logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
dEUS - 19/03/20...
Concertreviews

MGMT

MGMT - psychedelische synthpopprockers scoren goed, maar hebben ze nog een ‘final’ touch?!

Geschreven door

Eén van hipste bands bij de jongeren is het uit Brooklyn, NY afkomstige MGMT, die op hun debuut ‘Oracular Spectacular’ een paar meezingbare, -neuriënde, - fluitende psychedelische songs uithadden als “Time to pretend” en “Kids”. Ondanks het feit dat de tweede cd doortastender en gewaagder klinkt, de hitgevoeligheid opgeborgen lijkt, boet de band rond het duo Ben Goldwasser en Andrew VanWyngaerden nog niks aan populariteit in, want het concert in de AB was in een mum van tijd uitverkocht, om dan nog niet te spreken toen ze hun tweede cd ‘Congratulations’ in de Bota, eerder het jaar, voorstelden. De psychedelische synthpopprockers van MGMT scoren dus goed.

We waren op de afspraak, gezien ze de zomerfestivals in ons landje links lieten. We hoorden een creatief retropop/psychedelisch geluid van een standvastige, evenwichtige band die de paddestoelen en ander geestesverruimend goed vaarwel zeiden. De jeugdige onstuimigheid maakte plaats voor volwassenheid en professionalisme. In de songs hoorden we invloedrijke bands als Roky Erickson, Brian Eno, Pierre Henry, Pink Floyd, Pavlov’s Dog , Hawkwind, David Bowie, The Doors en jongere bands als The Flaming Lips, Mercury Rev, Spacemen 3 en Ozric Tentacles.
Een dromerig concept, van verrassende en onverwachtse wendingen, vormde de rode draad, slepende melodieën, fijne hoge (vocoder) stemmertjes, synths, (akoestische) gitaarloops, symfo en orkestraties. Ze wisselden het nieuwe met het oude af en de toegankelijke nummers zaten mooi verdeeld om de aandacht te behouden en niet te verzuipen in de muzikale rijkdom van hun psychedelische (lange) (instrumentale) stukken en de ‘arty’, eenvoudig gehouden, veelkeurige videobeelden en vloeistofdia’s; wat we ook zagen was dat niet iedereen geboeid bleef en tevreden was met de muzikale koers van de band.
”Weekend wars”, “It’s working” en “The youth” waren alvast de aanzet. Daarop volgden de herkenbare tunes, bleeps en psychedelische deuntjes van de singles “Flash deliruim” en “The electric feel” , wat heel warm werd onthaald. Op die manier had MGMT wel iets mee van Faithless die het ook moeten hebben van die ophitsende, opzwepende doel-treffende, efficiënte, mee - neuriënde elektronicatoetsen en zalvende beats.
In het tweede luik had je dan de aparte verteerbaarheid van “Song for Dan Treacy” en “Of moon, birds & monsters” met het aanstekelijke, bezwerende “Congratulations” en “Time to pretend”.
En tot slot konden we niet omheen “Siberian breaks” … wel vijftien minuten werden we ondergedompeld in die bevreemdende, bizarre, soms dreigende psychedelische, psychotisch wereld, …wat aan een Harry Potter film refereerde en  ambiënte soundscapes van Air integreerde. Hier werd aan MGMT’s muzikale rijkdom geraakt. En zelf geraakten we even het noorden kwijt in dat moeras, maar op tijd kwamen de pompende elektrosynthbeats van “Kids” op de proppen, een dancehall/laptophit ‘pur sang’, tot stand gekomen met een minimum aan avontuurlijke wendingen, maar waar het publiek dan eens lekker heupwiegend, springend en dansend uit z’n dak kon gaan. Hier ontplofte de boel, wat nog nazinderde op het poprockende “The handshake”, die in een krachtiger rockkleedje werd gestopt.
De bis van o.m. “Destrokk (?)” en “Brian Eno” bracht de inspirerende bronnen van Eno himself, Spacemen 3 en Pierre Henry bij elkaar, waren directer en intrigeerden door de repetitief opbouwende stukken.

