logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_16
Deadletter-2026...
Festivalreviews

Cactusfestival Brugge 2011: zondag 10 juli 2011 - Junip, Iron & Wine en Mogwai bezorgden Brugge de mooiste verjaardagsgeschenken

Geschreven door

Cactusfestival Brugge 2011: zondag 10 juli 2011 - Junip, Iron & Wine en Mogwai bezorgden Brugge de mooiste verjaardagsgeschenken
Toen we afgelopen zondagmiddag het Brugse Minnewaterpark betraden om ons op te maken voor de derde en afsluitende dag van het Cactusfestival merkten we op dat er al veel vroege vogels aanwezig waren en dan hadden we niet meteen onze gevederde vrienden in het vizier maar wel het aantal toeschouwers op die er op tijd bij waren om de eerste groep aan het werk te zien.

Intergalactic Lovers (***)
Verwonderlijk was de mooie opkomst op het vroege uur niet want met Intergalactic Lovers  stond één van dé Belgische beloftes op het podium. Sinds hun op diverse rockconcours bijeengesprokkelde overwinningen en hun eerder dit jaar uitgebrachte debuutalbum ‘Greetings And Salutations’, gaat hun naam vlot over de tongen en dit is ook de programmatoren van clubs, concertzalen of festivals niet ontgaan. Het aantal evenementen waar Intergalactic Lovers niet present tekenen, is wellicht op één hand te tellen.
Ook in Brugge klonk de bij wijlen donkere, dromerige en sensuele indiepop en –rock mede door vooral de aan Leslie Feist en Chan Marshall (Cat Power) verwante vocalen van de in het oog springende frontvrouw Lara Chedraoui overtuigend. Het openingsnummer van hun debuut, « Shewolf », was meteen ook het startschot van hun set en Chedraoui leverde geruggensteund door Maarten Huygens (gitaar), Raf De Mey (basgitaar) en Brendan Corbey (drums), een mooie prestatie af. Onder meer de singles « Fade Away » en « Delay » werden gezwind gebracht en vooral bij laatstgenoemde was de aanleiding tot heupwiegen laagdrempelig van aard.
De toekomst van deze vanuit Aalst opererende groep oogt veelbelovend.

Junip (****)
José González, de in Zweden geboren zanger met Argentijnse ouders heeft van eenvoud en soberheid zijn handelsmerk gemaakt. Met behulp van een akoestische gitaar, zachte vocalen en sporadisch wat geringe percussie heeft hij – mede door een Sony reclamefilmpje – harten over de hele wereld veroverd. Getuige vooral zijn totaal uitgeklede akoestische versie van « Hartbeats », oorspronkelijk uitgebracht door zijn landgenoten The Knife.
Mede door zijn crescendo gaande solocarrière dienden de activiteiten van zijn oorspronkelijke groep Junip waarvan González samen met Tobias Winterkorn (keyboards) en Elias Araya (drums) deel uit maakte, enkele jaren op non-actief gezet te worden. Pas vijf jaar na het debuut, de EP ‘Black Refuge’, verscheen vorig jaar dan toch het prachtige fullalbum ‘Fields’.
Er zou zelfs een tournee aan gekoppeld worden maar het Europese luik ervan, inclusief het geplande concert in februari van dit jaar in De Kreun in Kortrijk, diende noodgedwongen geannuleerd te worden ingevolge oververmoeidheid bij González.
Maar intussen gaat het met hem al heel wat beter want we zagen González enkele maanden terug aangevuld door het ensemble ‘The Göteborg String Theory’, nog schitteren als afsluiter van het Domino festival in de Brusselse AB.
En meer zelfs, voor wat betreft Junip kreeg ons land een herkansing doordat zij deze zomer niet alleen op Les Ardentes zouden aantreden maar daags nadien ook op het Cactusfestival geprogrammeerd stond.
Op het podium bleek het trio uitgebreid te zijn tot een vijftal en waar González doorgaans concerteert
in zijn typische introverte houding, deels voorovergebogen over zijn akoestische gitaar, bleek hij de nummers van Junip rechtopstaand uit te voeren en oogde hij zelfs erg opgewekt.
De extra inkleuring via percussie, synthesizer, moog, basgitaar en al dan niet elektronische drum gaf de nummers extra cachet. « Without You » klonk Oosters en bezwerend, « Far Away » was bijzonder ritmisch en « Always » voelde erg zomers aan en nodigde het publiek uit om languit en wegdromend in het park te gaan liggen. Waarop een deel van het publiek de daad bij de gedachte voegde. « In Every Direction » was dan weer een erg expressieve afsluiter met bepalende piano- en synthesizerklanken.
De groep speelde secuur en had duidelijk oog voor details, te rekenen vanaf iedere intro tot en met de bijhorende outro. Dit leidde tot een set die in alle betekenissen af was en Junip zorgde daarmee voor een eerste hoogtepunt van de nog prille dag.

Staff Benda Bilili (****)
Veel minder ingetogen maar des te uitbundiger en feestelijker ging het er na aan toe met het  Congolese Staff Benda Bilili. De kern van deze formatie bestaat uit mindervalide muzikanten die ingevolge polio gedwongen zijn tot een bestaan in een rolstoel of zich dienen te behelpen van krukken. Omdat geen enkele andere groep hen wou, besloten ze samen te spelen en werden ze omringd door enkele jongelingen die het harde straatleven van Kinshasa probeerden te ontvluchten. Eén van hen is Roger Lunda die via het bespelen van de zogenaamde Satongé, een zelfgemaakt instrument louter bestaande uit een blik met daaraan verbonden een stukje hout en één gitaarsnaar, sterk bepalend is voor het geluid van de groep.
Mede door Vincent Kenis, gespecialiseerd in Congolese muziek, werd hen de mogelijkheid geboden een album, getiteld ‘Très Très Fort’ (2009), te maken in de zoo van Kinshasa en deze  te laten verspreiden via Crammed Discs. De documentaire ‘Benda Bilili!’ die vorig jaar in de selectie van het Cannes filmfestival werd opgenomen, bezorgde hen een terechte en grotere  bekendheid.  
Vooraleer u als lezer denkt dat een concert van Staff Benda Bilili een meelijwekkende aanblik biedt, geven we meteen mee dat de groepsleden steevast het tegendeel bewijzen door met een brede glimlach en een ferme dosis expressie te musiceren aan de hand van - wegens geldgebrek - primitief ogende instrumenten. Dit alles werkt aldus zo aanstekelijk dat het hen na onder meer eerdere passages op enkele festivals wereldwijd, waaronder ook  Couleur Café van vorig jaar, weinig moeite koste om ook Brugge te laten onderdompelen in de rijkelijke combinatie van Congolese rumba, blues, funk en reggae.

