logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Afghan Whigs
Guns N Roses
Concertreviews

Wovenhand

Wovenhand - Bezwering voor de zintuigen

Geschreven door

Het podium van de Handelsbeurs, badend in zachtrood licht. Een serene opstelling van de instrumenten : een drumstel in het midden, met aan weerszijden een rek met drie gitaren, en twee microfoons op de voorgrond. Alles ziet er sfeervol en gezellig uit, net vóór het optreden van Wovenhand.

Met de release van het album ‘Star treatment’ is het oorverdovend duidelijk dat plaat nummer 8 hard is, zeer hard. Het DNA bij Wovenhand, en met name bij zanger
David Eugene Edwards, is en blijft het waardenpatroon van het christendom: niet de naastenliefde of verering voor God, wel het worstelen met geloof, twijfel, pijn, innerlijke oorlogen en hopelijk een uiteindelijke kans op verlossing. De songteksten zijn stuk voor stuk een afdruk van bijbelse teksten, waar het vechten van de mens voor zijn plek op de wereld voorop staat. De evolutie bij de muziek is dat naast de mix van folkrock en bluegrass er nu een stevige portie postpunk en metal bijkomt.
Het stemmige gevoel slaat over naar broeierigheid wanneer Edwards het podium opkomt, met de metaluitvoering van The Karate Kid als tweede gitarist in zijn kielzog. De zanger ziet er met bandana, cowboyhoed, strakke broek, zwarte stip op het voorhoofd en lizard skin boots, uit als een hedendaagse gothicrock rattenvanger van Hamelen. Wanneer de groep de set start is er bijna enkel nog plaats voor duister doorsneden door witte achtergrondlichten, die zorgen voor grote schaduwen van het karakteristieke profiel van de zanger en de andere leden.
Geen tijd voor bindteksten, wel voor snoeiharde gitaren en adembenemende drumsessies. Van de teksten is bijna geen woord te begrijpen, wat jammer is, want het is gissen naar de betekenis van wat de zanger tijdens het zingen uitbeeldt. Het  constante spel van ritme in gitaar, bas en drum is echter magisch en leunt dicht aan bij de muziek van de indianen. Stilstaan is onmogelijk, je kan niet anders dan meebewegen met de kadans van de muzikanten.

De beat, in samenspel met het veranderend licht en de bewegingen van de zanger, wordt bezwerend. En als je de veelheid van betekenissen van het woord bezwering opzoekt, namelijk
aanroepen, afwenden van gevaar, betoveren, bidden, onder zijn macht brengen, en boeien, dan is er maar één besluit : Wovenhand heeft dit allemaal in hun set uitgevoerd.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Wovenhand

Wovenhand - Genieten in ademnood

Geschreven door


De dagen worden korter, het weer grimmiger en de mens weemoediger: alle omstandigheden zitten dus mee om de nieuwe plaat van het Amerikaanse gothic Americana gezelschap Wovenhand in de nabijheid van een knetterend haardvuur aan een intieme luistertest te onderwerpen. En ja sire, er zijn nog zekerheden in deze wankele tijden. Met ‘Star Treatment’ heeft David Eugene Edwards, sinds anderhalf decennium het enigmatische opperhoofd en enige vaste lid van de band, alweer een huiveringwekkend opus ingeblikt.

Wovenhand mag dan al stiefmoederlijk worden behandeld door de radiostations, toch kan de groep in ons landje steevast rekenen op een behoorlijke opkomst tijdens haar broeierige live sets. Zo ook donderdagavond in Het Depot, waar een groot deel van het publiek klaarblijkelijk genoeg lentes op de teller had staan om uit eerste hand te kunnen getuigen over de hoogdagen van 16 Horsepower. De alt.country folkrock van Edwards’ vorige groep valt echter in weinig of niets meer te vergelijken met de huidige exploten van de man, evolutie heet zoiets. Op de jongste drie albums ‘The Laughing Stalk’ (‘12), ‘Refractory Obdurate’ (‘14) en de nieuwe worp ‘Star Treatment’ blijkt Wovenhand immers ook voorheen minder voor de hand liggende genres als postpunk, gothic en metal innig te hebben omarmd. Niet toevallig dus dat Edwards het nieuwe album inblikte in de Electric Audio studio van noiseguru Steve Albini onder leiding van een heuse metal producer, Sanford Parker. Fans van het eerste uur zullen misschien wat ontgoocheld huiswaarts getrokken zijn, want net die drie ongemeen harde albums vormden de ruggegraat van de set in Leuven.

