logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Hooverphonic

Marble Sounds

Overvol Vooruit Kaffee geniet van het beloftevolle Marble Sounds

Geschreven door

We waren al sterk onder de indruk van de pakkende, melancholische, sfeervolle ‘treurwilg’ fluisterpop van Marble Sounds, het project van sing/songwriter Pieter Van Dessel (ooit de helft van de electro Plastic Operator) die werd aangevuld met enkele rasmuzikanten van Soon, General Mindy en waarvan we ook Gianni Marzo van Isbells herkenden.

De plaat ‘Nice is good’ is een adembenemende trip door de spaarzame begeleiding, de broeierige opbouw, het fijne gitaarspel en de meesterlijk in elkaar gestoken geluidjes; een hartverwarmende en wonderschone sound dus, die een resem droomsongs opleverde door de gelaagde melodie, die forser durfden te klinken door de aanzwellende partijen.
Ondanks het feit dat de plaat al enkele maanden oud is, krijgt de band nu de verdiende erkenning en worden ze op de radio gedraaid met de eenvoudige, emotievolle single “Sky high” (op plaat met de Japanse zangeres Miwako Shimizu). Marble Sounds laat zich net als een Bon Iver ontdekken en slaagt erin je te overtuigen en in te palmen … En was nu net die Bon Iver een paar jaar terug ook niet gratis te zien?!
Je kon beweren dat het succes te wijten viel aan het gratis concert in het Kaffee van de Vooruit, maar wie binnenstapte of – strompelde hoorde en zag de eenzame pracht van het gezelschap. Een terechte publiekstrekker door het talent van de heren. Een volgepakt Kaffee genoot van de klanken van de sing/songwriterpop en americanapop …
Desolate pracht met notie voor extravertie, dynamiek en uitbundigheid, die aardig wist aan te sluiten bij
Isbells, Amatorski en Yuko, de sing/songwriterpop van Bon Iver, Bonnie ‘Prince’ Billy en Sparklehorse, en stoeide met de muzikale kleuren van Fleet Foxes, Broken Social Scene, Notwist, Pinback, Sigur Ros en natuurlijk Jonsi.
De muzikale schoonheid en pracht, live iets rauwer en directer, raakte, en de spelvariaties en de samenzang gaven kleur en elan. Ze scoorden al erg hoog
in onze persoonlijke top, maar hun liveprestatie gaf nog meer glans.
Al meteen verbaasden ze met het repetitief opbouwende “Good occasions”. “Two & still counting” en “My friend” intrigeerden als americana pareltjes met een Sebadoh referentie. Drie songs die behoorden tot het beste van een Belgisch bandje. Of wat te denken van de sfeervolle “Smoking was a day job” door het subtiele glockenspiel/xylo en “They can’t take this away” door het banjogetokkel. “Come here” en “If you stay then I can’t go” waren sober en ingehouden.
We noteerden dus heel wat variabelen van hun bedwelmende droompop. “The time to sleep”, opener van de cd , besloot de set en vatte hun mijmerende emotievolle klankkleur samen.

Of een overvol Kaffee de ideale plek was, laten we in het midden, duidelijk was dat hier een band stond te spelen, die in 2011 potten kan breken! Je bent gewaarschuwd, die woensdagavond zagen we hen nog gratis … Het komende weekend treden ze aan als support van Hooverphonic, en wie weet, volgt er nog meer. In het oog te houden dus!

Tracklist:
Good Occasions, Smoking was a day job, They can’t take this away, Come here, Redesign, Two and still counting, If you stay then I can’t go, Never lost never won, My friend, Sky high, The time to sleep
Bis: You know me

Organisatie: Vooruit, Gent

Hooverphonic

Hooverphonic – ‘tryout’ als aanzet naar het clubcircuit …

Geschreven door

Een week vóór Hooverphonic z’n clubtour definitief afschoot met de nieuwe jonge zangeres Noémie Wolfs, zocht de band den buiten op en hield halt in het pittoreske Dranouter in de Westhoek. Een ‘tryout’ concert, een warming up en een laatste vingeroefening naar het echte werk en de vuurdoop in de clubs.
Het deed de tandem Callier – Geerts deugd er opnieuw als band te kunnen zijn. Eerder werd de tienjarige carrière van de band besloten, gezien zangeres Geike Arnaert de band verliet en haar eigen weg ging, een muzikale carrière die ze startte met o.m. het Dorleac project met Spinvis.
Hooverphonic trok een streep op hun hoogtepunt met Geike, een oeuvre van fijn, uitgekristalliseerd, uitgebalanceerde materiaal van trippop en filmisch dreigende en bevreemdende sounds, soms rijkelijk ondersteund van bombast en orkestraties. Naar het eind klonken ze rauwer en kregen de songs een sterke ‘60s rock’n’roll tint.

