logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Epica - 18/01/2...

John Scofield

John Scofield Trio – uniek en waanzinnig sterk in zijn genre!

Geschreven door

John Scofield Trio

Scofield moet niet meer worden voorgesteld bij intimi. Samen met Bill Frisell en Pat Metheny wordt Scofield als dé toonaangevende jazzgitaristen van de 21ste eeuw genoemd. In het kader van ‘Skoda Jazz/Jazz and Beyond’ komt Scofield met een trio afgezakt naar de prachtige theaterzaal in de Vooruit…

Het trio neemt jazz als vertrekpunt, maar maakt vlot de oversteek naar rock, soul, up-tempo swing en New Orleans-grooves. Hun album ‘EnRoute’ uit 2004 – live opgenomen in de New Yorkse Blue Note-club – vangt de ruwe energie die op het podium tussen de drie muzikanten stroomt. Moderne jazz en impro van het hoogste niveau…
John Scofield kan prat gaan op een waanzinnig curriculum: hij speelde met Joe Henderson, Charles Mingus, Herbie Hancock, Mavis Staples, Medeski Martin & Wood, Brad Mehldau, … maar het allerbekendst is hij als gitarist van de legendarische Miles Davis. Hij wordt geprezen om zijn gitaartechniek en zijn fusion tussen jazz, funk en rock. Maar ondanks zijn sterrenstatus stelt Scofield zich nog steeds leergierig op en zoekt hij uitdagingen op in verrassende combinaties en samenwerkingen met jonge muzikanten.
John Scofield heeft al vele muzikale jazzwatertjes doorzwommen. Met 'Up all Night' en 'Überjam' ging hij de funky fusion-toer op met een voorliefde voor elektronische gadgets. Dit jaar verscheen 'Scorched', een plaat waar componist Mark-Anthony Turnage de muziek van Scofield o.a. arrangeerde voor orkest.
In zijn Trio lijfde hij drummer en jonge snaak Bill Stewart en bassist en ervaren rot Steve Swallow in. “There is no other man like him in music,” zei Scofield over Swallow, die op zijn bas zo behendig kan soleren als een gitarist en zo ritmisch uit de hoek kan komen als een drummer. Over Stewart vindt Scofield: “I think he’s playing as good as any drummer in the history of jazz”.
Het album ‘Enroute’ dateert uit 2004, is dus al wat ouder, en wordt nu voorgesteld met bovenstaand trio. Het moet –ondanks zijn leeftijd – niet inboeten aan authenticiteit en meesterschap. Scofield wordt meer dan anders (denk aan zijn passages met Hammondtrio Medeski, Martin and Woods…) uitgespeeld als gitarist. Oke, hij kan rekenen op het baswonder Steve Swallow, maar mede dankzij zijn meesterlijke techniek en kennis van het ‘loopen’, zet hij telkens iets authentieks neer. WAW dus!
Met een stevig openingsnummer “How Deep” ging het verhaal van start… Drummer Stewart mag onmiddellijk zijn kunnen es tonen. Hij moet – ondanks zijn jonge leeftijd – niet inboeten aan meesterschap. Gedurende het verdere vervolg van het concert krijgt hij nog vaak de kans zijn kunnen te spreiden en doet dit telkens met een geraffineerde ritmiek. Van die Stewart horen we nog, geloof me.
Nog voor Scofield alle registers opentrekt in “Chicken Dog”, weerklinkt het prachtige “Allready September”, een heldere en lyrische ode aan de nakende herfst, zoals hij het zelf kwam te zeggen. In “Chicken dog” zelf etaleert Scofield wat je met een gitaar (Ibanez), Vox AC30 amp en twee magistrale handen kunt doen. Funk, jazz, soul, blues, werkelijk alles hoor je in zijn gitaartechniek terugkomen. En terwijl hij wat ruimte laat aan Swallow voor solomoment, gaat hij zelf even zijn amp wat bijregelen. Hij doet dit vaak, dat laatste. Ook met zijn pedalboard heeft de man wat. Hij beheerst de dingen als dusdanig… de klank moet werkelijk ‘top’ zijn.
Swallow (bass) is een ietwat ouder en nurks ogende verschijning, maar speelt op unieke wijze de 5-snarige basgitaar. Hij maakt gebruik van gitaarakkoorden en arpeggio’s, maar speelt tevens sober en kunstig. Soms ziet het er wel niet uit, geen esthetisch mooi ogend plaatje die man, die me voorkomt als een weggelopen klokkenluider met 2 dakgoten boven beider ogen. Zijn solo vloeit als 2 druppels in op een solomoment voor Stewart en zo gaat het wel een tijdje door.
In “A touch of your lips” (standard) en “Simply put” – die een eigen compositie is – gaat Scofield helemaal de lyrische toer op. Hij verslikt zich naar het einde toe, zij het dan niet in muzikaliteit. Hij eindigt het nummer echter al hoestend en proestend. Bij deze zien we de mens in Scofield helemaal de bovenhand krijgen. Een immer aimabel man, met zin voor humor en contact met het publiek. Hij zwaait met lof en streelt het ego van de Vooruit en de stad Gent (– here’s to you, Daniël!).

