logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
giaa_kavka_zapp...

Kapitan Korsakov

Physical Violence Is The Least Of My Priorities

Geschreven door

Terwijl de meeste Belgische groepjes hardnekkig proberen de nieuwe Oscar & The Wolf te zijn in de hoop een beetje airplay te krijgen tussen al die andere rotzooi op Stru Bru, zijn er gelukkig nog anderen die wars van alle gangbare trends koppig hun eigen zin doen. Pieter-Paul Devos bestuurt zo zelfs twee van die eigenzinnige bands, het geweldige Raketkanon en het furieuze Kapitan Korsakov. Die eerste heeft hij even op stal gezet om met de tweede richting USA te trekken naar de studio van niemand minder dan Steve Albini.
Een naam als Albini staat natuurlijk altijd mooi te blinken op de hoes, maar er moet toch ook wat degelijk gerief in de bagage zitten wil men zo een producer op een treffelijke manier zijn ding laten doen. De Antwerpse egotripper Daan is destijds met zijn groepje Dead Man Ray voor het album ‘Cago’ ook naar ginder getrokken, maar zelfs wonderdokter Albini kon met de schamele prooi niks aanvangen. Geen songs, geen album, zo simpel is het, José Mourinho zal met SK Lierse ook geen Champions League spelen.
Nu goed, met Kapitan Korsakov loopt het nog zo geen vaart, dit is immers het soort band waar Albini wel weg mee weet. Toch valt het ons op dat ze zich deze keer wat hebben ingehouden, iets wat we de twee vorige platen indachtig niet meteen verwacht hadden.
Kapitan Korsakov kiest duidelijk voor veelzijdigheid en daardoor is de samenhang op dit album soms wat zoek. Opener “Caramelle” is een degelijke gitaarrocker, maar niet echt het soort song die we op deze noise goeroe’s zouden kleven. Een pianoballad als “Hearts To Hard” is al helemaal niet hetgeen waar wij bij een wildeman als Pieter-Paul Devos zitten op te wachten, de song is even overbodig als een kubus in een ballenbad. Ook “Midnight Gardens” is heel poppy voor hun doen, iets voorbij halfweg gaat de song dan toch in overdrive en komt een ruige gitaar de boel een beetje overhoop schudden maar het is te laat, misschien toch maar best die rockballads overlaten aan The Scorpions. Een ander buitenbeentje “Suicide Limp” flirt met de eighties en is zijn gitaartje gaan halen bij The Sound, maar deze komt dan wel aangenaam binnen.
Kapitan Korsakov is volgens echter nog altijd op zijn best wanneer het echt vuil mag klinken, en dat is zo op het weerbarstige “Rabid Ghawazi Shuffle” en het bloedende “Strobo Stripper”, meteen ook de twee absolute uitschieters. Ook de opgejaagde punkrocknoise van “Pussy Scars” kan ons wel bekoren. “Spitting Over The Edge” is een andere voltreffer, de riff komt uit het grote Pixies boek en de song heeft een geweldige drive in huis. De Albini stempel horen we dan weer  duidelijk in “Very Friendly Fire”, dat ding had zo op ‘In Utero’ gekund.
‘Physical Violence Is The Least Of My Priorities’ is een Korsakov plaat die een beetje te veel richtingen uitgaat, en niet altijd de juiste. Toch helt de balans over naar de goeie kant.