Tja ‘that was then, this is now’ … na een reeks selectierondes kwamen de twee heren terecht bij de jonge Noémie, die wel de dochter of de veel jongere zus kon zijn van de twee andere. Haar stem klonk meer soulful, korrelig, doorleefd en was minder hemels en breekbaar. De nieuwe plaat ‘The night before’ klinkt dromerig, krijgt kleur door strijkersarrangementen en neigt niet naar bombast; een ‘80s wave referentie is aanwezig en ze durven variëren met ‘60s gitaar rock’n’roll en een filmische spaghettiwestern klank! Meeslepend materiaal, dat een opbouwende groove en een hoger tempo aankon. De plaat pint zich vast aan ‘The magnificent tree’ en ‘Jackie Cane’.
Live kunnen we U ook geruststellen, duidelijk was dat de band met hun nieuwe zangeres op elkaar was ingespeeld … en kleine foutjes mogen er zijn op een tryout. Noémie is extraverter, liet in interviews al een zelfverzekerde indruk na en was hier haar zenuwen de baas. Ze was gekleed in een rood-zwart gestreepte trui, de schouders (lichtjes) ontbloot, felrode lippen en een indringende blik, net als op de plaat … Ze benadrukte nog wel eventjes de statische, coole opstelling van Geike aan de microfoon, in het midden van de band, maar had voldoende lef om het publiek in te nemen.
Het zeskoppige Hooverphonic gaf de nummers een gepast gevoelig, snedig en subtiel gitaarspel en een diepe bastune; de toetsen en synths zorgden voor het juiste tegenwicht. Op gang kwamen ze met het nieuwere werk, waarbij al vroeg de puike single en titelsong van de cd ‘The night before’ werd gespeeld; een goede aanzet trouwens om vertrouwen te winnen. “Club Montepulciano” en “2 wicky” waren de eerste oudjes, klonken ietwat anders met de jaren en Noémie zong ze met een diepere, vollere stem, minder hoog, indringend en dreigend. Ze bleven overeind! Na het poppy “Anger never dies”, ademde de combinatie “Identical twin” (intens, broeierig, spannend, bezwerend en gedragen door piano- stem), “Expedition impossible” (repetitief opbouwend) en “George’s café” (bepaald door het akoestische gitaargetokkel en viool), de sfeer van een bruine kroeg. Ook een soundtrackgevoel en beelden van spaghetti westerns borrelden op. Het sfeervol “Encoded love” werd meer & meer opwindend door de opbouwende groove.
Wat volgde, was een ‘best of’ in een ietwat gewijzigde versie met o.m. “The world is mine” en “Jackie Cane”, de ene met het herkenbare, bepalende baslijntje, de andere door  het treffend gitaargetokkel. Het podium kreeg een rode gloed op de classics “Mad about you” en “Sometimes”, vocaal meer doorleefd, maar die eigenlijk achterna gezien enkel door Geike maar kunnen huiveren en kippenvel bezorgen. Noémie was vindingrijk genoeg om het refrein van “Sometimes” zachtjes te laten meezingen en - neuriën door het publiek.
Na iets meer dan een uur werd de set besloten. Er was ruimte, veel ruimte om nog een resem songs voor te stellen. Ze wisselden de bekende “Eden” en “Vinegar & Salt” af met het avontuurlijke “Renaissance affair” van ‘Blue wonder power milk’, een schitterende donker onheilspellende sfeermaker door de repetitieve opbouw, die mooi uitgesponnen werd.
Tot slot speelden ze nog enkele ingetogen broeierige songs van ‘The night before’, “More” en “Danger zone”. “How can you sleep” stond eerst voor de ideale nachtzoen van Noémie, maar door het poppy en de krachtiger wordende aanpak, werden we wakker geschud, en tot slot overstelpt van zich afbijtende gitaren ... Een overtuigende afsluiter …

Hooverphonic heeft het verlies van Geike verteerd en komt zelf spontaner en losser voor de dag. Ondanks het feit dat er muzikaal niet echt veel verschilpunten zijn met vroeger, is toch een nieuw hoofdstuk aangesneden …

Neem gerust een kijkje naar de pics die werden genomen tijdens hun concert in de Ancienne Belgique, Brussel op 30 januari 2011

Organisatie: Muziekcentrum Dranouter (Festival Dranouter), Dranouter

Steve Wynn

Steve Wynn & Chris Cacavas: 30 jaar geduld beloond op gewijde grond

Geschreven door

We weten het zeker. In de strijd om de eretitel ‘Hardest working man in contemporary rock’ kaapt Steve Wynn zonder veel moeite de bloemen weg. Het leven van de Californiër oogt in feite even routineus als afwisselend: wanneer eventjes niet in de studio trekt hij alleen of met een paar metgezellen prompt op tournee, en eens thuisgekomen van diezelfde tournee klinkt alweer de lokroep van de studio.
Amper zijn we bekomen van Wynn’s recentste opus ‘Northern Aggression’ en de bijhorende memorabele doortocht in de Botanique twee maanden terug, en daar verschijnt de prille vijftiger in alweer een nieuwe gedaante op Europese clubpodia.
Dit keer heeft Wynn een akoestische set in petto waarbij hij zich in verschillende landen telkens door een andere muzikale soulmate laat bijstaan. In het Mechelse Cultuurcentrum konden de Vlaamse Wynn fans alvast rekenen op een primeur, want voor het eerst in hun dertigjarige vriendschap stonden Wynn en de al even legendarische multi-instrumentalist Chris Cacavas als duo samen op de planken.

