logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kim Deal - De R...
Happy Mondays
Concertreviews

Metal Molly

Metal Molly - Belpop Metal Molly in de N9 viert 30 jaar ‘Surgery for Zebra’

Geschreven door

Metal Molly - Belpop Metal Molly in de N9 viert 30 jaar ‘Surgery for Zebra’

De N9 in Eeklo was afgelopen vrijdag een avond die stevig in het teken stond van Belgische gitaarmuziek met weerhaakjes.
Het voorprogramma was thenightclub, een vijfkoppige band met ex-leden van Falling Man en Captain Moon. Vanaf de eerste klanken was duidelijk dat ze geen klassieke rockset kwamen spelen. Bas en drum namen resoluut de leiding, terwijl de gitaren en toetsen hun plaats vonden in een strak weefsel van maximaal twee akkoorden per nummer, maar met één onwrikbare groove die bleef sleuren.
Hun muziek voelde aan als iets wat rechtstreeks uit een repetitieruimte vol zweet en experiment kwam: ontstaan uit improvisatie, maar uitgepuurd tot echte songs. Donker, dwars, absurd en toch dansbaar, muziek die je niet meteen kunt plaatsen, maar die zich vastzet in je lijf.
Geen spoor van retro, al hing de geest van late jaren zeventig en vroege jaren tachtig overal: punkenergie vermengd met funk, disco, afro, reggae en een vleugje krautrock. Het publiek bewoog aarzelend mee, alsof het eerst even moest aftasten wat hier precies gebeurde, maar ik zag vooral veel goedkeurende knikken.
Geen wonder dat Stijn Meuris na hun eerste optreden al ‘ferm onder de indruk’ was. Hun digitale debuut ‘Mr. Eddy’ is pas sinds 1 september uit, maar wat mij betreft verdient het meer aandacht.

Na een korte ombouw was het tijd voor Metal Molly, het trio dat met deze tour de dertigste verjaardag van hun debuut ‘Surgery for Zebra’ viert, de plaat die hen in de jaren negentig bekend maakte met de hit “Orange”.
Metal Molly brak destijds door na hun deelname aan Humo’s Rock Rally in 1996, een memorabele editie die werd gewonnen door Evil Superstars, maar waar ook namen als Novastar, Arid, Tom Helsen en An Pierlé hun eerste stappen zetten.
De N9 was goed gevuld, al bleef er wat ruimte over. Het begin van de set verliep wat stroef: er leek iets te haperen aan de apparatuur, en de band moest een paar keer zoeken naar de juiste balans. Toch hielden ze het hoofd koel, en naarmate het concert vorderde, viel alles meer en meer op zijn plaats.
De klassiekers werden met enthousiasme onthaald, maar ook het minder bekende werk kreeg zijn moment. Wat begon als een wat aarzelende start, groeide gaandeweg uit tot een mooi crescendo. Tegen het einde stond de hele zaal mee te bewegen, en voelde het alsof de vonk eindelijk helemaal was overgeslagen.
Metal Molly toonde nog eens waarom ze destijds zo’n markante plek in de Belgische rockgeschiedenis veroverden: koppig, melodieus, een tikje eigenzinnig, maar met een hart dat nog altijd vol overtuiging klopt.
Ik stapte de N9 buiten met het gevoel een avond te hebben meegemaakt waarop verleden en heden elkaar perfect hadden gevonden, met een verrassend frisse blik op wat rock anno nu nog kan zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Metal Molly
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8813-metal-molly-07-11-2025?Itemid=0

Thenightclub
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8812-thenightclub-07-11-2025?Itemid=0

Organisatie: N9, Eeklo (ism Luminous Dash)

Beoordeling

The Offspring

The Offspring – Nostalgie, show en punkrock troef!

Geschreven door

The Offspring – Nostalgie, show en punkrock troef!
The Offspring + Simple Plan
Na een succesvolle passage in Vorst Nationaal twee jaar geleden, stond The Offspring opnieuw in Brussel en dit ter gelegenheid van hun laatste worp ‘Supercharged’ (2024). Dit keer werd gekozen voor de grotere ING Arena. Geen slechte zet, want het optreden was ook deze keer lang op voorhand uitverkocht.
Voor de gelegenheid hadden de Amerikanen de collega-punkrockers van Simple Plan meegenomen. Nostalgie troef dus in het voormalige Paleis 12, dat vooral uit een iets ouder publiek bestond dat opgroeide met de gedachte dat skateboarden en gitaren voldoende waren om wereldvrede te bekomen.

