logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Bon Iver

De herfstige eucharistieviering van Bon Iver:

Geschreven door

Bon Iver - ’For Emma, Forever Ago’: prachtplaat, een immense schoonheid; een nieuw songschrijvertalent is opgestaan onder Justin Vernon, die de plaat opnam na 3 maand totale afzondering in een hut in de bossen, Noordwesten van Wisconsin. Meeslepende en intieme songs van een pakkende weemoed; waren de songs op plaat soms spaarzaam begeleid, dan werd elke song live stevig uitgediept: een intense songopbouw, een broeierige spanning, een repetitief ritme, aanzwellende partijen, een vleugje experiment en galmende noise, wat we te horen kregen op uitgesponnen versies van “Creature fear”, “Lump sun” en “the wolves (act I and II)”, waarbij we aangemoedigd het refrein “What have been lost” telkens zachtjes meezongen.
Maar met z’n band bracht hij ook enkele nummers (opener “Flume” en de singles “Skinny love” en “For Emma”) in een elegante, uiterst sobere begeleiding, bepaald door bakken melancholie en een Gregorgiaans aandoende stemmenpracht (z’n hemels, hoge zang en de warme zang van tweede vocalist Mickey Coyne).
Twee nieuwe songs stelden ze voor: het krachtiger klinkende “Blood bank” en het weerbarstige “Baby’s”, die een dwarrelend pianoriedeltje en een onverwachtse breaks meekreeg. “B side” werkte aanstekelijk op de dansspieren door de dreunende, repeterende beat; het gitaargetokkel, de toetsen en de stemmen waaiden er over heen. Tweede gitarist Mickey kreeg de kans z’n eigen zangtalent te laten horen op Graham Nash’s “Simple man”; een pianotune en Vernon’s dwarsfluit droegen het nummer. Bloedmooi besloot Vernon solo met een prachtversie van “Stacks”, een song over het gevoel dat een persoon heeft na de eerste keer dronkenschap …
Sfeer creëren was de opdracht waar hij met z’n band en verve in slaagde. Het gitaargetokkel, de dobro, de zachte drumslagen, de klankkleur van de toetsen en de meerstemmige zang. Het was immens stil in de Bota; iedereen liet zich meeslepen in dit apart geluid. Wat een spanningsboog verwezenlijkte hij tussen band en publiek, wat deed denken aan Dave Eugene Edward’s Wovenhand.
We zagen een charmante band met een vriendelijke uitstraling, die aangenaam kon grappen en op relaxte wijze hun songs speelde, wat de nodige ontlading gaf. De herfstige vrijdagavond eucharistieviering kreeg een schitterende apotheose, want Bon Iver en Bowerbirds gingen samen voor een intieme acapella/gospel!
Vernon, - talentrijk artiest - , Bon Iver, - grootse band -, zorgden samen voor een tijdloos optreden!

Het Amerikaanse trio Bowerbirds, genoemd naar de gelijknamige Australische vogel, speelde folky americana en hield het midden tussen een Band Of Horses, Mountain Goats en South San Gabriel, met een ‘60’s referentie . Hun materiaal klonk sfeervol, rustig en innemend, waarbij hun songs eenvoudig omlijst werden door een akoestische gitaar, viool, accordeon en een minimale drum, die soms acapella uitdeinden. Net als bij Bon Iver, was er sprake van een dankbaar, aandachtig luisterpubliek, dat in de ban was van deze dromerige, herfstige muziek. Een charismatische band, die hun plaat ‘Hymns for a dark horse’ live onderstreepte.

Organisatie: Botanique, Brussel

Steve Wynn

‘Steve Wynn goes classic’

Geschreven door

Paisley Underground legende Steve Wynn doet het de jongste tijd met zowat iedereen. In het drinkebroersproject Danny & Dusty vergezelt hij de flamboyante Dan Stuart (Green on Red), met Paco Loco (Australian Blonde) vormt hij het vooralsnog onbekende Smack Dab, en met Scott McCaughey (The Minus Five) en Peter Buck (R.E.M.) deelt hij een levenslange obsessie voor baseball wat eerder dit jaar resulteerde in de eerste muzikale worp van The Baseball Project. Waar en met wie Wynn ook lijkt te vertoeven, keer op keer leiden zijn avonturen tot tijdloze nummers. Voor zijn recentste opus ‘Crossing Dragon Bridge’ ruilde Wynn zijn vertrouwde New Yorkse flat in voor een kamertje nabij de studio van Walkabouts-opperhoofd Chris Eckman in het Sloveense Ljubljana, om ter plekke een dozijn nieuwe nummers uit zijn mouw te schudden. Eckman vertrok vervolgens met de akoestische opnames richting Praag alwaar strijkers en occasioneel zelfs een vrouwenkoor werden toegevoegd, en ziedaar, Wynn’s meest introverte en melancholische album in jaren was geboren. Hoe dat alles live moest klinken ging ondergetekende graag persoonlijk verifiëren in de AB tijdens zijn enige Belgische passage deze herfst.

Als betrof het een geroutineerde maestro stelde Wynn bij aanvang van het optreden en met gepaste trots zijn Dragon Bridge Orchestra voor aan een amper half volgelopen AB Club. Naast vaste levensgezellin Linda Pitmon op drums maken verder ook Chris Eckman, orgelvirtuoos Chris Cacavas (Green on Red), bassist Eric Van Loo (Blue Guitars) en de illustere Braziliaans-Italiaanse violist Rodrigo D'Erasmo de dienst uit in dit gelegenheidsensemble. Met een kleine knipoog naar Queen werd de set geopend met “Slovenian Rhapsody I”, op de voet gevolgd door “Bring the Magic”, de eerste single “Manhattan Fault Line” en “God Doesn’t Like it”, allen uit het nieuwe album. De sfeer zat er van meet af aan in door het speelplezier dat vooral Wynn en D'Erasmo uitstraalden tijdens hun wat ongewone doch zeer begeesterende gitaar-viool duels. Eckman van zijn kant, die eerder op de avond het voorprogramma had verzorgd, lijkt de introverte tegenpool van de immer guitige Wynn en koos duidelijk voor een eerder serene rol op de achtergrond. Voorafgaand aan het oudje “Here on Earth as Well” kroop Wynn heel even in de huid van een opjuttende gospelpredikant en liet enkele enthousiaste toehoorders naar hartelust hallelujah’s scanderen. Op deze manier leidde hij het uitgelaten publiek naar onuitgegeven symfonische uitvoeringen van het Byrds-achtige “Tears Won’t Help” uit zijn solo-debuut ‘Kerosine Man’ (’90) en het meeslepende “The Deep End”, het onbetwiste hoogtepunt uit Wynn’s vorig solo album ‘...Tick…Tick…Tick’ (’06).
Op D'Erasmo na mocht het voltallige Dragon Bridge Orchestra even rusten tijdens “Punching Holes in the Sky”, een bloedmooi staaltje melancholie over de vergankelijkheid van de mens die zo leek weggeplukt uit de Nick Drake catalogus. Eckman & co mochten vervolgens terug aantreden tijdens een cover versie van “She Came”, oorspronkelijk van de (althans in onze contreien) illustere Sloveense singer-songwriter Tomas Pengov, op de voet gevolgd door het dronkemanslied “Wait Until You Get to Know Me”. De talrijke dertigers en veertigers onder het publiek werden tegen het eind van de set op hun wenken bediend toen Wynn een aantal onvermijdelijke Dream Syndicate klassiekers boven haalde. Het onverslijtbare “That’s What You Always Say” (’82) kreeg een speels vioolarrangement aangemeten dat wondermooi contrasteerde met Wynn’s jachtige gitaarspel. Tegen het einde van “The Medicine Show” (’84) waande het publiek zich heel even het zesde lid van de Dragon Bridge Orchestra en improviseerde ter plekke een eigen acapella versie van dit nummer. Wynn & co besloten de set zoals die begonnen was; alle bandleden verzamelden vooraan het podium op één rij voor een acoustische versie van “Slovenian Rhapsody II”.

