logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Stereolab

Little Annie & Baby Dee

Little Annie and Baby Dee - Cabaret met een lach en een traan

Geschreven door

Dat het leven niet altijd een rechtvaardig gegeven is, weten we al langer dan vandaag maar deze levensfilosofie etaleert zich bij de ene mens al wat beter dan bij de andere. Neem nu, Baby Dee bijvoorbeeld, die te gast was in de Gentse Charlatan.
Deze 57-jarige transseksueel mag tot haar vriendenkring mensen als Antony Hegarty, Dave Tibet of Marc Almond rekenen maar ondanks de vele superlatieven die de pers reeds jaren naar haar hoofd kegelt, ziet het er naar uit dat zij nooit tot dat groepje gelukkigen zal behoren die voor overvolle zalen haar levenslied mag verkondigen.
Was Baby Dee een viertal jaar geleden nog te gast bij Current 93 in het Antwerpse Luchtbaltheater of kon zij twee jaar geleden nog een AB-club doen vollopen dan moet zij anno 2010 genoegen nemen met een Charlatan die al gauw voor de helft leeg bleek te zijn. Misschien waren het wel de gevaarlijke wegen die verhinderden dat het een massatoeloop werd, maar aan Baby Dee zelf, zal het niet gelegen hebben ook al spraken haar eerste woorden als de legendarische boekdelen.
Zeg zelf, een introductie als “Hi I’m Dee and I’m an alcoholic” zegt meer dan genoeg.
Baby Dee is een transseksueel die alle glam uit haar leven gemist heeft, zowel letterlijk als figuurlijk want eigenlijk kan je deze travestiet nog het best vergelijken met een gezellige oma maar wel één die weet wat de precieze betekenis is van de heilige drievuldigheid: sex, drugs en rock ’n roll.
Deze multi-artiest die als geen ander de harp kan bespelen en daardoor in bepaalde kringen beroemd werd, verkoos voor deze avond echter het gezelschap van een eenzame piano waarbij een prentkaartje van een koe en een interactief publiek haar enige metgezellen in dit cynische tranendal waren.
Ook al werkten haar ervaringen uit haar New Yorkse nachtleven soms op de lachspieren, bezat het ook een hoge dosis tragiek waarbij je niet wist of je het nu moest uitschateren of de zakdoek moest gaan bovenhalen.
Ook al lijkt deze dame een geboren atheïst, kunnen we er toch niet omheen om te denken dat indien God ooit een mens zou geschapen hebben die het midden houdt tussen Marlene Dietrich en Tom Waits haar naam wel eens Baby Dee zou kunnen zijn.
Na een tiental cabaretachtige nummertjes kondigde Baby Dee die andere vreemde creatuur, Little Annie aan.

Little Annie is allesbehalve een nieuweling in de muziekscène want deze extravagante dame stond reeds drie decennia terug onder de naam van Annie Anxiety aan de wieg van wat ooit Crass was. Later ging ze met de noise-indus pioniers Coil in zee om zo nog later aan de zijde van Marc Almond in uitverkochte zalen te staan. Een carrière die gepaard ging met overdadig drankgebruik laat ook zijn sporen na en dat merkte je ook tijdens dit dronkemansonderonsje dat weliswaar grootse kippenvelmomenten kende.
Zoals het cliché het zegt, hadden de afwezigen terug ongelijk want meteen bracht je Annie’s doorrookte stem onder in de categorie van Marianne Faithfull, Edith Piaf en Nico en als je dit nog eens in een cabaretachtige sfeer weet om te kleden, heb je al gauw iets magisch.
Naast eigen nummers mochten we ook genieten van eigenzinnige maar bloedstollende versies van Tina Turner’s “Private Dancer” of Jacques Brel’s “Ne me quitte pas”.

Little Annie en Baby Dee slaagden er gisteren in om de kille Charlatan om te transformeren in een bruisende New Yorkse nachtclub waar het meer dan aangenaam vertoeven was. We konden twee uitzonderlijke talenten gadeslaan die ontheven zijn van veel aards geluk maar wiens soelaas de whiskyfles geworden is en daar een prachtige soundtrack voor hebben neergepend.