Op een spaarzaam verlicht podium trok Edwards vergezeld van zijn vier kompanen van meet af aan ongemeen hard van leer. Wovenhand blijkt niet langer het eenmans hobby project van Edwards, hier stond een hechte groep op de planken die het publiek een uur en drie kwartier in een spreekwoordelijke wurggreep hield. Met Bauhaus, The God Machine en Swans noteerden we drie referentiepunten om maar aan te geven dat een live set van Wovenhand bijzonder pover scoort op de  feel good schaal, maar daarentegen geen mens onberoerd achterlaat.
Zeker live blinken de songs niet meteen uit in herkenbaarheid, dus voor de aanwezige puristen was het nagelbijten om wat titels te ontwaren in de epische wall of sound. Ah wat zou het, wij gingen steevast voor wat tegenwoordig ‘totaalbeleving’ heet. De met godsdienst en spiritualiteit doorweekte teksten van een als een gewonde jachthond huilende Edwards deden zowat overal haren ten berge rijzen: het is nog steeds een onfeilbare graadmeter om ‘goede’ van ‘memorabele’ optredens te onderscheiden. Op tijd naar adem happen was de boodschap, want de in reverb badende donderpreken tegen een achtergrond van breed uitwaaierende gitaren, tribal drums en spooky soundscapes kneep ongemerkt de keel dicht.

Reverend Edwards cultiveert reeds twee decennia lang het imago van een door God gezonden zonderling die uitgerekend in het op excessen terende muziekwereldje De Boodschap komt verkondigen. Wij waren al fan, nu zijn we ook nog bekeerling.

Organisatie: Depot, Leuven

Beoordeling

Swans

Swans – Al dertig jaar een buitenbeentje!

Geschreven door

Swans – Al dertig jaar een buitenbeentje!
Swans en Anna Von Hausswolff
Botanique (Orangerie)
Brussel
2016-10-06
Johan Meurisse

De NYse avantgarde noisemasters Swans van goeroe Michael Gira zijn herrezen in 2009 en vonden duidelijk een tweede adem. Een nieuw avontuur werd opgestart, die een fysieke, spirituele ervaring vormden in vier platen, ‘My father will guide me up a rope in the sky’, ‘The seer’, ‘To be kind’ en het onlangs verschenen ‘The glowing’ , die in deze redelijk stabiele bezetting een mooi slotstuk is .

Met twee zijn ze nog van de originele bezetting , Norman Westberg (gitarist van het eerste uur) en Gira dus . Ze vonden elkaar terug en samen met vier à vijf andere leden zien we een ontketende band met een stootkracht als in de eerste jaren.
We waren op de afspraak bij elke nieuwe plaat. Het is muziek van uitersten, een catharsis, die meesterlijk destructief klinkt en van een intense schoonheid is . Het materiaal heeft een confronterend, ongemakkelijk, huiverend karakter door de dwingende , slepende en repetitieve ritmes.
Op de nieuwe plaat en in de huidige set kunnen we zelfs zeggen dat we middenin meer ‘songstructuur’ hoorden , een begin en een eind . Nog meer, het tweede deel van hun 2 ½ u durende set klonk redelijk toegankelijk met een groovy ritmiek die een heupwieg en danspas afdwong .
Gira’s muzikale opvattingen werden in lange en steeds meer uitdijende en dwingende aanpak gestopt , een evenwichtsoefening tussen subtiliteit, finesse en effects , noise in hun sound . Het is een totaal concept met materiaal van 12, 20, 25, 30 minuten, waar je van de ene in de andere ervaring en beleving wordt gedropt onder die bariton preek, zang van Gira . Een trein die op gang komt , steeds sneller gaat, of al meteen een snelle vaart heeft , niet meer kan stoppen en uit de bocht dreigt te gaan of gaat, zeker als “The knot” , “Cloud of unknowing” en “The glowing” worden opgerakeld …
Gira is de dirigent , hij begeleidt, leidt de anderen in deze unieke trip die je moet ondergaan; ‘een pain & suffering’ die elk optreden tot grootse hoogtes doet stijgen en iets unieks maakt  in de stijl van Sunn O))) en Einstürzende Neubauten. Ze gaan naar de oerkracht van geluid. De sound staat centraal , niet voor niks ben  je voorbereid dat het combo speelt tot 114 db om de intensiteit , beleven van het klankenbestand hard te maken .

