logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Kreator - 25/03...
Concertreviews

The Smashing Pumpkins

The Smashing Pumpkins - Bij wijlen de magie van weleer

Geschreven door

Na ‘Mellon Collie and The Infinite Sadness’, het laatste album dat er echt toe deed, ging het steeds verder bergafwaarts met The Smashing Pumpkins. Tot het opgezwollen ego van Billy Corgan er na enkele jaren de stekker helemaal uit trok. Corgan probeerde nadien nog van de grond te komen met enkele halfslachtige solo-pogingen of met Zwan, een nieuwe band die al was opgedoekt nog voor die echt was gelanceerd. De platen die hij nadien onder de naam Smashing Pumpkins uitbracht , waren eigenlijk ook solo-vehikels, want de originele bandleden werden gemeden als waren het besmettelijke ziektes. Die platen toonden hier en daar wat opflakkeringen maar geen van hen reikte ook maar tot aan de enkels van ‘Gish’, ‘Siamese Dream’ of ‘Mellon Collie’.

In 2018 kwam er dan toch die langverwachte reünie van de originele bandleden, met uitzondering van bassiste D’Arcy. De reünie op zich was het beste nieuws, want het nieuwe album ‘Shiny And Oh So Bright’ kon de magie van weleer geenszins terug brengen en is op een tweetal songs na totaal verwaarloosbaar.
Met enige argwaan trokken wij dus naar de Lotto Arena, maar omdat ‘Siamese Dream’ nog altijd één van onze favoriete albums aller tijden is, vonden wij dat wij hier absoluut moesten bij zijn. We hebben het ons niet beklaagd.
Ons wantrouwen werd al gauw de kiem in gesmoord, want bij momenten evenaarden The Smashing Pumpkins de magie van hun gloriejaren. Enkele zwakke momenten zorgden er voor dat dit net geen vijfsterrenset was, maar in globo mochten wij over vanavond zeer content zijn.
Dat Billy Corgan nog steeds een beetje wacko is was te merken aan zijn outfit. Gehuld in een zwart paterskleed en opgetut met een lading zwarte mascara moest hij er zogenaamd een beetje schrikwekkend uit zien. Of dat echt zo was laten we in het midden. Wij dachten eerder van : zet er nog een mijter op en je kan hem zo bij het bedenkelijke metal-groepje Ghost inlijven. Maar goed, voor de rest had hij zijn ego vanavond thuisgelaten en gaf hij een vrij losse en sympathieke indruk. Bovendien was hij prima bij stem en toverde hij een stel striemende solo’s uit zijn gitaar.
Het stemde ons al meteen tevreden dat de Pumpkins met drie gitaren in de aanslag hun set inzetten met bijzonder scherpe versies van “Siva” en “Rhinoceros” uit hun allereerste album ‘Gish’. Dit was die typische gedreven Pumpkins-sound die wij wilden horen. Toen ze daarachter “Zero” ook nog eens deden ontploffen leek het dat de Pumpkins de drive van weleer volledig hadden teruggevonden. Zouden ze dit wel volhouden ? Laat ons zeggen : bijna. Een stel  inferieure songs (“Knights Of Malta”, “G.L.O.W.”, “Tiberius”) haalden soms de vaart uit het optreden, en als absolute dieptepunt kregen we een soort Japanse karaoke versie (sorry, James Iha) van het Cure vehikel “Friday I’m In Love”. Wat daar de bedoeling van was bleef ons een volkomen raadsel, dit was ronduit beschamend. De Pink Floyd cover “Wish You Were Here” klonk dan misschien wat minder genant, maar was eigenlijk even overbodig.
Maar de zwakke passages werden telkenmale triomfantelijk hersteld met splijtende klassiekers als “Bullet With Butterfly Wings”, “Cherub Rock”, “Disarm” en “Tonight, Tonight”. Niet alle klassiekers klonken echter even geïnspireerd, “1979” bijvoorbeeld werd een beetje op automatische piloot afgehaspeld en kreeg niet de behandeling die het verdiende.
The Smashing Pumkins verrasten ons dan weer aangenaam met enkele schitterende song die destijds nooit een regulier album hebben gehaald. Met name een stevig en geweldig “Superchrist” (pure stoner!) en een wederom fantastisch “The Aeroplane Flies High”. Dit zijn afleggertjes die beter zijn dan eender wat dat na de eerste drie albums is verschenen.
De band ging er uit in stijl met een drieluik om van te snoepen, een wondermooi “Today”, een fantastisch “Muzzle” en als fenomenale afsluiter het geweldige “Hummer”.

