logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15466 Items)

Wovenhand

Woven Hand “Hallelujah”!

Geschreven door

Als voorprogramma kregen de vroege vogels Birch Book geserveerd. Na een ingetogen start waarbij bas, drums en een Spaanse gitaar nauwelijks boven het geroezemoes van de zaal uitstegen, schakelde men tijdens het tweede nummer een klein tandje bij door ook een achtergrondzangeres op het voorplan te laten treden. Vaak hoorden we echo’s van David Bowie, de zanger van Birch Book (B. Eirth) beschikt immers over de stem en de typische frasering waarvan we tot gisteravond meenden dat enkel de Thin White Duke de rechtmatige eigenaar was. Ook muzikaal klonk het alsof we in het tijdperk van Ziggy Stardust vertoefden. De regelmatig opduikende mondharmonica riep dan weer reminiscenties op aan de jonge Dylan en de jonge Young (om het eens met een pleonasme te zeggen).
Birch Book blijkt dus een paar decennia te laat geboren maar daar waren we niet rouwig om want we mochten genieten van een set die ons drie kwartier onderdompelde in de goede oude tijd. Echt ouderwets mag B. Eirth echter niet genoemd worden want enerzijds is hij een volwaardig lid van hetgeen tegenwoordig de ‘free’ neofolk-beweging genoemd wordt en anderzijds is zijn uiterlijk als baardloze Jezus volledig conform de meest moderne afdrukken van de lijkwade van Turijn.

Hetgeen ons naadloos bij de hoofdact bracht want zoals algemeen geweten speelt de vader van Jezus een belangrijke rol in het leven en de muziek van David Eugene Edwards. “Kicking Bird” betekende de aftrap van een zeer degelijk optreden waarin voornamelijk de songs van het recente “Ten Stones” aan bod kwamen. Voorganger “Mosaic” was met 4 nummers (waaronder “Deerskin Doll” in de bis-ronde) ook ruim vertegenwoordigd. Tot grote vreugde van het uitverkochte Depot bracht Edwards na een half uur reeds solo een 16 Horsepower-nummer (“Splinters” uit ‘Secret South’). Nadien was het weer alle hens aan dek voor nummers als “Thin Finger”, “Dirty Blue” en “Winter Shaker”.
Naast de gebruikelijke bezetenheid die de frontman van Woven Hand aan de dag legde, maakte hij even gewoontegetrouw gebruik van een ruim instrumentarium. Nu en dan werd er naar de banjo gegrepen en in het als bis gebrachte “American Wheeze” (eveneens uit de 16HP-dagen) kwam zelfs de accordeon er aan te pas.
Tussen de reguliere set (die ongeveer 75 minuten in beslag nam) en de bisronde schalden opzwepende zulu-geluiden door de boxen. Voorts klonk Edwards af en toe als een van God vervulde priester terwijl we ook vaak het gevoel kregen alsof we vertoefden in de buurt van een minaret waarin een Allah aanroepende Arabier zijn keel aan het kwellen was.

Het weze duidelijk dat dit alles aanstekelijk werkte waardoor we als luisteraar regelmatig in hogere sferen vertoefden, een genot dat extra bekrachtigd werd door de ontspannen houding die men in de comfortabele zetels van Het Depot kan aannemen. Beschikten alle zalen trouwens maar over zo’n inrichting, het zou het leven van de oud en kreupel wordende concertgangers - wiens spier- en beenderenstelsel al te vaak op de proef gesteld wordt - veel aangenamer maken. Niet dat we complete leeghangers zijn want bijvoorbeeld een optreden van het niveau dat Woven Hand haalde, verdient het om met meer dan één staande ovatie beloond te worden. Ons enthousiasme was zelfs zodanig groot dat we het over een religieuze boeg dierven te gooien bij het kernachtig samenvatten van de avond: “Hallelujah”!

Organisatie: Depot, Leuven

Valgeir Sigurdsson

Valgeir Sigurdsson: letterlijk wegzakken in pluche zetels

Geschreven door

Het water viel met bakken uit de hemel boven Kortrijk. Het was eigenlijk geen weer om buiten te komen, maar toch waren we naar Kortrijk afgezakt. Toen de Kinepolis naar de rand van Kortrijk verhuisde, kwam het voormalige Pentascoop cinemacomplex leeg te staan. Gelukkig heeft men in het kader van de stadsvernieuwing dit complex omgebouwd tot een cultureel centrum. En zo konden we lekker wegzakken in de rode pluche cinema zetels voor Valgeir Sigurđsson, ikv één van de dagen Next International Arts Festival.

Valgeir Sigurđsson, bracht vorig jaar zijn debuut album uit; ‘Ekvilibrium’, waarop onder meer Will Oldham (aka Bonnie Prince Billy) meezong. De man heeft echter al meer sporen verdiend als producer: zo is hij de man achter de sound van Bjork, Sigur Ros & Mum. Valgeir had twee dames meegenomen, en een rist van instrumenten. Daarnaast werd het podium verfraaid met kerstlampen en een oranje paddestoellamp. Het zou duidelijk een sfeervolle avond worden. De set werd ingezet op piano, begeleid door cello en fagot. Toch wel verrassend hoe hier klassieke instrumenten gepaard gingen met de laptop elektronica: zo wisselden desolate soundscapes af met een heel klassieke instrumentatie. Je stond er werkelijk van te kijken hoe streepjes accordeon, kerkbelletjes, paukenslagen en elektronica gesmeed werden tot hele clevere songs: hier zag je de hand van een meesterproducer.
In de nummers die passeerden, herkenden we onder meer “A symmetry”, “Focal point”, “Equilibrium is restored” en “Lungs for Merrilee”.
Het publiek had zich duidelijk laten beïnvloeden door de setting van de cinemazaal; het was dan ook muisstil en enkel tussen de nummers kwam er voorzichtig applaus. Ook Valgeir liet zich van zijn meest Scandinavische kant zien; heel timide, en als er dan al eens een woord uitkwam moest hij er wel heel erg over nadenken. Het werd grappig toen hij bijna over de draden van zijn elektrische piano struikelde en de kerstlampjes vast kwamen te zitten in de kabels van zijn instrumenten. De man kon er gelukkig ook mee lachen.

Conclusie: een hartverwarmende en intrigerende sound van een rasproducer die in deze intieme setting sterk voor de dag kwam.

Ook het voorprogramma, Wixel, wist te overtuigen. Dit Belgisch viertal, twee jongens en twee meisjes, brengen ook elektronische soundscapes aangevuld met instrumenten. De aanpak gaat echter meer in de richting van de postrock en de folktronica; traditionele rock instrumenten werden gepaard aan laptop loops. Bij momenten deed het mij aan een instrumentale versie van The Postal Service denken. Opnieuw een sterk Belgisch debuut. 2008 is echt een grand-cru jaar geweest voor beginnende Belgische bandjes…waaronder we deze Wixel mogen rekenen …

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

The Dodos

Band met potentieel, The Dodos

Geschreven door

Het uit San Francisco afkomstige duo The Dodos kregen in de zomer de verdiende respons op hun tweede plaat ‘Visiter’ en hun optreden in de Chateau van Pukkelpop. Deze verdienste had z’n weerslag op een goed gevulde VK voor dit beloftevolle duo Meric Long (zang/gitaar) en Logan Kroeber (zang/drums), live aangevuld met de derde man, Joe Haener op vibrafoon, klokkenspel en ‘vuilbak’percussie.