Swans staat voor gecontroleerde chaos , een carrousel van melodie en ontsporing , een kakafonie , hectisch , gestructureerd , die bitterzoet, bezwerend , weerzinwekkend , hard(t) verscheurend; intrigerend , spannend, beklijvend, opwindend, energiek en explosief klinkt . Een spel op uitputting . Al dertig jaar een buitenbeentje . Benieuwd wat de toekomst nu zal brengen …

Op tour  met Swans is de Zweedse Anna Von Hausswolff , ook geen onbekende die uithouding vooropstelt in haar materiaal, dat het midden houdt tussen huivering en schoonheid . Een filmische sound tussen verdwaalde tochten in grotten en het genietbare van poollandschappen, tussen Philip Glass’ ‘Koyaanisqatsi’ uit vervlogen tijden en de ‘Walking Dead’ soundtrack , waarover heen haar ijzige , dreigende zang sluimert , een bosnimf met rood doorlopen, indringende ogen . De tunes klonken subtiel , snedig , scherp als ontspoord …

De grondvesten van de Bota daverden na zo’n avondje … Maar alles staat er nog hoor!

Organisatie: Botanique , Brussel

Beoordeling

Tsar B

Tsar B - Gebrek aan overtuiging

Geschreven door



Een voorprogramma had Tsar B ditmaal niet nodig voor haar eerste eigen show in de Botanique. De Rotonde was goed gevuld, maar niet volledig. Wel vreemd voor een artieste die in mei de AB Club uitverkocht.

Een kwartier  te laat kwam Tsar B het podium van de Botanique opgelopen. Even dachten we taferelen mee te maken zoals die van Rihanna op Pukkelpop, maar daar bleven we uiteindelijk toch van gespaard. De zenuwen die tijdens haar AB show eerder in mei te merken waren, waren nu helemaal verdwenen. Vol overtuiging stond ze op het podium. Misschien wel iets te veel overtuiging, waardoor het soms wat pretentieus over kwam.
Justine Bourgeus, want zo heet Tsar B echt, heeft ondertussen een EP’tje met 4 nummers uit. Die nummers werden één voor één voorgesteld, maar kwamen jammer genoeg niet zo sterk over als op de plaat. “Myth” klonk wat zwak en ook publieksliefhebber “Escalate” kwam niet echt overtuigend over. Waar we dan wel weer een beetje fan van waren was het nummer “Monsoon” van Tokio Hotel dat Tsar B als geen ander covert. Maar dat is ondertussen niet echt vernieuwend meer aan haar set.

Echt verveeld hebben we ons niet tijdens het optreden van Tsar B, maar overtuigd heeft ze ons ook niet. Misschien gaat het allemaal wat te snel, is er nog wat gebrek aan materiaal en is het mysterieuze verhaal rond de zangeres al opgebrand. We hopen alleszins van niet!

