logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Kreator - 25/03...
Festivalreviews

Rock Werchter 2011 - donderdag 30 juni 2011

Rock Werchter 2011: donderdag 30 juni 2011
Editie 37 van Rock Werchter was er terug eentje om van te genieten . Rock Werchter blijft Vlaanderens grootste en is het best georganiseerde festival ter wereld. Een gevarieerde affiche, een tevreden publiek, een tevreden organisatie ...
Om de vier vurige dagen Werchter mee te kunnen maken en het muzikaal vol te houden was een goede conditie opportuun.
De drank- en een zeer divers aanbod van eetstandjes waren mooi afgebakend. Een primeur: Werchter had de eerste mosselen van 2011.
Het bezoekersrecord werd opnieuw bijgesteld, met bijna 83000 ferstivalgangers per dag. De Shelter, het rustpunt voorbij de Marquee en de veilige tournipit (vooraan de Mainstage) deden hun werk.
Rock Werchter is een festival van alle leeftijden, maar jong en oud houden er hun eigen bands en stijl op na. Duidelijk was met al de bands en acts dat ‘rock’ en ‘dance’ ‘hip’ blijven. ‘Kei-nijg’ dus!

We houden het in het oog of er wordt uitgeweken naar Burstem voor een meerpodiafestival. We moeten voorbereid zijn, gezien de conditie nog zal moeten worden aangescherpt …

Een overzicht van de indrukken van de concerten – ‘Ready to Rock Werchter 2011’…

dag 1: donderdag 30 juni 2011
Een eerste goede festivaldag noteerden we met fijne gigs van QOSA, Eels, Aloe Blacc, Warpaint en Seasick Steve  en grillig (overtuigende) sets van James Blake en TV on the radio.
Een dagje afwisselende stijlen …

De 37 ste editie van RW beukte los met de hiphoppers van OFWGKTA ( = Odd Future Wolf Gang Kill Them All). De gekke bende met hun giftige, werende en verwijtende teksten, vlogen er meteen in. Veel poeha. De DJ sloeg al wild om zich heen met enkele r&b hits en dubstep remixes. De eerste MC wist wel dat hij op ‘a great big festival in Belgium’ stond en deed de champagne knallen. Een heel leger MC’s volgden om de hiphop en de ‘angry, agressive’ raps te ondersteunen . Woorden als ‘fxx’, ‘shits’, ‘bitches’, ‘cops’ waren plots dagdagelijks taalgebruik.
Hiphop, drum’n’bass, r&b en dubstep … Later in de set werd het al wat gematigder en hoorden we meer slepende beats. Eén van de MC’s had een gebroken voet, maar het belette niet hinkend heen en weer te hollen. Of ze een blijver zullen zijn is iets anders maar RW was op gang geschoten.

De vier lieftallige en mooi ogende dames van Warpaint uit LA gaan een mooie toekomst tegemoet. Op RW overtuigden ze sterk. Eerder waren ze al in het clubcircuit te zien, o.m. in de Bota en op Les Inrocks (Lille). Deze namiddag klonk hun etherische wavepop krachtiger. De openers “Warpaint” en “Bees” illustreerden het. Hemelse vocals en een harmonieuze samenzang in een galmbadje waaide over de songs. De sound had een sfeervolle, dromerige benadering, was fris en behield een donkere, broeierige intensiteit.
Coctau Twins, The Mazzy Star, Lush en The Cranes versmolten in een origineel aangepakte, bezwerende rocktrip. “Undertow” en “Majesty” waren als stropende honig en een lang uitgesponnen “Beetles” zinderde na …

De immer sympathieke ouwe bluesrat Seasick Steve is nu al sedert enkele jaren een vaste waarde geworden op de grote festivals. Zijn act mag dan al voor een groot stuk voorspelbaar geworden zijn, het publiek blijft hem omhelzen als hun geliefkoosde knuffelbeer.
Zijn rauwe authentieke blues, gespeeld op verhakkelde gitaren of omgebouwde wieldoppen, blijft het zeer goed doen en klinkt alom verfrissend op de Werchterse weide. “You can’t teach an old dog new tricks” is de veelzeggende stuiterende titelsong van diens nieuwe plaat. Zo is het maar net.
Seasick Steve, in Werchter voor de gelegenheid in de rug gesteund door Zep bassist John Paul Jones, bedient zich steevast van dezelfde trucjes, maar de boogie en levendigheid druipen er nog steeds van af en daarom blijven wij de man en zijn muziek koesteren.

Niet écht eenvoudige, traditionele pop horen we op de cd’s van het NYse combo TV On The Radio. Ze hebben al aardig wat platen uit en onlangs verscheen ‘Nine types of light’, hun meest toegankelijke. Eerder het jaar verloor, onder het bepalende trio Tunde Adebimpe / Kyp Malone en geluidsarchitect Dave Sitek, het gezelschap hun bassist Gerard Smith, die de strijd tegen longkanker verloor.
Een muzikale rijkdom van pop, rock, soul, funk, hiphop, wave, jazz en postpunk en al even rijkelijk werd geput uit de verschillende platen. Geestdriftig klonken ze, wat een stomende, noeste en woeste set opleverde van songs met een intens, broeierige spanning. Warm, aanstekelijk, rauw, hoekig, snedig, strak en opzwepend …
De complexe muziek werd erg uitgebalanceerd, aangevuld met blazers, waarbij vooral de schuiftrompet een meerwaarde was. Blanke en zwarte muziek kwamen hier samen. Al van bij opener “Halfway home” hadden Adebimpe en Co ons bij het nekvel. Bij “Wolf like me” lieten ze ons pas los … 

Als enige band van het ganse weekend kregen The Hives af te rekenen met een portie regen, dat kon hen en het publiek helemaal niet deren en hun set barste dan ook naar goede gewoonte van de energie. Rauwe punk- en garagerocksongs rechtstreeks vanuit de onderbuik met daarbovenop die typische overacting en opschepperij van zanger en professioneel overdrijver Pelle Almqvist. De man is al een act op zich, sommigen kunnen die kerel daarom niet uitstaan, wij daarentegen vinden het een fantastische gast. Er zit een nieuwe Hives plaat aan te komen en de songs daaruit klonken lekker strak en aanstekelijk, typisch Hives dus. Met daarnaast een handvol klassieker als “Hate to say I told you so”, “Main offender” en “Tick tick boom” kon het feestje niet meer stuk. Wat kan het leven simpel zijn.

De dertigjarige E. Nathaniel Dawkins aka Aloe Blacc debuteerde met een puike retrosoulplaat, ‘Good things’, meteen een schot in de roos. De aanstekelijke single “I need a dollar” was daar verantwoordelijk voor, én werd al één van de hits van 2011, een combinatie van smachtende rock, dampende funkbeats en een swingende groove, ééntje die inwerkte op de dansspieren.
Live was Blacc eerder zwoel, swampy en heupwiegend; we hoorden lichtvoetig ‘feelgood’, lekker wegdromende retrosoulpop. Zorgeloos genieten met een keerzijde van soul zonder ziel. De swing’n’grooves hadden we op “You make me smile”, de Velvet Undergrounds “Femme fatale”, de grote hit “I need a doller” en het afsluitende “Loving you”.
De regenbui hitste het volgepakte publiek in de Marquee op. De zanger werd geruggensteund door een goed begeleidende band; de blazerssectie en de toetsen gaven de retrosoulfunkende pop elan met een reggae tune.

Anouk zagen we in de verte. Zij is een succesformule bij de organisatie van RW, die het publiek op haar knieën krijgt met haar melodieuze FM-rock. De privé perikelen hebben haar diep geraakt en dat heeft haar imago en uitstraling aangetast, en zorgde ervoor dat de set wat eenvormig was en ineenzakte. Minder dynamiek en intensiteit ondanks een hecht spelende band en backing vocalistes … OK, opener “Girl”, “Nobody’s wife” en “Killer bee” hielden er de bubbels in …

Voor wie hem mistte in de Botanique of  in de GrandMix, Tourcoing was het nu de uitgelezen kans om James Blake aan het werk te zien. Hij werd één van de hypes in het voorjaar met Feist’s cover “Limit to your love”. Op z’n doorbraakalbum horen we bloedstollend werk die door sobere trippoppende, traag slepende elektronicasounds, diepe basses, dubs, akoestische -, elektrische gitaar en ingehouden drumpartijen en cimbaalwerk elan krijgt. We moesten even aanpassen tav de andere acts op het festival, maar wie houdt van de plaat, hield van het concert.
Voor wie het eerder houdt op de doorbraaksingle en “The WilhelmScream”, was de rest eerder kleurloos. De meningen waren dan ook verdeeld van Blake’s sober klankenspectrum. Velen vertrokken dan ook na de gekende hit …
Bijna klassiek klonk het, en de sound intrigeerde door de zwaar aangezette elektronicapartijen, repetitieve ritmes, soul en dubs zoals op “I never learnt to share” … Door de fans bejubeld, door anderen …

Een tornado genaamd Queens of The Stone Age raasde over Werchter en nam alles wat die op zijn weg vond met volle kracht mee. Wij hebben The Queens nog nooit strakker, heter, harder of vinniger bezig gezien dan vandaag. De band had nog maar net een clubtournee achter de rug waarin ze hun debuutplaat nog eens integraal voorstelden maar hier werd voor een soort best of gekozen, met gloeiende versies van ondermeer “The lost art of keeping a secret”, “Little sister”, “Go withe the flow” en een verpletterend “No one knows”.
Josh Homme mocht er dan al eentje te veel op hebben, hij bleek er uiterst veel zin in te hebben om een portie hevig stomende rock’n’roll op de weide af te vuren. Missie meer dan geslaagd, zo waren The Queens met grote voorsprong de grote winnaars van dag 1.