Joan As Police Woman (***)
Ook de Amerikaanse Joan Wasser kende haar portie ongeluk toen haar toenmalige vriend, zanger en liedjesschrijver Jeff Buckley, na een zwempartij in de Mississippi vroegtijdig het tijdige voor het eeuwige diende te verruilen.
Na dit verlies maakte ze onder meer deel uit van Antony and the Johnsons en begeleidde ze ook Rufus Wainwright maar ze vond stilaan haar eigen weg en is sinds enkele jaren een eigen carrière aan het uitbouwen onder de artiestenbenaming Joan As Police Woman. Na eerder ingetogen platen als ‘Real Life’ (2006) en ‘To Survive’ (2008) verscheen dit jaar het hoopvolle en opgewekte ‘The Deep Field’ (2011). Daarop kiest ze ook voor een meer uitgebreide instrumentatie en gaat ze tevens meer de blues- en soulsfeer opzoeken.
En dit vormde ook de rode draad doorheen haar concert in Brugge. Of moeten we zeggen ‘witte draad’ want het trio trad nagenoeg helemaal in het wit op.
« The Action Man » klonk nog wat aarzelend maar met « Magic », « Chemmie » en « Flash » werd dit helemaal weggewerkt. Wasser bespeelde deels gitaar deels keyboards en klonk erg zelfverzekerd. Er werd ook ruimte vrijgemaakt voor interactie met het publiek, getuige het feit dat toen een fan een bordje omhoog hield met daarop gepend - zinspelend op haar artiestennaam - de boodschap dat hij schuldig was en ze hem in de handboeien mocht slaan, repliceerde dat hij haar maar beter niet uitdaagde. Ondertussen knipoogde ze naar haar begeleiders van dienst, drummer Parker Kindred en toetsenist Rob Gentry.
De stemvervormer waarvan ze op geregelde tijdstippen gebruik maakte, had voor ons echter niet gehoeven. Gelukkig waren er ook nog sporen terug te vinden van de melancholie van weleer en als dit werd gecombineerd met een hoeveelheid zachte soul gaf dit mooie resultaten zoals bij « Kiss The Specifics » en « Save Me » (opgedragen aan alle vrouwen, en dit naar aanleiding van het feit dat Snoop Dogg op Les Ardentes – waar Joan As Police Woman ook had opgetreden – opmerkelijke vrouwen bij zich had).
Nadat ze heel wat mensen uit haar entourage en de platenfirma dankte, sloot ze haar set met een strak en stevig « I Say Yes » af.

Gentleman & The Evolution (**)
Veel minder overtuigend was het concert van Gentleman & The Evolution. Frontman Tilmann Otto uit Duitsland houdt vooral van reggae en dancehall en wil dit aan de gehele wereld kenbaar maken. Alleen was het jammer dat dit alles nogal klinisch en te gepolijst klonk om te bekoren en daarbij heel wat goedkope clichés en te gekende gadgets uit de kast werden gehaald die het verjaardagsfeestje van Cactus – het festival was aan zijn dertigste editie toe -  geen extra glans verschaften. Vragen om met de handjes te zwaaien (had Regi Penxten daar geen eigendomsrecht op verworven?) en de oproep om het gebruik van marihuana te legaliseren, klonken iets te geprogrammeerd in de oren. Het gevolg was dat de door Otto geliefkoosde verruimende middelen hun doel voorbijschoten (of in casu –rookten) en dat behalve de eerste rijen het overgrote deel van het park verstoken bleef van de lust- of roesopwekkende effecten die de formatie hoopten te brengen.
Tilmann Otto kwam de plaat ‘Diversity’ voorstellen maar de diversiteit bleef uit. Ook de achtergrondzangeressen die met hun vocalen wat extra gelaagdheid aanbrachten konden de balans niet naar het positieve doen overhellen.

Iron And Wine (****)
Neen, dan kon het concert van Iron And Wine veel meer bekoren én verrassen. Want deze groep onder aanvoering van Samuel Beam, een Amerikaanse singer-songwriter, onderging de jongste jaren een opvallende gedaantewisseling. Zo is er sinds de plaat ‘The Shepherd’s Dog’ (2007) geen sprake meer van loutere lo-fi miniatuurtjes maar wordt gebruik gemaakt van een uitgebreider instrumentarium, een gegeven dat zich helemaal doorzette op de recentste plaat ‘Kiss Each Other Clean’ (2011).
Ook op het podium werd dit nog eens onderstreept en zelfs geaccentueerd doordat Beam met acht begeleidende muzikanten optrad. Dit bezorgde het songmateriaal een vollere en rijkelijkere klank. En dit pakte goed uit.
Een opvallende rol was er weggelegd voor de saxofoon of klarinet die bijvoorbeeld een mooie aanvulling vormde voor de twee achtergrondzangeressen tijdens « Summer In Savannah » of  « House By The Sea » met samenwerking van enige drums en percussie een mooi ritme aanmat.
Andere hoogtepunten waren onder meer « Walking Far From Home », het rustige « My Lady’s House » en « Wolves (Song Of The Shepherd’s Dog) » waarbij volgend op een subtiele intro een lang uitgesponnen instrumentaal tussenstuk, voorzien van elektronica, stevige gitaarpartijen en bijhorende wah wah effecten, zich aanbood maar de groepsleden er toch in slaagden om uiteindelijk het nummer in alle rust een zachte buiklanding te laten maken.
De passage van Iron And Wine was er eentje voor de fijnproevers.