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Uz Jsme Doma

Uz Jsme Doma - Tsjechish monument nog niet in verval

Geschreven door

Wat laat vertrokken in de hoop dat de eerste band, waar ik na een korte kennismaking op het net niet veel van verwachtte, reeds tot het verleden zou horen. Niets was echter minder waar, La Jungle (een duo uit Mons) moest er nog aan beginnen en dat werd verdomd een aangename verrassing. Zelf omschrijven ze hun muziek als techno/kraut/trance/noise. Een bizarre combinatie die grotendeels klopte. De gitarist kon keer op keer verrassen met noise-achtige repetitieve motieven en liet een onzichtbare maar infecterende (techno) basbeat meelopen die voor een onweerstaanbare groove zorgde. En dan was er nog Rémy, een explosieve drummer, die ik aan het lijstje met fenomenale drummers die ik dit jaar zag gerust mag toevoegen, als kers op de taart. Slechts een paar keer deed de gitarist een voorzichtige poging om iets te zingen of was dat dan toch slechts een gevolg van acute kiespijn?

Het Tsjechische Uz jsme doma (spreek uit als oosh-smeh-dough-ma) heeft het communistisch regime nog meegemaakt en gaat dus al bijzonder lang mee (sinds ‘85). Al gaat het hier om voorman Miroslav Wanek die steeds andere muzikanten recruteert, de groep heeft toch een indrukwekkende staat van dienst waarin o.a. een samenwerking met The Residents. Hun muziek wordt doorgaans omschreven als complexe avant-garde met een punkspirit en een activistisch hart waarbij de nodige humor niet geschuwd wordt. Een hele hap maar dat was wel ongeveer hetgeen ik zag en hoorde, alleen die complexe avant-garde klonk hier verbazend toegankelijk.
Nee, die grillige structuren vonden ze eerder in de seventies progrock die ze verder bijkleurden met invloeden uit de Balkanmuziek en de punk. Die vele gekke stemmetjes deden dan weer denken aan Frank Zappa ten tijde van Howard Kaylan en Mark Volman, begin jaren ‘70. Miroslav Wanek, die ik voor de show nog even verwarde met één van Oostendes bekendste kroegbazen, bleek een erg minzaam man. Geen virtuoos op zijn instrumenten (vooral in de pianoles zal hij wel geen uitblinker geweest zijn) maar wat hij ermee aanving bleek altijd even onvoorspelbaar als doeltreffend. Tot tweemaal toe liet hij zich gaan in een ranzige gitaarexcursie, geheel op zijn eigen, met niemand te vergelijken, wijze. Naast hem zagen we een veel jongere drummer, een goedlachse bassist en een geweldige trompettist die voor een absolute meerwaarde zorgde. Op het einde charmeerde Wanek nog het publiek door enkele zinnen in zijn beste Frans te debiteren.

Echt van deze tijd klonk Uz jsme doma niet, het was veeleer een relikwie die met liefde gekoesterd dient te worden.

Organisatie: Le Watermoulain, Tournai

Beoordeling

MØ

Mø - rijzende popqueen

Geschreven door

Deens en razend populair in België. Dat bewees Mø maandagavond nogmaals aan een uitverkochte en laaiend enthousiaste AB. De ene hit achter de andere werd gespeeld en het publiek danste totdat ze er bij neer vielen.

Iedereen kent Mø van haar featurings met onder andere Major Lazer en Justin Bieber, maar er is meer. Veel meer! Eerste hit “Don’t wanna dance” kon uiteraard niet ontbreken, en ook andere singles waaronder “Pilgrim” en “Kamikaze” kwamen aan bod.
Mø probeerde de Ancienne Belgique om te toveren tot danszaal, en dat werkte enorm goed. Overal zag je mensen springen en diegene die er in het begin precies niet zo veel zin in hadden, kreeg de Deense uiteindelijk toch in beweging.
Mø heeft charisma en uitstraling. Een popster herken je vaak aan de verschillende pakjes dat ze draagt, en dat maakt Mø net weer dat tikkeltje uniek. Geen pakjes, wel gewone kleren en uiteraard de kenmerkende lange vlecht op haar hoofd.
Hoogtepunt van de show was ongetwijfeld het tegenwoordig razend populaire “Final Song” waarop de AB nogmaals volledig uit zijn dak ging. Mø verdween nadien van het podium, maar niet finaal want ze kwam nog even terug voor een bisrondje. Nieuw nummer “Drum” werd nog snel aan het publiek voorgesteld en volledig afsluiten deed Mø met publieksfavoriet “Lean on”.