Eels is nu al een goed jaar op tour met een standvastige begeleidingsband die het drieluik van ‘Hombre Lobo’ een ZZ Top baard geven. Vorig jaar zagen we het bebaarde combo met kapitein Mark ‘E Haddock’ Everett een emotievolle, strakke set spelen op Pukkelpop, waarbij de nummers in een  nieuw fris arrangementje werden gestopt. Een
fikse geut garagerock, bluesrock en gospel kregen ze mee. Ook de blazersoffensief was hier verantwoordelijk voor. Een prachtig muzikaal web van instrumenten.
Hij grossierde door z’n rijkelijk gevulde oeuvre. Het concert was meer dan af; Eels werd bejubeld en op handen gedragen. Onder de indruk waren ze van het onthaal na hun intimistische song “That look you gave that guy”. Ontroerd was band als publiek. E voelde zich als een beatle. Dit was het sterkste onthaal ooit dat hij verkreeg. De weg naar deze climax  werd gebracht door afwisselende uitvoeringen van o.m. “Flyswatter”, “That’s not really funny”, “My beloved monster”, “Love of the loveless” en “Saturday morning”, die een paar alternatieve tics kregen. “Hot fun in the summertime”, een cover van Sly & The Family Stone, klonk uitgelaten en werd door de verschillende leden vocaal aangepakt.
De donkere wolken zijn verdwenen uit E’s leven. Op humoristische wijze werd de band uitgebreid voorgesteld en dat was de aanzet naar een puike ‘closing final’, van het gevoelige “novocaine for the soul” naar snedige rockers “I like birds” en “Souljacker”. “Looking up” besloot op funkende en gospelachtige wijze de gevarieerde overtuigende set. Deze man blijven we trouw …

Het Amerikaanse Linkin Park uit LA zagen we in een ver verleden (2001) met de Deftones in de Brielpoort, Deinze (waar is de tijd heen van deze zaal in onze buurt …). Op vallend hoe het jonge volkje te vinden was voor de emorock/postmetal heren. Samen met Korn, Incubus, Limp Bizkit en System of a down gaven ze de sound een bepalende push onder de raps en zang van het duo Mike Shenoda / Chester Bennington. Het laatste album ‘A thousand suns’ kent nogal wat ups & downs en focust zich op elektronische en experimentele snufjes. Het belette de pret vooraan niet en de belangstelling bleef groot, gezien het veel te lang geleden was dat zij hier nog hadden opgetreden …
Na “Papercut” kwam het recentere werk aan bod, o.m. “Given up”, “What I’ve done”, “When they come for me”, “No more sorrow” en “Waiting for the end”.
Favorieten, in het tweede deel van de set, zorgden voor een groots feestje; krachtige rockers dus met “Numb”,  “Breaking the habit”, “Crawling”, “In the end” en “One step closer”. Faith No More fans konden hun vingers likken bij zo’n reeks … Indrukwekkende visuals en lights gaven elan aan de LP show ...

Ook Liam Gallagher was weer zijn eigenste zelf, wat in tegenstelling tot bij Josh Homme géén goed nieuws was. Wij hebben Oasis altijd al een zwaar over het paard getilde band gevonden, maar wij wilden Beady Eye toch een kans geven omdat we vonden dat er op die debuutplaat ‘Different gear, still speeding’ wel wat aardige dingen stonden. Helaas, Gallagher draafde gans de tijd door op die typisch zeurderige toon van hem en zijn bandleden stonden ook maar wat ongeïnteresseerd aan te modderen. Ze waren wel allemaal van te voren naar de door Liam aangestelde coiffeur geweest, want kapsels zijn in het aanstellerige Britpop wereldje altijd al minstens even belangrijk geweest dan de muziek zelf.
Het leek alsof tot vervelens toe telkenmale dezelfde song werd ingezet, wij konden een paar forse geeuwen echt niet meer onderdrukken en lieten bijgevolg wijselijk Beady Eye maar voor wat het was (Oasis zonder u weet wel wie, meer bepaald).
Zowaar nog slaapverwekkender dan Oasis zelf. We hadden al eens Fxx Oasis , nu Fxx … Hadden we toch niet beter gekozen voor Linkin Park? Zo ver zouden ze een mens drijven.  

De ‘block rockin’ beats en chemical beats’ van de electrogrootheden Ed Symons en Tom rowland The Chemical Brothers klinkt meer & meer oubolliger. Er zit sleet op de ‘chemical’ formule; de laatste platen ‘We are the night’ en ‘Further’ hebben niet meer die plakkende singles die een stomende nachtelijke Werchter cocktailparty geven.
De sterkste songs blijven van vroeger en die werden niet vergeten. In een muzikale mix van pompende beats, bleeps&beats, opbouwende trance, zalvende soundscapes en neurotische sounds hadden we o.m. “Do it again”, “Chemical beats”, “Out of control”, “Star guitar”, “Hey boy Hey girl”, “Believe”, “Leave home”, “Galvanize” en de “Blockrockin’ beats” … Chemical Brothers op hun best … maar ze verrassen niet meer. Knap blijven de visuals, neerdalende kolommen, stroboscopen en lasers waarrond de 2 heren zich bevinden. Ze zullen zich eventjes moeten herbronnen en kijken hoe dubstep hen bereikt … Op die manier kunnen ze de Magnetic Man’s afbuigen …

Organisatie: Live Nation - Rock Werchter

Main Square Festival 2011: zondag 3 juli 2011

Geschreven door

Main Square Festival 2011: zondag 3 juli 2011
Dag drie van Main Square Arras startte alweer onder een stralende zon en een bijhorende loomheid die de meute als een vermoeide en hongerige baby de hele dag rond het tepelhof van de Citadel deed cirkelen. Er zou muzikaal geen opzwepend vervolg aan komen, maar wel eentje waar we naar uit gekeken hadden. Vol verwachtingen die niet altijd even straf ingelost zouden blijken.

Rival Sons
Een grote toekomst wordt hen voorspeld, maar verder dan de opener van dag drie op Main Square geraakten de Rival Sons uit Los Angeles nog niet. In hun achterzak zaten hele stukken soul en blues en pakjes Beatles en Led Zeppelin. Een eye-opener noemt men dit en ze brachten rockende blues met alles wat het moet hebben, niet in het minst gedragen door zanger Ray Buchanan.

Manceau

Naar (goeie?) gewoonte staat er altijd wat Frans talent op de affiche En naar (goeie!!) gewoonte staan die ook heel vroeg. Zoals saai-poppie Manceau op de Greenroom. Voilà, ze zijn vermeld. Dat is al méér dan voldoende.

Charles Bradley

Een oudere zwarte medemens en selfmade man (van schoenenpoetser tot muzikant) midden in de namiddag én op de frontstage. We waren benieuwd. En het was chillen bij het rustige funky geluid van de zeskoppige band, al stond de bass iets te luid. Toch zorgde het nadrukkelijk aanwezige blazersduo voor de zomerse vibe die sowieso al over de Citadelplaats hing. Zelf kwam de 63-jarige zanger maar enkele nummertjes meedoen. We waren er gebleven was er niet….

 Evaline
                     …geweest op de Greenroomwei. Want ook de jonge Californiërs wilden we even ontdekken en ontleden. Amper een week eerder hadden ze hun eerste album-cd  uit (‘Woven Material’), al maken ze wel al vijf jaar naam en faam in de States waar ze naar verluidt een grote aanhang hebben. Een tour in Europa moest hun eersteling dus promoten.
Het duurde even voor we gewend waren aan de stem van leadsinger Richard Perry, maar het groeide naar een niveau dat ons – ook Radiohead en White Lies lovers – behoorlijk bekoorde. Energetisch, een stage credibility (al lijkt het bij de zanger wel erover) en enkele sterke nummers. Hun cover van de folk traditional “God’s gonna cut you down” (zie Moby en Johnny Cash) was behoorlijk af. ‘We like’, maar nog even groeien voor je stante pede van het podium jumpt en gaat handjes schudden na je eerste act in Frankrijk. Of God’s gonna cut you down, son!

Bruno Mars / I Blame Coco

Wij – maar wie zijn wij – hadden voor één keer toch de twee bands van ‘na de vieren’ gewisseld. Hoewel, Bruno Mars hield wel behoorlijk veel geïnteresseerden vast op de stenen wei en dat zal dan met het softe amusementsgehalte te maken hebben. Maar wij verkozen I Blame Coco, met een Zweeds bolletje op de a. En op de graswei, al veerde (en bleef ook) iedereen recht voor de zowel qua stem als gezichtstrekken onmiskenbare dochter van de man wiens naam we niet gaan noemen maar die ooit frontman van The Police was. Nee, we beoordelen haar niet op haar plantenkastinvloeden of haar genen, wel op haar muziek.
En die klonk goed. Eventjes een stemuitschuivertje wel die namiddag – een ongelukje? - maar het vijftal bracht aangename stevige songs, die zelfs een beweginkje meer dan zomaar heupshakers teweeg brachten: pretentieloos en bijna preuts gebracht. Al zit er aan het schaapachtige vachtje wellicht een krolse kat vast. Charmant, maar bijtgraag, vrezen we.
Op de terugweg toch nog even wat tonen van Hawaiiman Bruno Mars opgevangen. ‘Lazy song’, leuk zomers deuntje. En den Bruno heeft iets wat vooral meisjes begeren. Misschien hadden wij daarom dan weer I Blame Coco aangestipt.

