of a cliff”, het uptempo “Weak become heroes” en de dreigende beats van “Blinded by the lights”, die op het eind een dansbare wending kreeg.
Na een uurtje leek de party plots over , maar de fijne bis breidde er nog een aangenaam staartje aan met het broeierige “Turn the page”, het intieme “Dry your eyes, mate”, dat luidkeels werd meegezongen, en de opwindende  nummers, “Heaven for the weather” en “Fit but you know it”, dat in ware Nirvana stijl werd beëindigd: Skinner met een filmcamera in de hand, gedragen door z’n fanshare, een gitaar zwieren op het podium, drums omver gooien en de pedaaleffects stevig ingedrukt houden. Probleemloos hebben ze hun party in de coulissen kunnen verder zetten.

Ondanks het rommelig aandoende middendeel, hadden we te maken met een goed uitgekiende, afwisselende playlist van fris aanstekelijk en sfeervol materiaal,die ervoor zorgde dat het laatste liedje van The Streets live nog niet is uitgezongen en dat de kaars van op de plaat nog niet volledig is uitgedoofd; maakt hij dan toch nog die ultieme opvolger van ‘Original pirate material’ uit 2004…?

King Lee is het funky pseudoniem van Enfant Pavé van de voorheen Franstalige hiphoptrots Starflam. Hij gaat alvast muzikaal minder breed dan z’n vroeger maatje Baloji. Ondanks de verwoede pogingen het publiek warm te krijgen voor hun energieke hiphopstyle, leek de Hal iets te groot gegrepen voor deze beginnende band.

Fotoshoots: zie live foto's

Organisatie: Live Nation

Redeem

Eleven

Geschreven door

In maart bracht het Zwitserse combo Redeem hun eerste album uit genaamd ‘Eleven’. Het album brengt een ode aan Pearl Jam (die een album uitbrachten met de titel ‘Ten’). ‘Eleven’ zorgde voor de doorbraak van Redeem, waardoor ze een platencontract versierden bij Point-music Munich. Afgaand op de cover-art van dit album, heeft Redeem oog voor sobere ingetogen perfectie. Of dit zich profileert op het album leest u verder in deze review.

Zoals u reeds vermoedde blijkt Redeem nog een relatief jonge groep te zijn. ‘Eleven’ is het eerste full length album. In 2004 bracht men echter al de EP ‘Bullet’ uit, die volledig live opgenomen werd met verschillende drummers. Dit in amper twee dagen tijd. Deze demo werd met open armen ontvangen, waardoor men over meer mogelijkheden beschikte bij deze release. Zo verzorgde Tommy Vetterli de productie van ‘Eleven’. Hierbij leverde hij schitterend werk. De volle klank op het album is treffend en de instrumenten en zang zijn perfect in balans.
Ondermeer door deze schitterende productie opent het album sterk met het nummer “Splendid”. Een rockend nummer, waarbij toch een gevoel van rust wordt gecreëerd door de afwijkende ontspannende keyboardlijnen die op de achtergrond voortkabbelen. Bij dit nummer valt onmiddellijk de warme stem van ‘Saint’ Stefano Paolucci op. Na “Splendid” volgt het stevige “ Two Points of View”, waarbij de keyboardlijnen beperkter worden, maar toch weer rust brengen in het geheel.
Regelmatig voert men het tempo op het album wat terug. Naar mijn bescheiden mening, komt men op die momenten het dichts bij hun voorbeelden (Pearl Jam). De ingetogen stukken, waarvan de nummers “Alive” en “Bullet” het best als voorbeeld kunnen dienen, zijn doordrongen van het achterliggend gevoel, waardoor ze aangrijpend klinken. De ingetogen perfectie waarvan eerder sprake was laat zich hier meermaals horen.
Naast ingetogen nummers, is er ook plaats voor wat steviger werk. Het eerder genoemde “Two Points of View” vormt op dit vlak samen met “Black Monkey” de hoogtepunten. “Look Around” haalt zijn sterkte dan weer uit het groovende gitaarwerk.
Hoewel er heel wat variatie in het album aanwezig is en alle nummers tot in de puntjes uitgewerkt zijn, verslapt mijn aandacht toch meestal in de helft van het album. Hoewel zanger ‘Stefano Paolucci’ een sterke prestatie levert, heb ik de indruk dat hij hiertoe de aanleiding vormt. Zijn warme stem zorgt al snel voor een vertrouwd gevoel, waardoor het geheel vervaagt. Zo ontstaat de neiging om naar een goed boek te grijpen in een warme knusse zetel, en ‘Eleven’ als achtergrondmuziek verder te laten spelen, waar op zich niets mis mee is natuurlijk!!!