PJ Harvey

The hope six demolition project

Geschreven door

‘The hope six demolition project’ werd gemaakt met hetzelfde team als ‘Let England shake’, rond John Parish – Mick Harvey en producer John Flood. Een bloedserieuze , theatrale sound  van een reeks grillig , sfeervol materiaal dat teruggrijpt naar de traditionele Britfolk/rock van een ander tijdperk, dwingende indie bevat en durft over te helen naar Björk kapsones .
Het is de toon van een verzameling op muziek gezette snapshots van plekken waar dood , verval , armoede, drugs, vernietiging en uitzichtloosheid heersen . Haar aantekeningen worden muzikaal omgezet in een broeierig , intens spannend, donker geluid , een slepende , mysterieuze , onheilspellende sfeer van pathos en dramatiek  .
Het klankbeeld is breed door het instrumentarium, galmende trommels , accordeon, sax , soms ondersteund van een (mannen)koorzang. “The community of hope” , “A line in the sand”, “The orange monkey” , samen met de single “The wheel”, raken en bepalen het sfeerbeeld . Polly neemt geen prominente rol in , maar maakt deel uit van de band . Haar indringende , heldere of verbeten , schreeuwende vocals passen perfect in het plaatje .
Haar laatste werken bieden iets speciaals , fascineren en dienen geïnterpreteerd te worden als een concept. Aparte muziek , Niet voor de hand liggend , Confronterende wereld, Sterke plaat!

Kendrick Lamar

Untitled unmastered

Geschreven door

Kendrick Lamar heeft met ‘Untitled unmastered’ een late echo uit op het enorm gerespecteerde en bejubelde ‘To pimp a butterfly’ , bepaald door sterkhouders als “King kunta”, “The blacker the berry” en “I”. Hij had van dit album een rits remixen en dubs kunnen maken en uitbrengen, maar doet het met een mapje restmateriaal dat interessant is , zeker “Untitled 01”, “02”, “03”, “06” en het afsluitende “08”. Er zitten samenwerkingen in met een CeeLo Green, Thundercat, Anna Wise en Bilal .
De nummers zien we als een concept , met sterke momenten en ingevingen . Vinnige en zalvende  raps wisselen elkaar af of vullen elkaar aan . Soms noteren we zelfs een spervuur aan raps binnen onvervalste souljazzy hiphop/p-funk .

Dvkes

Push Through

Geschreven door

Dvkes in een interessant kwartet ; die eerder al een EP uitbracht en de halve finale van HRR bereikte . Met producer Mario Goossens van Triggerfinger krijgen we een groots gespierde plaat, met enkele fijne , broeierige rockers , die een psychedelische tune verraden .
We worden  overdonderd door een handvol songs . Opener “We finally pushed through”  scherpt meteen de aandacht , meer dan zes minuten lang worden we meegevoerd,  – gesleept door een intense spanning , energie , kracht , die intrigeert door repetitieve , stevige ritmes, in reverb gedrenkte gitaarriffs en durft te exploderen .
Die toon wordt verder  gezet in “Put to bed” en de afsluitende reeks “The boy who cries wolf” en “Apoca lips”. Vier knallers die de muzikale sterkte tonen , het songschrijverstalent ondersteunen en wat deze band in zijn mars heeft. In de andere songs dringt de psychedelica wat meer door .
Een gerijpte indruk! In het oog te houden .

Blink 182

California

Geschreven door

De ondertussen middelbare heren in korte broek van Blink 182 zijn terug met hun zevende studio-album.  ‘California’ telt zestien ongecompliceerde tracks die duidelijk geen stijlbreuk met het verleden betekenen.  Wat er wel veranderd is, is de zanger.  Frontman Tom De Longe is vervangen door Matt Skiba van Alkaline Trio wiens vocalen perfect matchen met de gepolijste poppunk van Blink 182.  Heel wat muziekkenners zullen deze ietwat voorspelbare  plaat neersabelen maar wat ons betreft is ‘California’ gewoon een okselfrisse plaat die bol staat van de catchy oorwurms.
Luister maar naar onze favoriet “Los Angeles”,  de heerlijke opener “Cynical”,  single ”Bored To Death”  en meezinger “She’s Out of Her Mind”.  Fans van de band en/of liefhebbers van poppy punk zullen dit plaatje ondertussen al lang aangeschaft hebben en we geven hen geen ongelijk!