In de Lotto Arena bleek dat die legendarische nineties band terug volop in leven was, en dat was wat telde. De schoonheidsfoutjes van dit twee en een half uur durende concert namen we er dan maar graag bij.

Oh, ja, nog dit. Een kort woordje over de support act Fangclub. Dit was van “We willen Nirvana zijn, maar we kunnen het niet”. Kijk, wij wilden destijds ook Nirvana zijn, en we speelden met behulp van onze oude tennisraket Kurtje Cobain in onze slaapkamer. Hadden die gasten van Fangclub het daar ook niet beter bij gehouden ? Idiote groepsnaam trouwens.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/lotto-arena-antwerpen/smashing-pumpkins-10-06-2019
Organisatie: Live Nation

Beoordeling

Cedric Burnside

Cedric Burnside - Heerlijke rootsmuziek in Leffinge

Cedric Burnside - Heerlijke rootsmuziek in Leffinge
The Legendary Shack Shakers + Cedric Burnside - Mooie double bill
De Zwerver
Leffinge
2019-06-07
Ollie Nollet en Sam De Rijcke

The Legendary Shack Shakers zijn in de eerste plaats de band van halve gek annex smoelentrekker J.D. Wilkes. Met wisselende personeelsbezittingen grossiert de band al jaren in een opwindende mix van blues, country, hillbilly, rock’n’roll en rockabilly. Het combo deed dit vanavond via een steeds feller aanwakkerende set die uitgroeide tot een explosief rock’n’roll feestje. Het eerste deel lag de nadruk op het roots-gebeuren, via traditionele instrumenten als banjo, akoestische gitaar, staande drums en contrabas, maar dan wel met flink wat peper in het gat.
Toen J.D. Wilkes zijn banjo omruilde voor een harmonica en de briljante gitarist zijn elektrische gitaar inplugde, gingen volume, power en intensiteit met rasse schreden omhoog. Hier stond nu een geweldige, springerige en uiterst energieke rock’n’roll band van jetje te geven. Naar een climax toe groeien heet dat dan. De zaal smulde er van. 
The Legendary Shack Shakers - Een band met hoog fun- en rock’n’roll gehalte, maar vooral geniale muzikanten.

Als kleinzoon van RL Burnside heeft Cedric Burnside de blues met de paplepel meegekregen. Toen hij amper 13 was hij trok hij al mee als drummer in opa’s band. Later drumde hij nog in diverse andere bands, waaronder ook North Mississippi Allstars. Burnside leerde ondertussen ook een aardig potje gitaar spelen.
Op vandaag doet Cedric zijn eigen ding en trekt hij op tournee met een valies aan eigen songs. In Leffinge liet hij zich enkel begeleiden door gitarist Brian Jay, ook bandlid van het funkgezelschap The Pimps Of Joytime.
Op de laatste plaat ‘Benton County Relic’ horen we een rauwe elektrische bluessound die uiteraard schatplichtig is aan RL Burnside.