TV On The Radio

Dear Science

Geschreven door

TV On The Radio is toe aan hun derde plaat. Het kwintet verbaasde al met de voorgangers ‘Return to Cookie Mountain’ en ‘Desperate youth , Blood thirsty babes’. De groep onder de zangers Tunde Adebimpe / Kyp Malone en geluidsarchitect Dave Sitek brengt blanke en zwarte muziek samen in een muzikale rijkdom van pop, soul, funk, wave en jazz. Een warm aanstekelijk geluid waarbij ze zorgen voor een intrigerende broeierige spanning in de songs. Hun avantgarde van vroeger klinkt toegankelijker, maar is zeker geen pijnpunt op deze overigens puike plaat. Integendeel, ze blijven origineel uit de hoek komen en brengen met het ontroerende “Stork & owl”, de Xmas “Family tree”, het feestelijke “Lover’s day” en de krachtige “Halfway home”, “Shout me out” en “DLZ” opnieuw enkele unieke, ondefinieerbaar schone, crême de la crême songs uit. De leden van TV On The Radio worden omschreven als multiraciale vrije geesten. En terecht! De sprong naar het grote publiek kan en mag gebeuren …

Snow Patrol

A Hundred Million Suns

Geschreven door

Het Ierse Snow Patrol, onder zanger/gitarist Gordon Lightbody en bassist/keyboards Mark McClelland, hebben al twee schitterende ontroerende gitaarpoprockplaten uitgebracht, ‘Final Straw’ (’03) en ‘Eyes Open’(’06). Een handvol songs stonden in de hitparade, waarbij “Chasing cars” en “Shut your eyes” in ons geheugen gegrift zijn. De heren van Snow Patrol zijn onopgemerkt tot supersterren uitgegroeid. De muzikale formule van hun toegankelijke pop met diepgang zetten ze verder op deze opvolger van sfeervolle, ingetogen en pittig gedreven opbouwende pop; enkele monsterhitjes in spé zijn “If there’s a rocket tie me to it”, “Take back the city” en “Please just take photos from my hand”, de frisse rockers van de plaat. Aanstekelijk en ingetogen klinken “Crack the shutters”, ”The golden floor”, “Set down your glass” en “The planets bend between us”. En tenslotte is het groots opgezette drieluik “The lightning strike” de kers op de taart. Het vat de muzikale geschiedenis van de band samen in zestien minuten afwisselende gitaarpop.
Snow Patrol heeft terug een zelfverzekerde plaat uit, maar wegens ‘te gewoon’ zullen zij de status van een U2 of Coldplay aan hen voorbij zien gaan.

Ladyhawke

Ladyhawke

Geschreven door

De Nieuw –Zeelandse schone Pip Aka Brown week uit naar Londen, houdt van de ‘80’s en hield er een rockbandje op na, Ladyhawke. Ze graaide gretig in de platenbak van The Bangles en Tom Tom Club, ontpopte zich als een jonge Kim Wilde en Cindy Lauper en leek wel het zusje van Avril Lavigne en Katie White van Ting Tings.
Op haar debuut horen we compromisloze catchy poprock met een ‘80’s electro tint; goed verteerbare bubblegumpop, vol meezingbare refreinen, onder de zwoele stem van Brown. In die hapklare pop vinden we overtuigende songs als “Magic”, “Better than sunday”, “Back of the van” en “Paris burning”. Enkel op “Professional suicide” slaat de jonge dame even de bal mis. Voor de rest niks dan lof over dit erg toegankelijk album, waarbij zangeres Brown de kunst heeft om eenvoudige en doeltreffende popsongs te schrijven.

MGMT

MGMT: niet onaardig, melig, hip, maar bom blijft uit!

Geschreven door

MGMT: omschreven als één van de doorbrekende bands van het jaar, wat juist is, met één van de debuten van het jaar, wat niet juist is … Het gezelschap rond het Amerikaanse duo Ben Goldwasser/Andrew Vanwyngaerden, heeft als credo ‘love , peace en geestesverruimende muziek’ en zien zichzelf als een band uit de toekomst die ‘70’s psychedelica speelt. Hun kleurrijke poppsychedelica klinkt melig, dromerig, lieflijk, onschuldig, hip …en hipper door de drie singles “Time to pretend”, “The electric feel” en het dansbaar stomende “Kids”, die de muzikale driehoek van pop, rock’n’roll en dancepsychedelica compleet maken. En hun visie van rock’n’roll wordt gelinkt met jong zijn, samenhorigheid, dartelende veulens, bloemetjes en bijtjes en vloeistofdia’s.
Management is muzikaal ergens te situeren tussen oudjes Pink Floyd, Pavlov’s Dog, Hawkwind, Bowie, The Doors en jongere bands als Flaming Lips, Mercury Rev en Ozric Tentacles.