Simple Plan als banale publieksopwarmer bestempelen, zou de waarheid onrecht aandoen. De Canadezen trakteerden Brussel op een set die alle kenmerken had van een headline show inclusief confettikanonnen, persluchtfonteinen en reuzenballen. De band, die een twintigtal jaar geleden hoge toppen scheerden met hun aanstekelijke poppunk, wist exact hoe ze het publiek moest inpalmen en aan de muzikale boezem drukken.
Simple Plan opende met de combo “I’d do Anything” en “Shut Up!”. Knallers die gelijk de lont aan het vuur staken voor een set die eigenlijk geen laagtes kende. Zanger Pierre Bouvier had vervolgens weinig moeite om Brussel mee te laten springen op “Jump”. Verder viel het op hoe de sympathieke Bouvier er in slaagde om ondanks de denkbeeldige scheidingslijn tussen artiest en toeschouwer een persoonlijke band op te bouwen met het publiek. Dit vooral dankzij oprechte aansprekingen en bindteksten die op de koop toe vaak in het Frans verzorgd werden. Verder in de set o.a. “Summer Paradise”, “Can’t Keep my Hands off You” en het nostalgische “What’s New Scooby Doo?”.
Het hoogtepunt volgde traditiegetrouw op het einde met “I’m Just a Kid”, waarbij Bouvier midden in het lied besliste om even de drums te bemannen en drummer Chuck Comeau dan maar al crowdsurfend het publiek indook. Een blijk van geinige jeugdigheid die het publiek wel kon smaken.
Afsluiten deden de poppunkers vervolgens met het ingetogen “Perfect”. Een mooi nummer, maar wat ons betreft, leek “I’m Just a Kid” net iets gepaster als slotlied.
Simple Plan bewees dat op jeugdigheid geen leeftijd staat. De Canadezen waren in vlammende vorm, klonken strak, en straalden evenveel energie uit als back in the days. Toch kunnen we ons niet van de indruk ontdoen dat het wat vervreemdend is dat veertigers zingen over puberale issues. Gen Z’ers zouden dit ongetwijfeld als ‘cringe’ beschouwen, maar die hadden het gelukkig te druk om social media te voeden met “6-7” en andere nonsensicale grappen.

Vaak is de wachttijd tussen twee optredens een eerder saaie periode, waarbij naar het toilet gaan en drank halen zowat het spannendste is. Toch wist The Offspring deze pauze goed te benutten om het publiek verder op te warmen.  Zo zweefde plots een minizeppelin in de zaal die gadgets dropte, schoot een uit de kluiten gewassen aap T-shirts het publiek in en werd het publiek geactiveerd dankzij o.a. een kiss, booty en fuck you cam . Amerikaanse toestanden dus die ook in Brussel op bijval konden rekenen.

The Offspring openden met het hitsalvo “Come out and play”, “All I want “en “Want you Bad”. In kaarterstermen heet dit troef spelen vanaf slag een. Een goede tactiek zeker als je weet dat er nog troefkaarten genoeg te spelen zijn.
Hoewel de Amerikanen officieel toerden n.a.v. hun nieuwe album wisten ze dat ze ermee geen potten gingen breken. We kregen dan ook maar twee nummers te horen eruit, nl. “Looking out for #1” en “Make it All Right”. De ontvangst ervan was eerder lauw, maar gelukkig werden ze strategisch goed geparkeerd tussen de vele hits van de band. Hierdoor zorgde dit niet voor een depressie in de set.
Ergens rond het midden verloor het optreden wel aan vaart door het gepalaver tussen zanger Dexter Holland en gitarist Noodles. Die laatste vond dat dit optreden het beste ooit was. Een clichébewering die in het begin leuk en vleierig overkwam, maar na enkele herhalingen toch zijn waarde verloor. Ook de minutenlange bewering dat er zeker meer dan een miljoen mensen in de zaal zaten, hoefde niet en kwam onnodig puberaal over.
In het midden van de set betoonde The Offspring ook eer aan metal godfather Ozzy Osbourne door flarden te spelen van “Paranoid” en “Crazy Train”. Het bleef echter niet bij die enkele covers. Brussel kreeg naast Noodles’ gitaarsolo van “In the Hall of the Mountain King” ook nog een cover van the Ramones (“I Wanna be Sedated”) en op de koop toe “Hey Jude” van The Beatles voorgeschoteld. Het deed ons wat denken aan de Limp Bizkit concerten van enkele jaren geleden. Met andere woorden, veel coverwerk voor een band die daar eigenlijk geen behoefte aan heeft. Muzikaal flirtte Holland tijdens de show soms met de grens van toonvast zingen, maar doordat de decibels luid genoeg waren en vooral de sfeer telde tijdens het concert, deerde dit niet echt.
Toch liet dit concert zeker geen wrange nasmaak na en dat vooral dankzij de apotheose waarbij de band volledig ‘all in’ ging met de rest van hun ‘troefkaarten’.  Zo kreeg het publiek eerst “Why don't you get a job” te horen waarbij ballonnen het publiek werden ingegooid. Plezant, maar helaas viel ook plots het geluid weg. Een technische fout zo bleek, maar gelukkig viel dit niet op omdat het publiek het lied al zingend verder zette. Tijdens “Pretty Fly (For a White Guy)” dat volgde, werd het podium gevuld met skydancers van Guy Cohen, de persoon die ‘the white guy’ vertolkte in de legendarische video clip van The Offspring. Afsluiten deed de band met T”he Kids Aren’t Alright”, “You Gonna Go Far, Kid” en uiteindelijk absolute meezinger “Self Esteem”. Ook de confetti- en slingerkanonnen werden nog enkele keren geactiveerd tijdens de laatste nummers. Feest alom dus bij de fans, maar waarschijnlijk niet bij de technische medewerkers. De kanonnen stonden namelijk iets te hoog gericht waardoor het merendeel van de slingers bleef bengelen aan het plafond van de zaal.

