AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Hooverphonic

Claw Boys Claw

It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1

Geschreven door

De Nederlanders van Claw Boys Claw scoorden hun grootste hit in Vlaanderen met “Rosie”. Dat was in 1992. Het waren de hoogdagen van de eigenzinnige Nederlandse gitaarrock met o.a. Fatal Flowers, Julia P. Herscheimer, Daryll-Ann en Bettie Serveert. Daarna ebde de aandacht voor Claw Boys Claw in Vlaanderen langzaam weg. Ondertussen zijn we 26 jaar verder en de band bestaat nog steeds. Peter Te Bos is nog steeds de zanger van de band, John Cameron is nog steeds de gitarist. Drummer Jeroen Kleijn (o.a. Daryll-An, Spinvis) kwam er pas bij in 2013.

Vijf jaar na het bij het Belgische label Play It Again Sam uitgebrachte album ‘Hammer’ komt de iconische Nederlandse band nu met het splinternieuwe album ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’ bij Butler Records.

'It's Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1' is inmiddels de twaalfde langspeler van de band. Het is een herkenbaar Claw Boys Claw-album waarin de garagerock van de jaren ’60 en ’70  nog eens heruitgevonden wordt. Dat wordt dan gekoppeld aan een hoop heerlijke weerbarstigheid waarvan we dachten dat wij er in de Vlaamse rock het patent op hadden.

Single “Polly Maggoo” start als een retestrakke indierocksong zoals we die in de jaren ’90 kenden, verzandt dan in wat psychedelica en neemt een tweede, akoestische start. Het nummer maakt duidelijk dat Claw Boys Claw nog steeds en meer dan ooit de band is van Peter Te Bos. In alles van deze song merk je zijn hand en zijn uit duizend herkenbare stem draagt de song volledig.

Neem alle muziek weg en met enkel zijn stem weet Te Bos je aandacht nog steeds vast te houden. Hij valt grofweg te vergelijken met Jeffrey Lee Pierce van The Gun Club, maar ook met een jonge Roland Van Campenhout of een norse versie van Dirk Dhaenens van Derek & The Dirt.

Niet alle tracks op ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’zijn zo sterk als “Polly Maggoo”. De titeltrack is een gejaagde rocker, maar over de betekenis achter de bizarre titel word je geen haar wijzer. Dat hoeft ook niet. “Red Letter” en het gejaagde “Suck Up the Mountain” hebben vaag iets van Midnight Oil en de Tragically Hip. Op “Throw Me A Bone” kruipt Te Bos een beetje meer in de schaduw en mag Cameron iets meer op de voorgrond, maar voorts zijn de rollen duidelijk verdeeld.

Een nieuwe “Rosie” staat er niet op ‘It’s Not Me, The Horse Is Not Me - Part 1’, maar daar zaten we misschien ook niet op te wachten. Toch is dit één van de beste gitaarrockalbums van het moment. Degelijk zoals ze dat in de jaren ’90 deden.

Hopelijk wil Vlaanderen Claw Boys Claw opnieuw in de armen sluiten, want voorlopig laten ze ons links liggen voor optredens.

 

Weedpecker

Weedpecker III

Geschreven door

De derde plaat al van deze Poolse psych rockers. Vergeef het ons dat wij de eerste 2 gemist hebben, we halen zeker onze schade in.
Weedpecker is een band die het houdt bij flink uit de kluiten gewassen psychrock met stoner uitwasemingen, prog-rock uitstapjes en volbloed hard-rock riffs. Zelf hebben de heren het over ‘drugrock’, waarmee ze ook meteen de groepsnaam hebben uitgeklaard.
Voor deze derde plaat tekende Weedpecker bij het Duitse label Stickman Records en daar vertoeven ze in hun geliefkoosde biotoop, tussen onder meer Motorpsycho, Elder, King Buffalo, The Heads en Spidergawd. Allemaal bands die al wat ruimtereizen hebben afgelegd en die niet kijken op vijf minuten meer of minder, in één song wel te verstaan.
Bij momenten doet Weedpecker zelfs een beetje denken aan de eerste platen van Tame Impala, in de tijd dat die nog geen kermismuziek maakten maar wel avontuurlijke psychedelische rock. Doch over ’t algemeen scheuren de riffs hier toch een stuk harder en duren de space-excursies heel wat langer. Drie kwartier, vijf songs, er mag dus al wat gejamd en gefreakt worden. En dat doen ze met klasse, het is een plezier om mee in de flow te gaan. Heel vaak neigt Weedpecker naar Motorpsycho, check de gelaagdheid in de songs, de rustige intro’s en mijmeringen, de geestverruimende solo’s en de daaropvolgende heavy instrumentale uitbarstingen. Zo is elke song een avontuurlijke trip die verschillende tussenstations aandoet, met “Embrace” en “From Mars To Mercury” als voornaamste  hoogvliegers.