Het trio kon moeiteloos overstappen van nerveuze, gejaagde, opzwepende ritmes en onverwachtse wendingen naar lieflijke, meeslepende subtiliteit, en gingen van een kaal, rauw, rammelend geluid naar een sfeervolle intimiteit door het gitaargetokkel op akoestische gitaar/dobro en het aanstekelijke en intrigerende drumwerk, kleur gegeven door materiaal van Haener. Ze speelden een avontuurlijk warm geluid in een zompige, freakende oase van bluesrock, americana, folkelektronica en psychedelica, onder de onvaste, zweverige zang van Meric.
Een broeierig, spannend geheel, waarbij het trio en verve in slaagde het publiek in hun greep te houden, mede door hun spelplezier en enthousiasme.
De groep droeg de freefolk van Banhart en Tunng, het songwriterschap van de onvolprezen Elliott Smith, de ingetogen sfeer van Bon Iver/Iron & Wine, de bluesrock’n’roll atttitude van The Black Keys en de Zeppelins Page’s en Lift to Experiences soli in het hart.
De groep speelde bezwerende en gedreven versies van “Red & Purple”, “Fools, “Joe’s Waltz”, “Paint the rust”, “The season” en “Jodi”, die opbouwend en intens klonken, heerlijke wendingen hadden en uiterst genietbaar waren. Of het mocht intiemer zijn als op “Winter”, “Park song” en “Undeclared”.
De songs stonden bol van creativiteit in het gitaarspel, het slagwerk en in de subtiele geluidjes, die op het eind in een prachtige jam en apotheose uitmondden, waarbij de heren van Jennifer Gentle een handje toestaken met voetstampers en percussieslagen van de podiumvloer tot de microfoons.

Als we spreken over een band met potentieel, dan mogen we in 2008 zeker het sympathieke Dodos niet vergeten. De klinkers en medeklinkers van hun groepsnaam zijn zeker op hun plaats. Te onthouden.

Ook het tweetal van Jennifer Gentle leek de moeite waard. Ze legden in het eerste deel van de set de klemtoon op retropsychedelica, terwijl ze in het tweede deel rauwer en noisier klonken en hielden van overstuurde ritmes in hun materiaal. En ook zij kregen op het eind hulp van twee Dodo leden op percussie. Opmerkelijk was de zang van Marco Fasolo, die bij momenten erg hoog kon uithalen. Alvast een mooie kennismaking …

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Secret Machines

Secret Machines

Geschreven door

Het Texaanse trio Secret Machines uit Dallas heeft alweer een behoorlijke indruk gemaakt met de nieuwe titelloze cd, die een bezwerende trip bevat van indierock, progrock en ‘70’s psychedelica. De plaat telt acht songs van meeslepende, fijnzinnige en hypnotiserende ritmes, massieve orkestraties en een meer directe, strakkere aanpak. De spannende dreiging, de onverwachtse wendingen en een gevatte dosis avontuur behouden ze. De space trip van “Have I run out” en het afsluitende “The fire is waiting” zinderen na; “The walls are starting to crack” zetten je even op het verkeerde been, want na een ingetogen eerste deel horen we een compleet bizar geschift experimenteel tussenstuk. Of je hoort de aangename bezwerende songs “Atomic heels” en “Last believer, drop dead”. Tenslotte zijn ze niet vies van een luchtiger ”Underneath the concrete”.
Secret Machines is een band die de kaart trekt van Emotie en van een subtiele, verbeten, avontuurlijke en gewaagde sound; elementjes Bowie/Tin Machine/Butthole Surfers worden aangehaald en ze onderscheiden zich van geestesgenoten Aereogramme en Oceansize.

Bonnie Prince Billy

Is it the sea?

Geschreven door

De getalenteeerde bebaarde bard Will Oldham, Bonnie ‘Prince’ Billy, uit Louisville, Kentucky bracht met de Schotse drummer Alex Neilson en de Keltische musici van Harem Scarem de americana en (Keltische) folk samen onder één dak. Inderdaad, wat ze samen brengen van materiaal van Oldham en enkele traditionals als “Molly Bawn”, is indrukwekkend mooi. De songs hebben een broeierige opbouw en klinken sfeervol door een melancholische ondertoon; de violen, melodica en backgroundvocals van de vrouwen van Harem Scarem geven een warme kleur. De songs zijn live opgenomen te Edinburgh. Het is momenteel de derde live plaat, na de eerder verschenen ‘Summer in the southeast’ (05 ) en ‘Wilding in the West’, in het voorjaar verschenen. In het eerste deel van de cd zit er alvast meer vaart in met songs als “Minor place”, “Arise therefore”, “Birch ballard” en “Molly Bawn”. Het tweede deel benadert de intieme, ingetogen schoonheid van Oldham’s materiaal als “Ain’t you wealthy, ain’t you wise?”, “My home is the sea” en de titelsong van de cd.
’Is it the sea?’ is een opmerkelijk samenwerkingsverband en is een overtuigende liveplaat; een sterk staaltje in het uitgebreide oeuvre van onze intimistische excentrieke singer/songwriter.

MGMT

Oracular Spectacular

Geschreven door

Eén van de meest hippe bands van het afgelopen jaar zijn MGMT geworden. Het gezelschap rond het Amerikaanse duo Ben Goldwasser/Andrew Vanwyngaerden heeft als muzikale driehoek geestesverruimende pop, rock’n’roll en dancepsychedelica. Hun kleurrijke pop klinkt melig, dromerig, zweverig, lieflijk en onschuldig. Hun muzikale visie is er eentje van peace, love and …, samenhorigheid, jong zijn, dartelende veulens en de bloemetjes en de bijtjes. ‘Oracular Spectacular biedt enkele stomende songs als “Time to pretend”, “The electric feel” en het dansbare “Kids”, die samen met de broeierige en sfeervolle “Weekend wars, “Of moons, birds & monsters” en “The youth” sterk overtuigen. Maar daarmee is het vat dan ook af van het beloftevolle Management. “4th Dimensial transition”, “Pieces of what”, “The handshake” en “Future reflections” klinken nagenoeg flets en stuurloos.
’Oracular Spectacular’ biedt Muzikale Grootsheid, samengevat in een handvol kwalitatief spannende, pittige, gedreven originele ‘70’s retropsychedelica nummers, die de band ergens brengen tussen oudjes Pink Floyd, Pavlov’s Dog, Hawkwind, Bowie, The Doors en jongere bands als Flaming Lips, Mercury Rev en Ozric Tentacles.