The Jayhawks

Paging Mr. Proust

Geschreven door

The Jayhawks waren in de jaren 90 één van de meest gerespecteerde bands binnen de rootsamericana. De plaat ‘Hollywood town hall’ uit 1992 is dan ook in het geheugen gegrift , die trouwens samen met de opvolger ‘Tomorrow the green grass’ opnieuw werd uitgebracht met de reünie in 2008. Gary Louris – Mark Olson waren het uitgangsbord, stonden in voor de sing/songwriting en zorgden voor een harmonieuze samenzang , wat het vakmanschap van de band onderstreepte . Door de jaren hadden de twee een hobbelig parcours , maar hun pad kruiste elkaar opnieuw , wat in 2011 ‘Mockingbird time’ bracht . De reünie leek zijn vruchten af te leveren, maar kijk, vóór de opnames van de nieuwe  , vijf jaar later, ‘Paging Mr. Proust’ haakte Olson terug af .
The Jayhawks brengen heerlijke poprootsamericana , die aanstekelijk, fris , broeierig als intens sfeervol , gevoelig klinkt . Het is een gevarieerde plaat , mede geproduceerd door Peter Buck (ex REM) en Tucker Martine , die al z’n strepen verdiende bij The Decemberists en My Morning Jacket. De single “Quiet corners & empty spaces” plaatste hen terug in de frontlinie van het genre , en met “Ace” hebben ze een heerlijke kraker uit, die ruimte laat aan de instrumenten en de gitaar doet openbarsten. Hier steken ze Wilco naar de kroon . Het gitaarspel neemt een prominente rol in en de keys/piano geven klankkleur aan het genre . Enkele zoetsappige nummers doen de spanning dalen, maar in z’n totaliteit zijn en blijven ze een americanaboegbeeld . Mooi!

Birdy

Beautiful lies

Geschreven door

De Britse Jasmine Van Den Bogaerde , met deels Belgische roots in Vlaanderen en Brussel, is al van haar zevende bezig met liedjes schrijven en werd in de UK al getipt op jonge leeftijd , gezien ze  op haar twaalfde een landelijke Britse talentenjacht won.
Een vijftal jaar terug viel ze op met haar titelloos album waarbij een veelbelovend coveraanbod te horen was van nogal wat Afrekeningsbands als The National , Bon Iver, Phoenix, Fleet Foxes  en The xx; nummers die op intieme, gevoelige, spaarzame wijze gespeeld werden  op piano, keys of akoestische gitaar .
Intussen biedt de prille twintiger meer dan een  radiovriendelijk coveraanbod , de tweede ‘Fire within’ bewees haar talent als zangeres en het componeren van mooi gearrangeerde, breekbare dromerige popsongs .
Ook deze derde biedt meer van hetzelfde,  gevoelige (elfen)pop, geleest op haar stem , pianospel en verder ondersteund , uitgewerkt van haar band. De songs durven beduidend breder te klinken . De emotie dwarrelt over ons heen  in een herfstig palet of met een prikkelend lentegevoel . Sterkhouders zijn “Growing pains” , “Keeping your head up”, “Wild horses” en “Lost it all”. Het tweede deel zakt wat ineen , een beetje teveel van dertien-in-een- dozijn, maar dat doet niet besluiten dat ze tot fijne,  mooie dingen in staat is , die ze nu afwisselend met haar band kan brengen.

Yeasayer

Amen & Goodbye

Geschreven door

Het Amerikaanse combo uit Brooklyn, Yeasayer liet een tijdje op zich wachten . Het duurde wel vier jaar tot de opvolger na de derde ‘Fragant world’ verscheen . Ze experimenteren graag met allerhande geluidjes , ritmes , creëren een soort synthpop met elektronica, gitaren in een adhd randje; een aanstekelijke chaos, balancerend tussen kitsch en kunst in.
Ze maken (nog steeds) knappe muziek , met een poppy art, koortjes, een psychedelische groove en een semi-mysterieuze tint. De plaat mag dan beduidend toegankelijker zijn , de heerlijke hippiegekte verdwenen, creatief blijft het gezelschap wel , de experimentjes hebben meer vorm , er zijn de verrassende wendingen en Indiase geluidjes worden toegevoegd als op een “Half asleep” . “Silly me”, “Gerson’s whistle” en “Cold night” vallen het meest op. Terug meer dan de moeite .

Pagina 224 van 460