logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
dEUS - 19/03/20...
Concertreviews

Vive La Fête

Vive La Fête - Vrolijk huppelen op soms donkere synthwave

Geschreven door

Vive La Fête - Vrolijk huppelen op soms donkere synthwave

De electroclash-iconen Vive La Fête hebben zopas een fotoboek uitgebracht over de geschiedenis van de band. Om dat boek aan de man te brengen, is de band op tournee. Later dit jaar staan ze op de Lokerse Feesten en in Spanje, maar wij gingen kijken en luisteren in de Schakelbox (CC De Schakel) in Waregem.

Een voorprogramma was er niet. Dat opende mogelijkheden voor een extra lange set van Vive La Fête en daar hebben ze op ingespeeld met een set van ruim anderhalf uur en zowat 20 nummers. De zaal was niet uitverkocht, wel goed gevuld. Enkele fans hadden net zo’n zwarte balk als de bandleden op hun gezicht ‘geschilderd’.
Van deze band rond Els Pynoo en Danny Mommens verscheen vorig jaar de EP ‘Les Sauvages’. Dat was het eerste nieuwe studiowerk sinds jaren. Wie hoopte dat de EP integraal gespeeld zou worden, die was eraan voor de moeite. Sinds enkele jaren zit Vive La Fête in een soort van ‘Greatest Hits’-modus als het over concerten gaat. Van ‘Les Sauvages’ speelden ze enkel “Notre Planète” en niet de single/titeltrack “Sauvage”. Een beetje jammer is dat toch wel, want zo zit er maar weinig variatie in de set voor wie deze band regelmatig gaat zien.
Singles en hits bij de vleet. Dat dan weer wel. In de reguliere set was er plaats voor onder meer “Tokyo”, “Schwarzkopf”, “Hot Shot”, “Touche Pas”, “Mots Bleus”, “Liberté”, “La Verité” en “Jaloux”. Enkel “Je Ne Veux Pas” ontbrak misschien, naast enkele van hun bekende covers, maar achteraf kon je geen ontevreden fan bespeuren. Heel wat nummers werden op herkenningsapplaus onthaald en voor het podium werd volop gedanst en meegezongen.
Iedereen in de band gaf zich voor het volle pond. De eeuwig lachende en dansende frontvrouw nam de hele zaal op sleeptouw vanaf de eerste noot die gespeeld werd.
De toegift was zo mogelijk nog leuker, met superhit “Maquillage”, hun lijflied “Nuit Blanche”, een medley met “Noir Desir” en “Attaque Surprise”, hun cover van de Moog-klassieker “Popcorn” en “2005”.

Setlist: Tokyo / Schwarzkopf / Hot Shot / Mon Dieu / Machine Sublime / Touche Pas / A Paris / Exactement / Pousse Pas / Mots Bleus / Notre Planète / Liberté / La Verité / AC / Jaloux / Nuit Blanche / Maquillage / Noir Desir-Attaque Surprise / Popcorn / 2005

Reviews
https://musiczine.net/index.php/nl/item/99314-vive-la-fete-great-gigs-in-the-park-2025-balancerend-tussen-pop-elektro-wave-en-alternatief
https://musiczine.net/index.php/nl/item/96973-sauvage-single
https://musiczine.net/index.php/nl/item/94298-vive-la-fete-vive-la-fete-mag-nooit-met-pensioen-gaan
https://musiczine.net/index.php/nl/item/93777-vive-la-fete-al-25-jaar-explosief-in-feestjes

Organisatie: CC De Schakel, Waregem

Beoordeling

Tarmak

Tarmak - Tarmak houdt een confronterende spiegel voor op de wereld waarin we leven

Geschreven door

Tarmak - Tarmak houdt een confronterende spiegel voor op de wereld waarin we leven

Er zit wel iets in het Gentse water, gezien er steevast bands te vinden die de moeite zijn en ons weten te overtuigen ... Interessant is Tarmak (****1/2), een post-rock/post-metal formatie die hun muziek bouwt rond een narratieve flow.
Hun nieuwste album ‘Delete to Proceed' is geschreven als één doorlopend verhaal, opgebouwd uit zes met elkaar verweven hoofdstukken. De band  bereidt een reeks shows voor waarin het volledige album van begin tot eind op het podium tot leven komt. In een goed gevuld Café Charlatan speelden ze een heuse thuismatch.