Organisatie: Democrazy, Gent 

Triggerfinger

De rock’n’roll trigger van Triggerfinger

Geschreven door

Ons eigen Triggerfinger weet als geen ander zichzelf uit te vinden, in die zin van dat de vingers letterlijk aan de trekkers (snaren) en de stokken (drumsticks) hangen en kleven. De charismatische band wist in geen tijd de twee AB concerten uit te verkopen. Een verlengd weekendje zat er aan te komen. En terecht, drie concerten op rij, die de pas verschenen derde cd ‘All this dancin’around’ ondersteunen en elan geven. Opgenomen in LA , onder de hand genomen van Greg Gordon, (van o.m. Wolfmother en Slayer ) en naar de studio trekken waar Nirvana al kwam.
Ze blijven gewoon zichzelf, de drie heren in maatpak en das, zonder scrupules, instrumenten inpluggen en ‘let it ride’ … Scherpe rock’n’ roll, retestrak, power, snoeihard, zompig, rauw, ruw, maar met een zacht zalvend randje, dat een broeierige, slepende intensiteit heeft. Triggerfinger vormde in het voorjaar nog een eenheid met de Black Box Revelation en Iggy in de Zénith, Lille, wat een avondje ‘extremely raw power …’ was. En nu staat de band erop voor drie MIA nominaties …

De tijden van optredens rond de kerktoren is definitief voorbij (remember 2005!). Al van de tweede cd lonkte het clubcircuit en met de derde plaat kan het niet anders dan dat de grotere capaciteitszalen lonken … Ruben Block (gitaar/zang), Mario Goossens (drums) en Monsieur Paul van Bruynstegem zijn een goed geoliede machine, hebben een tomeloze inzet en brengen een energieke, dynamische, emotievolle set. Chique! In strak pak en das stonden ze en genoten ze volop van de uitzinnige menigte in een nokvolle AB!
Zinderende garage retrorock’n’roll met stoner/bluesslides, met staaltjes prachtig gitaarwerk dito - soli, krachtige drums en bezwerende bas. De Led Zepps, B Sabbats, ZZ Tops, Masters Of Reality, QOSA en Grinderman’s vlogen om de oren in de anderhalf uur durende gig. De jonge wolven van de Black Box treden in de voetsporen van de afgelikte schoenen van het trio.
Op een Red Devil tune (remember this band!) kregen we meteen enkele knallers van de nieuwe cd, “I’m coming for you” en de titelsong en single van de derde cd. Onder de indruk waren we van het intens beheerste gitaarspel van Block.
Zijn smachtende interacties en droge humor tussenin pasten in een concept van de films van Quentin Tarantino. Een sensuele prikkeling. Goossens leefde zich ook al van in het begin uit en gaf een stampende drumsolo op “Shorttime memory love”.
Uitermate gedoseerd en geconcentreerd ging het trio te werk en hielden met “Lil’ teaser” het tempo hoog, strak en bedreven. Een op Cave- Ellis’ duivelse begeestering spietsten ze tussen de oren met “My baby’s got a gun”, een slepende, spannende opbouw, mooi uitgesponnen, die ging van een sobere naar een explosieve instrumentatie, ondersteund door huiveringwekkende vocals en een zwevende galmzang. Prachtig, heerlijk! “Camaro” leunde het dichtst bij de psychedelica Led Zepp’s van hun tijd en het rusteloze “Hunt you down” kon de pistoolschoten afvuren naar een knallende en slopende “First taste”, “Is it” en “On my knees”. De rock’n’ rollende halfgoden pijnigden hun gitaar, bas en drums en de versterkers stonden onder forse druk. Mokerslagen dus. Gewoonweg schitterend.
In de bis bleef de broeierige spanning maar aanhouden. Een sfeervol, wazig ‘filmische noir’ landschap trokken ze op in “All night long” (Ray Charles cover btw!) en “It hasn’t gone away”, die kippenvelmomenten opleverden en solliciteerden voor de bruine kroeg. Door de drive en de licks vlamden “Let it ride” en “Cherry”. Traditiegetrouw sloten ze af met CCR’s “Commotion” … rijk, hitsig, vinnig, venijnig, intens doorleefd, pakkend en bruisend door de wisselwerkingen en de soli!

Triggerfinger gaf een stomend straf, aangenaam concert … een  ruwe bolster in een blanke pit … moet er hier écht nog (meer) zand zijn?!

Support Poltrock Piano Explosion, het eenmansproject van David Poltrock gidste ons op z’n piano een aaneenrijgen van pop en rockclassics waaronder Survivor, Black Sabbath, Deep Purple, Led Zeppelin, QOSA en Abba. Hard, zacht en halfzacht. Knap en leuk. Herkenningstunes voor muziekquizers onder ons …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Holy Fuck

Holy Fuck – de kracht van geluid

Geschreven door

Brian Borcherdt en Graham Walsh begonnen met Holy Fuck als een grap, maar het stadium van onbevangenheid zijn ze inmiddels ver voorbij. En een geluk maar, want die gasten zijn goed op weg om het te maken, waar en hoe dan ook…
Als was het uit het niets… Zo komen die gasten het podium op. Nou dan denk je, ze gaan er wat op los improviseren. Niets is echter minder waar… Een goed verstaander en muzikant heeft reeds gauw door dat niet alles toeval is in hun 2 uur durende set. Holy Fuck maakt gestructureerde improvisaties in een 4 koppig tellende band… de aanwezigheid van drums en bas geven extra glans aan de show …