Scofield kan dan even doen waar hij goed in is: hij toont zich als briljant improvisator en laat zijn bekende ‘loops’ op het publiek los. Het zal als leek wat verwarrend en onbegrijpelijk klinken, maar eens hij vertrokken is, laat hij zoveel funky noten op je los, dat hij je omver blaast. En ondertussen volgen Stewart en Swallow alles wat van op afstand.
Met “Jo Han (Yo han?)” en het zware “The Low road”, waar hij even teruggrijpt naar de grooves van Uberjam, sluit Scofield de avond. Er kan weliswaar nog een verdiende bis van af. Net geen staande ovatie. Een heerlijk concert!

Organisatie: Skoda Jazz (Jazztronaut) ism Vooruit, Gent

The Lords Of Skull Island

The Lords Of Skull Island dient mokerslagen toe

Geschreven door

Wie de programmering van de Charlatan al een tijdje volgt, weet dat teleurstellingen zelden voorkomen. Dinsdagavond stonden terug enkele veelbelovende namen op de affiche.

Het Amsterdamse duo zZz bracht met hun donkere en broeierige orgelrock meteen al leven in de brouwerij. Met de gepolijste combinatie van orgel (Daan Schinkel) en drums (Björn Ottenheim) is dit tweetal sinds 2000 een buitenbeentje, niet alleen wat betreft hun muziek want ook de bijbehorende videoclips zijn uniek (check hun video Grip http://www.youtube.com/watch?v=xfmJ6m97HqQ die in één ononderbroken camerashot werd opgenomen – waar weliswaar weken aan voorbereiding vooraf gingen). Het tweetal zat op één lijn vooraan op het podium en dus héél dicht bij het publiek dat goedkeurend de hypnotiserende rock, doorspekt met orgelriedeltjes en aanstekelijke drumpartijen, tot zich nam. ‘Lekker’ op zijn Hollands. Hoogtepunten van hun set waren: “Ecstasy” en het voornoemde “Grip”. Schinkel bespeelde zijn orgel alsof het een verlengstuk van zijn lichaam was (wat die allemaal uit dat orgeltje haalde, hou je niet voor mogelijk) en Ottenheim (inclusief Cheese & Chong bandana) onderstreepte dit alles met een pompende vette beat en ondersteunende zang. Geen moment verveling en dus goedgekeurd door ondergetekende.

De tweede supportact van de avond deed er nog een schepje bovenop. De Waalse vrienden van The Lords of Skull Island (de nieuwe groep rond ex-Hulk(k) gitarist Renaud Mayeur) verbaasden vriend en vijand met hun energieke psychedelische swamprock. Geen bullshit maar eerlijke rechttoe rechtaan rock and roll met de rauwheid van MC5/Stooges in combinatie met een hoog AC/DC high voltagegehalte. Van bij het openingsnummer “The Lords of Skull Island” spatte de elektriciteit het podium af om het publiek een uur lang onder stroom te zetten. “Toilet Lover”, “Seven Billion Years”, “Super Hero” en “No Lucky Star (I’m dope and I’m crack)” volgden elkaar in een moordend tempo op (geen tijd voor plaspauzes of extra bier bestellingen aan den toog). De ballade “Ghost in the mirror” zorgde voor wat ademruimte, maar dit was van korte duur, daar het eindoffensief werd ingezet met het schitterende “Beg for mercy” en afsluiter (tevens opener) “The Lords of Skull Island”. Het spelplezier straalde af van de gezichten van alle groepsleden die erg goed op elkaar ingespeeld waren.
Dat Renaud Mayeur een excellente gitarist is, weten we al uit een ver verleden (hij was lid van La Muerte tijdens hun reünietour in 1999 en vervangend bassist bij Triggerfinger in 2008) maar wat hij dinsdag allemaal uit zijn Gibson SG Angus Young Sig. Electric Guitar haalde was pure klasse. Hou The Lords of Skull Island in de gaten, ze gaan nog veel potten breken!