MGMT zal wel altijd gelinkt worden met de klassiekers van hun debuutplaat. Een ‘congratulation’ is op z’n plaats voor de doordachte finesse van de songs, die de rommelige van vroeger opslorpte … Ondanks dat hun meeslepend materiaal behoorlijk live uit de verf kwam, beschikt MGMT niet meer over die ‘final’, gevoelige touch die hun concert groots kunnen maken … Vraagtekens voor de toekomst?!

Organisatie: Live Nation 

Beoordeling

Killing Joke

Killing Joke - Aanhoudende strakke spanningsboog

Geschreven door

Met een nagelnieuwe cd ‘Absolute Dissent’ op zak is Killing Joke terug op tournee. Het ding is nog maar net uit en toch bleek het Franse publiek de plaat al door en door te kennen. De fans hadden blijkbaar hun huiswerk gemaakt, ze hadden goed naar dat fameuze album geluisterd en onthaalden de potige nieuwe songs op enthousiast gejuich.

Killing Joke heeft inderdaad weer een almachtig werk afgeleverd en putte er tot onze grote vreugde veelvuldig uit. Tussenin werd er ook flink gegrepen uit dat schitterende debuut ‘Killing Joke’ uit 1980. Wat moest een mens nog meer hebben om van een geweldig concert te spreken? Een waanzinnig “Madness” misschien of een finale stroomstoot “Pandemonium” als finale bijvoorbeeld? Jawel, Killing Joke was vanavond gul met de hoogtepunten.
De heren waren al hard en bezwerend aan hun set begonnen met onder andere killers van songs als ‘Wardance’, “In excelsis”, “European super state” (prachtige nieuweling, en meteen ook publiekslieveling) en “Bloodsport” om dan met een openbarstend en verpletterend “Requiem” in overdrive te schakelen.
Vanaf dan schoot de vlam er zowaar nog meer in met ondermeer een oppermachtig ”The great cull”, een uiterst explosief “Asteroid” en de pompende klassieker “The wait”.

De combinatie van de beste oude songs met de gloeiende nieuwe pronkstukken zorgde voor een knallende set. Killing Joke slaagde er met glans in om het hele optreden lang een stevige spanningsboog aan te houden en de theatrale podiumact van de prettig gestoorde Jaz Coleman was een perfecte aanvulling voor het droge muzikale geweld van zijn uiterst strak spelende band. Coleman was overigens bijzonder goed bij stem. Hij zong, brieste en brulde met volle overgave terwijl hij voortdurend met een dreigende blik de zaal in staarde. Het zou best wel eens kunnen dat die gast op een andere planeet is geboren.
Een kanjer van een optreden.

Organisatie: Aéronef, Lille

Beoordeling

Wheels On Fire

Wheels On Fire - Sprankelende sixtiespop

Geschreven door

Bedroevend weinig volk - zelfs vele habitués lieten het afweten - voor Wheels On Fire, een groep die nochtans overal lovend onthaald werd.

Maar eerst hadden we nog The Real Numbers uit Minneapolis, een groep waarvan je je afvraagt wat hen er toe drijft om in Europa te komen toeren. Geen hond die ze kent en hun tandenloze poppunk, die wat verwantschap toonde met Harlem, was zo vluchtig dat je het al vergeten was terwijl ze niet eens het podium hadden verlaten.

Wheels On Fire schitterde in 2007 in de 4AD bij de voorstelling van hun eerste LP, bracht vervolgens ‘Get Famous’ uit op Fat Possum/Legal Mess en dat op aangeven van Jack Oblivian en hun nieuwste plaat ‘Liar, liar’, uit op Alien Snatch, kreeg overal lof toegezwaaid. Maar dat alles volstond niet om veel volk voor deze groep uit Athens, Ohio naar de Pit's te lokken. Nochtans gaven een zeer gedreven Wheels On Fire er het beste van zichzelf. Hun catchy garagepopsongs werden er in recordtempo doorgejaagd en spatten uiteen als rijpe tomaten. Knisperende gitaren, mooie stemmen en niet te vergeten : een ziedende “Farfisa Compact Deluxe” waarop de ravissante Susan Messer ook nog voor de bas zorgde. Eenmaal werd er gas teruggenomen voor "I wanna know" en dat werd meteen één van de hoogtepunten. Mooi concertje maar zorg ervoor dat u ze de volgende keer niet mist!