Bible Of The Devil

Freedom Metal

Geschreven door

In oktober leverde het schitterende underground label een nieuw werkje af. Dit onder de vorm van Bible of the Devil ’s vijfde langspeler. Het werkje van deze voor mij compleet onbekende groep, kreeg bij z’n geboorte de titel ‘Freedom Metal’ mee.
Bij aanvang van het album weerklinkt reeds in het openingsnummer “Hijack the Night” het bevrijdende gevoel… Het up-tempo muzikale spel van de lang-baardige figuren, die Bible of the Devil vertegenwoordigen, klinkt namelijk erg enthousiast en opzwepend. Hierbij houdt de band het midden tussen stevige hardrock (voornamelijk vocaal) en een goede pot  80’s Heavy Metal, waarbij ik meermaals moet denken aan de collega’s van Slough Feg bij hetzelfde label.
Ook bij “Night Oath” en “Womanize” tapt uit hetzelfde vaatje waarbij tussen de power-riffs door, enkele frivole gitaarriffs en solo’s passeren. Aanvankelijk is het nog wat aanpassen aan de wat ongewoon klinkende stem van zanger/gitarist Mark Hoffman, maar na enkele luisterbeurten begon ik hier anders over te denken. Eindelijk nog eens een band met een zanger waarvan je na een tijdje niet denkt: “Hmm dit moet ik ondertussen al 1000 keer gehoord hebben”. Al bij al komen de zanglijnen van Hoffman bijgevolg het album ten goede!
Met “Heat Feeler” biedt de band iets over de helft een rustpunt aan op het album. Of de heren van Bible of the Devil fan zijn van het magistrale The Rolling Stones weet ik niet, maar bij dit nummer moet ik meermaals denken aan de geniale eenvoud van “Paint it Black”. Al klinkt “Heat Feeler” een stuk opgewekter. De distortion wordt in dit nummer voor een groot deel achterwege gelaten. Pas naar het einde toe vliegt men er weer stevig in, om vervolgens uit te monden in een melodieuze solo. Hiermee bereikt het album naar mijn mening één van zijn hoogtepunten.
Met “Ol’ Girl” en “Greek Fire” bewandelt men wat meer het pad van de melodieuze hardrock, waarbij men zich hoogstwaarschijnlijk liet beïnvloeden door Thin Lizzy. Het opzwepende geluid van Bible of the Devil doet vermoeden dat men live heel wat volk actief krijgt. De live-reputatie spreekt dit ook niet tegen. Men heeft maar liefst 500 optredens achter de rug in 10 jaar tijd. Dat ze er nog steeds in hebben, laten ze blijken met het nummer “500 More”.

Mooi zo! Nu maar hopen dat één van deze 500 optredens ook in onze buurt mag vallen! Het duurde even voor ik overtuigd was van dit album. Ondertussen ben ik er al zeker van! Cruz del Sur heeft een oog en vooral oor voor talenten uit de underground scene. Dit heeft men met de release van ‘Freedom Metal’ nogmaals bewezen. Het grote publiek zal men waarschijnlijk niet trekken, maar voor wie een eigenzinnige mengeling van Slough Feg met Thin Lizzy aantrekkelijk klinkt kan ik enkel aanraden deze plaat een aantal toeren te gunnen in de platenspeler!

The Rascals

The Rascals onderscheidde zich van de doorsnee koele Britse mentaliteit

Geschreven door

Een divers publiek was aanwezig in een bijna volle Trix om de beloftevolle band The Rascals van Miles Kane aan het werk te zien : heel wat jong volk, Oasis’ lookalikes en de doorwinterde concertgangers.
The Rascals worden meteen gelinkt aan het ander, meer populaire Arctic Monkeys (van Alex Turner). Het Britse trio uit Wirral bij Liverpool heeft nog maar een paar maand z’n debuut uit, ‘Rascalize’, en laveert ergens tussen The Beatles, The Walker Brothers, de ‘90’s Oasis/Blur Britpop en de huidige postpunk, waaronder hun dikke vrienden Arctic Monkeys.

De vergelijkingen met het nevenproject van Kane (en Turner),The Last Shadow Puppets, ligt nog het meest voor de hand en na het optreden werd het me overduidelijk dat Kane de drijvende kracht is van het project, dat ons nog in oktober overrompelde, want in de gevarieerde composities van The Rascals hoorden we onderhuids die ‘60’s rock’n’roll, spaghetti western sounds en ‘007’ soundtracks, gedragen door de warme stem van Kane, met een typisch (niet storend) Brits accentje.
Trouwens, bij Kane was er geen sprake van die Britse ‘coole’ en afstandelijke houding; hij kon entertainen en onderhield een nauwe band met z’n publiek. Wat onwennig misschien, maar uiterst aangenaam! En de sympathieke uitstraling, de overgave en het spelplezier van alle drie, anderhalf uur lang, droop er van af! Z’n spitsbroeder Turner kan er zeker iets van leren.
Na de instrumentale westernopener ging het trio er meteen stevig tegenaan met snedige uptempo’s van “Out of dreams” en “Bond girl”. Kane werd in deze nummers geconfronteerd met elektriciteit aan z’n microfoon. Het leek wel op een grap maar het euvel werd deskundig, professioneel en losjesweg aangepakt en verholpen.
We hoorden vervolgens een sterk op elkaar ingespeelde band van hun melodieus aanstekelijke en avontuurlijke gitaarpop, die subtiel, rauw, energiek en fris was: een broeierig, spannend, scherp en intens gitaarspel, een diep dreunende bas en een harde, opzwepende drums. Het trio stak er vaart in en toonde aan dat ze over klasse songs beschikten: bedreven versies van “People watching”, “I’d be lying to you” en “Better in the shadows”, een aan Last Shadow Puppets refererend “freakbeat phantom”, “Does your husband know that you’re on the run” en “Fear invcted into the perfect stranger”, en er waren de sfeervol opbouwende ballads als “How do I end this” en “Stockings into suit”. Binnen hun Brits popgevoel zorgden The Rascals voor elk wat wils.
De groep eindigde heel sterk met “I’ll give you sympathy” en een uitgesponnen freaky, stevig en noisy “Is it too late”, waarin een Joy Division tune sluimerde. Het trio had het duidelijk naar hun zin, genoot van de respons en gooide er als toegift John Lennon’s “Instant karma” tegenaan, met het meezingbare freefolky refrein “We all shine on”.

Het optreden van The Rascals beklijfde. Ze speelden een uiterst onderhouden set, gaspelden hun songs niet af en klonken op geen enkel moment rommelig; kortom op diverse vlakken onderscheidden ze zich van doorsnee koele Britse mentaliteit …op hun accent na, wat we er maar bijnamen.