The Offspring bracht Brussel waarvoor het gekomen was: nostalgie, show en vooral steengoede punkrock. Hier en daar hoorden we wel de kritische noot dat de show veel meehad van de bands passage twee jaar geleden in Vorst, tot zelfs de moppen toe.


Neem gerust een kijkje naar de pics @Romain Ballez

The Offspring
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8800-the-offspring-03-11-2025

Simple Plan
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8799-simple-plan-03-11-2025

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Wet Leg

Wet Leg - Van grijns tot grunge - Wet Leg komt tot volle bloei

Geschreven door

Wet Leg - Van grijns tot grunge - Wet Leg komt tot volle bloei

Drie jaar geleden zag ik Wet Leg voor het eerst live, in Trix in Antwerpen. Toen stonden Rhian Teasdale en Hester Chambers nog naast elkaar op het podium: twee vriendinnen die elkaar aanstaken met guitige energie, gedeelde blikken en die typische mengeling van verlegenheid en ironie. Hun optreden toen voelde fris, bijna onschuldig, alsof ze zelf nog verbaasd waren over de commotie dat ze hadden veroorzaakt.
Op 2 november 2025 in de Ancienne Belgique was dat gevoel helemaal anders. Wet Leg stond daar als een volwassen band, met een zelfvertrouwen dat niet meer te ontkennen valt en met Rhian als onbetwiste frontvrouw.

Maar voor we daar waren, had Faux Real het publiek al volledig opgewarmd, of beter gezegd: in beweging gezet. Het Franse-Amerikaanse duo bracht een show die balanceerde tussen kunstperformance en pure pop-energie. Hun ironische choreografieën, hun rare maar onweerstaanbare uitstraling, en vooral hun lef om de laatste nummers midden in de zaal te spelen, zorgden voor iets wat ik nog nooit had meegemaakt: de hele AB, van balkon tot achterste rij, sprong en danste mee met het voorprogramma.
Ondanks hun tongue-in-cheek toon voelde het moment oprecht en aanstekelijk. Faux Real had de zaal volledig in zijn greep.

Toen Wet Leg daarna het podium betrad met “Catch These Fists”, voelde ik meteen dat de band gegroeid was. Ze klonken voller, scherper, zelfverzekerder. Daarna volgden “Wet Dream”, “Oh No” en “Supermarket”, nummers die het publiek moeiteloos meesleurden in hun typische mix van guitige humor en puntige gitaren. Toch viel me vooral op hoe de dynamiek tussen Rhian en Hester veranderd was. Waar ze vroeger samen het podium droegen, blijft Hester nu grotendeels in de schaduw. Letterlijk: ze speelt achteraan, haar gezicht half verborgen achter haar lange haar, bijna één met de achtergrond. Rhian daarentegen heeft zich helemaal ontpopt tot een echte frontvrouw. Ze beweegt vrij, spreekt het publiek met flair toe, en heeft een vanzelfsprekende uitstraling die de hele zaal vult. Af en toe draait ze zich nog even om naar Hester, zoekt een blik of glimlach, maar het is duidelijk dat zij nu de show draagt.
Het midden van de set bracht een mooi evenwicht, met “Being in Love”, “Don’t Speak” en het meeslepende “Jennifer’s Body”, gevolgd door het nieuwe “Liquidize”. En toen kwam “Ur Mum”, het moment waarop de hele zaal losbarstte en het inmiddels legendarische schreeuwstuk letterlijk door de muren leek te trillen. Maar het hoogtepunt voor mij kwam iets later, bij “Pillow Talk”. Waar Wet Leg vaak bekendstaat om hun luchtige, bijna sarcastische indiepop, klonk dit nummer als pure grunge: rauw, zwaar, en met een intensiteit die me verraste. Het was het bewijs van hoe breed deze band kan gaan, hoe ze moeiteloos schakelen zonder hun identiteit te verliezen.
De set ging verder met “Pokemon”, “Davina McCall” en “U and Me at Home”, en eindigde krachtig met “Too Late Now”, “Angelica” en “CPR”.
Na een korte onderbreking kwam de band terug voor de bisronde. “Chaise Longue” zette de AB nog één keer in vuur en vlam – het refrein werd door iedereen meegebruld – en afsluiter “Mangetout” zorgde voor een voldane ontlading.