Aanvankelijk hield Cedric Burnside dit rauwe bluespotje nog eventjes gedekt en deed hij het in zijn dooie eentje op akoestische gitaar met een stel eerlijke traditionele bluessongs, waarin hij vooral toonde dat hij ook gezegend was met een wonderlijke stem. Die akoestische opening klonk ons wel bekoorlijk in de oren, maar stiekem hoopten we dat er iemand algauw de stekker zou komen in steken. Toen Brian Jay voor “Hard To Stay Cool” er bij kwam met een heerlijk slide gitaartje, hing er al meer atmosfeer in de lucht. Wij waren al helemaal opgelucht toen Cedric Burnside zijn elektrische gitaar om de schouders trok en zich stortte op die rauwe sound die zijn laatste plaat zo goed maakt. Ondertussen was metgezel Brian Jay gaan postvatten achter de drums en spatten er al heel wat meer vonken uit hun strakke blues.
De boel kwam pas helemaal onder stoom toen het duo van plaats verwisselde. Cedric ging achter de vellen zitten en bleek een fenomenale drummer te zijn, ondertussen bleef hij ook nog eens geweldig zingen. Bovendien werden we meer dan aangenaam verrast door het al even fantastische gitaarspel van Brian Jay. De sound sloeg over in een heerlijke pot bluesrock die ons deed denken aan het heetste van North Mississippi Allstars.
Een alsmaar enthousiaster wordend publiek raakte nu ook helemaal in de ban van dit gedreven duo. De heren hadden immers hun set langzaam opgedreven naar iets wat we niet anders dan als vuurwerk kunnen bestempelen. Net als bij de Legendary Shack Shakers stevenden we hier dus op een heuse climax af. 

Laat ons hopen dat Cedric Burnside en Brian Jay blijven verder samenwerken, er hangt magie tussen die twee. We hebben Brian Jay’s voormalige bandje eens gechekt, en dat leek ons toch maar platte funk te zijn waarin zijn fantastische gitaarspel nergens te bespeuren is.
(review Sam)

Cedric Burnside + Legendary Shack Shakers
Deze double bill zorgde voor een mooie avond in Leffinge. Toch bleef ik wat op mijn honger zitten omdat beide bands niet brachten waar ik, tegen beter weten in, op gehoopt had.

Bij de Legendary Shack Shakers hoopte ik dat het wonder van Muddy Roots 2017 zich zou herhalen. Daar beukten ze, toen met de jonge gitarist Rod Hamdallah, me murw met een set uitzinnige rock-‘n-roll die The Cramps liet verbleken. Helaas hield die Hamdallah het niet lang vol bij de Shakers en toen ik ze vorig jaar terug zag op Roots & Roses was zijn plaats ingenomen door Gary Siperko, een man die we ook al twee keer in de 4AD aan het werk zagen (Pere Ubu, Rocket From the Tombs). De bezetting bleek dit keer niet veranderd. Opnieuw met Siperko dus, absoluut een schitterende gitarist maar het betekende wel dat we een bedaardere versie van de Shakers te zien kregen.
Het eerste deel van hun set was akoestisch met zanger J.D. Wilkes (enig origineel lid) op banjo. ‘Hillbilly from hell’ dat begon met een covertje van Washboard Sam maar toch iets te veel bleef kabbelen en laat dat nu net het laatste zijn wat ik van deze band verwacht. Halverwege greep Siperko naar zijn elektrische gitaar en ruilde Wilkes zijn banjo voor een mondharmonica wat het rock-‘n-roll gehalte zeker ten goede kwam. Samen met Preston Corn (staande drums) en Fuller Condon (staande bas) lieten ze het vuur nu wel in de pan slaan om uiteindelijk feestelijk te landen met een wel erg vrije interpretatie van Slim Harpo’s “Shake your hips”.
Mooi maar ik miste de ‘waanzinnige’ J.D. Wilkes van weleer toch een beetje.