De band maakt naast reguliere muziekinstrumenten zoals basgitaar en drumstel ook gebruik van andere geluidsbronnen, zoals een 35mm filmsynchronizer (tijdens de intro gebruikt – never seen – prachtige effecten!) en speelgoedkeyboards om elektronisch klinkende effecten te creëren zonder gebruik te maken van laptops of geavanceerde digitale hulpmiddelen.
2 draaitafels, nou ja van draaien daar was geen sprake van, en je hebt er als toeschouwer ook het raden naar met welke toestellen die twee constant bezig zijn. Er wordt ook steeds van fiches gewisseld, ingeplugd, van machines gewisseld, etc… en dit aan een tempo om van achterover te vallen.
Holy Fuck creëert hierdoor een vrij uniek geluid, kan ook niet anders met die onorthodoxe instrumentale aanpak.
Het viertal, afkomstig uit Toronto, canada, gebruikte heel wat materiaal uit hun derde langspeler, Latin. Zij schrikken er niet van terug om inderdaad afro- en latin beats als onderbouw te gebruiken. Na verloop van tijd maakt die, ongemerkt, plaats voor allerlei andere klanken, die je eigenlijk niet of nauwelijks kunt definiëren. Kinderspeelgoedpianootjes, fluiten en vooral de stemmen maken een onwaarschijnlijk geluid vrijwel compleet. (met de nodige delay zorgt dit voor een waw-effect)

Holy Fuck zoekt en vindt steeds de vernieuwing in hun zoektocht naar nieuwe klanken, een eigen sound… Een concert dat zeker bij zal blijven … En De Kreun… ze zijn goed bezig.

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Angus & Julia Stone

Angus & Julia Stone – zorgeloze leefwereld

Geschreven door

Kijk je uit naar een weekendje Vlaanderen Vakantieland? Er eens lekker op uit willen? Een dagje zonder planning? Ontstressen? Wegdromen? Hou je van sprookjesachtige sferen? Genieten van de natuur, van de bloemetjes en van de bijtjes? Broer en zus Angus & Julia Stone, kunnen met hun dromerige freefolk je een ‘kant en klaar’ muzikaal antwoord bieden. Ondanks het feit dat het duo maar sporadisch op de radio te horen is, was het concert van het duo uit Sydney, Australië, al weken uitverkocht. Het semi-akoestische, ingetogen materiaal, bepaald door piano en akoestische gitaar en gedragen door de afwisselende en aanvullende man/vrouw vocals, worden op gepaste en sfeervolle wijze georkestreerd door toetsen, piano, strijkers (viool/cello) en blazers.

Een heus collectief zijn ze live, die een breed kleurenpalet met finesse kunnen serveren of het op een spaarzame, sobere begeleiding. Hun zachte stemtimbres refereren aan Damien Rice, Jeff Buckley, Devandra Banhart en een rits vrouwelijke sing/songwriters.
Heel wat flikkerlichtjes sierden de instrumenten, zorgden voor een gemoedelijke sfeer en gaven elan aan de subtiel uitgewerkte, zalvende, dromerige luister’love’songs, die af en toe een steviger randje kregen.
“Santa Monica” en “Babylon” waren de ideale geleiders van de zorgeloze leefwereld. Songs als “Black crow”, “Big jet plane” en “I’m not yours” intrigeerden door een slepende opbouw en subtiel ritme. Ze agendeerden een BBQ avondje en creëerden een kampvuurevent dito samenhorigheidsgevoel met het nieuwe “Beneath the milky way”, en de lang uitgesponnen, aanzwellende americana van “Yellow brick road” … Aangenaam en leuk! “And the boys …” en “Where does the love go” klonken intiem, zeemzoeterig en gooiden nog een blok op het vuur.

De hippe stijl werd enorm gewaardeerd en onthaald door het warme publiek. Het broeierig opbouwende “Hold on”en een sfeervol “All of me” in de bis konden de appreciatie maar bevestigen. Mooi meegenomen.