Arsenal (***1/2)
Als u weet dat onze Belgische Arsenal in april van dit jaar in een mum van tijd vijfmaal de Brusselse AB liet vollopen nog vooraleer de nieuwe plaat ‘Lokemo’ het daglicht zag, zal het u wel aannemelijk klinken dat de groep rondom het producersduo Hendrik Willemyns en John Roan weinig of geen introductie behoeft.
Wat kan gezegd worden voor Intergalactic Lovers geldt evenzeer voor Arsenal. Tenzij u deze zomer een wereldreis maakt of blijft opboksen tegen een onoverwinnelijke festivalvrees, is de kans dat u als muziekliefhebber de groep ergens op een podium mist, nagenoeg onbestaande.
En waarom zou u ze eigenlijk willen ontlopen? Hun mix van warme, exotische en opzwepende geluiden en ritmes leunen zich uitstekend om live te brengen. En wat de groep zondag op de planken tentoon spreidde, vormde hierop geen uitzondering. Er mocht gedanst worden en naar believen gebeurde dit ook massaal bij nummers als « Estupendo », « Personne Ne Bouge », « Lokemo », « Saudade » (opgedragen aan Mario Vitalino Dos Santos die zich in het publiek zou hebben bevonden) of de nieuwe klassieker in wording « Melvin ».
Ook bij « Mr. Doorman » (met een mooie elektronisch intro die donderslagen imiteerden) en « One Day At The Time » was het een hele opgave om stil te blijven staan.
In tussentijd was er ook ruimte voor wat rustigere passages in de vorm van « Pacific » en « High Venus » uit de nieuwste plaat en voor een stevige versie van « Longee » met puik gitaarwerk van Bruno Fevery.
Arsenal kwam, speelde maar overwon net niet helemaal. Net als bij de gelijknamige Engelse voetbalclub die jaar na jaar bij de aanvang van de competitie in de Premier League als  gedoodverfd titelkandidaat naar voor wordt geschoven maar uiteindelijk de beker met de grote oren toch ziet ontglippen, was dit met ons muzikaal uithangbord niet anders. De groep leek ons iets te gretig om er een echt feest van te maken en draaide het geluidsvolume van de instrumenten aanvankelijk dermate open dat de mooie stem van Leonie Gysel hierdoor ongelukkig overspoeld werd en wat naar de achtergrond verdween.
Was dit erg? Neen. Zette dit een domper op de feestvreugde? Helemaal niet. Bovendien werd dit euvel na enkele nummers rechtgezet en vormde het slechts een detail in een voor de rest voortreffelijk concert waarbij deze keer geen beroep werd gedaan op enige gastzangers. Het  was louter net niet voldoende om de vier sterren binnen te rijven. Maar ach, niemand die daar wakker van zal liggen.

Mogwai (****)
Met het in 1995 opgerichte Mogwai als absolute headliner naar voor te schuiven hadden de organisatoren van het Cactusfestival het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. De Schotten mogen weliswaar rekenen op een trouwe aanhang maar grote bekendheid genieten ze nog niet bij het doorsnee publiek. Bovendien brengen ze een instrumentale postrock (enkele uiterst spaarzame door vocoder gestuurde vocalen buiten beschouwing gelaten) die melodieus maar bovenal loeihard gespeeld wordt en die aldus geen hapklare brok vormt.
Bovendien hadden ze hun reputatie in Brugge wat tegen want hun vorige passage op het Cactusfestival in 2007 was geen onverdeeld succes. Als vervanger van The Explosions In The Sky hadden ze toen af te rekenen met enkele technische problemen en waren ze duidelijk geïrriteerd door het feit dat tijdens hun concert The Gotan Project hun decor reeds aan het opbouwen waren.
Van dit laatste hadden ze deze keer dus geen last en ook de setting beviel hen uitstekend (zo lieten ze duidelijk verstaan dat ze verheugd waren om in het Minnewaterpark te mogen vertoeven en aldus hun support voor Skunk Anansie op het voormalige industrieterrein van het Neapolis Festival in Napels de avond ervoor, naar de vergetelheid konden spelen).
Het publiek reageerde erg enthousiast en de gevreesde uittocht kwam er niet. Heel wat mensen lieten zich onderdompelen in de bij momenten sferische wereld van Mogwai. En wie er bij was, zal het beamen:
Mogwai was op dreef, leidde elk nummer geduldig naar een  climax en leverde een glansprestatie af. Ook bewees het vijftal dat ze zichzelf met hun zevende, begin dit jaar uitgebrachte studioplaat ‘Hardcore Will Never Die, But You Will’ – hoe minutieus soms ook – blijven vernieuwen. Met recht en rede mogen ze dan ook nog steeds als vaandeldragers van de postrock beschouwd worden.

Samengevat vormden ons inziens op de afsluitende dag Junip, Iron And Wine en Mogwai de lekkerste kersen op de verjaardagstaart van het Cactusfestival editie 2011. Maar worstelt u met het antwoord op de zomervakantiepuzzel “Waar is dat feestje?” en dient een zevenletterwoord beginnende met een ‘A’ ingevuld te worden waarbij u als gouden tip meekrijgt: ‘bekende Londense voetbalclub spelend in rode uitrusting’, dan zouden wij u ten stelligste aanraden ‘Arsenal’ in te vullen. Gegarandeerd dat u in de prijzen valt.

Wie zich sowieso ook tot winnaar mochten kronen, zijn de mensen van het Cactus Muziekcentrum. Ondanks een grote concurrentie (datzelfde weekend vond ook Rock Zottegem en Werchter Classic plaats, alsook mocht er enkele dagen vooraf nog stevig in de portefeuille of portemonnee getast worden wou men ook de passage van Prince op het Gentse Sint-Pietersplein niet missen) blijven ze er in slagen om een mooie en opvallend gevarieerde affiche samen te stellen en mogen de ticketprijzen nog steeds als democratisch beschouwd te worden. Zeker als men voor ogen neemt dat er aan de bezoeker nog niks aangerekend wordt voor de gezellige sfeer en ontvangst, de kindvriendelijkheid en de prachtige locatie. Men moet het maar kunnen !

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2011: zaterdag 09 juli 2011 - de vibe in de hangmat

Geschreven door

Cactusfestival Brugge 2011: zaterdag 09 juli 2011 - de vibe in de hangmat
Tweede dag van het Cactusfestival die aan een gezapig tempo op gang kwam, op een festival waar het sowieso al bijna even belangrijk is om wat in de hangmatten te chillen, een mojitootje of ontibetaanse Tibetaanse schotels te nuttigen of op de kinderen te letten die overal rondhangen. Dat en de aangename locatie zijn toch de sterkte van het festival, eerder nog dan de brede muzikale programmatie die dit jaar, misschien de laatste jaren een beetje aan eigenheid verloren heeft, omdat wereldmuziek misschien al andere nichefestivals gevonden heeft, omdat de tijden zo zijn, omdat er vooral muziek geprogrammeerd moet worden die aangenaam bij de zomersfeer past, en bij een breed publiek kan aansluiten.

Dat was zo’n beetje de indruk tot voor het schitterende afsluitende concert van een de bassen doorblazend Lamb, maar dat is voor straks.

Neen, eerst pintje gedronken tijdens het concert van Cold War Kids. Gitaarrock zou ik zeggen, uit LA dan nog, dus dan kan je niet zo heel veel verkeerd doen. Uitstekende stem van de leadsinger, eigenheid zou je zelfs kunnen zeggen. Ze lijken hard te werken, lijken het te menen, en volgens de bio timmeren ze al een tijdje aan de weg. Respect zonder meer. Goeie songs, niks al te memorabels, maar het is ook geen pretje om zo vroeg al een nog toestromend publiek in te pakken.

