logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Hooverphonic
Festivalreviews

FeestinhetPark 2011: zondag 14 augustus 2011

FeestinhetPark 2011: zondag 14 augustus 2011
Omstreeks 14u30 stak Steak Number Eight, de snoeiharde trots van Wevelgem, van wal in de Grand Mix. De jonge kerels die eind 2007 Westtalent op hun naam schreven en in 2008 op hun 15de de jongste winnaars werden van Humo’s Rockrally trokken ondanks het vroege uur al fel van leer. Met ‘When The Candle Dies Out uit’ brachten ze in 2008 een demo-album uit, opgedragen aan de overleden broer van zanger Brent Vanneste.
Begin dit jaar trokken ze samen met Mario Goossens (drummer Triggerfinger) de studio in om hun debuutalbum ‘All Is Chaos’ op te nemen. Dit album is een volwaardig album geworden vol steengoede postrock en sludgemetal songs. Na een korte mysterieuze intro trokken ze een song traag en gezapig op gang, die ergens halverwege totaal ontplofte. De rauwe kreten van de frontman gingen door merg en been en de emotie was af te lezen op het gezicht, wat zorgde voor kippenvel.
Steak Number Eight regen hun nummers vloeiend aan elkaar en lieten weinig ademruimte toe. Al snel was het duidelijk dat we hier één van de talentrijkste groepen in hun soort aan het werk zagen …

In de Bar Bizar gaf het Leuvense Undefined een release show, en kwamen op die manier hun debuutalbum ‘Crimes Against Logic’ voorstellen. Undefined bracht hip-hop, maar dan met unieke cross-over van dancehall, funk en reggae. Ook tekstueel wijken ze af en hebben ze geen directe link met het fenomeen hip-hop. Hun teksten zijn poëtisch getint en stralen een positieve boodschap uit. “Live It Up” was een eerbetoon aan hun zanger die begin 2009 om het leven kwam in een tragisch verkeersongeval. Undefined kon moeiteloos 40 minuten boeien en deed uitkijken naar meer…

We pikten nog even een laatste halfuur mee van Hookerz & Mc Nice in de Igloo Dome. Het duo gekend van de Gentse undergroundscène,  probeerde met hun drum'n’bass het toestromende jonge volkje wakker te schudden. De snelle mixen van Hookerz in combi met de enthousiaste Mc Nice misten hun effect niet, en vroeg in de namiddag heerste er al een uitgelaten sfeertje in de kleine clubtent. Wie hen nogmaals aan het werk wil zien; kan dit in de Decadence waar ze op de Steamfeestjes – het wekelijkse drum'n’bass concept- achter de decks staan.
Even later werden ze afgelost door dubstep pioniers Kastor & Dice die het over een andere boeg gooiden. Het duo is twee derde van het team achter de beruchte Untitled! evenementen en voorzien elke maand hun eigen 'dubsteptape' in Switch op StuBru. Met een mix van nieuwe dubplates afgewisseld met tijdloze klassiekers, zetten ze moeiteloos de Igloo in de fik. Met hun back2back set hielden ze het geheel spannend en toonden aan perfect op elkaar ingespeeld te zijn; foutloos werd alles gemixt!
De geüpgrade Igloo Dome toonde nogmaals z'n meerwaarde op het festival en was dè uitvalsbasis bij uitstek voor alle dubstep en drum'nbass fans.
Toen we even later naar het gezellige Kaffee Hyppo wilden gaan voor Backloop stonden we voor een gesloten doorgang... wegens het gestegen waterpeil van de overvloedige regen was het deze laatste dag gesloten.

Op naar de Grand Mix dan maar waar de feestbende van Shantel & Bucovina Club Orkestar ons stond op te wachten. Dj en producer Stefan Hantel ontdekte de magie van authentieke Balkanmuziek in de Roemeense provincie Bucovina, waar zijn roots liggen. Als dj Shantel mixt hij deze uitbundige Oost-Europese zigeunergrooves met eigenzinnige clubmuziek. Overal waar hij z'n 6 koppige groep meebrengt, is er steevast een swingend feestje, ook hier ging de tent massaal loos op de zwierige, aanstekelijke sound van de Balkanpop. Reeds van bij de opener “Mahala” was het partytime. Een ruime blazerssectie en een accordeonist zorgden voor een broeierig sfeertje en ambiance; hoogtepunt: “Disko Partizani!”, het lijflied van de band, waar ze een kat en muis spelletje speelden met het publiek.
De sfeermakers hielden het volk in hun greep met de poppy mix van gipsy, pop, dub en balkanbeats. ”Disko Boy”, “Opa Cupa” of “Gadja Dilo”, ze klonken allemaal even frivool, fris als feestelijk en brachten even de zomer  naar ons landje …

In de Bar Bizar speelde even later Hercules & Love Affair. Het danceproject van Andrew Butler scoorde in '08 een monsterhit, “Blind” waarop Anthony (van The Johnsons) de vocalen voor z'n rekening nam. Na de superlatieven van z'n titelloze debuutplaat kwam hij met het zopas gereleaste album ‘Blue songs’; voorzien van een bont allegaartje 'paradijsvogels' kwamen ze het Charlatanpodium op, geflankeerd door 2 dj’s, en vooraan 2 manvrouwen en een frêle jongedame achter de mics. Op een mix van disco en housetunes wisselden ze de zangpartijen af. Het kwintet ging op in hun dansbare sound. Maar ze kregen niet gauw het publiek mee … Moe? … Verzadigd?  Of stond iedereen al te wachten op Triggerfinger? Feit was dat de discopop maar matig werd onthaald en pas bij “Blind” een eerste piek had. Hoe de band ook probeerde, het bleef leuk en amusant maar de echte klik met het publiek kwam er helaas niet.

Triggerfinger is één van de revelaties dit jaar en prijkte terecht op de affiche van FeestinhetPark. Triggerfinger, die in 2004 debuteerde, bouwde gestaag aan z’n carrière en een ijzersterke live reputatie. Het was pas na ‘All This Dancin’ Around’ van 2010 dat het trio rond zanger/gitarist Ruben Block door iedereen werd opgepikt en de verdiende aandacht kreeg.
Ze worden vaak vergeleken met krachtige rock’n’roll groepen als Iggy, Led Zeppelin en de Queens, maar hebben er een eigen uniek herkenbaar geluid van gemaakt. En ze zijn populair!
Nergens was te merken dat ze nog maar net terug waren van het Hongaarse Szigetfestival. Ze openden sterk! Opnieuw bewees frontman Block dat hij een entertainer ‘pur sang’ is en in geen tijd het publiek naar zijn hand kan zetten.
Natuurlijk hebben ze met Mario Goossens één van de beste drummers; z’n drumsolo – die wel iets te lang duurde – toonde aan hoe het kwam dat hij eerder dit jaar een Mia kreeg voor beste muzikant.
Een uur lang was het heerlijk rocken en ze vuurden de ene na de andere song af! Het rockfeestje eindigde met het bloedmooie “Love Lost In Love”. Wat een live band . Dit triggerde naar meer …

Het festival werd met Arno beëindigd. De Arno statements kennen we onderhand wel. Na vier intense dagen dropen we af en genoten van de laatste ‘Olala’-tunes van onze Oostendse Brusselaar.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2011: zaterdag 13 augustus 2011

FeestinhetPark 2011: zaterdag 13 augustus 2011
Het Leuvense zestal Addicted Kru Sound of kortweg AKS had de ondankbare taak om dag 3 in de Charlatantent te openen. De band oorspronkelijk gestart als dj-collectief, is de laatste jaren uitgegroeid tot een volwaardige band; tot voor kort nam Selah Sue de vocals voor haar rekening, maar door de sterke respons op haar eigen carrière, werd ze recent vervangen door Laura 'Lola' Groeseneken. Wat verwonderd door de puike opkomst, begon de band zonder complexen aan hun set. Met een mix van jungle, electro, dubstep, drum 'n bass en breakbeat zetten ze in een mum van tijd de Bar Bizar in lichterlaaie. De zangeres Lola trok de aandacht naar zich toe door haar warme vocalen en dito looks. Ook het gebruik van de sax bij het grootste deel van de nummers gaf een leuke speelse toets aan het geheel. De band genoot zichtbaar en het jonge publiek ging moeiteloos in de 'energieke roes' van hun sound. Eerder dit jaar verscheen de eerste EP, waarvan “Give it back” werd opgepikt door StuBru. Een aangename ontdekking!