Wat het hoogtepunt van de avond moest worden, liep met een kleine sisser af. The Sore Losers konden dit gewoon niet meer winnen. Al wie vroeg of laat na The Lords of Skulls moet spelen, zal jammer genoeg met hetzelfde probleem te maken krijgen. Vooreerst werd het geluid fors teruggedrongen en ten tweede waren The Sore Losers in mindere doen. Wat volgde was een eerder saaie vertoning in vergelijking met wat voorafging. Een domper op de voor de rest schitterende muzikale avond. Spijtige zaak daar we The Sore Losers al in betere doen gezien hebben. We wensen hen een spoedig herstel toe na deze vroegtijdige knock-out.

Organisatie: Charlatan, Gent

Apocalyptica

Apocalyptica: IJzersterke cello reputatie!

Geschreven door

 

‘De ideale schoonzoons’, was het eerste waar ik aan dacht bij het aanschouwen van openingsband Livingston. Dat voorspelde al niet veel goeds... en die voorspelling werd ook bevestigd naarmate hun set vorderde. Het Londense 5-tal grossierde in een soort makke lauwe powerrock, net zoals die ons tien jaar terug ‘en masse’ voorgeschoteld werd door de toenmalige Nickelbacks en consoorten. Hooguit verdienstelijk te noemen, en hetgeen ze ons vanavond in de AB voorschotelden zou bij momenten inderdaad ook ons allerliefste schoonmama kunnen bekoren. Spannendste (lees ‘sympathiekste’) moment was toen Zanger Beukes Willemse - die qua look overigens niet zou misstaan hebben in om het even welke eighties boysband - het nodig achtte zijn Zuid Afrikaanse afkomst te etaleren door een woordje ‘Suid Afrikaans’ tot het (het moet gezegd) toch vrij enthousiaste publiek te richten. Leuk voor de Vlamingen, minder voor de Walen, maar onze ‘Suid Afrikaanse friend’ had blijkbaar geen notie van de communautaire kwestie in ons Belgenlandje.

Tijd voor de real stuff nu: exit Livingston, enter Apocalyptica ! Deze heerschappen zagen er beslist NIET uit als de ideale schoonzoons. Hun recept is stilaan gekend: loeiharde metal met 3 cello’s + drummer ! Sind ze in 1996 met hun debuut ‘Apocalyptica plays Metallica by four cello’s’ de wereld verblijdden in een verrassende combinatie van cello’s en metal is het hen gestaag voor de wind gegaan en zijn ze doorgeklommen tot de topregionen in metalland! En welverdiend, getuige hiervan hun recentste (7e) schijf ‘7th Symphony’ plus een ijzersterke live-reputatie, hetgeen ze andermaal kwamen bewijzen in een nokvolle, uitverkochte AB.

‘Lead’ cellisten Eicca Toppinen (de blonde) en Perttu Kivilaakso (de zwarte) trokken samen met ‘bassist’ Paavo Lötjönen en drummer Mikko Siren weer stevig van leer, en serveerden ons een strakke en gevarieerde set, mooi uitgebalanceerd met nieuw & ouder werk. De Metallica invloeden van destijds werden niet vergeten, en voor een groot deel van het opgekomen publiek (een allegaartje van metalheads en ‘normale’ concertgangers) bleken “Master of puppets” en “Seek & destroy” de absolute hoogtepunten. Oo
k Sepultura’s “Refuse / Resist” (terug te vinden op hun 2e ‘CD ‘Inquisition Symphony’ uit ‘98) werd in al zijn brute kracht nog eens de AB in geslingerd!
Voor de rest allemaal eigen werk, met veel aandacht voor de nieuwe CD. Tal van hoogtepunten: voor niet ingewijden zijn titels zijn soms moeilijk te achterhalen, maar we herkenden alvast schitterende uitvoeringen van openers “On the rooftop with Quasimodo”, “2010” (beiden uit de nieuwe plaat) en “Last hope”.
Halverwege de set even wat gas terug voor “Beautiful” en “Sacra”, de rustpunten van de nieuwe CD, die hier schitterden in al hun soberheid. Voor die eerste wisselde drummer Mikko Sirén zijn drumsticks in voor een cello, en stonden er terug als vanouds 4 cello’s zonder drums op het podium (Sirén hield zich weliswaar wijselijk tot het mee tokkelen van het ritme).
Voor enkele van de songs waarvoor op de CD’s gastzangers van dienst zijn, werden ze op deze tournee vergezeld door Tipe Johnson, niet echt een topzanger! Trouwens, ... de muziek van Apocalyptica behoeft volgens mij absoluut geen vocals, integendeel, het geheel staat als een huis zonder! Toch onthouden we knappe versies van
“I don’t care”, “I’m not Jesus” en het nieuwe “End of me”.
Afgesloten werd er met een spetterend “Hall of the mountain king”, de overbekende, inmiddels 130 jaar (!) oude Edvard Grieg compositie, die ze zich stilaan eigen maakten. Een waardig slot voor een alweer memorabele avond!
Minpunten van de avond ... ? Eentje: een passender openingsband voor dergelijk spektakel ware wenselijk geweest! Want vrezen om van het podium gespeeld te worden door een openingsact? Daar hoeft Apocalyptica de komende 20 jaar alvast niet van wakker te liggen !