Janelle Monae heet een Prince-protegé te zijn en dat is in mijn ogen niet altijd een garantie, omdat hij zijn artiesten te vaak in hetzelfde vijvertje dat een muzikaal ghetto dreigt te worden zoekt en niemand nu eenmaal het talent van ‘His Royal Badness’ heeft. In ieder geval was het visueel een spektakel, met een veelkoppige band die soms haast een soort bigbandsound weet te creëren. Heeft volgens de persmap wat hitjes gescoord, maar niks wat bij mij beklijft. Nominaal zal dit wel soul zijn, maar laat net nu de ziel verstek hebben laten gaan. Op dat vlak bood het vond ik te weinig, maar het was wel heel leuke zomermuziek, zonder uitschieters, met Stevie Wonder en Jackson 5 covers, met leuke confetti en nog leukere ballonnen, enigszins uitzinnige vestimentaire attributen en een publiekinteractie waar het publiek dan wel pap van lustte. Feestje.

Tegen de vooravond kwam Triggerfinger op, en het is een beetje een raadsel in een mysterie in een enigma, of hoe gaat het citaat weer, wat die hier te zoeken hadden. Ze brengen een soort macho rootsrock die in bepaalde omstandigheden grappig zou kunnen zijn, of mits de nodige lichtheid ‘tongue in cheek’, maar dit stak zo hevig af bij de algemene programmatie, de sfeer van het festival, dat ik het allemaal niet goed snapte. Als je van het genre houdt zal het best nog wel iets hebben, maar toch al zeker geen grootse songs. Eerder iets voor zwetende achterafzaaltjes waar je mazout mag staan drinken tot je onmachtig jezelf beplast, Freddy Devadder-gewijs. Maar kom, ieder zijn lol.

Het contrast met Lyle Lovett kon haast niet groter zijn, hoewel ze uiteindelijk beide in de Americana-vijver vissen. De jongere generatie was ondertussen aan het bier, of voedsel aan het inslaan. Lovett en band is zo ongeveer country, zijn band lijken zo allemaal musician’s musicians en het arsenaal songs waar hij uit kan putten is toch heel rijk. “She’s no Lady” als afsluiter, wat me net iets te ironisch is qua tekst (het is gewoon waar). De tragere nummers als “I will rise up” genoten de voorkeur, uptempo heeft dit genre een te hoge hillbillyfactor.

Hooverphonic bracht een mooie doorsnee van een ondertussen al behoorlijk uitgebreid oeuvre en daar zitten toch een aantal miniklassiekers tussen. Nog altijd vind ik “2 Wicky” het beste, maar “Mad About You” en al die anderen waarvan de namen me soms een beetje ontsnappen staan garant voor kwaliteit. Het is sfeermuziek waar ik me graag met mate in onderdompel. Eerste keer dat ik Noémi Wolfs (de naam!) te horen kreeg en niks dan lof, sluit heel mooi aan bij de vroegere sound. Zonder meer een heel mooie stem. Uiteindelijk ook daarom dat Alex Callier een beetje minder mocht zeuren tussen de nummers in, en er hoeven niet te veel gitaren bij het Hooverphonicgeluid. En iemand mag hem wel eens het verschil tussen heten en noemen uitleggen.

Afsluiter was Lamb en dat werd wel degelijk het hoogtepunt van de dag. Volgens Lou Rhodes hadden ze in Slovakije de dag ervoor een uurtje geslapen, misschien dat ze daarom nog wat doof waren. De bassen stonden te luid maar tegenwoordig word je toch al verondersteld oordopjes mee te hebben, dus dat kwam allemaal in orde. Nieuwe nummers van een nieuwe CD konden nog niet helemaal beklijven, maar ik wil gerust na een nieuwe luisterbeurt mijn mening bijsturen. Wat veel gitaren, en bij bepaalde bands hoeven geen gitaren wat mij betreft. Bovendien waren de oudere nummers stuk voor stuk klassiekers, van “Gabriel” tot “Angel”, om de rillingen bij “Gorecki”, zo’n ‘lost classic’ uit de nineties, niet te vergeten.
Heel dankbare band, ze zijn blijkbaar net als het publiek aan de fase van koters toe en ja, dat werkte op een of andere manier. Ze houden van de sfeer, net zoals de toeschouwers en zullen dus wel blijven terugkeren, hoop ik.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2011: vrijdag 08 juli 2011 – Vrouwen charmeren

Geschreven door

Cactusfestival Brugge 2011: vrijdag 08 juli 2011 – Vrouwen charmeren
De 30ste editie van het Brugse Cactusfestival was uitermate geslaagd. Cactus wentelt zich in zijn relatieve kleinschaligheid. Ruim 25000 bezoekers over de drie dagen konden genieten van het brede muzikale recept van de organisatie. Wat steeds een groots succes blijkt … ‘See, Feel the world’ luidt hun credo, wat de versmelting betekent van verschillende culturen en muziek, hetgeen de variëteit onderstreept. De formule bleef ongewijzigd: één podium, diverse stijlen van muziek, heerlijke spijzen, animatie, sfeer, gemoedelijkheid en … kindvriendelijk.
… ‘the best European small festival’ … het is de crew van Cactus een hart onder de riem …
Veel goede muziek dus over de drie dagen én grote namen die niet teleurstellingen!

dag 1: vrijdag 8 juli 2011 – Vrouwen charmeren …
Feest Op Cactus! Lady Linn & Her Magnificent 7 zorgden meteen voor een feestje op Cactus. Inderdaad een leuke, ontspannende opener kan haast niet voor het amicale, pittoreske festival. De vrolijke tunes van het poppy ‘jumpin’ jive ballroom jazz’ ensemble zorgden voor de eerste zonnestralen aan de betrokken hemel. Een uiterst genietbare set van de charismatische band olv Lien De Greef, die in het werk van de twee cd’s grossierde. De aanstekelijke instrumentatie scoorde hoog op songs als “Little bird”, “I don’t wanna dance”, “Cry baby” en “A love affair”. Origineel was “Lady L on a Mission”, met een knipoog naar Katy B’s on a Mission”. De rij leuke songs gingen erin als zoetekoek, een voorname sfeermaker én als opener van het festival kan dit gelden!