Wie het luidst een verzoeknummer richting podium kon schreeuwen werd tijdens de bisronde prompt op zijn wenken bediend. Deze maal viel de eer te beurt aan een beklijvende uitvoering van “Silence is Your Only Friend” uit Wynn’s vierde solo album ‘Melting in the Dark’ (’96) en een mooi opbouwende versie van de Dream Syndicate evergreen “Boston”. Een strak en opzwepend “Amphetamine”, gedragen door Wynn’s simpele levenswijsheid ‘I’m gonna live until the day I die’, vormde de slotsom van ‘s mans zoveelste triomfantelijke halte langs het Vlaamse clubcircuit. Na goed een kwarteeuw blinkt Steve Wynn dus nog steeds uit door zijn aanstekelijk enthousiasme en muzikaal vakmanschap, voorwaar een zeldzame combinatie in het vaak duffe en ééntonige singer-songwriter landschap.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Kings of Leon

Only by the night

Geschreven door

Toen wij de eerste indrukken van deze nieuwe Kings Of Leon in de pers lazen, moesten we toch wel even slikken.  Namen als U2, Bryan Adams en stadionrock zijn niet bepaald dingen waar wij Kings Of Leon mee zouden willen associëren. Bryan Adams is platte kaas bestemd voor Donna-luisteraars, bij stadionrock moeten wij meestal denken aan draken als Live, Nickelback of Meat Loaf  en U2 daarentegen vinden wij nu nog wel te pruimen, maar bands die als U2 proberen te klinken zijn meestal niet om aan te horen. Om maar te zeggen, met enige argwaan haalden wij dit nieuwe schijfje uit  zijn doosje en we werden toch wel al vrij snel gerustgesteld via ijzersterke songs als de dreigende opener “Closer”, een weerbarstig  “Crawl” en de vooruitgestuurde single “Sex on fire” die bij elke beluistering steeds beter wordt. Met zo een trio een plaat openen, dat is om problemen vragen. The Kings Of Leon kunnen die kwaliteit immers niet de ganse plaat door aanhouden,  het blijft niet overal spetteren, zo zijn songs als “Revelry” en “17” te middelmatig. U2 hebben wij inderdaad meerdere malen ontdekt, meer bepaald in “Be somebody” alsook in het hitgevoelige “Use somebody”  (de U2 boter is er hier wel een beetje te dik op gesmeerd) en in de galmende gitaar van “Manhattan” (waarin wel iets subtieler met de invloeden is omgesprongen). Het album eindigt ook zeer mooi met “Cold desert”, een mijmerende woestijnballad met schitterende flirtende gitaren en weer is The Edge niet ver af. Bryan Adams hebben we gelukkig nergens tegengekomen en met die stadionrock valt het ook best mee.
Ok, de Kings hun sound is wat wijdser en epischer geworden maar om te spreken van opgeblazen stadionrock, neen, dat is echt wel te ver gezocht. Zie ook My Morning Jacket, een verwante band die andere en vooral bredere paden inslaat en hier zeer goed mee wegkomt. Kings Of Leon hebben hun horizonten verbreed, de rechttoe rechtaan benadering van de eerste dagen is voor het grootste deel weg (en hiermee dus ook die vervelende Strokes vergelijkingen), maar de angel is er niet helemaal uit verwijderd en die fantastische schuurpapieren stem van Caleb Followill is wederom uitdrukkelijk aanwezig. De songs zijn toegankelijker en zeer zeker hitgevoeliger geworden zonder dat er gezichtsverlies wordt geleden. Deze ‘Only by the night’ gaat nieuwe richtingen uit (minder seventies, meer eighties) , doch de ziel van de Kings Of Leon blijft behouden. Een interessante stap zouden wij het durven noemen en wij verwedden er onze volledige Led Zeppelin collectie op dat deze creatieve band het roer nog wel eens omgooit en dat de volgende plaat een gemene vuile rocker wordt, en als Kings Of Leon aan dat tempo voortdoen zal dat niet zo gek lang meer duren.

The Charlatans

You cross my path

Geschreven door

The Charlatans zijn trotse overlevers uit de Manchester scene. Dit is al hun elfde plaat sedert 1990, veel wordt er niet meer om gemaald, want hip zijn ze al lang niet meer. Nu ja, in de UK kan je ook nooit veel langer dan een jaartje hip zijn. The Charlatans zullen er niet wakker van liggen, en terecht. Ze hebben immers terug een sterke plaat afgeleverd. De uiterst herkenbare Charlatans sound heeft zich in een paar straffe songs gewurmd als “A day for letting go”, “You cross my path” en “My name is despair”. Ze zijn catchy, fris, bezwerend en op en top Brits, maar nergens zeurderig.
‘You cross my path’ haalt het niveau van hun beste periode in de tweede helft van de jaren negentig, maar bij nader inzien hebben deze heren eigenlijk nooit een slechte plaat gemaakt en kunnen ze bijgevolg terugvallen op een mooi repertoire, alleen nu zijn ze vooral in de Britse pers gereduceerd tot een banaal bandje en zijn ze al lang niet meer The Next Big Thing. Maar vroeg of laat overkomt het al die hippe groepjes. Als de Arctic Monkeys binnen 15 jaar hun pakweg twaalfde plaat uitbrengen zal daar ook niemand meer van wakker liggen, wat niet wil zeggen dat het misschien hun zoveelste meesterwerkje zal zijn. Om maar te zeggen, ervaren ratten als The Charlatans maken nog steeds bijzonder goede platen, ook al heeft niemand dat gemerkt, ‘You cros my path’ is het levende bewijs.

Artas

The Healing

Geschreven door

Na enkele jaren van oprichtingsverschijnselen is het Oostenrijkske Modern Metal gezelschap Artas klaar om de wereld te veroveren. Dit willen ze doen met hun debuutalbum ‘The Healing’. Maar voor ze dat kunnen doen, moet hun muziek op iets trekken ook natuurlijk.
Gelukkig voor Artas is dit het geval. We kunnen al van een goeie start spreken met de nummers “Barbasso” en “Bastardo”, die gedeeltelijk Spaanse lyrics bevatten. Het zijn beide harde, afwisselende nummers die enkele lekkere Death Metal en moderne Thrash Metal riffs bevatten. Hier wordt me al duidelijk dat de zang zo gevarieerd is dat we zowel grunts, screams als cleane zang te horen krijgen. Ik wordt pas echt verrast bij het derde nummer, dat begint als een heuse Black Metal beuker. Het is maar bij het refrein dat ik plotseling hoor dat de jongens van Artas een soort Black/Death Metal versie gemaakt hebben van Coolio’s “Gangsta’s Paradise”. Hiphop heeft nog nooit zo goed geklonken! Titelnummer “The Healing” is dan weer zo’n nummer dat agressie weet te mengen met een tikkeltje melodie.
Met “Fick Das Fett” krijgen we het eerste nummer van het album dat Duitstalige lyrics bevat, zo volgen er nog een paar. En die nummers klinken absoluut niet als Rammstein. Want veel mensen zouden dat automatisch aannemen bij een Duitstalige groep die dan nog eens moderne Metal maakt ook. Ik hoor soms zelf enkele Amon Amarth invloeden bij sommige nummers.
Is deze plaat wereldschokkend en origineel? Nee. Deze plaat is gewoon een heel goed begin voor de jongens van Artas, waar we ongetwijfeld nog van zullen horen. Een aanrader voor mensen die liefhebber zijn van melodische Death Metal, hardcore of groepen als Pantera.