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Jim Jones Revue

Jim Jones Revue - Rock’n’roll spat uit alle lichaamsgaten

Geschreven door

Zoals Obelix bij zijn geboorte in een vat toverdrank is gevallen, zo is Jim Jones volgens ons in een ton kolkende rock’n’roll getuimeld. De man heeft rock’n’roll in zijn  tenen, zijn bloed en in al zijn aderen, en dat zullen we geweten hebben. Live is dit dan ook een wervelwind, denk hierbij gerust aan Jon Spencer, diezelfde gretigheid, diezelfde super-coole présence en attitude, de rock’n’roll die uit alle lichaamsgaten tegelijkertijd spat. Zet daarbij een band die speelt alsof een dolgedraaide stier hen constant op de hielen zit, en je hebt de perfecte rockshow.

Van de twee platen die The Jim Jones Revue nog maar op hun conto hebben, weten we dat alle wijzers geregeld in het rood gaan. Live is het niet anders. Dit is de meest gruizige, harde, explosieve en opgejaagde rock’n’roll die je dezer dagen op een podium kan horen. Smerig, snel, ranzig en uitermate fantastisch. Een gloeiende song als “Rock’n’roll psychosis” dekt volledig de lading, een betere omschrijving van hun sound kunnen we zelf niet bedenken.
Dit is de gekte van Jerry Lee Lewis, de punk attitude van Johnny Thunders, de onstuimigheid van The Gun Club, de vulkaankracht van MC 5 en de ranzigheid van The Stooges.
Jim Jones  richt zijn pijlen rechtstreeks naar onze onderbuik en naar onze trommelvliezen, want het is loud as hell.
The Jim Jones Revue vlammen en razen doorheen splijtende rockers als “Hey hey hey hey”, “Princess and the frog” , “Dishonest John” en gortige bluesbeesten als “Cement mixer”, “Big Len” en “Burning your house down”. De gitaren gaan over de rooie, de drums roffelen als bezeten, de piano gaat door het lint. Subtiel is het niet, subliem wel.

De eerder magere opkomst in de 4AD is helemaal geen domper op het feestje. Het kot bruist en kolkt  vanavond, de rock’n’roll duivel kotst zijn ziel eruit. Een betere Halloween kunnen wij ons niet voorstellen.
Muzikanten mogen technisch begaafd zijn al wat ze willen, niets is beter op een podium dan een portie vuile rock’n’roll die uit al zijn voegen barst, vooral dat is ons weer iets duidelijker  geworden vanavond.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Hurts

‘Hip’ en ‘Hurt’ songs – Hurt

Geschreven door

Eén van de opkomende bandjes is het Engelse duo Hurts, die de sfeer van synthpop en onderkoelde electropop ademen met een vleugje bombast en kitsch. Op die manier zijn ze onmiskenbaar verbonden aan de ‘new romantics’, ‘the youngsters’ na de eerste wavegolf begin jaren ‘80. Invloeden van The Human League, Spandau Ballet, A flock of seagulls, Haircut 100 en Heaven 17, maar vooral ABC en de Pet Shop Boys halen we voor de geest.