Derek & The Dirt

All Today’s Words

Geschreven door

Meer dan 20 jaar na de split is Derek And The Dirt terug met een nieuw album. De Gentse band maakte de podia onveilig in het begin van de jaren ’90 met zijn vuile gitaarrock. Na het vierde album gooiden ze de handdoek in de ring. Drie overblijvers (Dirk Dhaenens, Yves Meersschaert en Pim De Wolf) vonden elkaar opnieuw en krijgen bijstand van twee nieuwkomers: Frederik Van den Berghe (Admiral Freebee en The Whodads) en Philippe De Vuyst (Les Truttes, Waldorf).
Bij de try-outconcerten vorig jaar was reeds duidelijk dat de reünie niet beperkt zou blijven tot het opwarmen van de oude hits. Behalve enkele klassieke Dirt-nummers stond toen vooral nieuw werk op de setlist. De meeste van die nieuwe nummers hebben het album gehaald.
Het nieuwe album ‘All Today’s Words’ opent met “Butterfly”, dat vorig jaar goed ontvangen werd door de oude en nieuwe fans. De ruige gitaren scheuren je meteen om de oren en je waant je opnieuw in het begin van de jaren ‘90. Het speelplezier druipt van dat eerste nummer en het tempo blijft hoog op “We Still Feel”, ook al zit er parlando in de strofe. Nog meer vintage The Dirt-tracks zijn het stomende “Stop The News”, “Come On” en het stuiterende “Sugar”.
Derek And The Dirt 2.0 beperkt zich niet tot stevige rockers. “My Mistakes” en “Out Of Your Town” zijn schatplichtig aan Tom Petty en het vroege werk van Bruce Springsteen. Op twee andere, het tegendraadse “Closing The Gap” en de rauwe blues van “Mirror”, kruipt Derek in de huid van kameleon Arno en voegt hij er nog wat van zijn typische Dhaenens-drama aan toe.
Dit album heeft een paar knappe ballads, maar misschien niet van het kaliber van een “Rosie” of “Oh By The Way”. “On You Live” en “Out Of Your Town” zijn heel sterke en heel verschillende ballads. De eerste is een tranentrekkende ode aan een overleden collega-muzikant terwijl de tweede (over een gebroken hart) mooi opbouwt naar een zinderende finale. Misschien is “Yes I Can” wel de sleutelsong van ‘All Today’s Words’. Een trage liefdessong waarbij de hoop en de verwachting belangrijker zijn dan de kans op mislukking. Een beetje een metafoor voor de reünie en dit comebackalbum: als je wil dat het lukt, moet je er ook vol voor gaan.
En Derek And The Dirt is er op ‘All Today’s Words’ vol voor gegaan. We hadden het ook niet anders verwacht.