Lees gerust het interview net voor het optreden Tarmak - We zijn een band die thuishoort in een donkere scene, en als we opgepikt worden binnen een eventueel breder kadering, zou het al heel mooi zijn

We waren net te laat om de formatie YKO aan het werk te zien. Tweede band was Stories From the Lost (****), die al sinds 2011 bezig is. Ze intrigeren door hun logge riffs, verstikkende mooie elektronica en puike vocals. Alles kwam goed samen in snedigheid en gemoedsrust en we werden door hun sound ideaal voorbereid op de closing act Tarmak.

Tarmak is vooral een band die je live eens moet ervaren. Het album 'Delete to Proceed' is een gitzwarte trip, maar valt op door z’n subtiliteit en enkele fijne melodieuze kantjes.
Hoop op betere tijden staat voorop, met de boodschap dat je de toekomst zelf in handen hebt.  Fantasie prikkelend materiaal die aan de verbeelding overliet.
Live klonk het intens. Beelden op het scherm hielden het midden tussen de angst en de rauwheid van het bestaan. Toekomstperspectieven die op de helling staan. Maar er zijn ook mooie kantjes. De instrumentatie binnen die postrock/postmetal deed de rest.
Hopelijk worden ze opgepikt door een festival als Dunk!festival, met hun donkere muziek en beeldmateriaal in de setting van een donker bos.
Tarmak hield ons een confronterende spiegel voor,  op de wereld waarin we leven

Organisatie: Café Charlatan, Gent

Beoordeling

Automatic Lovers

Automatic Lovers - Punk 'n roll uit Madrid

Geschreven door

Automatic Lovers - Punk 'n roll uit Madrid

Keeper Volant uit Brussel werd aangekondigd als een punktrio maar veel punk heb ik niet gehoord en ze oogden al helemaal niet als een punkband. Dit zou ik eerder catalogiseren als vuile (pub) rock. Voor hun Franstalige nummers vonden ze inspiratie bij vooral vrouwen, auto's en voetbal.
Tijdens het nummer "Erling", ongetwijfeld een ode aan Erling Haaland, sterspeler van Manchester City, bleek de band ook een mondje Duits meester te zijn. Hoogstaand zal het niet geweest zijn en ook muzikaal bleef het een wat rommelige bric-à-brac. Soms klonk het als een zwijmelende Jacques Dutronc na een stevig nachtje stappen en dat mag gerust als een compliment worden opgevat. Ik hou wel van dit soort kaduke rock-'n-roll die elk ogenblik lijkt te kunnen ontsporen. Die slordige aanpak, gecombineerd met de weinig toonvaste zang van Samuel Durt deed me tijdens een traag nummer zelfs even denken aan Cheater Slicks, toch een van mijn favoriete groepen. Bassist Wilfrid Morin, met een sardonische grijns op het gezicht gebeiteld, deed er alles aan om de schwung erin te houden maar na een tijdje begon Keeper Volant toch tekenen van metaalmoeheid te vertonen.
In een te lange set werden de mooie momenten te vaak afgewisseld met onuitgewerkte probeersels. Met wat snoeiwerk had dit een boeiende set kunnen zijn, nu werd het vooral slepen richting eindmeet.