Sinds hun debuut waren ze al drie keer te zien en hun live optredens vormen een bron ter discussie van goed – niet goed; kijk, in de AB Club en op Pukkelpop klonk het rommelig, slordig en lieten ze een gelaten indruk na. Betrokken en geconcentreerd speelden ze op Werchter een weldegelijke set van een klein uurtje. En na de clubconcerten in de Vooruit en in de l’Aéronef is het me nu duidelijk dat de band maar over een handvol ‘kwalitatief sterke’ nummers beschikt. We hoorden, naast de drie prachtsingles, intens broeierige versies van de “4th Dimensional transition”, die door de distortion pedaaleffects beklijfde en intrigeerde, het sfeervol poppy “The youth” en “Weekend wars” met een dromerig elektrodeuntje. De grootsheid van deze songs hielden ze niet vol, want “Pieces of what” en “The handshake” klonken flets en rommelig. Vullertjes noemen ze zoiets. De soort rockopera van meer dan een kwartier, die ze aan “Metanoia” gaven, klonk wisselend, deed de spanning dalen en werd matig onthaald; we hadden er het raden naar welke richting het uitging: psychedelicatrips, snedige gitaren, Doors toetsen, fuzz en “Bohemian rapsody” vocoder stemmetjes. Maar ze verbaasden dan met een gevarieerd krachtiger klinkende “Moon, birds & monsters”. En op het afsluitende, mooi uitgesponnen “Kids” kon het publiek dan eindelijk uit z’n dak gaan: heupwiegend, dansend en springend op die ene herkenningstune op toetsen, wat refereerde aan Sister Bliss op de Faithless’ songs “Insomnia”, “We come one” en “God is a DJ”. Op dit nummer ontplofte het … laaiend enthousiaste reacties …en was MGMT voor 1 keer dEUS …

De bis klonk niet onaardig en was boeiend qua songs: een ‘80’s rockend Jesus & Mary Chain/ BRMC gehalte op “Teenage lust” en een snedige “Future reflections” smaakten naar meer en zetten de lijn door van het overtuigende laatste half uur!
We raden alvast MGMT aan in die richting verder te gaan, waar zij allerlei stijlen samenbrachten tot een paar hechte psychedelicarocksongs, zoals we dat al hoorden van een Black Angels en Black Mountain. Mag dit een kritisch lerende tip zijn …

Uit dezelfde muzikale stal komt het uit Brooklyn, New York afkomstige A place to bury strangers. Het trio stelde ons gehoor danig op de proef met een oorverdovende repeterende ‘wall of’ noise, galm en rock’n’roll, refererend aan “Never Understand” van, opnieuw, Jesus & Mary Chain, ‘90’s Swervedriver en Sonic Youth: heen en weer zwierende, gierende gitaren, een laaghangende bas (remember Soundgarden ), ingedrukte pedaaleffects en feedbackgeraas, opzwepende drums en een ongezonde dosis stroboscoop.
’Total sonic annihalation’ omschrijven ze het zelf… Qua sound veelzeggend, want het was van’80’s Swans/Michael Gira geleden dat ik deze term nog uitsprak …

Beide bands benaderden de pijngrens van ons gehoor; de te scherpe, luide sound gaf een dagenlange oorsuis. Foei heren van de PA, kunnen we rekenen op een tegemoetkoming, aub?!

Organisatie: FLP, Lille ism Aéronef, Lille

Sigur Rós

Gemengde gevoelens bij Sigur Ros

Geschreven door

Je moet het maar doen als IJslandse groep die dan nog in de eigen moedertaal zingt en eigenzinnige platen maakt die nergens op de radio gedraaid worden (of ’t is in de late uurtjes bij Ayco Duyster) dan toch Vorst Nationaal uitverkopen. Hoed af.
Maar we zitten met enkele vragen en twijfels.
Waarom was Sigur Ros wel goed, maar niet fantastisch ? Was het de zaal of waren onze verwachtingen te hoog gespannen? Beiden, vrees ik.

