logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Stereolab

Nonsun

Black Snow Desert

Geschreven door

Vorig jaar kregen we met o.a. All We Expected en BOLT (beiden besproken op deze site) twee heel fijne releases op het Dunk! Records label. Het jaar is nog maar begonnen en ze kondigen de releases aan van Stories From The Lost en van deze Nonsun. Een mooi begin van het jaar voor liefhebbers van post rock, post metal en ambient-achtige soundscapes.
Hun debuut ‘Black Snow Desert’ werd in 2016 in eigen beheer uitgebracht. De band kon een release op vinyl versieren en die komt nu dus uit in de vorm van een dubbel elpee. Het artwork werd lichtjes aangepast alsook wat details in de muziek.
Nonsun is een duo uit Oekraine. Goatooth is verantwoordelijk voor alle gitaren en Alpha voor de drums. We krijgen hier zes tracks (die allen tussen de zeven en vijftien minuten duren) voorgeschoteld die ergens tussen experimentele ambient en post rock zweven.
We nemen opener “No Pity For The Beast, No Shelter For The Innocent” als voorbeeld. Deze vijftien minuten lange track begint met een twee minuten durende aanzwellend gezoem. Heel intens en beklijvend gezoem. Percussie maakt daarna de overgang naar iets dat op post rock lijkt en dat vermengd wordt met drone. Zo wordt de track verder uitgebouwd om ongeveer te eindigen zoals ze begon. Het titelnummer kent dan weer een andere opbouw met ongeveer dezelfde elementen. De gitaren komen iets meer naar de voorgrond en de track begint als een post rock/post metal track. Ze is vrij ritmisch om dan te eindigen in een poel van drone en uitwaaierende gitaaraanslagen. Zo gaat dit verder op de andere tracks. Een trip, een zoektocht naar iets intens of ondefinieerbaars.
Nonsun levert met hun debuut een mengeling van post rock, doom en drone. Alles klinkt vrij zwaarmoedig en donker. We mogen wel zeggen dat ze een vrij origineel geluid hebben. Wie houdt van wat experimentele muziek zal deze zoektocht op ‘Black Snow Desert’ wel weten te waarderen.

Room Me

Anaon

Geschreven door

‘Anaon’ is het eerste volledige album van de Franse band Room Me. Band is misschien een groot woord. Room Me werd opgericht met verschillende bandleden, maar sinds enige tijd is Anne-Sophie Remy het enige bandlid. Zij zit ook nog in metalband God’s Empire, maar op ‘Anaon’ gaat ze resoluut voor indierock.
‘Anaon’ is een puur album, zonder overbodige strijkers of synths. Julien Rosenberger (van metalband Loth) ontdeed de songs van alle ballast. Behalve zingen, speelt Anne-Sophie nog gitaar, bas en viool. "Death Smiles And Dances Are Gone”, “Memories” en “Love And Hate” doen denken aan de vrouwen die in de jaren ’90 muziek uitbrachten bij 4 AD: licht sensueel, maar vooral donker en een beetje mysterieus. De catchy track “Happy Ending” klinkt een beetje als PJ Harvey op Dry. Dreigend en somber rockend, een beetje als Chelsea Wolfe of Shannon Wright.
“My Death” is een sinistere murderballad. Op “The End”, de laatste song van ‘Anaon’, krijgt Anne-Sophie Remy vocale bijstand van Jean-Claude VanDoom, zanger van Cult of Occult, de band waar haar God’s Empire-maatje Jérôme Colombelli deel van uitmaakt(e). Deze song klinkt heel anders dan de andere tracks, maar je hoort er wel, eindelijk, een mooie vocale uithaal van Anne-Sophie.
Deze Franse band met de intrigerende bandnaam is er eentje om te blijven volgen.