Organisatie: Aéronef, Lille

Suede

Tweede leven voor Suede dankzij herboren Brett Anderson

Geschreven door

Channel Zero, Pavement, Alice In Chains, Faith No More, Blur, Soundgarden...: wie tegenwoordig zijn geld inzet op reunies van 90ies bands zit gebeiteld voor big business. Of ook het in 2003 ter ziele gegane Suede aan dit rijtje zou worden toegevoegd was aanvankelijk echter weinig duidelijk; afgelopen voorjaar had dit Londens Britpop instituut op uitnodiging van Roger Daltrey weliswaar een one-of gig toegezegd in kader van de Teenage Cancer Trust concerten, maar nadien werd met geen woord meer gerept over een mogelijke reïncarnatie van de groep. De uiterst lovende recensies na hun benefietoptreden in de Royal Albert Hall, de lokroep van de £££ of de smeekbedes van het nog steeds vrij omvangrijke fanlegioen: er waren uiteindelijk toch redenen te over om Suede over de streep te trekken en voorzichtig een tweede leven te beginnen. En ja, zelfs oorspronkelijk gitarist Bernard Butler had openlijk zijn zegen gegeven aan de reünie, maar hij bedankte wel voor de eer om zijn voormalige makkers te vergezellen op een kleinschalige Europese tour die afgelopen maandag ook het majestueuze en tot aan de nok gevulde Koninklijk Circus aandeed.

Het was best wel een vreemd tafereel toen het optreden in het pikdonker werd afgetrapt door de integrale versie van The Sex Pistols’ “Bodies” door de boxen te laten knallen. De levende lijven van Suede kregen we pas te zien toen “This Hollywood Life” en “She” de set strak openden. Geen evidente songkeuzes om een vooraf aangekondigd ‘best of’ feestje mee te openen, maar de groep stond wel van meet af aan op scherp waardoor wij in ieder geval reeds beseften dat dit een mooie avond ging worden. Op de immer slanke frontman Brett Anderson lijken de jaren allerminst vat te hebben. Na een weinig indrukwekkend solo avontuur oogt de Londenaar als herboren tussen zijn vroegere makkers: als een hyperkinetische crooner met overslaande falsetstem zweeft hij over het podium, reeds tijdens het tweede nummer gaat het zwarte hemd spontaan open, en regelmatig zoekt de adonis fysiek contact met het publiek op de eerste rijen waarbij misplaatste karaoke taferelen gelukkig uitblijven.
Vanaf “Trash” kregen Anderson & co het publiek onvoorwaardelijk mee, en dat zou zo blijven voor de rest van de avond. De groep kan dan ook terugvallen op een rijkgevulde catalogus waarbij nadrukkelijk werd geciteerd uit de eerste drie albums ‘Suede’ (’93), ‘Dog Man Star’ (’94) en ‘Coming Up’ (’96). Tussen de snedige post-glamrock van “Animal Nitrate”, “We Are The Pigs” en het briljante B-kantje “Killing Of A Flash Boy” zaten gelukkig ook de nodige rustpunten ingebouwd. Een desolaat “By The Sea” werd door Neil Codling op keyboards ingeleid, en even later mocht hij uit datzelfde instrument ook strijkers te voorschijn toveren toen “Everything Will Flow” het Koninklijk Circus onderdompelde in een bloedrode lichtgloed. Dit waren de zeldzame momenten dat een groepslid uit de schaduw kon treden van Anderson, die als een androgeen bastaardkind van Bowie en Morrissey verder alle aandacht opeiste.
Een zinderende finale werd ingezet met een ferm ingekorte versie van “The Asphalt World”. Ironisch genoeg blijkt dit pastoraal hoogtepunt uit Suede’s opus magnum ‘Dog Man Star’ aan de basis te liggen van het hanengevecht dat oorspronkelijk gitarist Bernard Butler uiteindelijk zijn kop zou kosten in de groep; Butler’s originele versie van het nummer besloeg maar liefst 25 minuten, inclusief een acht minuten durende gitaarsolo, maar nadat hij zijn C4 had gekregen bleven daar nog ‘amper’ 10 minuten van over. Met de eindmeet in zicht werd vervolgens in een strak tempo het indrukwekkend best-of rijtje “So Young”, “Metal Mickey”, persoonlijk kippenvelmoment “The Wild Ones”, “New Generation” en “The Beautiful Ones” afgewerkt.

Suede staat niet bepaald bekend als groot liefhebber van encores, maar toch hadden de heren nog een klein desertje voorzien. “Saturday Night” werd door Brett Anderson een beetje onhandig aangebracht als een probaat middel tegen de maandagavondblues, en dat was het eigenlijk ook wel een beetje. De ranke frontman nam uitgebreid de tijd voor een ereronde langs de eerste rijen en liet een zelfvoldaan publiek achter. En ja, nu de tweede postpunk storm in hun thuisland stilaan begint te verstillen lijkt de tijd misschien wel rijp voor Suede om zich opnieuw in de strijd te gooien om de eretitel ‘Britain’s Best Band’. Vanavond hadden ze alvast geen concurrentie, of om een aantal adjectieven uit Jools Holland’s befaamde woordenschat te gebruiken: ‘Suede were marvellous, magnificent and simply stunning!’

