logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
avatar_ab_08
Concertreviews

Ben l'Oncle Soul

Ben l’Oncle Soul - Franse soul zet Gent op zijn kop

Geschreven door

Soul is onderhand een beetje een ondergeschoven kind, waarschijnlijk omdat er echt heel wat bij komt kijken om het goed te doen, als je echte instrumenten wil bespelen en je wil meten met de heel lange rij bevlogen vocalisten die een nieuwkomer wel last van podiumangst moet geven. En laat net dat zowat het laatste zijn waar de enthousiaste Fransen van Ben l’Oncle Soul last hebben. Ze kunnen spelen en het zit allemaal goed, tot en met de grappige danspasjes en de foute kledij die ze waarschijnlijk zelfs in een ver verleden in een uithoek van het zuiden van de VS zelfs nooit gedragen hebben. We spreken hier over geruite broeken en foute brillen, over grappige hoedjes die de melancholie bij sommige nummers niet altijd even geloofwaardig maakten en een aanstekelijk enthousiasme waar ze de zaal moeiteloos mee op zijn kop wisten te zetten. Afgaande op hun bio was dat ook al gebeurd op festivals de afgelopen zomer en dat lijkt nog meer hun natuurlijke habitat te zijn. De grote delegatie Fransen die al lang fan lijken te zijn, hielp daar nog aan mee. Feestmuziek dus.

Het was af, en het enige wat je nog kan opmerken is dat ze nog geen echt grote song hebben weten te produceren, niet eens een hit maar een nummer dat blijvend beklijft. Dat viel net wat meer op omdat ze wel erg driftig aan het coveren gingen, van een naar mijn aanvoelen clichématige keuze voor “Seven Nation Army” tot “What’s Going On”. Dat laatste nummer moet je verdienen en ze zijn nog net iets te groen. “Inner City Blues” was pas een uitdaging geweest. Maar dat zijn maar bespiegelingen van iemand die het genre een warm hart toedraagt en net wat te weinig goede nieuwe artiesten op de scène ziet verschijnen.

Daarna nog een hoop DJ’s maar merkwaardig genoeg liet het publiek het zelfs op een vrijdagavond afweten en was de keuze van de DJ’s te veel op dansbaarheid gericht en niet persé op soul, wat mijn aandacht toch deed verslappen. Ergens een beetje een gemiste kans, maar ook wel symptomatisch voor het feit dat soul dezer dagen blijkbaar enkel nog iets voor aficionado’s is.

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

The Tellers

Big Next - School Of Seven Bells, Get Cape.Wear Cape.Fly, The Tellers

Geschreven door

Sinds jaren bestaat in Nederland het ‘London Calling’ -initiatief waar voor een klein prijsje het publiek kennis kan maken met de nieuwste ontdekkingen op indievlak en dit concept inspireerde de mensen van Democrazy om uit te pakken met hun eigen ‘Big Next’.

De naam spreekt boekdelen en hoeft dan ook geen uitleg, ook al vrezen we dat School Of Seven Bells een eeuwige belofte zal blijven. Aan hun muziek zal het echter niet liggen want deze shoegazeband uit Brooklyn die onlangs noodgedwongen terug geschroefd werd tot een trio weet zeer goed hoe je gitaarexplosies met een dosis gezonde indiepop dient te combineren.
Ook al kun je ze beschuldigen dat ze live eerder statisch zijn, blijft het moeilijk om je als luisteraar niet te doen laten mee zweven door de vocals van Alejandra Deheza die op momenten gelijkenissen vertoont met die andere shoegazegodin, Miki Bereyeni van Lush.
De gitaartjes klinken als een mooie mengelmoes van Slowdive, Sonic Youth en bij popmomenten zelfs de vroegere U2.
Niks op aan te merken? Toch wel, de Handelsbeurs is een prachtige locatie maar tijdens rockconcerten werken de stoeltjes en de tafeltjes enkel storend!

