logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Friendly Fires

Friendly Fires

Geschreven door

Het Britse Friendly Fires debuteert met een melodieus aanstekelijk popdance plaatje. Het trio haalt verschillende invloeden aan als The Klaxons, !!! en LCD Soundsystem , combineert ‘70’s funk, ‘80’s Talking Heads en de electro van New Order. Hun geluid past perfect binnen het concept van de new rave. Het levert hen een luchtig en vrolijk plaatje op: “Jump in the pool”, “In the hospital” en “Paris”. Naast een pompend beatje klinkt het gezelschap wat sfeervoller en laten wat meer trance en zalvende beats doorklinken als op “Strobe”, “Skeleton boy” en “Photobooth”. De dansspieren worden aangesproken op “On board” en “Lovesick”, nummers die onze Stijn het nakijken geven door die groovende funky beat. Dit is een heerlijk afwisselend plaatje in z’n genre.

Outside IV 2008: 10 jaar Brieljant Deinze met Belgian Asociality en Red Zebra

Geschreven door

Kleine festivalletjes, ze zijn zo sympathiek, maar ’t is toch o zo moeilijk om iets uit de grond te stampen en een beetje volk bijeen te krijgen. Bij Brieljant hebben ze nog zo hun best gedaan, maar qua opkomst was het hoegenaamd genen vetten. Jammer, want waar ga je elders nog binnen voor 5  EUR en heb je vier pinten voor 5 EUR (jawel ,Schuer, vier)? Kortom, hier was je binnen en was je bovendien nog eens poepzat voor de prijs waar je in Werchter je parking voor betaalt, voor één dag.

De groepjes waren dan ook nog eens goed op dreef, zoals bijvoorbeeld Fanfaar, een soort Green Day lookalikes met het juiste gevoel voor humor en frisse Nederlandstalige poppunk songs, best wel leuk.

Goeie ouwe Belgian Asociality zijn na al die jaren nog steeds grappig, spelen rechtdoor hardcore en punk en beleven op een podium nog altijd de tijd van hun leven. Vette funpunk om stevige potten bier bij te drinken, wat wij dan ook gedaan hebben.

Red Zebra klinken ook nog best stevig, ook al speelden ze weinig van de gekende ‘oldies’, met uitzondering dan van “The art of conversation” en het onvermijdelijke “Can’t live in a living room”. De Zebras van vandaag hebben een ietwat meer punky sound en minder eighties wave. Vandaar dat ze ook niet gedateerd of belegen klinken en aan hun enthousiasme te zien zullen ze nog wel een tijdje doorgaan.

Organisatie: Brieljant Deinze ism Stadsbestuur, Deinze

The Melvins

Melvins en Co: één grote vriendenclub!

Geschreven door

De openingsavond van het najaarseizoen van de Democrazy werd geopend met de legendarische en onnavolgbare meesters van de oergrunge, The Melvins. Deze cultband uit Seattle, USA, rond zanger/gitarist Buzz Osborne aka King Buzzo en drummer Dale Crover doen inmiddels 25 jaar hun eigen ding. Hun mengeling van alternatieve metal, sludge, punk, noise en grunge was van grote invloed op vele bands die vandaag en in het (recente) verleden het mooie weer maakten: Nirvana, Tool, Mastodon, Eyehategod, Tad, Soundgarden, Crowbar, Clutch, Boris, etc. Toch wisten ze altijd net dat tikje anders uit de hoek te komen dan hun collega's, vooral door hun experimenteerdrang, hun moeilijk te categoriseren muziek en cryptische en humoristische teksten.

Een goed gevulde Vooruit (zo'n 1000 aanwezigen) was getuige van een sterke performance van deze veteranen waarbij de nadruk vooral lag op hun laatste 2 albums, 'Nude with boots' and 'A senile animal.' Hierop staat het 'double drums-concept' centraal: 2 drummers (vast lid Dale Crover en Big Business-drummer Coady Willis) die er aardig op los mepten en zorgsen voor de nodige drive en energie en bovenal een aparte beleving. Jarred Warren (Big Business- zanger en bassist) klonk als de jonge King Buzzo en was gehuld in een matroosoutfit, een leuk zicht. Zanger/gitarist Buzz Osborne was met zijn eigenzinnige kapsel een aparte verschijning en zorgde voor zijn herkenbare vocals en heavy, groovy  riffs. We hoorden vrijwel de gehele 'Nude with boots' plaat passeren met knappe songs als "The kicking machine", "Dog island", "Suicide in progress", "The smiling cobra" en het titelnummer. Van voorganger 'A senile animal' werden o.a.. "The talking horse", "A history of bad men", "The mechanical bride" en "Civilized worm" gespeeld. Tijdens het optreden werd duidelijk dat hun 'classic rock'-roots op de voorgrond stonden en het experiment werd tot een minimum beperkt (behalve enkele noisy soundscapes/intermezzo's). Vooral Black Sabbath, Kiss en Led Zeppelin klonken door.
Minpunt was dat de iets oudere fans weinig herkenbaar spul voorgeschoteld kregen, enkel "Honey bucket", "Joan of Arc" en "Oven" werden gespeeld.

Hiermee bewezen The Melvins nog altijd hun onvoorspelbaarheid en eigen identiteit. Een dynamische en rauwe set. Much respect!!!

Support-act Big Business (tevens ritmesectie van The Melvins) werd live bijgestaan door Melvins-drummer Dale Crover die nu zorgde voor de vette gitaarpartijen en een extra drummer. De songs uit 'Here come the waterworks' en ‘Head for the shallow' bevatten elementen uit stoner rock, sludge en punk en live misten deze knallers hun doel niet. Dit smaakte naar meer!

Opener was Porn (voorheen The Men of Porn) uit San Francisco die een instrumentale set serveerden van noise, metal, stoner rock en sludge. De combinatie van 2 synchroon spelende drummers (waaronder Dale Crover), loodzware riffs en creepy distortion, feedback en effecten werd maar matig ontvangen. Er was ook niet echt sprake van nummers of structuren, het was één lange jampartij van 30 minuten. Enkel voor de die hards en noise freaks onder ons!