Het verschil met Automatic Lovers was immens. Hoewel de Madrilenen heel wat jonger waren, leken ze over tonnen meer ervaring te beschikken. Dit was pure dynamiet verpakt in strakke songs vol pakkende melodieën.
Het openingsnummer was de B-kant van hun debuutsingle: een cover van "Who cares if tomorrow never comes" van Kirk and The Jerks, een mij totaal onbekende groep uit Pennsylvania uit de jaren '80.
Daarna volgde zowat het volledige pas verschenen debuutalbum in exact dezelfde volgorde als op de plaat. Daarmee stonden meteen ook de enige twee covers en toevallig ook de beste nummers van die plaat, zonder het eigen werk tekort te willen doen, helemaal vooraan in de set.
Eerst "High degree", dat zo mogelijk nóg obscuurder was dan die eerste song. Het nummer verscheen in 1977 op de B-kant van de enige single, met op het hoesje in grote letters 'English rock 'n roll', die Next, een Britse groep die in het Franse Toulouse resideerde, ooit uitbracht. Het blijft me een raadsel hoe een stel jongelingen uit Madrid hier ooit op is uitgekomen maar het is verdomd een fantastische song. Het nummer wordt op gang geknald met een uitgesproken Chuck Berry-lick waarna het ergens tussen Dr. Feelgood en The Flamin' Groovies voortdendert.
De tweede cover klonk een stuk vertrouwder: "Pushin' too hard" in de versie van The Vibrators, die het op hun beurt haalden bij de Amerikaanse sixties oergarageband The Seeds. Automatic Lovers lijken trouwens iets te hebben met The Vibrators, want hun groepsnaam haalden ze naar alle waarschijnlijkheid ook bij een single van die Britse punkband uit de jaren zeventig.
Britse seventiespunk, gemixt met Amerikaanse garagepunk, vormde het recept voor hun van rauwe energie barstende sound.
De bijzonder snedige gitarist Arthurr Crash (né Arturo Rodriguez) absorbeerde subtiel invloeden uit andere genres waarbij soms een zweem Angus Young opdook.
Zanger Passedout Kid had een gemene snauw die aanvankelijk nauwelijks hoorbaar was maar dat werd gelukkig snel rechtgezet. Een geboren frontman van wie ik vermoed dat hij nogal wat jonge meisjesharten wat sneller kan doen slaan. Deze keer stond wel wat vrouwvolk vooraan, al waren het eerder dames van rijpere leeftijd maar dansen deden ze in ieder geval vol overgave.
Ondertussen hielden bassist Whisky David en drummer Juan Sinovas het tempo ongenadig hoog.
Tijdens het eindoffensief dook de zanger, terwijl zijn lijf parelde van het zweet, het publiek in, waarna de gemoederen met een Spaanstalig nummer nog verder werden verhit.
Na die zinderende finale sloot Auromatic Lovers stijlvol af met een instrumentale outro die duidelijk schatplichtig leek aan "Purple Haze" van Jimi Hendrix.
Het was weer al een tijdje geleden dat een jonge debuterende band me nog zo bij de kladden greep.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Beoordeling

The Green Mean Machine

The Green Mean Machine - De grenzen van jazz opzoeken

Geschreven door

The Green Mean Machine - De grenzen van jazz opzoeken

The Green Mean Machine (****) is  en jazzfusion kwartet, opgericht in 2019 door oud-studenten van het Conservatorium van Gent. Bekend om hun speelse energie en onverschrokken improvisatie, zijn ze vooral bezig met zichzelf live te tonen in uiteenlopende clubs.
Hun vorige plaat 'The Engine' kon op heel wat bijval rekenen, mede door de voortdurende muzikale dialogen die ontstaan. De band brengt in september een plaat uit, ook iets om naar uit te zien. Ze kwamen op zondagnamiddag in zeer goed gevulde de Casino en toonden wat ze echt in hun mars hadden.