Elbow

Frankrijk moest nog overwonnen worden voor Guy Garvey en zijn klasse-orkest. Eigenaardig wel, toch al tien jaar na hun eerste album ‘Asleep in the Black’. Goed, de mannen uit de slums van Manchester werkten gestaag aan hun opgang, maar België viel al een tijd terug aan hun voeten, wij incluis toen we in de AB overrompeld werden door de serene schoonheid van de Britse bard.
Ze stonden er dus in Frankrijk, al was het die zondag in Arras nog meer de vraag hoeveel aanwezigen ‘skild en vriend’ niet konden retourneren. Alsof ze met bussen gedropt waren, de voertaal was (West-)Vlaams. Behalve als je iets wou bestellen. Maar zelfs daar kreeg je een ‘small ?’ als antwoord op de bestelling van een pint. Dus Frankrijk veroveren was een halve illusie, al diepte Guy zijn beste ‘merci beaucoups’ op.
Maar Elbow dus. Indrukwekkende teddybeer die met een woord, een geste, een geluid het hele plein kreeg waar hij ze wou. (Looking back is for the) “The Birds” overvleugelde en verstilde meteen de toehoorders  die even later op “The bones of you” een stevigere elleboog ingepord kregen. Zo intens diepzinnig zijn teksten en doordringend zijn melodieën, zo simpel kreeg hij de handjes mee en orkestreerde hij zelfs meezingmomenten. Het voelde niet eens onnatuurlijk aan. Misschien ook door de warmte die de loomheid onderschreef. Muzikaal was het opnieuw af: de juiste blaasmomenten, de juiste strijkmomenten, de juiste gitaarmomenten. Genieten dus, ook van de paar snaren uit hun nieuwste album ‘Build a rocket’.

Puggy

Het ‘zogezegd Belgische’ Puggy (Een Engelsman, een Fransman en een Zweed residerend in Brussel) probeerde ook de grote massa te bereiken door een tandje hoger te draaien op het podium ernaast. Wat Garvey ertoe aanzette om even mee te geven: ‘Can someone tell them to keep it down next door?’. Dat de Elbowband – zoals Garvey zelf meegaf – niet veel geslapen had want ze kwamen recht van Werchter – viel nergens uit op te maken. Of hij nu ‘bonjour’ of ‘bonsoir’ moest zeggen, zal daar niets mee te maken gehad hebben. En zijn anti-rechts politiek statement is ook geen vermoeide verspreking maar een vaste steek. Al hoeft dat niet echt.

PJ Harvey / Julian Perretta

We gingen niet voor de 21-jarige Londener Perretta, al begon die een kwartiertje eerder dan PJ Harvey. De tegenstroom om onverrichterzake terug te keren en een genietbare plek te zoeken was immers niet te bevaren. Groot was onze verwachting, temeer daar we Polly Jean ooit nog op Torhout aan het werk zagen. Maar even groot onze teleurstelling. Het blijft een speciale madam: verlegen, dat mag, maar de haast arrogante apathie leek ons iets te ver gaand. Tussen de nummers door, die muzikaal uiteraard ok waren maar waar haar stem soms niet echt bovenuit torende, nam ze alle tijd, was allerminst geïnteresseerd in een band met het publiek en ze wisselde om de haverklap van instrument (electroharp en gitaar) wat in het manoeuvreren zelfs voor oponthoud zorgde.
Ze speelde vooral uit haar laatste cd, al vergat ze de hits van toen (“Down by the Water” en “C’mon Billy”) niet er tussenin te schuiven. Ze kreeg wel de handen op elkaar, maar het publiek aapte stilaan haar apathie na. Of was het omdat intussen al de Coldplay-diehards hun symbolische vlag hadden neergeplant op de strategische plaatsen. Wat ook al bij Elbow gebeurd was trouwens.
En o ja, Miss Harvey zag er (nog altijd) stralend uit. Misschien geen babyvelletje meer op haar 41e, maar ze had iets engelachtigs, al suggereerde een aantal toehoorders bij momenten eerder de brandstapel voor de bizarre heks op dat podium. Ze was getooid in een lang wit kleed met een kroontje van pluimen op haar hoofd. Waarvan ze er dus enkele ‘gelaten’ heeft, zoals dat heet. Ach, ze was goed hoor, maar misschien niet voor op Arras op dat moment. Hoewel, tussen Elbow en Portishead, vooraf vonden we die line up best interessant en verleidelijk.

Portishead

En dan kwam de goddelijke stem van Beth Gibbons, de draagmoeder van Portishead. We vreesden voor absolute weerspannigheid op het plein maar de Coldplayclan hield zich gereserveerd respectvol. Vinden we leuk.
Ook visueel zat alles sterk, op de voor de gelegenheid zwartwitte huisvideobeelden die wat achterliepen en storend werkten. Maar verder zorgde de show voor een schitterende compilatie van origineel beeldmateriaal in return, gecombineerd met shoots van hun eigenste set, met kleine strategisch opgestelde camera’s, voorwaar een creepy knappe truc.
La Gibbons houdt niet van concerten en is overdreven onwennig op het podium. Hing ze niet zingend rond haar stander, dan stond ze met haar rug naar de geboeide gezichten in de Citadel. De triphop sloeg aan, ook een pak niet-kenners, die verbaasd zagen hoe de gitaar eerst met een strijkstok en daarna met een metaaltang zoetgevooisde melancholische klanken het donker wordende Arras instuurden.
Gibbons lachte zelfs even, net voor ze al zittend met haar gitarist met “Wandering Star” een subliem kippenvelmoment serveerde. Toen ze nadien grimlachend de meute toesprak en met ‘Thank you. Merci beaucoup. Bonsoir’ zowaar vijf woorden na elkaar murmelde, schrok ze er klaarblijkelijk zelf van. Maar de set bleef beklijven. Tot het einde waarbij ze opgelucht - toch naar haar normen - uitgebreid het publiek bedankte. Wel, Beth, het is wederzijds. Met een knieval erbij voor een legende.
Amper was haar laatste woord uitgesproken of we werden overrompeld. Niet door mensen die even het terrein afwilden, maar door een drummende menigte die iedereen naar het hoofdpodium scheen te willen duwen. Coldplay was in aantocht.

Cold War Kids

Cold War Kids waren intussen al de Greenroom gepasseerd en Magnetic Man maakte zijn daarna opwachting, een duo mixers en een  MC-rastaman die show stal. De dubstep en pop in één. Wij waren er niet bij maar kregen een ok.

Coldplay

De headliner, de afsluiter, het hoogtepunt. Na een dagje zwart mocht wat kleur wel voor de meeste aanwezigen in de Citadel, al kwam Underworld halverwege nog ingeschoven. Het lijkt een evidentie dat wie kwam voor het trio Elbow-PJ Harvey-Portishead zijn zwarte ziel niet zomaar kon openzetten voor de zorgeloze pretentieloosheid (hoewel) van Chris Martin en co. Net zomin als omgekeerd: geen hippe zorgeloze had zin in een  donker doek over de kop bij voornoemd trio. Ieder diertje…
Martin en co zijn goed, brengen wat ze brengen op een stijlvolle manier, steken een show in elkaar die er mag zijn en passeren nog even aan de kassa voor het grote publiek nog maar de poort uit is. Ze hebben de hits, ze hebben het uiterlijk charisma, het werkt. En het danst, al is er niemand die zondagavond beweerde dat ze beter waren, verder stonden, grootser geworden waren dan hun passage op de Grand Place twee jaar eerder. Wel integendeel.
Het kwam nog meer afgeborsteld over, ondanks de paar spatjes vuurwerk en de afgelijnde laserprojectie op de gebouwen van de vroegere kazerne. De technische probleempjes (drummer die door zijn trommelvel slaat) hadden er niets mee te maken, maar symboliseerden wel het ‘collect & go’-principe. Tijd voor herbronning, Chris. En blijf verder feilloos spelen. Schouderklopje. O-o-o-oohhh !

Underworld
Intussen waren de mannen van Underworld aan hun shift begonnen en we hoorden hen van ver – zo rond 1u30 –hun “Born Slippy” inzetten. Een dance-techno-party die stilaan uitdeinde toen we met open ramen de file inschoven en huiswaarts tuften. Moe maar voldaan, na een festival dat danste op een zee van noten, een zee die meestal kabbelde en ons niet op hoge golven voerde. Hoewel, die warme instroom van de Atlantische, niet zo ver van Bristol, vonden we wel een slikmoment.

Merci. Merci beaucoup !

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France


Main Square Festival 2011: zaterdag 2 juli 2011

Geschreven door

Main Square Festival 2011: zaterdag 2 juli 2011
De programmator kreeg zaterdag een duidelijkere lijn in zijn line-up dan vrijdag waar het – op Queens of The Stone Age na – een ‘pretrocksessie’ was op de main stage. De tweede festivaldag bracht een gestructureerd rock-ensemble met vooral een livereputatie. Geen zuinige zaterdag maar een stevige stap midden het festivalweekend.

Triggerfinger
Om 13u45 kleurde het hoofdterrein al vroeg heel Belgisch, inclusief vlaggen en outfits want Triggerfinger draaide op dat ontiegelijke festivaluur de sluizen meteen open. Het duurde even voor Ruben Block – in het Engels -meegaf dat de band uit ‘Belgium’ kwam, wat meteen meer dan driekwart van de meute aan het joelen kreeg.
Triggerfinger goes international (zuidersgewijs dan toch na de Lage Landen, Luxemburg en Duitsland) ‘and we will be back in France’, dixit de frontman. En Frankrijk (toch die weinige zuidburige curieuzeneuzen) zal het geweten hebben. De gemaatpakte orkestreerder bereed zijn gitaar als een cowboy met klasse een wilde rodeostier temt. En hij klom op alles waar hij maar op geraakte, met risico voor eigen leed en leven toen hij bovenop de speakertoren ging dansgitaren.
Om twee uur ‘s namiddags een tam festival van ‘front to back’ (sic)  aan de move krijgen, daarvoor moest je die dag uit Antwerpen komen. Ze zijn dan ook niet voor niets de live act van het jaar in eigen land en hadden er trouwens alle drie duidelijk zin in. Mario ‘Animal’ Goossens mocht even met een drumsessie op zijn eentje het publiek onderhouden en Monsieur Paul was zijn eigenste zelve: cool en leidinggevend op de bass.