Voor aanvang van de eigenlijke set mocht Chris Cacavas in de koorzaal van de Minderbroederskerk komen bewijzen waarom hij naast zijn exploten als keyboardspeler bij Green On Red en Danny & Dusty ook een respectabele singer-songwriter mag genoemd worden. Enkel vergezeld van een elektrische gitaar maakte hij voorzichtig gebruik van de gelegenheid om enige promo te voeren voor zijn recentste album ‘Love’s Been Discontinued’ waaruit “Tell Me Everything” en “Who’s Your Whore” werden geplukt. Door zijn mooi resonerende stem klinken Cacavas’ songs een stuk weemoediger en introverter dan deze van Wynn, maar met zijn maatje deelt hij gelukkig wel een gezonde dosis zelfrelativering.
We hadden best wel nog een uurtje kunnen verder luisteren naar Cacavas’ verhaaltjes over mislukte relaties, onbeantwoorde liefdes en morele ontgoochelingen, maar uiteindelijk moest het publiek het stellen met vier proevertjes die de appetijt al voldoende hadden aangescherpt voor de hoofdschotel van de avond.

Artiesten die in de Mechelse Minderbroederskerk komen optreden zijn best wat spaarzaam met genotsmiddelen, want er is immers die verschrikkelijk steile kerktrap waarlangs ze zich in ware Hollywood stijl richting publiek moeten begeven. Wynn kwam wijselijk voorzichtig die gevreesde trap af en dook met “Merritville” (‘84) meteen resoluut in de Dream Syndicate catalogus. Cacavas had ondertussen een accordeon beet en deed zo zijn duit in het zakje om deze Paisley Underground classic om te dopen tot een meeslepend folkepos. Wynn kreeg de pakweg honderd aanwezigen hiermee zonder veel moeite op zijn hand, en gooide meteen wat complimentjes terug over het indrukwekkende culturele erfgoed van de Mechelaars.
De Californiër maakte er ook geen geheim van dat hij tijdens zijn akoestische tournees wel eens wat obscuur werk van onder het stof durft te halen. “Dandy In Disguise” is zo een vergeten parel uit diens tweede solo album ‘Dazzling Display’ (’91) die hier in ere werd hersteld. Ook “Burn” uit het onlangs digitaal opgepoetste Dream Syndicate opus ‘Medicine Show’ is een gem die Wynn de afgelopen jaren doorgaans in de kast liet, maar ook in een acoustische versie en gestript van alle feedback moeiteloos overeind bleef. Het recente werk onderging een zo mogelijk nog grotere transformatie.
Op Wynn’s jongste album staan “We Don’t Talk About It” en “Resolve” stijf van de psychedelische effecten en reverb, in Mechelen werden ze omgevormd tot broeierige folksongs.
Even over halfweg nam de set plots een onverwachte wending. Het technisch weerbarstige orgeltje van Cacavas had al een paar songs lang hier en daar wat roet in het eten gegooid, maar in plaats van zich te ergeren in het onding besloten de ervaren rotten van de nood een deugd te maken. De stekkers werden uit de instrumenten getrokken, en als twee muzikale predikanten begaven Wynn en Cacavas zich in de koorzaal om de set 100% unplugged verder te zetten. Het duo klonk nu helemaal bevrijd van alle stress waardoor “If It Was Easy Everybody Would Do It” en “Wait Until You Get To Know Me” een beetje weg hadden van dronkemansliedjes. De die-hard fans beseften dat deze onverwachte wending zou eindigen in een traditioneel rondje om-het-hardst-persoonlijke-favorieten-schreeuwen, en toen Wynn daartoe het startsein gaf kreeg hij in een mum van tijd “Boston”, “Tears Won’t Help” en “Carolyn” als verzoekjes naar het hoofd geslingerd.

Na een korte adempauze in de lobby namen de twee heren hun vertrouwde stekjes op het podium terug in voor een zinderend en schijnbaar eindeloos durend “Amphetamine”. Cacavas mocht vervolgens uitblazen in de coulissen, waardoor Wynn voor het eerst die avond helemaal alleen op de planken stond. Ondergetekende zag zijn kans schoon om keihard om persoonlijke favoriet “Follow Me” te verzoeken... en met kippenvel op de rug werden wij op onze wenken bediend. Na deze sentimental journey uit het ‘Fluorescent’ album (’94) kon het contrast met de rauwe afsluiter “Days Of Wine And Roses” niet groter zijn. Bestaan ze eigenlijk wel, optredens waar Steve Wynn een mindere dag heeft? In Mechelen had de Californiër alvast de minste moeite om ons van het tegendeel te overtuigen.

Buurman

Buurman – Omdat goede ‘buren’ belangrijk zijn

Geschreven door

Limburgers zijn sympathieke, warme, maar vooral ondernemende mensen. Hoe verklaar je anders dat de aardige, verre buren van Buurman bereid waren om helemaal tot in de andere hoek van het ‘land met de afgrond’ af te zakken voor een try-out concert. Ongetwijfeld zullen ook andere belangen hen gelokt hebben naar het verre Dranouter. Waren ze vorig jaar reeds de revelatie van het wereldbefaamde Folkfestival, in 2011 zal deze band van Geert Verdickt ongetwijfeld z’n plaats vinden op het grote podium. Volkomen terecht want deze try-out, als voorbereiding op de nieuwe theatertournee ‘Flou Artistiek’, was er eentje om in te kaderen en getuigde van een zeldzaam geziene klasse en amusement van eigen bodem.