Organisatie: Democrazy, Gent

The Stray Cats

Fun, ervaring en enthousiasme

Geschreven door

Reünies, vaak gaan ze gepaard met schaamteloos geldbejag (iemand The Police of The Sex Pistols gezien?) maar al even vaak krijgen we een bende te zien die het stomende bloed van weleer hebben teruggevonden en er terug invliegen als in de prille dagen. The Stay Cats vallen gelukkig in deze tweede categorie, hun enthousiasme op het podium werkte in Brussel zeer aanstekelijk en sloeg over op het publiek die het trio bedankte met een uitgelaten respons. Brian Setzer manifesteerde zich als een briljant gitarist (voor wie daar nog aan twijfelde), maar het waren vooral Slim Jim Phantom en Lee Rocker die zich het meest amuseerden, de eerste al staande knallend op zijn sober drumstelletje en de tweede versmolten met zijn contrabas alsof het een bijzonder schoon vrouwmens was. Van bij de eerste tonen van “Rumble in Brighton” zat het snor en bewees het trio dat ze met heel hun lijf en brein in de rock’n’roll gedrenkt zijn.
Ervaring zat, alsook talent, maar ook overtuiging, fun en energie,dat maakt dat The Stray Cats anno 2008 nog steeds voor een vettig potje rockabilly kunnen zorgen. En zoals het een goede reünie betaamt, werden er geen nieuwe dingen uitgeprobeerd maar werden gewoon de oude classics uit de kast gehaald en gespeeld met een enthousiasme van “hop, stop maar een staaf dynamiet in ons hol en steek die lont aan”. In bijna twee uren passeerden gloeiende stampers als “Runaway boys”, “Gene and Eddie”, “Rock this town”, “Stray cat strut” en een sterk en fel “Fishnet Stockings”.
Twee uur compromisloze rockabilly en rock’n’roll, meer moet dat niet zijn. Des te jammer dat het nu wel de allerlaatste Stray Cats tournee was, het ding heet dan ook ‘The Farewell tour’. De heren vonden het zelf ook een beetje spijtig, want de gemeende en uitbundige reactie van een uiterst dankbaar publiek deed hen toch duidelijk iets. Dank u wel, Stray Cats!

Organisatie: Live Nation

3Tri State Corner

Ela Na This

Geschreven door

Whoehaa, Bouzouki Metal! Dat was de eerste gedachte die in me opkwam toen ik begon aan alweer een nieuwe muziekervaring. Want 3tri State Corner heeft met ‘Ela Na This’ een album afgeleverd vol moderne, toegankelijke Metal doorsprenkt met bouzoukisolo’s. Mij hoor je alleszins niet klagen. Ik ben namelijk dol op zo’n muzikale avontuurtjes!
Na sterke opener “Back Home” en een bouzoukiloos “My Saviour” komen we bij het titelnummer en tevens één van de hoogtepunten van de plaat. Nadeel aan dit nummer is het hoge Eurosongfestival gehalte. Nummers als “Out Of Sight” en “Welcome To My Paradise” bewijzen dat 3tri State Corner het niet nodig vond om de bouzouki in elk nummer te laten meespelen. Jammer, want de nummers met bouzouki maken dit album juist zo speciaal. Anders zou het een gewoon inwisselbaar Metalalbum geworden zijn dat verder geen aandacht verdient.
Het valt me wel op dat de drums wel erg simpel zijn, terwijl de gitaarriffs blijk geven van wat meer ervaring. De zang kan er nog mee door, maar gaat snel vervelen. Dit album is leuk als achtergrondmuziek, maar het zijn alleen maar de bouzoukisolo’s die het geheel de moeite waard maken.

Burning Brides

Anhedonia

Geschreven door

Burning Brides is een powertrio onder zanger/gitarist Dimitri Coats uit Philadelphia. Ze vielen al op als support van Monster Magnet en QOSA. Ze putten uit deze bands om hun retro/stonerrock elan te geven . Hun EP’s en het debuut ‘Fall of the plastic empire’ (’01) refereerde nauw aan het eerste werk van QOSA en (Slain By)Yatsura.
Ze zijn zo’n tien jaar bezig nu en de nieuwe plaat breidt een mooi vervolg op ‘Leave no ashes’ van 2005. Het vorig jaar verschenen ‘Hang love’ ontsnapte aan onze aandacht.
’Anhedonia’ is een strakke, compacte plaat waarop ze eens sterk kunnen uithalen met “Lovesick”, “Summer leaves” en “If one of us goes further”; of intrigeren met een broeierige opbouw en slepende ritmes op “Hurry up”, “Comfortably dumb”, “This is a wave” en “Fire escape”. Simpelweg schitterend! De bredere opzet heeft ook z’n minpunten met doordeweeks materiaal; luister maar naar “Flesh & bone” en “Heavy rocks”.
’Anhedonia’ klinkt minder vettig en zompig dan hun ouder materiaal, maar doet geen afbreuk aan hun muzikaal uitgangspunt van ‘90’s retro/stonerrock, die bands als QOSA, Mark Lanegan Band en z’n oude Screaming Trees hoog in het vaandel houden.