https://roomme.bandcamp.com/album/the-end

Alwaid

The Machine and the Beast

Geschreven door

Alwaid is een Franse melodische metal band (afkomstig uit Lille). Met deze release brengen ze hun tweede album uit. Het thema van het album draait rond monsters, het zich vrijmaken van zichzelf en de controle over de machines krijgen. Dat laatste, met de digitalisering, is een actueel gegeven om over te schrijven. Je hoort doorheen de muziek de drang naar tijden van helden, sagen en legenden. De muziek heeft dus een duister kantje en ook een strijdvaardig en roemlustige kant die de muziek groots doet klinken.
De vocals van Marie zijn goed en met een vrij hoog bereik. Soms klinken ze haast als een klassieke zangeres. Maar op andere momenten kan ze ook andere nuanceringen in haar stem leggen. Door de thematiek en de manier van zingen krijgen we tracks die heel filmisch en feeëriek zijn. Haast sprookjesachtig. “Amphisbaeba” gaat over een tweekoppige slang en “When The Giants Wake” over reuzen. De thematiek is misschien wel waar ze zich van andere female fronted bands onderscheiden. Daarnaast is het ook zo dat alles heel strak en haarfijn geproduced werd. Lekkere gitaarriffs en een heel degelijke ritmesectie. Met daaronder de nodige keys en synths. Vooral in de eerste helft van het album hebben de songs nogal wat tempo maar op songs zoals “Sang Noir” en “So The Song Went” laten ze het tempo nu en dan wat zakken. Vooral “Sang Noir” is een prachtige en afwisselende song met halfweg een aanstekelijk Frans gesproken stukje. “Fractalized” is een akoestische song/ballad met een goede opbouw.
Het album werd in het voorjaar 2017 al digitaal uitgebracht via Valkyrie Rising maar krijgt nu ook een fysieke release via Sonic Rendezvous. Terecht zou ik zeggen want dit is een heel sterk album voor wie female fronted metal genegen is.

Simple Minds

Walk Between Worlds

Geschreven door

De Simple Minds bestaan al sinds 1977 (toen nog onder de naam van Johny and The Self-Abusers). Ze lijken net als een kat over negen levens te beschikken. Na een korte punk periode kwamen de alternatieve wave platen (o.a. ‘Sons and Fascination’, ‘New Gold Dream’ …), de commerciële popperiode met o.a. ‘Once Upon A Time’ en ‘Street Fighting Years’ om daarna langzaam maar zeker naar de achtergrond te verdwijnen. Virgin liet hen vallen maar Kerr en Charlie deden moedig verder zonder Virgin. En langzaam maar zeker leverde dit beter wordende albums. Eerst ‘Cry’ en daarna ‘Black & White’. ‘Graffitti Soul’ was nog een stukje beter om uiteindelijk eind 2014 met ‘Big Music’ voor de dag te komen. Hun sterkste album in jaren. Dit resulteerde  in een moderner maar herkenbaar geluid en een Jim Kerr die beter zingt dan voorheen.
Ook live traden ze terug op voor uitverkochte zalen. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen voor de opvolger zijnde ‘Walk Between Worlds’.
Voor hun 17de album namen ze terug de producers Andy Wright en Gavin Goldberg aan die ook op “Big Music” meewerkten. Opener “Magic” is typisch Simple Minds. Stuwend, catchy en energiek. “Summer” opent met een donkere baslijn van Gred Grimes. Heerlijk hoor. Maar de song zelf mag er ook zijn. Mooi uitgewerkt en een nog beter geïnspireerd refrein dan op “Magic”. “Utopia” begint weemoedig en ontvouwt traag zijn pracht. De vocals van Jim Kerr zijn ingetogener dan we van hem gewoon zijn maar die maken de song juist zo genietbaar. Zo ook met “In Dreams”. “The Signal and The Noise” doet wat denken aan de begindagen vanwege o.a. de synths en de opbouw van het nummer. Een erg geslaagde en gelaagde track. “Barrowland Star” is een ode aan de Schotse concertzaal Barrowland. Het nummer klinkt groots zonder dat het teveel van het goede wordt. Rijkelijk voorzien van orkestratie, fijne backings van de dames en het gitaargeweld van Charlie Burchill. De zang van Jim Kerr is anders dan we van hem gewoon zijn en dat geeft het nummer een nieuw geluid.
‘Walk Between Worlds’ drijft op een mooi evenwicht tussen de keys, strijkers, bombast en gitaren. “Sense of Discovery” is het achtste en laatste nummer. Een heerlijke intro van keys en gitaarklanken om zich via de grote troms langzaam maar zeker op gang te trekken. De samenzang met de backings doet wat herinneren aan “Alive & Kicking”, maar wel zonder dat het stoort.
‘Walk Between Worlds’ bevat acht tracks waarvan geen enkel teveel of zwak is. De productie is top alsook de songs. We horen hier Simple Minds die in de vorm van hun leven zijn. ‘Big Music’ was heel geslaagd en deze is misschien nog wel beter. Ze hebben een synthese van hun eigen muziek gemaakt en het een update gegeven op ‘Walk Between Worlds’. Een heel geslaagde onderneming.
De eigenzinnigheid waarmee ze verder hebben gedaan toen Virgin hen liet vallen (en vele toenmalige fans) heeft geloond. Ze kunnen met dit album een opgestoken middenvinger uitsteken naar hun criticasters.