De Kortrijkse indiepop band SX opende op zaterdag de Grand Mix; ze wonnen midden 2009 de publieksprijs in de finale van Westtalent (West-Vlaams muziekconcours). In januari 2011 pikte StuBru hun single “Black Video” op, met als gevolg dat het nummer niet meer weg te denken is. Op het festival kregen ze de kans dat ze meer zijn dan die groep van “Black Video”. SX roept met hun Orgelpads, synthesizers en reverb gitaren een dromerige sfeer op waarbij Stefanie Callebaut’s stem heerlijk door de tent zweefde. In z’n geheel mocht het  krachtiger en energieker zijn, want de spanning daalde en het was af en toe indommelen. Op die manier kunnen we ons de vraag stellen of SX net als Amatorski, zonder afbreuk te doen aan hun muzikale scherpte, thuishoort op een festival en niet beter tot hun recht komen in een concertzaal…

Even later kwam het zootje ongeregeld Does it offend you, yeah?. Remixes voor Muse en Bloc Party gaven het kwintet enkele jaren terug de nodige aandacht,  maar het was vanaf hun debuut ‘You Have No Idea What You're Getting Yourself Into’ dat het  in een stroomversnelling kwam. Begin dit jaar kwam de 2de langspeler ‘Don’t Say We Didn’t Warn You’ uit, die ze hier kwamen voorstellen. Met een 'je ne sais quoi' houding, die je enkel van Britse bands kan verwachten, en op de tonen van ‘Time to Say Goodbye’ van Andrea Bocelli/Sarah Brightman begonnen ze vol overgave aan hun set. De rauwe, poppy electropoprock klonk soms loeihard en frontman James Rushent ging als een bezetene te keer achter z'n mic. De eclectische sound klonk aanstekelijk en dansbaar; de meesten waren wat verbaasd en verdwaasd, gezien de eerste kennismaking met de band. De combinatie van synthriedeltjes, samples, strakke basslines van bassiste Chloe Duveaux en de de soms chaotisch en psychedelische uitspattingen, gaf een unieke live sound. Knaller “We Are Rockstars” besloot in stijl het uurtje 'raverock'.

Rond 20u stond Gabriel Rios  in de Grand Mix. Na een korte theatertournee in het voorjaar doet hij maar een paar festivalsets deze 'zomer'. De in New York residerende Puertoricaan verscheen strak in het pak op de buhne. Omringd door pianovirtuoos Jef Neve en percussionist Kobe Proesmans heeft de live bezetting een grondige new look ondergaan. De nadruk kwam op de laatste plaat ‘The dangerous return’, en in een gezellige setting was een volgelopen tent getuige van een zeemzoete Rios. “Dauphine” en “ Broad daylight” zaten voorin de playlist. Ze zetten de puntjes op de i. De charismatische zanger was ontspannen, relaxed en onderhield een strak tempo in het optreden. Slechts af en toe prevelde hij enkele lovende woorden en dankte voor de respons en appreciatie. “Straight song” en “You will go far” van de recente langspeler gooiden het juk van 'Latin artiest' definitief af.
Hij zette de evolutie van z'n sound in de verf. Rios en begeleiding speelden een glansrijke set , zonder bis weliswaar. En hij ontving, later op de avond, een gouden plaat voor ‘The dangerous return’.

Met argusogen keken we uit naar Seasick Steve die als vervanger fungeerde voor Pete Doherty. De 70 jarige bebaarde bluesmuzikant is na geslaagde passages op Werchter en Pukkelpop de laatste jaren een graag geziene gast in ons land. Vergezeld van z'n drummer Dan Magnusson mocht hij bij aanvang van z'n set op een warm onthaal rekenen. Steve Wold, die z'n gehele leven een rondzwervend bestaan kende, bracht op z'n 63ste maar z'n eerste plaat uit. Hij bracht door een show bij Jools Holland een kleine hype teweeg, en sindsdien gaat het hard voor de man.
Op z'n eigen manier zette hij door een zompige mix van blues, folk en country de Grand Mix naar z’n hand, door een ruim instrumentarium en met de 'Mississippi Drum Machine', een houten omgekeerde kist die als percussie diende, de 'One-stringed diddley bow' als het één-snaar-instrument, of de driesnarige gitaar (Three-String Trance Wonder), door den Steve bespeeld met een schroevendraaier.
Ook de 'spoken words' van de authentieke Amerikaan tussen de nummers in, zijn vaak hilarisch. Vast ritueel tijdens de set is dat een meisje - lukraak uit het publiek gekozen - bij hem op het podium komt en een persoonlijke 'lofzang' ontvangt op “Walkin' man”.
Een dik uur lang bleef Steve de bluesakkoorden uit z'n vingers schudden en drumde Magnusson als een gek, wat in het laatste nummer uitmondde in een trash van z'n drumkit. Check zeker het nieuwe album ‘You Can’t Teach An Old Dog New Tricks...’, treffender kan een titel niet! Seasick Steve was een volwaardige replacement voor de opgesloten Brit en één van de absolute hoogtepunten van deze editie!

Stevig shaken konden we op Les petits pilous die hun electro/house stevig door de boxen knalden. Het Franse duo, die meneer Boys Noize tot hun grootste fan rekenen, werkten al samen met The Subs wat de EP ‘My Body/Rototom’ opleverde. Deze kerels stonden een uur garant voor een stomende set en tekenden voor één van de vetste DJ sets van het weekend!