Voor wie Buurman niet kent laat ik even weten dat deze band Nederlandstalige, vaak poëtische songs brengt. Het debuut ‘Rocky’ was vooral een mix van Chanson, Folk, Kleinkunst en lichtvoetige Fanfarepop. De band werd meer dan eens vergeleken met de broeders van Yevgueni. Buurman heeft echter veel meer in huis en laat op het tweede album ‘Mount Everest’ een veel breder en tegelijkertijd toegankelijker geluid horen. ‘Mount Everest’ is veel meer een popplaat geworden zonder het geluid van het debuut helemaal te verloochenen.

De bombastische opener van de nieuwe plaat “In Godsnaam” mocht ook deze try-out in gang schieten. Dat men nog steeds even trots is op de eerste plaat, liet men al vrij vroeg horen in “Rocky”, dat werd gespeeld met vriendschap en liefde voor hun trouwe broeder! Andere vroege hoogtepunten waren ongetwijfeld het filmische “Zweef” en het stevig rockende: “Omarm Mij”. “Bent U er nog? “, vroeg boegbeeld Verdickt naderhand aan het publiek, dat net ervoor van zijn stoel was geblazen. Een publiek dat zichtbaar genoot en de deskundigheid en klasse van de 5 Buurmannen van Geert naar waarde wist te schatten.
Zanger Geert zelf was ‘een beetje ziekskes’, maar gaf desondanks alles wat hij in zich had. Naast een brede waaier aan muzikale sferen en doorleefde emoties, was er ook ruimte voor het wat lichtere werk. Zo kwam de Buurman evergreen “Mooi Weer en Fruitsla” als een welgekomen zachte zomerse regenbui aan de Middellandse Zee. De set zat goed in elkaar en kwam tot een nieuw hoogtepunt toen het publiek actief deelnam aan een feestje met “Seks en Slechte Whisky”. In schril contrast stond deze ludieke publieksparticipatie met het intieme en melancholische “Tot De Zon Weer Voor U Schijnt”; met een breekbare Geert Verdickt aan de piano in een wondermooie ode aan zijn dochtertje.
Tot slot beklom men nog de “Mount Everest” en keerde men terug naar het beginpunt waar het voor de heren allemaal mee begon, de allereerste Buurman single “God, Ik en Marjon”.
Bissen kwam men met “Pruimelaar” en de nieuwe single en Vox hit (Radio 1) “Londen Stansted”. “Sommige Mensen”, geschreven door Lars Van Bambost, liet de kleine zaal nog een allerlaatste keer uit de bol gaan.

Buurman bewees met deze try-out (What’s in a name!....dit was echt wel een volwaardig concert!) klaar te zijn voor de grotere podia en theaters. Eind deze maand is er de aftrap van de nieuwe theatertournee in de Brusselse Ancienne Belgique. Ga ze zien want dit is de allerbeste Nederlandstalige band van het moment. Rocky, Annemie, Marjon en zelfs God…ze zullen er allemaal zijn.

Setlist: *In Godsnaam *Speling Van Het Zonlicht *Rocky *Alles In Zwart-Wit *Zweef *Omarm Mij *Mooi Weer En Fruitsla *Casablanca *Pas 18 *Rockster *Middellandse Zee *Seks En Slechte Whisky *Mount Everest *Tot De Zon Weer Voor U Schijnt *God, Ik En Marjon
*Pruimelaar *London Stansted *Sommige Mensen

Video Live Reports: (Videoplaylist Buurman @ Dranouter 2011: (Part 1 - Part 4)
http://www.youtube.com/view_play_list?p=CD16AFF52ECBFE3C

Photo Slide Show:
http://www.slide.com/r/RF5yIWZ_3D8ks8pmEk9NB1YSg2Wkauso?previous_view=lt_embedded_url

Organisatie: Muziekcentrum Dranouter, Dranouter

Sheer Terror

Sheer Terror - onkruid vergaat niet! – ‘Ugly don’t die - exclusive European show’

Geschreven door

Het was meer dan 10 jaar geleden dat we Sheer Terror nog eens live aan het werk konden zien. Ondergetekende was namelijk getuige van het ‘allerlaatste optreden ooit’ – dixit Paul Bearer – in 1998 op het Dour festival. Bearer was toen de ‘vernieuwde, commerciële’ hardcore-scene zodanig beu dat hij zijn ontgoocheling niet onder stoelen of banken kon steken. Hij ventileerde toen zijn woede in een niet misverstane speech na het laatste nummer en ritste zijn ‘bulldog-bomberjack’, zei dat hij het definitief voor bekeken hield en met zijn typische ‘angry face’ gaf hij het publiek nog een laatste maal “The finger”, draaide zich om en was voorgoed weg. En hij meende het maar al te goed. Sheer Terror was niet meer.