Destruction

D.E.V.O.L.U.T.I.O.N.

Geschreven door

Destruction viert dit jaar zijn vijfentwintigste verjaardag, en dat willen de Duitse Thrashgiganten vieren door een nieuw album uit te brengen, getiteld ‘D.E.V.O.L.U.T.I.O.N.’
Laten we eens zien hoe ze het er van af gebracht hebben.
Na een akoestische intro barst de hel los met het titelnummer “Devolution”. Een heerlijk nummer waarbij ik spontaan de neiging krijg om te gaan headbangen. “Elevator To Hell” is een prima nummer, maar weet me gewoon niet te boeien. Soms klinkt het wat langdradig naar mijn mening.
Heel dit album staat eigenlijk vol typische Destructionnummers die naar eigen zeggen al het goede uit hun carrière combineren. Maar het geheel werd in een modern jasje gestoken, weg ‘old skool’ sound dus. We kunnen wel nog steeds genieten van Mikes solowerk en Schmiers typisch stemgeluid.
Naast Schmiers solo’s kunnen we ook genieten van enkele gastbijdrages, zoals Annihilator’s Jeff Waters tijdens “Urge(The Greed Of Grain)” en UFO’s Vinnie Moore in de titelsong.
Ik heb me nooit echt toegelegd op de Duitse Thrashgroepen, maar dit album bewijst dat ik me bijvoorbeeld eens wat meer moet verdiepen in de werkjes van Kreator of Destruction natuurlijk.
Prima werk geleverd, nog eens vijfentwintig jaar zou ik zo zeggen!

Nicole Atkins

Neptune City

Geschreven door

Uit New Jersey waaide het toffe debuut over van Nicole Atkins, ’Neptune City’. Muzikaal leunt haar muziek aan een Twin Peaks sfeertje en de oude Hooverphonic. Een aanstekelijk dromerige sound, (“Maybe tonight”, “Kill the headlights” en “Party’s over”) die soms wat donker dreigend kan zijn, - “The way it is” en de titelsong -, of door de orkestraties fris en zwierig zijn en een poppy geluid hebben (“Together”, “We’re both alone” en “Love surreal”). Bewust of niet, deze nummers hebben net een Eurovisie gehalte. De plaat werd geproduced door Tore Johansson (Franz Ferdinand, Cardigans en New Order).
’Neptune City’ is een onweerstaanbare gevarieerde plaat, waarbij de songs gedragen worden door haar heldere, krachtige stem.

The Breeders

Mountain battles

Geschreven door

Het Amerikaanse The Breeders, onder de zusjes Kim en Kelly deal, brengen na ruim vijf jaar een nieuwe plaat ‘Mountain battles’ uit, die ‘Title tk’ opvolgt. Als volgt kunnen we de cd omschrijven: charmant speelse, ontroerende rammelende, rauwe lofi gitaarrock, die net het repetitiekot uit zijn. Luister maar eens naar “Overglazed”, “German studies”, “Istanbul en “No way”. Maar binnen die aanpak zijn er ook een handvol sfeervolle melodieuze songs: “Night of joy”, “Spark” en de titelsong. Ze kunnen zelfs hun oude Pixies jaloers maken met “We’re gonna rise”, “Walk it off” en “It’s the love”. En ze variëren trouwens met het intieme “Here no more” en het warme Spaanstalig gezongen “Regalame esta noche”.
Pretentieloos album, gezapige band, die het graag houdt op een gezellig onderonsje!

The Black Angels

Directions to see a ghost

Geschreven door

Voor een psychedelische retrotrip in de beste traditie van Spacemen 3, Spiritualised, Rocky Erickson en BRMC kunnen we terecht bij het Texaanse kwintet The Black Angels. Ze hebben hun tweede cd uit en zorgen voor een hallucinante, hypnotiserende nighttrip van bezwerende ritmes, repeterende drumpartijen, gitaargalm en drones, onder een bezwerende zang. Sommige songs klinken dromerig, zijn opbouwend, mooi uitgesponnen en brengen je in een andere realiteit: “Mission district”, “Deer-ree-shee” met sitar, “Never/ever”, “You in color” en het afsluitende “Snake in the grass”, dat ruim 15 minuten doorborduurt, traag slepend klinkt en loom is. De band lijkt af toe beïnvloed door de ‘90’s Manchester Britpop: een directer poppier geluid horen we op “Doves”, “18 years” en “The return”. En Joy Division kijkt goedlachs op “Vikings”. De band heeft alvast met “You on the run” en “Science killer” twee overdonderende songs uit. Tof bandje samen met Black Mountain en Dead Meadow.

American Music Club

Een staalkaart uit het ruime oeuvre van American Music Club

Geschreven door

Parkeerproblemen zorgden ervoor dat het voorprogramma zijn laatste noten bracht toen wijzelf de Handelsbeurs betraden. Veel valt er door ons dus niet te vertellen over het optreden van het Nederlandse Blaudzun, behalve dan dat de enkelingen die we na afloop spraken een tevreden indruk overhielden aan hetgeen zij meteen als de ontdekking van de maand bestempelden. Op de eerste dag van de maand is zulks uiteraard nogal relatief, maar diezelfde enkelingen durfden ons op basis van hun kennismaking garanderen dat we in de nabije toekomst nog wel zullen horen van de groep rond Johannes Sigmond. Op 29 oktober concerteert Blaudzun samen met Swell in de Ancienne Belgique, bij deze beschouwen we dit dus meteen als onze tip van de maand…

In tijden van economische malaise is het niet verwonderlijk dat de mensenmassa de beurzen mijdt, maar het verraste ons desondanks wel dat de Handelsbeurs zo’n schaars publiek (hooguit 200 toeschouwers) mocht ontvangen voor de herenigde American Music Club. Niet enkel de beurscrisis treft blaam, de magere opkomst zal ook wel te maken hebben met het feit dat Mark Eitzel dit jaar al voor de derde keer met zijn bende in een Belgische concertzaal opduikt. Deze keer verschilde de bezetting echter dankzij het toevoegen van Jonathan Heine (gitarist) en Dana Schechter (bassiste, ook bekend als spil van Bee and Flower) aan de vertrouwde namen (gitarist Vudi en drummer Steve Didelot). Heine bewees zijn meerwaarde o.a. door al spelende een spectaculaire koprol uit te voeren, Schechter door zich met haar beheerste basspel naadloos te integreren in de subtiele sound die haar mannelijke collega’s uit hun instrumenten toverden.