Om even op adem te komen na de uitermate geslaagde set van Les Petits Pilous trokken we opnieuw naar de Grand Mix. Daar was het aan Das Pop om de tent op zijn kop te zetten. De altijd even goedgezinde Bent Van Looy huppelde vrolijk rond en had er duidelijk zin in. Gehuld in een geel pakje was hij zijn modebewuste zelve. Een afwisselend overtuigend optreden en een goede mix van zowel oud werk, “Fool For Love”  als  het recente “Skip the rope” uit ‘The Game’, gingen als zoete koek naar binnen. De dobbelstenen die ze op Dour meehadden, waren opnieuw van de partij en werden tijdens het laatste nummer op een dolenthousiast publiek losgelaten. Ook een nieuwsgierige Seasick Steve zag dat het goed was en genoot van het enthousiasme. De heren zegden af voor Pukkelpop maar al wie hen vandaag aan het werk zag, zal er niet van wakker liggen …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2011: vrijdag 12 augustus 2011

FeestinhetPark 2011: vrijdag 12 augustus 2011
Feestvierders, reggae en andere dancehallers konden hun hartje ophalen op deze tweede dag …

De jonge Waal Luca Di Ferdinando aka Highbloo begon in 2009 intens te knutselen met bleeps & beats, het resultaat was navenant ... Een dik jaar later werd hij ‘de poulain’ van de Partyharders Squad en met een pak straffe releases -waarvoor hij onderdak vond op het label van Dr. Lektroluv-, met als debuut EP ‘My Sitar’, in 2010 verschenen. In sneltempo vond hij z'n weg naar de top zowel als DJ en als producer. Als opener op vrijdag had hij dan ook weinig moeite om de Igloo Dome op temperatuur te brengen. Met een geduldige, gestage opbouw van zijn electrosound en geruggesteund door schitterende visuele effecten en projecties– gebracht door 5! beamers- bracht hij het jonge volkje reeds vroeg op de avond in extase. Met een verzorgde eclectische set vol variatie en technische hoogstaande mixen was de kop eraf, want later op de avond mochten we Highbloo nog aanschouwen bij The Subs.

Zoals ieder jaar probeert de organisatie vernieuwend te zijn. Op deze editie zorgden ze voor een nieuw 'platform' voor jonge dj's uit de streek en voor de residents uit Kaffee Hyppo. In een gezellige uithoek van het terrein en omgeven door de gloed van de Donkvijvers werd een sfeervolle, loungy setting neergepoot. Locals Dilly Boys & Friends mochten daar het bal (populaire) openen met hun typische Britpop sound. Het duo is sinds enkele jaren aan een opmars bezig en zijn gekend van hun sets op de 'Hindu nights' in de Make Up Club, in de Vooruit en ook van hun eigen feestjes 'Date with the night'. Met lagen soul, indie, rock en (andere) Britpopklassiekers zorgden ze voor een aangename sfeer op de enige 'buitenlocatie' van 'Het Park'. Ze genoten duidelijk van hun performance en de ruim aanwezige party animals dansten lustig op de door hen gecreëerde vibes.

De reggaetunes van Stephen Marley en de dancehall van Mr Vegas warmden ons op voor Sean Paul …

De Jamaicaan Sean Paul trad op in de Grand Mix van Stu Bru; toen we de tent naderden zagen wij dat deze bijna uit zijn voegen barste. Iedereen had hiervoor gecheckt! Met “We Be Burnin", "Baby Boy" en "Get Busy" heeft de 38-jarige energieke artiest hits genoeg om er een zeer exotisch en zwoel feestje van te maken. Maar het zwoele feestje bleef uit … Aan de talrijke toeschouwers zal het niet gelegen hebben. Ok, energie had de wild om zich heen zwaaiende Jamaicaan in overschot, maar het ganse optreden kregen wij het gevoel dat het een verplicht nummertje was. De schwung probeerden ze er op het eind nog in te krijgen door het tempo wat op te drijven en er “The Time (dirty bit)” van The Black Eyed Peas tussen te gooien. Als er sprake was van een hoogtepunt(je), dan best met “Temperature”, het nummer waar iedereen zat op te wachten …

Na de ietwat flauwe vertoning van Sean Paul keken we uit naar het elektronisch dansproject van de Duitser Florian Senfter, alias John Starligh aka Zombie Nation. Voor zijn show had hij een led constructie laten bouwen rond zijn draaitafel die ons beetje aan de kubus van Etienne de Crécy deed denken. De Duitser werkte een heel aangename set af en bouwde op naar “Kernkraft 400”, één van de hoogtepunten … ergens halverwege het nummer zorgde hij voor een pauze, en een dolenthousiast publiek kon de obligate “oh oh oohs” meebrullen. Zombie Nation had iedereen afgestemd op het feestje van The Subs …

Afsluiter op de 'mainstage' was het feestcollectief The Subs. Op een onheilspellende intro en tune, gehuld in monnikspijen, ontwaarden door nevel de silhouetten van het Gentse trio in de volgelopen Grand Mix. De klemtoon kwam eerst op het nieuwe album 'Decontrol' en daarna kozen ze voor een weldoordachte opbouw.
“The hype”, “Dry lemon” en “Don't stop” gaven meteen de juiste toon. De gekortwiekte kruin van Papillon viel op. Ook nieuwkomer Highbloo liet zich gelden door vanop de boxen z'n 'electronica' te hanteren. Kenmerkend voor de  ganse set was dat bijna alle nummers uit het debuutalbum in korte stukjes in de nieuwe tracks verweven zaten.
Ze zorgden voor herkenbaarheid en een verfrissende afwisseling tussen de nieuwe parels  “Itch” en “Hannibal and the battle of Zama”. De traditionals als “Fuck that shit”, “Mitsubitchi” en “Kiss my trance” werden mooi uitgesponnen en deden hun naam van ‘floorkillers’ alle eer aan. Er werd af en toe in de electrotracks ‘geteasd’ met flarden van het onvermijdelijke “The pope of dope” . De tent kolkte en de ‘electroravetrashpunksound’ kende z'n ultieme hoogtepunten met de 'sit & jumptrack' “My punk” en “The face of the planet”. Tot slot trakteerden ze ons op een volledige versie van “The pope of dope”. The Subs als partymachine en de scalp van FihP …

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2011: donderdag 11 augustus 2011

FeestinhetPark 2011: donderdag 11 augustus 2011
eVier dagen Feest in Oudenaarde … wat begon als een ééndagsfestival in het stadspark is in bij de zestiende editie uitgegroeid tot een gezellig 4-daags festival aan de Donkvijvers.
Het festival dringt zich meer en meer op en eigent zich een uniek plaatsje na de Lokerse Feesten, Festival Dranouter en vóór Pukkelpop.
De organisatie kon terugblikken op een gevarieerde, kleurrijke programmering van o.m. Sean Paul, Stephen Marley, Seasick Steve, Arno, Stereo MC's, Triggerfinger en Kruder & Dorfmeister, een muzikale smeltkroes dus; de samenwerking was er (opnieuw) met de Gentse scène en de Charlatan; en ook het eigen café Kaffee Hyppo kwam er nog eens bovenop, de stageplaats voor DJ talent van eigen bodem … een prachtig sfeerrijk decor (de opmerkzame indeling van de tenten op het terrein, met als voornaamste troef die aparte Igloo tent met zijn heerlijke projecties), de partysfeer, de ontspannen vibe en een fantastisch publiek dat de bands warm onthaalde.
Net als Festival Dranouter was er hier ook sprake van een Prédag, gratis voor de festivalbezoeker … wat al resulteerde in een goede 8000 man.
Verspreid over het hele weekend waren er net als vorig jaar ongeveer 40000 bezoekers. Een tevreden organisatie, ondanks dat de weergoden er die zaterdag terug een drassige boel van maakten. “Houdt dat nu eens nooit niet op?!” hoorden we terecht … Houten planken brachten soelaas voor de toegankelijkheid en een zonnetje begon te piepen … eindelijk … zucht … FihP zit er weer eens op dus …

dag 1: pré-dag - donderdag 11 augustus 2011
Een drugscontrole onderweg belette dat we de ganse set van Flip Kowlier konden zien.
Maar we waren nog net op tijd om enkele vurige songs te horen als “In de fik”, “Autoradio” en “Kom mor ip”. Met die song bracht hij een ode aan ‘t Hof Van Commerce, die aan nieuw materiaal werkt. Het resultaat kunnen we in 2012 verwachten. Met de Gentse Izegemnaar kregen wij al vroeg op de avond een vet feestje waar hij liet zien van alle markten thuis te zijn  en nog niet vergeten is hoe hij een publiek naar zijn hand kan zetten. Als afsluiter koos hij voor “Min Moaten” dat door een meebrullend publiek zeer warm onthaald werd …