Organisatie: Live Nation

The Jon Spencer Blues Explosion

Jon Spencer Blues Explosion - Grinderman: 2-1

Geschreven door

Na zes jaar heeft Jon Spencer zijn Blues Explosion weer samengeroepen. Terwijl Jon Spencer in die zes jaar met zijn rockabilly band Heavy Trash drie platen uitbracht en uitgebreid toerde, speelde Judah Bauer in de Dirty Delta Blues Band van Cat Power en remixte en producete Russell Simins onder meer Duran Duran, Yoko Ono, Fred Schneider en Asian Dub Foundation.

Het Depot was volledig uitverkocht voor het eerste concert van hun Europese tour. Een ouder publiek, met veel Franstaligen, liet de tapkranen van het Depot op volle toeren draaien. De dj van dienst had nog eens Public Enemy opgezet, en het viel op hoe slecht die band uit de tijd van Jon Spencer Blues Explosion verouderd was.
De vele rockers vroegen zich wellicht af waarom de dj het in zijn hoofd haalde om old school hiphop te draaien also opwarmer voor de garageblues van Blues Explosion, maar eigenlijk is dat vrij evident: JSBX heeft altijd geëxperimenteerd met hiphop beats, en werkte samen met onder meer Chuck D, Beck en Dan the Automator. Zo rond halftien betrad de band het podium: Spencer ziet er op zijn vijfenveertigste nog altijd even strak uit, de archetypische leren broek kon natuurlijk niet ontbreken, Judah Bauer had een vuile hangsnor gekweekt, terwijl Simins,  serieus in de breedte uitgezet, achter zijn laag drumstel plaatsnam.
Hoewel een deel van de band nog maar net uit New York City overgevlogen was, en dus met jetlag kampte, was dat er niet aan te merken: Jon Spencer schreeuwde, gromde, beatboxte en huilde als vanouds , zakte door de knieën als een jong veulen, om zijn micro dan van onderuit aan te vallen en de “Yeah”s, “Blues explosion ladies and gentleman” en ‘Ughs” vlogen als mantras om de oren. Misschien dat die constante kreten sommigen irriteren omdat ze als tics overkomen, maar Spencer gebruikt die kreten heel bewust, als een zuiderse predikant die reclameboodschappen tussen de nummers smijt, een beetje in de stijl van de “Come on”s van Flaming Lips voorman Wayne Coyne. Simins mepte er stevig maar rudimentair op los, de afgeleefde muurpanelen van het Depot trilden op het ritme van zijn basdrum terwijl Bauer een maximaal effect bereikte met zijn minimale blues riffs.
“Dang”, met Bauer op harmonica, was een eerste hoogtepunt. In het eerste deel van de set, speelde de band  rauwe bluesrockers, die elkaar in ware Ramonesstyle zonder stops opvolgden,  de bekende singles werden achterwege gelaten. Het viel op hoe veel invloeden er in de minimale sound van JSBX zitten, dit gaat veel verder dan de rauwe garagerock met bluesinvloeden van bands zoals White Stripes en Grinderman: de zanglijnen van Spencer stelen zowel van Elvis, James Brown als David Byrne, als van hiphop MCs, en stokoude blues wordt ongegeneerd vermengd met rauwe punk, soul en rudimentaire beats. De set groeide naar een hoogtepunt in de outro van “Magical Colours”, waar Spencer met de theremin aan de slag ging. Van dan af kregen we een rist oudjes geserveerd zoals “2kindsa love”, “ Afro”en” Bellbottoms”. In “Flavor” verkondigde Spencer: “Blues explosion is number one in Loevain” (iemand had de man moeten zeggen dat het (Luiveun( is) en daar konden we volmondig mee instemmen.

De show van Spencer en kompanen is misschien niet zo luid en overrompelend als het geweld van Grinderman, maar qua rock ‘n roll gehalte moet JSBX niet onderdoen voor Cave & co. We kunnen ons best voorstellen dat Nick Cave na zijn show de pantoffels aanschiet en voor een boek in de sofa gaat zitten, om maar te zeggen dat dit soort rauwe bluespunk altijd een beetje toneel is, waarbij de artiest op podium een  rol speelt. De tijden dat er moordenaars zoals Robert Johnson op het podium stonden is lang voorbij, moordenaars zitten vandaag meestal ietsje verder op de Leuvense ring, in Leuven-Centraal, noch Cave noch Spencer zijn in het echte leven de podiumpsychopaten van hun shows. Qua podium presence houden Cave en Spencer het dus op een gelijkspel. De kwaliteit van de Blues Explosion songs (buiten “No Pussy Blues” blijven er weinig andere Grinderman songs hangen) en de keuze voor het experiment leveren in de negentigste minuut  de winning goal op voor het New Yorkse trio rond bakkebaard Spencer.