Toen de lichten aangingen, bleef ik nog even staan. Het was een van die zeldzame concerten waarin alles klopt: een voorprogramma dat de verwachtingen overtreft, een hoofdact die bewijst hoe ver ze is gekomen, en een zaal die van begin tot eind meeleeft.
Wet Leg is niet langer dat grappige duo met één grote hit. Ze zijn uitgegroeid tot een band met diepte, met gelaagdheid, en met een frontvrouw die helemaal weet wie ze is. Rhian straalt, Hester verdwijnt in de schaduw, maar samen blijven ze onweerstaanbaar.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Wet Leg
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8797-wet-leg-02-11-2025?Itemid=0

Faux Real
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8796-faux-real-02-11-2025?Itemid=0

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Till Lindemann

Till Lindemann - Controversieel heerser

Geschreven door

Till Lindemann - Controversieel heerser

Waar velen preuts en beschamend over zijn, begint Till Lindemann. Na zijn passage in een uitverkochte Lotto arena in 2023 en de gecensureerde versie deze zomer op GMM, stond de 62 jarige graag geziene Duitser terug in ons landje met zijn 'Meine Welt tour' . Weliswaar nu in de AFAS Dome, het oude Sportpaleis.

Supportact was Aesthetic Perfection (*****) De Amerikaanse band met frontman Daniel Graves wist ons wel te boeien door het pittige drumwerk als in het bekende Rammstein werk. Er waren ook nummers die een mix waren van elektro en metal met een aantrekkelijke synth erbij. Ze kregen een warm onthaal, een selfie met het publiek en er viel uit het plafond een groots doek met Keltische letters … met wat ik pas later ontdekte het opschrift ‘Kill Till’ …

Dan de grote Till-show … Met de intro “Meine Welt” viel na een minuutje of 2 het doek naar beneden . Met “Fat” was de toon gezet . Twee nonnen dalen samen met Till Lindemann (****1/2) het podium af om zich vervolgens van hun boete kleed te ontdoen en lustig rond de danspalen te zwieren.
De rode kleur van de van de vorige shows is ingeruild voor zwart en goud. Geen hoed meer voor Till maar een hoge opvallende hanenkam . Terwijl Lindemann het vrouwelijk publiek een beetje ophitst, dreunt “Altes Fleish” door de boxen en maken de volslanke nonnen al snel plaats voor vrouwelijker schoon. Op “Golden Shower” werd pas echt duidelijk waarom deze show als 18+ word bestempeld met flapperende gepiercete schaamlippen die op de schermen werden geprojecteerd, al dan niet bevochtigd ...
“Tanzlehrerin” was het enige nummer dat braafjes binnen de lijntjes bleef deze avond. Op “Blut” zette hij de zaal volledig in brand én telkens als het refrein weerklonk, werden de voorste rijen van het publiek geblust met een koude douche van nevel dat uit het plafond viel. Pech voor diegenen die nat waren, want “Allesfresser' die volgde, werden ze getrakteerd op een overvloedige laag taarten.
Na een korte stilte weerklinkt een electro/disco deuntje terwijl Lindemann in een grote luchtbal door het publiek verschijnt voor een intiem momentje met zijn fans. “Skills in Pills” volgde met wansmakelijke beelden van billen en pillen waarna het donker werd en het scherm encore projecteerde.
“Fish onn”, ”Übers meer”, “Knebel' vatten de bis aan. Het publiek werd getrakteerd op een schol dode vissen. Maar tot slot opgepept met “Ich Hasse Kinder” die een eind maakten aan de Till-Show.

De veelbesproken Till denkt op z’n gezegende leeftijd van 62 nog lang niet aan stoppen. Hij heeft een stem als een klok, een kloeke stem. Muzikaal een controversieel heerser. Onder luid gejuich dankte hij het publiek samen met de danseressen en bandleden, terwijl op het scherm Till Fest werd geprojecteerd, dat zal plaatsvinden op 3 en 4 juli 2026 in Leipzig. Je bent op de hoogte alvast!