Werend Van Den Bossche (alt saxofoon), Warre Van de Putte (tenor saxofoon), Marcos Della Rocha (drums) en Zjef Van Steenbergen (contrabas) halen hun inspiratie bij Miles Davis Quintet, Keith Jarrett & The Bad Plus. Bands die, net als zijzelf, graag die grenzen van wat jazz betekent, opzoeken.  Het kwartet gaat in oogpunt daarvan, zeer ingenieus tewerk. Uiteraard zijn het één voor één talenten. De versmelting tussen tenor saxofoon en alt saxofoon, zorgt in het begin van de set al voor magie. Eens alle instrumenten samen komen, genieten we van de diversiteit in aanpak. De improviserende wijze siert.
We kregen een tipje van de sluier in de toekomst. Hoewel het op bepaalde momenten wat  neigt naar hapklare jazz, waar niets mis mee is, zijn het die groovy momenten die zorgen voor enig soelaas. Op het einde van de set brengen ze één voor één een aanstekelijke, groovy solo en eens de drums, al even intens aansluit, gaan plots alle registers compleet open. Een wervelstorm van hun jazz virtuositeit krijgen we, die smaakt naar meer van dat.
Er volgt nog een bisnummer, in het verlengde van hun boeiende sound.
The Green Mean Machine doet de jazz liefhebber watertanden, en durft ook wel eens buiten de lijntjes te kleuren voor de avontuurlijke liefhebber. Waardoor iedereen op zijn wenken wordt bediend.
Hun sterkste punt? een explosieve energie creëren , waarbij de strakke jazztradities  in ere worden gehouden, gecombineerd met die speelse, vrij vloeiende improvisatie-elementen die het publiek geboeid houden.

'De grenzen van jazz opzoeken', ze slagen er met met brio in . Er zitten zelfs nog groei mogelijkheden in, waardoor we nog meer uitzien wat de nieuwe plaat te bieden  zal hebben.
Binnen de jazz scene klinken ze kleurrijk en zijn ze een pareltje om te koesteren.

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

Beoordeling

Phosphorescent

Phosphorescent - Een versleten stem zonder missers

Geschreven door

Phosphorescent mag dan al jaren meedraaien binnen de indie-folk en americana, toch blijft Matthew Houck een artiest die vooral op gevoel lijkt te varen. Zijn laatste plaat ‘Revelator’ uit 2024 laveerde opnieuw tussen dromerige melancholie, persoonlijke twijfels en warme arrangementen. Sindsdien werkte hij ook aan een soundtrack, maar in Trix leek het vooral een avond te worden waarin hij rijkelijk uit zijn eigen repertoire kon putten. Geen grote verrassingen dus, wel een nieuwe liveband en hopelijk opnieuw die typische warme sfeer waar Phosphorescent ondertussen om bekendstaat.

De opwarming werd verzorgd door Rich Ruth, die later op de avond ook mee op het podium zou staan bij Phosphorescent. Alleen tussen een indrukwekkende verzameling pedalen, elektronica en gitaren bouwde hij drie lange nummers op die balanceerden tussen ambient, jazz en psychedelische elektronica. Soms deed het denken aan Caribou of Tycho, al bleef het geheel wat abstracter en experimenteler. Onder dikke rookwolken en subtiel licht werkte hij met loops, samples en repetitieve gitaarlijnen naar sferische hoogtes toe.
Niet elk moment was even meeslepend, maar Ruth hield duidelijk strak controle over zijn soundscapes. Het publiek reageerde eerder voorzichtig enthousiast, al groeide het respect zichtbaar naarmate zijn set vorderde.

Phosphorescent zelf begon bijzonder sterk. Vanaf “C’est La Vie No. 2” viel meteen op hoe helder de soundmix zat en hoe goed de nieuwe liveband op elkaar was ingespeeld. De subtiele synths, gelaagde gitaren en losse ritmes gaven nummers als “Revelator” en “Wide as Heaven” extra ademruimte.

Houck bleek wel ziek te zijn: zijn stem kraakte geregeld en leek soms op de rand van instorten te balanceren. Toch gaf die extra korrel de songs vreemd genoeg nog meer doorleefdheid. Bovendien stonden er met de tweede gitarist, bassist en drummer bijzonder vaardige muzikanten op het podium, wat nummers als “At Death, a Proclamation” en “Around the Horn” een stevige psychedelische punch gaf.