Het gebrek aan publiek betekende echter niet dat er ingeboet werd aan sfeer, temeer daar de organisatoren perfect inspeelden op het thema van de avond door de zaal in te richten als een stijl- en sfeervolle club. Voor het podium konden een 50-tal gelukkigen comfortabel plaatsnemen aan lage tafeltjes (met kaarsverlichting!), de latere vogels konden rechtstaand hun drankje koel houden dankzij enkele tafeltjes op elleboog-hoogte. Men waande zich waarlijk in ‘a real American music club’, één waarin het heel aardig toeven was. Applaus dus voor diegenen die het interieur zodanig ingericht hadden dat het iets oudere publiek in comfortabele omstandigheden kon genieten van het optreden. Ook Mark Eitzel voelde zich duidelijk in zijn sas en stak van wal met “What holds the world together” (uit ‘San Fransisco’). Na het eerste van de vele welverdiende applausjes bracht men met
“What Godzilla said to God…” een nummer uit ‘Mercury’, het donkere album uit 1993 dat de grootste bron van de avond bleek, want later in de set volgden ook nog “If I had a hammer”, “Gratitude walks” en “Apology for an accident”. Ook uit het recentste album (‘The Golden Age’) werden er uiteindelijk vier songs gebracht (waaronder een bloedmooi “All my love”). Gewoontegetrouw excelleerde de frontman even veel tijdens de bindteksten als tijdens de liedjes zelf. Naast een flard van “Dreamer” (een cover van het door hem verguisde Supertramp) trakteerde hij ons op allerhande anekdotes. ‘s Mans liederlijke levensstijl (die hij ondertussen in grote mate afgezworen zou hebben) heeft zijn verhalentrommel aardig gevuld en hij liet niet na om het publiek te plezieren met een selectie eruit die o.a. duidelijk maakte dat hij gefascineerd is door vensters (ieder zijn afwijking, nietwaar?). Muzikaal viel er verder nog genot te puren van “Fearless”, “Animal Pen”, “Nightwatchman” en “Another morning”.
De reguliere set werd na een uur afgesloten door “Windows on the world”. Tijdens de inleiding van dit laatste nummer ondernam sympathieke Mark – net als enkele maanden terug - opnieuw een poging om de verbijstering te beschrijven die hij ervaarde toen hij een half jaar voor 9/11 op een decadent feestje bovenaan de WTC-torens belandde. Zijn soms cynische commentaren vonden bijval bij het tolerante publiek, iets wat naar verluidt niet overal het geval zou zijn.
Als bis-nummers noteerden we het heerlijke “Home” (uit comeback-plaat ‘Love Songs for patriots’) en “Outside this bar” (dat ons gisteren duidelijk maakte waar de Counting Crows de mosterd gehaald hebben voor het niet-zeurderige gedeelte van hun repertoire). Op het einde bracht Eitzel solo-versies van “The sleeping Beauty” en “Jesus’ Hands”.

Zijn soms krakkemikkige gitaarspel stoorde niet, vooral omdat je een aimabel man met tonnen zelfkennis, -kritiek en -relativering weinig verwijten kan. Zeker niet na een simpelweg geslaagd optreden dat variatie bracht door een staalkaart te puren uit het ruime oeuvre (maar liefst zeven verschillende albums kwamen aan bod!). Crisis of niet, we blijven eeuwig sparen want American Music Club zal altijd op onze bijdrage voor het lidmaatschap kunnen rekenen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Killing Joke

Killing Joke’s hellevuur nog lang niet uitgedoofd

Geschreven door

Elk einde is een nieuw begin. Althans, dat moeten Jaz Coleman en zijn voormalige Killing Joke kornuiten vorig jaar hebben gedacht op de begrafenis van hun voormalige bassist Paul Raven. Samen met Raven werden ook een aantal oude vetes en meningsverschillen begraven, bandleden van het eerste uur Paul Ferguson (drums) en Martin ‘Youth’ Glover (bas) keerden terug op het oude nest, en als eerbetoon aan hun overleden makker werden prompt plannen gesmeed voor een tournee voorafgaand aan de komende release van een nieuw album in de originele bezetting. Een korte concertenreeks brengt de groep langs 11 steden tussen Tokyo en New York, waarbij telkens twee avonden op rij volgens de ‘rewind’ formule een aantal van hun klassieke albums integraal worden voorgesteld. Het is dan ook een understatement van formaat om te stellen dat ondergetekende reeds maanden reikhalzend uit keek naar de set die afgelopen maandagavond op het programma stond. Want geef toe, wanneer op één avond met ‘Killing Joke’ en ‘What’s THIS for…!’ twee van de meest invloedrijke albums van de 80ies de revue passeren lijkt een muzikaal orgasme wel heel erg dichtbij…

Frontman Jaz Coleman, die alleen al omwille van de overdadige eyeliner veel weg had van een vogelverschrikker aan de vooravond van Halloween, begroette het AB publiek met samengevouwen handen en slenterde voorzichtig naar het midden van het podium als betrof het een hogepriester die het altaar opzocht voor wat een occulte misviering zou worden. Dit alles bleek de perfecte inleider voor de resonerende synth intro van “Requiem” (niet toevallig ‘hymne aan de doden’), het onnavolgbare openingsnummer uit het titelloze Killing Joke debuut (’80). Wat volgde uit dit album was bepaald indrukwekkend te noemen: de opzwepende drive van het onverslijtbare “Wardance”, de pastorale pracht van “Tomorrow’s World”, de strakke punkwave van “Complications” en de unieke crossover van metal en funk in het instrumentale “Bloodsport”. Gitarist Kevin ‘Geordie’ Walker kneep deze vroege 80ies klassiekers nonchalant en met schijnbaar gemak uit zijn gitaar, maar het was vooral de bezwerende grafstem van Coleman die de originele Killing Joke sound hier deed herleven.
Op het tweede Killing Joke album ‘What’s THIS for…!’ (’81) bleek het groepsgeluid duidelijk geëvolueerd; de ritmesectie kreeg een meer prominente rol toebedeeld waardoor de nummers meer repetitief en hypnotiserend gingen klinken. Live bleek nog maar eens waarom het meer dan stevige openingsnummer “The Fall of Because” door velen als prototype voor de latere industrial metal van Ministry, Prong, NIN en Young Gods wordt beschouwd. De tribal drums van Ferguson op “Tension” en “Follow the Leaders” drongen diep door tot in de onderbuik, maar even goed werd het publiek meegesleurd door Coleman’s panische angstgevoelens tijdens “Unspeakable”, “Madness” en “Who Told You How?”. Als een vreemde eend in de bijt tussen al dit klassiek werk uit de begindagen van Killing Joke dook plots “Eighties” in de setlist op, een bijna vergeten single uit ’84 wiens memorabele baslijn een decennium later ongevraagd werd geleend door Nirvana’s Chris Novoselic voor de wereldhit “Come as You Are”.
Persoonlijke favoriet “The Wait” uit het debuutalbum werd opgespaard tot het einde van Killing Joke’s flashback naar de gitzwarte 80ies, dus moest de groep echt wel een verdomd goede reden vinden om aan hun meer dan geslaagde eerste avond in de AB een bisronde te breien. De plots heel serene Coleman vond die ook tijdens wat hij aankondigde als ‘a moment of reflection’ voor zijn overleden vriend en strijdmakker Paul Raven. Verrassing alom toen de groep vervolgens als eerbetoon aan Raven “Love Like Blood” inzette, zondermeer hun grootste commercieel succes dat de laatste jaren echter angstvallig uit de setlist werd geweerd. Met “Change”, het meer dan puike B-kantje van “Requiem”, goten Coleman & co het laatste restje olie op het muzikale hellevuur.

Het nog lichtjes nasmeulend publiek werd bij het aanfloepen van de zaallichten ietwat brutaal uit Killing Joke’s teletijdsmachine geslingerd. Door hun onvoorwaardelijke inzet tijdens dit soort trips tussen hemel en hel dwingt de groep na drie decennia duidelijk nog steeds tonnen respect af. We kunnen onze nieuwsgierigheid naar het volgende muzikale inferno op het komende album nauwelijks in bedwang houden!