In de volgelopen rocktempel Vorst Nationaal ging de intimiteit van Sigur Ros soms verloren in een onverhoopte geluidsbrij, waarbij we zeker hun laatste single “Inni Mer syngur”mogen rekenen, ook niet bepaald het sterkste nummer van die toch wel fantastische laatste plaat. Ook “Gobbledigook”, waarbij de confettikanonnen ontploften (afgekeken van The Flaming Lips, als je ’t ons vraagt) en waarbij de gasten van het voorprogramma een handje kwamen toesteken, was misschien wel leuk maar zeker geen goede song, ook al was het publiek uitzinnig. Bovendien werden enkele nummers iets te oppervlakkig en slordig afgehaspeld en was de sound bij momenten te scherp (vooral de keyboards mochten naar ons gevoel iets fijner afgesteld worden). Zonder het zelf te willen had de groep zo wat stoorzenders in hun set laten binnensluipen, wat ons er van weerhield om van een schitterend concert te spreken. Tevens liet Sigur Ros ons wat op onze honger zitten door enkele van hun mooiste songs niet te spelen. Maar tot zover het slechte nieuws.
Gelukkig waren er die avond ook nog heel wat sublieme momenten waarmee Jon Thor Birgisson met zijn ijle vocals die typische Sigur Ros sound naar hogere sferen stuurde. U mocht in Brussel gerust op de bovenste bol van het atomium gaan staan, de stem van Birgisson reikte toch nog hoger. Er was dus nog genoeg tijd om heerlijk weg te dromen bij die prachtige IJslandse atmosferische klanken. Pareltjes als “Fljotavik” en “Ny batteri” schitterden in al hun pracht. “Festival” en “Saeglopur” stevenden allebei af op een broeiende apotheose.
Echt groots was Sigur Ros in de bisnummers met de ingetogen schoonheid van “All alright” en de openbarstende finale met “Popplagid”, de beste song van de avond, op en top Sigur Ros, van heel intiem aanzwellend naar een bruisende en machtige brok van boven de 10 minuten, en deze keer zat het geluid wel goed.

Laten we dus maar spreken van een half geslaagd concert van een prachtgroep die een beetje genekt werd door een te opdringerig geluid. Volgende keer in de AB, en met strijkers !

Ook nog even dit. Opwarmer van de avond waren de ook al IJslandse For A Minor Reflection, te situeren in het wereldje van Mogwai, Godspeed You Black Emperor en Explosions In The Sky. Zowaar een voortreffelijk optreden van een band die weet hoe gezond lawaai te maken.

Organisatie: Live Nation

The Notwist

The Notwist op constant hoog niveau!

Geschreven door

Opener Nomad mocht vroeg op de avond al op aardig wat belangstelling rekenen. Het vierkoppige West-Vlaamse ensemble kreeg de gelegenheid om maar liefst 10 songs ten berde te brengen. Wanneer de frontman - wiens vocalen zich situeren op het kruispunt tussen de stembanden van Neil Young, Admiral Freebee en Jonathan Donahue (Mercury Rev) - er ooit in slaagt om zijn Frans bij te spijkeren, maakt Nomad misschien zelfs nog een kans op een heuse carrière bezuiden Tourcoing. Het publiek in Le Grand Mix reageerde in ieder geval dankbaar op de gevarieerde en toegankelijke muziek. Net als het vlot geserveerde West-Vlaamse bier smaakte deze groep dus naar meer.

Aan de volgende act, Lukid, wensen we weinig woorden vuil te maken. Gelukkig vertoefde ik in het gezelschap van enkele kenners die linken legden naar mij onbekende termen en namen als ‘boom bip’, het LEX-label en PREFUSE 73. Ik mag hopen dat Lukid een flauw afkooksel vormt van die referenties want zijn ongeïnspireerde show riep bij mij persoonlijk allesbehalve de neiging op om me tot kenner om te vormen. Wat sommigen er in zien om langer dan een half uur te staan gapen naar een in zichzelf gekeerde laptop-tovenaar is me een raadsel, maar bon, misschien lag dat aan het feit dat de reeds vernoemde West-Vlaamse brouwsels iets te veel naar meer smaakten…