Na het gesmaakte optreden van Flip Kowlier maakten wij ons op voor de Londense elektronische hip-pop formatie Stereo Mc’s. Dat de Britten er zin in hadden, was duidelijk toen ze al zeer vroeg de klepper “Connected” speelden. Het was mooi hoe zanger Robert Birch op het podium rondhuppelde als een jong veulen om het publiek op te hitsen. Dat de beste jaren van deze nineties band al ver achter de rug liggen was duidelijk, maar insruk maakten ze nog steeds. Hun sound, beats, grooves en lightshow werkten aanstekelijk op de dansspieren! Ze sloten af met het bezwerende en opzwepende “Step it up”, één van hun meest onderschatte hits.

Met Hermanos Inglesos staan er twee broertjes op de affiche van FihP die hun sporen in het Belgische Dj landschap al ruim verdiend hebben. Zo zijn ze regelmatig te gast op de hipste feestjes in binnen- en buitenlandse clubs. Het debuut ‘The Wander of You’ verscheen vorig jaar, volgestouwd met rustige als meer opzwepende, energieke electro house. Voor een volgelopen tent showden ze die draai en mix skills. Op het nummer “Wanderland” hoorden we duidelijk de stem van Lara Chedraoui (Intergalactic Lovers) en op “Take me down” ging het dak er af!

Op de tonen van voormalig ‘t Hof Van Commerce lid Kristof Michiels aka King Dj gingen wij een eerste geslaagde festival nacht in. Deze muzikale duizendpoot had een erg gevarieerde set samengesteld zodat hij voor iedereen iets goeds uit de platenbak graaide.

Op de eerste dag viel het hoge aantal bezoekers op en werd het al gezellig druk. Mooi zo!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

Ieper Hardcore Fest 2011 - 19de editie van Ieperfest is absolute topeditie!

Geschreven door

Ieper Hardcore Fest 2011 - 19de editie van Ieperfest is absolute topeditie!
Ieper Hardcore Fest 2011
Op vrijdag 12 augustus was Musiczine te gast in Ieper.  Voor de 19de keer al vond er het fijne Ieper Hardcore Fest plaats.  Wie aanwezig was of wie  in het verleden Ieperfest bezocht, zal beamen dat dit een van de best georganiseerde festivals is. 
Hoofpodium en Marquee staan vlak naast elkaar, geen enkele groep overlapt met een andere (de ene band start netjes  wanneer de andere gestopt is), geen ellenlange wachttijden aan de bar of aan de eetkraampjes (vanop de vele bankjes daar kun je lekker genieten van de optredens op de main stage),  een ruime(distro-) tent vol merchandising waar je bovendien ongestoord een praatje kunt maken met de meeste bands, camping en parking die letterlijk vlak naast de festivalsite liggen en dan hebben we nog niet gehad over het werkelijk verrukkelijke (weliswaar volledig vegetarische) eten dat ter plaatste bereid wordt…  Een dikke pluim dus voor de organisatie, Ieperfest is voor de bezoekers een verademing in vergelijking met vele  andere Belgische festivals.

Het belangrijkste item op een festival is natuurlijk de muziek en die is op Ieperfest meer dan de moeite waard.  Je zou kunnen stellen dat dit het ideale  festival  is voor de meerwaardezoeker binnen het hardere genre.  Zo  vinden we  uiteraard heel veel hardcore in al zijn varianten op de affiche maar daarnaast is er ook plaats voor ondermeer trash, grind, sludge en death metal, punkrock en zelfs postrock.  Naast zijn eigen favoriete bands kan de gemiddelde bezoeker op Ieperfest dus heel wat nieuwe zaken ontdekken.

De eerste band die wij op vrijdag meepikten in de gezellige Marquee was La Dispute.  Deze band uit Michigan wordt vaak in één adem genoemd met bands als Touché Amore (die we iets vroeger op de dag jammer genoeg misten), Make Do And Mend, Defeater en Pianos Become The Teeth.  Deze posthardcorebands noemen zichzelf  ‘The Wave’, wat ons betreft een leuke verzamelnaam voor enkele  van de meest fijne  en eigenzinnige bands die de VS de laatste jaren voortbracht  De heren van La Dispute haspelden op Ieperfest hun laatste show van een 3,5 weken durende tournee in Europa af maar leek ons desondanks nog zeer vitaal.  Hun fragiele, breekbare maar tegelijkertijd energieke en zeer experimentele muziek die refereert naar bands als At The Drive In, Thursday en The Mars Volta kon heel wat fans bekoren.  Het was vooral de kleine maar sympathieke frontman Jordan Dreyer die ons een prima indruk liet met zijn nerveuze vocalen die voortdurend balanceerden tussen zingen en extatisch roepen. La Dispute bracht zeer stevige versies van ondermeer “New Storms For Old Lovers”, “Edit Your Hometown”,  “Why It Scares Me” en “Sad Prayers For Guilty Bodies” waarbij ze ondersteuning kregen van  Jeremy Bolm, frontman van Touché Amore.  Een dikke show van een talentvolle formatie.

Op het hoofdpodium was het daarna de beurt aan Six ft Ditch, de hardcoreformatie uit het nabije Portsmouth.  Het was van 2007 geleden dat deze Britten nog present tekenden in Ieper en ze waren volgens eigen zeggen enorm blij terug te zijn.  De band staat garant een brutale portie murdercore  en het was duidelijk dat  heel wat aanwezigen hier duidelijk pap van lustten.  Six ft Ditch bracht op Ieperfest nogal wat songs van hun nieuwe album ‘Recreational Style’ waar de NYHC-invloeden duidelijk merkbaar zijn .  Het geluid van de band zat goed, de songs waren meer dan ok  maar jammer genoeg schoot de vlam nooit echt in de pijp.  Dit had alles te maken met de veel te lange pauzes tussen de nummers waardoor de vaart er nooit in kwam.

De sympatieke Zweden van Victims brachten in de Marquee een mix van metal en hardcore waarbij een band als Mothorhead nooit veraf was.  Jammer genoeg maakte het zaakje bitter weinig indruk op ons en na een handvol nummers trokken we richting Distro-tent om een praatje te maken met ondermeer de zanger van La Dispute die ons wist te melden dat hun vrienden van Defeater net afscheid genomen hebben van drummer Andy Reitz…

Ieperfest was enorm trots dat ze voor de eerste keer de legendarische heren van Strife op de affiche hadden.  Niet te veel lullen maar gewoon alles geven  lijkt ons het devies van deze heren uit Los Angeles.  Een absolute hoofdrol was er daarbij weggelegd voor zanger  Rick Rodney, een man die verdacht veel  leek op ene Sammy Tanghe uit het onvolprezen Eiland.  Rodney is ongetwijfeld een van de meest sympathieke frontmannen binnen de scène en werkelijk alles gaf die man op Ieperfest.  Dat hij daarbij op de  felbevochten Ieperse strijdvelden een stevige vleeswonde op zijn kale knikker opliep, was daarbij illustratief. Strife zorgde met hun  razendsnelle hardcoresongs  duidelijk voor een van de topmomenten van de dag .  Het ging er voortdurend lekker hectisch aan toe, vooral wanneer Rodney zelf de pit introk om z’n strijdliederen samen met de fans te brullen.