Stijlvol en – vast klinkt de muziek op hun debuut ‘Happiness’, die eigenlijk bol staat van weemoedige, donkere muziek, en af en toe een lichtpuntje biedt in een hoopvolle tunnel …
De zwaar georkestreerde partijen en de melodramatiek neigt naar een musicalfestijn ten tijde van Ultravox, Murry Head, Gazebo en Army of lovers, want beelden van getormenteerde ballerina’s flitsen ons voorbij.
De zang van Theo Hutchcraft kan niet omheen Pet Shop Boy Neil Tennant, Brandon Flowers (The Killers) en (ex) Take That-er Robbie Williams.
Het duo slaagde er al in twee venijnige pakkende popsongs te schrijven, het sfeervol innemende “Wonderful life” en het emotievol dansbare “Better than love”. Wat ervoor zorgde dat de ticketverkoop snel liep en het concert was uitverkocht. En met nog maar 1 plaat uit staan ze volgend jaar in de AB …
De heren waren netjes gecoiffeerd en stijlvol gekleed. We zagen een rits elektronica- apparatuur, een piano, drums, een stokstijf staande backing vocalist, die de dramatiek beklemtoonde, én Hutchcraft, in het begin van elke song netjes de knopen van z’n kostumm aan het dichtdoen en dan de handen gekruist, die over een diep indringende fluwelen stem beschikte.
Op Pukkelpop wisten ze ons nog niet meteen te raken, maar na vanavond kunnen we terecht zeggen dat het duo, live met vijf, er goed vanaf kwam en variatie trachtte te brengen in hun onderkoeld materiaal door de logge, slepende, soms diep dreunende elektronicabeats, de opbouwende gevoelige pianopartijen en pittige ‘discotheka’ muziek. Melig, glamour, glitter, jawel, maar eentje met finesse, subtiliteit, schoonheid, uitermate gedistingeerd, en met een donker, elegant randje. De eerste songs “Unspoken” en “Silver lining” waren de aanzet en vormden het toonbeeld, na een klassieke ‘ouverture’.
De rijen jonge dames vooraan hadden hier hun eerste schoolbal; ze hadden een aangepaste avondkledij of outfit aan voor deze Hurts gelegenheid. De huidige single “Wonderful life”, al vroeg in de set, werd warm onthaald, en kreeg naar het eind enkele krachtige exploderende beats. Plaats kwam vrij voor enkele ‘lovehurts’ hartbrekende songs waaronder het ingetogen “Blood, tears, & gold” en “Evelyn”, die aardig wat fijne geluidjes kregen en de glamourpastiche benadrukten. Op “Sunday” ging het er zwierig en dynamisch aan toe, wat ze herhaalden met de doorbraaksingle “Better than love”, die door de intrigerende beats en de flashy stroboscoops aanstekelijk inwerkte op de dansspieren. Tussen de twee songs hoorden we eerder verlatingssongs als het huiveringwekkende “Stay” en “Verona”, waarbij de backing vocalist klassiek hoog uithaalde, en het meeslepende “Devotion”, waarbij rozen werden uitgedeeld. Typische eighties en lagen bombast. “Confide in me”, op plaat met Kylie, en “Illuminated” droegen een mindere last op de schouders.

Op de tunes van 007 James Bond verlieten de heren één voor één de stage. Ze zullen evenveel fans als haters hebben … voor de enen heerlijk wegdromende synthpopsongs, voor de anderen gaat het over het randje van de goede smaak … Ondanks het knipogende plagiaat, was het duidelijk dat Hurts hip is en voor ‘Hurt’ songs stond …

Support was Grand Stereo, die zowel roots in Glasgow als in Brussel heeft. Het kwintet debuteert met vloeiende melodieuze poprock overgoten van een vleugje elektronica. Goed onderbouwde songs, die misschien niet direct verrassen; maar we hoorden een band, die live wel standvastig klonk en over twee vocalisten beschikte, die elkaar mooi aanvulden.

Organisatie: Botanique, Brussel

Sharon Jones

Sharon Jones and the Dap-Kings – Soul Excitement

Geschreven door

Of het uitverkocht was in de Aéronef of niet, kan ik niet met zekerheid zeggen, maar ‘t zal in ieder geval niet veel gescheeld hebben. Heel wat Vlamingen ook, die na de passage van de Kings in Antwerpen vorige week, nu ook naar Lille waren afgezakt.

Heel wat soulmates tussen het publiek, die kennelijk het repertoire van
Sharon Jones uit het hoofd meebrullen, en een stelletje muziekliefhebbers die , met open mond soms, de professionaliteit van the Dap Kings, gadesloegen. The Dap Kings (Brooklyn) zijn de huisband van Daptone records! Dat record label heeft het niet met moderne technieken, maar brengt de meest stampende funk, soul en groove op authentieke ‘vintage’ wijze.
Binky Griptite speelt een beetje gitaar en leidt de band in goede banen. Hij heeft een ietwat arrogant uiterlijk, maar de man speelt vernuftig fijn (Gibson custom) naast tweede gitarist Brenneck. Vele van the Dap Kings lijken zo weggelopen uit een vermuft kantoorgebouw. Jongens, ze zien er niet uit, maar spelen wel de pannen van het dak. Soul tot in hun kleinste teen en meer dan Tina en Aretha samen.