Ou est la fête? Ici est la fête ! Sorry voor Mai op de GreenRoom, maar daar geraakten we niet meer. Mogen ook wij even – terecht – chauvinistisch zijn? Merci! Merci bien!

Yodelice
Hoe lang zou het duren eer de performance van Triggerfinger overtroffen werd, vroegen de vele Vlamingen zich af.  Evenaren duurde niet zo lang, want de voor ons verrassende Franse tegenzet stond er meteen. We hielden ons hart vast toen (opnieuw) vier verklede en geschilderde mannen - die Fransen hebben er toch iets mee – het podium bestegen, maar het tribal-koloniaanse Yodelice-zootje produceerde meteen een geluid dat op eigen benen kon staan. Een sterke stem, een uitgebalanceerd geheel met strijkers. Stevig soms, intiem evenzeer. Een imaginair figuurtje is die Yodelice blijkbaar, maar hij bestaat ! Gegroeid uit folk rockt hij nu bij momenten muziek bijeen die best te pruimen valt.

Everything Everything
Aangezien wij alles - of toch zoveel mogelijk - wilden ontdekken moesten we wel naar tweemaal alles, Everything Everything. Voor een poppy moment op deze rockdag. Laidback relaxen en luisteren, maar veel bleef er niet hangen van de familie Everything, alle vier in grijze overall getooid. Het is dan ook ons genre niet. En, zo zou blijken, de Greenroom zou ook ons ding niet meer zijn. Door omstandigheden.

White Lies / Aloe Blacc
De organisatie maakt het dit jaar voor het eerst de verslaggevers niet gemakkelijk. Tot vorig jaar schoven de optredens behoorlijk naadloos ineen, maar op deze editie startten een aantal gigs op hetzelfde moment. En daar sta je dan: White Lies of ‘One Dollar Man’ Aloe Blacc? En later nog meer van die verscheurende keuzes. Even proeven van beide was amper een optie, ook al omdat wat op de frontstage kwam écht wel de moeite was/leek …
White Lies dus maar en niet soulman Nathaniel Hawkins. Ok, niet meteen de meest vrolijke Fransen, die Londeners, maar wel met gedegen muziek en frontman Harry McVeigh had er ontegensprekelijk zin.  Joy Division, Depeche Mode en Echo and the Bunnymen ofte the Cure met een zijden 21e eeuws poppy kantje en geüpdatet: de boterham belegd met het lekkers waar ze de mosterd vandaan halen, smaakte wel degelijk in Arras.
Het moet kunnen: een zonnige wei die wat tristesse tussen de tanden geschoven wordt. Dat ze wel (eens) Editorslike klinken, wel, kunnen we het hen kwalijk nemen?  Ze stonden er, gooiden er meteen al “Farewell to the fairground” in - wat een opener ! - , maar spreidden hun StuBru-afrekening-hits  (onder andere “Death” , “To lose my life” en “Holy Ghost”) vrij gelijkmatig over hun ‘werk’uurtje. Dompige McVeigh hield (af en toe zelfs schijnbaar gelukkig en tegen dus zijn eigenste geloof in) glimlachend iedereen bij de les door op tijd met de vrije handjes de meute op te zwepen. We like !

Kaiser Chiefs / Fleet Foxes
Opvallend was ook dat op zaterdag de volumeknop een stukje terug geschoven was in vergelijking met een dag ervoor. Zou dat ook voor Kaiser Chiefs gelden? Want, inderdaad, dit keer ‘moesten’ we Fleet Foxes links laten liggen, omdat de nieuwe folkhippies voor ons toch niet opwogen tegen Rick Wilson en co die ons een aantal jaren terug in Brussel en in 2009 op de Grand Place van Arras in vervoering brachten met een anti-alles zotte-poprock. Maar we hoorden de baardige barden van de Foxes in het begin van het anders loeiharde geweld van the Chiefs zelfs even erboven en/of –tussen. Raar.
Dat was maar even, want de ADHD-hoofdkaiser uit Leeds trok op zijn eentje de aandacht en duwde de belevingsknop zwaar in, al is stampte een betere omschrijving. En dan nog wild in het rond, want een paar micro’s, enkele standers en zelfs een luidspreker/monitor donderden naar beneden.
Wild en destructief, nerveus en springerig, even wat Frans mompelend en zelfs meedrummend, maakte hij Arras eventjes hoorndol. Zeker toen hij door de middengang spurtte, de securityboys meteen op een afstand zette en daar besefte dat hij de toren niet op kon. Dus nagelde hij maar een cameraman vast en kreeg het hele plein aan het ‘screamen’ toen hij hen recht in de ogen keek en toejoelde. Het entertainingshoogtepunt bereikte hij toen hij de ‘fluomen’ gespot en uitgenodigd had. Binnen de minuut stonden ze mee te shaken op het podium. Het was hen dus toch gelukt en we waren nog maar halverwege.

The National/Jimmy Eat World
Keuzes: Jimmy Eat World was de dupe deze keer (of waren wij het? Geen idee, want we zagen ze niet), maar The National wilden we – als first time live experience – zeker tot ons laten komen. En het loonde, al zat er qua rockbeleving even een dipje in de opgaande lijn van de dag. Ondanks gastoptredens van Richard Reed Parry (Arcade Fire) en Win Butler himself.
De New-Yorkse Ohio-men zijn sowieso speciallekes in de musicscene en ook het trio van Triggerfinger kwam frontstage piepen om te oog- en oorstelen. Matt Berninger – op het podium op zijn minst een schijnbaar onwennige weirdo – creëert met zijn band een bijzonder sfeertje, zwevend tussen hoogdravendheid en melancholische eenvoud. Dat hun laatste werkstuk ‘High Violet’ als beste album van 2010 werd uitgeroepen kwam hun populariteit bij het grote publiek enkel ten goede. Ze verkochten in februari ook in no time Vorst uit.
Hun optreden was voor velen in de Citadel dus een eerste echte kennismaking met de weemoedige nasmaak van een dieprood vat wijn(azijn), iets wat niet door iedereen op groot applaus onthaald werd. Wij genoten wél van de luchtige zwaartegraad – behoorlijk vroeg ingezet met “Anyone’s Ghost” en eveneens vroeg aangevuld met “Afraid of Everyone” en “Bloodbuzz Ohio” - waarmee de avond ingeluid werd. Maar de timing/planning had anders gemogen.

Two Door Cinema Club

Van planning gesproken. Opnieuw konden we nog een extraatje doen, want Arcade Fire gaf Two Door Cinema Club twintig minuten voorsprong. De Noord-Ierse electropop’ers hebben via hun platenlabel links in Frankrijk. Blijkbaar hadden/hebben ze een livereputatie. Tiens.

Arcade Fire

Halve goden zijn ze, de Canadezen uit Montreal. Heel snel omhoog gestoten vedetten (begonnen pas in 2003 en hadden met ‘Funeral’ hun eerste album uit een jaar later) kregen ze het label van onafhankelijk en creatief. Donker ook (zeker album 2 ‘Neon Bible’) maar tegelijk wél warm. Vorig jaar kwam hun derde uit, The Suburbs’ verwijzend naar een Noord-Amerikaanse vervelingservaring die ze zelf beleefd hadden. Vele ingrediënten voor een stevige storm. De doorgedreven musici van Triggerfinger en The National stonden als trouwe fans op de eerste rij.
En die storm waaide wijds over de citadel. De cinema-entrée (‘Coming Soon’, Arcade Fire’) was een aanklik voor een rijke videoshow, maar hét gebeuren stond op het podium. Met zijn achten – en vrij polyvalent - knutselden ze alweer een eigenzinnige gig in elkaar die mooi gedragen werd door hun bekende nummers. Tussendoor werd nog verwezen naar broer/zus-groep The National waarmee ze al zo vaak optraden, waardoor de band stevig aandikte. Het sloeg allemaal aan. Het anders behoorlijke tamme publiek ging zelfs spontaan nazingen. Zinderend was het misschien niet, maar we zagen wel een groep van en met naam die die ook live waar maakte.

Kasabian
, sorry, maar wegens geen tijd ook moeten passen. Moby maakte zijn opwachting en ook de New Yorkse DJ-gitarist-zanger had/heeft een MSF-verleden. Richard Melville Halle toverde al 20 jaar geleden (jaja) zijn eerste single van achter de draaitafels, maar dat ene verkoopje verdwijnt in het niets tegenover zijn meer dan 20 miljoen wereldwijd verkochte albums in die twee decennia.
Intussen is de man – die zich iets te veel excuseerde voor zijn Frans en nog meer de ‘merci beaucoups’ aan elkaar reeg -  al dik in de veertig en bracht hij in mei met ’Destroyed’  een nieuwe plaat uit. Maar daar stond de wachtende menigte niet écht op te wachten. Het wou gewoon de oldtime hits horen en die kreeg het ook, al kon niemand zich van de indruk ontdoen dat de show verdacht veel leek op die van twee jaar geleden. Maar de dansvibe was er, de setting was er (maar waarom geen spetterende videoshow Mister M?) en er werd een nafeestje gebouwd.