Organisatie: Depot, Leuven

Shantel

Shantel & Bucovina (Club) Orkestar - Shantel – zoek de zeven verschillen!

Geschreven door

Exact elf maanden en één dag nadat Shantel met zijn Bucovina (Club) Orkestar de Brusselse AB letterlijk plat speelde, mochten/wilden we in de Grand Mix in het Noord-Franse Tourcoing nog eens met de Balkangod feesten. En wat bleek? De Disko Partizani-show verschilde haast geen noot van het memorabele Brusselse concert. Dus maar even onze review kopiëren en plakken. En voor de fun staken we er zeven verschillen in. Maar daar moesten we zelf toch wel even naar zoeken. Vindt u ze?
28/10/2009 – AB Brussel
Iedereen die Musiczine bezoekt zal op een of andere manier al Disko Partizani of Bella Ciao al eens door zijn oor voelen lopen hebben. Twee hitjes Balkanmuziek van de hand en het opgefokte brein van de Duitser Shantel die naast zijn eigen platenlabel ook nog een ‘eigen’ amalgaam muzikanten onder de naam Bucovina (Club) Orkestar  in zijn tourbus propt. Wie Shantel live nog nooit aan het werk zag houdt hier beter op met lezen, want zijn gigs zijn amper te beschrijven. Wie de Balkanmuziekguru wél al bezig zag, was woensdag 28 oktober in de AB (of had een reden die enkel overmacht kan geweest zijn) en moet ook niet verder lezen: die weet al dat het één groot feest was.
We zagen Shantel als DJ en Bucovina (Club) Orkestar als band enkele jaren geleden al aan het werk op Dranouter en de man en zijn gezelschap zijn er niet minder psychiatriek op geworden. Onze fotograaf Wim Demortier sleurden we mee voor zijn Balkandoop. Al goed dat we zijn fotokanon hielpen vasthouden, of hij had enkel wat onscherpe beelden geschoten.
Hun passage in de AB kaderde in de voorstelling van hun jongste: Planet Paprika! Hun eerdere debuut 'Disko Partizani' (doorgebroken met de meezingers 'Disko Partizani' en 'Disko Boy') had Europa al bezwangerd met een nieuwe rage: Balkanpopbeat van hoogstdansbaar karaat. De Bucovinaroots  situeren we in Roemenië-Moldavië-Oekraïne en de folklore van heel Oost-(en Zuid-)Europa zit erin vervat.
Laat ons – als je toch verder gelezen hebt – dan maar het vat wodkasuperlatieven aanslaan.  Fiesta, zotte boel, uit de bol swingend, extatisch, uitzinnig, een muzikaal machinegeweer, excentriek en vooral veeeeeeeeel ritme.  De polonaise door de zaal tijdens het laatste nummer Opa Cupa was al een ode aan de Oostblokfestiviteiten.
Met zijn zevenen begonnen ze: twee strijkers,  één trombonist, één trompetter, een accordeonist, een drum en Shantel zelf aan…tja…zang, drum, gitaar, …. In de nieuwe line-up vervoegden ook twee zangeressen het geheel vanaf het vierde nummer.  De kleine, in het wit geklede Shantel  met bruine pet op, was omnipresent, maar van zijn gevolg moest niemand onderdoen. Ze stonden er met heel veel plezier en zin.
Maar Shantel, die stond echt overal. Tot zelfs IN het publiek. Hij troonde zich naar het midden van het opgezweepte publiek  en kreeg zijn fans allemaal op de grond. Shantel speelde de zaal letterlijk plat.
Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest.
Nazdrovie !

Playlist  1. Intro 2. Mahala 3. Macedonia 4. Yahari 5. Da Zna Zora 6. Sandala 7. Disko Partizani 8. Disko Boy 9. Usti 10. Fige 11. Ciganka 12. Bella Ciao 13. Opa Cupa
Bisnummers 14. Bucovina 15. Gadja Dilo 16. Bota 17. Disko Partizani