Halverwege de set werd het iets losser en intiemer. Houck wandelde tijdens “There From Here” over het podium zonder gitaar en zocht zichtbaar het contact met het publiek op. “The Quotidian Beasts” was ondanks zijn bijna volledig versleten stem nog steeds indrukwekkend, mede dankzij een muisstille tussenpassage en een strak lichtspel. Uiteraard bleef “Song for Zula” hét emotionele ankerpunt van de avond, ook al miste de afwezigheid van viool ergens een extra laag magie.
In de bisronde bracht Houck met “Wolves” en “Endless Pt. 1” twee breekbare solomomenten, waarbij hij tussen bindteksten door even zijn draad leek kwijt te raken. Vermoeid, ziek of misschien gewoon wat loom: het maakte hem alleen maar menselijker.
Veel verrassingen bracht Phosphorescent uiteindelijk niet naar Trix, maar dat hoefde ook niet. De warme sfeer, het sterke samenspel en de broze schoonheid van Houcks songs bleven moeiteloos overeind. Zelfs met een stem die zichtbaar afzag, wist hij zijn publiek volledig mee te nemen in zijn melancholische universum.

Geen perfect concert misschien, wel een bijzonder innemende avond die zachtjes bleef nazinderen.

Setlist

C'est la vie no.2 - Revelator - Wide as Heaven - Terror in the Canyons (The Wounded Master) - New Birth in New England -  There From Here - At Death, a Proclamation - Around the Horn - Muchacho's Tune - The Quotidian Beasts - Song for Zula — Wolves - Endless, Pt. 1 - Tell Me Baby (Have You Had Enough) - Down To Go

Organisatie: Trix, Antwerpen

Beoordeling

The Spanks

The Spanks - Local Punkheroes - Tijdloze garagerock vol passie

Geschreven door

Local Punkheroes - The Spanks - Tijdloze garagerock vol passie

Rock-'n-roll brengt een mens nog eens ergens. Zoals in een godvergeten gat als Schuiferskapelle, deelgemeente van Tielt. Dirty Pik, voorman van The Dirty Scums, organiseert er af en toe, wanneer het hem uitkomt, een festivalletje in zaal Club 77. De release (de 31ste!) van de nieuwe Dirty Scums cd, ‘Before we die!’, vormde de perfecte aanleiding om nog eens enkele lokale punkgroepen op te trommelen.

De eerste twee bands liet ik aan me voorbijgaan en dat had ik met de derde groep net zo goed kunnen doen. Street Rock Rebels uit Maldegem bracht streetpunk, een variant van oi!, en dat is niet meteen het soort punk waar ik warm van loop. Maar met bassist UxJx - alias Jan Vandekerckhove, bekend van onder meer Liar en Congress - had de groep toch een prominent figuur in de rangen, wat mijn interesse wekte.
Hoewel het niet echt mijn ding was, kon ik deze simpele, strak gebrachte, meebrulbare punk best wat smaken. Soms kreeg ik wel de indruk telkens naar hetzelfde nummer te luisteren, iets wat bij "Ghosts & demons" zelfs letterlijk gebeurde. Daar viel nog mee te leven, in tegenstelling tot het oeverloze gezwam tussen de nummers door van Fred Van Opstal, die nochtans als zanger niet onverdienstelijk was, maar met zijn geleuter alle geloofwaardigheid te grabbel gooide.

Daarna liep het zaaltje plots helemaal vol voor The Dirty Scums, de langst onafgebroken spelende punkband van België en wellicht zelfs van West-Europa. Zanger-gitarist Dirty Pik, drummer Dirty Zjantie en bassist Dirty Keez werden als helden onthaald en de sfeer zat er meteen goed in.
Ik keek er wat verweesd naar want de gammele punk van de Tieltse sterren wist me nooit echt te raken. Nieuwe nummers als "Debbie Harry" leken kant noch wal te raken terwijl ik de oudere nummers vroeger zeker al beter gehoord had. Toen de groep de carnavaleske toer opging met nummers als "Rit'n zat te skit'n" en "Bob De Brouwer" haakte ik helemaal af. Ik had toch veel meer verwacht van een groep die al 45 jaar actief is.