Aan Horse The Band om minstens even goed te doen in de Marquee… Strife evenaren was er misschien niet bij maar de show van deze Amerikanen was zeker de moeite waard. Horse The Band staat met hun nintendocore duidelijk voor een zeer  apart geluid.  Brute metalcore, jazzy geëxperimenteer en door videospelletjes beïnvloede deuntjes worden voortdurend afgewisseld.  Alle bliepjes en jengeltjes zitten bij deze muziek duidelijk perfect op hun plaats en alles wordt verweven in schitterende  riffs  en breaks wat ervoor zorgt   dat Horse The Band een unieke band is.  Het was voor de vele aanwezigen genieten geblazen met als absoluut uitschieter topnummer “Science Police” dat voor heerlijke vibes doorheen de tent zorgde. Heel opvallend  was ook  zanger Nathan die  ergens iets deed dat het midden hield  tussen grommen, krijsen en zingen .  De man met het onverstaanbare dialect kwam bij momenten nogal  vreemd over, deed fijne staaltjes body language  en trok  meer dan eens de petjes van voorbij rennende skydivers van hun hoofd.  Een geschift optreden van een geschifte band met al even geschifte muziek!

Sheer Terror  is een absolute pioneer binnen de New Yorkse hardcore-scène.  In hun carrière wist de band enkele legendarische albums te maken.  Vorig jaar maakten ze voor de tweede keer en na shows op verschillende continenten stonden ze nu  mooi op Ieperfest.  Wie denkt aan Sheer Terror, denkt vooral aan de zeer eigenwijze en cynische frontman Paul Bearer en ook in Ieper was de man niet anders. De fans konden genieten van de zware, lekker ouderwetse  hardcore van deze veteranen  met topnummers als “Love Songs For The Unloved”, “ Don’t Hate Me Because I’m Beatiful”, “Twisting and Turning” en “Bulldog”.   Tussen de songs door stal stand up comedian Bearer de show met zijn hilarische bindteksten, enkel een beetje jammer dat daardoor de vaart uit de show werd gehaald. 

Een beetje een vreemde eend in de bijt was het Britse And So I Watch You From Afar maar  dat kon de vele aanwezigen in de Marquee absoluut niet deren.  Dit kwartet uit Belfast heeft een ongelooflijke reputatie en bevestigde die probleemloos op Ieperfest.  Hun stevige, instrumentale combinatie van  postrock, mathrock en botte hardcore rolde als een tank doorheen de tent onder aanvoering van een waanzinnige drummer.  We werden werkelijk bedolven onder een mortiervuur van stevige gitaarbreaks en razendsnelle tempowisselingen.  De absolute sterkte van ASIWYFA is dat ze in deze lawine van geluid desondanks prachtige melodieën weten te verstoppen.
Deze show was alleszins een van de absolute hoogtepunten op Ieperfest!

Veel mensen waren duidelijk aan het wachten op de show van afsluiter Comeback Kid.  Deze Canadezen traden de voorbije jaren verschillende keren op in België en verwierven in die tijd een heuse fanbase.  Op Ieperfest bleek dat Comeback Kid door het vele touren een goed geoliede machine is geworden: maar liefst zestien nummers passeerden in sneltempo de revue en het viel op dat daar vrij weinig nummers uit hun laatste prima ‘Symptoms + Cures’ tussenzaten en opvallend veel van de oudere albums ‘Wake The Dead’ en ‘Turn It Around’.  Heel wat kids namen een duik van het podium, verschillende aanwezigen wilden daarbij  zanger Andrew Neufeld een handje helpen met het zingen in de microfoon maar die kon dat maar matig appreciëren.  Een klein minpuntje in deze overigens oerdegelijke show met als absolute uitschieters  de klassiekers “Lorelei”, “All in A Year”, “Because Of All”, “Wake The Dead” (waar Neufeld werkelijk overspoeld werd door een horde enthousiastelingen) en het daarbij aansluitende “Final Goodbye”. 

Een prima afsluiter dus van de eerste dag van het prima georganiseerde Ieper Hardcore Fest!  We geven nog mee dat begin 2012 de Wintereditie van dit festival plaatsvindt en meer bepaald op zaterdag 18 februari in JOC ‘Het Perron!

Organisatie: Ieperfest, Ieper

Binic Folks Blues Festival 2011 van 05 t/m 07 augustus 2011 - Uniek festival

Geschreven door

Binic Folks Blues Festival 2011 van 05 t/m 07 augustus 2011

Binic is een schilderachtig stadje van iets meer dan 3000 zielen gelegen in het hartje van de Côtes-d'Armor, net voorbij Saint-Brieuc. De streek kwam recentelijk in het nieuws wegens de massaal aangespoelde en blijkbaar giftige algen maar daar hebben we niets van gemerkt. Grootste troeven van Binic zijn het strand met zeezwembad, de jachthaven en sinds enkele jaren misschien ook wel het gratis Binic Folks Blues Festival.
Een ietwat misleidende naam (vandaar misschien die toevoeging van een 's' aan folk dit jaar?) want folk viel er niet te bespeuren tenzij je daar die enkele Australische singer-songwriters zoals Jamie Hutchings onder klasseert terwijl ze de blues meer in garagemiddens zochten. De unieke locatie (de twee podia staan aan beide uiteinden van een druk bezochte kaai vol restaurants, terrasjes en winkeltjes) zorgde voor een heel speciale sfeer die de grens tussen publiek en artiesten deed vervagen. Wanneer je langs de kaai wandelde moest je al echt moeite doen om geen muzikanten tegen te komen. Zo kon je er Johnny Walker maar liefst drie ‘galettes’ na elkaar zien verorberen, kersverse papa Brenn Beck kinderkleertjes zien checken in een boetiekje of James Leg er met een ongetwijfeld hardnekkige kater zijn ogen zien uitwrijven op zaterdagmorgen.
De meeste groepen speelden er trouwens elke avond wat ik op zich geen nadeel vond. Zo kon je er je favoriete groep meteen liefst drie keer aan het werk zien of kon je mits wat puzzelwerk alle groepen minstens één keer bewonderen. De affiche was volledig vrij van topnamen en de line-up leek eerder lukraak te zijn opgesteld. Zo vond de apotheose plaats op het kleinste podium (Place de la Cloche) terwijl de Franse one-man-band Chicken Diamond mocht afsluiten op het grotere Place Pommelec.

Op die Place Pommelec begon ik mijn driedaagse met Left Lane Cruiser en dat optreden alleen al leek me de verre verplaatsing te kunnen verantwoorden. Dit duo uit Fort Wayne, Indiana blijft me keer op keer verbazen. Met een verbeten intensiteit leken zanger-gitarist Freddy J. IV en drummer Brenn ‘Sausage Paw’ Beck de blues ter plekke opnieuw uit te vinden. Terwijl oudere nummers als "Big mama" en "Pork n' beans" het blijven doen kregen we ook enkele songs uit de nieuwe plaat (o.a. "Lost my mind") voor de kiezen en werd dit keer ook het hardere werk niet geschuwd. Met een verschroeiende slide, een onwaarschijnlijk rauwe stem en exploderende drums bewees Left Lane Cruiser één van de beste live-acts van het moment te zijn.