Dat vond blijkbaar ook Get Cape.Wear Cape.Fly die ons verschillende keren tot dansen wilde uitnodigen, maar geen mens die er ook maar een moment aan dacht om op te staan. Deze Brit die van Birmese roots is, heeft ondertussen reeds drie cd’s op zijn actief staan waarbij “Find the time” zelfs een aardige radiohit werd.
De muziek van Sam Duckworth is een bizarre mengeling van bedroompop en de hype van het moment: chillwave.
Ook al zijn ze maar met twee, weet Sam toch het immense Handelsbeurspodium als zijn eigen speeltuin te gebruiken waarbij hij van links naar rechts fladdert en op zijn akoestische gitaar aanstekelijke popnummertjes met een alternatief sausje weet te brouwen.

Get Cape.Wear Cape.Fly is zeker niet het soort groep waar je je slaap zult voor laten maar wel zo’n soort groepje die een glimlach op je gezicht weet te toveren en dat is ook wat The Tellers proberen te doen, maar daar slechts gedeeltelijk in slaagden.
Het startschot werd gegeven voor een nieuwe Belgische toernee met natuurlijk daarbij de innige hoop van frontman Ben Bailleux-Beynon om met hun nieuweling ‘Close the evil eye’ het succes te herhalen van hun voorganger ‘Hands full of ink’.
En laat ons hopen voor hem dat hij deze keer wel zijn band rond zich kan houden want verleden jaar bleef Ben alleen over nadat alle andere leden één voor één besloten om het af te stappen.
Aan het enthousiasme zal het gisteren niet gelegen hebben maar The Tellers teren te vaak op dezelfde formule waarbij ze blijkbaar een boontje voor The Kooks hebben. Hierdoor klinkt ieder nummer als een poging om je in een gelukkige indiepopsfeer te brengen maar doordat zij de magie van het betere songschrijven niet onder de knie hebben, blijven The Tellers in de middenmoot trappelen waardoor je als luisteraar weliswaar beseft dat hun geluid er best mag wezen maar het laat je na afloop ook wel volslagen ijskoud.
Al bij al  werd het gisteren een uiterst interessante muzikale avond waar slechts één fout op aan te merken was : de hoofdact moest opener zijn en vice versa.
… Op naar de volgende Big Next!

Organisatie: Democrazy, Gent (ism Handelsbeurs)

Beoordeling

Tame Impala

Tame Impala – Retro beeldrijk

Geschreven door

Eerder waren we al onder de indruk van de jonge Aussies Tame Impala, die de 25ste Pukkelpopeditie als één van de openers elan gaven. Ze schoten als een komeet de lucht in met een debuut ‘Innerspeaker’ om U tegen te zeggen. In het Galacticastelstel brachten ze ons back in time van de late sixties, early seventies … retrostonerpsychedelica noemt zoiets …