Op basis van zijn laatste plaat, ‘Benton County Relic’, waren de verwachtingen voor Cedric Burnside niet al te hooggespannen. Maar hey, Cedric is wel de kleinzoon van R.L. en hij was bovendien drummer bij de drie groten uit de Fat Possum stal: R.L., T-Model Ford en Junior Kimbrough. Enige verwachtingen (op een set moddervette blues) waren dus zeker niet misplaatst.
Tijdens het eerste deel van het optreden zagen we Cedric alleen op akoestische gitaar. Niet meteen wat ik verwacht had maar een erg aimabele Cedric wist me dankzij zijn aanstekelijk gitaarwerk en intense vertolkingen moeiteloos te overtuigen. Dit was authentieke hill country blues zoals ik ze al lang niet meer gehoord had. Tussendoor vertelde hij al eens een grap van zijn grootvader terwijl ook het legendarische ‘well,well,well’ niet kon uitblijven.
Voor het tweede deel greep hij naar een elektrische gitaar terwijl Brian Jay achter het drumstel plaatsnam. Verre van slecht maar de magie die bij het akoestisch gedeelte in de lucht hing was toch verdwenen. Zijn beperkingen als gitarist speelden hem soms parten en zijn stem leende zich niet echt voor ruige blues.
Toen de twee na een tijdje wisselden van plaats voelde Cedric zich zichtbaar meer op zijn gemak en werd ook duidelijk wat voor een fenomenaal drummer hij is. Het verschil met Brian Jay was immens. Jay ontpopte zich nu als een goede gitarist maar ook niet meer dan dat terwijl zijn stem, hij zong ook af en toe een nummer, eerder aan de vlakke kant was.
Toch wisten ze zich, vooral dankzij het explosieve drumwerk, overeind te houden. Plots leek het toch nog heel mooi te worden toen ze “All night long” van Junior Kimbrough inzetten. Machtige song en ik was al klaar om volledig uit mijn dak te gaan maar het bleef bij een gesmoord gvd. Het hypnotiserende van Kimbrough bleef volledig uit terwijl de galm op Cedric’s stem alle verdere kansen verkwanselde. Kimbrough’s unieke stijl is natuurlijk geen hapklare brok maar ik hoorde eerder wel al geslaagde vertolkingen van onder meer Gravelroad en Black Diamond Heavies. Wat het orgelpunt had moeten worden bleek nu een wat ontgoochelende finale.
Gelukkig besloten de twee om nog een bis te spelen en dat werd dan een geslaagd “Shake ‘em on down”, een oud Bukka White nummer dat onsterfelijk werd gemaakt door grootvader R.L. samen met The Jon Spencer Blues Explosion.

Twee mooie optredens die me toch wat teleurstelden. Maar dat had veel te maken met de verwachtingen. Waren dit twee mij onbekende groepen geweest kwam ik misschien superlatieven tekort. (review Ollie)

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

Beoordeling

Danny Vera

Danny Vera - Een rock-‘n-rollercoaster

De Zeeuwse singer-songwriter Danny Vera stak vrijdagavond de grens over naar het Gentse. We verwachtten ons aan een avond vol Americana nummers in de stijl van enkele grote voorbeelden als Roy Orbison en Elvis Presley. Danny is op tour voor zijn nieuwe album ‘Pressure Makes Diamonds’, maar blijft daarnaast vooral bekend als zanger van de vaste huisband van het populaire Nederlandse praatprogramma ‘Voetbal Inside’. Gekleed in een rock-’n-roll kostuum met bretellen en gelakte schoenen, stapte hij stijlvol het podium op.