En The Shoes. Tja, prioriteiten zeker? Smiley.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France


Main Square Festival 2011: vrijdag 1 juli 2011

Geschreven door

Main Square Festival 2011: vrijdag 1 juli 2011
Vroeger had je Torhout-Werchter, nu is er Arras-Werchter. Hetzelfde weekend van Belgiës grootste festival spreidt LiveNation de bedjes van de meeste artiesten ook in Noord-Frankrijk. Steeds meer (West-)Vlamingen lijken intussen de weg te vinden. ’20.000 man minder, 100km minder ver, een derde goedkoper voor driekwart dezelfde affiche: waarom zouden we nog Werchteren?’ Beats us, want wij trekken er al drie jaar heen. Alleen jammer van dat Heinekenbier.
Twee jaar geleden nog volop in het te klein geworden Grand Place week MSF voor de editie 2010 al uit naar de Citadel, een kazerne die Sarkozy om besparingsredenen liet sluiten. Voorwaar een goeie zet, want niet enkel de nieuwe festivalgangers, maar ook de artiesten lieten frequent vallen hoezeer ze de site remarkable vonden.

dag 1: vrijdag 1 juli 2011
The Pretty Reckless
The Pretty Reckless mocht openen. Op de tonen van “More human than human” van Rob Zombie stapten ze op. Als laatste, de leading lady van de band, Taylor Momsen. De pas achttienjarige Heavy Barbie was een actrice. En is dat zelfs nog altijd – wie Vijf tv aanknipt zal ze kennen van de serie ‘Gossip Girl’. Maar intussen maakt ze met The Pretty Reckless steeds meer rebelse naam in de muziekwereld. Heavy, stevige stem, zwart én een pose on stage. Ze waren pas de dag zelf overgekomen, maar hadden voor ons die moeite kunnen sparen. Het was een opener die gewoon het publiek liet horen dat het festival van start gegaan was.

Welling Walrus
In de Green Room mocht Welling Walrus de eerste gitaar aanslaan. ‘IN’ is niet meer het juiste woord, want de tent van vorig jaar – inclusief klein podium – maakte plaats voor een heus tweede stage. En ze stonden er lekker, deden ons glimlachen met hun ‘Clockwork Orange’-imitatie-make-up. En met hun act. In vloeiend Frans kreeg hij de eerste benen in beweging met een bijwijlen ska-getunede muziek die ‘sérieusement bougeerde’. Op “Malibu-man” kwam er zelfs een extra acteur op het podium die met Bengaals vuur zwaaide. Het was duidelijk dat de heren zichzelf niet té au sérieux namen en daardoor kreeg het geheel iets charmants, kinderlijks bijna, niet in het minst door het inderhaast zelf geschilderde spandoekje dat de keyboards wegstopte.

The Gaslight Anthem
Het spandoek van The Gaslight Anthem was dan weer een stuk professioneler en de vlag overvleugelde het podium. De vlakte voor hen was intussen half volgelopen en genoot duidelijk van hun ‘hit’ “High and Lonesome”. Een modernere versie (of een update slash vervolg, zo je wil) van Bruce Springsteen, naar verluidt zelf ook een fan van The Gaslight Anthem. Vorig jaar kreeg The Gaslight Anthem op Werchter ook al goeie cijfers. Aangename, dynamische rock ‘n’ roll is een compliment dat zanger-gitarist Brian Fallon wellicht graag zou horen na drie jaar The Gaslight Anthem.

Warpaint
Angels from Los Angeles. Hoewel, engeltjes? Gewoon vier stoere dames waarvan er twee afwisselend aan de mic verschijnen terwijl de andere even hartelijk wat tussendoor kletsen. Daar hebben ze ook tijd voor in hun mystisch uitgesponnen maar zelden vervelende ‘symfodelische’ sound. Zwaar enthousiast geraken ze wel niet en dat lag niet enkel aan het feit dat er aanvankelijk wat technische probleempjes waren en dat ze moesten ‘testing while performing’. Het is gewoon een zweverig gebeuren dat meesleept en drie van hen na hun gig nog even in een klankenorgie laat afsluiten. En ja, het was ook aangenaam kijken. ‘The Fool’ (2010) is trouwens hun eerste album. Voor een zwoele zomeravond of kille herfstnacht aan te raden.

Shaka Ponk
Eigenlijk was Main Square voor de Fransen van Shaka Ponk de voorstelling in grandeur van hun jongste album ‘The Geeks and the Jerkin’ Socks’. Het monkeygeweld sloeg aan en in, want de plaatselijke fans gingen gretig uit de bol voor de explosieve, zwaar alternatieve rocksound gecombineerd met een zotte live act die tot in het publiek barstte en ondersteund werd door enkele geslaagde filmpjes. De hele show was trouwens knap uitgetekend, zelfs op hun eigenste lichamen die fraai gebodypaint waren. Een show die insloeg tegen de zomerse zonnekloppers.

Jenny & Johnny
Hoe schoon. Je maakt muziek, je gaat samenwerken en je collega wordt je lief zodat je samen kunt musiceren en toeren onder de welluidende naam Jenny en Johnny. Het is zoals van je hobby is beroep maken. Jenny is Jenny Lewis (van Rilo Kelly) en Johnny is Jonathan Rice (die recent nog met Costello speelde). Schoon ja, maar het liep tegen zessen en het publiek op de Greenroomweide vond dit hét moment en hét concert voor een gezamelijke picknick. En voorwaar, de ‘old skool’ rock met country-invloedjes van het duo stoorde niet tijdens het eten. Hun album ‘I’m having fun now’ wordt dan ook simpelweg als een zonnig album omschreven.

Limp Bizkit
Als eerste zin  ‘the sound of a shotgun’ op je publiek richten, dan weet je waar je aan toe bent met Limp Bizkit, toch een Amerikaanse metalgrootheid. Een grootheid van het verleden? Toch wel. Het was duidelijk dat het publiek wachtte op het goud van oud, maar ze deden heus hun best om de show aantrekkelijk modern te maken. En ingespeeld op de situatie. Met het Frans volkslied en wat geslijm van hoe hard hij van de Fransen houdt. En het trucje van ‘laten we even allemaal zitten en ‘when it kicks we explode’, ja het werkt nog op een zomerfestival. Maar toch, wreed passé, vonden we wel die rock met punk. En even kijken: ja, ze bestaan al sinds 1994 (hun eerste album drie jaar later) en kijk nog eens: ze zijn bezig aan hun comeback met een nieuw album, ‘Gold Cobra’. Maar zoals gezien en gezegd: op hun nieuwe nummers zat in Arras alvast niemand op te wachten. Bijna integendeel.

Tame Impala
Psychedelisch. Vier mannen deze keer. Maar daar houdt de vergelijking met Warpaint van eerder die dag op. De Australiërs mogen dan al wel overal als revelaties gelabeld worden, op Arras vonden we ze vooral zelfhypnotiserend en vermoeiend. We lieten het retro hippie gebeuren behoorlijk snel voor wat het is. Sorry voor de fans, wij beschouwen onszelf niet als één.

Queens Of The Stone Age
Om meteen in het andere uiterste van de eerste festivaldag te vallen met Queens of The Stone Age. Een groep die een klassieker geworden is en dat voor altijd zal blijven. Of kunnen we QOTSA al geen band maar eerder een project noemen? Een project rond pure rock, al liep het de jongste tijd ook even niet zo gesmeerd meer. Josh Homme – de enige die er bij de geboorte van QOTSA al bij was – zette Them Croocked Vultures (jaja, we zagen fans met die t-shirts) weer opzij en besloot The Queens weer het hof te maken. En hij had er verdorie zin in op Arras. Hij begon een kleine tien minuten te vroeg en zette zijn gitaar en de fles vodka in even hoge versnelling. ‘I’m getting drunk up here’, murmelde hij even tussendoor, maar de gig mocht er zijn. Veel vertellen hoefde niet, al nam hij het – zonder succes – op voor een van de fluomannetjes die de eerste dag van MSF opvrolijkten en die door de security manu militari uit de crowdsurflucht werd gesleurd. Het concert eindigde in extase met de gitarist die zijn toestel op de microstaander hing en Homme zelf die zijn gitaar naar beneden gooide waarna ze beiden hand in hand het podium afwandelden. Intussen had de appetijtelijke Selah Sue haar ding gedaan op het podium ernaast. Kiezen is normaal verliezen, maar zo voelde het deze keer niet aan.

Eels
Het was moeilijker kiezen tussen Eels en Linkin Park. Hoewel, we dachten van niet. Het jonge geweld voor de ouderen - of is het oude geweld voor de jongeren - wilden we aan ons voorbij laten gaan en dus trokken we naar de altijd opgewekte Mister E.
Die had zes baardmannen mee opgetrommeld die een tiental seconden de Marseillaise aanhieven. Met twee blazers die - als ze niet mochten meedoen - ostentatief met de rug naar het publiek gingen (moesten?) staan. Die trompet-dwarsfluit-saxofoon-combinatie maakte de tristesse-nummers wat zomerser. Mark Oliver Everett zelf sloot elk nummer af met - allicht hoogst ironische - boodschappen als ‘Marvellous’, ‘You are so pretty’, ‘This is fantastic’. Mister Geniaalheid gaf de eerste helft van zijn optreden een bijwijlen verfomfaaide indruk, maar draaide de enthousiasmeknop nadien wel open. Dat Linkin Park op het podium ernaast er af en toe doorkwam bulderen was maar sporadisch storend tot Mister E het zelf verwoordde: “How do you like our linkin park mashup? En pas daarna schakelde hij entertaingewijs een serieuze stap hoger.