De nummers werden lekker uitgesponnen, door de soli, effectbejag, galm, echo’s en stemvervorming. Het kwartet zocht muzikaal een weg door de hersenspinsels en aderen, speelde een aanstekelijke set en zorgde voor handclaps en een lichte schreeuw tussenin. Genieten doe je dus van die bezwerende retro - ingrediënten, die een leuke muziekquiz opleverden. Een poel aan invloeden passeerde de revue in de knappe, fijne psycherock, die verrassende en boeiende wendingen onderging door de slepende ritmes en de stevige groove, gekruid van overwaaiende, onstuimige gitaren. Ingehouden, gemoedelijk, krachtig en exploderend, met een rommelig, verdwaasd, dwarrelend kantje; een kleurrijk totaalgeluid, ingenieus, gedistingeerd en doordacht.
Leuk is het dat je tal van bands kunt oproepen, van Cream, Pink Floyd, Roky Erickson, Jimi Hendrix, Rare Earth, Pierre Henry, Hawkwind naar The Feelies, Stone Roses, Pale Saints, Ozric Tentacles, Soundgarden tot de huidige rits Black Mountain, Black Angels, MGMT en Midlake.
Leuk is de spacey trip van filmische, beeldrijke verhalen uit de ‘National Geograhic’ series, stoned weed vogels, golvende en zwevende dolfijnen en walvissen of de ‘neverending’ sneeuwlandschappen, bergpassen, vervroren meren van de Alaska documentaire ‘Ice car truckers’ …
En leuk was dat zo’n bandje kwam aantreden in het kleinste zaaltje van de Bota, tussen de gewelven waar band en publiek elkaar maar half zien, maar goed horen.
Tja, het heeft allemaal z’n charme … Dik bijeengepakt konden we een goed uur genieten van het muzikaal en beeldrijk spektakel. Toegegeven, niet elke song overtuigde even sterk, maar niks anders dan een glimlach op songs als “It is not meant to be”, die de boel op gang trok, al onmiddellijk gevolgd door de emotievol rammelende, voortkabbelende single “Solitude is bliss”; “Make up your mind” en “Alter ego” klonken intenser en hadden een forsere opbouw. “Expectations”, middenin de set ergens en op plaat ook al subliem, vormde hierin een hoogtepunt. Een dipje is er altijd wel … op weg naar de cover, “Remember me” van Blue Boy, naar het eind van de set geserveerd, verloren ze wel eens de draad door het gefreak, maar OK, het wordt dan net op tijd opgevangen. Hoed af voor het schitterend avontuurlijk, spacerockend kleedje aan het nummer, die ook op Pukkelpop de aandacht trok …
Tot slot kwamen ze imposant voor de dag met een langgerekte versie van “Half full of glass”, terug te vinden op een eerder verschenen EP, - stiekem achterna beluisterd én verdomd goed! Hier bundelden ze hun collectie favorieten in freakende retro, crazy ritmes, soms donker en loodzwaar, en wahwah pedaaleffects.

Tame Impala verbaasde zoals Black Angels en Black Mountain hen voordeden bij het eerste optreden. Alvast hebben ze het retro – inzicht en de muzikale kwaliteiten om een mooie toekomst uit te bouwen. De band verdient het!

De Engels zingende band uit Parijs rond Melody Prochet, My Bee’s Garden, opende gezapig de avond. We hoorden sfeervolle, dromerige zweefpop en ijle vocals die ons op wolken dreef. Met een knipoog naar Stereolab en Au Revoir Simone. Een déjeuner sur l’herbe en ietwat gemoedsrust lonkte … 

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

The Lords Of Skull Island

The Lords Of Skull Island dient mokerslagen toe

Geschreven door

Wie de programmering van de Charlatan al een tijdje volgt, weet dat teleurstellingen zelden voorkomen. Dinsdagavond stonden terug enkele veelbelovende namen op de affiche.

Het Amsterdamse duo zZz bracht met hun donkere en broeierige orgelrock meteen al leven in de brouwerij. Met de gepolijste combinatie van orgel (Daan Schinkel) en drums (Björn Ottenheim) is dit tweetal sinds 2000 een buitenbeentje, niet alleen wat betreft hun muziek want ook de bijbehorende videoclips zijn uniek (check hun video Grip http://www.youtube.com/watch?v=xfmJ6m97HqQ die in één ononderbroken camerashot werd opgenomen – waar weliswaar weken aan voorbereiding vooraf gingen). Het tweetal zat op één lijn vooraan op het podium en dus héél dicht bij het publiek dat goedkeurend de hypnotiserende rock, doorspekt met orgelriedeltjes en aanstekelijke drumpartijen, tot zich nam. ‘Lekker’ op zijn Hollands. Hoogtepunten van hun set waren: “Ecstasy” en het voornoemde “Grip”. Schinkel bespeelde zijn orgel alsof het een verlengstuk van zijn lichaam was (wat die allemaal uit dat orgeltje haalde, hou je niet voor mogelijk) en Ottenheim (inclusief Cheese & Chong bandana) onderstreepte dit alles met een pompende vette beat en ondersteunende zang. Geen moment verveling en dus goedgekeurd door ondergetekende.