Dat smaken verschillen werd duidelijk toen meer dan de helft van het publiek al vertrokken was voordat The Spanks aan hun set begonnen. Vooral de diehard punkers waren met de noorderzon verdwenen. The Spanks zijn dan ook geen punkband.
De groep uit Merchtem zag in 1984 het levenslicht nadat zanger Rik Tielemans en gitarist Jan Van Den Bergh The Nomads aan het werk hadden gezien. Samen met The Paranoiacs en The Mudgang vormden ze het hart van de toen bloeiende Belgische garagerockscene. The Spanks maakten drie albums waarvan ‘In your face’ uit 1990, verscheen op het befaamde Get Hip Records, het label van Gregg Kostelich, gitarist van The Cynics.
In 1992 houden ze er noodgedwongen mee op nadat de gitarist voor zijn job naar Madrid verhuist. Nadat zanger Rik Tielemans ernstig ziek wordt en bassist Willy Annaert sterft, lijkt het einde definitief. Maar wanneer Jan Van Den Bergh terugkeert uit Spanje, worden The Spanks in 2022 nieuw leven ingeblazen. Naast Van Den Bergh maakten ook drummer van het eerste uur Bart Teugels en de nieuwkomers Mike Du Bois (zang) en Willy Douterloigne (bas) hun opwachting.
The Spanks namen een wat aarzelende start en "Keep on hidin'" klonk zelfs wat braaf, al kan een half leeggelopen zaal die indruk versterkt hebben. Heel wild werd het nooit, maar gaandeweg werd het vuur toch steeds meer opgepookt. Wat kon ik mijn hart ophalen aan die met zorg gekozen covers van obscure nummers uit lang vervlogen tijden: "Good guys don't wear white" van The Standells, "Night of the phantom" van Larry & The Blue Notes, "Picture my face" van Teenage Head, "Dateless night" van Allen Page with The Deltones, "Long gone" van The Customs.
Tussen al dat moois verbleekten de eigen nummers zeker niet. Integendeel, "Baby please come back", de gloednieuwe single die net zo goed in de sixties gemaakt had kunnen zijn, zou zeker niet misstaan in dat rijtje. De bevlogen zang en de immer smaakvolle gitaar zorgden voor pretentieloze, tijdloze garagerock die me steeds meer in haar ban kreeg. Zeker toen klassiekers als "Strychnine" van The Sonics en "You're gonna miss me" van The 13th Floor Elevators de zaal in werden gevuurd.
Een enkele keer sloegen ze wat mij betreft toch de bal mis. "(What's so funny 'bout) peace, love and understanding" van Nick Lowe vind ik best een aardig nummer maar het aangemeten garagejasje zat niet echt als gegoten.
Ondanks het fel uitgedunde publiek en het feit dat ze eerder die avond al een set in Gent hadden gespeeld, maakten The Spanks nog tijd voor een uitgebreide bisronde met drie songs die voor eeuwig in mijn denkbeeldige jukebox gestationeerd blijven.
Nadat Mike Du Bois tevergeefs naar zijn mondharmonica had gezocht volgde alsnog een excellente cover van "It's all over now, baby blue" van Bob Dylan, die me deed denken aan de versie van Thee Cha Cha Chas, het duo uit Melbourne, van enkele jaren geleden.
Om het feest compleet te maken volgden nog "Have love will travel" van Richard Berry, vooral bekend in de versie van The Sonics, en "Teenage kicks" van The Undertones. Misschien wat veel covers, maar garagerockbands hebben eigenlijk nooit anders gedaan.
Met een energieke set waar de passie van afdroop, bewezen The Spanks dat ze er weer helemaal staan.