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Beoordeling

Eileen Jewell

Eileen Jewell - Meesterlijke eenvoud

Geschreven door

Het was even schrikken toen ik de Handelsbeurs binnenwandelde: men had er tafeltjes en stoelen in de zaal geplant. Zo krijgt men bij een weliswaar lage opkomst de zaal toch vol maar mijn idee bij optredens is nog steeds dat het publiek zo dicht mogelijk bij de artiesten moet staan wat bij deze uiteraard niet mogelijk was. Maar zelfs dat euvel kon niet beletten dat we een hartverwarmende avond beleefden.

Openers van dienst waren The Cowboy Angels, het project van schrijver-journalist-muzikant (en hier zanger) Yurek Onzia waarin hij hulde brengt aan de onvolprezen Gram Parsons. Met een stel topmuzikanten waaronder drummer Pete De Houwer (Seatsniffers), gitarist Lazy Horse (Filip Kowlier) en pedal steel gitarist Filip Wauters (Admiral Freebee) bracht hij op een vrij overtuigende manier een set Gram Parsons-songs waarbij diens periodes bij The Byrds en The Flying Burrito Brothers niet over het hoofd werden gezien. Met zangeres Iris Smithuis hadden ze zelfs een ‘Emmylou Harris’ in de gelederen waarmee ze met succes enkele van Parsons' legendarische duetten (waaronder het onvermijdelijke "Love hurts") lieten horen. Mooi, niets op aan te merken maar het blijft slechts een ‘tribute’ en echt tippen aan het originele is bijna onmogelijk maar gezien Gram Parsons reeds 37 jaar niet meer onder ons is, kan dit als alternatief wel tellen.

Eilen Jewell was vorig jaar DE revelatie van het ‘Leffingeleuren’ festival en haar indrukwekkende optreden daar stond nog steeds in mijn geheugen gegrift. Maar na haar prestatie in Gent leek haar passage in Leffinge slechts een generale repetitie geweest te zijn. Nochtans kan je haar muziek bezwaarlijk spectaculair noemen: het blijven triestige liedjes in een sobere uitvoering. Maar Eilen Jewell brengt ze zo overtuigend en ontwapenend dat iedereen de ganse avond aan haar lippen bleef hangen. Dat deed ze niet alleen, naast haar stonden drie schitterende muzikanten : Johnny Sciascia bijzonder efficiënt op staande bas, Jason Beek op gortdroge drums en ouderdomsdeken Jerry Miller op heerlijke rock-'n-roll gitaar.
Eilen legde omstandig uit waarom ze die mannen ‘haar’ groep noemde terwijl daar eigenlijk niet veel woorden aan vuil gemaakt hoefden te worden: Eilen Jewell IS een groep. Ze voelden elkaar perfect aan, gebruikten geen setlist en speelden songs op eenvoudig verzoek van het publiek.
De set bestond net als vorig jaar hoofdzakelijk uit nummers van de ‘Sea of tears’ plaat. Daarnaast kregen we nu ook een viertal pittig gebrachte songs (o.a. "Fist City" en "Deep as your pocket") uit haar recente Loretta Lynn-tribute ‘Butcher holler’. Er was ook tijd voor één gloednieuwe song waarvoor ze een mondharmonica bovenhaalde en die het beste laat vermoeden voor een, eind dit jaar nog op te nemen, nieuwe plaat. Niets dan hoogtepunten eigenlijk : "Rich man's world", de sublieme Them-cover "I'm gonna dress in black", het trage "Codeine arms",... Of als ik dan toch moet kiezen : de Johnny Kidd & The Pirates-cover "Shakin' all over" dat stilaan aan het uitgroeien is tot hun anthem en waarin Jerry Miller eens alle registers mocht opentrekken en zijn gitaar op een gegeven moment klonk alsof hij door een hakselaar werd gehaald. Wat een fenomenaal gitarist en wat zou ik toch graag eens weten wat hij vroeger heeft uitgevreten. Voor alle duidelijkheid: dit is niet de Jerry Miller van Moby Grape.