De tweede supportact van de avond deed er nog een schepje bovenop. De Waalse vrienden van The Lords of Skull Island (de nieuwe groep rond ex-Hulk(k) gitarist Renaud Mayeur) verbaasden vriend en vijand met hun energieke psychedelische swamprock. Geen bullshit maar eerlijke rechttoe rechtaan rock and roll met de rauwheid van MC5/Stooges in combinatie met een hoog AC/DC high voltagegehalte. Van bij het openingsnummer “The Lords of Skull Island” spatte de elektriciteit het podium af om het publiek een uur lang onder stroom te zetten. “Toilet Lover”, “Seven Billion Years”, “Super Hero” en “No Lucky Star (I’m dope and I’m crack)” volgden elkaar in een moordend tempo op (geen tijd voor plaspauzes of extra bier bestellingen aan den toog). De ballade “Ghost in the mirror” zorgde voor wat ademruimte, maar dit was van korte duur, daar het eindoffensief werd ingezet met het schitterende “Beg for mercy” en afsluiter (tevens opener) “The Lords of Skull Island”. Het spelplezier straalde af van de gezichten van alle groepsleden die erg goed op elkaar ingespeeld waren.
Dat Renaud Mayeur een excellente gitarist is, weten we al uit een ver verleden (hij was lid van La Muerte tijdens hun reünietour in 1999 en vervangend bassist bij Triggerfinger in 2008) maar wat hij dinsdag allemaal uit zijn Gibson SG Angus Young Sig. Electric Guitar haalde was pure klasse. Hou The Lords of Skull Island in de gaten, ze gaan nog veel potten breken!

Wat het hoogtepunt van de avond moest worden, liep met een kleine sisser af. The Sore Losers konden dit gewoon niet meer winnen. Al wie vroeg of laat na The Lords of Skulls moet spelen, zal jammer genoeg met hetzelfde probleem te maken krijgen. Vooreerst werd het geluid fors teruggedrongen en ten tweede waren The Sore Losers in mindere doen. Wat volgde was een eerder saaie vertoning in vergelijking met wat voorafging. Een domper op de voor de rest schitterende muzikale avond. Spijtige zaak daar we The Sore Losers al in betere doen gezien hebben. We wensen hen een spoedig herstel toe na deze vroegtijdige knock-out.

Organisatie: Charlatan, Gent

Beoordeling

John Scofield

John Scofield Trio – uniek en waanzinnig sterk in zijn genre!

Geschreven door

John Scofield Trio

Scofield moet niet meer worden voorgesteld bij intimi. Samen met Bill Frisell en Pat Metheny wordt Scofield als dé toonaangevende jazzgitaristen van de 21ste eeuw genoemd. In het kader van ‘Skoda Jazz/Jazz and Beyond’ komt Scofield met een trio afgezakt naar de prachtige theaterzaal in de Vooruit…