Niet dat we huiverachtig staan tegenover een portie elektronica, integendeel zelfs! De hoofdact van de avond, The Notwist, slaagde er vanaf de eerste noten in om ons meteen een goed gevoel te geven door de elektronica zodanig te gebruiken dat er niet enkel letterlijk maar vooral figuurlijk “elektriciteit” opgewekt wordt. Tijdens de eerste vier nummers (waaronder beklijvende versies van “Pick up the phone” en “Where in this world”) kregen de gitaren een prominente rol toebedeeld. In de daaropvolgende vier nummers kreeg de elektronica de overhand maar o.a. “Sleep” en een middels een langgerekte outro beëindigd “Neon golden” bewezen dat het creatief aanwenden daarvan wel degelijk tot kippenvel kan leiden. Ook het met dub-invloeden gelardeerde “Pilot” maakte indruk. De reguliere set werd na het stevig gebrachte “Gravity” afgesloten met een adembenemende versie van “The devil,  you + me”.
Uiteraard wilde het publiek meer en na enig aandringen kwam de groep terug voor een bisronde die van start ging met “One night with the freaks” (in een effectief freaky versie). Gul als ze waren, gooiden Markus Acher en de zijnen er nog een heerlijk “Consequence” bovenop. Als passende afsluiter koos men voor “Gone gone gone”.

We zagen na afloop heel veel tevreden (en mooie…maar dat kan alweder aan dat brouwsel gelegen hebben…) gezichten huiswaarts keren, The Notwist had immers volop geput uit de rijke voorraad die vooral hun laatste twee platen (“Neon golden” uit 2002 en “The devil, you + me” uit 2008) opgeleverd hebben. Wie vroeg de zaal verliet, had echter ongelijk want we hebben hier tenslotte met Duitsers te doen. Net als met “die Deutsche FußballnationalMannschaft” ben je nooit klaar met die mannen. Terwijl iedereen dacht dat het afgelopen was, sloegen ze in de extra time nog eens onverwacht hard toe. Ze deden dit gisteren met een broeierige versie van “Good lies”. In tegenstelling tot hun voetballende landgenoten presteerden ze echter sterk over de ganse lijn, er valt dus niet over te twisten dat ze van de eerste tot de laatste minuut constant een hoog niveau haalden. Iets wat van die FußballnationalMannschaft niet altijd gezegd kan worden, me dunkt…

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Een prettige opwindende dansavond op I Love Techno 2008

Geschreven door

I Love Techno is uitgegroeid tot het grootste indoor ‘dance’ festival. Voor de dertiende editie prijkte al weken het bordje ‘sold out’: 35000 dancefanaten, 6 rooms, meer dan 35 DJ’s en 12 uren onvervalst dansplezier! Een ongelofelijke formule die aanslaat, want nog meer dan vroeger bracht dit muziekfestival mensen samen vanuit de verschillende uithoeken van Europa. België, het land bij uitstek van de dance scène, is een graag geziene gastheer van heel wat gediplomeerde en getalenteerde nationale en internationale DJ’s. Kortom, I Love Techno is de technohoogmis bij uitstek!

Hot Chip
De Blue Room, op voorhand aangekondigd als één van de drukst bezochte zalen van deze 13e editie, had af te rekenen met een ietwat valse start. Het Britse Hot Chip, bekend om hun avontuurlijke aanpak in de dance-pop, kon nooit de hoge verwachtingen inlossen na hun indrukwekkende passages op de grote zomerfestivals. Het duo
Taylor/Goddard verdronk in hun eigen enthousiasme waardoor de set een rommelige indruk naliet. Gelukkig konden ze op tijd terugvallen op hun grote hits als “Over & over again”, “One pure thought” en “ Ready for the floor”. Ze lieten voor het dansminnende publiek geen grootse indruk na, maar één troost, ze waren zelf meer onder de indruk!

Felix Kröcher
Eén van de jongste gasten in Gent was Felix Kröcher. Hij is amper 25 jaar maar hij heeft al een hele hoop ervaring opgedaan in de techno scène. Al op zeer jonge leeftijd draaide deze man in zijn thuisland, Duitsland in bekende clubs en party’s als ‘The love parade’. De organisatie bood z’n publiek hardere, pompende beats, vertaald in deze beloftevolle jonge techneut. Een broeierig sfeertje en een totale ontlading voor de fans van de harde techno; een eerste hoogtepunt!

Crookers
Eén van de ontdekkingen is de uitgelaten Italiaanse bende Crookers. Ze zorgden voor een duit in het zakje om Italiaanse jongeren naar Gent te laten trekken. Ze kwamen in de belangstelling met hun eigenwijze remixes van onder meer Robin S en Beastie Boys. Gedurfd breiden ze op opzwepende wijze eigen werk onder ‘Knobbers’ met ‘90’s remixes, house en poprock aan elkaar. Een eerste grote bijval in de Orange Room. Een duidelijke strategie? Nee! Een geweldige party? Ja!