Organisatie: AB, Brussel

The Wombats

Pittig strakke gitaarrock van het Britse The Wombats

Geschreven door

Het Britse trio The Wombats uit Liverpool kon op geen betere wijze het laatste zomerse weekend van september besluiten. Een energieke, strakke, korte set, waarbij hun doorbraakplaat ‘A guide to love, loss & desperation’ in een snelvaart tempo werd voorgesteld.

Klonk het op Pukkelpop eerder wat rommelig en rammelend, dan was het in de Handelsbeurs voor een goede 200 man, fris, pittig, gedreven, opzwepend, broeierig en ontspannen, gedragen door de hyperkinetische schreeuwzang van Matthew Murphy. De samenzang in de refreinen, de ‘oohs’ en de ‘aahs’ en de grapjes tussen de nummers door, onderstreepten de jeugdige onbezonnenheid en speelsheid van de band.
Tijdens hun clubtournee waren ze al één van hun knuffeldiertjes kwijt, waardoor ze hun tweede beestje met alle plezier koesterden; met een duracell batterij klapte het beestje mee in het bekende materiaal “Let’s dance to Joy Division” en “Backfire at the disco”. Op het podium verscheen zelfs een gigantische opblaasbare Marsupilami (?), wat het spelplezier van het trio bevestigde.
Het tempo werd in het begin met “Kill the director”, “Lost in the post” en “Here comes the anxiety” hoog gehouden. Slepender klonken “Party in a forest (where’s Laura?)” en “How to pack your bags”, één van de twee nieuwe songs, om dan opnieuw in overdrive te gaan met “Moving to New York”. Vooraan werd stevig gedanst door het jong publiekje.
”Patricia the stripper” en de tweede nieuwe “My circuit board city” hadden een puike opbouw, en op het uiterst sfeervolle “Little Miss Pipedream” lieten ze de jongeren wegdromen wat hun eerste natte droom kon worden.

Een fijn concertje van een jong bandje, die er flink tegenaan ging, en in de bis een vleugje elektronica op “My first wedding” toevoegde en op “Backfire at the disco” een gemaskeerd bal insinueerde…

Support act was het Australische Kitchen Knife Wife, die het publiek makkelijk op z’n hand kreeg met hun aanstekelijke maar inspiratieloze gitaarpop dito samenzang. Een bedreven pianotoets zorgde voor variatie binnen hun sound, maar kon de meubelen niet redden …

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

The Hellacopters

The Hellacopters: strak, hard en potig ‘Farewell’ concert

Geschreven door

De avond begon met The Paranoiacs. Helaas en sorry voor Rafke, we hebben hen niet aan het werk gezien wegens een beetje later binnengekomen. Toch fijn dat The Paranoiacs mochten openen voor The Hellacopters, hier stonden ze in ieder geval meer op hun plaats dan in fuckin’ Eurosong.

Demented Are Go, daar hadden wij nog nooit van gehoord, maar enig zoekwerk leert ons dat die gasten al hun eerste plaat maakten in 1986. Al die tijd in de underground gebleven, dus. Is ook niet verwonderlijk met een nogal beperkt genre die wordt omschreven als psychobilly, al zouden wij meer gewagen van punkabilly, of zelfs metalbilly. Een soort Cramps meets  Melvins, maar dan zonder de gekheid en inspiratie van de eerste en de zwartgalligheid van de tweede. De heren zagen er uit als waren ze net weggelopen van de set van een comic-horror movie. Het grootste deel van hun budget gaat waarschijnlijk naar verfbussen, liters haarlak en strijkijzerschoenen met zolen waarin je makkelijk een set petanque-ballen kan bewaren.
Muzikaal klonk het een beetje simpel, maar wel efficiënt en vooral rechtdoor. De songs zijn geen hoogvliegers en zijn bovendien ook niet zo goed van mekaar te onderscheiden, maar we zagen wel een vrolijke bende die hard doorramde en het publiek kon opzwepen en aanzetten toch een hartig potje pogo.

Op naar het, volgens henzelf dan, laatste optreden op de Belgisch podia van The Hellacopters.  Ja ja, we kennen dat, nu een final farewell tournee doen om na drie jaar terug te komen met een reünie tour. Maar kom, ’t was misschien maar goed ook dat dit hun laatste  optreden was, want ze vlogen er in dat het geen naam had. Het warm water hebben deze Zweeds rockers zeker niet uitgevonden, hun handelsmerk is gewoon een stampende combinatie van hard rock en garage rock, maar wel lichtjes fantastisch. De songs zijn nooit te lang, net als de vinnige gitaarsoli die er in zitten en de keyboards rollen naarstig doorheen de vette sound. Allemaal uiterst sympathiek, strak, hard en potig. Een sound die we ook wel eens bij The Datsuns vaststellen –dit terzijde, ook The Datsuns zijn door dezelfde organisatie van Democrazy geboekt in november,  check die agenda- en bij The Nomads, landgenoten en grote voorbeelden van The Hellacopters. Het publiek was niet zo talrijk opgekomen deze avond, maar het kolkte en stoomde wel in de Vooruit, de band perste er een gloeiende portie rocklava uit en kwam als dank voor een welgemeend stevig onthaal twee maal terug.  Kortom, The Hellacopters stonden garant voor een avondje heerlijke no-nonsense rock’n’roll  met gierende gitaren en een fel beukende ritmesectie.

Weer een groepje die we gaan missen, tot aan de reünie wel te verstaan. Ondertussen in afwachting plaatjes draaien als ‘Grande Rock’ en ‘High visibility’ en de luchtgitaar laten gieren dat het een lust is. Vooral doen!

Organisatie: Democrazy, Gent

Emmylou Harris

Emmylou Harris & Band: hartverwarmende coutrypop

Geschreven door

Een onvoorwaardelijk respect hebben we voor Emmylou Harris, de 61 voorbij en nog niks ingeboet van haar heldere, indringende, gouden fluwelen stem. Ze heeft de status van een levende legende, want in haar bijna veertigjarige carrière heeft ze een eigen weg gebaand binnen de country, folk, pop en rock. Haar slepende americana/country klinkt hartverwarmend, broeierig, pakkend en beklijvend! Dankzij Daniel Lanois gaf ze in ’95 haar geluid een nieuwe dimensie, door een spannende dreiging, met de plaat ‘Wrecking Ball’. Deze grande dame liet op de daaropvolgende platen een traditioneler geluid horen. En ze slaagt erin de covers op de platen een eigen toets te geven, die nauwelijks herkenbaar zijn met het originele!
Ze heeft na vijf jaar de opvolger van ‘Stumble into grace’ klaar met ‘All I intended to be’ en is met een virtuoze groep muzikanten op tournee getrokken.
Intussentijd had ze niet stilgezeten, er was de samenwerking met Mark Knopfler (‘All the roadrunning’), was op tournee met hem, en op Folkdranouter 2006 trad ze samen met enkele vriendinnen op, en tenslotte was ze te horen in talrijke gastduetten waaronder Admiral Freebee. Dit jaar werd ze opgenomen in ‘The Country Music Hall Of Fame’. Niet niks voor een dame die na al die jaren even vriendelijk en charmant voor de dag komt, en het nodige spelplezier beleeft. Ze bedankte vooraan haar oudste fan die steevast haar optredens volgt.