Linkin Park
Wij dus ook maar even onze oordoppen wat dieper ingeplugd om het te luide geweld van Linkin Park te trotseren. Tussen een heel pak (jaja, jong) volk dat duidelijk voor de Amerikanen gekomen was. De rap-metal-rock van Chester Bennigton en co pakte uit met een verwarrende video- en lichtshow. En de fans keelden luidkeels de hits mee. Het hoogtepunt van hun concert. So be it. Niet (meer) aan ons besteed.

Beady Eye
Liam Gallaghers kraaloogje Beady Eye (met pas hun eerste album ‘Different Gear, still speading’ uit) stond daarna op het Green Room-podium, maar na drie nummers hadden we onze buik, oren en ogen vol van de apathische blazéhouding van het kwintet. Zei iemand ooit ‘Fuck Oasis’? Fuck Beady Eye dan maar zeker? Different gear? In achteruit misschien en weinig speed. We gingen ons maar klaarmaken voor The Chemical Brothers.

The Chemical Brothers
In 2008 passeerden ze al in het toen nog kleine Arras op de Grand Place. De licht- en klankshow van toen is bij menigeen blijven hangen en werd in de Citadel bevestigd. Zonder meer. Na meer dan tien jaar als electrogrootheid blijven ze een dancefenomeen met neerdalende kolommen, stroboscopen en lasers en vooral aanzwengelende beats natuurlijk waarop niemand stil staat, al is dat geen criterium. Yes, de ‘Brothers (Tom Rowlands en Ed Symons) worked it out’ vooraleer Martin Solveig de eerste festivalnacht dicht deed.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Main Square Festival+ Live Nation France


Rock The Nation (D) 2011: mekka voor Melodic Rock freaks: zaterdag 25 juni 2011

Geschreven door

Rock The Nation (D) 2011: mekka voor Melodic Rock freaks: zaterdag 25 juni 2011
dag 2: zaterdag 25 juni 2011
Op Dag Twee zag de affiche er nog interessanter uit. Helaas werd het eveneens een zwaar bewolkte dag maar gelukkig bleven hevige regenbuien uit. Muzikaal werd op deze tweede dag een klasse hoger gespeeld met aan het eind van de dag duo headliner Foreigner / Journey waarrond dit festival was opgebouwd.

Opener Unbuttoned Heart verraste al meteen met een erg leuk fris en jong geluid. Deze jonge Duitse band veranderde onlangs hun naam. Unbuttoned Heart klinkt dan ook een stuk toegankelijker dan ‘Five And The Red One’. Deze jongens mochten in eigen land reeds openen voor Bon Jovi, Whitesnake, Alice Cooper, Kiss, Scorpions, e.a..en ze bewezen ook nu dat ze een van de meest beloftevolle melodic rock bands zijn van Duitsland. Een zanger met een leuk stemgeluid, melodieuze songs en snedige modern klinkende gitaren. We kijken uit naar hun eerste volwaardige album onder de nieuwe groepsnaam!

Over het daaropvolgende FM kan ik heel kort zijn. Ze waren mega! Het was geleden van 1992 dat ik de band van Steve Overload & co nog gezien had. Toen mochten ze openen voor Europe in Vorst Nationaal maar speelden de Zweden toen regelrecht naar huis. Het was wel even schrikken toen ik Steve Overland zag maar gelukkig heeft hij nog steeds hetzelfde waanzinnig sterke stemgeluid als 19 jaar geleden. FM is terug samen sinds 2007 en bracht in 2010 hun recentste album ‘Metropolis’ uit. Uit dit album openden de heren ook met het stuwende “Wild Side”. Hoogtepunten waren het daaropvolgende “I Belong To The Night” & “That Girl”, niet toevallig twee songs uit ‘Indiscreet’ (1986). De veel te korte set (slechts 6 songs!) werd afgesloten met een stevige versie van "I Heard It Through The Grapevine”. Na het optreden maakten de heren even tijd voor een leuke meet & greet waarbij gitarist Jim Kirkpatrick ons sympathiek te woord stond. Dat maakte hun korte doortocht meer dan goed!

Bonfire bleek zeer geliefd bij het publiek dat nu in grote getallen de weg naar de Freilichtbühne gevonden had. De Duitsers schuwden geen enkel hardrockcliché en speelden een zeer strakke en stevige set voor het thuispubliek. “Just Follow The Rainbow”, “Proud Of My Country” & “Sweet Obsession” behoorden tot de beste momenten van deze hardrockband die duidelijk nog niet alle wilde haren kwijt is!

Night Ranger nam de prijs voor meest energieke band van het festival mee naar San Francisco. De band raasde als een echte sneltrein doorheen de veel te korte set. Jack Blades & Brad Gillis speelden alsof hun leven er van af hing. “Growing Up In California” uit hun nieuwe album was één van de hoogtepunten van deze tweedaagse. Gillis mocht ook nog “Crazy Train” van Ozzy Osbourne inzetten en ‘the crowd loved it!’! De powerballade “Sister Christian” met drummer Kelly Keagy ‘on vocals’ was nog zo’n memorabel moment. “(You Can Still) Rock In America” was wederom zeer overtuigend maar jammer genoeg al het afscheid na slechts 40 min. Laten we hopen dat deze band vlug terug komt naar Europa voor een echte headliner tour.

Kansas, de meest progressieve band van dit festival speelde een droomset. Precies 35 jaar ! geleden verscheen het album ‘Leftoverture’ en de band speelde dan ook het waanzinnig sterke "Miracles Out of Nowhere" om deze verjaardag te vieren. Verder nog een soort ‘best of’ met: “Point Of Know Return”, “Hold On”, “Fight Fire With Fire” & een sublieme versie van “Dust In The Wind”. Steve Walsh was heel erg goed bij stem maar verder was er op het podium weinig spelplezier tussen de bandleden onderling te bespeuren. Ondanks deze automatische piloot modus hebben we genoten van een zeer sterk optreden.

De Brit-Amerikaanse band Foreigner was één van de doorslaggevende redenen om naar dit festival af te reizen. Ik zag Foreigner laatst in 1995. Anno 2011 is dit een totaal andere band. Mick Jones (66 jaar!) is het enige originele lid in de band. Verder heel veel nieuw vers bloed. Sinds 2005 is Kelly Hansen (ex-Hurricane) de zanger in deze band en hij vervult deze taak met de grootste onderscheiding. Hansen is een uitmuntende zanger die Lou Gramm eenvoudig doet vergeten. Bovendien is hij op het podium ook een echte entertainer.
Foreigner speelde een ‘best of’, koos slechts één song uit hun recentste album, “Can’t Slow Down” want iedereen wou toch gewoon de vele hits horen. Bij aanvang was het geluid een ramp maar na enkele songs werd dit vakkundig bijgestuurd. Hoogtepunten opnoemen is moeilijk want het optreden was een aaneenschakeling ervan. “That Was Yesterday” zat opmerkelijk in de set en met “Waiting For A Girl Like You” kregen we het beste vocale werk van het festival. Een zeer indrukwekkende set van deze Juke Box Heroes!

Afsluiter Journey zou het moeilijk krijgen om dit te evenaren want als duo-headliner van dit festival en de duo-tour kregen de heren net evenveel speelruimte. Journey opende eveneens met een classic: “Separate Ways” maar in tegenstelling tot Foreigner had Journey wel het lef om drie nieuwe songs slim te verweven in hun set waarvan vooral “Edge Of The Moment” bleef hangen. De Filippijnse zanger Arnel Pineda deed net iets teveel z’n best, terwijl de andere bandleden wat routineus doorheen de set wandelden. Een absoluut minpunt was de belichting tijdens de Journey show. De mannen stonden vaak in het halfdonker vanwege een slechte belichting via de volgspots bovenaan de heuvel. De songs bleven natuurlijk wel overeind ook al zat er vaak veel te veel effect op de zanglijnen. De finale met “Faithfully”, “Don’t Stop Believin’” & “Any Way You Want It” maakte uitbundig een einde aan dit zeer geslaagde festival. Op naar een nieuwe editie in 2012!!

Setlist Foreigner: *Double Vision  *Head Games  *Cold as Ice  *Can't Slow Down  *Waiting for a Girl Like You *That Was Yesterday  *Starrider  *Feels Like the First Time  *Urgent  *I Want to Know What Love Is  *Hot Blooded
*Juke Box Hero

Setlist Journey: *Separate Ways (Worlds Apart)  *Ask the Lonely  *City of Hope  *Stone in Love  *Edge of the Moment  *Lights  *Open Arms  *Chain of Love  *Escape  *Wheel in the Sky  *Be Good to Yourself  *Faithfully  *Don't Stop Believin'
*Any Way You Want It

Video Youtube Playlist Rock The Nation 2011 (Part1 – Part8): https://www.facebook.com/l.php?u=http%3A%2F%2Fwww.youtube.com%2Fplaylist%3Flist%3DPL9302CAD02899CCD4&h=lAQAu0rM0

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Rock The Nation (D)

Rock The Nation (D) 2011: mekka voor Melodic Rock freaks: vrijdag 24 juni 2011

Geschreven door

Rock The Nation (D) 2011: mekka voor Melodic Rock freaks: vrijdag 24 juni 2011
Terwijl in het Belgische Dessel Graspop plaatsvond maakten wij de trip naar Sankt Goarshausen waar in de schitterende Freilichtbühne het tweedaagse festival Rock The Nation zijn tenten had neergezet. De waanzinnige sterke affiche deed ons geen minuut twijfelen want terwijl in Dessel slechts een handvol acts interessant waren voor Melodic Rock fans was dit het Mekka voor Melodic Rock believers.
De locatie was dus de Freilichtbühne aan de Loreley. De plaats die wij vooral kennen van de legendarische registratie van het Marillion live album ‘The Thieving Magpie -La Gazza Ladra’ uit 1988. Een amfitheater dat zo’n plaats bood aan zo’n tienduizend muziekfans. Aantrekkelijk ook voor de wat oudere concertbezoekers want met één podium was het alvast geen gedoe om van podium tot podium te hollen. Het werd een bijzonder sterk en aangenaam festival waarbij alleen het slechte weer en het afzeggen van de band Survivor de enige echte spelbrekers waren….een overzichtje …

dag 1: vrijdag 24 juni 2011
Dag een begon onder een zwaar bewolkte hemel met het Zweedse H.E.A.T. Een prima opener, al hadden ze de slecht afgestelde geluidsbalans wel tegen zich. Deze Zweedse jonge A.O.R. formatie bracht een korte enthousiaste set en plukte songs uit hun twee albums: ‘H.E.A.T’ en ‘Freedom Rock’. Vooral zanger Erik Gronwall (de winnaar van het Zweedse Idool uit 2009) deed zijn uiterste best om het al opgedaagde publiek op te zwepen. Helaas was het resultaat geen zonnehitte wel een stevige plensbui.