Na haar optreden werd heel duidelijk dat Mø het indieverhaal achter haar wilt laten en zich volledig wilt richten op de mainstream elektronica. Wat nog duidelijk werd is dat de wereld er een nieuwe popqueen bij heeft!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mo-03-10-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/moonlight-matters-03-10-2016/

Organisatie : Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Lapsley

Lapsley – Meer dan de hipsterversie van Adele

Geschreven door

Holly Lapsley Fletcher, de frontvrouw van Lapsley, is amper 20 jaar. 20! Maar slaagde erin het de afgelopen twee jaar tot BBC Sound Of The Year te schoppen, ‘Long Way Home’ haar  full length debuutplaat te releasen en wereldwijd harten te veroveren. Oh, en daarnaast electroplaten te producen en al haar teksten zelf te schrijven.

Twee jaar geleden kostte het mij –omstreeks 15u op Pukkelpop- de grootste moeite mijn gezelschap mee te tronen naar Lapsley. Achteraf was iedereen, van dat gezelschap tot de voltallige Vlaamse pers, het erover eens: dit is een nieuwe popster in wording. Sindsdien maakte ze haar passage in verschillende Belgische zalen, op 31 maart van dit jaar stond ze al eens in de AB en nu afgelopen weekend nogmaals. Lapsley maakt mechanische soul en wordt ook weleens in het rijtje James Blake, The XX of Elliot Moss –waar het Belgische voorprogramma Yellowstraps ook duidelijk goed naar geluisterd had- genoemd.

Lapsley ziet er misschien uit als een Zweedse schone, ze is afkomstig uit Liverpool. Zelfs zonder haar mond open te doen doet ze al denken aan de hipsterversie van Adele, wanneer ze dat wel doet, is de vergelijking compleet. Maar Lapsley verdient meer dan een makkelijke vergelijking. Openen doet ze voorzichtig en met een nieuwe song. “Falling Short”, tweede op de setlist, knalt onmiddellijk. Het nummer ademt evenveel ballen als kwetsbaarheid. De doodse blik en droge vingerklik van Lapsley zorgen voor een afstand met het publiek. Maar wel eentje die ruimschoots goedgemaakt wordt door de soul in haar stem. En de clumseyness –“ik kan absoluut niet op hakken lopen”- die dienst doet als de perfecte bindtekst.
“Painter” schreef ze toen ze 17 was, zegt ze, terwijl ze plaatsneemt aan de piano en het nummer a capella aanvat. De volgende minuten zullen schommelen tussen de kinderlijke onschuld van een xylofoon en de verzwelgende dreiging van de drums. Een dreiging die tot kippenvel aanzwelt wanneer Lapsley zelf haar eerste stem ondersteunt met een tweede mechanisch, bijna buitenaards geluid.
Een trucje dat ze ook in “Station” herhaalt en het nummer naar een hoger niveau tilt. Een absoluut hoogtepunt. “Love is Blind”, meer naar het einde van de set geschoven omwille van zijn dansbaarheid, is een onmiskenbaar popnummer, maar scheert weinig hoge toppen.
De drie muzikanten, drie exacte kopietjes in het zwart, met ronde bril en opgekruld mutsje, verdienen ook wel wat lof, maar blijven jammer genoeg zo goed als onzichtbaar gedurende het optreden.

“Falling Short” en Painter werden in 2014 en 2015 al gereleased, haalden het nu ook op de debuutplaat en werden vlot meegelipt door het publiek. En met reden. Het zijn de sterkste nummers van de plaat. Of de eerste. De rest lijkt meer van hetzelfde. Binnen een spectrum van licht verteerbare pop, naar warm digitaal minimalisme. Van intiem tot een klein beetje saai. De set kabbelt voort. Op zang en beats is niets, of toch niet veel, aan te merken. Maar dat is het net. Liever een uitschuiver door een niet altijd weloverwogen risico, dan helemaal geen. Lapsley kan meer. Geef ze wat tijd, ze is amper 20.