In oktober 2004 besliste Sheer Terror om hun NY-fanbase, die nooit de kans kreeg om deftig afscheid te nemen, op 2 final farewellshows te trakteren in de legendarische CBGB’s club. Deze shows waren in een mum van tijd uitverkocht. Beelden van beide shows werden, samen met een documentaire, gebundeld in de ‘
Beaten By The Fists Of God DVD’ in 2005.
Toen de band met een volledig nieuwe bezetting (enkel zanger Bearer is de enige constante) na jaren afwezigheid in augustus 2010 zijn opwachting maakte op het jaarlijkse ‘This is Hardcore’-festival in the Starlight Ballroom in Philadelphia ging dit als een lopend vuurtje via de electronische snelweg de wereld rond. Menig hardcore-minded hart klopte enkele tellen sneller en speculaties over een nakende comeback vulden menig forum op het worldwide web.

Vorige zaterdag werd deze speculatie een feit en konden we getuige zijn van deze al geruime tijd aangekondigde comeback van de in 1984 opgerichte NY-hardcore pioniers. Organisator Heartbreaktunes wist de helden namelijk te strikken voor een éénmalige Europese show in een overvolle Trix in Antwerpen. ‘Die Hard’ fans van het eerste uur kwamen dan ook van heinde en verre om deze unieke kans niet aan zich voorbij te laten gaan. Het internationale publiek bestond naast een overgroot deel landgenoten uit Hollanders, Fransen, Duitsers, Engelsen, Scandinaviërs en last but not least een verdwaalde, dronken Pool. Kortom: een zootje ongeregeld.
Om 22h30 schalde het heroïsche “Also sprach Zarathustra” van Richard Strauss (cf. de openingsscene van “2001, A Space Odyssey “ van Stanley Kubrick) door de boxen. De vernieuwde line-up onder leiding van Reverend Paul Bearer kwam onder luid applaus het podium opgewandeld. Bearer, fles Scotch stevig geklemd in de hand, vroeg hoe het gesteld was met zijn talrijk opgekomen publiek. Hij kreeg enkel enthousiaste positieve bevestigingen. De laatste tonen van de klassieke intro waren nog niet uitgedeind of klassieker “Here to stay” werd op een wild en enthousiast publiek losgelaten, direct gevolgd door “I spoiler” (beide songs uit het ‘Just can’t hate enough’ album uit 1990).
Bearer (half mens – half bulldog) liet er geen gras over groeien en blafte gretig de hardcore lyrics in de gezichten op de eerste rij. Nu en dan duwde hij zijn mic in het gezicht van een ad random fan die de teksten uit volle borst meezong. Het voorste gedeelte van de zaal kolkte van bij de eerste tonen tot de laatste noot. Stagediven, crowdsurfen en lanterfanten in de moshpit waren schering en inslag.
Geruggesteund door een stevige ritmesectie en een gitarist met een ‘serial killer look’, raasde Bearer als een hondsdolle stier het podium af en aan. Ouder werk “Ashes, ashes”, “Walls” en “Twisting and Turning” werd afgewisseld met songs uit latere albums, “Love songs for the unloved’, “Don’t hate me ‘cause I’m beautiful” en “Bulldog”.
Brulboei Bearer zong zijn halsslagader bijna uit zijn vel en met een roodaangelopen hoofd om U tegen te zeggen, brieste hij zodanig dat een kennel pitbulls met de staart tussen hun poten (moesten ze al een staart hebben) de aftocht zouden blazen.
Dit in schril contrast met de ‘reverend’ Bearer tijdens de bindteksten tussen 2 nummers door. Daarin zag je de andere kant van de zanger, die hilarische one-liners op het publiek losliet. Hij bleek een ruwe bolster met een blanke pit, die gespeend van enige zelfkritiek (over de top narcisme) de lachers op zijn hand kreeg. Hij kan gerust een carrière als stand-up comedian ambiëren. Het enige nadeel was dat het concert hierdoor vaart miste (de bindteksten waren soms langer dan de songs zelf). Maar het publiek zag er geen graten in.
Na een groot uur stapten Bearer en co het af, maar dit was maar van korte duur, daar het publiek nog honger had naar meer. Het werd op zijn wenken bediend met nog een 3-tal kopstoten van jewelste: “Everything’s fine” (een cover van de legendarische Australische band The Saints), “Just can’t hate enough” en “Cup ‘O Joe”. Toen was het over en out.

Bearer beloofde spoedig terug te keren naar ons landje met nieuw werk en verdween dan definitief in de coulissen. Sheer Terror toonde (in tegenstelling tot de support acts) hoe een oldskool hardcore gig moet gebracht worden: eerlijk, rauw, beenhard, zonder compromissen en vooral met héél véél energie. We kunnen niet wachten tot er nieuw materiaal op ons losgelaten wordt!
Sheer Terror is terug springlevend of zoals ze het zelf aangeven: “Ugly don’t die”!