De Franse one-man-band Chicken Diamond was op zijn best als hij de blues van een flinke neut psychedelica voorzag. Behoorlijk meeslepend maar zijn covers van "Love in vain" (Robert Johnson) en "Waiting for my man" had hij achterwege mogen laten.

Daarna opnieuw een man alleen op het podium. Mark Porkchop Holder was me tot twee maal toe persoonlijk getipt door James Leg. Dit zwaargewicht (letterlijk) uit Chattanooga, Tennesseee zat in de allereerste versie van de Black Diamond Heavies maar moest al vlug om gezondheidsredenen afhaken. Waarna hij in de vergetelheid sukkelde tot hij nu plots weer boven water komt drijven en terecht. Dit natuurtalent bezorgde me meteen koude rillingen. Het ritme aangevend met een houten blok en een tamboerijn aan de voeten, soms uithalend op mondharmonica wekte hij met zijn National Steel gitaar de geesten van Robert en Blind Willie Johnson opnieuw tot leven terwijl hij voor ons ook nog een machtige cover van Johnny Cash' "Delia" haast achteloos uit de mouw schudde. Porkchop beschikt over een krachtige stem, misschien net iets te vlak, maar het is toch vooral op de gitaar, die reeds ferm aan het roesten was, waarschijnlijk door het zweet dat er voortdurend op droop, dat hij de ware meester is. Grappig moment : toen hij een gebroken snaar wou vervangen schoten meteen twee Franse vrijwilligers hem hierbij te hulp waarvan één bij gebrek aan iets nuttigers het publiek dan maar via de micro wat bezighield. Mark Porkchop Holder was beslist de ontdekking van Binic en hopelijk mogen we hem binnenkort ook eens verwelkomen in een Vlaamse club.

Johnny Walker zag ik maar liefst vier keer aan het werk (zijn collaboraties met andere groepen niet eens meegerekend) en dat was zeker geen keer teveel. Ondanks wat problemen met zijn been (waar op het podium overigens niets van te merken viel) voelde hij zich hier solo op het podium bijzonder goed in zijn vel. Hier geen Cut In The Hill Gang, Johnny viel volledig terug op het werk van de Soledad Brothers wat ik alleen maar kon toejuichen. Een subtiele gitaar en af en toe wat gepomp op de mondharmonica volstonden om zijn blues heerlijk te laten swingen en telkens weer wat dansers op zijn hand te krijgen. Naast de Soledad Brothers-nummers kregen we fijne covers van ondermeer Hound Dog Taylor, The Gun Club en Skip James. Tijdens "I'm so glad" van die laatste dat bijzonder hoog werd gezongen miste hij al eens een noot maar dat maakte hem alleen maar sympathieker. Na de wat tegenvallende Cut In The Hill Gang-concerten liet Johnny Walker de hoogtijdagen van de Soledad Brothers nog eens herleven. Schitterend muzikant.

Henry's Funeral Shoe uit Wales staat voor de broers Aled & Brenning Clifford. Zij vonden hoogstwaarschijnlijk hun inspiratie bij andere duo's, zoals The White Stripes of Le Chat Noir. Vette en soms behoorlijk heavy riffs, explosieve drums en een aparte, wat zeurderige stem volstonden moeiteloos om me bij de les te houden. Enige theatraliteit is hen niet vreemd en de zanger had de kniezwengel (wie kent die nog?) perfect onder de euh... knie. Voorzien van een humoristische toets dus en op 28 oktober mee te maken in de 4AD.

De jonge snaken van Radio Moscow (Ames, Iowa) houden het nog steeds bij de muziek van hun grootvader. Loodzware bluesrock met invloeden van The Cream en vooral Jimi Hendrix. Niet direct mijn cup of tea maar live was het er aangenaam een pint op drinken. Toen een jongen van de Franse band Dirty Deep wat op de mondharmonica kwam blazen was dat meer dan een welgekomen afwisseling.

Naar verluid waren Magnetix uit Bordeaux indrukwekkend maar ik zag slechts een flard wegens te lang op een terrasje gezeten.

Zeggen dat ik een fan ben van Black Diamond Heavies is haast een understatement en laat dat nu net de groep zijn waar ik enigszins gemengde gevoelens bij heb. Maar er zijn verzachtende omstandigheden. Vooreerst waren dit eigenlijk de Black Diamond Heavies niet maar James Leg met alweer een nieuwe drummer die op vrijdag voor het eerst samenspeelden. Bovendien had het organiserend comité ‘La Nef D Fous’ deze derde editie, na het succes van de Heavies vorig jaar, tot ‘James Leg’s Festival’ gedoopt wat de druk toch vrij groot moet hebben gemaakt. Tijdens de eerste avond zagen we James zijn Amerikaanse vrienden telkens enkele nummers vanop de eerste rij aanmoedigen. Je zou bijna denken uit een soort van verantwoordelijkheidsgevoel. De man werd voortdurend door talloze mensen aangesproken en leek werkelijk God daar in Binic. Had hij die druk wat weggespoeld met whisky? Feit was dat hij vrijdag behoorlijk beschonken op het podium verscheen en dat haalde de vaart volledig uit de anders altijd zo strak gespeelde set. Vanalles liep er mis en de hulp van Johnny Walker op het einde kon een uiteindelijke afgang niet vermijden. Erg pijnlijk.
Gelukkig kon hij nog revanche nemen en dat deed hij ook de tweede avond. Dit keer zoals in ‘the old days’ met vanaf het begin oude kompaan Mark Porkchop Holder op gitaar. Het bleef uiteraard rommelig, de mannen hadden in geen jaren meer samengespeeld, maar regelmatig vlogen er toch serieus vonken af. Soms liep het al eens fout : toen James "Georgia" inzette roffelde de drummer een andere drumpartij uit zijn sticks. Desondanks kregen we een meer dan behoorlijke set.
De derde avond begon James Leg (dit keer met Porkchop en Johnny Walker in de rangen) dan maar met het de vorige nacht de mist in gegane "Georgia" maar het nummer verdronk in de soep. Gelukkig beterde het geluid snel maar dan dook het spook van de whisky weer op. Op het podium alleen al dronk hij twee dubbele whisky's en twee flinke slokken uit een vanuit het publiek aangereikte fles. Dit keer kon hij echter terugvallen op een uitstekende Porkchop en Johnny Walker die het schip behoedden van kapseizen. Toen James even het publiek indook om daar wat mee te dansen werd nog maar eens duidelijk hoe populair hij daar wel is. Zo stormde een vrouw van reeds gevorderde leeftijd naar voor om hem toch maar eens te kunnen aanraken!

Na dit spektakel toonden Left Lane Cruiser hoe het echt moet. Strak zoals het hoort en dan ook een wereld van verschil. Als apotheose kwamen de Black Diamond Heavies Left Lane Cruiser vervoegen. Later kwamen ook nog wat Franse muzikanten meejammen. Leuk om te zien maar muzikaal stelt dit soort toestanden nooit veel voor. Ten slotte ging James Leg, intussen compleet lazarus, nog eens volledig uit zijn dak en speelde de bastoetsen met het klavier onder de arm en wat er al een tijdje zat aan te komen gebeurde dan ook : zijn zo gekoesterde Fender Rhodes ging tegen de vlakte. Het volk lustte er wel pap van maar voor mij hoefde dit allang niet meer. Het was een schitterend en uniek festival geweest, benieuwd of onze Franse vrienden hier volgend jaar een passend vervolg aan kunnen breien.