Organisatie: The Dirty Scums

Beoordeling

Nashville Pussy

Nashville Pussy - De betere ram-rock

Geschreven door

Nashville Pussy - De betere ram-rock

Het Luikse Acid Talk stak de vlam in de pan met een potje ophitsende psychrock à la Osees, Frankie & The Witch Fingers en Psychedelic Porn Crumpets. Zij deden dat wel op hun eigenste manier met lange songs voorzien van geflipte tempowisselingen en hallucinerende gitaren die al eens uit de bocht durfden te vliegen. Fijne band. Hier zat pit in.

Speedozer had hoegenaamd zijn naam ook niet gestolen, hier zat verdomme vaart achter. Het trio raasde doorheen een stel supersnelle, retestrakke en hondsdolle punk’n’roll songs. De volumemeter ging constant over de rooie, de splinterbommen van songs volgden elkaar in ijltempo op, tussenpauzes waren volledig uit den boze. Op het moment dat een normale mens zou denken ‘harder en sneller kan het echt niet meer’, stak Speedozer doodleuk nog een tandje bij. Geniale geëlektrocuteerde pokkenherrie, dat was het.

De teneur van ‘have fun, play fast and en drink beer’ werd fijntjes verdergezet door Nashville Pussy. Want voor geraffineerde of poëtische teksten was je uiteraard ook bij hen niet aan het juiste adres. Voor toogpraat over pussy, whisky, hell en fucking des te meer. Natuurlijk is de soundtrack die daarbij hoort een portie kolkende, vuile en harde rock’n’roll. En die kregen we met volle teugen in splijtende hard-rock songs die naar goede gewoonte gespeeld werden in een no-nonsens punkmodus, zoals in de tracks met fijngevoelige titels “Shoot First and Run Like Hell”, “Go Home and Die”, “Struttin’ Cock” en “Piece of Ass”.
Ook aan ontspoorde southern-rock en dirty-ass blues ontbrak het niet, getuige “Hate and Whiskey” en “Till the Meet Falls of the Bone” dat hier voor de gelegenheid een uitgestrekte versie meekreeg en voorzien was van een guitige klomp boogie-rock.
Nashville Pussy heeft in 8 jaar geen studio album uitgebracht, nieuw werk was er dus niet te bespeuren, wel 2 niet eerder gereleaste songs “Jacking Of and Taking Names en “King Shit of Fucking Mountain”. Daarop geen stijlbreuken, en dat is altijd goed nieuws voor een band als Nashville Pussy.
Dit is immers het soort band waarvan de fans verwachten dat elke nieuwe plaat exact klinkt als de vorige. En daar is niks mis mee, want zo zijn The Ramones, Motorhead en AC/DC groot geworden.

Geen verassingen dus, Nashville Pussy deed wat het al jaren doet en waarin het één van de besten is, namelijk onvervalste, wilde, bronstige en vettige rock’n’roll er op ramkoers doorjagen. Dikke fun.

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

Beoordeling

Machine Head

Machine Head houdt Brussel drie uur draaiende op volle kracht

Geschreven door

Machine Head houdt Brussel drie uur draaiende op volle kracht

De verwachtingen waren hoog voor An Evening With Machine Head in een uitverkochte Ancienne Belgique, de Amerikaanse metalveteranen leverden gelukkig een optreden af dat die verwachtingen inloste.
Geen voorprogramma, geen lange wachttijden: drie uur lang stond alles in het teken van Machine Head en hun rijkgevulde catalogus.