Shame

Songs Of Praise

Geschreven door

Met die nieuwe hypes uit de UK weet je maar nooit. Als ze met een onding als Yungblud komen opdagen dan is het voor ons hoogtijd om even de hond uit te laten, maar wanneer er iets spannends als Shame op ons afkomt komt dan zijn wij razend enthousiast. Shame is het meest opwindende bandje dat uit de UK is komen overwaaien sinds het al even bewogen Idles. Het gaat soms toch wel de goede richting uit met die nieuwe Britse groepjes.
Wat Shame siert is dat de jongens to the point blijven en overdaad mijden, ‘Songs Of Praise’ bevat 10 vlijmscherpe compacte songs en hoegenaamd geen ballast. De songs flirten met punk, indie-rock, pop en post-punk en ze knallen stuk voor stuk bijzonder explosief uit de speakers. “Rizzla” is een verdomde catchy single, een hit die niet uit onze kop weg te branden is. Op “Concrete”  voelen we dezelfde zinderende spanning als op de laatste van Protomartyr en op het geweldige “The Lick” gaan The Amazing Snakehaeds bij The Libertines op bezoek. De gebeten punkertjes “Tasteless”, “Donk” en “Gold Hole” doen sterk denken aan het al even fantastische Idles, die andere Britse post-punk revelatie. “Friction” gaat terug in de tijd en verkent eventjes met succes de Madchester scene van Happy Mondays en Charlatans om dan iets verder bij The Godfathers uit te komen.
Pas op de afsluiter “Angie” haalt Shame de voet van het gaspedaal en nemen ze de tijd om er een 7 minutenlange trip uit te puren die het beste van Oasis, Savages en Iceage bij mekaar brengt.
Een wervelend debuut van een bende veelbelovende Britse jong wolven.
Shame speelt op 22/05 in een helaas al uitverkochte Botanique. Voor het concert in l’Aéronef in Lille op 20/05 zijn er wel nog tickets.

Yungblud

Yungblud

Geschreven door

Yungblud  is het alter ego van het nieuwbakken tieneridool Dominic Harris en die klinkt een beetje als de missing link tussen One Direction en Arctic Monkeys. In een onding als “Anarchist” menen wij zelfs Rihanna te horen. U heeft misschien geen idee wat u zich hierbij allemaal moet voorstellen, maar wij worden er alleszins niet euforisch van.
Er staan amper 5 songs op dit debuutplaatje en die zijn voor ons meer dan genoeg om die bakvis en zijn bandje volledig te wantrouwen.
In de UK is Britpop blijkbaar een verplicht vak geworden in de kleuterklas, en dan komen daar onvermijdelijk dit soort boysbandjes of tieneridolen uit voort. Je hoort, ruikt en voelt gewoon dat er een gewiekste mediacampagne achter schuilt om dit te pushen richting hitlijsten. Het klinkt allemaal zo fake, maar de modale tiener of StuBru fan heeft dat doorgaans toch niet door, dus zal dit jochie hoogstwaarschijnlijk wel  in zijn opzet slagen.
Harris weet nog niet echt op welk publiek hij zich moet richten en schiet dan meer lukraak zijn pijlen in alle mogelijke richtingen.
Dit is noch mossel noch vis, Yungblud balanceert op de lijn tussen indie-pop met iets te opzichtige Arctic Monkeys trekjes  en slappe r&b. Het lijkt ons eerder iets voor Ed Sheeran fans die van zichzelf vinden dat ze heus ook wel iets afweten van ‘alternatieve’ muziek.
Hier kunnen wij dan ook niks mee aanvangen, doch iemand anders wel, menen wij . Een piepjong publiek, check. Gillende meisjes, check. Hitparade, check. Rock Werchter? Zit er dik in.
Wij klasseren dit in het schuif ‘wegwerptieneridolen’.

MGMT

Little Dark Age

Geschreven door

Ooit was MGMT een hip en relevant groepje die met uiterst aanstekelijke singletjes “Time To Pretend”, “Electric Feel” en “Kids” een frisse nieuwe wind joeg doorheen het hitparadelandschap.
Dat MGMT voor eeuwig zal vastgekluisterd zitten aan dit triootje hits heeft alles te maken met de pijnlijke vaststelling dat ze er sedertdien niet meer in geslaagd zijn om met evenwaardige succesnummertjes op de proppen te komen. Verwoede pogingen werden ondernomen op albums als ‘Congratulations’ en ‘MGMT’, maar het is nooit meer geworden wat het ooit geweest is.
Op vandaag is MGMT een doordeweeks elektro popgroepje met een goedkope sound die gerecycleerd is uit lichtvoetige synthpop van eightiesbandjes als OMD, A Flock Of Seaugulls of, erger nog, Kajagoogoo en fuckin’ Pet Shop Boys.
Op ‘Little Dark Age’ treffen we meer bubblegum dan song, meer kitsch dan hits, meer goedkope elektrodeuntjes dan frisse melodieën, meer plastiek dan goud, meer verpakking dan inhoud.
Niet echt een tijdloze sound dus, wel eentje die om onbegrijpelijke redenen dezer dagen terug hip is. Voor zo lang het duurt natuurlijk. Speciaal voor dit soort bandjes werd de term ‘vergankelijk’ uitgevonden.