29/11/2010 –  Grand Mix Tourcoing
Iedereen die Musiczine bezoekt zal op een of andere manier al Disko Partizani of Bella Ciao al eens door zijn oor voelen lopen hebben. Twee hitjes balkanmuziek van de hand en het opgefokte brein van de Duitser Shantel die naast zijn eigen platenlabel ook nog een ‘eigen’ amalgaam muzikanten onder de naam Bucovina (Club) Orkestar  in zijn tourbus propt. Wie Shantel live nog nooit aan het werk zag houdt hier beter op met lezen, want zijn gigs zijn amper te beschrijven. Wie de Balkanmuziekguru wél al bezig zag, was maandag  29 november in de Grand Mix in Tourcoing (of had een reden die enkel overmacht kan geweest zijn) en moet ook niet verder lezen: die weet al dat het één groot feest was.
We zagen Shantel als DJ en Bucovina (Club) Orkestar als band enkele jaren geleden al aan het werk op Dranouter en de man en zijn gezelschap zijn er niet minder psychiatriek op geworden. Onze fotograaf Wim Demortier sleurden we mee voor zijn Balkanvervolg. Al goed dat we zijn fotokanon hielpen vasthouden, of hij had enkel wat onscherpe beelden geschoten.
Hun passage in de Grand Mix werd gekaderd als Disko Partizani-feest (hun debuut met de meezingers 'Disko Partizani' en 'Disko Boy') dat Europa bezwangerd had met een nieuwe rage: Balkanpopbeat van hoogstdansbaar karaat. De Bucovinaroots situeren we in Roemenië-Moldavië-Oekraïne en de folklore van heel Oost-(en Zuid-)Europa zit erin vervat.
Laat ons – als je toch verder gelezen hebt – dan maar het vat wodkasuperlatieven aanslaan.  Fiesta, zotte boel, uit de bol swingend, extatisch, uitzinnig, een muzikaal machinegeweer, excentriek en vooral veeeeeeeeel ritme.  De polonaise door de zaal tijdens na afloop was een ode aan de Oostblokfestiviteiten.
Met zijn achten begonnen ze: twee strijkers,  één trombonist, één trompetter, een accordeonist, een drum, een synthesizer en Shantel zelf aan…tja…zang, drum, gitaar, …. In de nieuwe line-up vervoegden ook twee zangeressen het geheel vanaf het vierde nummer. De kleine, in het wit geklede Shantel met zijn haar compleet recht alsof hij net uit zijn bed kwam, was omnipresent, maar van zijn gevolg moest niemand onderdoen. Ze stonden er met heel veel plezier en zin.
Maar Shantel, die stond echt overal. Tot zelfs IN het publiek. Hij troonde zich naar het midden van het opgezweepte publiek  en kreeg zijn fans allemaal op de grond. Shantel speelde de zaal letterlijk plat.
Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest. Feest.
Nazdrovie !

Playlist  1. Intro 2. Mahala 3. Macedonia 4. Yahari 5. Da Zna Zora 6. Sandala 7. Disko Partizani 8. Disko Boy 9. Usti 10. Fige 11. Ciganka 12. Bella Ciao 13. Opa Cupa
Bisnummers 14. Bucovina 15. Gadja Dilo 16. Bota 17. Disko Partizani 18. Andante Levante

Oplossingen van de zeven verschillen:
1. De datum en de plaats
2. Het was niet meer de Balkandoop van onze fotograaf, maar het Balkanvervolg
3. Het was niet meer de voorstelling van Planet Paprika
4. De polonaise vond dit keer plaats NA het optreden
5. Ze waren met zijn achten, dus één meer dan vorig jaar
6. Shantel had deze keer geen bruine pet op
7. Ze speelden een extra bisnummer (Andante Levante)

Ps: Het voorprogramma in Tourcoing was VaFanFahre, ook een leuk zootje sterke (Vlaamse) muzikanten met een Marokkaans-Belgische zangeres en een iets rustigere en meer Arabische aanpak dan Shantel zelf. Ze ontmoetten Shantel ooit in Praag en dat was voldoende om de Balkanman te overtuigen. In elk geval de perfecte opwarmer in een ondergesneeuwd Tourcoing. Te volgen !

Ps: Shantel & The Bucovina (Club) Orkestar zijn nog te zien voor een volgend hartverwarmend feestje in de Zwerver, Leffinge op 10 december

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Suede

Suede als in de topdagen …

Geschreven door

Remember de nineties …Laat ons niet vergeten dat we in de eerste jaren van de nineties beheerst werden door het fenomeen Britpop. De ‘mania’ van Blur, Oasis blijft helder in het geheugen gegrift. Britse popmuziek was ‘hype’ & ‘hot. The Stone Roses, Radiohead, Manic Street Preachers, PJ Harvey en Garbage …Met een donker randje hadden Toni Halliday’s Curve en Suede onmiskenbaar een bepalende invloed. En op hun beurt lanceerden ze bands als Placebo en Elastica…En Ohja, laat ons de heropleving van de huidige waverock, nu hot topic, niet vergeten …
Suede draaide rond het duo Brett Anderson – Bernard Butler (nota bene in ’94 uit de band gezet!). Naar muziek, pose en uitstraling refereerden ze aan de ‘70’s opwindende poprock, gekruid van glam en wave. T-Rex, Echo & The Bunymen en The Smiths borrelden op en het Briticoon kreeg dan ook terecht de gelijkenis met David Bowie opgezadeld. De ‘Suedemania’ was een feit …
Suede werkte naar een uitgebalanceerde, fijnzinnige sound met orkestraties wat de sfeer geladener maakte in de zin van dramatiek, pathos en (pretentieuze) bombast.
Anderson hief de band op, ondanks de puike comeback cd ‘A new morning’; Vijf cd’s hadden ze in totaal uit, ze debuteerden zeventien jaar terug, en brachten de succesvolle drie-éénheid ‘Suede’, ‘Dog man star’ en ‘Coming up’ uit. De klemtoon kwam vanavond op dit werk. De daaropvolgende vierde ‘Head music’ (de minste!) en het vervolgverhaal ‘A new morning’ kenden de minste respons, en live werd er maar sporadisch uit geput.
The Tears van Anderson werd een misplaatst avontuur (ook al maakte gitarist Bernard Butler, Suede man van het eerste uur, deel uit van de band!).
Tot slot waagde hij zich solo. Hij presenteerde zich als een sing/songwriter die intieme liedjes met klassieke arrangementen van diepgang voorzag. Mooi alvast, een volgende stap in mans oeuvre, maar die het vuur misten van de Suede-nineties …Trouwens, hij was begin het jaar nog te zien met in de Trix, waarbij live de songs een stevige push hadden …
 