“Runnin’ With My Boots On” en “I’ve Been Around”  toonden meteen aan dat de band goed op elkaar is ingespeeld. Met respect voor de gitaar zette Danny enkele dansbare riffs in. Entertainen kan hij als de beste. “Jesus And The Outlaw” volgde, een super uptempo country nummer waarin zijn rauwe stem mooi tot uiting kwam. Danny ziet er glad uit, maar heeft toch ergens een griezelige stem. De avond ging op hetzelfde elan verder met “Worn Out Man”.
Na een lange intro vol geouwehoer over inbreken werd het tempo wat opgedreven met korte en hoge gitaarklankjes uit “The Devil’s Son”. Bij “Road Rhythm Blues” ging de band weer een versnelling hoger and waanden we ons in Zuidelijk Amerika. Een mooi moment voor een degelijke keyboardsolo. Zelfs bij een gevoeliger nummer als “Maybe Tonight, Maybe Tomorrow” blijft de band zijn rock-’n-rollgehalte hoog. Voor het eerst hoorden we een beetje tristesse, maar met een stevige outro zonder rommelig te zijn. Danny Vera weet onze aandacht scherp te houden.
Zoals Danny zelf aangaf  maakt hij ‘ouwemannenmuziek’ maar heeft hij dit jaar de eerste plaats weten te bemachtigen in de top 40. “Roller coaster”, een hit die hij dus absoluut moet spelen, vergezeld door witte lichtjes in de zaal. “How the Dice Will Roll” zou wel een nummer kunnen zijn uit de film ‘Kill Bill’. Een stevige song. Danny doet er zijn vestje voor uit en wij snappen waarom. De band ging direct door met “If You Want Me Too” en “All Night Long” en stak hiermee wat vaart achter de muzikale avond. Lekker luid, lekker uptempo. Het etaleerde zijn geweldige stem.
“We gingen zo hard, ik dacht ik bouw nog even een rustmomentje in”. We kregen met “Bye Bye Eddy” een triestige meezinger voorgeschoteld, een ode aan een vriend die overleed toen hij twaalf jaar was. “Honey South” begon met een funky gitaarrif en deed ons even heel erg denken aan een snelle versie van Canned Heat met “Going Up The Country”. Ook tijdens “Utopia Won’t Wait” bleek dat de band goed weg kan met het vingervlugge werk. Vera zong over de bal van liefde met “L. O. V. E.”. Hij bracht het en wij moesten het meebrengen. Danny opperde dat we met een ‘V’ naar hem zwaaiden en zo deden we ijverig mee.

Als afsluiter, beleef Danny gewoon staan. Even de band voorstellen, een heerlijke keyboardsolo en dan nog even gaan met een geslaagde cover van zijn inspiratiebron Johnny Cash “Folsom Prison Blues”. Hiervoor trekken wij graag zelf nog eens de grens over. Liefhebbers kunnen Danny Vera ook bewonderen op Kneistival deze zomer.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/charlatan-gent/danny-vera-07-06-2019 
Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Thurston Moore

Thurston Moore Group - de nieuwe plaat in avant-premiere.

Geschreven door

Thurston Moore woont tegenwoordig in Engeland, en is de man die na de split van Sonic Youth, de klank van Sonic Youth het meest getrouw blijft. Dat doet hij nu al een aantal jaren met een vaste band, met naast Sonic Youth-drummer Steve Shelley, Deb Googe op bas (My Bloody Valentine) en James Sedwards op gitaar. Die band is nu uitgebreid met Jon Leidecker op keyboards, die als electronica artiest opereert als Wobbly. De Thurston Moore Group heeft  momenteel een nieuwe plaat opgenomen in Brussel, en nu speelden ze twee dagen na mekaar in Les Ateliers Claus, dat ze als hun tweede thuis beschouwen.