Hier zagen we zonder twijfel één van DE optredens van 2010! Nu Gillian Welch met een jarenlange writer's block worstelt en Lucinda Williams een mindere periode kent, lijkt Eilen Jewell wel de ongekroonde koningin van de americana.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Beoordeling

Killing Joke

Samen aftellen tot Armageddon met Killing Joke

Geschreven door

Het gaat (nog steeds) slecht met de wereld, dus gaat het (nog steeds) goed met Killing Joke. Reeds drie decennia lang voorspellen Jaz Coleman & co de definitieve ondergang van de beschaving, maar wie het ietwat occulte imago van de groep weet te doorgronden zal er evenzeer een goed verscholen dosis zwartgallige humor aantreffen. Toegegeven, de Engelse postpunk groep heeft lang geteerd op het cult succes verworven met hun eerste twee albums, maar na een trits ronduit inspiratieloze platen is Killing Joke de jongste jaren toe aan een onwaarschijnlijke comeback. Sinds ‘Killing Joke’ (2003) en vooral met de brutale mokerslag ‘Hosannas From The Basements Of Hell’ (2006) vinden Coleman en de zijnen moeiteloos aansluiting bij hun legendarische beginjaren en wordt hun unieke symbiose van postpunk, metal and industrial openlijk geprezen door beroemde collega’s als Dave Grohl, Billy Corgan en Jimmy Page. De plotse teraardebestelling van brother Paul Raven, naast meesterbassist tevens Coleman’s boezemvriend, leek heel even het einde van deze heropstanding te betekenen. In werkelijkheid bleek echter het tegendeel: de vier originele groepsleden bezworen hun jarenlange vetes, trokken samen de studio in en kwamen daar onlangs terug buiten met ‘Absolute Dissent’ onder de arm. Bijna dag op dag twee jaar na hun vorige doortocht in de AB gaven de heren van Killing Joke opnieuw acte de présence in Brussel om deze nieuwe splinterbom live uit te testen.

Nadat zijn makkers het oudje “Tomorrow’s World” hadden ingezet sloop mad man Jaz Coleman als laatste de set op.’s Mans karakteristieke podium act oogt na al die jaren nog steeds even fascinerend als grappig: gevangen in een nauwe overal, geschminkt als een apache op oorlogspad en voortbewegend als een zombie achtervolgd door zijn eigen schaduw. Humor lijkt dan weer wat veraf wanneer nummers vanop ‘Absolute Dissent’ worden afgevuurd. Het titelnummer van dit nieuwe album en “In Exelsis” mogen dan al wat gepolijster en minder orkestraal klinken dan op Joke’s vorige album, alle vertrouwde ingrediënten waarmee Killing Joke met de vingers in de neus menig industrial bandje naar huis speelt blijven aanwezig: de schorre grafstem van Coleman, de knetterende gitaarmuur van Kevin ‘Geordie’ Walker, de dwingende bas van Martin ‘Youth’ Glover en de mokerslagen van big Paul Ferguson. Samen met een goed verscholen vijfde groepslid die de wall of sound nog wat verder aandikte met synthpartijen, lijkt deze bezetting de sterkste ooit in het bestaan van de groep.
De passage van Killing Joke in de AB was pas het tweede optreden van hun jongste tour ter promotie van het daags voordien verschenen ‘Absolute Dissent’, dus was het zowel voor groep als publiek wat wennen aan het nieuwe materiaal. Op de nieuwe single “European Super State” viel de tweede stem van Youth nog wat dunnetjes uit naast de rauwe apocalyptische schreeuw van Coleman, maar goed, van een eminente producer en studiorat mag je nu eenmaal geen vocale hoogstandjes verwachten. Bij het brutale “This World Hell” en het atmosferische “The Ghost Of Ladbroke Grove” klopte het plaatje dan weer wel als een bus en kunnen we gerust van twee prille klassiekers spreken.
Het overwegend 40 something publiek kreeg maar weinig tijd om te bekomen van al dat nieuwe geweld, want tussendoor kreeg het ook een pak onverslijtbare 80ies classics geserveerd. We zouden uren kunnen uitwijden over hoe groot het gat in uw platencollectie wel niet is indien ‘Killing Joke’ (1980) en ‘What’s THIS for…!’ (1981) er nog geen stekje hebben bemachtigd, maar dat is voor een andere gelegenheid. Het moet volstaan om te stellen dat “Wardance”, “Requiem”, “Bloodsport”, “The Wait”, “The Fall Of Because” en “Madness” met hun 30 lentes gerust tot het cultureel erfgoed van de eerste postpunk generatie behoren en live nog steeds tot diep in de onderbuik doordringen. Op de tonen van het onweerstaanbare discopunk anthem “Pssyche”, met de immer coole Geordie in rol van prominente spelverdeler, nam de groep een eerste keer afscheid van Brussel.