Stereo MC’s

Double Bubble

Geschreven door

Stereo MC’s sloegen in de jaren ‘90 de brug tussen pop, elektronica, mellow hiphop en funk. Een aanstekelijke, dansbare sound creëerden ze met songs als “Bring it on”, “Connected, “Step it up” en “Deep, down & dirty”.
Sinds hun terugkeer in 2001 behouden ze ten dele de frisse, bruisende sound. Er is steeds sprake van enkele swingende nummers, maar al gauw klinkt de band oud vertrouwd, goed verteerbaar en verrassen ze niet meer; wat hen een beetje ‘old school’ maakt. De vorige cd ‘Paradise’ was er al een mooi voorbeeld van en ook de opvolger ‘Double Bubble’ tapt uit hetzelfde vaatje.
De band rond Rob Birch/Nick Hallam boeit met nummers ‘Get on it’, ‘The here & now’, “Karaoke” en “Show your light” , en verbaast met het ingetogen, sfeervolle “Coming home”, bepaald door akoestische gitaar en gedragen door de innemende stem van Birch. De rest van de cd is best aardig maar is op herhaling gebaseerd. Half trouble met ‘double bubble’!

G. Love & Special Sauce

Superhero Brother

Geschreven door

G Love & Special Sauce is gecentraliseerd rond de muzikale duizendpoot Garrett Dutton. In ’94 verbaasde hij met z’n ‘laidback’hiphopblues, die aanstekelijke ritmes en fijne grooves bevatte, onder z’n neuzelende zegzang.
In hun vijftienjarige carrière bracht hij platen uit met hetzelfde recept, pittig popgekruid, en waarvan het resultaat geslaagd én minder geslaagd was. Intussen ontpopte G Love zich ook als een getalenteerd schrijver, acteur en producer.
G Love zit nu op het label van de beloftevolle artiest Jack Johnson en hij tekent met ‘Superhero Brother” al de tiende cd.
Een gevarieerd plaatje van twaalf songs werd het: doordenkt van de blues zijn “Wiggle worm”, “Grandmother” en de titelsong, die tuimelen in het muzikale verleden van G Love. “Who’s got the weed” geeft de inspiratie aan en verbergt z’n liefde aan cannabis niet.
We horen een forsere, krachtige groove op “Communication”, “Peace, love and happiness”, “City livin’”, “Wontcha coming home” en “What we need”. En tenslotte klinken “Soft & sweet”, “Crumble” innemend en sfeervoller. Gitaar, piano, toetsen en mondharmonica blijven bepalend binnen de sound.
’Superhero Brother’ lijkt wel de terechte opvolger van de eerste platen ‘G Love’ en ‘Coast to Coast Motel’. Eindelijk!

Crammerock 2008: zaterdag 6 september 2008

Geschreven door

De organisatoren van Crammerock treden jaar na jaar meer op het voorplan en bieden een mooie afwisseling van internationale bands, een keur aan Belgische Vaandeldragers en ambiancemakers. Dit jaar waren er op vrijdag o.a. De Mens, Arid, Triggerfinger en The Human League en op zaterdag presenteerden ze het neusje van de zalm met Janez Detd., Gorki, The Scene, Zornik en Pennywise.
De organisatie bood een unieke formule: de rockbands in één grote lange tent, aan iedere kant een podium, wat resulteerde in afwisselend onafgebroken optredens, en een aparte clubtent waar de clubDJ’s en jong dansminnend gepeupel zich kon uitleven.
Deze verslaggever was op post op zaterdag met de grote tent als mijn domein.

Ter plaatse zagen we eerst de Black Box Revelation. Eerder zagen we het duo al overtuigen in het voorprogramma van dEUS in de MaZ te Brugge en op de Mainstage te Werchter. Ze zijn de festivalopener bij uitstek. Opnieuw verveelden ze geen seconde met hun fel klinkende rauwe rock’n’roll. De drummer mepte er op los, alsof zijn leven er van af hing en de gitarist speelde wel op twee gitaren tegelijkertijd. Een steengoed, veelbelovend duo!

Na vijf minuten aan de andere kant, de 5 in zwart gehulde mannen van Headphone. Ze speelden een meer uitgesponnen rustige, sfeervolle set. Hoogtepunten: “Ghostwriter” en PJ Harvey’s “Down by the water”. Ze sloten af met een beklijvende ”Moneylender”. Als ze dit niveau aanhouden, staat hen een erg mooie toekomst te wachten.

Daarna was het de beurt aan de pretpunkband Janez Detd. Ook zij ontgoochelden niet. Een uurtje muziek- en dansplezier, refreinmeezingers en zwetende lichamen; dik ambiance van een band met een bedreven ingesteldheid en een frontman die het publiek perfect bespeelde. Stagediven en crowdsurfen werd alom gedaan, wat de waarheidsgetrouwe woorden van zanger Nikolas ontlokte: “In de Schuur zijn tent zou dit niet mogen”! Nikolas en de zijnen blijven top in dit genre in België.

Tim Vanhamel (Millionaire frontman) kreeg de moeilijke taak om op het andere podium een vervolg aan het muziekfeest te breien. En dat lukte maar matig. Een lauwe belangstelling en verkeerd gekozen tussenteksten konden de tent weinig bekoren. Zelfs met wilder en harder te spelen kregen de muzikanten het publiek niet op hun hand. Duidelijk was dat ze nog te weinig bekende nummers hadden bij de toeschouwers. Het ga je goed Tom en Co.

Op Gorki, onder leiding van frontbeest Luk De Vos, zit er nog steeds geen sleet. Voor de gelegenheid had Luc zich een hanenkam laten scheren, wat op gejuich werd onthaald. Ze brachten een soort ‘Best of’ ten berde. Gevolg: een feestje van jewelste. “Joeri”, “Anja”, “Lieve kleine Pirana” en nog vele andere werden uit volle borst meegezongen. Het was de eerste (maar nog niet de laatste keer) dat de tent werkelijk op z’n kop stond. Met daarbij nog de grappige intermezzo’s van Dhr. De Vos was dit toch één van de hoogtepunten van Crammerock. Orgelpunt van het optreden was een beklijvende versie van het afsluitende “Mia”. Nee, deze groep vertoont nog geen ouderdomskwalen.