Neem gerust een kijkje naar de pics @Geert De Dapper

Till (Lindemann)
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8793-till-lindemann-02-11-2025?ltemid=0

Aesthetic Perfection
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8794-aesthetic-perfection-02-11-2025?temid=0

Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Spain

Spain – The blue moods of Spain - 30 jaar melancholie met Spain

Geschreven door

Spain – The blue moods of Spain - 30 jaar melancholie met Spain
Spain


De Kortrijkse Kreun was goed gevuld ter gelegenheid van het 30-jarig jubileum van Spain’s iconische album ‘The Blue Moods of Spain’. De band, onder leiding van de immer kalme Josh Haden, zette dit album integraal neer, en het was duidelijk dat de magie van de plaat, die ooit het slowcore-genre vormgaf, niets van zijn kracht had verloren.

Openers “It's So True” en “Ten Nights” vormden een dromerige, bijna hypnotiserende ervaring, waarbij Hadens zachte stem als een warm dekentje netjes dicht bij de albumversies bleef. In typische Spain-stijl waren de nummers sober, maar altijd met een vleugje weelderigheid in de solo’s. “Untitled #1” was een perfect voorbeeld van de minimalistische schoonheid die de groep zo uniek maakt. Het gebruik van stilte en herhaling creëerde een rustgevende sfeer die de fans in zijn greep hield.
Een hoogtepunt was “World of Blue”, dat met zijn veertien minuten het epicentrum van de set werd. De manier waarop de Amerikanen hun muziek langzaam opbouwen, met een onmiskenbare aandacht voor detail in elk instrument, was indrukwekkend. Vanaf dat moment was er ook ruimte voor improvisatie en creativiteit, getuige daarvan “Her Used-To-Been”, “Ray of Light”, en “Spiritual”, het nummer dat ooit door Johnny Cash werd gecoverd.
De bandleden zelf waren opvallend strak in kostuum, een klassieke en formele uitstraling die contrasteerde met de introspectieve, bijna droevige muziek. Dit gaf de show een ietwat ironisch tintje, alsof de sombere muziek verlicht werd door de formaliteit van hun verschijning. Het was dan ook een plezierige verrassing toen het concert eindigde met een luchtig meezingmoment.

Hun muziek is misschien niet voor iedereen, maar voor velen vormde deze performance een soort vertroosting. Afsluiter “Nobody Has to Know” vanop ‘She Haunts My Dreams’ demonstreerde dat ze ook nog ander topwerk hebben dat de tand des tijds met glans heeft doorstaan. Het Wilde Westen werd er zowaar helemaal stil van.

Pics homepag @Inge Vervaecke

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Beoordeling

Stereo Taxi

Stereo Taxi – Uitgebreid beloftevol combo speelt een energiek vinnige rockset

Geschreven door

Stereo Taxi – Uitgebreid beloftevol combo speelt een energiek vinnige rockset

Plaatselijk talent plaatsen we maar al te graag in de kijker , ééntje is Stereo Taxi , in een vorig leven Old Town Lewis, de Vlaamse versie van The Gaslight Anthem, Ze stelden hun debuut ‘Almer Street’ voor.
Benieuwd naar o.m. de naamsverandering bracht ik de zanger, de drummer en de bassist voor hun concert even samen voor een kort verhelderend gesprek …
De nieuwe naam was er gekomen wegens het dramatisch wegvallen van drie vaders van groepsleden o.a van kanker. De behandeling die werd opgestart ‘Stereotaxie’ bracht hun tot de naamsverandering, aldus de zanger.
Hun genre, ergens tussen garagerock, indierock en alternative, werd ook aangepast wist de Flea van de groep mij te vertellen. Met hun producer wisten ze het vele nieuwe materiaal tot de essentie te brengen om ze gaandeweg terug stuk voor stuk op te bouwen.
Dat merkten we inderdaad volop tijdens het concert. Goed opgebouwde nummers, duidelijke tekstliinen en geen overbodige inbreng van te veel instrumenten. Ze zijn nochtans met zeven (2 gitaristen, 1 bassist, een dame op keys, 1 drummer , 1 trombone- en 1 trompetspeler) en toch kende iedereen zijn plaats en de gepaste inbreng. Niet eenvoudig, maar hier merkten we dat deze groep al jaren bezig is en samenspeelt. Geen rommeligheid van door elkaar spelende ego’s. Mooi alvast , want we zien soms bij veel bekendere groepen van deze grootte en orde muzikale chaos.
De drummer verzorgt de lay-out van hun plaat. We zagen een reuzenrad met erbij het binnenwerk van een typmachine. “Spelen en wroeten met letters en woorden, wat maar blijft doordraaien en doorgaan tot er een plaat is” konden we hier als verklaring horen. Volledig mee eens als we de set zagen!