Een korte bisronde werd ingezet met het opzwepende “Complications”, gevolgd door de traditionele Egyptische intro van het slepende “Pandemonium” dat Killing Joke in de jaren ’90 eindelijk nog eens een one-way ticket richting Apocalyps opleverde. Het betekende helaas ook het slotakkoord van Coleman & co, want tegenwoordig gaan de schuivers van de AB na halfelf onherroepelijk naar beneden. De klok van Armageddon blijft echter onverstoord verder tikken, en als we dan toch moeten kiezen, dan liefst met Killing Joke’s brutale trancemetal als begeleidende soundtrack.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

The Divine Comedy

The Divine Comedy - Kamerpop ontdaan van alle barokke franjes

Geschreven door

Binnen de ruim twintigjarige bestaansgeschiedenis van The Divine Comedy is de Noord-Ierse zanger en muzikant Neil Hannon dé centrale figuur. Hij is niet enkel de enige constante en overblijvende factor maar hij is bovendien leverancier van de liedjesteksten en hoofdverantwoordelijke voor de muzikale omkleding.

Toen het concert van The Divine Comedy afgelopen woensdag in de Orangerie van de Botanique aangekondigd werd als ‘An Evening With Neil Hannon’ keek dan ook wellicht niemand vreemd op. De verrassing situeerde zich eerder in het feit dat hij de huidige concertenreeks ter promotie van het tiende studioalbum ‘Bang Goes The Knighthood’ voor de allereerste maal in zijn carrière solo afwerkt.
Vier jaar geleden stond The Divine Comedy namelijk nog in dezelfde Botanique in vol ornaat te schitteren en als men weet dat er op de recente platen niet op enkele strijkers of andere toeters en bellen meer of minder wordt gekeken (de muziek wordt daarom vaak te gemakkelijk ingedeeld in de categorie van de zogenaamde ‘chamber pop’), was het de vraag of de typerende warme, orkestrale en vaak sfeervolle klanken niet live zou gemist worden.