The Scene was altijd al één van mijn favoriete Nederlanders geweest. De groep, onder zanger/gitarist The Lau en de lieve bassiste Emilie Blom-Van Assendelft, speelde een gedreven setje met hun alom bekende meezingers. Wat in het begin maar op een matige belangstelling kon rekenen (niet meer bekend bij het overwegend jonge publiek?), groeide uit tot een groots concert met als afsluiter “Iedereen is van de wereld”, die minutenlang werd meegezongen. The Lau voelde het aan alsof hij in de Piramide Tent stond te Werchter. Wat toch genoeg zei, hoe het er daar in Stekene aan toe ging.

In een ander muzikaal hokje was er het Britse Kosheen. Hun op drum’n’bass gedrenkte nummers en passende gitaren, toverden de rocktent in één grote dansvloer om. De in zwart gehulde frontvrouw was een echte publieksmenner en kreeg moeiteloos de handen op elkaar. Er werd stevig gedanst. Het optreden ging naar een climax met nummers als “Hungry”, “Suicide”, “Hide U” en het uit volle borst meegezongen “Catch”. Ze ontgoochelden niet en hielden zich prima staande tussen al het rockgeweld.

Hoofdact van de avond was Pennywise. Ze stonden op scherp en speelden een verpletterend motchafxx goed optreden. De majestueuze gitarist (minstens 120kg!) gaf de toon aan. Een uurtje keiharde ambiance! En we hebben het geweten, want er werd zelf op de palen van de tent gekropen en naar beneden gedoken.
“Fuck authority” en “Bro-hymm” waren natuurlijk de hoogtepunten maar ook hun cover van de Ramones “Biltzkrieg Bop” en Nirvana’s “Territorial Pissings” werden ferm gesmaakt. De fans waren uitgeput! Dit concertje had hen veel energie gekost …

Zornik mocht de avond besluiten. De technische problemen aan de PA (tot twee keer toe geluid en licht weg!) brak telkens de goed opgebouwde nummers, wardoor Koen Buyse zelf geïrriteerd raakte en iedereen uitnodigde om in de backstage de kwakkelende technieker van antwoord te dienen. Goede nummers zoals “Scare of yourself”, “Hey girl” en “Goodbye” verloren aan kracht door deze mankementen. Een tegenvaller.
Muzikaal deed deze band teveel hun best om een tweede Muse te zijn. Volgende keer beter?

Ondergetekende was een tevreden man op Crammerock 2008: een uniek concept met twee podia in één tent, die het kruim van de Belgische rock op deze podia kreeg, aangevuld met een gevarieerd aanbod van internationale (ambiance) publiekstrekkers en dé danssensaties van het moment. In Stekene kregen ze het voor elkaar voor een zeer democratische prijs. Een dikke pluim op de hoed van Crammerock. Het eerste weekend van september is in met rood aangestipt in mijn festivalagenda.

Organisatie: Crammerock, Stekene

Conor Oberst

Een nieuwe Green On Red is geboren onder Conor Oberst

Geschreven door

De jonge Dylanesque singer/songschrijver Conor Oberst stond met z’n muzikaal project Bright Eyes en de plaat ‘Casadaga’ van vorig jaar op het punt definitief door te breken. Maar dit muzikaal talent liet het voor wat het was en bracht onlangs een eerste plaat uit onder z’n eigen naam; hij nam ze op met enkele vrienden onder The Mystic Valley Band. We hebben te maken met ‘70’s retrorock en americana/countrypop in de beste traditie van Green On Red, het oude Wilco, Will Johnson (South San Gabriel/Centro-Matic) en Bob Dylan natuurlijk. Het zijn emotievolle, dromerige ‘on the road’/kampvuursongs, waarin het gitaarspel en de Hammond toetsen een prominente rol krijgen. Fris, zwierig, meeslepend, ingetogen en sober!

Anderhalf uur liet Oberst de bijna uitverkochte Orangerie proeven van het nieuw gevarieerd materiaal, waarbij de Bright Eyes songs werden geweerd. Als dirigent van de band liet hij ruimte voor z’n vrienden om af en toe een eigen ‘rarity’ nummer of een cover te zingen.Maar deze songs, “Central city”, “I gotta reason pt 2” en “Sundown” lagen mijlenver van Oberst’s beklijvende emotionaliteit en intensiteit.
In een folky ontmoeting serveerde een gretig spelende Oberst gejaagd de snedig rockende “Moab”, “Sausalito” en “Get well cards”. Hij wisselde de uitgebalanceerde retrojuweeltjes af met sfeervoller en intiemer - in melancholie gedrenkt – werk als de huiveringwekkende “Milk thistle” en “Lenders in the temple”, die net als “Eagle on a pole”, en “Cape canaveral” een sobere begeleiding hadden, gedragen door Oberst schelle (praat)zang; soms spuugde hij letterlijk z’n woorden uit! De broeierig poppy songs “Danny Callaghan”, I gotta reason pt 1”, “ Souled out” en het kort krachtige “NYC” vulden mooi aan. Eenvoudigweg subliem wat er daar op het podium gebeurde.
Oberst en de zijnen apprecieerden de sterke respons, wat een uitgebreide bis opleverde, waaronder Harry Nillson’s “Everybody’s talking” en Dylans bluesy “Corina Corina”. Een stomend, uptempo rocker “I don’t want to die in a hospital” en het ingetogen, dreigende “Brezzy” besloten definitief een prachtig, in te lijsten concert, die de zondige uitstapjes van z’n begeleidingsband zalfden.

Het uit Leeds afkomstige trio Sky Larkin onderscheidde zich met hun dynamisch slepende indierock; in de zang van Katie Harkin hoorden we restantjes Breeders/Magnapop. Voor wie hen miste , is er in november afspraak met het beloftevolle Los Campesinos uit Wales.Te noteren!