Matthews Southern Comfort

Like a Radio

Geschreven door

Matthews Southern Comfort. Wie oud genoeg is om het meegemaakt te hebben of misschien fervente muziekquizzers weten nog dat die band in 1970 een radiohit hadden met een cover van Joni Mitchell. De cover, “Woodstock”, stond op het eerste album van Matthews Southern Comfort, de band die Iain Matthews opgericht had na zijn vertrek uit de legendarische folkband Fairport Convention. Op zijn eerste eigen album werd hij wel nog volop bijgestaan door Richard Thompson en de andere leden van Fairport Convention. Na een paar albums doekte hij de band echter op en begon Matthews muziek uit te brengen onder zijn eigen naam of onder andere groepsnamen (Plainsong, Hi-Fi, Hamilton Pool, …).
Sinds enige jaren woont Iain Matthews in Nederland en heeft hij Matthews Southern Comfort als bandnaam vanonder het stof gehaald. Met een compleet nieuwe bezetting bracht hij onder deze naam in 2010 ‘Kind of New’ uit, gevolgd door de live-registratie ‘Kind of Live’. Op die laatste registratie speelt twee derden van de bandbezetting van het nieuwe album ‘Like a Radio’: Bart-Jan Baartmans en Bart De Win. Beide zijn heel gerespecteerde muzikanten, songwriters en producers. Dat duo wordt nog aangevuld met Eric Devries, nog zo’n Nederlandse muzikant met tonnen ervaring.
Het valt op hoe Matthews en zijn drie Nederlandse muzikanten zichzelf wegcijferen in functie van de song. Het songschrijven als ambacht staat centraal op ‘Like a Radio’. Op het reguliere album krijg je twaalf pareltjes die het midden houden tussen pop, rock, americana, jazz, blues en singer-songwriter. Daarbij slechts één cover: “Darcy Farrow”, als iemand dat nummer nog kent, zal het zijn in de versie van John Denver. Je krijgt nog drie bonustracks, met nog één cover: “Something In The Way She Moves”. Niet de door George Harrison geschreven Beatles-song, maar de minstens zo fijne track van James Taylor.
De pareltjes die nog net iets harder blinken dan de rest zijn “The Age Of Isolation”, “Been Down So Long”, “Right As Rain” (geen cover van Adele) en “Bits And Pieces”
‘Like a Radio’ is dan misschien een typisch Radio 1-album en we gokken er niet op dat Iain Matthews nog op de affiche van Pukkelpop komt, maar het is fijn te weten dat dit soort klassemuziek nog gemaakt wordt.
Voorlopig moet je voor deze prachtige muziek naar Nederland of Duitsland, maar hopelijk geven ook enkele Belgische zalen en festivals dit een podium. Dan lees je het op www.iainmatthews.nl

Deströyer 666

Call Of The Wild

Geschreven door

De Australische band Deströyer 666 combineert thrashmetalgitaren met elementen van blackmetal (de grunt en soms het drumwerk). Om het gat tussen twee albums te overbruggen, brengen ze in maart de EP ‘Call Of The Wild’ uit. Daarop krijg je amper vier tracks.
“Violence Is Golden” volgt het klassieke recept van de band en dat geldt eigenlijk voor elke track. Als je pap lust van het oudere werk van Deströyer 666, dan zal je dit ook weten te smaken. Ken je het nog niet, dan is deze EP een goede introductie.
Op “Stone By Stone” trapt de band het gaspedaal diep in. Ook titeltrack “Call Of The Wild” start met ongenadig snelle riffs. Zou speedblack een nieuw genre kunnen worden?
Het afsluitende “Trialed By Fire” is een herneming vanop de EP ‘Terror Abraxas’ uit 2003 en biedt de volle zeven minuten luistergenot. Alleen van de drumopnames word je niet echt blij, maar waarschijnlijk hoort het zo.
‘Call Of The Wild’ is een leuk tussendoortje, maar niet onmisbaar voor de fans. Deze EP moeten we vooral zien in het licht van de uitgebreide tournee van deze band doorheen de VS en Canada in februari en maart. Zo hoeven ze niet langer te teren op het oude ‘Wildfire’ uit 2016 (opgenomen in 2015) en geven ze hun publiek reeds een voorsmaakje van het volgende album. Als ze voortgaan op de weg die ze ‘Call Of The Wild’ ingezet hebben, zullen de fans vast en zeker tevreden zijn.

TB Frank & Baustein

Tock!