Organisatie:
Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel  

Beoordeling

Mike Watt

Mike Watt - Legende van de jaren tachtig

Geschreven door

Mike Watt en King Champion Sounds
N9
Eeklo
2016-10-01
Nick Nyffels

Een absolute legende van de Amerikaanse underground stond op zaterdag in de N9 in Eeklo: Mike Watt. Mike Wie? Wel iedereen kent een nummer van hem, maar niemand beseft dat het van Mike Watt’s Minutemen is: “Corona” uit ‘Double nickels on the dime’ uit 1984 is het kenwijsje van MTV’s Jackass met Johny Knoxville en Steve-O. Wij leerden Watt kennen in 1995 met zijn solo album ‘Ball Hog or Tugboat?’, zijn solodebuut dat hij opnam met de crème de la crème van de alternatieve scene: J Mascis, Frank Black, Evan Dando, Mark Lanegan, Dave Grohl, Flea en Eddie Vedder, om er maar een paar te noemen.
Sindsdien heeft Watt in verschillende bands en projecten gespeeld, onder meer met Wilco gitarist Nels Cline en ook als live bassist bij de reunie van The Stooges.

In Eeklo stond Mike Watt er als Il Sogno del Marinaio, ofte de droom van de zeeman, een trio dat hij met twee Italianen, Stefano Pilia en Andrea Belfi opgezet heeft. Watt, met zwarte ziekenfondsbril, introduceerde de band, en zei vereerd te zijn dat een select Eekloos publiek er voor had gekozen om op zaterdagavond naar zijn muziek te luisteren. Il Sogno del Marinaio speelde rock met een jazz insteek, veel instrumentale nummers, met veel dynamiek en tempowisselingen, en de kenmerkende met de deur in huis vallende basstijl van Watt: van zacht ging hij plots over naar hard, krachtig en dominant. Soms zong Watt, maar meestal was het dus instrumentaal, met veel gitaarsolo’s, hoekig, soms kubistisch van inslag en dikwijls met vijf nummers die  in een enkele song gedrumd werden. Je kon het een beetje vergelijken met het Belgische Stuff. Naast nummers in het Engels, kregen we ook nummers in het Italiaans, en omdat de drummer tegenwoordig in Berlijn woont, ook in het Duits. Toen de gitarist een snaar brak, bewees Watt ook een volleerde stand up comedian te zijn. Tijdens de bisronde kroop er een funkske tevoorschijn, Nile Rodgers zou er trots op geweest zijn.

De hoofdact vanavond King Champion Sounds is een Nederlands-Engelse band rond zanger G.W. Sok van The Ex, aangevuld met een aantal jonge honden. Mike Watt speelde op de laatste plaat van King Champion Sounds, maar kon vanavond niet mee spelen omdat ze vroeg de ferry moesten nemen voor hun volgende optreden in Sheffield. Waar Watt een heel diverse, grillige set bracht, was King Champion Sounds veel duidelijker en eenvormige van klank: GW Sok, zijn tekstvellen in de hand, declameerde zijn nummers in jaren tachtig stijl, ondersteund door een new wave bass, en dit contrasteerde met de vrolijke blazers. Dit was voer voor de dansvloer, feestmuziek voor fans van The Fall, Gang of Four, The Pop Group, Madness en ska in het algemeen.

Het voorprogramma had een link met de hoofdact: Deutsche Ashram is een Nederlands duo dat bestaat uit de gitarist van King Champion Sounds, Ajay Saggar, en zangeres Merinde Verbeek. De ritmesectie stond op de computer, en verder hoorden we een geluid dat het ging gaan zoeken bij Beach House, Mazzy Star en new waveklanken. Charmant.

Organisatie: N9, Eeklo

Beoordeling

Pagina 187 van 395