Underworld
Underworld kon en mocht op deze editie niet ontbreken …want vorig jaar stonden zanger Hyde en knoppenfreak Smith ook op de affiche maar moesten ze ternauwernood afhaken door een keelontsteking van Hyde. Ze sloegen bikkelhard terug en sloten hun fans rond middernacht in de armen met hun trancy pompende dancepop. Ondanks de huidige generatie techneut-groupies blijft het duo (btw al 20 jaar bezig!) erg populair. De afgeladen volle Red Room werd een broeierig hete oven. Het publiek onderging de rave van songs als “Crocodile”, “Rez”, Two months off” en “ Born slippy. Een fijn opgebouwd dansfeestje, showspektakel op het podium en een enthousiaste Hyde, die zich volledig liet gaan op de zalvende, groovende beats, wat respect afdwong bij de dansende meute. Wat een helse danstempel voor Underworld’s house-, techno- en elektrobeats!

Boys Noize
De Duitse electro en techno dj Alexander Ridha, gekend van remixes van Tiga, Depeche Mode, Kreeps, …heeft al een paar opmerkelijke eigen dansnummers uit waaronder “Lava lava”, “Oh!oh” en “ Don’t believe the hype”. Het belangrijkste Duitse exportproduct bracht een vernieuwende, frisse wind binnen de scène. Probleemloos zette hij anderhalf uur lang de Blue Room in vuur en vlam. Hij legde er de pees op voor een dosis steengoede beats’n’pieces.

DJ Rush
De bijna veertigjarige Amerikaan Isaiah Major Rush, bekend onder DJ Rush, trok al gauw naar de stad der hippe dance formaties, Berlijn. Momenteel vertoeft hij ergens rond Amsterdam. Hij staat bekend voor een rauwe, krachtige aanpak, wat terug te vinden was in harde uptempo dance/technobeats. Hij is een graag geziene gast op de ‘I Love Techno’- edities en tekende voor een stomende set en slapeloze nacht.

Justice
We waren uitermate benieuwd en gebrand wat het Franse duo ‘Justice’ na hun wervelende passage op Werchter, waar een deel van de versterkers er moesten aan geloven, deze nacht uit z’n elektronica-apparatuur zou schudden; al voor de derde keer stonden ze geprogrammeerd. Het getalenteerde Franse duo liet stevige electrobeats daveren in de compleet gevulde dampende Room. Wat een belangstelling en respons. Hun single paradepaardjes “Never be alone” (onlangs terug uitgebracht onder “ We are your friends”) en “D.A.N.C.E.” waren de hoogtepunten. Opnieuw een Overtuigende set!

De 13e editie van het grootste indoor ‘dance’ festival was opnieuw een voltreffer. Hun ‘gouden’ formule’ is er ééntje van een overtuigende afwisseling van gevestigde waarden met nieuw aanstormend talent te bieden in de vertrouwde omgeving van Flanders Expo. We kijken alvast uit naar volgende editie om de crême van de electro/technoscène bij elkaar te zien.

Organisatie: I Love Techno - Live Nation

Avond van de ontdekkingen op Festival les Inrocks met Friendly Fires en Foals

Geschreven door

Le Festival les Inrocks biedt een pak fijne, beloftevolle bands die de kans gretig nemen zich te profileren binnen enkele grootse steden in Frankrijk (Parijs, Nantes, Toulouse en Lille). Op elke locatie kon je een verscheidenheid van bands zien. Te Lille kon je op 13 november terecht voor The Ting Tings, Cajun Dance Party, Soko, Late of the pier en Black Kids in de l’Aéronef (zie livereview site fr) en op 14 november werden volgende bands geprogrammeerd in Le Splendid: The Wild Beasts, The Virgins, Friendly Fires en Foals.
Elke band gaf het beste van zichzelf, onderstreepte een ‘clubsfeer pur sang’ en kon rekenen op een sterke respons. Tav andere jaren kregen de groepen iets minder speelruimte, een (magere) vijfenveertig minuten …
Dag 2 werd uitgekozen in het oubollige, pittoreske Splendid.