Bruno & The Souldiers

Kingston Funky Crime

Geschreven door

Het Italiaanse gezelschap Bruno & The Souldiers vermengt ska en rocksteady met soul, vandaar de ‘Souldiers’ in de bandnaam ipv ‘Soldiers’. Ze hebben net een vinyl-EP uit op Onedrop Fellas Records. De bekendste naam die aan dat label kan gelinkt worden, is Alborosie.
Of het met Bruno & The Souldiers internationaal ook zo’n vaart zal lopen als met Alborosie, valt nog af te wachten, maar muzikaal zit het wel snor. Het sterkst presteert deze tienkoppige Italiaanse band op de titeltrack “Kingston Funky Crime”, met een laid-back ska-track in de lijn van de Skatalites. Ze hebben ook goed geluisterd naar de Britse 2Tone-ska van The Beat, The Selecter en The Specials. Niet wereldschokkend vernieuwend, maar wel knap gedaan. Het is vooral het orgel dat het geheel iets meer naar de soul duwt dan naar de ska.
Ook “Come Closer“ is een prima mellow ska/rocksteady-nummer en daar krijg je op deze EP ook nog eens een dub-remix van. Beide tracks zijn perfect gebracht, opgenomen en gemixed.
Van de Jimi Hendrix-klassieker “Crosstown Traffic” krijg je op deze EP zowel de gezongen als de instrumentale versie. Die met zang gaat gebukt onder een schattig Engels met toch een Italiaans accent. Op de instrumentale versie gaat dan weer alle aandacht naar de muzikanten, die hier net als de opnametechnici uitstekend werk leveren. Bruno & The Souldiers hebben trouwens iets met covers. Op hun eerste demo staken ze “Sunny Afternoon” van The Kinks in een jasje van up-beat rocksteady. Die versie vind je makkelijk op YouTube.
‘Kingston Funky Crime’ is een prima debuut. Met hun raak-gekozen covers en hun smoothe ska kunnen ze zowat overal terecht, zowel op hippe wereldmuziekfestivals als in zweterige muziekkroegen.

Torgeir Waldemar

Jamais Vu

Geschreven door

Op ‘Jamais Vu’ herneemt Torgeir Waldemar een aantal van zijn vroegere songs. Vijf om precies te zijn. Twee songs krijgen een elektrisch jasje aangemeten. Zijnde “Streets” en “Take Me Home” die in hun originele versie op zijn debuut in een folkrock versie staan. De songs zijn niet beter of slechter maar gewoon in een ander jasje. Neil Young is nooit ver weg op deze twee songs. Van zijn laatste album “No Offending Borders” krijgen we drie akoestische versies van “Sylvia”, “Among The Low” en “Summer in Toulouse”. Ook hier dezelfde opmerking als bij die andere tracks. Deze versies zijn evenwaardig aan de originele waarmee Torgeir bewijst dat hij zowel het klassieke rock en het folkrock genre beheerst. Persoonlijk hoor ik liever de elektrische versies omdat die wat meer in de ziel kerven. Maar dat is enkel te wijten aan mijn voorliefde voor dat genre.
‘Jamais Vu’ is een mooie kennismaking met de man indien je hem niet zou kennen. En dat zullen er ongetwijfeld veel zijn. Voor liefhebbers van Neil Young, Bob Dylan en Admiral Freebee.

Pagina 191 van 460