Kate Nash - Het feminisme draagt ze sinds de laatste cd ‘My best friend of you’ torenhoog in het vaandel. Tekstvellen hieromtrent slingerde ze om ons heen, maar minder heftig en agressief als voorheen! Ze gaf muzikaal haar materiaal een verrassende wending … girl ‘power’ rock doordrongen van haar ervaring bij de punkband The Receeders, waar ze een flinke keel kon opzetten. Een ruwe bolster die de frustraties van haar af zingt, krijst en schreeuwt ( maar nét niet uitspat!) ten nadele van de frisse, onschuldige, dromerige ‘60s girl ‘bubblegum’ pop van het debuut ‘Made of bricks’.
Lady Linn had vanavond alvast de juiste hoeveelheid babbelwater en – muziek gegeven aan de Britse. De krolse kat in de opvallende outfit klonk bij haar vorige optredens (Bota en op Pukkelpop) maar matig; ze haspelde letterlijk haar songs af en keek bijna niet naar haar publiek. Op Cactus was het dus anders … een evenwichtige, enthousiaste dame die met haar ‘female’ begeleidingsband  prikkelde en de rocksongs dynamiek en pit bood. Als een wervelwind ging ze tekeer … Ze was strak, bedreven, punky op de gitaar, en hield de eerste rijen in haar klauwen op “Love you more”, “Do wah doo”, “Kiss that girrrl” en “Model behaviour”; “Foundations “en “Pumpkin’ soup” waren op hun beurt dan meeslepend en emotievol door het pianospel.
Ze amuseerde zich kostelijk en betrok de eerste rijen in het gebalde materiaal. Zo zagen we haar graag … Wat een ‘chinchilla’ …

Na zomerse en rockende tunes hadden we met de beeldschone feeërieke Schotse Isobel Campbell (ex Belle & Sebastian) en Mark Lanegan, de vrouw – man tegenstelling, een onmogelijke mogelijke samenwerking, die het rustpunt van de avond betekende. Al drie cd’s lang weten de ‘beauty & the beast’ te boeien.
De muzikale magie tussen beiden op plaat is op een podium en openlucht andere koek. Hun ‘nighttripsongs’ lieten de avondzon maar mondjesmaat toe. De lichtvoetige country van de laatste cd ‘Hawk’ en de dosis luchtigheid van swingende countrypop werden geweerd, en het duo hield het met de band op donker dreigende en dromerige, sfeervolle songs
bepaald door Lanegan’s grauwe, krakende zegzang en Campbell’s frêle, hemelse zang, backing vocal en neurie.
Druilerige, bezwerende americana in countryblues gedrenkt, doopten het Minnewaterpark om tot een soort ‘film noir’ soundtrack. Met de begeleidingsband werden een pak songs kort en kernachtig gespeeld, waaronder “You won’t let mee down again”, “Who built the road”, “The circus is leaving town”, “Back burner” en “Time of the season”.
… Een aparte Engelen – Duivels stijl van dit excentrieke duo … De organisatie heeft altijd ‘zoiets’ klaar die je op een hoofdpodium op een festival  niet direct te zien krijgt; het onderstreept de brede programmatie en diversiteit !

Even mooi ogend en ook uit Schotland afkomstig als Isobel Campbell is KT Tunstall die in een vorig leven deel uitmaakte van het worldfolkensemble Oi Va Voi. Ze bouwde al een aardige solocarrière uit en er de belangstelling was groot om Tunstall en Co aan het werk te zien.
Aanstekelijke, potige en hartverwarmende gitaarpoprock is de muzikale noemer van haar drie cd’s en de lekker in het gehoor liggende sound zorgde voor een puike respons. Live drongen de synths wat forser door.
Als een volleerde Melissa Etheridge palmde ze het publiek in met hapklare songs als “Other side of the world”, “Black horse & cherry tree”, “Lost”, “Saving my face” en “Suddenly I see. Binnen het rockconcept niet verrassend, maar een spannend opbouwende set leverde ze af!

Tot slot op de deze eerste avond hadden we de 66 jarige Bryan Ferry. Samen met Brian Eno heeft hij met Roxy Music een bepalende stempel gedrukt op de Britrock. De zanger van Roxy Music heeft al een stijlvolle solocarrière achter de rug en kan als geen ander de vrouwen charmeren.
Naast de talentrijke dames die we eerder op de avond zagen, kon deze succesvolle stijlicoon niet ontbreken! Hij is aan een volgende (derde?) adem toe en met zijn nieuwste album ‘Olympia’ trok hij met een uitgebreide band (ouwe getrouwen en jong talent!) dito backing vocalistes/danseressen op tournee.
Na veertig jaar krijgt hij nog steeds iedereen moeiteloos naar zijn hand. ‘A nice mixture’ serveerde Ferry en Co, van de romantica “Slave to love”, “Don’t stop the dance” naar de wisselend gespeelde covers “I put a spell on you”, “Just like torn thumb’s blues” (Dylan) , Neil Youngs “Like a hurricane” en “What goes on” (VU) tot overtuigende versies en synchrone dansjes op “Make you feel my love”, “Editions of you” en de RM classics “Avalon”, “Love is the drug”  en “Let’s stick together” . In de geest van RM en in kijker speelde de saxofoniste zich! Finaal besloten de tunes van “Jealous guy” (Lennon song btw!).
Ferry stond voor de dames garant als Elegante Schoonheid en Eenzame Klasse …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Sonisphere Festival 2011 – Metallica! Heerst op dag twee

Geschreven door

Sonisphere Festival 2011 – Metallica! Heerst op dag twee
Voor het eerst sinds jaren zijn het weer metalhoogdagen in Frankrijk, een tijdje geleden met Hellfest en nu streken ‘the Big 4’ neer op de gezellige site van Snowpark Amnéville.
Daar werden 2 grote podiums neergepoot tegenover elkaar: ' de scene Apollo' en 'de scene Saturn', door de korte change overs verveelden we ons geen moment en door de opstelling van de podia hadden we ons enkel om te draaien om de volgende bands aan het werk te zien.

Op het hoofpodium ( de scene Apollo) pikten we in bij Anthrax dat boegbeeld Ian Scott moest missen door z'n nakende vaderschap. Op deze tournee werd hij vervangen door een andere grootheid in het genre: Andreas Kisser van Sepultura.De '80s speed en trashmetal werd gretig onthaald door de voorste rijen en de charismatische frontman Joey Belladonna legde zoals steeds de nodige meters af op het podium. “Bring the noise”, “I am the law” en “Got the time” werden zoals steeds energiek gebracht en waren ideale opwarmers voor het lekkers dat nog komen moest.

Even later verscheen Volbeat strak in het zwart op de scene Saturn. Het Deense viertal dat een week geleden nog een goede beurt maakte op Graspop greep direct de massa naar de keel. Frontman Michael Poulsen bracht met hun uptemposongs en meezingrefreintjes het hele terrrein aan het springen en tussen de nummers door sprak Poulsen al van 'the big 5'...
De poppy, catchy metalsound met blues en rockabilly invloeden ging erin als zoete koek en live vertolkingen van “A New Day”, “Guitar Gangsters & Cadillac Blood” en “A Warrior's Call” werden van begin tot einde meegebruld. Ook covers van Johnny Cash “Sadman's tongue” en Dusty Springfields “I only wanne be with you” werden in een aangepaste versie op de playlist gezet.
Waar hun livesets vroeger iets harder waren horen we nu een meer volwassen, geëvalueerd Volbeatgeluid en aan hun fanshare te zien heeft hen dat zeker geen windeieren gelegd...