The Wild Beasts is een jonge Britse band die al vier jaar samen zijn en onlangs het debuut ‘Limbo, Panto’ uitbrachten: dromerige, romantische indierock met een vleugje americana. Gevarieerd songmateriaal, dat live een intense spanning had, snedig en krachtiger klonk. Vooral de falset stem van pianist/gitarist Hayden Thorpe viel op, ergens tussen Jeff Buckley , Antony (van The Johnsons) en Rufus Wainwright. De zang van bassist Tom Flemming was rauwer en klonk minder nerveus en vervelend.
Het sympathieke kwartet speelde enkele puike songs, die de meest bizarre songtitels hadden, van een “Vigil for a fuddy duddy “ tot “Brave bulging buyoyant clairvoyant”.

Het Amerikaanse The Virgins uit New York hebben sinds juni hun titelloos debuut uit en plaatsten zich in de schijnwerpers met hun aanstekelijke single “Rich girls”, die live een frisse en groovy wending had meegekregen. Samen met “Private affair” waren dit de twee sterkste songs van het kwintet, die postpunk en indie mengden. De zang was onvast en te bleek. Toch hadden ze een sterke support van een enthousiaste jonge menigte vooraan.

We waren alvast te vinden voor de twee daaropvolgende bands: Friendly Fires en Foals die duidelijk overtuigden met hun frisse, avontuurlijke en boeiende sound. Twee talentvolle bands die op elkaar waren ingespeeld, hun songs een krachtige beat en groove voorzien en ze verrassende wendingen lieten ondergaan.

Als The Klaxons en The Rapture binnenkort godvergeten zijn, is alvast de opvolging verzekerd met geestesgenoot Friendly Fires. Ze passen binnen het plaatje van de ‘new rave’. Ze haalden de dynamiek aan van !!!, gooiden er een pompende beat tegenaan en zweepten de melodieus luchtige songs op door de dubbele percussie. Ze combineerden ‘70’s funk, ‘80’s Talking Heads en de electro van New Order. Een heerlijke set speelden ze, met vrolijk rockende “Jump in the pool” en “In the hospital”, en met groovende songs als “White diamond”, “On board” en “Strobe”. En “Ex lover” tenslotte klonk forser door gierende gitaren. Enkel “Skeleton boy” en de huidige single “Paris” klonken sfeervoller, door de zalvende beats en trance. Kortom, Friendly Fires is ‘hotte’ popdance voor de toekomst.

Het Britse Foals uit Oxford debuteerde in het voorjaar met het frisse, nerveuze en eigenzinnige‘Antidotes’. De band heeft al een ongelofelijke dosis live ervaring opgedaan. Foals nu was Foals niet meer van enkele maanden terug. Wat een energie en explosiviteit. Een hyperkinetische band, een uiterst originele set en een zanger die z’n gitaar pijnigde, heen en weer huppelde op het podium, op de boxen sprong en op de koop toe ronddoolde in het publiek.
De songs klonken heftiger, hadden felle uitbarstingen en bruisten van dynamiek: goochelende melodieën, strakke, hoekige riffs, een portie distortion, diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen, zoals op een ”Olympic airways”, “Cassius”, “Red sock purgie” en “Electric boom”. Het uitgangsbord van de band, hun “Two steps Twice” werd mooi uitgesponnen en vormde de apotheose van de set. Het kwintet is te situeren binnen de ‘80’s van Talking Heads (opnieuw!) en Gang Of Four, het freakende CYHSY en !!!, de postrock van Mogwai, de maths van Battles en de postpunk van Bloc Party en Franz Ferdinand.
Een gesmaakt optreden, een band met potentieel en de gepaste afsluiter voor dit festival van de ontdekkingen.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille ism Aéronef, Lille

Arsenal

Belgische sfeerband bij uitstek: Arsenal

Geschreven door

Het was al van jááren Pukkelpop geleden dat ik Arsenal aan het werk heb kunnen zien, toen ze doorbraken met “Mr Doorman”. Een band met een multi-culturele sound en met potentieel werd toen gezegd, en … wat dus bevestigd werd!
Eerder met klamme handjes, maar met grote verwachtingen keek ik na die periode van zes jaar sterk uit naar het clubconcert van Arsenal in de MaZ. En de nerveuze gedachte werd snel ontkracht door de anderhalf uur durende stomende, zwoele, zuiderse set van het gezelschap, vijf sterke muzikanten (waaronder elektronicatechneut Hendrik Willemyns), John Roan en vaste backing vocaliste Leonie Gysel. Slotsom was een kleurrijke set van strak gespeelde oude en nieuwe exotische songs, van een goed op elkaar afgestemde band, gedragen door de perfecte duo zang/rap van Roan en Gysel.