Organisatie: Botanique, Brussel

Conor Oberst

Conor Oberst

Geschreven door

Een talentrijk songwriter is Conor Oberst uit Nebraska. De man is al van z’n vijftiende bezig en heeft een paar sterke platen onder het pseudoniem Bright Eyes weten uit te brengen. Met de laatste cd ‘Casadaga’ bereikte hij een breder publiek en stond hij op het punt door te breken. Maar hij nam samen met enkele vrienden onder The Mystic Valley Band een ‘on the road/kampvuur’ plaat op van emotievolle, dromerige ‘70’s retrorock, americana/countrypop. De Hammond toetsen en Oberst’s gitaarspel nemen een prominente rol in op deze titelloze plaat, wat refereert aan het oude Green On Red (met Chris Cacavas), het oude Wilco en het songwriterschap van een Dylan en Will Johnson (South San Gabriel/Centro-Matic).
Een gevarieerd plaatje dat fris, zwierig, meespelend ingetogen en sober klinkt, én waarbij Oberst de andere groepsleden de kans biedt in de spotlights te staan. “Sausolito”, “Get-well-cards”, “Lenders in the temple”, “Danny Callaghan”, “Moab” en “Souled out” zijn het toonbeeld van deze overtuigende plaat; met “I don’t want to die in a hospital” kan Oberst een grootse hit op zak hebben, wat hem gegund zou zijn. Volgend project graag!

The Legacy

Beyond Hurt, Beyond Hell

Geschreven door

The Legacy is een Brits gezelschap wiens doel het is snelle, intense harcore te maken met een wat melodie en passie er doorheen. Na de goed onthaalde mini-cd ‘Solitude’ is het tijd voor een volwaardig album, getiteld ‘Beyond Hurt, Beyond Hell’.
’Beyond Hurt, Beyond Hell’ start met “Alpha”, een soort van melodische intro. Maar na melodie volgt agressie, moet men gedacht hebben. Want “Ill Fated” is werkelijk topvoer voor een moshpit.
Na enkele wat langere nummers wordt het me duidelijk dat The Legacy meer in huis heeft dan gewoon agressie en bruutheid. In de nummers is er duidelijk plaats voor melodie en een dramatische sfeer waar je nou niet direct vrolijk van wordt.
Kijk, ik ben geen liefhebber van hardcore, maar met dit soort muziek heb ik geen problemen.
Hier zit duidelijk wat diepgang in de nummers, er is over nagedacht. Er is ook voor voldoende afwisseling gezorgd. Waar het ene nummer wat meer de nadruk legt op agressie, legt het ander meer de nadruk op melodie en sfeer. Soms zijn er zelf enkele momenten die doen denken aan het laatste werk van Primordial. Vooral het nummer “Ashes To Ashes” geeft die trieste dramatiek goed weer. Net als deze plaat ingeleid werd met “Alpha”, wordt ze logischer wijs afgesloten met “Omega”.
Hier vallen niet veel woorden meer aan vuil te maken. Met ‘Beyond Hurt, Beyond Hell’ heeft The Legacy prima werk geleverd waarmee ze ongetwijfeld veel nieuwe zieltjes zullen winnen.

Cry For Silence

The Glorious Dead

Geschreven door

Met ‘The Glorious Dead’ levert het Britse Cry For Silence zijn langverwachte debuut. Want na twee EP’s kreeg de band de nodige aandacht en interesse van muziekliefhebbers.
What the fuck? Dat was de eerste gedachte die bij me opkwam toen ik “Nightmare”, het eerste nummer beluisterde. Adam Pettit schreeuwt namelijk zijn longen uit elkaar tijdens de verse van dit nummer. Maar dan komt het plotseling heel melodisch en krijgen we zelf een soort van dramatisch refrein. Zoveel variatie, en dit in slechts één nummer. Dit kon wel eens een heel interessante plaat gaan worden…
Cry For Silence lijkt voortdurend over te stappen van brute hardcore naar melodische Heavy Metal met harmonic lead passages die de muziek toch iets extra’s meegeven. Het thema van oorlog en conflicten keert voortdurend terug op dit album, vooral in nummers als titeltrack “The Glorious Dead”, wat een prachtig nummer is vol epische passages, agressie en veel melodische solo’s. De lead guitar op dit album doet me soms zelf denken aan groepen als Iced Earth.
Ik zal hier niet elk nummer apart beginnen te bespreken, daarvoor is dit album te complex.
Cry For Silence heeft met ‘The Glorious Dead’ een prima debuutalbum afgeleverd dat zo afwisselend is dat zowel hardorefans als fans van melodische Metal hier aan hun trekken zullen komen.
Doe zo verder Cry For Silence!

Lonely Drifter Karen

Grass is singing

Geschreven door

’Grass is singing’ is een tof plaatje om een ‘hard working day’ te beëindigen. De sfeervolle, dromerige semi-akoestische songs van deze Oostenrijkse Tanja Frinta geven een frisse, vrolijke, relaxte indruk. Haar inspiratie haalt ze als ze aan de afwas begint of gaan fietsen is. Na talrijke Europese omzwervingen streek deze beloftevolle singer/songschrijfster neer te Barcelona, en vormde daar een band met pianist Marc Meloa Sobrevias en drummer Giorgio Menossi..
Haar romantische pop is gedrenkt in ‘50’s vaudeville, musical en cabaret; luister maar naar “This world is crazy”, “Salvation” en “The angels sigh”, waarop Balkan te horen is. Ze houdt het sober en intiem op “Casablanca” en “Giselle”. Ze fietst letterlijk naar een droomwereld (met talrijke tierlantijntjes en fluitjes) op “Climb” en “Professor Dragon” en tenslotte scoort ze met “Passengers of the night” de grootste hitpotentie. Lichtvoetig, vrolijk en ontspannend plaatje.