Organisatie: Heartbreaktunes i.s.m. Trix, Antwerpen

Hautekiet en De Leeuw

Hautekiet en De Leeuw: twee vrienden op drift

Geschreven door

Hollandse Halve Belgen, het is een diersoort die opvallend goed gedijt op Vlaamse bodem. De zeemzoeterige Beatles rip-off van Joost Zweegers, de lekkere gerechjes van Sergio Herman en de bokkesprongen van Jos Lansink zijn intussen genoegzaam bekend, maar onze favoriete HHB moet met ruime voorsprong toch wel Rick De Leeuw zijn. De voormalige frontman van de vrolijke (punk)rockbende Tröckener Kecks is niet echt sant in eigen land, maar lijkt vooral onder de Moerdijk opvallend veel vrienden te maken. Met één van zijn grootste boezemvrienden, radiopionier en Radio 1 baas Jan Hautekiet, vormt De Leeuw sinds 2004 trouwens een muzikaal gelegenheidsduo dat inmiddels aan haar derde theatershow bezig is.
Tijdens ‘Op Drift!’ gaat het onwaarschijnlijke duo dieper dan voorheen graven in de grote levensvragen, enkel gewapend met een reeks (vooral nieuwe) liedjes, gedichten en verhalen. Elke voorstelling die een ondertitel draagt als ‘Een work-out voor oog, oor, ziel en hart’ prikkelt onze nieuwsgierigheid, dus gaven wij acte de présence op één van de laatste voorstellingen van de ‘Op Drift!’ tournee die afgelopen vrijdag in de statige Brugse Stadsschouwburg halt hield.

Artiesten die vanaf de eerste seconde het publiek op het verkeerde been zetten, we lusten er wel pap van. Het was immers niet de rustige vastheid Hautekiet maar wel de hyperkinetische duivel-doet-al De Leeuw die bij aanvang plaats nam achter de zwarte vleugelpiano om een monotoon en  dreigend riedeltje in te zetten. Pas na enige tijd verscheen ook zijn Vlaamse kompaan voor de microfoon om droogjes een tekstfragment uit “De Koning Der Nederlanden” te debiteren. De rollen werden echter al vlug omgedraaid. Hautekiet heroverde zijn vertrouwd zitje achter de piano, en met bevlogen versies van “Deze Oude Wereld” en “Zoek Niet Langer” trok De Leeuw de set op gang. Net wanneer het publiek denkt een knus avondje kleinkunst voor de boeg te hebben gaat de voorstelling plots een andere kant op. De Leeuw gaat rustig zitten en bevestigt zijn reputatie van meesterlijke verteller tijdens “De Koning en De Dood”, een hedendaags sprookje over de tweestrijd tussen de wil om te leven en de onontkoombare dood. Hautekiet duikt ondertussen in de klankkast van zijn piano en mishandelt er de snaren totdat er een grillige soundtrack bij het verhaal wordt tevoorschijn getoverd. Een eerste hoogtepunt noemen we zoiets.
Tijdens “Dit Is Echt” draaft een overdreven molenwiekende De Leeuw over het podium, en Hautekiet grijpt dit moment meesterlijk aan om zijn Hollandse ‘vriend’ een lesje in zelfrelativering aan te smeren. De Radio 1 baas gaat er weliswaar prat op om geen namen te noemen, maar zijn ironische uithalen naar egotrippende rocksterren zonder inhoud zijn heerlijk precies op het lijf van De Leeuw geschreven. De rijzige Hollander met Vlaamse voorliefde gaat eerst prompt in de tegenaanval, maar laat vervolgens zijn sympathie voor Hautekiet blijken door een vers uitgeschonken Duvel op diens piano neer te planten. Stilaan wordt ook duidelijk waarom de voorstelling nu eigenlijk ‘Op Drift!’ heet. Met dit soort driftige sketches herdefiniëren de twee heren meteen ook het begrip ‘vriendschap’: grondig van mening verschillen en soms discussiëren tot je er bij neervalt, maar op het eind van de dag ga je toch steeds met een handdruk of een knuffel uit elkaar.
De sfeer wordt andermaal omgegooid met een liefdesliedje uit, jawel, de Tröckener Kecks catalogus. Ontdaan van alle studiofranjes klinkt “Ik Denk Nooit Meer Aan Jou” uit het afscheidsalbum ‘TK’ (2000) raker dan ooit. Alweer een hoogtepunt, maar dan verpakt in kippenvel.
Het geamuseerde publiek geniet met volle teugen, ook wanneer Hautekiet na een nieuwe anekdotische woordenwisseling met een Duvel in de hand eerst het podium en tenslotte ook de zaal verlaat. Na een reeks smeekbedes verklaart een te trotse De Leeuw dat niet hij maar iemand uit het publiek de pianist dan maar moet terughalen. Of ene Carla wel of niet deel uitmaakte van het complot laten we hier even in het midden, feit is wel dat deze enthousiaste toeschouwer Hautekiet terug de zaal instuurde voor een zinderende finale. Deze wordt ingezet met vrije interpretaties van Bob Dylan’s “Like A Rolling Stone” en Léo Ferré’s “Thank You Satan”, en als klap op de vuurpijl een magistrale vertaling van “Venus In Furs”. Hautekiet en De Leeuw, even in de huid van het onderkoelde Velvet Underground duo Cale en Reed, deden dit onvolprezen stukje muziekgeschiedenis alle eer aan. Al hoorde je die niet echt, toch bleef de laatste noot ervan nog nazinderen toen de heren het podium inmiddels al hadden verlaten.
Voor de verplichte encore hadden we stiekem gehoopt op de moderne kleinkunst klassieker “Het Leven Is Nog Nooit Zo Mooi Geweest”, maar toen de keuze uiteindelijk op “Wat Telt Is De Liefde” viel konden we daar wel mee leven.
Met het finale “Mijn Vriend” en een klapzoen van Hautekiet aan De Leeuw werd de vriendschap tussen de integere intellectueel en de punkpoëet met piekhaar op passende wijze beklonken.

