logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Gavin Friday - ...

Hellbats

How We Learn To Die

Geschreven door

Het Franse Hellbats mixt horror-rock, hardcore en psychobilly. Ze brachten een tijdje terug de EP ‘How We Learn To Die’ uit. De psycho en horror lees je meteen in de album- en in de songtitels als “Where My Neighbours Drown”. De hardcore kan je afleiden uit de uitgespuwde lyrics en meegebrulde refreinen.
Hellbats klinkt als de mannelijke versie van de vormalige Braziliaanse vrouwelijke band As Diabatz. Die hadden ook een punky vibe in hun psychobilly gesmokkeld. De gelijkenis geldt zeker voor de eerste tracks, “Where My Neighbours Drown” en “I Am Them”.
Titeltrack “How We Learn To Die” heeft niet die rockabilly-twang in de gitaren en hinkt meer naar de power van de hardcore. “Blessed By The River” heeft wat moeite om op gang te komen, maar draaft dan toch een flink eind door. Het vijfde en laatste nummer van deze EP, “Il Pleut De La Nuit Sur Le Noir”, is een heel fraaie track die er toch wat uitspringt. Hij is instrumentaal en er zit een riff in die je eerder in de atmosferische blackmetal verwacht.

LeWis

Let The River Run -single-

Geschreven door

LeWis (Louis De Roo) is een jonge Belgische beloftevolle songwriter en performer die zijn muzikale ambities kracht bijzet met studies aan het Liverpool Institute for Performing Arts. Hij schreef zijn eerste songs op z’n elfde, trok op z’n zeventiende al buskend door Europa. Zijn roots liggen  in folk, indierock, shoegazer, new wave en dreampop.
Zijn vorige single, het fantastische “Mathilda”,  verzamelde meer dan 100.000 streams op Spotify en kreeg airplay op BBC, RTL, Classic 21 en de Vlaamse Radio 1 en 2. Zopas verscheen “Let The River Run”, de tweede single. Opgenomen werd er in een huis in het zuiden van Frankrijk, de mix was weerom in handen van Tony Draper (Blossoms, Rival Bones).
“Let The River Run” vertelt het tragische verhaal van twee broers waarvan er één ten onder gaat aan een drugsverslaving. Het gevoelige onderwerp verdrinkt een beetje in de wel heel gladde productie. Je kan de tekst en het verhaal wel mooi volgen, maar je voelt de tragiek niet hard genoeg op deze tweede single. Daarvoor klinkt het te onbezorgd zomers. Terwijl “Mathilda” wel in tekst en muziek een symbiose was van drama en emotie. De innerlijke tweestrijd tussen inhoud en vorm zie je nog elders. Het artwork toont een veel te zonnig kraakpand (zonnig zijn ze nooit), terwijl de clip lijkt te schipperen tussen beelden van een gezellige strandvakantie en groezelige achterafstraatjes in de grauwe UK.
Deze “Let The River Run” had baat gehad bij net iets meer weerhaken en net iets minder Coldplay, maar het blijft wel een knappe compositie. Het wordt vast een hit.

The Limboos

Baia

Geschreven door

Spanje is een broeihaard voor retrobands. Het Spaanse label Penniman Records was lang de thuishaven van de retrorockband The Excitements. Met de extraverte zangeres Koko als reïncarnatie van de jonge Tina Turner stonden de Excitements regelmatig op Belgische podia, maar Koko heeft de band inmiddels ingeruild voor een eigen band. Penniman Records schuift daarom deze The Limboos naar voren.
The Limboos zijn nog meer retro dan hun landgenoten van The Excitements, Aloha Bennets of Dry Martina, of in België: Unwanted Tattoo. Dit gaat terug naar de periode van The Shadows, Sam & Dave en Van Morrison toen die nog bij Them zat, met een fijne, licht-dansbare mix van rhythm & blues, maar ook latin, soul, jazz en bubblegumpop.
The Limboos zijn een prima band als geheel, maar twee mensen springen er toch wat bovenuit: zanger-gitarist Roi Fontoira klinkt als een Afro-Amerikaan in de sixties en Sergio Alarcon legt telkens de juiste accenten met gitaar, percussie en een heerlijk huilend orgeltje. Het klinkt allemaal heel authentiek: de instrumenten, de opnames, de composities, de lyrics, … alles zit heel juist. Alleen de typische meezingrefreinen uit de sixties durven ze al eens overslaan op ‘Baia’. Op “Big Shot” lukt dat laatste nog wel, maar daarna, op “La descarga” en op “Till The End Of Time”, lijkt de band zich wat te verliezen in hun zoektocht naar authenticiteit. Een beetje alsof je wel de juiste getallen optelt, maar niet tot de som komt die je zou verwachten.
De sleutel tot succes ligt voor The Limboos in refrein-koortjes. Zodra die er aan te pas komen, klinkt deze band catchy as hell. Behalve voor “Big Shots” telt dat voor “Uncle Sailed Away” en single “Where Did She Go”. Die laatste zou het zelfs goed moeten kunnen doen op Radio 1 en 2. The Limboos zullen het zeker goed doen in het Belgische clubcircuit.