Een poos terug was er een éénmalige reünie. De vijf heren vonden elkaar wel en waren vertrokken om Suede opnieuw op te poetsen. Enthousiast, levendig, vurig, uitzinnig, krachtig, explosief, strak, losjes, pathetisch, hartverwarmend, hartbrekend en bij het nekvel grijpend werden woorden op hun plaats. Opvallend veel 90-kids generatie voor het optreden … Waar vroeger al eens sleet zat op de live formule, is de lont ontstoken voor een tweede leven. Anderson en co waren geweldig. Anderson zorgde ervoor dat de band tussen hem en z’n fans ‘close’ was, hij ging en huppelde van de ene naar de andere kant, schudde handjes en maakte verschillende knievallen om de sound elan, kleur en emotie te geven. Pittig, gedreven en gevoelig.

Na de matige set van Spirals, dertien-in-een-dozijn pop, werden we net vóór de gig van Suede opgehitst door “Bodies” van de Sex Pistols, die door de boxen knalde. Op de meeslepende opener “This Hollywood Life” kronkelde Anderson als vanouds rond z’n microstatief, zette allerlei sensuele pasjes en zwaaide met de armen; de lichaamstaal onderhield de band met z’n publiek. En dat was nu nét die gevatte pose en uitstraling die ‘em vroeger deed … en nu nog steeds … Vooraan probeerde men hun idool, hun halfgod te voelen, te ruiken en aan te raken. Qua vocals had hij niks ingeboet. De helder indringende vocals vormden de kapstok, zoals we al eerder hoorden op de Post-Suede projecten.
Een gemotiveerde band, een directe aanpak en een strak tempo dus, die we verder hoorden op “She”, “Trash” en “Filmstar”, die de T-Rex glamrock niet schuwde. Jawel, ze hielden er de vaart in op deze songs en op de classics “Animal nitrate” en “We are the pigs” deden ze hun instrumenten afzien. Halverwege de set hoorden we de fijne subtiliteit van “By the sea”, ingetogen, rustig en pakkend, bepaald door een pianotune. Een glimp naar het latere materiaal was er met “Can’t get enough” en “Everything will flow”, die een intens broeierige draai kregen. Ook de minder gekende “To the birds” en “Killing of a flashboy” ( beiden b-kantjes) waren boeiend.
Stemmingen werden afgewisseld, met de typische Suede kenmerken als weleer, intens opbouwende rock, een gepaste galm en pathos, een overtuigende, gepassioneerde stem en emotionaliteit uitstralen, zonder in bombast te vervallen; “The asphalt world”, “Metal Mickey”, “The wild ones” en “The new generation” volgden.
“Love comes over Brussels” prevelde Anderson, inderdaad, iedereen haalde z’n hartje op het besluitende “The beautiful ones”, waarvan het refrein luidkeels werd meegezongen.
”We don’t usually play encores”, maar met plezier maakten ze een uitzondering tijdens de reünie, het kitscherige, ingetogen “Saturday night” bracht de elementen samenhorigheid,
hart - breken & -verwarmen samen. Het publiek genoot ervan en kon een laatste maal de hand reiken aan hun halfgod van de ‘90s Brett Anderson.

Ok, Suede mocht nog een paar classics spelen hoor, als “The drowners”, “Electricity”, “She’s in fashion” en “Positivity”, maar tevreden keerden we alvast naar huis van een band die hier speelde als in de topdagen, die we op hun hoogtepunt zagen in de Hallen Van Schaarbeek en zagen afsluiten in de AB. Wat een time-out kan opleveren, nietwaar …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation 

Pagina 310 van 386