Het concert zelf gaf een erg energieke, vinnige indruk. De songs waren strak en rauw gespeeld in spannende tempowissels, goede zangpartijen en héél toepasselijke synth- en blazersinbreng. En de Flea van de groep, gelukkig had hij meer aan dan een kous, zorgde ondanks de krappe ruimte voor de dynamiek op het podium.
Regelmatig nodigden songs uit om mee te brullen altijd wel een meerwaarde om het publiek mee te trekken in hun muzikaal verhaal.
Twee bekende covers kregen we, “Don’t look back in anger” van Oasis en “Dancin’ in the dark“ van The Boss); ze pasten perfect in het rijtje eigen nummers.

Na een mooi, leuk, aangenaam uur was het helaas afgelopen. We waren onthutst van deze beloftevolle band. In een oogwenk voorbij kunnen we zeggen dat dit een verdomd goed combo is én er de publiekelijke oproep is om meer! Hou hen maar in het oog!

Neem gerust een kijkje naar de pics @Geert De Dapper
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8798-stereo-taxi-01-11-2025?ltemid=0
Organisatie : Stereo Taxi

Beoordeling

The Young Gods

The Young Gods - The Young Gods speelden een heerlijke, eigentijdse set vol heimwee en jeugdsentiment

Geschreven door

The Young Gods - The Young Gods speelden een heerlijke, eigentijdse set vol heimwee en jeugdsentiment
The Young Gods en Das Kinn


Heerlijk nostalgisch eigentijds klonk het Zwitserse trio The Young Gods die moeiteloos nieuw werk ‘Appear Disappear’ verbindt aan hun begindagen eind80s en hun muzikale sterkte mid90s. In hun 40 jarige carrière tekenen ze sterk ge-krijt hun muzikale cirkel rond van fris meeslepende, pittige, spannende industrial rock. Puik concert zondermeer dus.

The Young Gods, laat ons even diep graven terug in de mid80s toen ze debuteerden met hun EP, het titelloze debuut en ‘l’Eau rouge” én live op het pre Pukkelpop festival, Futurama genaamd, stonden geprogrammeerd. We werden muzikaal overweldigd door hun boeiende carrousel van industrial rock, niet vies van wat wave en gothic. Het klonk iets unieks en aparts; een amalgaan van elektronische sounds, dwarrels, beats, ondersteund van zwevende, scherpe, rammelende gitaarloops en galmende, slepende, hitsende drums. Eromheen golvende soundscapes, ambientstukken en exploderende noise in een melodieus alternatief muzikaal verhaal. Samen met Swans en Einstürzende Neubauten bepalend voor die scene. Songs als “Envoyé”, “Jimmy”, “Did you miss me”, “Charlotte”, “l’Amourir”, “Longue route” wisten ons diep te raken. Verder stoomde het trio van Franz Treichler naar een hoogtepunt met ‘TV sky’ , met o.m uppercuts “Skinflowers”, “Gasoline man” en later nog “Kissing the sun”. Materiaal dat nét dat gewaagde alternatieve in een intrigerend melodieus dansbaar concept bracht.
En het moet nu toch wel lukken, in 2025 brengen de drie het oude samen in een nieuw plaat ‘Appear Disappear’. Net die memorabele beginperiode, ‘TV sky’ en het recente staan hier tijdens deze tour centraal in de anderhalf uur durende set. Niet dat de drie hebben stilgezeten, allerhande muzikale scenario’s en projecten brachten ze met regelmaat uit, maar eerlijkheidshalve met wat we nu live zagen en hoorden, kregen we het meest interessante oeuvre. Bijgevolg de waardig ouder wordende wave industrial rock liefhebbers werden hier op hun wenken bediend. The Young Gods zijn bij God nog lang niet versleten …