Ze speelde met haar band een bijna twee uur durende set, stelde nieuw werk voor, groef met een paar songs diep in haar muzikaal verleden en plukte af en toe een song van haar rijkelijk gevulde oeuvre. Ten tijde van ‘Wrecking Ball’ bezorgde ze ons kippenvel, maar ook haar traditioneler geluid bood intens pakkende momenten. Een uitgebreid, afwisselend instrumentarium werd door haar geoliede begeleidingsband gehanteerd: naast drums en akoestische gitaren hoorden we mandoline, dobra, steelpedal, contrabas, viool en toetsen. Al meteen zette ze een gevoelige toon in met “Here I am”, “Orphan girl” en “Songbird”. In “Red Dirt Girl”, “Pancho & Lefty”, “Michelangelo” lieten ze de meer gestileerde rootsrock doorschemeren. Kimmie Rhodes stond Harris vocaal bij in de ontroerende veries van “Love & Happiness” en “Shores of white sand”. Haar muzikanten moesten vocaal niet onderdoen in “Old 5 & dimmers like” en het acapella gezongen “Bright morning star” (in de bis) . Gewoonweg schitterend.
Diep in haar verleden groef ze met de ‘70s’ old country songs “Making believe” en “If you could win your love”. Haar luistersongs zette ze kracht bij in enkele uptempo rockers als “Get Up John”. Het nieuwe – andere - ‘on the road’ werk als “How she would sing the wildwood flower”, “Take that ride” en “All that you haver is your soul” zaten netjes verdeeld binnen de set.

Kortom, muzikale levenswijsheid gebundeld in een tijdloos, melancholisch americanageluid!

Support was Kimmie Rhodes , die al in 2006 te zien was aan de zijde van Harris op Folkdranouter, en haar vocaal bijstond. Zij was samen met haar man en zoon op tournee en liet ons een goed half uur genieten van haar indringende countrypop, waarin een glansrol was weggelegd voor de gitaarslides van haar zoon. Een mooiere inleider op Emmylou Harris konden we niet dromen …

Organisatie: Greenhouse Talent, Gent

Ross The Boss

New Metal Leader

Geschreven door

True Metal people, raise your fists in the air. A King Of Metal has returned!
Met deze woorden start ik deze review van het eerste album van Ross The Boss, de voormalige snarenplukker van Manowar die zijn passie voor Heavy Metal terug gevonden heeft.
Na intro “I.L.H.” opent Ross The Boss sterk met “Blood Of Knives”, een lekker heavy nummer met een riff die me wat doet denken aan Manowars “Violence And Bloodshed”. Ik heb Ross The Boss altijd al Manowars beste gitarist gevonden, omdat hij boeiende solo’s kan maken zonder een overvloed aan noten te gebruiken. Hij is het blijkbaar nog niet verleerd. Na het leuke “I Got The Right” komen we aan bij “Death & Glory”, waar de snelheid wat opgedreven wordt. Het nummer zelf vind ik niet zo speciaal, maar het bevat wel een typische Manowaroutro, met de shredding van Ross en een hoge uithaal van zanger Patrick Fuchs. Er bestaat  nu eenmaal maar één Eric Adams, dus moest Ross The Boss het stellen met Duitser Patrick Fuchs, die mij toch niet kan boeien met zijn wat saaie zang.
”Plague Of Lies” kon qua stijl en opbouw op Manowars debuut ‘Battle Hymns’ gestaan hebben. De riff heeft zelf veel mee van het nummer Shell Shock. “God Of Dying” is dan weer zo’n episch nummer in de stijl van Gates Of Valhalla, zo heb ik het graag. Want ik heb dit soort epische nummers altijd al de hoogste troef van Manowar gevonden. Na het vrolijke “May The Gods Be With You” wordt het weer wat heavier in de vorm van “Constantine’s Sword”. Dit is tot nu toe het slechtste nummer van de cd, vooral de zang is beneden alle peilen.
”We Will Kill” is ook weer zo’n middelmatig nummer dat niet kan tippen aan de hoogdagen van weleer, ook de backing vocals zijn niet wat ze zouden moeten zijn in een nummer als dit. Matador is een mid-tempo nummer met een Spaans sfeertje, wat uitstekend past bij de lyrics natuurlijk. Na nog een laatste akoestische solo komen we aan bij “Immortal Son”, het laatste nummer van dit album.
Net zoals de oude Manowar albums afgesloten worden met een episch nummer, krijgen we er hier ook één voorgeschoteld. Goed geprobeerd Ross, maar dit nummer kan zeker niet tippen aan klassiekers als ‘Battle Hymn’ en ‘Bridge Of Death’.
Is dit album nu de oude Manowarstijl waar Ross The Boss ons warm voor gemaakt heeft?
Ja en nee. Er zijn veel verwijzingen naar de jaren ’80, zowel qua stijl als lyrics. Maar daarnaast klinkt dit album ook wat als een typische hedendaagse Power Metal band, zoals er zoveel zijn in Duitsland.
Dit album is beter dan Manowars laatste werkje, maar haalt het bijlange niet bij topalbums als ‘Battle Hymn’ en ‘Sign Of The Hammer’.

Volbeat

Guitar Gangsters & Cadillac Blood

Geschreven door

Volbeat heeft een erg succesvol jaar achter de rug. Niet alleen zijn ze er in geslaagd veel nieuwe zieltjes te winnen en erg in populariteit te stijgen. Het is ze ook nog eens gelukt een album op te nemen dat niet moet onderdoen voor zijn twee voorgangers. Al is de sound wat radiovriendelijker geworden, elk nummer blijft hangen en van fillers is er dus geen sprake.
Na een westernachtige intro vliegen de heren van Volbeat er onmiddellijk in met het titelnummer, “Guitar Gangsters & Cadillac Blood”. Wat een lekker nummer is dit! Alles klopt, de zang, de riffs, alles. “Back To Prom” is zo’n opgewekt, snel pretpunknummer en tevens het nummer met de kortste speelduur van het album(als je de intro niet meerekent). Namelijk nog geen twee minuten. “Mary Ann’s Place” is het vervolg op de nummers “Danny & Lucy”, “Fire Song” en “Mr. & Mrs. Ness” van de twee vorige albums. Er hangt een soort trieste ondertoon in dit nummer, toch triest naar Volbeats maatstaven tenminste. Hier wordt topzanger Michael Poulsen bijgestaan door zangeres Pernille Rosendahl, wat het nummer toch iets extra’s geeft.
“Hallelujah Goat” is weer zo’n typische Volbeatbeuker met heavy riffs en energieke zang. Hier krijg ik bij de zanglijnen en riffs voor het eerst een déjà vu naar de vorige albums. Deze ervaring kom ik nog een paar keer tegen op dit album. Maar zolang ik me er niet aan erger, hebben we niets te klagen. Dan komen we aan bij “Maybellene I Hofteholder”, waar ook een videoclip voor gemaakt werd. Het nummer gaat over een stalker die volledig in de ban is van een stripster genaamd “Maybellene”. Wat er verder gebeurt kun je lezen in de lyrics natuurlijk. Maar dit is één van de beste nummers van de plaat en qua stijl komt het overeen met ‘The Gardner’s Tale’ van Rock The Rebel / Metal The Devil.
Dan weer zo’n nummer waar de country invloeden erg naar boven komen. Verbazingwekkend hoe Michael Poulsen er telkens weer in slaagt zijn zanglijnen zo interessant en boeiend te houden. “Still Counting” start als een soort van reggaenummer en dan vliegen de gitaren er plots in… Lekker! “Light A Way” is gewoon een mooi nummer waar de heavy elementen ingeruild worden voor wat meer emotie en dramatiek. Er wordt zelf gebruik gemaakt van enkele strijkinstrumenten. Bij “The Wild Rover Of Hell” keren de riffs en het tempo terug en krijgen we een song die Metallica invloeden niet onder stoelen of tafels probeert te schuiven.
Ten slotte krijgen we nog een leuke cover van Hank Williams’ “I’m So Lonesome I Could Cry”, en de twee ietwat ‘mindere’ nummers van het album, namelijk “A Broken Man And The Dawn” en “Find That Soul”. Voor zij die de limited edition bezitten is er nog een extra cover voorzien in de vorm van Kelly Wells’ “Making Believe”.
Dat Volbeat een topband is die het nog wel eens kan schoppen tot headliner van Graspop hebben ze weer eens bewezen met dit album, dat ik gerust het beste tot nu toe durf noemen. Hopelijk krijgen we nog meer van deze werkjes voorgeschoteld in de toekomst!
Te zien op 11.10 in Hof ter Lo. Doen!