Matt Watts

Rachel -single-

Geschreven door

Op een nieuw album van de in België aangespoelde Amerikaan Matt Watts is het nog wachten tot volgend jaar. Om het wachten wat te verzachten is er nu single “Rachel”. De track werd opgenomen voor het fantastische album ‘How Different It Was When You Were Here’, maar haalde dat album niet.
Als je “Rachel” hoort, begrijp je ook meteen waarom het nummer dat album niet gehaald heeft. Het lijkt te zomers-opgewekt om niet uit de toon te vallen tussen die van heimwee en melancholische tristesse overlopende break-up-plaat. Daarover schreven we dat als liefdesverdriet een Olympische discipline was, deze Amerikaan met dat album kans maakte op een gouden medaille.
Maar op “Rachel” horen we eens een andere kant van Matt Watts. Hij is geen eeuwige treurwilg en kan zich blijkbaar net zo goed verliezen in een nieuwe verliefdheid. Het duo Eriksson en Delcroix gaat gewillig mee op deze zomerse lovetrip en plaatst er nog wat extra country-accenten bij. Maar dat is allemaal maar schijn, of noem het verpakking. Inhoudelijk gaat dit meer in de richting van een murderballad, psycho-country en het verknipte wereldbeeld van de Velvet Underground. Verrassend knap, opnieuw.

Pop/Rock
Rachel -single-
Matt Watts featuring Nathalie Delcroix en Bjorn Eriksson
Starman Records

Sun Gods

Pictures of You -single-

Geschreven door

Met covers is het altijd wat uitkijken. Heeft je cover een meerwaarde of een andere invalshoek aan het origineel? Kan je er je eigen ding van maken? En dat is niet gemakkelijk wanneer het om heel bekende covers gaat. Toch durfden de Sun Gods het aan om ervoor te gaan. “Pictures of You” is hun nieuwe single en een cover van The Cure dan nog wel. De peetvaders van de dark new wave. Een riskante business… Ook nog eens vermelden dat “Desintegration” waar het nummer op voorkomt dit voorjaar dertig jaar oud is geworden. Dat moet zowat het geboortejaar van een aantal van die gasten van Sun Gods zijn.
Wat kunnen we van hun prestatie zeggen? Dat het een zeer puike cover is geworden. Ze volgen het nummer vrij trouw maar doen dit met hun eigen instrumentarium. Ze weten de sfeer van het origineel te behouden, maar buigen het wel om in een song die wat grootser klinkt dan die van The Cure. Brent Buckler zingt op dezelfde manier zoals op zijn andere songs en geeft het nummer ook nog wat meer eigenheid. Een karakteristieke stem die mooi blend met de elektronica van de song.
Sun Gods heeft een puike cover gemaakt van “Pictures of You”.
Check intussen ook eens hun singles “Subtle Science” en “Zanzara”. Hou ze in de gaten want intussen werken ze naarstig aan een eerste langspeler.

Tempel

Tempel

Geschreven door

Het Noorse Tempel werd gevormd door Kvelertak-drummer Kjetil Gjermundrod en zijn boers Espen en Ine. Daarnaast speelt ook hun jeugdvriend Andreas Johnson mee. Door het drukke schema van Kjetil met Kvelertak geeft hij voor de live-optredens de drumsticks door aan Jonas Ronningen.
De muziek straalt kracht en snelheid uit. Het is geen speedmetal maar de nummers zijn wel uptempo en zitten vol riffs. De drums geven ferm van jetje. Daarnaast drijft de muziek op stevige riffs, maar bevat ze ook melodieuze gitaarlijnen. De zang vertoont de nodige gelijkenissen met zangers uit het hardcoregenre. Deze blend vormt dus Tempel.
Op hun eigen manier kan je hen een beetje vergelijken met onze Belgische Brutus. Die energie in de drums en de zang samen met de naar metal neigende gitaren. “Vendetta” bestaat uit een eenvoudige, terugkerende riff en enkele vlugge akkoordwissels. Het is een eerder korte en bondige opener die vrij gemakkelijk in het gehoor ligt. “Wolves” is nog een stuk heftiger en raast voorbij als één brok energie. Op “Uninvited” zit er verrassend genoeg opeens een cleane gitaarriedel in de song. Dat breekt eventjes met de rest om dan verder te voort te jagen tot het einde. Verder bevat de song vele ritmewisselingen en overgangen. “Afterlife” is best een catchy nummer vooral vanwege de gitaarriff en de samenzang in het refrein. “Fortress” begint heel toepasselijk met een door de drums gespeelde mars thema. De middeleeuwen komen zo voor mijn ogen voorbij. “Torches” kent een vrij lang uitgesponnen en sfeerrijke intro. Wie denkt dat die tot een ballade zou uitgewerkt worden komt bedrogen uit. Het tempo ligt misschien wel iets lager dan op de voorgaande tracks maar hij rockt toch goed. “Farewell” bevat enige weemoed in het gitaar- en baswerk. Ook de zang is ditmaal ietsjes anders. In de versen zingt hij ditmaal clean om dan in de refreinen over te gaan naar zijn normale zangstem. Dat levert een mooi resultaat op en doet (terug) sterk denken aan Brutus.
Tempel levert hier een steengoed album af dat vinnig en urgent klinkt. De songs zijn ingenieus opgebouwd. Normaal ben ik niet zo te vinden voor deze zangstijl, maar hier stoort mij dit helemaal niet. Het past goed bij de rest van de muziek. Amai, wat een sterk debuut!