En zoals het goede vrienden past vervolgen beide heren binnenkort terug hun eigen weg, maar wanneer ze elkaars pad straks opnieuw kruisen komt daar gegarandeerd terug heerlijke muzikale hommeles van. Laat maar komen dus die volgende theatertournee!

Ohja "In geen tijden zo genoten als vandaag" (Uit "Een Dag Zo Mooi" van Tröckener Kecks)

Organisatie: Cultuurcentrum Brugge, Brugge

Kiki Dee

Carmelo Luggeri en Kiki Dee, sluitstuk van geslaagde opendeurdag

Geschreven door

Zondag 16 januari was een speciale dag voor de Oostendenaars die door het stadsbestuur getrakteerd werden op een schitterende nieuwjaarsreceptie met muzikale omlijsting, gevolgd door een unieke rondleiding doorheen het Kursaal.Tevens konden zij die wilden, voor een prikje genieten van het Kiki Dee concert, dat plaats vond in de prachtige Delvaux-zaal van het complex.

De Engelse zangeres Kiki Dee (echte naam Pauline Matthews) heeft tijdens haar leven al heel wat watertjes doorzwommen. Haar eerste single (“Why don’t I run always from you”) werd duchtig door de toenmalige zeezenders ( Radio London, Radio Caroline, ...) gedraaid. In 1970 tekende zij als eerste blanke Britse zangeres bij Tamla Motown en haalde bij het Rare Earth-sublabel een Amerikaanse hit met “Love makes the world go round”.
Na aan talloze BBC-sessies te hebben meegewerkt, tekende zij bij Elton John’s ‘Rocket’- label, en meteen bekwam zij een hit met de vertaling van “Amoureuse” van Véronique Sanson. Een successenreeks kwam op gang met “How glad I am” en het over heel de wereld gecoverde “I’ve got the music in me”. Haar grootste hit bekwam zij echter in 1976, toen zij met Elton John het duet “Don’t go breaking my heart” opnam, dat zowel in de States als in Europa nagenoeg overal op nummer één kwam te staan. Daarna werd het kalm rond haar. De laatste jaren verdeelt zij haar tijd door deel te nemen aan allerlei BBC-programma’s en te touren met haar geliefde gitarist-begeleider Carmelo Luggeri en haar vriendin Annabel Lamb.
Wie naar dit optreden kwam met de bedoeling een soort “Greatest Hits”-show mee te maken van een nostalgisch pop-ensemble, was er aan voor de moeite. Immers is het trio Lugerri – Dee – Lamb te catalogeren onder ‘unplugged’, of eerder : vocaal-akoestisch met Aziatisch-Oosterse invloeden.
De hele show is immers opgebouwd rond instrumentalist Luggeri, die qua stijl het midden houdt tussen Michael Chapman en Charles Brutus McClay. Hij beschikt over een batterij aan snaarinstrumenten van diverse oorsprong die, perfect getuned, de begeleiding vormen voor de keurig afgelijnde driestemmigheid van het trio. Zangeres Kiki Dee bleef eerder op de achtergrond, en haar vroegere hits die werden ten gehore gebracht, ondergingen sterk gewijzigde arrangementen, welke steeds de kundigheid van de instrumentale begeleider moesten accentueren. Annabel Lamb, die ooit een U.K.-hit had met een cover van het Doors-nummer “Riders on the storm”, moest enkel het geheel met haar stemgeluid komen verfraaien, wat zij uitstekend deed. Ten andere kenden wij Annabel Lamb reeds jaren van haar uitstekende cover van Lou Reed’s “Sweet Jane” op haar album ‘Brides’.
Het optreden begon met de Tom Petty song “Learning to fly”, waarbij meteen de toon van de avond gezet werd. Er weze opgemerkt dat de eerder sjofele outfit van de artiesten (Kiki Dee droeg b.v. gewone jeans) redelijk contrasteerde met de luxueuze aankleding van de zaal en het feestelijk uitgedoste publiek. Met de komst van de hippie-achtige Annabel Lamb, die vanaf het tweede nummer, “Everybody falls”, het podium vervoegde, werd de sfeer enigszins “sixties”. Kaarslicht was er al (in het VIP-gedeelte), en alleen de geur van patchouli en brandende wierookstokjes ontbraken nog om het back-in-time gevoel compleet te maken. De vertraagde, akoestische versie van “Don’t go breaking my heart” verraste het publiek enigszins, en de spichtige Kiki glansde even bij het hartelijk herkenningsapplaus. “Salty water” (uit de CD ‘Where rivers meet’) klonk heel bekend in de oren, om gevolgd te worden door twee nieuwe nummers, nl. “Curve to your heart” en “Soulman”. De Kate Bush song “Running up that hill” werd opgevolgd door het totaal nieuwe “Sweeter rain”.
Met de 1973-hit “Amoureuse”, werd het tweede deel van het optreden stijlvol ingezet, en de gimmick om even een ‘slowtje’ te wagen met één van de VIP’s tijdens de Leonard Cohen-compositie “Dance me to the end of love”, werd met stevig applaus beloond.
Uit de CD ‘Where rivers meet’, hoorden we verder “Amen and goodbye” en het prachtig vertolkte “Under the night sky” . Interessant was hoe Luggeri demonstreerde hoe hij het ‘tempura’-geluid tijdens de songs deed weerklinken. Het bleek eerder op minidisc te zijn opgenomen. “A very good year”, dat we kennen van onder andere Frank Sinatra, werd goed onthaald, om over te gaan in het subtiele “Till we meet again”, dat even deed denken aan de betreurde Nick Drake. “Forward motion”, een bonzend nummer, met schier eindeloze gitaarimprovisaties en een sterk slot, deed de aanwezigen opveren en was de aanzet tot Kiki Dee’s meest gecoverde wapenfeit “I’ve got the Music in me”, het enige nummer waar gitarist Carmelo Luggeri zich in vergaloppeerde (kon moeilijk het versnellend ritme wegens het meeklappend publiek bijhouden). Met “How can you mend a broken heart” (de bekende Bee Gees-ballade) en “Truelove ways” werd het optreden uiteindelijk besloten.