HushPuppies

Silence is golden

Geschreven door

Hushpuppies is een jong Frans beloftevol bandje uit Bordeaux. Ze bieden aanstekelijke postpunkdie nauw leunt aan Franz Ferdinand, Kaiser Chiefs en de ‘70’s vervlogen Britse Only Ones. De ‘70’s toetsen verraadden een bredere aanpak en een psychedelicatoets. De groep biedt vaardig, fris uptempo materiaal als “A trip to Vienna” en “Moloko Sound Club”,en “Bad taste and gold on the doors”. Maar met songs als “Lost organ”, “Down, down, down” en “Hot shot” klinkt de band broeierig, intens en toegankelijk. Het kwintet onderscheidt zich van de doorsnee ‘flauwe’ Franse bandjes in het genre en lijkt met dit album aardig op weg naar een internationale carrière.

The Dodos

Visiter

Geschreven door

Een ontdekking is het Californische duo The Dodos. Ze debuteren na het doodgezwegen ‘Beware of The Maniacs ‘ met ‘Visiter’, een rauw, robuust, indringend en energiek album.
Het duo speelde z’n songs in op een rammelend klinkende akoestische gitaar en een spaarzame metaalpercussie. Resultaat is een kaal lofi aandoend geluid. De bezwerende, opzwepende drumslagen vormen de rode draad in de songs. Af en toe is er een trompet of een elektronica/pianotoets te horen. Een boeiende aanpak alvast, wat het duo uiterst origineel, avontuurlijk en eigenzinnig maakt in die zompige, freakende oase van bluesrock, folk, americana en psychedelica.
De onvaste, zweverige vocals van Meric Long, de nerveuze, gejaagde ritmes en het warme geluid passen mooi in dit concept. De langere nummers als “Joe’s Waltz”, “Paint the rust”, “Jodi”, “’The season” en “God?” zijn gewoonweg schitterend en behouden de aandacht door hun aanstekelijke ritmes, pschedelicatoets en gitaargetokkel.

Calexico

Carried to dust

Geschreven door

Het combo rond Joey Burns (zang, gitaar, bas) en John Convertino (drums) heeft een nieuwe frisse plaat uit; ‘Carried to dust’ doet het middelmatige ‘Garden ruin’, de vorige cd, wat vergeten en concurreert met platen als ‘The black light’, ‘Hot rail’ (hun doorbraak cd) en ‘Feast of wire’. Ze bieden een ruime kijk op americana door het toevoegen van warme, exotische, zuiderse klanken, waarbij het combo creatief en broeierig klinkt; accordeon, de Spaanse gastzang van Jairo Zavala en de Mexicaans klinkende trompet van Jacob Valenzuela zijn daar verantwoordelijk voor.
Een swing en groove horen we in songs als “Victor Jara’s hands”, “Writer’s Minor Holiday”, “Inspiracion”, “House of Valparaiso” en “El Gatillo”, wat een amalgaan aan stijlen samenbrengt binnen hun kleurrijke americanapop: mariachi/latino, jazz, folk en spaghetti western. Ze wisselen dit moeiteloos af met sfeervol, ingetogen songs: “Two silver trees”, “Slowness”, “Hole in your head” en “Fractured air”.
Een klasse album en een band in topconditie. Da’s Calexico in een notendop momenteel!

Mauro Pawlowski

Mauro & The Grooms: aanschouwen is bezwijken

Geschreven door

Driewerf hoera, Democrazy Gent is alive and kicking! Getuige de voortreffelijke programmatie op allerhande locaties de komende maanden. We keken al een tijdje uit naar het drieluik Manngold - Johnny Berlin - Mauro & The Grooms. Niet in het minst omdat laatstgenoemden een zeldzaam najaarsconcert (dEUS trekt straks immers terug Europa in) speelden waarbij Musiczine niet kon ontbreken. Stiekem hoopten we dat de band ons opnieuw zo erg zou overdonderen als op die avond ergens in februari 2004. Een optreden dat bij ondergetekende nog altijd als 'het beste optreden ooit gezien in de Handelsbeurs' geboekstaafd staat! Zowaar geen geringe verdienste!

Mauro & The Grooms staken meteen van wal met het uitbarstende “Doing Something Right”,  het geschifte “Corruption”, het roestige “Make it Complicated” en het angstzweet veroorzakende “Fear Life” vanop de gitzwarte 'debuut'plaat 'Black Europa'. Het publiek werd koud gepakt en bezweek voor het charisma van de grootmeester en zijn bruidegommen. Na “What it takes” (die beweging van Mauro bij het uitzingen van "Walk like a rock'n'roll star"!), “Days To burn” en “Visions” was het tijd voor het lichtelijk fantastische “Trip to Beg” waarbij stilstaan onmogelijk werd en we zelfs Mauro betrapten op éénmalig loos gaan. Het grimmige “Ghost Rock” en “Slow Bones”, respectievelijk van de onmisbare 'Ghost Rock EP' en de  'Tired Of Being Young EP'(als onderdeel van 'Set Sail To Dream Riot') werkten naar een duivels hoogtepunt. Hierna zochten Mauro & Co kalmere wateren op met o.a. “Comes With A Feeling”, “Stay Awake”, “Leavin' Montreux” en “Out Of The Storm”. Een rustige, maar niet minder sferische, tip van de sluier van het nieuwe werk dat er ergens in de toekomst zit aan te komen. Na een overdonderende en asgrauwe toegift met o.a. “Weapon Of Beauty” viel het doek.
Overdonderen zoals een paar jaar geleden deed Mauro & The Grooms ons echter niet. Het was merkbaar dat de band een hele tijd niet had gespeeld. De oudere nummers waren iets minder uitgewerkt als een paar jaar terug en bezorgden ons ook minder kippenvel als toen in de Handelsbeurs. Niettemin: Mauro & The Grooms blijven imponeren! We kijken al uit naar de volgende doortocht van multitalent Mauro en zijn duivelszonen van The Grooms!

Manngold, de nieuwe Gentse formatie rond de onvermijdelijke gitarist Rodrigo Fuentealba mocht de spits afbijten. Ze deden dat op een indrukwekkende manier met een sterke instrumentale prestatie en twee simultaan spelende drummers. De muzikanten van Manngold verdienden al sporen bij bands als Motek, Vive La Fête, Gabriël Rios en het nog niet vergeten Fifty Foot Combo. Te volgen dus!

Johnny Berlin deed een slordige poging om een combinatie te maken van postpunk en 80's new wave. Hun album mag het dan wel goed doen in de lijstjes, live brachten ze een maar weinig boeiende set. Enkel single “Four” oversteeg het niveau enigszins.