Een bizarre combinatie vormden the Rascals met de support act Something Sally. Freakende soulpop die deed denken aan het ‘80’s Nederlandse Time Bandits en Spargo, een opgefokt hyperkinetisch Delavega en het enthousiasme had van een Alphabeat. Wat een ‘positieve vibe’! De zangeres Sally beschikte net als Joss Stone over een helder pakkende soulstem. Vorig jaar zaten ze nog in het voorprogramma van Stone. De gasten speelden een bruisende party, maar zouden het er beter vanaf gebracht hebben met andere artiesten. Ondanks alles, werden ze warm onthaald.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Squarepusher

De Atari attitude van Squarepusher

Geschreven door

Een uitverkochte Vooruit mocht de aanwezigheid verwelkomen van het eerste Belgische concert van Squarepusher en deze man heeft blijkbaar een niet te onderschatten fanbase in België. Afgaande op het publiek van tech-heads, rastafarians en alternatieve rockers spreekt Squarepusher een breed palet muziekliefhebbers met een zin voor avontuur aan. Het gaf een wel apart sfeertje, met zware dubmuziek tijdens de pauzes en een overal merkbare wietgeur.

Nathan Fake werd toch alweer enkele jaren geleden binnengehaald als het nieuwe godenkind in de progressive, dankzij een aantal singles op het Border Community label van James Holden. Zijn etherische nummers werden erg goed onthaald door de progressive-gemeenschap, wat op Ten Days Off 2005 resulteerde in een op zijn kop staand café van de Vooruit bij “The Sky Was Pink”. Zijn eerste full-LP was een verrassend rustig album, enkel bruikbaar voor de huiskamer en niet zo echt voor de meeste dansvloeren. Ondertussen is de nog altijd maar 24-jarige Fake blijkbaar beginnen experimenteren met verstoorde beats bovenop zijn al gekende sound. Dit heet tegenwoordig een live, hoewel dit bij een DJ visueel nu ook niet zoveel voorstelt. In ieder geval moet gezegd dat het in het begin niet echt werkte. Je hoorde verschillende beats die hij uit zijn computer tevoorschijn wist te halen, maar een begin van songstructuur viel er toch niet in te ontwaren. Tegen het einde van zijn uurtje was er wel beterschap, toen hij koos voor dromerige geluidslandschappen, die nu stilaan de gelegenheid kregen auditief volledig tot hun recht te komen. Fake is een nog jonge artiest met potentieel, maar voorlopig komt het er nog niet volledig uit.

Daarna was het voor de eerste keer op Belgische bodem de beurt aan Squarepusher, de schuilnaam voor Tom Jenkinson, iemand die ondertussen al een respectabele biografie bijeen geschreven en geproducet heeft. Zijn mix van jungle-ritmes en ontspoorde, door de mangel gehaalde jazz-invloeden geven een resultaat dat, laten we het nu maar eerlijk toegeven, niet altijd licht verteerbaar is. Hij wordt altijd een beetje in de hoek van de experimentele elektronica gestopt, met gasten als Autechre en Aphex Twin, maar hij kiest de laatste tijd voluit voor een zeker live erg agressieve sound, die dichter bij de experimenten van pakweg Atari Teenage Riot liggen. Songstructuren zijn er niet in te herkennen en het gaat dan ook eerder om de live-ervaring, die nog eens benadrukt werd door vrij gestoorde visuals in de beste Pacman-traditie. Het heeft absoluut punk-attitude en dat vond het in trance mee knikkende publiek blijkbaar ook, getuige het enthousiaste applaus. En zelfs ik kon daar zo rond twaalven, na een zwaar weekend en met een werkweek voor de boeg mee instemmen.

Organisatie: Democrazy, Gent


Rodrigo y Gabriela

Rodrigo y Gabriela: een staaltje meesterlijk gitaarspel

Geschreven door

Het Mexicaanse duo Rodrigo (Sanchez) y Gabriela (Quintera) staan garant voor opwindende optredens. De mond aan mondreclame sinds 2006 (toen ze de eerste keer in België iedereen met verstomming deden slaan) heeft zijn effect gehad, want het concert in de AB was al een paar weken uitverkocht, terwijl pas volgend jaar nieuw werk wordt verwacht.
Het duo heeft zich na hun metalverleden Tierra Acida in Europa gevestigd met Dublin als uitvalsbasis. Ze kwamen in de belangstelling bij ons in 2005 door hun flamenco-interpretaties van Metallica en Led Zeppelin nummers. Ondertussen zijn ze een eigen weg ingeslagen en winnen ze er steeds nieuwe fans bij. Hun publiek van Brussel ligt hen nauw aan het hart: “You are the best public, I swear God”! lieten ze ontvallen …

Voor wie hen nog niet aan het werk zag (waaronder mezelf, foei dus?), bleek dit een meesterlijk en geniaal gitaarschouwspel. Toen beiden zich hadden neergezet, de gitaar ter hand namen en de blik naar elkaar richtten, lieten ze het publiek meeslepend in een bijna twee uur durende – naar eigen goeddunken -‘jam’ van hun intens bedreven en opzwepende gitaarspel, - getokkel, supersnelle vingertics, (drum)slagen op gitaar en experimentjes met de snaren. Kortom, een verbluffend staaltje kennis en kunde op gitaar , zonder verlies aan ritme en structuur. Een camera werd geplaatst op hun gitaren en op groot doek zagen we hun virtuoze ‘vingeroefeningen’. “This is crazy music for you” stamelde Gabriela ergens tussendoor.
Op gewaagde wijze speelden ze met hun flamenco gitaren flarden eigen interpretaties van werk van Led Zeppelin, Metallica en White Stripes (“Stairway to heaven”, “Orion”, “Seven nation Army”, …) gelinkt aan Jimi Hendrickx en Black Sabbath neigende soli en verweven aan eigen songs als “Juan loco”, Foc”, “Tamacun”, “Ixtapa” en “Diablo rojo”. Een sfeervoller, rustiger maar even avontuurlijk stuk hadden beiden ook voorzien met pakkend, dreigend materiaal als “Satori”.
Na elk een (verplicht) solo partijtje, palmden ze hun publiek definitief in en steeg de temperatuur in de AB, want het publiek klapte, juichte en riep mee op hun begeesterend gespeelde, geslaagde instrumentale songs en …ooh ja, we werden al mooi opgewarmd door een fenomenale Tool tune. Goed gevonden!

Ook de support act Krystle Warren verbaasde. Met z’n warme overtuigende soulstem en z’n innemend sober gitaarspel speelde hij solo gedurende een goed half uur een emotievolle set. De man had alvast de kunst van het songschrijven en het gitaarspelen, gedragen door z’n heldere stem.

Organisatie: Live Nation /Ancienne Belgique

Yael Naïm

‘Real life’ volgens Yael Naim

Geschreven door

De 30 jarige Yael Naim kwam deze zomer in de belangstelling met het nummer “New soul”, die een hitnotering wegkaapte en als soundtrack voor een reclamespot werd gebruikt. Haar Frans-Israëlische achtergrond en afkomst van Sefardisch Joodse ouders is te horen op haar doorbraakalbum; een album die tot stand kwam met de percussionist/componist David Donatien. Haar Engelse, Franse en Hebreeuwse liedjes hebben een traditionele background en laveren tussen pop, folk en jazz met een lichte swing. Trouwens, ze begon ooit als soliste in het Israëlische Air Force Orchestra.