Alan Parsons

The Secret

Geschreven door

Alan Parsons is een naam als een klok in de progrock. De Amerikaan is verantwoordelijk voor een reeks hits (“Eye In The Sky”, “Don’t Answer Me”, …) en wordt beschouwd als een meester in zijn vak. Aan nieuwe albums en touren komt hij nog maar weinig toe. Maar plots was daar het album ‘The Secret’ en kwam hij naar Europa voor een tournee.
‘The Secret’ is niet een nieuw meesterwerk met een nieuwe wereldhit. Het is wel een prima zet geweest om Jason Mraz in te schakelen als gastzanger (op “Miracle”). Daardoor is de kans groot dat Alan Parsons alsnog opgepikt wordt door de Spotify-jeugd. Al blijft het de vraag of ze deze zeemzoete softrock-track meer dan eens zullen beluisteren. Op de persoon van Jason Mraz na ademt dit nummer uit elke porie een hang naar FM-rock uit de jaren ’80, inclusief een kleffe sax-solo. Maar onder al die kauwgumballen-pop zit wel een knappe track ingespeeld door klassemuzikanten.
Alan Parsons zingt zelf maar twee tracks op dit album: “As Lights Fall” en “Soirée Fantastique”. Hij klinkt uiteraard een stuk ouder van Mraz, maar voor de rest is er geen reden waarom hij niet vaker achter de microfoon zou staan. Zeker op “As Lights Fall” legt Parsons vocaal een zacht, warm deken over de muzikaal weinig interessante track. Op “Soirée Fantastique” zit zijn mooie stem dan weer te diep ondergesneeuwd.
Het van bombast overlopende “One Note Symphony” bevat gelukkig meer dan één noot. Dit doet denken aan het meest theatrale werk van Pink Floyd of het meest barokke van Emerson, Lake & Palmer. Zoals de meeste tracks van dit album zou je ook deze korte symfonie meteen ergens in een Hollywood-blockbuster situeren.
Slechts één track heeft dat niet. Het instrumentale “The Sorcerer’s Apprentice” lijkt eerder voor een toneelstuk gecomponeerd dan voor een film. En slechts één track van dit album is effectief al in een film gebruikt: het honingzoete “I Can’t Get There From Here” (geen cover van REM) werd ingezet voor de coming-off-age-movie 5-25-77.
Voor “Sometimes” kunnen we de algemene Hollywood-aanduiding zelfs nog vernauwen tot een Disney-prent. Gastzanger Lou Gramm (Foreigner) slaagt erin om een klein beetje drama uit te vergroten tot een levensles van dertien in een dozijn. Maar ook hier houdt Parsons je bij de les. Het is voorspelbaar en over-the-top, maar ook gewoon heel goed.
“Requiem” is één van de beste nummers op dit album. Zo classic rock als classic rock mogelijk is, maar ook opnieuw onweerstaanbaar goed. Dat geldt bij uitbreiding voor wel meer nummers op dit album, maar op “Requiem” zit alles juist.
“Beyond The Years Of Glory” heeft een joekel van een Eye In The Sky-vibe, maar kan minder overtuigen dan het origineel. Het is wel nog steeds een prima song. “The Limelight Fades Away” is als titel misschien wel tekenend: Alan Parsons is een meester in wat hij doet, maar ergens onderweg heeft hij de trein gemist. Wie heimwee heeft naar de radiorock van de jaren ’80 en wie wegsmelt bij soundtracks, die hebben een prima album aan ‘The Secret’.

Neville Staple

Put Away Your Knives -single-

Geschreven door

De Britse ska-pionier Neville Staple werd vorig jaar persoonlijk geconfronteerd met de dood van een neef door het aanhoudende bendegeweld onder jongeren dat in de UK vooral met messen uitgevochten wordt.
Staple bracht vorig jaar nog een prima album uit, maar dit verlies dreef hem sneller dan gepland opnieuw naar de studio. Daar nam hij samen met zijn echtgenote Sugary Staple en Dandy Livingstone een herwerkte versie op van “A Message To You Rudy”. Dandy Livingstone is de eigenlijke songschrijver van die song en Neville Staple zat bij The Specials toen zij dat nummer uitbrachten. Zo is de cirkel rond.
Deze single heeft enkel herwerkte lyrics en die klinken maar een klein beetje geforceerd. Wie een beetje fan is van ska en 2Tone zal nog steeds meteen de wereldhit van The Specials herkennen en meezingen.
Neville Staple brengt hier een mooie boodschap, maar liever hadden we nog gezien dat de hele overlevende band (The Specials) hiervoor was komen opdraven.

World/Reggae
Put Away Your Knives -single-
The Neville Staple Band
Cleopatra Records

Pagina 152 van 460