Iets na 21 uur zou het antwoord op deze vraag ons aangeleverd worden toen Hannon strak in pak, met een bolhoed op het hoofd en een Sherlock Holmes’ aandoende pijp tussen de lippen geprangd, het podium betrad. Hij begroette het publiek, zette zich aan zijn piano, nam uit zijn aktetas de setlist, nipte wat aan zijn glas wijn en zette “Down In The Street Below” in, gevolgd door het naar cabaret neigende “The Complete Banker” waarin Hannon uitdrukking geeft van zijn zeldzame boosheid over het feit dat naar aanleiding van de recessie de gewone belastingbetaler bleek op te draaien voor de hebzucht van bankiers.
Meteen werd duidelijk dat door de vrij naakte uitvoeringswijze van de nummers (louter piano en zang) de fraaie melodieën overeind bleven en de teksten veel meer op de voorgrond kwamen en dat mag gerust als een extra troef beschouwd worden gezien het feit dat deze schrijfselen doorgaans uitmunten in leuke doch gevatte verhalenlijnen. Hannon is namelijk een meester om rond de vaak meest eenvoudige onderwerpen schitterende nummers te schrijven en deze te voorzien van een prachtige instrumentatie.
Zo heeft hij vorig jaar samen met Thomas Walsh van de formatie Pugwash onder de naam The Lewis Duckworth Method een volledige plaat gemaakt rondom het simpele gegeven van de cricketsport. Lijkt op het eerste gehoor tot niks zinnigs te leiden maar dat zou buiten de vaardigheden van Hannon gerekend zijn want er werd opnieuw een knap werkstukje afgeleverd.
Anderzijds, doordat Hannon ditmaal op de planken niet geruggensteund wordt door een begeleidingsgroep komen natuurlijk wel de eventuele mankementjes nadrukkelijker onder de schijnwerpers te staan. Vooral in het begin van de set werd er als eens een verkeerde noot op de piano aangeslagen en had Hannon het soms moeilijk om de juiste zangtoon aan te houden. Maar met een kwinkslag en vooral veel enthousiasme en droge humor kwam Hannon er moeiteloos mee weg en toverde hij eerder een glimlach op het gezicht van de aanwezigen dan wel dat dit als een storend effect werd aanzien.
Sowieso droeg het massaal opgekomen publiek – het concert was al wekenlang uitverkocht – Hannon figuurlijk op handen en trakteerde hem na ieder nummer op een uitbundig applaus. Hoewel de muziek van The Divine Comedy niet om de haverklap op de radio te horen is, heeft hij intussen duidelijk een vaste fanbase opgebouwd niet in het minst ook door zijn samenwerkingsverbanden met onder andere Charlotte Gainsbourg, Air en Robbie Williams.
En Hannon hield ook voortdurend de aandacht van de aanwezigen vast door hen regelmatig bij het gebeuren te betrekken. Zo nodigde hij hen uit om mee te zingen of extra gezelligheid te brengen via ritmisch handgeklap. Hij onthulde de inhoud van zijn aktetas en zat de toeschouwers ook af en toe wat te plagen en zelfs uit te dagen. Toen er vanuit de zaal volop potentiële verzoeknummers werden aangevraagd, repliceerde hij hierop dat hij zou spelen wat hijzelf wou en vergeleek de schreeuwers als ronddwalende zombies. De mimiek die daarmee gepaard ging, kunnen we u jammer genoeg niet tonen maar het was hilarisch. 
Een ander markant moment viel te beleven bij de single “At The Indie Disco” dat zelfs in sobere pianoversie er niet in slaagde te verhullen dat dit een potentiële wereldhit zou kunnen zijn. Want we willen niemand op slechte gedachten brengen maar als hier aan de hand van een remix een extra beat zou worden aan toegevoegd, moet dit in staat zijn gensters te slaan en niet enkel op de dansvloer van een zogenaamde independent discotheek. “She makes my heart beat the same way as at the start of Blue Monday. Always the last song that they play” zong Hannon en om het plaatje compleet te maken, gaf hij een perfecte imitatie van de intro van New Order’s “Blue Monday” weg door op zijn microfoon te tikken. Om de sfeer van de jaren ’80 aan te houden, gooide hij er zelfs een ‘over the top’ versie van de hitsingel “Don’t You Want Me” van The Human League bovenop, inclusief het nabootsen van de hoge vrouwelijke stemmen. Er zat veel ironie en humor in vervat maar wat was het opnieuw verdraaid knap uitgevoerd.
Ook binnen het eigen repertorium werd af en toe teruggegrepen naar het verleden via ‘old tunes’ (dixit Hannon) als daar zijn: “The Pop Singer’s Fear Of The Pollen Count” (‘Liberation’, 1993), “The Summerhouse” en “Going Downhill Fast” (allebei uit ‘Promenade’, 1994). Uit het album ‘Casanova’ (1996) werden “Songs Of Love” en “Becoming More Like Alfie” geplukt en deze werden ook nog eens op akoestische gitaar vertolkt. Hetzelfde geschiedde voor “Neapolitan Girl” en voor “A Lady Of A Certain Age” uit ‘Victory For The Comic Muse’ (2006). Niet alleen op plaat een meesterwerkje maar ook live een kippenvelmoment dat de gehele zaal muisstil kreeg.
Een ander hoogtepunt vormde onder meer “Assume The Perpendicular” en ook de aanloop naar de finaleronde was er eentje om in te lijsten met prachtige versies van achtereenvolgens “Our Mutual Friend” (‘Absent Friends’, 2004), “I Like” (wat een liefdesverklaring!) en “Tonight We Fly” (‘Promenade’, 1994).
Na de toegiften die bestonden uit publiekslieveling “National Express” (‘Fin De Siècle’, 1998) en het grappige “Can You Stand Upon One Leg”, dankte Hannon iedereen en België in het bijzonder omdat de cover van het laatste album eigenlijk een ‘rip off’ zou zijn van René Margritte. Was het ironisch of surrealistisch bedoeld? Met Hannon weet men nooit maar in ieder geval was dit optreden dat tekstueel en muzikaal slingerde tussen vreugde en verdriet en tussen humor en ernst, bijzonder onderhoudend te noemen en viel er tijdens het anderhalf uurtje volop te genieten.