Na een ietwat onwennige start, was ze haar zenuwen de baas en ontpopte ze zich als een entertainster, die door haar lieflijke blik, verhaaltjes zn danspasjes het publiek moeiteloos inpalmde. De songs op akoestische gitaar en piano kregen kleur door toetsen, accordeon, soundscapes, zingende zaag en percussie. De songs wonnen aan intensiteit door haar heldere, zuivere zang en door de verschillende landstalen. En door in koor de nodige “ooohs” en “aaahs” te neuriën, de handclaps, de vingerknips, en het heupwiegen kon ze zelfs dat tikkeltje meer bieden aan haar intieme, romantische popsongs.
’Real life begins’ sprak ze stralend uit toen ze “New soul” inzette in het eerste deel van de set; we hadden dan al een paar intens broeierige, meeslepende songs gehoord als de sfeervolle opener “Paris”, “Far far”, “Too long” en haar interpretatie op Britney’s “Toxic”. Op “Why do we fall in love” en “Dire” waagde ze een danspasje en liet ze zich vocaal dragen door haar publiek, wat niet zo’n evidentie was in een Schouwburg; deze songs kregen een lichte groove mee, wat een welgekomen afwisseling was op de ingetogen nummers. Een manier van doen die refereerde aan de aanpak van Joan Wasser van Joan As Police Woman.

We hoorden een sympathiek kwartet, die een intense band smeedde met z’n publiek, wat ten volle benut werd in de bis met een ‘folkie kampvuur jam’ versie van haar grootste hit. Yael Naim kwam sterk voor de dag met haar herkenbare en toch eigen aanpak.

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

The BellRays

"We are the mighty Bellrays!"

Geschreven door

The Bellrays uit Riverside, California is een garage punkrock collectief ‘pur sang’ en speelt sedert begin de jaren '90 power rock zonder franjes, mét een eigenzinnig scherp soul kantje dat vakkundig geslepen wordt door Lisa Kekaula, door u allen gekend van de single "Good Luck" van Basement Jaxx. In de Terminus kwamen ze tijdens hun derde Europese tour dit jaar hun nieuwste plaat ‘Hard Sweet and Sticky’ voorstellen.

Dat The Bellrays in Oostende waren om een feestje te bouwen werd al duidelijk vanaf de eerste noot. Met "Sister Disaster", "You 're Sorry Now" en "Pinball City" zat de sfeer er direct goed in, en Lisa liet geen enkel moment onbenut om het publiek van bij het begin op te peppen. Met haar afro kapsel, gitzwarte jurk én stilleto's kon je moeilijk naast deze soul diva kijken. Ook haar fantastische stem kon je evenmin onberoerd laten. Ze zong werkelijk de pannen van het dak.
De drie minuten no-nonsens nummers volgden elkaar razendsnel op en daarmee werd het tempo van de set vastgezet zodat stilstaan (bijna) geen optie meer was. Gitarist Bob Vennum, wederhelft van Lisa, raasde de ene AC/DC krachtwaardige riff na de andere uit zijn SG-gitaar, en laaide het vuur extra op met zijn uitstekende Neil Young-achtige noise solo's. Ze flirtten zelfs met de jaren '70 Led Zeppelin.
Op deze voor hen speciale ‘Thanksgiving’ avond hadden ze er duidelijk zin in en Lisa deed dan ook alles om eveneens het luisteraandachtige publiek uit hun schoenen te doen springen. Onbevreesd sprong ze het publiek in en sprak ze individuen aan om mee te delen in haar feestvreugde. Dat ze hiermee reacties bij het publiek uitlokte werd duidelijk toen ze net vóór de bisnummers ‘Thanksgiving’, en alles wat men dus dankbaar kan zijn, hoog aanprees. Een enkeling die met zijn leven speelde, waagde het namelijk om hierbij enkele malen "What the fxx do we care?!" vlak voor de diva te brullen, met als gevolg dat de ongelukkige haar middenvinger pal voor z’n gezicht zag en een aantal stilleto trappen op zijn borstkas moest incasseren. Vervolgens sprong superLisa hem in het publiek achterna toen hij haar onversneden advies de zaal te verlaten niet inwilligde, verkocht ze hem nog wat sidekicks en zong ze lekker verder terwijl ze haar shit vinger bijna in zijn neus duwde. ‘What a woman’!

The Bellrays deden waar ze uitmuntend in waren: een feestje bouwen en er ne lap op geven! Ook letterlijk zo bleek, en sommigen zullen deze avond niet te gauw vergeten, ... of misschien net wel. Wij alvast niet!

Organisatie: De Zwerver, Leffinge

Marillion

Marillion is erg ‘happy on the road’

Geschreven door

Marillion wordt tegenwoordig vaak in muziekvakbladen omschreven als het best bewaarde muzikale geheim van de U.K. Niet langer heeft de muzikale pers een afkeer voor deze band en zo is men ook eindelijk tot de conclusie gekomen dat de band doorheen de jaren een enorme (r)evolutie heeft doorgemaakt.
Marillion heeft dan ook muzikaal nog erg weinig te maken met de pure symfonische rockband die ze was tijdens de beginjaren. Van 1983 tot 1987 maakte de band vier albums die allemaal erg goed ontvangen werden. In 1988 kwam er met ‘Clutching At Straws’ een einde aan het Fish tijdperk. Fish ging solo verder en het was Steve Hogarth die de band in 1989 een nieuw hart gaf.
Ondertussen heeft Marillion met Steve Hogarth reeds elf studioalbums uitbracht, waarvan ‘Happiness Is The Road’ het meest recentste werk is. Dit dubbele album werd door de band zelf midden september volledig kosteloos ter beschikking gesteld via de P2P netwerken (zeg maar gratis legaal te downloaden). Een behoorlijke stunt!...al hebben de echte fans ondertussen natuurlijk de mooie ‘deluxe campaign edition’ in huis gehaald.