Sharon Jones moet ondertussen de 60 gepasseerd zijn. Je moet moeite doen om haar te zien, want erg groot is ze niet. Gelukkig heeft ze een  klok van een stem en scheurt ze het hele concert van de ene naar de andere kant van het podium. Jagger, eat your heart out!
La Jones werd geboren in Austin, Georgia, niet toevallig het geboortedorp van ene James, die luistert naar de achternaam Brown! Ze leerde de kneepjes van het vak door o.a. samen te werken met The Four Tops en Maceo Parker. Ja, moet ik er een tekeningetje bij maken?

De set was , na een openingsshow in American Style van Binky Griptite, voornamelijk opgebouwd rond het recent uitgebrachte ‘I learned the hard way’ en ‘100 days 100 nights (2007). Jones zingt het fantastische “Window shopping” en gaat niet even, maar anderhalf uur lang volledig uit de bol.
Toeschouwers worden uit het publiek getild om een rondje met haar te flirten, de blazersectie met Dave Guy (trompet) voorop toont wat ze waard is! Het is ook en vooral Ian Hendrickson-Smith (Bariton sax) die de sfeer bepaalt in het matige ‘I still be true’. De blazerssectie was ook actief als begeleidingsband van zij die het moeilijk heeft om suiker te onderscheiden van iets anders, ene Amy Winehouse.
The Dap Kings zijn voor Motownadepten een absolute aanrader! Het is en blijft immers wel een Amerikaans gebeuren. Het ‘The show must go on’- gevoel overheerst af en toe, en opnieuw gaat voorganger Benky ter afronding nog maar eens zijn band voorstellen. Hierbij vergeet hij uiteraard niet om iedereen langs de merchandising te laten passeren… “I’m not gonna cry” wordt de afsluiter, na het al even fantastische “I learned the hard way”.

De Aéronef en de hele inhoud was getuige van een magistraal concert. Ik ben nog vergeten dat het voorprogramma bestond uit een deejayset van
DJ Joe Tex and Brother Jam en de bijhorende halve liters (kro ou grim?) geestrijk vocht. Ideale opwarmer!

Leden: Sharon Jones (Vocals)
The Dap Kings are: Homer Steinweiss (Drums), Binky Griptite (Guitar), Bugaloo Velez (Congas), Dave Guy (Trumpet), Tommy 'TNT' Brenneck (Guitar), Bosco Mann (Bass), Neal Sugarman (Tenor), Ian Hendrickson-Smith (Baritone)

Organisatie: Aéronef, Lille

Tame Impala

Spaced out psychedelische trip van Australische Tame Impala

Geschreven door

Tame Impala, een viertal uit Perth, West-Australie, stond eerder deze zomer in de Club op Pukkelpop, en waren in Tourcoing net aan hun Europese tournee begonnen. Deze jonkies brachten in 2008 al een EP uit, maar we moesten tot eerder dit jaar wachten voor hun debuut, het door Dave Fridmann geproduceerde ‘Innerspeaker’. Dave Fridmann ken je misschien al lost-vast lid en producer van zowat elke plaat van Mercury Rev en Flaming Lips.

Tame Impala gooide meteen al zijn troeven op tafel, ze begonnen met de singles “It’s not meant to be” en het op Studio Brussel veel gedraaide “Solitude is bliss”. Veel lef dus, of was het tegendraadsheid, om meteen al met de prijsbeesten uit te pakken. We houden het op een gezonde dosis zelfbewustzijn van deze Aussies: spelen kunnen ze, de drummer mepte de hele show zelfverzekerd op zijn drumkit, en de gitaristen soleerden tegen mekaar op met de vingers in de neus. Waar Wolfmother de mosterd bij seventies hardrock a la Led Zeppelin of Deep Purple haalt, vinden deze kangoeroes de inspiratie tien jaar eerder, bij de psychedelische rock, ergens tussen Beatles, The Who en de Californische West Coast psychedelica, niet in het minst door de ijle stem van Kevin Parker, die klinkt of hij een volledige bollenwinkel van lsd, paddestoelen en spacecake naar binnengewerkt heeft. In ” Lucidity” hoorden we Indische invloeden, terwijl “Sundown Syndrome” wel heel erg tegen “Still raining, still dreaming “ van Jimi Hendrix aanschurkte.
Ook bij de visuals, zoekt Tame Impala het in de zelfde sfeer, beelden van een elektrische oscillator ondersteunden de show van begin tot einde: een groene laser nam vele elliptische en geometrische vormen aan, om uiteindelijk tot een elementaire punt of balk te regresseren. Gelukkig beperkt Tame Impala zich niet enkel tot sixtiespsychedelica, bij momenten wordt er stevig ‘ge-stonerrockt’, en het derde nummer in de set had zelfs iets mee van het Franse Air.