Organisatie: Democrazy, Gent

Queen + Paul Rodgers

Queen feat. Paul Rodgers: Queen viert overwinning samen met Paul Rodgers in Sportpaleis

Geschreven door

Afgelopen dinsdag stond de Engelse Rockband Queen in een goed gevuld Sportpaleis. De band heeft naar schatting 300 miljoen albums verkocht en behoort nog steeds tot een van de meest succesvolste bands aller tijden. Eind 1991 stierf de wereldbefaamde frontman van deze band en zo kwam er definitief een einde aan de vaste groepsbezetting die sinds 1971 dezelfde was gebleven. Na het overlijden van zanger Freddie Mercury onttrok ook bassist John Deacon zich uit het publieke leven waardoor slechts gitarist Brian May & drummer Roger Taylor onder de naam Queen doorgingen. Sinds 2000 gaven May & Taylor regelmatig acte de présence op verschillende festiviteiten. Maar de heren kwamen vooral in de publiciteit door het uitbrengen van re-recordings en het restylen van oude songs. Pas in 2004 is er de vernieuwde samenwerking met Free & Bad Company zanger Paul Rodgers. In 2005 ging de band als Queen + Paul Rodgers toeren doorheen Europa. De tour was zeer succesvol en Rodgers werd als vaste frontman ingelijfd. Midden deze maand verscheen het nieuwe studioalbum (het eerste in twaalf jaar!) ‘The Cosmos Rocks’ onder de naam Queen + Paul Rodgers met daarop aansluitend een nieuwe Europese tournee.

Queen zonder Freddie Mercury is Queen niet meer hoor ik U al zeggen. Deels klopt deze stelling natuurlijk wel maar naar mijn mening is zanger Paul Rodgers in staat om de zware erfenis van de band met veel eerbied opnieuw live tot bij de fans te brengen. Rodgers is allesbehalve een imitatie van Mercury. Hij beschikt over een totaal ander stemgeluid en heeft ook niet dat extravagante van Freddie. Rodgers is echter wel een van de allerbeste Classic Rock zangers en verdiende zijn sporen bij bands als Free & Bad Company. Vele fans moeten er net zo over gedacht hebben want vele Queen fans van het eerste uur vonden de weg naar het Sportpaleis. Trouwens de ziel van Mercury was in het Sportpaleis uitdrukkelijk aanwezig…..je voelde hem, je hoorde hem, je zag hem.

Het concert opende met een erg bombastische visuele intro. Na al dat gedonder en geknetter werd er geopend met “Surf’s Up….School’s Out”, een nieuwe track uit het nieuwe album. Naast May, Taylor & Rodgers stonden ook nog Spike Edney (Keyboards/Vocals), Jamie Moses (Guitar/Vocals) en Danny Miranda (Bass Guitar/Vocals) op het podium. Stuk voor stuk echte rasmuzikanten! Het podium werd vrij klassiek opgebouwd met een catwalk tot in het midden van de zaal. Tevens werd er gebruik gemaakt van een indrukwekkende lichtshow samen met enkele prachtige, goed gedoseerde videoprojecties. In de openingsfase waren er nogal wat technische geluidsproblemen. Microfoons deden het niet en ook de eindmix was niet al te best, maar vanaf “Fat Bottomed Girls” werd de juiste balans gevonden en ging de zaal een eerste keer massaal uit de bol. “Another One Bites The Dust”, commercieel gezien Queen’s grootste hit, werd met veel enthousiasme uitgevoerd. Rodgers dankte het Sportpaleis voor ‘the beautiful singing’.
Nog meer vuurwerk volgde met “I Want It All” & “I Want To Break Free”. Vertrouwde songs die toch een tikkeltje anders klonken doorheen de stembanden van Rodgers.
Hierna verwelkomde Brian May ons en hij liet meteen ook weten dat reeds drie mensen (waar ik er een van ben) het nieuwe album hadden aangekocht. De nieuwe single “C-Lebrity” volgde maar het publiek reageerde hier toch een stuk terughoudender op
. Daarna was het beurt aan elk lid om zich in de kijker te spelen. Paul Rodgers deed dit met een akoestische versie van de Bad Company song “Seagull”, waarin hij vooral liet horen welke klasbak hij is! Daarna nam ‘Doctor’ Brian May plaats op de catwalk, midden in de zaal. Brian erkende niet werelds beste zanger te zijn en vroeg het publiek hem te begeleiden in het prachtige “Love Of My Life”. Deze song ontpopte zich tot een van de allermooiste, intiemste concertmomenten die ik ooit mocht beleven. Zo intens, zo warm en met zoveel respect voor de overleden zanger Freddie Mercury , die Brian May een eerste keer uitvoerig bedankte. De folksong “’39” sloot hier naadloos bij aan. Deze song werd diverse keren onderbroken en werd terug hernomen door telkens een bandlid in de uitvoering toe te voegen. Roger Taylor op basdrum werd zo tot dicht bij het publiek gebracht. De op het eerste zicht wat afwezige Taylor bewees nadien het tegengestelde door een erg gesmaakte en originele drumsolo weg te geven. Zo bespeelde hij de bascello van Danny Miranda met zijn drumsticks. Leuk was het stukje van “Under Pressure” dat in de solo verweven zat . Toen Taylor’s volledige drumkit vooraan was opgebouwd verraste hij met een stevige versie van “I’m In Love With My Car” en zong hij ook de leadvocals van de ’sad song’ “Say It’s Not True”. Deze laatste song staat ook op het nieuwe album maar werd al eerder uitgebracht ter gelegenheid van Wereld Aidsdag.
Terug met zijn allen naar het grote podium waar Paul Rodgers achter de piano had plaats genomen voor de klassieker “Bad Company”. Geen Queen song maar toch erg gewaardeerd door het publiek. “Time To Shine” werd voor de eerste maal live gespeeld maar maakte weinig indruk. Daarna liet Brian May ook nog eens horen welk bedreven gitarist hij nog steeds is.
“Bijou” & “Last Horizon” waren wondermooie ‘instrumentals’. Met “Crazy Little Thing Called Love” begon de finale die afsloot met misschien wel Queen’s bekendste song: “Bohemian Rhapsody” in een semi-live uitvoering. Freddie Mercury mocht ons vanuit de hemel (via de videoscreens) nog eens toezingen. Geen mens die het erg vond dat dit eigenlijk slechts opgenomen videobeelden waren. De Queen fan van het eerste uur genoot intens want Freddy Mercury is en blijft ongeëvenaard als frontman van Queen, ook vele jaren na zijn dood.
Bissen deed men met de knallers: “All Right Now” van Rodgers band Free, “We Will Rock You” en afsluiter “We Are The Champions”. Het Sportpaleis vierde deze overwinning voluit.

Zelden heb een band oude rockers met zoveel enthousiasme op het podium gezien. De formule Queen + Paul Rodgers is dus duidelijk een shot in de roos. Oude Queen fans erkennen in de live uitvoeringen de sound van weleer, terwijl Paul Rodgers sterk wist te overtuigen als nieuwe zanger voor de band. ‘Queen…..they are still the champions’!’

Setlist:
*Surf’s Up…Schools Out!, *Tie Your Mother Down, *Fat Bottomed Girls, *Another One Bites The Dust, *I Want It All, *I Want To Break Free, *C-Lebrity, *Seagull, *Love Of My Life, *’39, *I’m In Love With My Car, *Say Its Not True, *Bad Company , *Time To Shine, *Bijou, *Last Horizon, *Crazy Little Thing Called Love, *Show Must Go On, *Radio Ga Ga, *Bohemian Rhapsody
BIS: *Cosmos Rockin’, *All Right Now, *We Will Rock You,
*We Are The Champions

Organisatie: AJA concerts


Pagina 471 van 498