Om dit nieuwe album te promoten stonden de heren in Le Splendid te Lille voor wat het laatste optreden van de ‘Happiness Is The Road Tour 2008’ was. Al bij aanvang was het duidelijk dat de band er erg veel zin in had en ook het Noord-Franse publiek ontving de band met open armen.
Le Splendid liep aardig vol, al was er toch wat minder volk komen opdagen dan tijdens de ‘Somewhere Else’ tour van 2007.
Keurig omstreeks 20.30 (er was geen supportact) kwam de band onder luid applaus het podium op. Steve Hogarth liep meteen in de kijker vanwege zijn imposante klederdracht.
‘H’ was gehuld in een rijkelijk geborduurde witte ‘Guru’ mantel (en op blote voeten!) en hij liet meteen duidelijk verstaan er erg veel zin in te hebben want hij verwelkomde zijn Franse vrienden veelvuldig. “Dreamy Street” uit het nieuwe album trok de set rustig op gang waarna men met “This Train Is My Life” meteen een van de beste stukken uit de nieuwe plaat liet horen. Een kristalhelder, perfect uitgebalanceerde sound bracht ons al meteen in extase. Al liep het ook ernstig fout in deze beginfase. Plotseling werd Mark Kelly alle samples en keyboardeffects ontnomen, een euvel dat niet meteen opgelost geraakte. Zeer professioneel en met een gezonde dosis humor zorgde de band echter voor een semi-akoestisch intermezzo. Het publiek genoot en waarneer alle technische problemen eindelijk opgelost waren, zorgde “Woke Up’ voor een eerste hoogtepunt van de avond. Het bijzonder sterke “Essence” werd naadloos opgevolgd door het door de fans erg gewaardeerde “Fantastic Place”. Nog een hoogtepunt was “The Man From The Planet Marzipan”, een song waarin alle bandleden naar de perfectie streefden!
Meest emotionele moment van de avond werd een live versie van de song “Out Of This World”. Een song uit het ‘Afraid Of Sunlight’ album, die Steve opdroeg aan (en trouwens ook het verhaal vertelt van) Donald Campbell, een Britse held die in de auto en motorbootwereld tal van snelheidsrecords op zijn naam heeft staan. Mooie projecties gaven de song nog meer diepgang.
Met “Mad” en “The Great Escape” kwam Marillion’s beste conceptalbum ‘Brave’ uitvoerig aan bod. “Whatever Is Wrong With You” sloot de set af. “Neverland” was een voor de hand liggende encore maar toen de band definitief afsloot met de nieuwe titeltrack was dit voor velen toch een grote verrassing. Gedurfd en met veel klasse en vastberadenheid liet men nog een laatste keer horen waarvoor Marillion anno 2008 staat.

Het aanstekelijke spelplezier dat de band ten toon stelde kon bij vele aanwezigen op erg veel steun en respons rekenen en dit zorgde op zijn beurt voor alweer een ijzersterk Marillion optreden. Het uitstekende zaalgeluid, de knap verzorgde licht en projectieshow maakten van dit optreden een van de allerbeste ‘gigs’ van 2008.
Marillion is duidelijk ‘Happy On The Road’ en wij ook! want onze hooggespannen verwachtingen werden ruimschoots ingelost.
Al blijven de Belgische fans ook nu weer in de kou staan. Maar misschien kan de band dit nog goedmaken door in het nieuwe jaar (tijdens het tweede luik van de tour) toch ook ons landje aan te doen.

Setlist:
*Dreamy Street *This Train Is My Life *Nothing Fills The Hole *Three Minute Boy / A Day In The Life *Woke Up *The Other Half *Essence *Fantastic Place *The Man From The Planet Marzipan *Out Of This World *Mad *The Great Escape *Afraid Of Sunlight  *Asylum Satellite #1 *The Invisible Man *Whatever Is Wrong With You
Bis *Neverland *Happiness Is The Road

Marillion slideshow link
http://www.slide.com/r/XM-0NYbPzj_Oa_R4dP8yIkajl6-UGhW5?previous_view=lt_embedded_url

Organisatie: Agauchedelalune Lille

Wolf Parade

Een heerlijk en hecht klinkend Wolf Parade

Geschreven door

Twee volwaardige bands, Wolf Parade en Madensuyu, stonden op dezelfde avond geprogrammeerd in een goed halfvolle Grand Mix. We zagen twee ontdekkingen, die meer dan verdiend mogen doorbreken. Verbazend toch hoe de belangstelling kan verschillen, nét over de grens.

Het Canadese Wolf Parade wordt ingehaald als één van de beloftevolle bands. Het virtuoze duo van de band, Spencer Krug en Dan Boeckner, zijn in allerlei projecten actief, waaronder Frog Eyes, Sunset Rubdown en Handsome Furs, en in vijf jaar tijd hebben ze onder hun eigen Wolf Parade al twee opmerkelijke platen uit ‘Apologies to the Queens Mary’ (‘05) en ‘At Mount Zoomer’. De groep laveert ergens tussen Arcade Fire, Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Spoon en Built to Spill.

Het kwartet uit Montréal nam de plaat in de ‘Petite Eglise’-studio te Quebec op, de kerk waar Arcade Fire terecht kon voor hun ‘Neon bible’. Wolf Parade liet de bombast en het theatrale op het achterplan en koos voor een meer hoekige, directe indierock aanpak.
Live trokken ze de lijn door. Af en toe klonken ze gewaagder, intenser en emotievoller door de grillige en avontuurlijke wendingen, zonder in te boeten aan een sterke melodielijn. De toetsen gaven kleur. Een afwisselende en een goed op elkaar afgestemde zang (wat een overeenkomst in de zangstijl trouwens) zorgde voor een overtuigende set van songs als “Soldier’s gun”, “Grounds for divorce”, “Fine young cannibals” en “I’ll believe in anything”. Bondig en to the point. Ze brachten ons onder de indruk op Llanguage city”, “California dreamer” en “Kissing the beehive”, die op verbluffende wijze de set besloot. Progrock schuilde om de hoek en iemand brabbelde naast mij over Spock’s Beard, wat ik terecht kon beamen …Deze songs werden als een rockopera geïnterpreteerd: mooi uitgesponnen, meeslepend, broeierig, dromerig en rauw.

Wolf Parade creëerde een spannende sound met hun back-to-basics instrumenten en toetsen. Een hecht klinkende band, die heerlijke wendingen bood aan hun materiaal, en zich duidelijk binnen de indiestyle onderscheidde.

Twee volwaardige bands zei ik …Het Gentse Madensuyu kon een klein uur optreden, en liet hun net verschenen tweede cd los aan het Franse (en deels West Vlaamse) publiek. ‘D Is Done’ volgt ‘A field between’ en de EP ‘Adjust We’ op. Het duo kreeg al een eervolle vermelding op de Humo’s Rock Rally van 2004, en intrigeert door hun broeierig, intens, energiek en opwindend spanningsveld tussen  repetitieve gitaarstructuren, bezwerende en opzwepende percussie, elektronicableeps, (schreeuw) zang en opgewonden kreten.
Het nieuwe materiaal heeft een intense, samenhangende opbouw, klinkt breder en beschikt over meer zangpartijen. Muziek die je doet bewegen en door de repetitieve opbouw en de tempowisselingen voor de nodige adrenalinestoten en explosies zorgt. Het duo liet de synthiloops en beats wat meer doorklinken en manifesteerde zich ergens tussen de postrock van 65daysofstatic, de oude Belgenpop van Red Zebra, de industrial van The Young Gods, de gitaarriedels van Sonic Youth en de scherpte van Swans en V.U. De bindteksten van drummer Pieterjan Vervondel waren leuk (al altijd trouwens) meegenomen en ontkrachtten de muzikale spanningsboog. Eén voor één waren de nieuwe songs de moeite, waardoor ik moet besluiten dat dit duo me het meest verbaasde en in beroering bracht. Luister maar eens naar “Fafafxx”,  “Write or wrote”, “Oh frail”, “Ti:me” (de sterkste song van 2008!), “Tread on tread light” en “Little f”. En oh ja, er was ook nog wat ouder materiaal, waarbij het bruisend dynamische “Share of lot” mocht besluiten. Duimen maar dat het duo De Gezelle – Vervondel de verdiende erkenning krijgt voor hun talent, kunde en technische stuff!.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Madensuyu

Wat een muzikale spanningsboog met Madensuyu

Geschreven door

Twee volwaardige bands, Wolf Parade en Madensuyu, stonden op dezelfde avond geprogrammeerd in een goed halfvolle Grand Mix. We zagen twee ontdekkingen, die meer dan verdiend mogen doorbreken. Verbazend toch hoe de belangstelling kan verschillen, nét over de grens.