Vanaf de eerste noten van “Imperium” zat de sfeer meteen goed. Het nummer werkte zoals het altijd hoort te werken: dreigend opgebouwd, om vervolgens vol open te barsten. Zonder adempauze volgde “Ten Ton Hammer”, meteen twee kleppers na elkaar die de zaal volledig mee hadden. De grote ledwand achter de band zorgde daarbij voor een sterke visuele ondersteuning. Geen overdaad aan effecten, wel knappe projecties, af en toe kracht bijgezet door CO2-fonteinen, die de songs extra diepgang gaven en de show een extra dimensie schonken.
Machine Head hield het tempo in het eerste deel van de set bijzonder hoog met onder meer “CHØKE ØN THE ASHES ØF YØUR HATE”, “Now We Die” en “The Blood, the Sweat, the Tears”. De set voelde bovendien doordacht opgebouwd aan: afwisseling tussen moderne nummers, oudere favorieten en langere epische composities zonder dat het optreden ergens inzakte.
Als je tijdens je tour telkens drie uur speelt, moet je als band natuurlijk zorgen dat je er zelf nog wat plezier aan beleeft. Af en toe zat er daarom wat variatie in vergeleken met eerdere optredens. “Desire to Fire” was een van die subtiele verrassingen in de set. Het nummer werd voor het eerst tijdens deze tour gespeeld en zorgde voor een uitbundige reactie bij de fans die de setlists van eerdere avonden kenden.
Ook “None but My Own” en “Take My Scars” werden enthousiast onthaald door een publiek dat duidelijk voor meer kwam dan enkel de bekendste singles.
Opvallend was hoe weinig bindteksten er eigenlijk nodig waren tijdens de lange set. Machine Head liet vooral de muziek spreken. Toch nam Robb Flynn uitgebreid de tijd voor een persoonlijk moment alvorens “Darkness Within” akoestisch te brengen. Hij vertelde hoe hij tijdens de coronaperiode begon met allerlei akoestische covers en eigen nummers op YouTube te posten en dat deze versie daarvan het resultaat was. Verder biechtte hij op dat het nummer gaat over een periode waarin hij vier à vijf maanden vastzat in een zware depressie. Dit samen met het nummer zorgde voor een ingetogen moment midden in een verder bijzonder intens optreden.
Niet veel later sloeg de sfeer opnieuw volledig om tijdens “ØUTSIDER”, een nummer vanop de laatste worp ‘Unatoned’ (2025). Op vraag van Flynn ging de volledige zaal neerzitten, waarna iedereen tegelijk recht sprong zodra het nummer losbarstte. Wat volgde was pure chaos in de beste betekenis van het woord. De energie in de AB was op dat moment indrukwekkend en bleef ook tijdens “Locust” en “Bulldozer” overeind.
Eén van de aangename verrassingen van de avond was zonder twijfel “BØNESCRAPER”, ook te vinden op ‘Unatoned’ (2025). Live werkte het nummer bijzonder goed, met een refrein dat meteen bleef hangen en opvallend luid werd meegezongen. Mocht dit gelanceerd worden als nieuw WK-nummer, dan zeggen wij alvast geen neen!
Opvallend was wel wat niét gespeeld werd. In tegenstelling tot het optreden in Tilburg de dag ervoor, verdwenen de covers van “Sweet Dreams (Are Made of This)”en “Hallowed Be Thy Name” uit de set. Mogelijk had dat te maken met het feit dat Robb Flynn enkele dagen eerder in het ziekenhuis belandde met longproblemen (“My lungs were burning, man”). Daardoor voelde de bisronde ook net iets minder sterk aan dan mogelijk was geweest. Waar enkel “Halo” als afsluiter overbleef, had een combinatie van “Davidian” én “Halo” als echte encore misschien nog beter gewerkt.

Dat neemt niet weg dat Machine Head in Brussel een ijzersterk en goed opgebouwd optreden neerzette. Drie uur lang kreeg het publiek een set vol hoogtepunten, gebracht door een band die duidelijk weet hoe ze een zaal als de AB in beweging krijgt zonder te moeten terugvallen op overbodige franjes.

Setlist: Imperium - Ten Ton Hammer - CHØKE ØN THE ASHES ØF YØUR HATE - Now We Die - The Blood, the Sweat, the Tears - Is There Anybody Out There? - Desire to Fire  - None but My Own - Take My Scars - SLAUGHTER THE MARTYR - Blood for Blood - Game OverOld - Darkness Within (akoestisch) CatharsisØUTSIDERLocustBØNESCRAPERBulldozer - From This DayDavidian - Halo

Organisatie: Live Nation ism Biebob

Beoordeling

Pagina 2 van 389