Onder aanvoering van Tom Arraya kwam Slayer opgedoemd uit de rookpluimen. De snelle, agressieve trashmetal is hun handelsmerk en ook hier werd verschroeiend uit de startblokken geschoten, met “War ensemble” en “Ditto head” in het begin werd de toon gezet voor een uurtje van het betere beukwerk. Met de volumeknop volledig open brachten ze een mix van recenter werk met o.a. “Hate Worldwide” en World Painted Blood” en hun klassiekers “Raining Blood” en “South Of Heaven”. 'Gitaarmonster' Kerry King gaf zich zoals steeds volledig en zweepte meermaals de eerste rijen op. Slotakkoord was “Angel of death” dat voor de nodige moshpits zorgde en een gepaste afsluiter was van een stevig headbangfestijn.

Door technische problemen begon Papa Roach met 20 minuten vertraging zodat hen slechts een set van 30 minuten restte. Kopstuk Jacoby Shaddix wist meteen wat hem te doen stond en nam het publiek direct op sleeptouw. Met “Getting away with murder”, “Scars” en “Between angels & insects” kregen ze de menigte direct op hun hand met hun nu metal. De band teerde lang op hun monstersucces van hun album ‘Infest’  maar bleek de voorbije jaren geen eendagsvlieg te zijn. Het korte intermezzo werd afgesloten door de luidkeels meegezongen klassieker “Last resort”.

Op de mainstage hadden Dave Mustaine en de rest van z'n kornuiten van Megadeth achter hun instrumenten plaatsgenomen. De coole, eigenzinnige frontman is zowel letterlijk als figuurlijk nog geen haar veranderd. Op zijn typische no nonsense manier en met z'n flying V omgord, gaf hij de start van een ‘greatest hits’ set van een uurtje. Met inmiddels 12 studio albums op de teller was er dan ook ruime keuze uit het oeuvre.
De set met o.a. ”Peace Sells”, “Hangar 18” en “Symphony of destruction” werden op routine afgehaspeld en de band gaf een gelaten indruk. Als voorproefje op het nieuwe album werd “Public enemy nr 1” gespeeld. Met hun 'Franse nummer' “A tout le monde” kenden ze een collectief meezingmoment en classic “Holy wars” is live nog steeds één van de beste metalnummers ooit gemaakt.

Vreemde eend in de bijt en headliner op de Saturn stage was TARJA. De klassieke sopraan – in een 'vorig leven nog actief bij Nightwish- is sinds ze na de nodige ruzies aan de deur werd gezet met het project Narja begonnen. Inmiddels werden 2 albums ingeblikt en komt het nieuwe project langzaam maar zeker van de grond. Met een opvallende rol voor de cellist brachten ze een sfeervol optreden en was duidelijk dat het merendeel van het publiek deze band nog moet ontdekken. Op de mooie vocale prestatie van Tarja Turunen was niets aan te merken en het lijkt ons slechts een kwestie van tijd voor ze in de desbetreffende milieus met deze sound haar stempel zal drukken.

En rond de klok ven elven was het dan uiteindelijk zover, op de tonen van “Ecstasy of Gold (Ennio Morricone) en met begeleidend filmpje uit ‘The Good, the Bad and the Ugly’ besteeg de formatie Hedfield-Ullrich-Hammett-Trujillo de bühne.
Metallica tekende voor een blitzstart met 'oude krakers' : “Hit the Lights-Master of Puppets-The Shortest Straw en Seek & Destroy”. Als eens heavy sneltrein walsten ze over de site heen, niets zou hen stoppen. Met de nadruk op de eerste 4 platen kregen we een echte 'old school set' voorgeschoteld. Het tempo was moordend en als een furieus stel bloedhonden hielden ze iedereen in hun greep. Slechts 2 maal werd gas teruggenomen met “The memore remains” en het vanonder het stof gehaalde “The Call of Ktulu”.
Met de nodige vlammen, vuurwerk en een wervelende lichtshow werd ook het showaspect niet vergeten. Hetfield orkestreerde, Trujillo begeesterde, Hammett soleerde en Ullrich had de grinta van in de grote dagen. Zowel ”One”, “Enter Sandman” of “Blackened” allen klonken ze even strak, snedig en tijdloos en brachten ze het volgelopen festivalpark in een dromerige extase. In de bisronde kregen ze nog hulp van Diamond Head & Anthrax bij “Helpless” en sloten ze af met “ Damage inc.” en een moddervet “Creeping Death”.
Metallica ‘30 years on the road, still going very strong’ …

Tracklist: 1.Hit the Lights, 2.Master of Puppets, 3.The Shortest Straw, 4.Seek & Destroy, 5.Welcome Home (Sanita.rium), 6.Ride the Lightning, 7.The Memory Remains, 8.All Nightmare Long, 9.Sad But True, 10.The Call of Ktulu, 11.One, 12.For Whom the Bell Tolls, 13.Blackened, 14.Fade to Black, 15.Enter Sandman, 16.Helpless (w/ Diamond Head & Anthrax), 17.Damage, Inc. 18.Creeping Death

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Sonisphere Festival

Gent Jazz Festival 2011 – Mavis Staples – BB King

Gent Jazz Festival 2011 – Mavis Staples – BB King
Steven De Bruyn, Tony Gyselinck & Roland mochten de derde dag openen. Steven (El Fish) is de beste hormonicaspeler van het land, Tony een van de betere jazzdrummers en Roland is vooral gekend om Roland te zijn. Bij het begin vertelden ze dat ze geen reet hadden voorbereid en dat was er dan ook duidelijk aan te horen. Het concert leek me meer op een betaalde repetitie, we misten begeestering en de opener bouwde te traag op, zelfs op het vervelende en het tergende af. Dan eindelijk de pees erin met Up and Round, met een goedgestemde Roland. Ik had zelfs de indruk dat dit wandelend witte wijnvat deze keer nuchter was. Helaas moest de pees weer eraf en begon het trio aan een resem bewerkingen met een overdaad aan allerlei effecten van onder andere Nina Simone en Jimmy Smith nummers. Hun humor en spitante opmerkingen hebben niet veel kunnen goed maken. Op bepaalde momenten oversteeg het geroezemoes het concert en zaten mensen verveeld naar hun uurwerk te kijken. Laat dit een graadmeter zijn. Pas op het einde kwamen ze ietwat in vorm met een climaxje-mini-kippenvelletje-momentje.