Het Canadese Wolf Parade wordt ingehaald als één van de beloftevolle bands. Het virtuoze duo van de band, Spencer Krug en Dan Boeckner, zijn in allerlei projecten actief, waaronder Frog Eyes, Sunset Rubdown en Handsome Furs, en in vijf jaar tijd hebben ze onder hun eigen Wolf Parade al twee opmerkelijke platen uit ‘Apologies to the Queens Mary’ (‘05) en ‘At Mount Zoomer’. De groep laveert ergens tussen Arcade Fire, Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Spoon en Built to Spill.

Het kwartet uit Montréal nam de plaat in de ‘Petite Eglise’-studio te Quebec op, de kerk waar Arcade Fire terecht kon voor hun ‘Neon bible’. Wolf Parade liet de bombast en het theatrale op het achterplan en koos voor een meer hoekige, directe indierock aanpak.
Live trokken ze de lijn door. Af en toe klonken ze gewaagder, intenser en emotievoller door de grillige en avontuurlijke wendingen, zonder in te boeten aan een sterke melodielijn. De toetsen gaven kleur. Een afwisselende en een goed op elkaar afgestemde zang (wat een overeenkomst in de zangstijl trouwens) zorgde voor een overtuigende set van songs als “Soldier’s gun”, “Grounds for divorce”, “Fine young cannibals” en “I’ll believe in anything”. Bondig en to the point. Ze brachten ons onder de indruk op Llanguage city”, “California dreamer” en “Kissing the beehive”, die op verbluffende wijze de set besloot. Progrock schuilde om de hoek en iemand brabbelde naast mij over Spock’s Beard, wat ik terecht kon beamen …Deze songs werden als een rockopera geïnterpreteerd: mooi uitgesponnen, meeslepend, broeierig, dromerig en rauw.

Wolf Parade creëerde een spannende sound met hun back-to-basics instrumenten en toetsen. Een hecht klinkende band, die heerlijke wendingen bood aan hun materiaal, en zich duidelijk binnen de indiestyle onderscheidde.

Twee volwaardige bands zei ik …Het Gentse Madensuyu kon een klein uur optreden, en liet hun net verschenen tweede cd los aan het Franse (en deels West Vlaamse) publiek. ‘D Is Done’ volgt ‘A field between’ en de EP ‘Adjust We’ op. Het duo kreeg al een eervolle vermelding op de Humo’s Rock Rally van 2004, en intrigeert door hun broeierig, intens, energiek en opwindend spanningsveld tussen  repetitieve gitaarstructuren, bezwerende en opzwepende percussie, elektronicableeps, (schreeuw) zang en opgewonden kreten.
Het nieuwe materiaal heeft een intense, samenhangende opbouw, klinkt breder en beschikt over meer zangpartijen. Muziek die je doet bewegen en door de repetitieve opbouw en de tempowisselingen voor de nodige adrenalinestoten en explosies zorgt. Het duo liet de synthiloops en beats wat meer doorklinken en manifesteerde zich ergens tussen de postrock van 65daysofstatic, de oude Belgenpop van Red Zebra, de industrial van The Young Gods, de gitaarriedels van Sonic Youth en de scherpte van Swans en V.U. De bindteksten van drummer Pieterjan Vervondel waren leuk (al altijd trouwens) meegenomen en ontkrachtten de muzikale spanningsboog. Eén voor één waren de nieuwe songs de moeite, waardoor ik moet besluiten dat dit duo me het meest verbaasde en in beroering bracht. Luister maar eens naar “Fafafxx”,  “Write or wrote”, “Oh frail”, “Ti:me” (de sterkste song van 2008!), “Tread on tread light” en “Little f”. En oh ja, er was ook nog wat ouder materiaal, waarbij het bruisend dynamische “Share of lot” mocht besluiten. Duimen maar dat het duo De Gezelle – Vervondel de verdiende erkenning krijgt voor hun talent, kunde en technische stuff!.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Keane

Perfect Symmetry

Geschreven door

Het Britse Keane beet na een troosteloze periode terug van zich af met de derde cd ‘Perfect Symmetry’. De band begon ooit binnen het plaatje van Coldplay, Travis, Semisonic, Snow Patrol en Starsailor. De melodieuze songs draaiden rond het begeesterende pianospel van Tim Rice –Oxley. Hun debuut ‘Hopes en Fears’ werd een doorbraak van formaat, het tweede ‘Under the iron sea’ zat in dezelfde lijn, maar had alvast iets minder potentieel in hun hartverwarmende, ontroerende en dromerige meeslepende poprock. Na de tweede plaat stond de band bijna op springen, want van de frisse, bezielde gigs en het sympathieke imago bleef plots niet veel meer over door de porto- en cocaïneverslaving van zanger Tom Chaplin.
Maar kijk, op ‘Perfect Symmetry’ horen we een herboren band, ook al zijn niet alle songs even geslaagd. Het trio is uitgegroeid tot een kwartet, bieden een breder concept door een krachtiger rocklijn (“Spiralling” en “The lovers are losing”) , en lieten de synths doorklinken door het geflirt met elektronica, psychedelica en bleeps, o.a. op “Better than this”, “You haven’t told me anything” en “Again & again”. De pianoballads horen we dan op “Prentend that you’re alone” en “Love is the end”, als de sfeervolle pop op “You don’t see me” en de titelsong. Voor hen is het alvast een louterende, zalvende plaat.
’Perfect Symmetry’ is een gevarieerde plaat en een geslaagde comeback; nu nog die perfecte popsongs schrijven op een vierde cd. Bemoedigende terugkeer …

Amy Macdonald

This is the life

Geschreven door

”This is the life” floten en neurieden we de ganse zomer… Het werd de grootste solo hit voor een vrouwelijke artieste. De eer kwam de 21 jarige Schotse zangeres Amy Macdonald toe. Al meteen verwierf ze een gouden status met die wereldhit. En op haar debuut overtuigt ze met haar aanstekelijke, frisse en sfeervolle poprockfolk. Dertien-in-een dozijn nummers misschien, maar die zich weten te onderscheiden door haar songschrijftalent, haar gitaarspel en heldere stem. “Mr Rock & Roll”, “Poison prince” en “Burrowland ballroom” klinken meer uptempo, orkestraties zijn te horen op “Let’s start a band”, waarbij Macdonald vocaal hoog uithaalt als een volleerde Sinead of je kan je laten meeslepen door die emotievolle popsongs “Youth of today”, “Run” en “L.A.”. “This is the life” is de hoopvolle song bij uitstek. Beter kunnen we ons niet voorstellen in troosteloze momenten … en als bonus krijgen  we er nog 2 songs bovenop!