Het trio neemt jazz als vertrekpunt, maar maakt vlot de oversteek naar rock, soul, up-tempo swing en New Orleans-grooves. Hun album ‘EnRoute’ uit 2004 – live opgenomen in de New Yorkse Blue Note-club – vangt de ruwe energie die op het podium tussen de drie muzikanten stroomt. Moderne jazz en impro van het hoogste niveau…
John Scofield kan prat gaan op een waanzinnig curriculum: hij speelde met Joe Henderson, Charles Mingus, Herbie Hancock, Mavis Staples, Medeski Martin & Wood, Brad Mehldau, … maar het allerbekendst is hij als gitarist van de legendarische Miles Davis. Hij wordt geprezen om zijn gitaartechniek en zijn fusion tussen jazz, funk en rock. Maar ondanks zijn sterrenstatus stelt Scofield zich nog steeds leergierig op en zoekt hij uitdagingen op in verrassende combinaties en samenwerkingen met jonge muzikanten.
John Scofield heeft al vele muzikale jazzwatertjes doorzwommen. Met 'Up all Night' en 'Überjam' ging hij de funky fusion-toer op met een voorliefde voor elektronische gadgets. Dit jaar verscheen 'Scorched', een plaat waar componist Mark-Anthony Turnage de muziek van Scofield o.a. arrangeerde voor orkest.
In zijn Trio lijfde hij drummer en jonge snaak Bill Stewart en bassist en ervaren rot Steve Swallow in. “There is no other man like him in music,” zei Scofield over Swallow, die op zijn bas zo behendig kan soleren als een gitarist en zo ritmisch uit de hoek kan komen als een drummer. Over Stewart vindt Scofield: “I think he’s playing as good as any drummer in the history of jazz”.
Het album ‘Enroute’ dateert uit 2004, is dus al wat ouder, en wordt nu voorgesteld met bovenstaand trio. Het moet –ondanks zijn leeftijd – niet inboeten aan authenticiteit en meesterschap. Scofield wordt meer dan anders (denk aan zijn passages met Hammondtrio Medeski, Martin and Woods…) uitgespeeld als gitarist. Oke, hij kan rekenen op het baswonder Steve Swallow, maar mede dankzij zijn meesterlijke techniek en kennis van het ‘loopen’, zet hij telkens iets authentieks neer. WAW dus!
Met een stevig openingsnummer “How Deep” ging het verhaal van start… Drummer Stewart mag onmiddellijk zijn kunnen es tonen. Hij moet – ondanks zijn jonge leeftijd – niet inboeten aan meesterschap. Gedurende het verdere vervolg van het concert krijgt hij nog vaak de kans zijn kunnen te spreiden en doet dit telkens met een geraffineerde ritmiek. Van die Stewart horen we nog, geloof me.
Nog voor Scofield alle registers opentrekt in “Chicken Dog”, weerklinkt het prachtige “Allready September”, een heldere en lyrische ode aan de nakende herfst, zoals hij het zelf kwam te zeggen. In “Chicken dog” zelf etaleert Scofield wat je met een gitaar (Ibanez), Vox AC30 amp en twee magistrale handen kunt doen. Funk, jazz, soul, blues, werkelijk alles hoor je in zijn gitaartechniek terugkomen. En terwijl hij wat ruimte laat aan Swallow voor solomoment, gaat hij zelf even zijn amp wat bijregelen. Hij doet dit vaak, dat laatste. Ook met zijn pedalboard heeft de man wat. Hij beheerst de dingen als dusdanig… de klank moet werkelijk ‘top’ zijn.
Swallow (bass) is een ietwat ouder en nurks ogende verschijning, maar speelt op unieke wijze de 5-snarige basgitaar. Hij maakt gebruik van gitaarakkoorden en arpeggio’s, maar speelt tevens sober en kunstig. Soms ziet het er wel niet uit, geen esthetisch mooi ogend plaatje die man, die me voorkomt als een weggelopen klokkenluider met 2 dakgoten boven beider ogen. Zijn solo vloeit als 2 druppels in op een solomoment voor Stewart en zo gaat het wel een tijdje door.
In “A touch of your lips” (standard) en “Simply put” – die een eigen compositie is – gaat Scofield helemaal de lyrische toer op. Hij verslikt zich naar het einde toe, zij het dan niet in muzikaliteit. Hij eindigt het nummer echter al hoestend en proestend. Bij deze zien we de mens in Scofield helemaal de bovenhand krijgen. Een immer aimabel man, met zin voor humor en contact met het publiek. Hij zwaait met lof en streelt het ego van de Vooruit en de stad Gent (– here’s to you, Daniël!).

Scofield kan dan even doen waar hij goed in is: hij toont zich als briljant improvisator en laat zijn bekende ‘loops’ op het publiek los. Het zal als leek wat verwarrend en onbegrijpelijk klinken, maar eens hij vertrokken is, laat hij zoveel funky noten op je los, dat hij je omver blaast. En ondertussen volgen Stewart en Swallow alles wat van op afstand.
Met “Jo Han (Yo han?)” en het zware “The Low road”, waar hij even teruggrijpt naar de grooves van Uberjam, sluit Scofield de avond. Er kan weliswaar nog een verdiende bis van af. Net geen staande ovatie. Een heerlijk concert!