Mavis Staples, ‘where the stones have no name’. Zoals iedereen weet is dit intussen 72 jaar oud besje een gospel en souldiva. Vijftig jaar geleden al een legende met The Staple Sisters. Met “You Are Not Alone” (Neen, niet Wacko Jacko) staat ze er helemaal terug. Met haar overigens schitterende band en achtergrondkoortje gaf ze een stomend gospelfeestje. We moesten en zouden met een goed gevoel de tent verlaten. Heel bevreemdend toch: op de site van een voormalig klooster voor een voor het grootste deel areligieus publiek openen met een heus gebed en meteen dat publiek mee krijgen, Hallelujah!  Staples is zeer gul met kippenvelmomenten en heeft een stem als een misthoorn (eat your heart out, Janice). De percussie en gitarist is op zijn minst fantastisch te noemen: less is more. De bassist Turmes alleen al is een weirde verschijning en de gitarist Holstrom weet als geen ander de juiste sound uit zijn Fender te toveren. Tijdens twee voorlaatste nummers hebben ze ons dan ook een soul en funklesje geleerd. Ik had plots door waar die jonge snaken van The Stones hun mosterd voor een aantal nummers op “Exile” en “Sticky” gehaald hadden. Eerder joeg Mavis al het publiek uit hun stoelen met beklijvende versies van “Wonderfull Savior” en “I’ll take you there”, luidkeels meegebruld door zowat de ganse tent. (Wist het publiek trouwens dat het aan een heuse eucharistie deelnemen was?). We eindigden met een Hallelujah: “Creep Along Moses”. De hamvraag: Werd BB King overbodig?  
Rick Holstrom (gitaar), Jeff Turmes (bas), Stephen Hodges (drums), Danny Gerrard (leader backing vocals).

Een uitverkocht Gentjazz mocht voor de tweede keer BB King ontvangen. En ik val al meteen met de deur in huis: De vorige passage was stukken beter. Eigenlijk kregen we weer krek hetzelfde voorgeschoteld, maar dan iets lauwer en trager (zelfs BB King wordt oud). Soms viel hij ons wat teveel lastig met zijn verhaaltjes en anekdotes uit het verleden en moesten wij maar luisteren als waren we kleine kinderen die onder zachte dwang en met een geveinsde interesse de oorlogsverhalen van grootvader ondergingen. Zelfs als die man een scheet laat, krijgt hij nog een staande ovatie.
Maar de muziek was er en dat blijft het belangrijkste. Het begon als iets zeer groots, de begeleidingsband alleen ( BB kwan pas na een half uur op) en is geëindigd in een heus bluesfestijn met de verplichte drum-, bas-, toetsen-, gitaar- en andere solo’s voor het publiek. En toen Zijne Ongeschiktheid Voor Fitnesszalen met zijn knokige vingers zijn zessnaar Lucille beroerde en zijn typische klank produceerde, wisten we al meteen hoe laat het was: Hij en alleen hij heeft de blues gemaakt. Zonder BB geen Stones, Beatles, Kinks,…zonder hem geen populaire muziek dus. 
Toch geen vijf sterren…..Of zijn we teveel verwend geweest in de eerste festivalweek?
BB King (gitaar & zang), Charles Dennis (gitaar), Toney Coleman (drums), Reginal Richards (bas), James Bolden (trompet), Stanley Abernathy (trompet), Melvin Jackson (saxofoon), Ernest Vantrease (saxofoon)

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Gent Jazz Festival 2011 – Randy Brecker/Bill Evans Soulbop feat. Medeski, Martin & Wood

Gent Jazz Festival 2011 – Randy Brecker/Bill Evans Soulbop feat. Medeski, Martin & Wood
Randy Brecker/Bill Evans Soulbop feat. Medeski, Martin & Wood - Speels en groovy

Het was uitkijken naar dit concert op dag 4 van Gentjazz. De regen van gisteren is weggespoeld, en het festivalterrein ligt er heerlijk bij. Terwijl Terence Blanchard de tent nog aan het opwarmen is en menig jazzwezen aan het vollopen is met Duvel en andere Moortgatters, denk ik terug aan de momenten waarop ik het olijke trio reeds aan het werk zag (Gent Vooruit 2002, Gentjazz 2006 (?) met John Scofield). Ik kan me van deze heren vooralsnog geen teleurstellend concert herinneren.

Medeski, Martin and Wood
zijn een cultband uit New York. Doorheen de jaren zijn ze erin geslaagd – mede dankzij de uitbouw van een geheel eigen sound – een vaste schare fans te veroveren. Met hun hoekig, ietwat dwars en eigenzinnig geluid overschrijden ze jazzgrenzen en loeren vaak over het muurtje naar rock-, funk - en andere impulsen. Het is voornamelijk John Medeski (Hammond – en vele andere instrumentaria/toetsen) die de boel regisseert. Dat was ook vanavond niet anders.
Zijne heilige Drievuldigheid is aan het touren met twee ook niet van de minste: Bill Evans (sax) – die in een vorig leven nog met Miles op tournee ging – en Randy Brecker (Trompet), minder gekende broer van Michael, waarmee hij de Brecker Brothers vormde. Het is hun plaat, het onlangs uitgebrachte ‘Soulbop live’, dat ze promoten en de keuze voor MMW als ritmesectie is een schot in de roos.

Bill Evans ziet er uit als Mark Knopfler (met hoodfband) en is op sax en sopraan minsten even geweldig. Te pas en te onpas haalt hij zijn fluit te voorschijn en leidt de band in goede banen. Al moet gezegd dat dit schone schijn was. John Medeski neemt het roer vrij vlug over en geeft het doorheen het concert nooit meer af. Niet dat Evans en Brecker er niet meer toe deden, maar het waren voornamelijk MMW die indruk lieten en de tent deed ontploffen.
Waar tijdens het eerste nummer (de setlist hing niet uit backstage en nummers werden niet aangekondigd), iedere muzikant reeds de kans kreeg om zijn waar te tonen, was het bij het tweede serieus raak! Een onwaarschijnlijke groove van John Medeski zette een funky nummer in, waarbij hij improviseerde op Hammond, sequencer, Hohner en andere toetsentoestanden. Die man goochelt met klanken en soundscapes en maakt er een feestje van. Dit trio zou ook tijdens de tweede week van het festival zijn plaatsje moeten kunnen krijgen – voor een staand publiek. De ritmiek zet aan tot bewegen en dans.
Omdat ze de twintigste verjaardag van het bestaan van MMW vierden, werden de heren door Evans in de bloemetjes gezet. Billy Martin zet percussiegewijs in, en doet waar hij goed in is. Spelen met kralen, toeters en bellen en andere versieringen. Maar niet zomaar! Steeds afgemeten en rijmend met wat de andere heren in petto hebben, om dan vervolgens – op de tonen van de groove – een fenomenale basedrum te plaatsen, die het geheel draagt. Martin is zeer polyritmisch, swingt als een tiet (doet me soms denken aan Steve Jordan – u weet wel van John Mayer én van K. Richards met zijn expensive Winos). Een reggaegroove, en een op een vervaarlijk werktuig (het ziet eruit als een stofzuiger/ toetsenbord met brandslang) blazende Medeski, als background sound voor een nogmaals imposante rock/funk groove sluit de set af. Een witte wijn – of nee, twee - dringt zich op, na dit schitterend concert!. MMW=WAW!