Voor hun volgende albums wordt dat de belangrijkste opgave: hoe kunnen ze hun psychedelisch geluid verder evolueren en interessant houden: vanavond beleefden we een heftig uurtje acid-rock, maar we kunnen ons best voorstellen dat dezelfde formule saai zal worden als Tame Impala een set van twee uur of meer moet invullen. De toekomst zal uitwijzen of Tame Impala kan bevestigen en verder evolueren.
Vanavond bewezen ze dat ze buiten de lijntjes durven kleuren: aankondigen dat ze niet zullen bissen, en dat er niet veel tijd overblijft, waarna ze de set afsluiten met de dansklassieker “Remember me” van Blue Boy en een uitgesponnen jam van boven de tien minuten.
Volgende trip is in de Bota ...

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Krs-One

KRS-One The Gospel of Hip Hop Tour - Real Hip Hop is over here !

KRS-One mag gerust als een legende binnen het hip hop wereldje bestempeld worden. Democrazy slaagde er in hem met ‘The Gospel of Hip Hop Tour’ naar de Concertzaal van de Vooruit te krijgen. Hij wordt daarbij bijgestaan door de onnavolgbare Supernatural.

KRS-One, geboren als Lawrence Kris Parker in 1965 te Brooklyn, startte in 1984 met Scott La Rock, Levi167 en MC Quality onder de naam Scott La Rock and the Celebrity Three. Hun eerste werk kreeg de titel ‘Advance’. In tegenstelling met de andere rappers uit die tijd handelden de nummers niet over auto’s, alcohol of bling, maar rapten ze ondermeer tegen de nucleaire oorlog. In 1987 bleven enkel KRS-One en Scott La Rock over en ze richtten Boogie Down Productions op. Hun debuut ‘Criminal Minded’ was veel rauwer en de teksten waren vuilgebekt. Muzikaal gooiden ze zware Jamaicaanse reggae doorheen hun hip hop. Dat zelfde jaar werd Scott La Roch echter vermoord, toen hij een ruzie in de Bronx probeerde op te lossen.
Als reactie hierop wordt het werk van Boogie Down Productions en KRS-One meer politiek getint. KRS-One krijgt de bijnaam The Teacha als hij lezingen in scholen over religie, politiek en geweld geeft en hij de Stop The Violence Movement opricht. In 1993 zingt KRS-One “It’s da sound of da police!” op zijn eerste soloplaat. Het werd een klassieker die gegarandeerd ook in de Vooruit zal mee gezongen worden.

Zoals aangekondigd laat KRS-One zich tijdens deze ‘The Gospel of Hip Hop Tour’ vergezellen door Supernatural, the king van de freestyle rap. Hij startte zijn carrière in 1981 met wedstrijden op de schoolpleinen in zijn thuisstad Marion, Indiana. In 1989 verhuisde hij naar New York. In 1993 won hij de New Music Seminar MC Battle For World Supremacy. Tijdens een radioshow op KISS FM ging Supernat samenwerken met KRS One, wat de single “Buddha Blessed It” opleverde. Zijn status als één van de grootste freestylers in de wereld bevestigde hij door het wereldrecord voor de langste freestyle te breken. Maar liefst 9 uur en 10 minuten rapte hij aan elkaar.

De combinatie KRS-One en Supernatural maakte natuurlijk dat mijn verwachtingen hoog waren gespannen. Maar eerst werd de zaal opgewarmd door de beats van de onnavolgbare Grazzhoppa en Menno en een optreden van het Brugse Nuff Said.

Nuff Said uit Brugge bestaat uit M.C.’s Senz en No Exp. en DJ Sincere. Hun debuut ‘Regenesis’ kwam in 2007 uit op ‘Me vs Eye Records’ en handelt over persoonlijke ervaringen van de bandleden en eert de lokale hiphopscene. In 2010 brachten ze hun tweede album ‘Vis Viva’ uit.
In de Vooruit bracht Nuff Said vloeiende, energieke old skool hiphop ten berde. Senz en No Exp. zijn excellent in het aan elkaar rijmen van woorden. Muzikaal balanceert Nuff Said tussen het echte old skoolgeluid en de nieuwe hip hop. Ze zijn ook niet te beroerd om er een live saxofoon tussen te werpen. In de Vooruit had het muzikale net wat harden mogen staan tegenover de M.C.’s, maar toch een Belgische hip hopband waar we trots op mogen zijn.