‘Appear Disappear’ verschijnt zes jaar na hun laatste werk vóór corona, het verhaalt de harde tijden waarin we leven, de rollercoaster die dagdagelijks op ons valt, ‘er zijn’, ‘aanwezig zijn’, meegezogen worden in de verwachtingen, af en toe eens tegen de schenen schoppen, en tot slot ‘eens ontvluchten’, ‘onthaasten’, ‘verdwijnen’ in ‘me-quality time’ als het nodig is.
De songs van dit overtuigende sterke nieuw album stonden voorop en sloten erg nauw aan hun succesvolste periode. Ze bouwden op, zwollen aan, klonken spannend, dreigden en durfden te exploderen of ze lieten ons even wegdromen in een grimmige wereld of sprookjesbestaan. We werden in hun greep gehouden, de dansspieren konden worden geprikkeld en de creativiteit, tempowissels sierden. Treichler verhaalt, zingt, declameert het allemaal wisselend in het Engels en in het Frans . Mooi dus.
We worden warm ontvangen bij hun return en we krijgen meteen een voorstelling van het nieuwe materiaal. De titelsong, “Systemized”, “Hey amour” en “Blackwater”, een eerste hoogtepunt, dat mooi lang uitgewerkt is en intens, broeierig, trance-huiverend, duister en filmisch klinkt; het schuurt en scheurt soms door de nerveuze ritmiek, alsof Halloween ons op de hielen zit. In de tempowissels durven de beats een EBM karakter te hebben. Het bundelt hun veertigjarige carrière samen. Ook “All my skin standing”, die volgde ,uit hun vorige ‘Data mirage tangram’ (van 2019) werd 10 minuten lang mooi uitgediept. Een ‘waauw gevoel’ hadden we.
Zalvend zachtmoediger klonk het tussendeel met “She rains” en “Intertidal” , de minimal sobere, dromerige aanpak was welgekomen. Het tempo werd dan opgedreven , een zwaardere , fellere electrogroove met twee kleppers van ‘TV sky’, “The night dance” en “Gasoline man”, die beiden een op herkenningsapplaus konden rekenen; het klonk melodieus opbouwend , groovy, expansief waarbij de dansspieren hier iets meer werden geprikkeld en aangesproken. Op even hoog niveau kwamen uitmuntende vurig meeslepende, gedreven nummers van hun recentste album aan bod als closing final; “Mes yeux de tous”, “Blue me away” en “Shine that drone”; de laatste werd hier in een neurotische 90s Eurodance trommel gemixt. Dit was een geslaagde drop, een back naar hun 80s roots.
In de bis nostalgie ten top met “Skinflowers”, “l’Amourir”, tussenin een nieuwtje “Off the radar” en op het eind de hoempapa/kermistune van “Charlotte/Did you miss me” op z’n Arno’s als het ware. Het Young Gods avontuur werd meer dan overtuigend besloten.
Ze mochten persoonlijk nog verder in hun backcatalogue grijpen, met een “Rue des tempêtes”, “Kissing the sun” of “Lucidogen”, maar het publiek was tevree én de band was tevree. De warme respons deed hen enorm veel deugd.
The Young Gods speelden een heerlijke, eigentijdse set vol heimwee en jeugdsentiment. Iets waar we nog even kunnen van nagenieten. St-Pieter in de hemel mag nog even wachten, want de hemelsluizen staan nog niet open voor deze zestigers.

Support was Das Kinn, die teruggrijpt naar die vergeten tijd van de ‘Neue Deutsche Welle’. Hij ademt in alles die sfeer uit, alleen op z’n keys. Het hedendaagse project van Toben Piel, de man achter Das Kinn, is een jong hart met een oude ziel en een liefde voor alles wat deze 80s sound en krautrock  op z’n Kraftwerk, DAF, Die Krupps en Front uitstraalt. Een ideale geleider op wat die avond volgde …

Lees gerust ook de review FR https://musiczine.net/index.php/fr/item/100591-l-aeronef-balaye-par-un-tourbillon-indus-the-young-gods

Neem gerust een kijkje naar de pics @Ludovic Vandenweghe  

The Young Gods
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8789-the-young-gods-29-10-2025?catid=category

Organisatie: Aéronef, Lille

Beoordeling

Dressed Like Boys

Dressed Like Boys - Hartstochtelijke droom

Geschreven door

Dressed Like Boys - Hartstochtelijke droom

In volle ontbolstering groeit Jelle Denturck – beter bekend als Dressed Like Boys – uit tot een totaalartiest. Waar hij ooit zijn eerste stappen zette bij Protection Patrol Pinkerton en zijn wilde energie ontketende bij DIRK, toont hij nu zijn meest authentieke zelf. Met zijn soloproject verkent hij de grenzen tussen melancholie en hoop, tussen kwetsbaarheid en kracht.
Na een zomer vol concerten, met Pukkelpop als hoogtepunt, stond hij vanavond in een bijna uitverkochte Ancienne Belgique om zijn langverwachte debuutplaat eindelijk voor te stellen.