Organisatie: Skoda Jazz (Jazztronaut) ism Vooruit, Gent

Beoordeling

Apocalyptica

Apocalyptica: IJzersterke cello reputatie!

Geschreven door

 

‘De ideale schoonzoons’, was het eerste waar ik aan dacht bij het aanschouwen van openingsband Livingston. Dat voorspelde al niet veel goeds... en die voorspelling werd ook bevestigd naarmate hun set vorderde. Het Londense 5-tal grossierde in een soort makke lauwe powerrock, net zoals die ons tien jaar terug ‘en masse’ voorgeschoteld werd door de toenmalige Nickelbacks en consoorten. Hooguit verdienstelijk te noemen, en hetgeen ze ons vanavond in de AB voorschotelden zou bij momenten inderdaad ook ons allerliefste schoonmama kunnen bekoren. Spannendste (lees ‘sympathiekste’) moment was toen Zanger Beukes Willemse - die qua look overigens niet zou misstaan hebben in om het even welke eighties boysband - het nodig achtte zijn Zuid Afrikaanse afkomst te etaleren door een woordje ‘Suid Afrikaans’ tot het (het moet gezegd) toch vrij enthousiaste publiek te richten. Leuk voor de Vlamingen, minder voor de Walen, maar onze ‘Suid Afrikaanse friend’ had blijkbaar geen notie van de communautaire kwestie in ons Belgenlandje.

Tijd voor de real stuff nu: exit Livingston, enter Apocalyptica ! Deze heerschappen zagen er beslist NIET uit als de ideale schoonzoons. Hun recept is stilaan gekend: loeiharde metal met 3 cello’s + drummer ! Sind ze in 1996 met hun debuut ‘Apocalyptica plays Metallica by four cello’s’ de wereld verblijdden in een verrassende combinatie van cello’s en metal is het hen gestaag voor de wind gegaan en zijn ze doorgeklommen tot de topregionen in metalland! En welverdiend, getuige hiervan hun recentste (7e) schijf ‘7th Symphony’ plus een ijzersterke live-reputatie, hetgeen ze andermaal kwamen bewijzen in een nokvolle, uitverkochte AB.

‘Lead’ cellisten Eicca Toppinen (de blonde) en Perttu Kivilaakso (de zwarte) trokken samen met ‘bassist’ Paavo Lötjönen en drummer Mikko Siren weer stevig van leer, en serveerden ons een strakke en gevarieerde set, mooi uitgebalanceerd met nieuw & ouder werk. De Metallica invloeden van destijds werden niet vergeten, en voor een groot deel van het opgekomen publiek (een allegaartje van metalheads en ‘normale’ concertgangers) bleken “Master of puppets” en “Seek & destroy” de absolute hoogtepunten. Oo
k Sepultura’s “Refuse / Resist” (terug te vinden op hun 2e ‘CD ‘Inquisition Symphony’ uit ‘98) werd in al zijn brute kracht nog eens de AB in geslingerd!
Voor de rest allemaal eigen werk, met veel aandacht voor de nieuwe CD. Tal van hoogtepunten: voor niet ingewijden zijn titels zijn soms moeilijk te achterhalen, maar we herkenden alvast schitterende uitvoeringen van openers “On the rooftop with Quasimodo”, “2010” (beiden uit de nieuwe plaat) en “Last hope”.
Halverwege de set even wat gas terug voor “Beautiful” en “Sacra”, de rustpunten van de nieuwe CD, die hier schitterden in al hun soberheid. Voor die eerste wisselde drummer Mikko Sirén zijn drumsticks in voor een cello, en stonden er terug als vanouds 4 cello’s zonder drums op het podium (Sirén hield zich weliswaar wijselijk tot het mee tokkelen van het ritme).
Voor enkele van de songs waarvoor op de CD’s gastzangers van dienst zijn, werden ze op deze tournee vergezeld door Tipe Johnson, niet echt een topzanger! Trouwens, ... de muziek van Apocalyptica behoeft volgens mij absoluut geen vocals, integendeel, het geheel staat als een huis zonder! Toch onthouden we knappe versies van
“I don’t care”, “I’m not Jesus” en het nieuwe “End of me”.
Afgesloten werd er met een spetterend “Hall of the mountain king”, de overbekende, inmiddels 130 jaar (!) oude Edvard Grieg compositie, die ze zich stilaan eigen maakten. Een waardig slot voor een alweer memorabele avond!
Minpunten van de avond ... ? Eentje: een passender openingsband voor dergelijk spektakel ware wenselijk geweest! Want vrezen om van het podium gespeeld te worden door een openingsact? Daar hoeft Apocalyptica de komende 20 jaar alvast niet van wakker te liggen !