We kunnen verkeerd zijn, maar we hoorden enkel nieuw werk vanavond. Hoe die klonken? Veel minder lyrisch en melodieus dan wat we op ‘Rock ’n roll consciousness’ en ‘The best day’ voorgeschoteld kregen. Alle nummers waren instrumentaal, en er komt geen zang op de nummers , kunnen we zeggen …
Het openingsnummer was dromerig, maar spaars, aangeslagen akkoorden zonder melodie die herhaald werden. De afwisseling kwam van Steve Shelley die zijn drums met paukenstokken bespeelde, dit was wat  zen-rock, de culminatie van jaren ervaring. Vanaf het tweede nummer ging het tempo omhoog en zaten we in meer vertrouwde Sonic Youth wateren, waarbij  toch opviel hoe Sedwards en Moore gelijkaardige akkoorden aanhielden, gitaarmantra’s, en er dus van gitaarsolo’s of melodielijnen geen sprake was. Ik hoorde veel raakpunten met Mogwai, fellere en rustigere passages wisselden elkaar af, alsof je van een dennenbos in het open veld kwam of omgekeerd. Voor die overgangen telde Thurston Moore dikwijls af. Beide gitaristen bewerkten hun snaren met een staafje en duwden hun gitaren tegen de versterkers aan.
Op zijn zestigste blijft Thurston Moore dus doen wat hij zijn hele artistieke leven al gedaan heeft, en durft hij ook terugblikken: in twee nummers eerde hij zijn inspiratiebronnen uit de avant-garde, Alice Coltrane en Glenn Branca. Branca overleed vorig jaar en lag direct aan de basis van het geluid dat Sonic Youth, Swans en zovele anderen naar een groter publiek brachten.

Op basis van wat we vandaag hoorden, is de nieuwe plaat van de Thurston Moore Group er opnieuw eentje voor de eindejaarslijstjes.

Organisatie: les Ateliers Claus

Beoordeling

Cass McCombs

Cass McCombs - Goed bewaard geheim blijkt live een veelzijdige cultheld

Geschreven door

Stel dat Elliott Smith nooit op de soundtrack van de box office hit ‘Good Will Hunting’ was beland, dan zat de man wellicht voor eeuwig en altijd vastgeroest aan het imago van een eigenzinnige singer-songwriter die de cult status nooit leek te zullen ontgroeien. In die laatste categorie zou hij trouwens in het goede gezelschap vertoeven van o.a. Cass McCombs, de Amerikaanse troubadour die na negen puike albums de reputatie van een goed bewaard geheim wellicht niet meer van zich af kan schudden. Al zal het dit voorjaar verschenen nieuwe opus ‘Tip Of The Sphere’ daar weinig verandering in brengen, toch vonden heel wat liefhebbers van het getormenteerde levenslied afgelopen zaterdagavond vlotjes de weg naar de DOK site voor de enige Belgische passage van Cass McCombs Europese clubtour.