Geschreven door

Na het opdoeken van The Neon Judgement was het eventjes afwachten of de twee muzikanten nog van zich zouden laten horen. Amper een jaartje later kregen we alvast de magnifieke EP van Dirk Da Davo in samenwerking met Jean Marie Aerts (lees: http://www.musiczine.net/nl/nl/cdreviews/dirk-da-davo/dddjmx-ep/ ). Doch ook TB Frank zat niet stil en enkele maanden later komt hij met een volledig album dat hij samen met Baustein gemaakt heeft. Baustein is een multi instrumentalist die o.a. jazz studeerde, electro rock maakt onder de naam Manic Youth en nu metal met KONKR33T.
Ik was benieuwd welke klankkleur en stijl dit nieuw project zou hebben. Wel we krijgen hier donkere songs met melodie, grooves, electro en gitaren.
The Neon Judgement zou je denken? Dat valt wel mee. Je hoort hier en daar natuurlijk echo’s van deze band. Niet verwonderlijk als je er dertig jaar mee op de boer bent geweest. Maar ik denk te mogen zeggen dat je ook hoort dat TB Frank hier met iemand anders werkt. Je hoort dit aan de electro en de gitaren die hier soms meer ruimte hebben gekregen. Bv op “Margarita” krijgen we doorheen de hele song een knetterende en bij momenten wah wah gitaartje. Dat zorgt voor een luchtig tegengewicht met de donkere en strakke electro. De tekst staat onmiskenbaar bol van de seksuele spanning.
De opener van het album is een cover ( “Mother’s Earth”) van niemand minder dan Jeffrey Lee Pierce’s band The Gun Club. Met “Mother’s Earth” (uit het geweldige album ‘Miami’ uit 1982) toont TB Frank de klasse van deze song. Hij maakt zich de song eigen (o.a. de beats, de meer doorklinkende bas en de vervormde gitaren) zonder deze compleet te verbouwen. Knap gedaan. “Snow White” lijkt mij tekstueel een pastische of van ironische aard. Het nummer bevat een snedige gitaarsolo en spielerlei met elektronica. “Mellow Like 39” drijft op een basis van reggae. Groovy en om high in the sky van te worden. “I Didn’t” is dan eerder techno, terwijl op “Cool Moon” het richting country gaat. Hij doet mij een beetje denken aan Daan die op zijn laatste platen ook een beetje die richting uitgaat. “Hotel Called Hell” heeft een vrije dansbare beat waarop geëxperimenteerd wordt. Zoals je merkt gaan de tracks verschillende richtingen uit. Er worden elementen uit meerdere muziekstijlen in hun muziek verwerkt. Toch heeft het album een eigen en herkenbaar geluid meegekregen.

Na Dirk Da Davo is TB Frank er ook in geslaagd om met een eigen project zijn carrière een tweede adem te geven. ‘Tock!’ klinkt fris en bevat bij momenten donkere doch catchy songs vol electro en gitaren.
Het is zeker geen doorslag van The Neon Judgement geworden maar samen met Baustein slaagt hij erin om een boeiend en eigen geluid neer te zetten. Benieuwd wat dit live zal geven. Intussen zetten we nog eens de plaat op.

Morvigor

Tyrant

Geschreven door

Morvigor is een Nederlandse band die black- en deathmetal mengt. Met hun nieuwe album Tyrant voegen ze daar ook nog wat atmosferische stukken en wat postmetal aan toe.
Na de spacy intro volgt een eerste uppercut. “No Repentance” (geen berouw) doet denken aan het beste van Amon Amarth. Met dezelfde power en drive en met eenzelfde stemgeluid. De vergelijking met de Zweedse viking-deathband houdt niet vol tot het einde van het nummer. “The Martyr’s Ascension” is een werkstuk van liefst negen minuten, maar verveelt geen minuut. Van bij de intro van dit nummer wordt een knappe sfeer neergezet, met nochtans heel eenvoudige akkoorden. Daarna barst het nummer een paar keer uit en komen er een paar gitaarsolo’s langs die je doorgaans niet in dit subgenre zou verwachten. Zanger Jesse Peetoom levert een grunt die veel power heeft en toch heel begrijpbaar is. Je hebt als luisteraar niet voor elk woord het tekstvel nodig, wat toch wel een compliment is.
Morvigor plamuurt het groepsgeluid niet helemaal dicht. ‘Tyrant’ is geen pletwals die je in één keer tegen de muur blaast, maar eerder een intervaltraining waarbij af en toe de gaspedaal helemaal ingedrukt wordt. Je weet pas hoe luid en hard iets klinkt als je dat luid en hard ook eens weglaat. Goed gezien van Morvigor.
Het echte magnus opus van ‘Tyrant’ is “Blood Of The Pelican”, dat maar liefst vijftien minuten mag duren. Hier komen een paar post-invloeden langs en worden de gitaren doordrenkt van doom en melancholie. In deze song zitten momenten die wat doen denken aan ColdCell of Wiegedood. “Voices” heeft bovenop de grunts nog wat cleane vocals en een paar hardcore-momenten. 
Het is duidelijk dat deze Nederlanders lak hebben aan regeltjes over wat wel of niet kan in hun genre.
‘Tyrant’ is een knap album dat slaat en zalft tegelijk, wat je niet meteen verwacht als het label black/death aan een band gekleefd wordt.

Pagina 193 van 460