Organisatie: Binic Folks Blues Festival

Lokerse Feesten 2011: DAG 09: Arsenal - Interpol - Sharon Jones & The Dap-Kings

Geschreven door

Lokerse Feesten 2011: DAG 09: Arsenal - Interpol - Sharon Jones & The Dap-Kings
Je kent dat gevoel, maandenlang kijk je uit naar de komst van die ene band die nog op je live palmares ontbreekt, en dan ... Wat? Hoezo, exit The Baseball Project, de miskende supergroep rond de veteranen Steve Wynn, R.E.M.’s Peter Buck en The Minus 5 opperhoofd Scott McCaughey die afgelopen zaterdag normaliter hun eerste optreden ooit op Belgische bodem zouden komen geven? Bij zulke laattijdige annuleringen is de kans bovendien wel heel erg groot dat een Belgische band in extremis wordt opgetrommeld om het gat in de programmatie op te vullen. En ja hoor, onze Amerikaanse helden werden uiteindelijk vervangen door Customs, met voorsprong de beste coverband die Interpol zich kan indenken. Maar omdat nu eenmaal niets boven het origineel gaat, en ironisch genoeg onze New Yorkse vrienden diezelfde avond ook naar Lokeren waren afgezakt, lieten we de opener deze keer rustig aan ons voorbij gaan en werd er ondertussen wat gekletst met een bijzonder sympathieke (andere) Geert in de perscabine.

Hun muzikale copycat daargelaten, de heren van Customs hadden er intussen wel mooi voor gezorgd dat de hemelsluizen boven Lokeren nagenoeg volledig werden dichtgedraaid tegen de komst van SHARON JONES & THE DAP-KINGS (****). Kijk, we gaan er geen doekjes omwinden. Ook al is mijn hoofdredacteur volledig weg van een souldiva als Joss Stone, het brave kind met de bambi-ogen wordt gewoon weggeblazen wanneer ze ooit het podium zou moeten delen met Sharon Jones. Dit 55-jarige blackalicious manwijf timmert al sinds de 70ies gestaag aan de weg die haar uiteindelijk tot aan de top van de retro-soul beweging heeft gebracht. Wie erbij was in Lokeren stond met open mond te kijken hoe werkelijk elke vezel in het potige lijf van Jones stijf staat van de funky soul. Ze onderscheidt zich met sprekend gemak van de meer statische neo-soul diva’s genre Stone of Badu door haar rauwe en agressieve stem en de wilde mimiek die ze al van kindsbeen af imiteerde van haar soulbrother James Brown.
We zouden bij zoveel lyrische lofzang op Jones bijna vergeten dat er verder nog tien man op het podium stond die zich laten aanspreken als The Dap-Kings, een uiterst hecht collectief van snarenplukkers, percussionisten, blazers en backing vocalisten dat ooit op een blauwe maandag werd ingehuurd door Amy Winehouse om een aantal nummers in te blikken voor haar opus magnum ‘Back In Black’. The Dap-Kings doen de retestrakke en rauwe Stax sound helemaal herleven en weten de vocale improvisaties van Jones moeiteloos op te vangen. Improviseren zit Jones namelijk in het bloed. Al wie zich te dicht richting frontstage waagt loopt immers het risico om uit de massa te worden geplukt en on stage een body-to-body met Jones te ondergaan. In het geval van een gezellige punk zorgde dit voor een sterk staaltje body talk, maar wanneer deze eer te beurt viel aan een bedeesde tiener tijdens “Be Easy” dreigde alles toch een beetje genant te worden.
Een in het zweet gewerkte Jones en haar mighty Dap-Kings hadden gerust ook de rest van de avond kunnen opvullen zonder dat de verveling ook maar even de kop zou opsteken, maar toen plots bleek dat er hen nog slechts anderhalve minuut restte moesten ze wat hals over kop afscheid nemen met een ingekort doch stomend “100 Days, 100 Nights”. We gunnen Aretha Franklin best wel nog een aantal jaartjes, maar wat ons betreft doet de voormalige Queen Of Soul beter nu al troonsafstand.

Een band als INTERPOL (****) zou dit jaar zeker niet hebben misstaan op Pukkelpop om het toch wat magere lijstje headliners aldaar wat aan te dikken, maar kijk, Chokri en Eppo werden in snelheid gepakt door hun Lokerse collega’s voor wat één van de absolute hoogtepunten van de festivaltiendaagse zou worden. Het New Yorkse postpunkgezelschap mag op haar jongste twee albums dan wel wat ter plaatse zijn blijven trappelen, met hun live reputatie is het sinds hun klassieke debuut ‘Turn On The Bright Lights’ (’02) enkel maar crescendo gegaan. Uit die eersteling kregen we al vroeg een snedig “Say Hello To The Angels” voorgeschoteld, trouwens het beste nummer dat Morrissey & Marr vergaten te schrijven. Andere klassiekers uit de Interpol catalogus zoals “NARC”, “Evil” en “C’mere” bewijzen nog steeds met verve dat je ook creatief met de erfenis van Joy Division en The Chameleons kan omspringen. En ja, zelfs nummers uit het toch wat middelmatige laatste album zoals “Barricade”, “Summer Well” en “Memory Serves” wist de groep moeiteloos in de set binnen te smokkelen zonder zichzelf in de voet te schieten.
In elk zichzelf respecterend  postpunk decor horen geen opruiende bindteksten of flauwe one-liners, en dat heeft frontman Paul Banks maar al te goed begrepen. Daar waar een genregenoot als Editors zich wel eens durft te buiten gaan aan stadiumposes blijft Interpol de nodige afstand bewaren tussen mythe en werkelijkheid. Een gitzwarte werkelijkheid, dat wel, waarin de jongste aanwinst en voormalig Animal Collective bassist Brad Truax nu ook volledig zijn draai lijkt te hebben gevonden.
De vijf kwartier die Banks & co toebedeeld kregen waren eigenlijk zo om, wat voor ons nog steeds geldt als het beste bewijs dat we hier een beklijvend optreden kregen voorgeschoteld. Banks nam voorzichtig afscheid door het publiek te bedanken voor hun warme ontvangst en de mededeling dat er nog ‘a couple more songs’ zouden volgen. Een understatement zo bleek, want het bleek te gaan om het indrukwekkende trio “Slow Hands”, “Not Even Jail” en “Obstacle 1”.
Chokri & Eppo, eat your heart out!