Don Caballero

Punkgasm

Geschreven door

Het Amerikaanse Don Cabellero is al van ‘93 bezig, maar onderging een ‘tabula rasa’ na 2000, waarbij enkel de virtuoze drummer Damon Che overbleef; hij hield de touwtjes in handen. De andere spil, gitarist Ian Williams, maakt momenteel het mooie weer bij Battles.
De groep klonk toen innoverend met hun ‘mathrock’, gegroeid uit bands als Slint, van hoekige, complexe of aanstekelijke, groovende en subtiel in elkaar gestoken ritmes; de goed op elkaar ingespeelde band bracht instrumentale songs, die diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen ondergingen.
Don Caballero kronkelde tussen een Jane’s Addiction, Barkmarket, Tool, Porno for Pyros, Battles en oudjes The Fall en PIL.
De groep heeft onder de vernieuwde bezetting een tweede cd uit, ‘Punkgasm’ die regelmatig refereert aan het oude werk, (waaronder de sterke opener “Loudest shop vac in the world” die overgaat in “The irrespective dick area”, “Bulk eye”, “Pour you into the rug” en “Who’s a puppy cat”).
Er is sprake van een rustiger en meer licht verteerbaar geluid, waarbij de songs hun rauwe toon en donkere inslag behouden binnen een postrock landschap (“Slaughbaughs’ ought not own dog data”, “Awe man that’s jive skip” en “Why is the couch always wet?”).
Op een paar songs werkt Don Caballero zelfs met stemmen: “Celestial dusty groove”, “Dirty looks” en de titelsong, wat een half geslaagd resultaat oplevert.
De groep onderscheidt zich nog steeds in z’n instrumentale avantgarde sound, maar klinkt braver. En … ze zijn nog steeds geniaal in het vinden van songtitels.

The Faint

De ADHD van The Faint

Geschreven door

Een betere start van de najaarsprogrammering kon de Botanique zich niet voorstellen met de electrorock van het Amerikaanse kwintet The Faint uit Nebraska. Ze zijn al van ‘95 actief en bewegen zich binnen de electronic body wave, postpunk en punkfunk.. Hun sound klinkt rauw, dansbaar, energiek en opzwepend.

Live hoorden we lekker vettige, ronkende en gierende gitaren, een diepe bas, dreunende synthi en aanstekelijke, springerige en hoekige ritmes. We zagen een weirdo hyperkinetische zanger (Todd Fink) in doktersjas en oude vliegeniersbril die heen en weer hotste op het kleine podium. In een arty punky attitude gingen ze als bezetenen tekeer , deden hun instrumenten afzien en haalden muzikale beelden aan van Devo, John Fox, Radio 4 en Hot Hot Heat.
In een hels tempo speelden ze een spannende set van ruim vijftien songs, die vervaarlijk op elkaar geleken. Ze grossierden in hun oeuvre van vijf platen; ze trokken het feestje op gang met de snedige “Agenda suicide” en Dropkick the punks”. De aandacht behielden ze met overtuigende versies van “Take me to the hospital”, Worked up so sexual” en “Posed to death”. Een ‘Best of’ keuze, die de party in de Rotonde maar feestelijker kon maken. De sterke songs van de nieuwe cd ‘Fasciination’ zaten vooral in het tweede deel van de set: “Get seduced”, “I treat you wrong”, “Machine in the ghost” en “Mirror error”.
Het publiek kon uitzinnig beginnen dansen op het bruisende, groovende en pompende “Paranoiattack” en “I disappear”; in de bis was er het bekende “Glass danse” (uit ‘danse macabre’)  en de huidige single “The geeks were right”.

Kortom, we hoorden een in overdrive zwierig The Faint, die het débâcle op Dour, zo’n drie jaar terug, volledig had goedgemaakt.

Onze Franstalige Brusselse vrienden Cafeneon stelden hun debuutplaat voor en verbaasden al op ‘Les nuits bota’ samen met Tunng.: ze halen de mosterd uit de electro/wave van Joy Division/The Cure, Clashdub , psychedelica (Stereolab) en de ‘wahwah/ shoegaze’ van My Bloody Valentine en Swervedriver, onder de meerstemmige rauwe zang van Rudolphe Coster en de zweverige ‘ Birkin’ zang van Catherine Brevers. De groep bewees (nog maar eens) heel wat in petto te hebben met hun goed opgebouwd, broeierig materiaal; het rommelig tikkeltje namen we er maar al te gaarne bij! Band met potentieel, die gaat voor z’n publiek! Goed gedaan!

Organisatie: Botanique, Brussel

Mogwai

De filmische melancholie en uitspattingen van het Schotse Mogwai

Was het Belgische weertje in de zomer (alweer) niet te vet, het avondje superieure postrock van Motek en Mogwai in combinatie met de charmante locatie in het Openluchttheater Rivierenhof te Deurne was de perfecte afsluiter van een zomervakantie.

Het Vlaamse Motek opende de avond met “Combi Collina” uit hun nieuwe ‘Port Sunshine’ album. Al vlug werd het duidelijk waar Motek voor stond: dromerige, zwevende en rustige nummers nu en dan afgewisseld met turbulerende gitaaruitbarstingen, pittig gekruid met feedback, delay en stereosounds.
We hoorden dat Motek een audio-visuele groep kan zijn. Wel deze keer was hun set van voornamelijk nieuwe songs, sterk genoeg om het publiek te vervoeren zonder de visuele steun. Alles telde om het publiek te doen dromen en ze namen er hun tijd voor: “Risist”, “Epoxy”, “Another seamans song
“, “Tryer” en “Immer Blei” volgden.
Rustige, opbouwende lange nummer, intensiteit creëren om dan later uit te spatten, of net weer niet. Motek’s zoektocht tijdens de set om emoties om te zetten in muziek was positief. Als afsluiter brachten ze uit hun vorige plaat het weemoedige, sentimentele “I am your son”.
De atmosferische vibe die Motek bracht, werd geaccentueerd door de locatie in open lucht, waar het publiek omringd was door de bomen van het park Rivierenhof en de zitplaatsen van het
Colosseum-achtige Openluchttheater. Indrukwekkend rustgevend. Iedereen tevreden … en opgewarmd voor Mogwai.