Kort voor aanvang van het optreden stuurde de Democrazy organisatie het bericht uit dat McCombs er vanavond bijzonder veel zin in had en met sprekend gemak twee uur zou volmaken. Het aangekondigde aanvangsuur werd hierop prompt vervroegd, waardoor de opwarmers van de set jammerlijk door onze neus werden geboord. Bij aankomst bleek dat de Amerikaan en zijn drie metgezellen de temperatuur van het anders zo kille industriële DOK decor al behoorlijk de hoogte hadden ingejaagd. McCombs is naast een begenadigd singer-songwriter immers ook een niet onaardig gitarist die weliswaar de virtuositeit van collega’s Steve Gunn en Ryley Walker mist, maar wel de ongebreidelde drive van Neil Young & Crazy Horse en Grateful Dead heeft overgeërfd. Ook als is McCombs geen veelprater, aan muzikale spontaniteit was er geen gebrek en dat speelde volledige in de kaart van het broeierige zaterdagavondsfeertje dat rond hing in de Gentse buitenwijk.
Cass McCombs gunde het publiek vanavond een inkijk in verschillende van zijn artistieke persoonlijkheden. Eerst zagen we de Amerikaan in de rol van frontman van een straffe band die anders zo rustig voorbijkabbelende psychedelische Americana songs als “Estrella” en “Big Wheel” een ferme acid rock injectie toediende. Dit was opwindende classic rock mét groove doch zonder de cliché lyrics. Even later nam de singer-songwriter pur sang dan weer de overhand. Tijdens de verstilde ballads “Absentee” en “Real Life” werd de groep wandelen gestuurd, op de toetsenist na die McCombs akoestische gitaar spaarzaam bijkleurde met piano of harmonium. We liepen denkbeeldig onze platenkast af en kwamen al snel uit bij Harry Nilsson en Bruce Cockburn; benieuwd wat McCombs zelf van die referenties zou vinden.
Voor iemand die ruim 15 jaar in het vak zit lijkt McCombs meer dan ooit toe aan wat voorzichtig muzikaal experiment. Zo haalt de Amerikaan het in zijn hoofd om het vreemdste nummer op zijn laatste album, “American Canyon Sutra”, elke avond steevast in de setlist te droppen. Denk aan een maatschappijkritische spoken word performance van Lou Reed uit diens ‘New York’ periode spaarzaam begeleid door James Blake’s onderkoelde post-dubstep beat, en je komt aardig in de buurt. McCombs dreef zichzelf nog verder uit zijn comfort zone door het soulvolle oudje “County Line” aanvankelijk over te laten aan de wat houterig overkomende support act Eleanor Friedberger om uiteindelijk te eindigen in een fraai duet.
Afsluiten deed Cass McCombs met een selectie publiekslievelingen uit diens vorige twee albums ‘Big Wheel and Others’ (’13) en ‘Mangy Love’ (’16), en alweer kwam de man verrassend uit de hoek. Op “Brighter!” etaleerde de Amerikaan zijn indrukwekkend stembereik, Tim en Jeff Buckley achterna.
Tijdens de vuige aan Tom Petty schatplichtige rocker “Rancid Girl” bevond McCombs zich ineens oog-in-oog met twee vrouwelijke ‘fans’ die met een dosis je-m’en-foutisme voor het podium hadden post gevat. McCombs reageerde gevat met een licht gemene knipoog: “You’re bad, I mean you smell bad, You talk a lot ... You got fucked-up hair, and fucked-up teeth”. Cass McCombs en zijn visie op het andere geslacht, het is en blijft een verhaal apart.

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Ex Hex

Ex Hex - Enthousiast en cool

Geschreven door

De dames van Ex Hex uit Washington DC maakt deel van de USA DIY underground . We krijgen we deftige portie rollende punky surfin 70s gitaarrock’n roll, gebald in zo’n drie minuten songs .

De dames , live aangevuld met een bassist , zorgen voor een uurtje beheerste power , die energiek, aanstekelijk klinkt . Ze beleven in een half gevulde Witloof Bar beduidend  veel plezier op het podium. Het publiek onthaalt hen warm , wat mooi meegenomen was .
Ze zijn al een goede vijf jaar bezig en brachten begin het jaar de nieuwe plaat ‘Its real ‘uit . Rijkelijk werd eruit geput , met o.m. “Tuff enough” , “Good times” , “Rainbow shiner” , “Diamond drive” en “Radiate”. De songs zijn heerlijk genietbaar door de wisselende zangpartijen van Betsy Wright en Mary Timony , de extraverte gitaarriffs , de verslavende hooks en de hitsende drums van Laura Harris.
‘Straight to- straight forward’ nummers , niet te lang in een soort jangle pop , waarop de gitaren elkaar kruisen  en ruimte laten voor korte, compacte  soli. Kortom , we horen snedig , vaardig werk met een knipoog naar L7, Sleater-kinney en Suzi Quatro , en die  een variant toelaat van broeierige , emotievolle indie.

Een muzikale stoomwals , enthousiast, cool en blij gevoel in het maken en spelen van hun muziek.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Stereolab

Stereolab - Psychedelisch PopElektronicaBad

Geschreven door

Het Frans-Britse Stereolab is een muzikale reis terug in de tijd. Ik herinner me de avonden  in 1992 tijdens m’n studentenjaren aan de ingang van Le Coq Wallon in Mons en op het Dourfestival in 1996. Jawel, hun psychedelische indiepopelektronica intrigeert al van begin jaren 90. Kenmerkend zijn de dromerig, repetitief opbouwende songs , bepaald door elektronica, piano, bleeps , strijkerpartijen en  een zweverige zang . Hun laatste studioalbum ‘Not Music’ dateert van 2010, een jaar nadat de band aankondigde dat ze rust nodig hadden en enkele projecten uitwerkten . Een rust die een kleine tien jaar in beslag nam als Stereolab. En nu zijn alle krachten samengebundeld naar een heuse tournee van enkele Europese clubs , o.m. in de Botanique, maar voornamelijk in de UK en de Usa in september. Op twee festivals zijn ze ook,  Primavera en Bestkeptsecret . 