Neil Hannon onderstreepte duidelijk dat hij symbool staat voor The Divine Comedy en etaleerde dat zijn nummers ook zonder veel franjes overeind blijven. Geen geringe prestatie en wat ons betreft een geslaagde avond.

Setlist: Down In The Street Below, The Complete Banker, The Pop Singer’s Fear Of The Pollen Count, The Summerhouse, Going Downhill Fast , Assume The Perpendicular, Neapolitan Girl, Becoming More Like Alfie, The Lost Art Of Conversation, At The Indie Disco, Don’t You Want Me, Neptune’s Daughter, Have You Ever Been In Love, A Lady Of A Certain Age , Songs Of Love, Geronimo , Our Mutual Friend , I Like, Tonight We Fly
Bis: National Express, Can You Stand Upon One Leg

Neem gerust een kijkje naar de pics

Kijk gerust naar de review op site fr

Organisatie: Botanique, Brussel

Beoordeling

Bedroom Community Label

Bedroom Community Label Night - kamerorkest van de heren Valgeir Sigurdsson, Sam Amidon, Ben Frost en Nico Muhly

Geschreven door

De Balzaal van de Vooruit was nagenoeg volgelopen voor de label night van het veronderstel ik wel hippe IJslandse Bedroom Community. Ze waren zelfs op de naam ‘Whale Watching’ Tour gekomen, wat ik gewoon een leuke naam vond. Ook altijd al me graag ingebeeld hoe walvismuziek zou klinken als de frequenties voor ons hoorbaar zouden zijn. Na een aantal mislukte pogingen waren de IJslanders toch tot in Gent geraakt.

Het voorprogramma werd verzorgd door een zekere Lyenn die wel atmosferische muziek maakte, met een stem die demonen weerspiegelde, maar een goede song hebben we niet ontdekt. Het was een opwarmer, zullen we maar zeggen, maar op dat vlak was de DJ van dienst nog wel eerder in staat om emo-melancholie bij het begin van de herfst op te roepen. Het publiek vond het allemaal wel aardig en zat gezellig op de grond te keuvelen. Opmerkelijk trouwens hoe deze muziek toch weer een heel ander spectrum aantrekt qua publiek, wat ook zelfs vestimentair tot uiting kwam. In de schemer kon je je voorstellen dat de zaal door oude bewoners van IJslandse sagen bevolkt was.