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

The Jim Jones Revue

Jim Jones Revue - Rock’n’roll spat uit alle lichaamsgaten

Geschreven door

Zoals Obelix bij zijn geboorte in een vat toverdrank is gevallen, zo is Jim Jones volgens ons in een ton kolkende rock’n’roll getuimeld. De man heeft rock’n’roll in zijn  tenen, zijn bloed en in al zijn aderen, en dat zullen we geweten hebben. Live is dit dan ook een wervelwind, denk hierbij gerust aan Jon Spencer, diezelfde gretigheid, diezelfde super-coole présence en attitude, de rock’n’roll die uit alle lichaamsgaten tegelijkertijd spat. Zet daarbij een band die speelt alsof een dolgedraaide stier hen constant op de hielen zit, en je hebt de perfecte rockshow.

Van de twee platen die The Jim Jones Revue nog maar op hun conto hebben, weten we dat alle wijzers geregeld in het rood gaan. Live is het niet anders. Dit is de meest gruizige, harde, explosieve en opgejaagde rock’n’roll die je dezer dagen op een podium kan horen. Smerig, snel, ranzig en uitermate fantastisch. Een gloeiende song als “Rock’n’roll psychosis” dekt volledig de lading, een betere omschrijving van hun sound kunnen we zelf niet bedenken.
Dit is de gekte van Jerry Lee Lewis, de punk attitude van Johnny Thunders, de onstuimigheid van The Gun Club, de vulkaankracht van MC 5 en de ranzigheid van The Stooges.
Jim Jones  richt zijn pijlen rechtstreeks naar onze onderbuik en naar onze trommelvliezen, want het is loud as hell.
The Jim Jones Revue vlammen en razen doorheen splijtende rockers als “Hey hey hey hey”, “Princess and the frog” , “Dishonest John” en gortige bluesbeesten als “Cement mixer”, “Big Len” en “Burning your house down”. De gitaren gaan over de rooie, de drums roffelen als bezeten, de piano gaat door het lint. Subtiel is het niet, subliem wel.

De eerder magere opkomst in de 4AD is helemaal geen domper op het feestje. Het kot bruist en kolkt  vanavond, de rock’n’roll duivel kotst zijn ziel eruit. Een betere Halloween kunnen wij ons niet voorstellen.
Muzikanten mogen technisch begaafd zijn al wat ze willen, niets is beter op een podium dan een portie vuile rock’n’roll die uit al zijn voegen barst, vooral dat is ons weer iets duidelijker  geworden vanavond.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Beoordeling

Hurts

‘Hip’ en ‘Hurt’ songs – Hurt

Geschreven door

Eén van de opkomende bandjes is het Engelse duo Hurts, die de sfeer van synthpop en onderkoelde electropop ademen met een vleugje bombast en kitsch. Op die manier zijn ze onmiskenbaar verbonden aan de ‘new romantics’, ‘the youngsters’ na de eerste wavegolf begin jaren ‘80. Invloeden van The Human League, Spandau Ballet, A flock of seagulls, Haircut 100 en Heaven 17, maar vooral ABC en de Pet Shop Boys halen we voor de geest.