De meute langs de Grote Kaai was intussen flink aangedikt voor afsluiter ARSENAL (**) die hun feestje van een paar dagen voordien in de tent van Dranouter nog eens mochten komen overdoen. Toegegeven, de op exotische beats drijvende worldpop van Hendrik Willemyns en John Roan is niet onmiddellijk onze cup of tea. Het Lokerse publiek zal dit echter (paarden)worst wezen, want vanaf grijsgedraaide opener “Melvin” werd prompt een nationaal zangfeest ingezet en gingen de handjes vlotjes op elkaar. Arsenal vervulde dus perfect de rol van publiekstrekker op de voorlaatste dag van het Lokerse muziekfestijn, maar hun resem meezing anthems moesten het wat spankracht en intensiteit betreft toch afleggen tegen de memorable sets van Sharon Jones en Interpol. Minderheden met afwijkende meningen? Nu weten we eindelijk ook eens hoe dat voelt …

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Festival Dranouter 2011: zondag 7 augustus 2011

Geschreven door

Festival Dranouter 2011: zondag 7 augustus 2011
Na een helse zaterdagnacht in de modder, hoopten we op de afsluitende dag op beter weer en inderdaad ondanks de regen voordien hadden we net als de vrijdag een bewolkte dag en tussenin de zon; het terrein bleef grotendeels droog. We konden zonder moeite het terrein op om de artiesten aan het werk te zien, en maakten er een fijne familiedag van. Het was wel zo dat het vele dagjesmensen, (jonge) gezinnen en late beslissers weerhield de weersomstandigheid te trotseren. De trouwe Dranouter festivalganger kregen ze inderdaad nog niet klein. Al bij al opnieuw een geslaagde dag …

Katzenjammer was al meteen de vrolijke eend in de bijt op zondagnamiddag . Ze zijn zo beetje de vaste vrouwelijke gasten geworden van de organisatie, want ze werden al een paar keer gecontacteerd op het festival en in ‘t Folk. De vier Noorse deernes uit Oslo gaan een succesvol jaar tegemoet, want de fris sprankelende plaat ‘Le Pop’ werkt aanstekelijk; ze brachten hun eigenwijze en gevoelige folkloristische Scandinavische muziek onder in een onstuimige mix van klezmer, mariachi, hoempa, circusdeunen, zigeunermuziek en bluegrass. In het najaar zien we hen zelfs in de AB. Een nieuwe cd mogen we in het najaar verwachten en de dames stelden er al enkele songs van voor, die  in eerste instantie toegankelijk klinken en meer richting pop gaan. De speelse droomwereld en het entertainment gehalte blijft behouden . De dames als multi-instrumentalisten en hun elfen ’acapella’ zang, stoomde en naast een soort ‘french can can’ gevoel, staan ze garant voor enkele ingenieuze covers, waaronder Genesis’ “Land of Confusion. Verwarrend en verrassend klinkt hun kattengejank wel, met de opvallende balalaikabas in het vizier … Katzenjammer was leuk op deze afsluitende dag!

We kijken al uit naar de najaarsconcerten van CW Stoneking, de Australiër die getipt wordt als een van de doorbraakartiesten . Hij kwam al in de spotlights in de Bota en terecht , want de mengeling van de Dylans ‘subterranean homesick blues’’, 30’s doowop, jumpin jive en jazz zorgde voor een opvallende boombalswing. De ‘coole man in white’ met z’n doorleefde in whiskey gedrenkte stem tokkelde op banjo en gitaar en was aangevuld met blazers en een contrabas. Net als op de plaat wordt het als ‘Jungle blues’ omschreven, die de Clubtent in een authentieke jaren ‘30 nachtclub omtoverde. Invloeden van uit de oude doos van Robert Johnson, Leadbelly en Blind Willie McTell. Hij profileerde zich als een jonge Seasick Steve. dit was de Mississippi delta blues, letterlijk ‘from the graveyard …’.

Het Londense Oi Va Voi staat bekend voor hun broeierige mix van pop, folklore, zigeunermuziek, klezmer en jazz. De brede, sfeervolle aanpak, die opzwepender kan klinken, siert de band. Ze hebben trouwens al voorname artiesten voortgebracht als violiste Sophie Solomon en de zangeressen KT Tunstall en Alice MacLaughlan, die een solocarrière uitbouwden. Hun dromerige, aanstekelijke groovy sound op z’n Red Snappers overtuigde en kreeg elan met een zanger die hoog kon uithalen, en een zangeres die de soul op de juiste plaats had.

We namen nog iets mee van Villagers, het project van de Ierse sing/songwriter Conor J. O’Brien, Hij put trouwens  uit de traditie van de Brits/Ierse folkmuziek en de onvolprezen Elliott Smith. Hij is in één adem op te noemen met het werk van Bright Eyes en Bon Iver. Spijtig genoeg was hij nog onvoldoende gekend bij het Dranouterpubliek met z’n intieme, hartverwarmende muziek, gekenmerkt van een sterke opbouw. Ook John Grant, later op de avond, was iets apart! Hij speelde het materiaal van z’n ‘Queen of Denmark’ op piano en werd bijgestaan door een toetsenist. Grant, toch al getekend door het leven, bracht sober, elegant en ruw de songs, geflankeerd door z’n baritonzang.

De Ierse sing/songwriter Luka Bloom was de curator van het festival en had eerder het jaar al een succesvolle theatertournee op zitten. ‘Riverside’, ‘The acoustic motorbike’ en ‘Turf’ zijn alvast in het geheugen gegrift. De charismatische zanger/gitarist speelt solo alsof hij met twee gitaren tegelijk speelt. Hij was vandaag de eerste artiest die heel wat volk naar de Kayam tent dreef. “Love is a place I dream of” en “City of Chicago” effenden het pad van de puike set, de sober gespeelde “To make you feel my love” en “Diane” ontroerden, en toen een accordeonist, een violist en een tweede gitarist erbij kwamen, klonk het geheel intenser en traditioneler binnen de folkwortels. Het laat hem ook niet los wat er rond hem in de wereld gebeurt. Eva De Roovere kwam erbij voor “Sunny sailor boy” en een dynamisch “You couldn’t have come at a better time” besloot het fijne, heerlijke concert van de immer sympathieke troubadour …

De Leuvense sing/songschrijver Jonathan Vandenbroeck aka Milow is groot geworden. Op een paar jaar tijd krijgt hij het ticketje van headliner. Ook hij is zo’n beetje een vriend des Dranouters. Tot voor kort was dit het enige concert op een festival (zal nog te zien zijn op Pukemarock Puurs). Hij bracht uiterst genietbare, hapklare poprock (kon wel eens stevig uithalen), enkele neofolky ‘on the road’ en campfire songs die  van ‘7 tot 77’ konden boeien. De charismatische Milow deed vele harten smelten, had een goed spelende band achter zich en heeft met Nina Babet een sterke backing vocaliste . Tijdens de ‘Milow’ pop stond ‘North & South’ in de spotlights en hadden we een puike hitreeks als “You don’t know”, “Never gonna stop”, “You & me “(met een flard “You can call me All”), “Little in the middle” en “Ayo technology” , waarop de gsms en aanstekers de lucht ingingen. Massaal werden de refreinen meegezongen. Milow kwam heel sterk voor de dag!

Tot slot Ben Harper, die een tweede adem heeft herontdekt sinds hij met The Relentless7 een paar jaar terug een plaat opnam en op tournee trok. ‘White lies for dark times’ en het recente ‘Give till it’s gone’ bevatten snedige, energieke songs. De belangstelling was merkelijk minder dan bij de twee vorige artiesten in de Kayam. Hij gaf de songs met z’n slidegitaar een vinnige trek en gaf ruimte aan z’n bandleden . Gitaar en drumsoli drongen door in het strakke materiaal als “Number with no name”, “Faded”, “Burn to shine”, “Rock’n’roll is free” en “Diamonds on the inside”. Hij gaf met z’n (nieuwe?) begeleidingsband de songs extra geladenheid.
Harper besloot een drassige Festival Dranouter editie, die van de festivalganger veel energie had gevraagd.

Neem gerust een kijkje naar de pics van de bevriende collega’s Indiestyle http://www.pbase.com/pieter_73/dranouter_festival_2011 (Pieter V) http://www.musiczine.net/nl/fotos/dranouter-2011/

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

 

Pagina 108 van 143