Johnny Dowd - Op zijn zevenenzeventigste nog steeds even urgent
De 4AD gaf me precies waar ik al een tijdje naar snakte: een avond vol passionele muziek zonder elektronische goochelarij of hinderlijke egotripperij. Dat er tussen beide groepen minstens twee generatiekloven gaapten, was op zijn minst merkwaardig, maar toch bleek dit een perfecte match.
Het Gentse Ciska Ciska had de eer te mogen openen voor de stilaan legendarische Johnny Dowd. Ciska Ciska is de groep van Ciska Dhaenens en dat is nog steeds de dochter van Derek (& The Dirt) en de zus van Vito. Van die laatste, met wie Ciska eerder al eens samen op het 4AD-podium stond, herinner ik me enkele heel sterke optredens. Maar terwijl het de laatste tijd nogal stil is rond Vito - of is het nu Victoria Pax? - speelt zijn zus zich steeds meer in de picture.
Na een eerder voorzichtige start had Ciska Ciska me bij het tweede nummer al stevig bij de lurven. Het gloednieuwe "Sweet Sixteen" is hun derde en wat mij betreft hun beste single. Een teder gezongen prachtnummer dat zomaar uit de Laurel Canyon-scene geplukt leek. Ciska Dhaenens laat zich naar eigen zeggen nochtans vooral inspireren door contemporaine singer-songwriters als Julia Jacklin, Adrianne Lenker en Aldous Harding. Dat zorgde voor een smaakvolle mix van indie folk en americana waarin ik af en toe ook wat referenties uit een verder verleden meende te horen.
De eerste plaat is gepland voor september maar de groep werkt nu al aan wat daarna komt. Daarbij werden voor het eerst nummers in gezamenlijke sessies geschreven waarvan we al een voorproefje te horen kregen. De inbreng van de groepsleden - gitarist Lukja Vanaverbeke, drummer Lou De Smet en bassist Mathijs Steels (Shht) - zorgde voor een steviger geluid wat hen zeker niet misstond.
Hun debuutsingle en tot op heden bekendste nummer, "Biotope", vormde het sluitstuk van een bijzonder knappe en verrassend gevarieerde set. O ja, Ciska vroeg ons ook beleefd om haar nieuwe single, "Sweet Sixteen", de Vox Top 30 (Radio 1) in te stemmen. Dat is uiteindelijk niet gelukt. De tijd die we daarvoor hadden was ook kort, slechts enkele uren tot middernacht. Maar mijn stem heeft ze alvast voor de volgende aflevering.
De debuutplaat van Johnny Dowd, ‘Wrong side of Memphis’ uit 1998, sloeg hier destijds in als een bom. De man was toen al bijna vijftig en had al tientallen jaren wat aangemodderd in enkele groepjes, zonder dat het ooit ergens toe had geleid. Johnny Dowd, die aan de kost kwam als verhuizer, had dus tijd genoeg gehad om te broeden op dit meesterwerk. Ik zag hem in die periode verschillende keren aan het werk, en dat was telkens een belevenis, terwijl de platen elkaar met de regelmaat van een klok bleven opvolgen. Na een tijdje kwam er wat sleet op de formule en begon hij een beetje te experimenteren wat niet altijd even gelukkig uitpakte.
Maar op zijn laatste plaat uit 2023, ‘Is heaven real? How would I know?’, zijn negentiende al, zit hij duidelijk weer op het juiste spoor en klinkt hij authentiek en ontspannen. Die plaat en de recente vinylheruitgave van zijn debuut lieten me hoopvol naar Diksmuide afreizen.
Ik wilde vooral nummers uit ‘Wrong side of Memphis’ horen en ik werd meteen op mijn wenken bediend.
Johnny Dowd opende zijn set solo met het morbide "Ft. Worth, Texas", niet meteen de vrolijkste binnenkomer. Zevenenzeventig is hij intussen en de ledematen zijn duidelijk wat strammer geworden, maar die roestbruine, uit duizenden herkenbare, krakende strot had niets aan kracht verloren. Ondanks zijn beperkte techniek bleek hij een creatief gitarist die zijn gitaar tegelijk noisy en teder liet klinken.
Bovendien liet hij zich begeleiden door een stel schitterende muzikanten: zangeres en bassiste Amy LaVere uit Memphis die ik ken als de sirene van Motel Mirrors, een nevenproject van John Paul Keith, haar echtgenote Will Sexton op gitaar en banjo en Jennifer Edmondson, de zus van Johnny die in laatste instantie Mike Stark moest vervangen, op minimale maar daarom niet minder efficiënte drums. Wellicht de beste band die hij ooit rond zich wist te verzamelen.
Na dat openingsnummer volgden nog meer songs uit dat meesterlijke debuut zoals "Papa, oh papa", "Heavenly feast" en "Just like a dog" en dat waren niet eens de hoogtepunten. Onze man uit Ithaca, New York bleef de parels nonchalant aaneenrijgen, de ene al wat cynischer dan de andere. "First there was a funeral" met een glansrol voor Amy op tweede stem, het vrolijk hotsende "Honky tonk" en "Evildoers", dat subtiel verweven was met Gershwins "Summertime", waren er maar enkele van.
Toen Johnny Dowd het podium even verliet om een sigaretje te roken, liet hij Amy Lavere een paar nummers zingen. En dat was eigenlijk een beetje waar ik op hoopte. Helaas ging ze hierbij, tot mijn grote ontgoocheling en waarschijnlijk ook de hare, jammerlijk de mist in. Blijkbaar hoorde ze de gitaar niet in haar monitor en ietwat ontredderd liet ze het tweede nummer wijselijk over aan haar man. Die mocht, toen Johnny terug was, meteen weer aan de bak met "16 tons" van Tennessee Ernie Ford, niet meteen de meest originele cover maar wel heel knap gezongen.
Nadat hij in het eerste deel vooral schitterde met zijn spookachtig klinkende banjo ontpopte Will Sexton zich na de rookpauze als een bijzonder veelzijdig gitarist. Tijdens "L.S.D.", een nummer uit de laatste plaat, verkende hij zelfs - heel toepasselijk weliswaar - onvermoede psychedelische wegen.
De vrij lange set werd afgesloten met de even onverwachte als in zijn eenvoud grootse Stones-cover, "You can't always get what you want". De bis volgde meteen, zodat Johnny Dowd niet nodeloos nog eens op en af het podium hoefde te gaan. Mooier kon de avond niet eindigen dan met dit "Gone" waarin hij mijmerde over het tourleven dat ook op zijn zevenenzeventigste nog niet voorbij lijkt: "I love the spotlight/ I love a crowd/ I love a band when it plays too loud/ I love the drive/ no matter how long/ I love the feeling of being gone".
Organisatie: 4ad, Diksmuide