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent 

Gent Jazz Festival 2011 – Dave Holland Quintet – Al Di Meola World Sinfonia

Gent Jazz Festival 2011 – Dave Holland Quintet – Al Di Meola World Sinfonia
Al Foster / George Mraz Quartet feat. Fred Hersch: A Tribute to Joe Henderson.  Tien jaar na de dood van legendarische saxofonist Henderson gaan de oude kompanen Foster (drums) en Mraz (bass) op de hort met een tribute band. Nemen ze dan ook nog eventjes dé pianist Hersch mee. U voelt hem al komen. Er zit hier alweer een hoogtepunt aan te komen. Het speelplezier druipt er gewoon vanaf en het is heus plezier om Foster aan het werk te zien. We horen heerlijk georkestreerde improvistatie – noemt het orde in de chaos – waarbij elk zijn ding mocht doen en ook deed. We krijgen pikante uitvoeringen van klassiekers zoals “Page one” en “Inner Urge”. Leuke bindteksten ook met van die typische droge, euch…Britse humor.(‘Ik was eigenlijk niet van plan iets te zeggen, maar nu er hier toch een micro staat, wil wel wat onzin verkopen’). Al Foster was ook nog fier en vrij om de jonge saxofonist (33) meteen eventjes op het niveau van Henderson himself te plaatsen.
Al Foster (drum), George Mraz (bas), Fred Hersch (piano), Eli Degibri (sax)

Een perfecte opwarmer voor de Britse bassist Dave Holland en zijn Quintet. Aangekondigd door Al Foster gaat de band perfect de draad oppikken die hun voorgangers hadden klaargelegd en daar een ongelofelijk stuk aan breien. Dus zowaar nog beter dan Al Foster. Het quintet speelt al lang samen en brengt  met een helvetische precisie de muziek van Holland, die je niet bepaald eenvoudig kan noemen. Deze zit namelijk vol met tempowisselingen, gelaagdheden en fantastische klanktapijten. Alles klinkt zo vol en warm, en toch spontaan. Met “The song of all toughts” horen we Potter een saxsolo van jewelste geven. Zijn longinhoud leek groter dan de tent zelf. Weeral het geluk dus een uniek pareltje van wat jazz moet zijn te horen.
Dave Holland (bas), Chris Potter (sax), Robin Eubanks (trombone), Steve Nelson (vibrafoon), Nate Smith (drums)

Al Di Meola gaat als virtuoos door het leven en is ook een beetje van alle markten thuis (check google). Na Metheney en Bonamassa weer een wereldgitarist op Gentse gronden. In zijn World Symphonia laat hij elektronica wel achterwege en speelt hij met zijn side kick Seddiki voornamelijk akoestisch. Toch blijft hij, geïnspireerd door flamenco en tango, aan een razend tempo noten op ons afvuren. Het werd voornamelijk een onderonsje tussen die twee, waardoor de pianist soms verweesd moest toekijken. Al Di heeft dan ook een leuk gevoel voor humor door zijn nummers aan te kondigen als grondig herwerkte en niet meer herkenbare songs van Lady Gaga. Di Maola is nog absoluut niets kwijt van zijn wonderbaarlijke gitaartechnieken.
Al Di Meola (gitaar), Gonzalo Rubalcaba (piano), Kevin Seddiki or Peo Alfonsi (gitaar), Gumbi Ortiz (percussie)


Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent  

Gent Jazz Festival 2011 – Sonny Rollins

Gent Jazz Festival 2011 – Sonny Rollins
Na 10 jaar behoort Gentjazz terecht tot de 15 beste Jazzfestivals op wereldvlak. Dit ligt niet alleen aan de puike organisatie en de voortreffelijke locatie (eindelijk een stijlvolle betonnen inkom), maar vooral aan de uitgelezen ruime programmatie.

Gent Jazz Festival 2011 - Virtuoze jubileumeditie, eerste week

dag 1: donderdag 7 juli 2011
Als winnaar van jong Jazztalent Gent mocht Nathan Daems met zijn kwintet het festival openen. De band presenteert Oosters geïnspireerde toonladders met distortion en balanceert tussen uitdagend spannend, virtuoos vervelend en arty farty. Mits de nodige ervaring zullen deze knapen nog dolle jazzavonturen mogen beleven. Hou vooral zijn partner in crime en toetsenist Ottervanger in het oog.

Michel Portal  putte vooral uit zijn laatste Bailador. Klassiek geschoold en Afrikaans of mediterraans geïnspireerd wordt onze intussen 75 jarige Portal toch als een van de boegbeelden van de Europese Jazz beschouwd. Deze free jazz zit vol variaties in ritmes, open en gesloten momenten, stiltes en discussies met zijn trompetman Ambrose. Noteer dat Portal een uitstekend basklarinettist en sopraansaxofonist is. Ongetwijfeld een hartverwarmend en meeslepend concert voor de liefhebbers van die vrije stijlen. Take it or leave it. Helaas zat ik in de tweede categorie.
Michel Portal (rieten), Nasheet Waits (drums), Ambrose Akinmusire (trompet), Harish Raghavan (bas) en Bojan Z (piano)

De tent loopt voor de eerste keer vol voor levende legende Sonny Rollins. Deze tachtig jarige nog fris uitziende zilveren krijger mag samenwerkingen en vriendschappen met Miles Davis, Coltrane, Monk en Blackey op zijn CV schrijven en staat al zestig jaar op de planken. Er werd dus veel verwacht van deze eerste absolute topper. Helaas werden deze verwachtingen niet ten volle ingelost. Ok, Rollins is nog steeds niet van plan zijn puberteit in te zetten, maar ik had de indruk dat de band op automatische piloot aan het spelen was en dat Rollins moeite had om wat in zijn hoofd zat juist om te zetten. Er zit sleet op deze knar en zijn lichaam luister niet meer altijd. Soms was het trekken en sleuren en kon de gitarist Bernstein alles dragen. Toch konden we genieten van zijn rauwe noten, zijn up tempo krakers en van een toch wel stomend einde met zijn klassieker ‘ Don’t stop the carnival’.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Pagina 111 van 143