Na 13 jaar is en blijft Mogwai één van de boegbeelden van het postrock genre. Van Mogwai krijgen we nooit genoeg; hun laatste optreden dateert al van het Cactusfestival vorig jaar … Een kanjer van een setlist (14 (lange) nummers) nam ons mee doorheen de eenvoudige, maar toch verfijnde denkwereld van het Schotse vijftal.
Uit het binnenkort te verschijnen ‘Hawk is Howling’ trokken ze met “The Precipice” het anderhalf uur durend gitarengordijn (3 gitaren, bas en drum) open; wij werden spontaan uitgenodigd om mee te zweven. Reden voor velen om de zitplaats te ruilen voor een staanplaats om zo dicht mogelijk de postrock pioneers te bewonderen; dan pas werd het duidelijk dat het concert uitverkocht was. Een terecht nokvol Openluchttheater!

Per nummer veranderde er wel iets aan de bezetting: de gitaar werd ingeruild voor keyboard of omgekeerd en gitarist en bassist ruilden af en toe van plaats. Een kwestie om de klankkleur zoveel mogelijk schakeringen te geven, vermoeden we. Drum en bas zorgden voor een constante “steady beat” die als maagdelijke witte canvas diende, waardoor gitaren en keyboard doorspekt met effecten rijkelijk over de ritmesectie heen schilderden.
Na een goeie tien minuten in de set liep het even fout met de gitarist die plots zijn klank kwijt was. De gitaarroadie rende een halve marathon om alle kabels en verbindingen te checken, maar het probleem kon echter maar verholpen worden bij aanvang van het volgende nummer. Bij vele bands zou zulk een voorval een nummer ten gronde kunnen brengen, maar niet bij Mogwai. Het nummer bleef overeind door een perfecte volume afregeling; een pluim voor de roadie en de PA man trouwens, perfecte volumeafregeling.
Vijf nummers uit het nieuwe ‘Hawk is Howling’ verspreidden ze over de set (“The Precipice”, “Scotland’s Shame”, “I’m Jim Morrisson”, “Batcat” en “Space Expert”), afgewisseld met nummers uit het vroegere repertoire: “Friend of the night” en “We are no here” uit ‘Mr Beast’ van 2006, en oud werk, waaronder “Like Harod”, “Cody”, “2 Rights Make One Wrong” en “Helicon”. Trouwens, ze besloten met een magnifiek uitgesponnen “We’re No Here”, overstelpt van feedbackgeraas, noise, delays en andere effecten.

Mooie set dus van filmische melancholie, ergens tussen ingehouden emoties en oncontroleerbare uitspattingen en soms monotoon repetitief. Niet echt iets nieuws, tenzij dat er af en toe met cleane brave stem werd gezongen.
Mogwai zocht naar sfeerschepping en verwezenlijkte het als geen ander. De nieuwe nummers zijn een stuk rustiger dan de zwaardere oudere, die soms apocalyptische uitspattingen bevatten. Maar de naadloze overgangen tussen oud en nieuw zorgde voor een boeiend Mogwai avontuur! … Een geslaagd postrock zomeravondje.

Organisatie: OLT, Deurne ism Arenberg, Antwerpen

Soul Designer

Evolutionism

Geschreven door

Charleroi resident DJ, technomuzikant en producer Fabrice Lig komt aandraven met een fijne plaat. Op ‘Evolutionism’ horen we een gevarieerd aanbod binnen deze stijl, van trancy elektronica soundscapes tot meer techno met een funky randje.
Hij kreeg de hulp van de Japanse geluidstovenaar Ken Ishii, wat de plaat in z’n totaliteit zeker ten goede komt, want de diverse avontuurlijke geluidsexperimentjes en de dansbare grooves zorgden voor een aanstekelijk plaatje. “Children of Galapagos”, “DDNA”, “Australian P-Tek Funk”, “The power of the city” (met zangeres Cleo), en Herbie Hancock’s “Rockit” mogen voor het uitstalraam van deze knoppenfreak geplaatst worden!

Info op http://www.fabricelig.com en http://www.third-ear.net

Moony

Holy clowns in a post-carnival town (EP)

Geschreven door

Er zijn van die bands die het op dezelfde achternaam houden; na The Datsuns en The Ramones zijn er de vier Moony’s. Het kwartet met roots uit West en Oost-Vlaanderen tappen muzikaal uit een totaal ander vaatje. Ze spelen broeierige, dromerige gitaarpop en halen de mosterd uit singer/songwriting, ‘70’s retro, americana en psychedelica. Elementjes Young en PinkFfloyd horen we, maar ook bands als Tragically Hip en The Jayhawks zijn hier op hun plaats.
Veelzeggende, beeldrijke songtitels en talentrijk songschrijverschap geven aan dat er over de nummers is nagedacht: subtiel uitgewerkt, een goede opbouw en herfstig, melancholisch. De Hammond partijen en het gitaargetokkel nemen een prominente rol in en sturen ons naar een mistig muzikaal decor, zoals “Misty trip” en “The paradise project”. “The All-Time High” is een beestige rocker, die ons wakker schudt. Vocaal is er voldoende afwisseling in de stem van Bram, die op het intieme “Where have you been” ongelofelijk sterk is. Puik EP’tje van deze mannen.