Pink

Funhouse

Geschreven door

De Amerikaanse MTV r&b rockstar Pink aka Alicia Moore heeft  met ‘Funhouse’ de opvolger klaar op het ietwat minder succesvolle ‘I’m not dead’. De bijna dertigjarige zangeres, gelouterd na haar breuk met motorcrosser Carey Hart, komt terug op het voorplan met een grootse cd , die in de voetsporen kan treden van ‘Misundaztood’ (’01) en ‘Try this’ (’03). Op deze gevarieerde plaat staan een handvol hits die haar vroegere successen van “Trouble”, “God is a DJ”, “Get the party started”, “Last to know”, “Dear Mr President” en “Stupid girls” kunnen evenaren. “So what” en “Sober” zijn de feestnummers: uptempo, gedreven en opzwepend, met een knipoog naar de huidige Britney sound; “One foot wrong”, “Please, don’t leave me”, “It’s all your fault” en de titelsong zijn vaardige, puntige melodieuze pop/r&b songs, typical Amerikaans en gedragen door haar heldere, rauw aandoende vocals. En natuurlijk mogen de traditionele ballads niet ontbreken: “Crystal ball”en “Glitter in the air. De extra track verraadt haar voorliefde aan de hiphop.
’Funhouse’ is een goed plaatje die de fans van het eerste uur niet zal ontgoochelen en er zelfs een pak tieners zal bijwinnen …

Stuck Mojo

The Great Revival

Geschreven door

Na het ontgoochelende ‘Southern Born Killers’ plande Stuck Mojo volgens mij een grote heropleving. De naam van het nieuwe album namelijk ‘The Great Revival’, doet niets anders vermoeden.. ‘Southern Born Killers’ werd over het algemeen te slap bevonden. De met rap en R ‘n’ B doorspekte ‘Metal’ kon mij absoluut niet bekoren. Of men er ditmaal wel in slaagde, komt u verder te weten.

Na het slappe ‘Southern Born Killers’ opent dit nieuwe album sterk met “15 Minutes of Fame” na de intro “Worshipping a False God”. Een krachtige opening van het nummer trekt meteen de aandacht. De raps van Lord Nelson klinken eindelijk weer wat steviger en stoerder, terwijl de gezongen delen een meer emotionele kant aanraken. Ook in het sterke “Friends” vallen de gerapte stukken op, maar vooral de intrede van zangeres Christine Cook trekt hier de aandacht, waardoor een schitterend duet wordt aangeboden. Zo goed als het volledige album blijft behoorlijk toegankelijk voor het grote publiek, maar ditmaal zonder de kwaliteit van het album in de weg te staan.
Het minder toegankelijke “The Flood” blijkt echter één van de sterkere nummers op het album te zijn. Hier krijgen we voornamelijk stevige metalriffs voorgeschoteld ondersteund met stevige raps en epische sfeerelementen. Het geheel klinkt behoorlijk dreigend, waardoor het eigenlijk nogal vreemd overkomt tussen de andere nummers. Ook het erop volgende “Now That You’re All Alone” tapt namelijk uit een compleet ander vaatje. De commerciëler klinkende zanglijnen die de raps afwisselen, staan in fel contrast ten opzichte van de dreigende sfeer op “The Flood”. Niettemin heeft ook dit nummer zijn sterktes.
Het enige minpunt op dit album blijft echter het oeverloos gezeik tussen sommige nummers. Het beste voorbeeld kunnen we geven met het ‘nummer’ “There’s a Doctor in Town” en ‘There’s a Miracle Coming”. Deze delen van het album bevatten oeverloos gezeik van één of andere Goeroe die een aankomend mirakel predikt en hierbij geleidelijk aan ondersteund wordt door muzikale elementen die hun oorsprong kennen binnen the Southern Rock. Gelukkig zijn deze passages beperkter dan op ‘Southern Born Killers’.
Opmerkelijk nog op dit album is de eigenzinnige cover die men voorschotelt van de country klassieker “Country Road”. Origineel is het zeker wel, al blijft het echter bij een leukigheid op dit album. Na deze cover volgen nog enkele nummers die naar mijn bescheiden mening enkel als opvullertjes dienen. Hieronder valt onder andere het tweedelige “Superstar”. De R’n’B invloeden zijn op deze nummers duidelijker en laten daardoor een slappe indruk na. Op een melodische solo na, zal je niet veel missen bij het overslaan van deze nummers!

Al bij al kregen we een mooi afwisselend album voorgeschoteld voor liefhebbers van Cross-over Metal. Ook al blijkt er meer Rap dan Metal aanwezig te zijn in het album. Ook qua productie kon Stuck Mojo op kwaliteit rekenen. Het geheel ligt vlot in het gehoor! Hopelijk overtreft men ook dit album weer!

Kocani Orkestar

The ravished bride

Geschreven door

Kocani Orkestar uit Macedonië is één van de prominente bands van de Balkan. Ze combineren traditionele volksmuziek met invloeden uit de pop; ze geven zwier aan hun songs, die gekenmerkt zijn door aanstekelijke, opzwepende, groovy ritmes; gypsy muziek omschrijft men dit. Kocani Orkestar is een Balkan Brass band die een feest garandeert: de mensen plezieren en afleiding brengen. Af en toe remmen ze hun instrumenten af en klinkt het ensemble sfeervoller.
Zoals het echte zigeuners beaamt, zweert de groep trouw aan de gypsy roots: gewoon een instrument ter hand nemen en spelen met hart en ziel tot je niet meer op je benen kunt staan. Of hoe Oost-Europese traditionele muziek in de voetsporen van Goran Bregovic, Turkse world, latin en westerse pop elkaar vinden. Artiesten als Beirut, Balkan Beat Box en ons eigen Buscemi haalden de mosterd bij deze Kocani Orkestar. Wervelend, zinderend plaatje met enkele sfeervolle rustpauzes.
Info op http://www.myspace.com/kocaniorkestar

Amour Fou

Perdu FM

Geschreven door

Het West-Vlaamse Amour Fou onderscheidde zich een paar jaar terug in Westtalent. Ze moeten voor hun sound niet onderdoen aan de doornsnee Balkan band. Ze goochelen met aanstekelijke, exotische ritmes en brengen elementen van een Kocani Orkestar en Balkan Beat Box samen in een meeslepende gypsy beat. Amour Fou brengt een verfrissende cocktail van Balkanpop, folk, polka, world en salsa. Een kleurrijk geluid! De songs zijn feestelijk, spannend en broeierig en ondergaan soms onverwachtse wendingen. Het ensemble heeft ook oog voor melancholisch ingetogen stukken. Met een knipoog naar Think Of One. De groep zingt zowel in het Engels als in het Frans.
Ze beschikken over een ijzersterke live reputatie. Ontdek hun afwisselend broeierig en feestelijk plaatje!
Info op http://www.amourfou.be

Pagina 469 van 499