Wij waren gecharmeerd door het aanhoren van Kiki Dee (haar uiterlijk en stem zijn in de loop der jaren nauwelijks veranderd), en aangenaam verrast door het plotse opdagen van Annabel Lamb. Carmelo Luggeri heeft zijn succes te danken aan ‘anker’ Kiki Dee, die er alles aan doet om hem zoveel als mogelijk de voorgrond in te laten nemen.
Zijn stijl is gedateerd, maar zijn bekwaamheid bovenmaats, en het exclusieve kader van de Delvaux-zaal, met haar uitstekende klanktechnische eigenschappen, maakte samen met de professionaliteit van de aanwezige P.A.-lui, dat dit, kwalitatief gesproken, een avond was om niet licht te vergeten.

Setlist :
Deel 1. Learning to fly/First picture – Everybody Falls – Don’t go breaking my heart – Nobody’s child – Salty water – Curve to your heart – Soulman – Running up that hill – Sweeter rain
Deel 2. Amoureuse - Dance me to the end – Amen and goodbye – Under the night sky – Very good year – Meet again – Forward motion – (I’ve got the) Music in me
Encores : How can you mend a broken heart – Truelove ways

Organisatie: Kursaal Oostende, Oostende

Godspeed You ! Black Emperor

Godspeed You Black Emperor – heerlijke muziek mijlenver weg van alle hitparade

Geschreven door

Het minste wat je kan zeggen van het Canadese GYBE is dat het een ongewone en eigenzinnige cultband is. De groep heeft nog maar een drietal platen op hun actief (nevenprojecten even buiten beschouwing gelaten), allemaal instrumentale en weinig hapklare brokken met dikwijls onuitspreekbare album- en songtitels en met nummers die zonder veel moeite de 20 minuten grens overschrijden. Niet gemaakt voor de radio, dus. Maar wel voor de geoefende oren van een schare selectieve muziekfans. Genoeg fans trouwens om het Koninklijk Circus te vullen, en dat is merkwaardig voor een band die nooit in de media komt en die als de dood is voor elke vorm van commercialiteit.

Net voor de set van GYBE wordt in de zaal een eentonige drone door de boxen gewurmd die na een klein half uur door de band langzaamaan wordt omgebouwd tot een soort van introgenaamd “Hope drone”. Op het scherm achter de band wordt voorturend het woord ‘Hope’ geprojecteerd, terwijl in alle tegenstrijdigheid de groep eigenlijk een apocalyptisch geluid voortbrengt die eerder onheil dan hoop voorspelt.
Daarna begint GYBE aan hun laat ons zeggen reguliere set van maar liefst twee en een half uur met amper acht songs. Heerlijk verstilde momenten worden omgezet in soms bijtende noise, van zacht naar hard en weer terug. Het meer dan indrukwekkende geluid wordt gecreëerd door 3 gitaristen, 2 drummers, 2 bassisten en een violiste. Het bij momenten ijzig stille publiek ondergaat de lange trip en geniet van de beklemmende en bloedmooie introverte stukken afgewisseld met splijtende uitbarstingen. De sound is van een ongehoorde pracht en zorgt voor tamelijk wat extatische momenten. Nogal wat adembenemend nieuw werk wordt vanavond gespeeld, wat ons doet hopen dat daar nu toch wel eens een nieuwe plaat moet van komen, want het is toch alweer jaren geleden dat het hemels mooie ‘Yanqui U.XO’ aan de wereld werd toevertrouwd.
Het wordt wel eens post-rock genoemd, een term waarbij we soms niet weten wat we er ons moeten bij voorstellen want ook voor geestesgenoten als Mogwai en Explosions In The Sky lijkt dit vakje ons te beperkt.
Voor ons speelt GYBE gewoon heerlijk tegendraadse, eigenzinnige en vaak onaards mooie muziek ver weg van hitparades en blitse muziekzenders. En dat mag en moet ook zo blijven.
Genieten, dat is het.
En kom nu maar op met die nieuwe plaat.

Binnen enkele weken doen ze dit uitmuntende staaltje nog eens over in de 4AD in Diksmuide, maar u zal de organisatoren moeten omkopen wil u er nog bij zijn, want het concert is al maanden uitverkocht.

Organisatie: Botanique, Brussel

Pagina 307 van 386