Stijlvol en – vast klinkt de muziek op hun debuut ‘Happiness’, die eigenlijk bol staat van weemoedige, donkere muziek, en af en toe een lichtpuntje biedt in een hoopvolle tunnel …
De zwaar georkestreerde partijen en de melodramatiek neigt naar een musicalfestijn ten tijde van Ultravox, Murry Head, Gazebo en Army of lovers, want beelden van getormenteerde ballerina’s flitsen ons voorbij.
De zang van Theo Hutchcraft kan niet omheen Pet Shop Boy Neil Tennant, Brandon Flowers (The Killers) en (ex) Take That-er Robbie Williams.
Het duo slaagde er al in twee venijnige pakkende popsongs te schrijven, het sfeervol innemende “Wonderful life” en het emotievol dansbare “Better than love”. Wat ervoor zorgde dat de ticketverkoop snel liep en het concert was uitverkocht. En met nog maar 1 plaat uit staan ze volgend jaar in de AB …
De heren waren netjes gecoiffeerd en stijlvol gekleed. We zagen een rits elektronica- apparatuur, een piano, drums, een stokstijf staande backing vocalist, die de dramatiek beklemtoonde, én Hutchcraft, in het begin van elke song netjes de knopen van z’n kostumm aan het dichtdoen en dan de handen gekruist, die over een diep indringende fluwelen stem beschikte.
Op Pukkelpop wisten ze ons nog niet meteen te raken, maar na vanavond kunnen we terecht zeggen dat het duo, live met vijf, er goed vanaf kwam en variatie trachtte te brengen in hun onderkoeld materiaal door de logge, slepende, soms diep dreunende elektronicabeats, de opbouwende gevoelige pianopartijen en pittige ‘discotheka’ muziek. Melig, glamour, glitter, jawel, maar eentje met finesse, subtiliteit, schoonheid, uitermate gedistingeerd, en met een donker, elegant randje. De eerste songs “Unspoken” en “Silver lining” waren de aanzet en vormden het toonbeeld, na een klassieke ‘ouverture’.
De rijen jonge dames vooraan hadden hier hun eerste schoolbal; ze hadden een aangepaste avondkledij of outfit aan voor deze Hurts gelegenheid. De huidige single “Wonderful life”, al vroeg in de set, werd warm onthaald, en kreeg naar het eind enkele krachtige exploderende beats. Plaats kwam vrij voor enkele ‘lovehurts’ hartbrekende songs waaronder het ingetogen “Blood, tears, & gold” en “Evelyn”, die aardig wat fijne geluidjes kregen en de glamourpastiche benadrukten. Op “Sunday” ging het er zwierig en dynamisch aan toe, wat ze herhaalden met de doorbraaksingle “Better than love”, die door de intrigerende beats en de flashy stroboscoops aanstekelijk inwerkte op de dansspieren. Tussen de twee songs hoorden we eerder verlatingssongs als het huiveringwekkende “Stay” en “Verona”, waarbij de backing vocalist klassiek hoog uithaalde, en het meeslepende “Devotion”, waarbij rozen werden uitgedeeld. Typische eighties en lagen bombast. “Confide in me”, op plaat met Kylie, en “Illuminated” droegen een mindere last op de schouders.

Op de tunes van 007 James Bond verlieten de heren één voor één de stage. Ze zullen evenveel fans als haters hebben … voor de enen heerlijk wegdromende synthpopsongs, voor de anderen gaat het over het randje van de goede smaak … Ondanks het knipogende plagiaat, was het duidelijk dat Hurts hip is en voor ‘Hurt’ songs stond …

Support was Grand Stereo, die zowel roots in Glasgow als in Brussel heeft. Het kwintet debuteert met vloeiende melodieuze poprock overgoten van een vleugje elektronica. Goed onderbouwde songs, die misschien niet direct verrassen; maar we hoorden een band, die live wel standvastig klonk en over twee vocalisten beschikte, die elkaar mooi aanvulden.

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Pagina 315 van 386