Ze begonnen met het stevige "Turn me loose", meteen gevolgd door hun nieuw single "Estupendo", die de temperatuur in de zaal deed stijgen. De frisse pop van "Switch", "The Coming" en het prachtige “Lotuk”, titelsong van hun nieuwe CD btw , hielden een mediterraan klimaat aan. "Longee" creëerde een broeierig, dampend sfeertje en bracht Leonie Gysel in een glansrol. De pulserende beats op "Either", "Selvagem" en "Personne ne bouge” (heel leuke Frans liedje) werkten aanstekelijk op de dansspieren en zorgden voor uitbundige reacties. En op die manier bereikten ze hun doel om de zaal op zijn kop te zetten met het meezingbare "Saudade". Het rustige"How Come" beëindigde de set en was welgekomen na die opzwepende, ophitsende songs.
De bis zetten ze in met "Who we are" waarna iedereen kon meezingen en -rappen met "Mr. Doorman". "A Volta" was de kers op de taart op die unieke, zonnige cocktail van de band. Een laaiend enthousiast publiek schreeuwde om meer en de groep kwam voor een derde keer terug en speelde een nog meer stomende versie van “Estupendo”, wat zeker nu in m’n geheugen gegrift staat!

In deze donkere periode van het jaar kon de organisatie van de Cactus Club geen betere band programmeren dan Arsenal om het zomerse gevoel even te doen oplaaien. Een Fijne zet om één van Belgisch beste sfeerbands nu te programmeren!

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Alphabeat

De zorgeloze pop van Alphabeat

Geschreven door

Het Deense bandje Alphabeat teistert al enkele maanden de hitparade met twee aanstekelijke, springerige singles “Fascination” en “10.00 nights”. Dit is ‘feel good, feel happy music’, refererend aan de Scissor Sisters, B 52’s, Wham! en A-Ha…En ook ABBA is te horen, tot in de songtitels toe. Radiovriendelijke, lichtvoetige ‘kitsch’ dans (vrouwen) pop van vijf jongens en een meisje, om lekker weg te dromen en out te freaken. Alphabeat zorgde al voor een massale toeloop in de Château op Pukkelpop en is de popband van het moment, want vele jonge meisjes en jongens vonden de weg naar het Depot, met als gevolg dat het concert al een tijdje uitverkocht was.

Naast de pak elektronica-apparatuur, dubbele percussie, bas en gitaar stond de cd hoes ‘This is Alphabeat’ op een groot doek geplaatst. Elke letter van de titelcd had een ander kleurtje. In het kleurrijke decor huppelden, sprongen en dansten de jongens van het bandje er op los. De bevallige zangeres Stine Bransen had een trendy groen jurkje aan, dartelde sensueel over het podium en zette een paar verleidelijke pasjes op haar hoge hakken. Ze kon vocaal hoog uithalen als een Ana Matronic van The Scissor Sisters of als Madonna in de ‘80’s. Een prominente rol was ook weggelegd voor de hyperkinetische zanger/percussionist Anders SG. Kijk, het zit allemaal mooi verpakt in de formule van dit uitbundig bandje.
Naast de single kleppers tekenden vaardige songs als “Fantastic”, “Go go”, “What’s happening” en “A message” voor vreugdevolle pop, meezingbare refreinen en handjes wuiven. De synthpop van “Hit with a rhythm” en “Touching me, touching you” vormden een lichte variant. En het sfeervolle “Rubber boots” deed ons eeuwig jeugdig tienerhartje sneller bonken.
Hun enthousiasme en positive attitude werd sterk onthaald. Ze vertaalden het in een meer dan overtuigende bis, - “Precination” en “Fascination” -, van pop, dance, disco en beats.

Popmuziek van een bandje die de zorgeloze tienerjaren koesterde. Mag toch? Welverdiende doorbraak

Voor de warming up zorgde Lapaz, een kwintet uit Leuven zelf, met catchy , swingende popsongs. Toegankelijke, hapklare pop met een Elton John, Ben Folds en Cold War Kids pianotune. De heren waren alvast in hun nopjes met hun mooi uitgedoste zwarte kostuums en rode das. Hun melodieuze pop kon net niet voldoende boeien door … iets teveel van hetzelfde! De Beach Boy cover “Get round” namen we er wel graag bij …

Organisatie;:Het Depot, Leuven

Pagina 468 van 498