Dan was het de beurt aan KRS-One en vanaf het eerste ogenblik bleek dat het geluid deze keer niet te stil zou staan. Louder waren de woorden van DJ Kenny en ook bij het opkomen van de master himself brulde KRS-One “turn this up” en “louder”. De Concertzaal zou heel wat te verduren krijgen deze avond.
KRS-One startte zijn ‘The Gospel of Hip Hop Tour’ met wat hij uiteindelijk zou eindigen, één lange medley van klassiekers doorspekt met freestyle. Real hip hopsongs “South Bronx”, “The Bridge is Over”, “Real hip hop is over here”, “Sound of the police” en “The M.C.” volgden elkaar aan ijltempo op. Ondertussen liet KRS-One zich ook ontvallen dat dit een feestje was waarbij hij toch wat reactie van het publiek verwachtte. De Vooruit liet dan ook zich niet kennen.
Al heel vlug haalde KRS-One freestyle king Supernatural erbij die de zaal direct verbaasde met een reeks freestyle raps en spelletjes zoals “The 3 M.C.’s” waarbij ondermeer Busta Rhymes en Notorious Big de revue passeerden. Ook de history of hip hop werd boven gehaald, waarna de commerciële MTV-rappers door het slijk werden gehaald. Real hip hop is over here!
Een persoonlijk hoogtepunt van de avond was de oproep van KRS-One aan de breakdance boys en girls in de zaal om zich naar het podium te begeven. De Vooruit was blijkbaar met heel wat talent gezegende dames en heren en die gaven op het podium tijdens de beats en raps het beste van zichzelf.
Achteraf bleek Kenny, zoals KRS-One hem bleef toeschreeuwen, nog een extra niveau aan de volumeknop te hebben gevonden. De reggae- tot dubstep beats deden de zaal daveren en nepen zowaar je keel toe. KRS-One ging verder met zijn medley met jonger werk zoals “Kill a rapper” van ‘Hip hoplives’ uit 2007. Achteraf verbaasde Supernatural de zaal nog met de Freestyle abouw anything, waarbij hij rapte over alles wat hem voorgeschoteld werd, een sinaasappel, een sjaal, een pet, een zakje weet, 5 €, het inkomticket, een identiteitskaart, etc. waarmee hij zijn titel als freestyle king bevestigde.

Dit daverende hip hopfeestje gevuld met klassiekers duurde zowat 2 uur en verveelde geen seconde. KRS-One maakte het luid en duidelijk, real hip hop is over here !!

After party KRS-One - Afrika Hi-Tech – Ambient-guru herontdekt dansvloer
Mark Pritchard is een man die al vele aliassen heeft gehad, maar toch meestal in de hoek van de ambient, met schitterende projecten als Global Communication en Reload die echter nooit buiten een kleine kring van muziekliefhebbers een podium wist te vinden. Met zijn nieuwe project dat hij samen met Steve Spacek, uiterlijk een soort cyber-George Clinton, opgezet heeft, heeft hij blijkbaar de bedoeling zijn bredere muzikale invloeden door de mangel te halen en met iets nieuws te komen. Volgens het alter dat ze dragen en de eerste Hitecherous EP zou het dus allemaal behoorlijk spaced-out moeten klinken, maar net dat laatste onbrak er een beetje aan. In zijn nieuwe plaat zijn reggae- hip-hop- net zo goed als abstract elektronica een even bruikbaar element om tot ja zullen we maar zeggen beats voor de éénentwintigste eeuw te komen.
Voor mij gaat het nog altijd eerder in de richting van huiskamer-wizards als Mr. Scruff en soortgelijke geeks en labels. Space blijft nog altijd out there.
Het resultaat mochten we horen op de afterparty van KRS-one, wat nogal zijn invloed had op het publiek, dat dus uit feestende hiphoppers bestond die ook maar eerder per ongeluk op het concert waren blijven plakken. Niet al te veel volk meer en dus ruimte op de dansvloer, maar dat alles in een heel ontspannen sfeer.
Qua aankleding vonden ze het leuk oude muziekvideo’s genre ‘Walk This Way’ van Run DMC te spelen. Vooral heel erg foute kledij uit de vermaledijde jaren 80. Tijd genoeg voor een babbel terwijl je de beats opzoog en er was werkelijk alles voorhanden om voor een leuk feestje te zorgen.
Daarbij was het  wel niet zo duidelijk wat nu hun eigen nummers en wat flarden andere nummers waren en wat ze er DJ-gewijs mee uitspookten. Volledig instrumentaal nagenoeg en behoorlijk abstract soms maar verdomd dansbaar. Deze kerels putten uit een wel heel erg ruime platencollectie is zo mijn aanvoelen. Het was goed toen we tegen halfvier alweer het bed opzochten.

Organisatie: Democrazy, Gent

Pagina 314 van 386