Apart From Rod lieten we grotendeels links liggen om het terrein te verkennen. Deze band bevat leden van ‘The Original Rod Stewart Band’ en het stemgeluid van zanger Jimmy Stapley klonk als de echte Rod tijdens z’n beste jaren. In de band herkenden we ook nog drummer Harry James van Thunder.

Hierna was het de beurt aan het Amerikaanse Stryper. Deze Christelijke rockformatie opgericht in 1983 is weer helemaal terug. De broertjes Sweet, Michael op zang en Robert achter de drumkit, behoren net zoals gitarist Oz Fox nog steeds tot de bandbezetting. Alsof alle deuren van de hel waren opengezet regende het de ganse set door pijpenstelen. Met een soort ‘Greatest Hits set’ probeerde het zwart-geel gestreepte legertje nochtans het tij te doen keren. “Sing-Along Song”, “Reach Out”, “Calling On You” en natuurlijk “To Hell With The Devil” mochten niet ontbreken. De verrassende cover “Heaven & Hell” van Black Sabbath werd zowaar een klein hoogtepuntje van dit optreden. Stryper speelde trouwens de stevigste set van het festival.

Op naar Thin Lizzy die op heel wat belangstelling konden rekenen. Veel ruw gitaargeweld van Gorham & co. Ruwe versies van klassiekers die iedereen meebrulde. “Jailbreak” en “Rosalie” waren de enige inspirerende momenten in de wat rommelende set. Veel poses, een hard volume en een potige set die we vlug waren vergeten.

Het Canadese Saga bracht voor het eerst progressieve rockklanken op de bühne. Saga ondertussen weer met Michael Sadler nam het publiek in van begin tot eind. “You’re Not Alone”, “Wind Him Up”, “The Flyer”, “Humble Stance” & “On The Loose” maakten zoals steeds veel indruk. Sadler had er duidelijk opnieuw veel zin in terwijl de andere bandleden zich opvallend op de achtergrond hielden. Een sterke set zonder echt grote verrassingen.

De verrassing van de eerste dag was meteen headliner Manfred Mann’s Earth Band die een erg mooie set speelde. De band van keyboard speler Manfred Mann toert tegenwoordig met zanger Robert Hart, die we kennen van zijn solowerk en als leadzanger van Bad Company. Hart moet een van de allerbeste classic rockzangers zijn want elke noot die hij uit zijn strot toverde zat er recht op! Indrukwekkende zanger die Hart en dat 52 jarige leeftijd!
Hoogtepunten waren zoals altijd de Bruce Springsteen covers “For You”, “Blinded By The Light” en Bob Dylan’s “Mighty Quinn”. Daarmee maakten deze rockpioniers een schitterend einde aan de eerste dag.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Rock The Nation (D)

Couleur Café 2011: zaterdag 25 juni 2011

Geschreven door

Couleur Café 2011: zaterdag 25 juni 2011
Sayon Bamba was de eerste artiest van de dag, een Guinese artieste en nu is Guinée wel een land waar je je muzikaal niet zo heel erg veel kan bij voorstellen, maar aangezien het nu net de bedoeling is om de wereld te ontdekken, was ik een geïnteresseerd luisteraar. Enthousiaste podiumprésence in ieder geval en het klonk vertrouwd genoeg om het in de West-Afrikaanse hoek te zetten. Heel leuk concert maar aangezien de nadruk heel erg op ritmes ligt, was het moeilijk om er al te memorabele momenten uit te distilleren. Meegaan met de groove, dat idee dus.

Ondertussen begon het festivalterrein vol te lopen en was het tijd voor wat sfeerhappen, ook al omdat volgende act Raggasonic weinig had om de aandacht vast te houden, behalve dan wat obligaat gezwam over ganja en hoe lekker subversief risicogebruik ervan wel niet is. Het is een soort dancehallreggae met Franstalige rap erbovenop. Muzikaal heel dicht bij de irrelevantie, maar de tieners voor het podium vonden het wel leuk om zich uit te leven, maar zo kort na de examens krijg je hen waarschijnlijk met gelijk wat wild. Nee, ondertussen dus de populatie van Couleur Café aan het bestuderen, heel divers publiek die ook vooral gewoon van de sfeer en het begin van de zomer kwamen genieten. Niks mis mee, maar de muziek leek vaak bijzaak. De hele wereld was zo ongeveer culinair aanwezig, maar dat leverde eigenlijk niet veel meer dan fastfood uit alle windstreken op, net zoals de winkeltjes niet verder dan de zelfhulpsfeer raakten, maar het zal allemaal wel zijn publiek hebben.

Veel boeiender was de tentoonstelling over de visie van een hoop internationale artiesten en fotografen op religie in deze 21ste eeuw. Sterke stukken, richting provocatie opgaande stukken gezien, en een kunstscène beginnen ontdekken die uitnodigt tot meer, veel meer dan de soms wat bloedeloze acts die op de podia te vinden waren.

Dat was eigenlijk weer het geval met Ghostpoet die eerder op het jaar ook al in de Vooruit heeft gestaan, en door heel wat media nogal opgehemeld wordt, maar noch hier, noch eerder in de Vooruit wist hij duidelijk te maken waar de hype op gebaseerd moet zijn. Hij mengt zo allerlei genres door elkaar, maar zelfs op een festival als Couleur Café wil ik dat nog niet per se als een verdienste op zich zien. Zijn songs zijn een soort collages van verschillende stijlen en bepaalde flarden bevatten ook wel de aanzet tot iets boeiends maar het komt er voorlopig allemaal niet heel erg uit. Een in potentie interessante artiest maar een beetje leerproces kan voorlopig nog altijd geen kwaad.

In de Fiestatent waren we daarvoor al met Yael Naim in een heel ander muzikaal universum terecht gekomen. Mevrouw Naim schrijft mooie, breekbare songs in de beste singer-songwritertraditie maar ze laat zich daarbij wel begeleiden door een uitgebreide band, die zowel richting bigband als jazz gaat, en dat leverde echt iets boeiends op, een hybride combinatie van verschillende muzikale culturen. Minpunt vond ik wel haar Engelse teksten die te banaal overkwamen en dan moet ze op zich daar ofwel aan gaan werken of zich beperken tot een taal die haar dichter aan het hart ligt. De coverversie van “Smells Like Teen Spirit” was dan weer bizar. Nu moet je een cover wel altijd bewerken, maar naar mijn gevoel was dit grondig gebeurd dat de essentie van het origineel compleet weg was. Niet dat de versie op zich slecht was, maar het was dus een andere song geworden. Maar al is het maar in gedachten of op het podium kwetsbare vrouwen die over spiegels en een bepaald soort, moeilijk te vangen melancholie zingen, mogen altijd terugkeren.

Het was kiezen tussen Sergeant Garcia en DJ Shadow en de keuze kwam er dus op neer dat ik slechts een stukje van het concert van de Sarge heb meegepikt, en dat was ook wel genoeg. Colombiaanse Fransman of zoiets met zijn muzikale nog heel erg bij de cumbia uit zijn geboorteland, maar de laatste tijd weet hij er toch geen memorabele momenten uit te puren, als we zijn verkooppraatje over zijn nieuwe plaat mogen geloven. Het kabbelt allemaal zo en het is best wel aangenaam om er met een cocktailtje in de hand en een ijl hoofd naar te luisteren, maar het beklijft niet en daarmee leed hij toch wel wat aan het euvel van het hele festival. Het lijkt zo allemaal muziek die als achtergrond bij een door westerse hoofden bijeen gedroomde vakantie kan dienen. Niks waaruit blijkt dat ze het menen.  

Net daarom was DJ Shadow een echte verademing. Geen idee hoe ze er op komen om net hem hier te programmeren, maar kwaliteit drijft boven en dat vond het dolenthousiaste publiek ook. Indrukwekkend hoe ze de tent op stelten zetten, en dan was de gemiddelde leeftijd van het publiek zo rond de 20 schat, is en dat is veel te jong om de legendarische platen als ‘Endtroducing’ en ‘The Private Press’ te hebben meegemaakt. De laatste jaren was hij gevaarlijk ver richting pure hiphopbeats doorgeslagen vond ik, maar dit concert was een winner. Schitterend aaneen gemixte breakbeats en hiphopritmes die door visuals begeleid werden en dan op de gepaste momenten de melancholie die doorbreekt bij compleet door de mangel gehaalde versies van “Blood on the Motorway” of “You Can’t Go Home Again”. Kippenvel. Klasse zonder meer en het optreden van de dag. De applausmeter ging de hoogte in en zelfs de man zelf kon niet anders dan dit publiek tot het beste van zijn lopende tournee bestempelen. Het klonk echt wel of hij het meende.