Info op http://www.moony.be

Eisbrecher

Sünde

Geschreven door

Oké, welke grapjas heeft er mij dit gelapt? Toen ik deze cd liet afspelen met Windows Media Player bleken er in plaats van 13 nummers 91 op te staan, met een wel héél korte speelduur. Maar toen ik verder ben beginnen denken, zag ik in dat dit was om het illegaal downloaden tegen te gaan.
Want de reden dat sommige cd’s al weken voor de releasedate op het net staan  kun je vinden bij sommige reviewers, maar van een volledig ander soort dan ik dan. Maar goed, laten we even een kijkje gaan nemen naar de muziek.
Het ijs wordt veelbelovend gebroken(heb je hem, Eisbrecher?) met “Kann Denn Liebe Sünde Sein”, de eerste single van het album. Onmiddellijk werd mij duidelijk dat we hier te maken hebben met een soort kloon van Rammstein. Nou ja, een kloon is het nu ook niet. Maar de muziek vertoont toch veel kenmerken die me doen denken aan Rammstein. Duitstalige, zwaardere zang en een kruising van elektronische geluidjes en bruut gitaargeweld.
Na het middelmatige “Alkohol” komt “Komm Süsser Tod”, een donkere song met hoog meezinggehalte.
Dit nummer doet wat denken aan de vroegere dagen van Rammstein, toen ze nog echte Industrial Metal maakten. Bij “Heilig” worden de gitaren wat meer naar de achtergrond verschoven, waardoor het wat toegankelijker wordt. “Verdammt Sind” is een raar stukje elektronica dat moet dienen als intro voor “Die Durch Die Hölle Gehen”, een lekker nummer dat begint met bruut gitaargeweld. Zo hebben we het graag!
”Herzdieb” doet het wat kalmer aan, dat mag ook wel eens. “1000 Flammen” begint met een riff die me verdomd veel doet denken aan “Of Wolf And Man” van Metallica. Ik durf dit gerust één van de beste dreigende nummers van de plaat  noemen. “This Is Deutsch” neigt wat naar het belachelijke, toch zeker qua lyrics, “Wir Sind Deutsche Robotter?”
In tegenstelling tot Rammstein heeft Eisbrecher ook veel aandacht voor het Electronic/Dance publiek. Na het wat onopvallende, maar niet onaardige “Zu Sterben” en “Mehr Licht” komen we aan bij “Kuss”, het laatste nummer van het album(als je de Remix van “This Is Deutsch” buiten bespreking laat). “Kuss” is een saai instrumentaaltje waar de gitaren niet mogen meedoen. Wat mij betreft mocht ‘Sünde’ gerust geëindigd zijn met “Mehr Licht”.
Al bij al zijn de heren van Eisbrecher er in geslaagd mij ongeveer 55 minuten te boeien met hun Electronic Trip Rock. Voor liefhebbers van Rammstein is dit zeker een aanrader, of gewoon voor mensen die eens iets nieuws willen proberen. Want daar gaat het toch om in ons korte mensenleven?

Judas Priest

Nostradamus

Geschreven door

Maar liefst drie jaar heeft Judas Priest zitten broeden op hun nieuwe album, een conceptalbum rond Nostradamus. En door deze dubbelaar is Judas Priest erg in mijn achting gestegen. Want ze hebben bewezen dat ze ook nog iets anders kunnen  dan simpele ‘gay metal’. Zelf Rob Halford zingt beter dan ooit. Ik erger me zelf bijna niet meer aan zijn anders zo ééndimensionele stem.

Na de intro krijgen we een heavy riff te horen die het begin inluidt van wat mij betreft het beste nummer van de eerste cd. “Prophecy” is niet gewoon een lekker nummer in de typische Priest traditie, maar toch net iets meer dan dat. I am Nostradamus, do you believe?
Revelations” laat ons voor het eerst kennis maken met de leuke combinatie van Heavy Metal riffs en een strijkersorkest. Alleen de zang kan me niet helemaal overtuigen in dit nummer.
Met “War” beginnen we aan het vierluik rond de vier ruiters, waar er overigens een prachtig stukje artwork van gemaakt werd. Het nummer begint kalm als een soort stilte voor de storm. Na de gezongen inleiding mogen we genieten van een orkestraal stukje dat plots overslaat in pure dreiging. Je ziet als het ware de vier ruiters rijden door een brandend landschap waar ze dood en verderf zaaien.
”Pestilence & Plague” is alweer een topper die vooral blijft hangen dankzij zijn Italiaans refrein.
”Death” is wat kalmer, duisterder en dreigender. Je voelt de kilte van de dood hangen. Hier laat Rob Halford door enkele hoge uithalen horen dat hij het hoge zingen nog niet verleerd is.
Op cd toch niet, tenminste. Het vierluik wordt afgesloten door “Conquest”, een nummer dat begint met een veelbelovende intro. Alweer een lekker nummer dat blijft hangen. Priest is goed bezig!
Na het rustige “Lost Love” worden we nog getrakteerd op een lekkere Heavy Metal song in de vorm van “Persecution. Under the hand of persecution. Defy the institution”. Dit wordt een klassieker!

De tweede cd vind ik persoonlijk wat minder dan de eerste cd. Het gaat er ook allemaal een stuk kalmer aan toe. Oké, het is allemaal wel sfeervol en er is voldoende diepgang.
Het tweede deel van dit conceptalbum begint met een sombere toon. Het ietwat melancholische “Exiled” vertelt over de verbanning van Nostradamus. Normaal dat het geen vrolijke rocker is.
”Alone” begint met een akoestische intro die later in het lied nog terugkeert. Dit is toch wel één van de hoogtepunten van de plaat. Het refrein is er één die duidelijk blijft hangen. En zo hebben we het graag natuurlijk.
Na “Visions” en “New Beginnings” krijgen we hét hoogtepunt van Nostradamus, namelijk het titelnummer. Na de bombastische opera intro krijgen we een heerlijk nummer dat wat doet denken aan Painkiller. Nostradamus is avenged! “Future Of Mankind” vind ik een overbodig nummer, of op zijn minst een nummer dat niet op het einde van het album gestaan mocht hebben.
Tot zo ver het meesterwerk van Judas Priest. Ik was diep onder de indruk, want dit werkje dit mijn metalen hart  sneller kloppen. Voor de mensen die niet genoeg hebben aan muziek alleen, kan ik gerust de luxe-edition aanraden. Het is een boekje met harde kaft en een verzameling aan artwork om je vingers bij af te likken. Hier is duidelijk over nagedacht!

Pagina 472 van 498