De originele line-up is op het podium  met uitzondering van  Mary Hansen die in 2003 bij een auto-ongeluk om het leven kwam. Het overlijden liet een diepe indruk na en natuurlijk missen we Mary de ganse show. Het huidige kwintet draait rond de Française Laetitia Sadier als zangeres/toetseniste (soms tweede gitarist) en de Britse gitarist Tim Gane .
Ze komt dicht bij haar publiek door ze in het Frans aan te spreken, "ça va si on se parle en Français ?", voordat ze de drummer vraagt om het eerste nummer te beginnen "allez hein dit vas-y".
De set begint langzaam met de titels "Come and Play in the Milky Night" en "Brakhage ". "Fresh Disko" omarmt en verwarmt het publiek een beetje meer en prikkelt de dansspieren. De songs zijn eerder dromerige, meeslepende, ontroerende,  emotievolle popelektronische soundscapes die met elkaar verbonden lijken, met “Ping Pong” en “Crest” als uitschieters door hun crescendo opbouw . Het publiek geniet . Het repetitieve overheerst en de energieke opstoten blijven totnutoe  uit. We moeten wachten tot de encores van het jazzygetinte "Percolator" en  in het bijzonder het frisse , aanstekelijke "John Cage bubblegum".

Anderhalf uur werden we meegezogen in hun psychedelische trip , zonder zichzelf te overstijgen of echt transcendent te zijn , maar het geheel klonk mooi , leuk en aangenaam. Blij om deze Stereolab na al die jaren eens terug te zien en te horen …

Vertaling: Sébastien Leclercq - Johan Meurisse

Neem gerust een kijkje naar de pics op Bestkeptsecret
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/festival/best-kept-secret-2019/stereolab-31-5-2019
Organisatie: Botanique

Beoordeling

The Shivas

The Shivas - Aangenaam kennismaken

Geschreven door

Verrassend genoeg een matige belangstelling om deze uit Portland , Oregon afkomstige band te zien , die toch al ferme muzikale reis op zitten heeft . Ze zijn al ruim tien jaar bezig en hebben een vijftal platen en enkele EP’s uit . Ook deden ze een pak festivals, hier Leffingeleuren, alsook verder Binic Folk Blues en  Austin Psych Fest.
Geen nood, ze laten het niet aan hun hart komen en vanaf het moment dat het kwartet het podium betreedt, gaan ze gretig van start . The Shivas is één van de vele bandjes  die zijn inspiratie in de sixties vond en hun muziek toch een eigen draai weet te geven. De gitaren zijn  duidelijk door de surf beïnvloed . Ze hebben een Amerikaanse tienerlook.
Een gevarieerde set noteren we , gaande van surfrock naar meer garage/rock’n’roll , doowop en een vleugje pysché, met een knipoog naar The Raveonettes en The Kills. De sexy drumster Kristin Leonard heeft een fijne stem als backing vocal. Na een klein half uur wisselt ze haar plaats met de tweede gitarist en treedt ze zelf op het voorplan met Jared Wait-Molyneux. De samenzang is één van de pluspunten, met een oerkreet meer of minder.
Dit is muziek waar je alleen gelukkiger kan van worden.
Een aangenaam kennismaken en een fris, snedig, erg aanstekelijke set!

Vertaling: Sébastien Leclercq - Johan Meurisse

Organisatie: Botanique, Brussel 

Beoordeling

Pagina 110 van 386