Afsluiter in de Universumtent was Arsenal, die hun sound de afgelopen jaren wat meer richting rock gestuurd hebben met een aantal niet altijd even subtiele gitaren. Daarmee hebben ze toch wat de sound van hun doorbraakplaat ‘Oyebo Soul’ losgelaten en, al is het misschien omdat ze recent niet meer in staat zijn dat heel hoge niveau te behouden, een vooruitgang vind ik dat niet. Dit gezegd zijnde staan ze altijd wel in voor een feestelijk concert en dat was waar het publiek van Couleur Café wel in voor was. De hits waren evenredig over het concert verdeeld, de gitaren zweepten zanger en zangeres op maar te veel subtiliteit ging naar mijn smaak in de geluidsbrij verloren, wat met name bij een nummer als “Longee” gewoon jammer is.
Sfeer bracht dit genoeg en het publiek ging enthousiast maar er is een tijd geweest dat Arsenal de belofte in zich had om meer dan dat te kunnen brengen. Niet dat er veel festivalgangers met hun cocktail in plastic bekertje er nog om maalden. De zomer is er. 

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel

Couleur Café 2011: vrijdag 24 juni 2011

Couleur Café 2011: vrijdag 24 juni 2011

Meer dan 75000 bezoekers genoten de voorbije drie dagen van meer dan 40 concerten.
De 22ste editie van het wereldmuziekfestival Couleur Café was terug een groot succes, en naast muziek was er sfeer, tonnen sfeer 
de animatie, de solidariteitsprojecten (o.m. de Solidarity Village), de workshops, de tentoonstellingen, de pak faciliteiten aan dranken en cocktails, de vele exotische eetstandjes en de randanimatie. Prachtig allemaal! En het was feest … partytime … én muziek  . meer dan vermeldenswaard was het ‘Wanted!’ initiatief, groepen en dj’s , jonge talenten die hun kans konden grijpen op het podium …

dag 1: vrijdag 24 juni 2011
Vrijdag was het festival op voorhand uitverkocht en waren er meer dan 25.000 bezoekers
. Onder een gematigd Belgische zomerweertje fleurde het Tour & Taxis terrein helemaal op. Veel vrolijke jongens en frivole meisjes sierden het terrein. En de muziek?

De heren van Absynthe Minded uit Gent zetten als één van de eersten in de Univers tent de zomervakantie in. Het gros aan nummers van hun ruime collectie zorgde daarvoor. Onder meer “Dead on my Feet”, “Mercury” en natuurlijk “Envoy”,  naar het gedicht van Hugo Claus. Het recente werk en de nieuwe radiohit werden gretig ontvangen door het publiek. En Absynthe Minded zijn bezige bijen, want ze stelden al een gloed nieuw nummer voor.
Kortom, Absynthe Minded was een sterke troef, en kan de meest uiteenlopende festivals aan.

Zomerse kleurrijke en dansbare tunes hoorden we van het beloftevolle Antwerps Gipsy-Ska Orkestra. Verschillende culturen en stijlen versmelten probleemloos bij het uitgebreide ensemble. Ze integreren world, ska, pop, reggae, hiphop, Balkan, gyspy, hoempapa en punk. Mano Negra en Gogol Bordello deden het deels ook op die manier, maar de Roma ‘zigeuner’ melodieën druipen hier toch van af. De ritmes en grooves zijn puur, eerlijk, rauw, opzwepend en ophitsend. Ze hebben iets mee van Think Of One , Wawadadakwa en in de synths zweeft ergens de etherische soundscapes van Senser.
Muziek uit alle windstreken, waarbij de ska z’n grenzen verlegt met dit amicale ensemble, die de Fiesta tent deden stomen. Party time dus!

Feest en party time was de kaart die deze avond door de organisatie sterk werd getrokken. De afgetrainde rappers van IAM – als 21 jaar bezig btw! - zorgden edaarvoor op de Titan stage … Zelf hoorden we van het eerst van de uit Marseille afkomstige IAM, in ’93, met het doorbraakalbum ‘Ombre est Lumiere’ en de single “Je danse le Mia”. De sympathieke en enthousiaste MC’s die er opmerkelijke namen op nahouden, beklemtoonden het Couleur Café statement met Zuiderse ‘Les Miserables’ sounds. In de tunes konden ze hun afkomst niet verloochenen. De raps rolden over elkaar en waren zalvend in de aanstekelijke, frisse songs en beats. Allerlei samples knalden uit de boxen, die het geheel nog breder maakten. Een maatschappijkritische noot schuilt in de teksten. IAM gaf net als Public Enemy de ‘oldskool’ hiphop een bepalende push, met het hart op de juiste plaats!

In de zelfde broeierige Afrikaanse sfeer en met éénzelfde politiek engagement als zijn vader Fela Kuti, bracht Seun Kuti (Sean Anihulapo Kuti) (Univers tent), een mengeling van yoruba, jazz, funk en pop. Er werden onder andere songs van zijn nieuwe album gebracht, “From Africa with Fury” in samenspraak met Brian Eno, “Rise” en “The Good Leaf” (waarin hij de lof preekt over marihuana!). De vijftienkoppige band van zijn vader waar hij sinds zijn 8ste deel van uit maakt bracht Afrika zomaar naar Brussel. De Nigeriaan deed zijn vader alle eer aan en bracht eenvoudigweg een Afrikaans feest met een politieke boodschap!

We kunnen niet meer omheen het Belgisch talent Sanne Putseys aka Selah Sue, die al het hart van Prince deed smelten. Niet moeilijk eigenlijk met haar doorleefde soulstem;
ze steekt souldames Joss Stone, Amy Winehouse, Lauren Hill en Erykah Badu naar de kroon, ze maakt huidige talenten Duffy en Adele jaloers en ze zorgt dan nog eens voor onnavolgbare raps. Zowel solo als met band slaagt ze erin het publiek aan haar lippen te krijgen (Titan stage).
Haar sound is een fusion en bezwerende groove van pop, soul, jazz, funk, r&b, reggae, ragga, dubstep en trippop. “Raggamuffin’” en “Crazy vibes” worden festivalklassiekers en als ze met het nummer “Please” (origineel met Cee-Lo Green) telkens met een andere mannelijke collega zal aantreden, dan wordt dit een nieuw onverhoopt succes … Op Couleur Café klinkt ze de partycocktail met Patrice. Groots en Overtuigend! Pur sang en daar bestaat maar één woord voor: Klasse! Selah Su(€)per!

Bijzonder knap live was Janelle Monae, een 24 jarige Amerikaanse die zingt, rapt, danst en springt.
Ze biedt een prachtig uitgewerkt vindingrijk concept van muziek, spektakel en theater, dat aanstekelijk werkt op de dansspieren … een sprankelende cocktail van soul, r&b, pop, rock, hiphop, jazz en p-funk, rijk geschakeerd en op plaat aangevuld met klassieke orkestratie, gospel en koormuziek.
Ze overtuigde al in de Botanique begin het jaar. Op Couleur Café leverde ze een groots dampend feestje af. Ze hield het muzikaal uitermate leuk en creatief, incluis de kostuumwissels, denk hier maar even aan de Wiz Stars.
De hits “Cold war” en “Tightrope” ontbraken niet. Monae stak met haar band het vuur aan de lont. Wat een opbouw, intensiteit en groove gaf ze! Interactief spektakel dus. De ‘MC ceremoniemeester’ warmde en hitste het publiek op, en dans en muziek gingen hand in hand. Muzikale gekte, maar beheerst. Deze dame bewees nogmaals grote klasse te zijn. 

Ontdekkingen intussen voor de modale Vlaming … We genoten van de zonnige mundiale sound van Suarez (Fiesta), die hun afropop in aanstekelijke en semi-akoestische melodieën verpakten. Dit Waalse gezelschap uit Bergen verdient erkenning. Bij onze Franstalige vrienden werd ook Patrice (Babatunde Bart-Willialms) uit Duitsland (Titan) op handen gedragen. Eerder deed hij nog een duet met Selah Sue. Ambiance troef en warmte alom door de smeltkroes aan stijlen van pop, afro, reggae, soul, funk en dancehall, die een feestroes veroorzaakten door de sprankelende ritmes, gezegend door de emotievolle stem van Patrice himself. De afro Duitser palmde probleemloos het publiek in en deed menig meisjeshart sneller slaan. Een verbroederingfeestje met Seun Kuti was er nog te kort aan …

Dertig jaar na de dood van zijn vader brengt zijn zoon Ziggy Marley (Titan) in de beste traditie van zijn vader, de meest overtuigende reggae van Jamaica. Het stem geluid en zijn fysiek zijn bijna identiek aan Bob, maar het eigen werk intrigeerde. Uit zijn nieuwe album bracht hij “Wild and free”, “Peronal revolution”, “Reggae in My head” en “ Love is my religion”. Uiteraard kon de sfeer niet op toen “Stir it Up”, “Lively up Yourself” en “Is this Love?” werden gespeeld.
Ziggy Marley was alvast een topper en waardige afsluiter op de eerste festivaldag.

Neem gerust een kijkje naar de pics


Organisatie: Couleur Café / co ZigZag, Tour & Taxis, Brussel

Pagina 112 van 143