De aftrap was voor het Antwerp Queer Choir, een dertigtal zangers die de zaal in een mum van tijd inpakten. Hun enthousiasme, gedragen door piano en cello, was aanstekelijk. De set begon met Robyns “Dancing on My Own” en vloeide moeiteloos over in “Smalltown Boy” van Bronski Beat – twee nummers die meteen de toon zetten: fier, krachtig, open.
In hun eigen nummer “Some Parts Heal” lieten ze zien dat ze meer zijn dan een koor: dit was een groep mensen met iets te zeggen. De zang was raak, de tekst eerlijk, de uitstraling vol warmte. Met “Christine” brachten ze een subtiel eerbetoon aan queer-icoon Will Ferdy, waarin hun verschillende stemkleuren prachtig samensmolten. Het breekbare “When the Party’s Over” van Billie Eilish deed de zaal verstillen, waarna afsluiter “Pink Pony Club” de energie weer deed oplaaien. Wat een heerlijke, trotse opener.
Toen Jelle daarna het podium opkwam, keurig in beige wit kostuum, was de sfeer al perfect in balans tussen ontroering en verwachting. Hij ging rustig zitten achter de vleugelpiano, glimlachte even, haalde diep adem – en begon aan “Questions”. De eerste noten waren voorzichtig, maar zijn stem klonk meteen vol overtuiging. Een nummer over moed, twijfel en keuzes, dat hij zong alsof het enkel voor dat moment bestond. Er was iets ontwapenends aan hoe hij speelde: gecontroleerd en toch broos.
Vanaf “Finger Trap” kwam zijn vierkoppige band erbij, samen met vier leden van het Antwerp Queer Choir. Het geluid werd voller, rijker. “Healing” bracht gelaagde harmonieën en een subtiele gitaarsolo die elegant door de melancholie sneed. Tussen de nummers door sprak Jelle met openhartige rust. Al glimlachend vertelde hij dat hij in een droom beleeft dat plots weleens gedaan kan zijn.
Die dromerige sfeer zette zich verder door in “Our Part of Town”, waarin hij zijn roots eerde. De song begon experimenteel, bijna progrockachtig, maar ontplooide zich tot een weelderige wals waarin geluk en nostalgie elkaar vonden. De glimlach van de bandleden sprak boekdelen. Daarna barstte “Agony Street” los: Jelle liet de piano even achter zich en ontpopte zich tot een geboren frontman. Hij grapte dat hij crowdsurfen met een vleugelpiano ‘niet volledig uitsloot’, maar de speelsheid werkte aanstekelijk. Het publiek lachte, danste, leefde mee. Het contrast met het daaropvolgende “Lies” kon nauwelijks groter zijn – Jelle deze keer met gitaar, zijn stem breekbaar en oprecht. Een lied over het goedmaken van oude leugens, gezongen met zoveel eerlijkheid dat de zaal het precies kon voelen.
Halverwege de set groeide “Pinnacles” uit tot een sonisch hoogtepunt, met langgerekte gitaarsolo’s en een intens crescendo. Daarna mocht het Antwerp Queer Choir aansluiten voor “Nando” en “My Friend Joseph”, twee nummers waarin alles samenviel: muzikaal, thematisch en emotioneel. Hun samenzang vulde de zaal met warmte, en de glimlach van Jelle sprak boekdelen – dit was zijn familie, op het podium én in de zaal. Het was een feest van herkenning en aanvaarding, een moment van licht in een wereld die dat soms vergeet.
Dan sloeg de sfeer om, maar niet zonder reden. Met “Gregor Samsa”, opgedragen aan zijn overleden moeder, haalde Jelle even van streek – niet om te imponeren, maar om los te laten. De spanning in zijn stem, de aarzelende pianotonen en de stilte tussen de woorden maakten het nummer verpletterend mooi. Geen groot gebaar, geen theatrale emotie, maar pure menselijkheid. Even slikken, ook voor hemzelf.
De bisronde begon met “And Then I Woke Up”, een nummer dat hij solo bracht, zichtbaar ontroerd. Daarna volgde “Pride”, zijn ingetogen maar krachtige reactie op de gewelddadige feiten in de Gentse Overpoort. Geen woede, wel verdriet, en vooral hoop.
Voor de finale kwam iedereen nog één keer samen op het podium: band, koor en cellist. “Stonewall Riots Forever” deed de zaal ontploffen – een hymne van trots, strijdlust en liefde, gezongen met vuur en overtuiging. Het publiek, voldaan van geluk, applaudisseerde minutenlang.

Dressed Like Boys bracht in de AB een avond die verder ging dan muziek. Dit was een concert over eerlijkheid, aanvaarding en de moed om jezelf te zijn. Jelle Denturck liet zien dat zijn kwetsbaarheid geen zwakte is, maar zijn grootste kracht. Hij zong met zijn hart op de tong en een dankbaarheid die je onmogelijk kon negeren. Het voelde alsof hij eindelijk thuiskwam – en ons daar allemaal mee naartoe nam.

Setlist: Questions - Finger Trap - Healing - Our Part of Town - Agony Street - Jaouad - Lies - Pinnacles - Nando - My Friend Joseph - Gregor Samsa — And Then I Woke Up - Pride - Stonewall Riots Forever

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Pagina 10 van 386