Nu goed, de muziek. We hadden een combinatie van muzikanten die eigenlijk een soort kamerorkest vormden, en het klonk ook als kamermuziek. Volgens de affiche stonden de heren Valgeir Sigurdsson, Sam Amidon, Ben Frost en Nico Muhly op het podium maar wie nu wie was niet altijd duidelijk, ook al omdat er vrouwen in het gezelschap opduiken, vrouwen die spelen en zo.
Heel korte stukjes soms kregen we te horen tot uitgesponnen vocale nummers waar het publiek op aansturen van de zanger het refrein enthousiast meezong. Het zijn geen wereldnummers maar de intimiteit en rust van dit soort muziek is een echte verademing. Hetzelfde kon eigenlijk gezegd worden van de zanger die bepaalde noten gewoon niet haalde, maar dat maakte voor het resultaat niet zo veel uit, net ook omdat hij het publiek mee had, door wel leuke bindtekstjes.
Wel degelijk is het muziek om in slaapkamers te spelen, met het publiek in losse groepjes op de houten vloer. Het is niet het einde van de wereld op muzikaal vlak maar van mij mogen er meer van dergelijke bands naar België komen.

Organisatie: Democrazy, Gent


Beoordeling

Goldfrapp

Goldfrapp op half feestelijke kracht …

Geschreven door

We waren benieuwd hoe de gig van Alison Goldfrapp en Will Gregory er aan toe zou gaan. Tussen 2003 en 2007 konden we gegarandeerd rekenen op een stomend sensueel, zwoel en kitsch elektro/disco/pop feestje, door platen als ‘Black Cherry’ en ‘Supernature’. Het variërende ‘7th tree’, de voorlaatste worp, greep deels terug naar het sfeervolle, ijzige debuut ’Felt mountain’ en het recente ‘Head first’ is eerder een inwisselbare tweedehands ‘Black Cherry’/’Supernature’ geworden.

Live liet het ook z’n sporen na en hadden we ook het gevoel ‘het al eerder’ gehoord te hebben, minder aanstekelijk en prikkelend, meer flets en plat, ondanks de hitgevoeligheid, de leuke, catchy, huppelende ritmes, de (licht) swingende lijn en de zalvende, ontspannende tunes.
Inderdaad, haar smachtende, tot de verbeelding sprekende ‘body to body’ (massage) music raakte en beklijfde minder. Maar laat ons niet te diep zakken in teneur, er waren de vier lekker in het gehoor liggende songs “Rocket”, “Believer”, “Alive” en “Dreaming” van het recente album, en de resem classics als “Train”, “Ride a white horse” en “Oh la la”, die door de krachtige beats voldoende inwerkten op de dansspieren en een ideale versmelting vormden van ‘80’s electro en disco. De glamour en kitsch zagen we in de performance, de act, de glitterkledij en de wapperende haren. Een niets-aan-de-hand sfeertje, ondersteund door haar gouden fluwelen stem, die elan en kleur gaf aan de songs.
En in de bis bezorgde ze kippenvel met het fragiele, sfeervolle “Little bird” door de sober gehouden begeleiding en soundscapes; een hemels indringende, breekbare “Lovely head” uit haar debuut, gedragen door haar zuivere, heldere vocals, konden zelfs een glas doen rinkelen of breken. Tot slot trad ze nog in vederpak aan om een broeierig opbouwende, pompende “Strict machine” op ons los te laten en te besluiten met een electrofeestje.

Goldfrapp voelt een forse concurrentie van de huidige rits electro/discochicks aan, en kan er zich niet meer van losmaken en onderscheiden. Ontploffen deed het allemaal niet meer en daar zit het matige songmateriaal van de laatste platen wel voor iets tussen …

De supports waren van Franse makelij, de ene een soort klassiek Wagner in een saloonbar, de andere, een electrotechneut op z’n John Foxx die het publiek warm trachtte te maken voor Goldfrapp …

Organisatie: Agauchedelalune, Lille (ism Aéronef)

Beoordeling

Pagina 319 van 386