logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
avatar_ab_13

Antony & The Johnsons

Antony & The Johnsons: onbeheersbare babbelzucht van Antony …

Geschreven door

Voorafgaand aan het concert bracht Johanna Constantine (een in de video van “Epilepsy is dancing” te bewonderen vriendin van Antony) een act die we kunnen omschrijven als een soort moderne solo-enscenering van Diaghilev’s choreografie bij Le Sacre du Printemps. Niet enkel Stravinsky weerklonk, maar vraag ons niet om namen te plakken op de andere muziek want die kunnen we met onze beperkte kennis niet thuisbrengen. Of we iets van die act begrepen hebben, valt trouwens sterk te betwijfelen. Het tweede deel had misschien de bedoeling om de link te leggen naar ‘I’m a bird now’ maar het zou best kunnen dat deze kunstenares totaal andere intenties had.

Na een kleine 20 minuten betrad uiteindelijk Antony het podium in gezelschap van  The Johnsons die bestonden uit een bassist, een drummer, een violist, een celliste, een violist annex gitarist en een gitarist annex saxofonist.
Na “Where is the Power?” (b-kant van de huidige single) en “Her eyes are underneath the ground” viel ons vooral op dat de strijkers nog niet 100% bij de pinken waren, iets waaraan de reguliere bezoeker van de prachtige Henry Le Boeuf-zaal zich ongetwijfeld meer zou ergeren dan de tolerante aanhang van Antony deed. Tijdens “Epilepsy is dancing” waren alle muzikanten echter al beter bij de les. De magistrale wijze waarop de ingetogen sax-solo gebracht werd tijdens “One dove”, bewees trouwens dat The Johnsons wel degelijk op niveau kunnen musiceren.
Pas vanaf “One day I’ll grow up” richtte Antony een woord tot de zaal. Het bleef echter niet bij ‘een woord’ want hij onderbrak dat mooie lied meermaals om uit te kunnen weiden over het feit dat het zogezegd door zijn vriend Jezus geschreven was. Tolerant als we zijn, bedekten we zijn gepalaver op dat moment nog met de mantel der liefde. Uiteindelijk deed hij immers niets meer dan de grapjas uithangen.
“Kiss my name” verliep vlekkeloos maar nadat Antony vervolgens in het begin van het volgende nummer in de fout gaat op de piano, acht hij het moment gekomen om nog eens in gesprek te treden met zijn publiek. De zaal zit verstomd te luisteren hoe Antony de heks in hemzelf naar boven haalt om de kleur van het publiek te kunnen voelen. Jaja, rond Pasen zijn de wonderen duidelijk de wereld nog niet uit….
Net als we hem van het gebruik van hallucinogene middelen durven te beschuldigen, herpakt hij zich met onder andere “Everglade”, “Another world”, “The crying light” en “Fistful of love”.
Vanaf “Hope Mountain” steekt Antony echter opnieuw een litanie af zoals blijkbaar enkele weken geleden ook in Antwerpen gebeurde. Minutenlang probeerde hij de opnieuw met verstomming geslagen zaal duidelijk te maken dat de wereld nood heeft aan meer vrouwelijkheid, een boodschap waarvoor een concertpodium ons inziens niet het meest gepaste forum is. We kregen zowaar medelijden met de muzikanten die deze uiteenzetting ongetwijfeld al meer dan beu gehoord moeten zijn. Een enkeling in de zaal reageerde enthousiast, maar dat waren vermoedelijk volgelingen die ook enthousiast zouden reageren als Antony zou verkondigen dat het gemiddelde van drie bladzijden koffie interplanetair gerelateerd is aan de vierkantswortel van de filosofische implicaties van de zwarte herdershond op een zondag…..
Het zou een goede zaak zijn als iemand uit de entourage van Antony mans genoeg zou zijn om de ballen te hebben om de om zijn muzikale merites bewonderde artiest op de man (nou ja) af te zeggen dat een podium geen preekstoel is. Na zijn geleuter voelden we immers vooral de behoefte aan de hemelse muziek waartoe hij wel degelijk in staat is.
Gelukkig werd onze ergernis toch nog getemperd door een zalvende drievuldigheid bestaande uit “You are my sister”, “Twilight” en “Aeon”.
In de bisronde trakteerde hij zijn (ondanks alles) trouwe publiek nog op “Cripple and the starfish” en “Hope there’s someone” waarna hij het tijd achtte om zijn ‘sacoche’ te pakken.

Samengevat kunnen we dus stellen dat we getuige waren van een optreden dat muzikaal gezien best wel zijn sterke momenten had maar dat spijtig genoeg ontsierd werd door een blijkbaar onbeheersbare babbelzucht, alvast één kenmerk dat hij in zijn streven om vrouw te worden meer dan voldoende onder de knie heeft….dit laatste uiteraard met een heel vette knipoog want we schrijven dit slechts om te lachen…of hoort (een mogelijks mislukte poging tot) humor evenmin als oeverloos gepalaver in muziek thuis? Misschien eens aan Zappa vragen…

Organisatie: Live Nation

The Subways

Uitgelaten Subways voor een dolenthousiast publiek

Geschreven door

Live recept van het Britse trio The Subways: energiek, bruisend, opwindend, krachtig, stevig en wilde bokkensprongen. De enthousiaste band gooide er maar liefst twintig songs tegenaan in anderhalf uur tijd! Zanger/Gitarist Billy Lunn, de bevallige bassiste Charlotte Cooper en drummer Josh Morgan putten voor hun postpunk uit de ‘90’s traditie van Nirvana, Garbage en L7.

De songs van hun twee platen ‘Youg for Eternity’ en ‘All or Nothing’ injecteerden ze van een stevige geut Crazy Rock’n’Roll. Retestrak en fel! Lunn porde het publiek aan tot handclapping, het meezingen van refreinen en de obligate ‘Oohoohs’. Op het eind werd hij zelfs letterlijk op handen gedragen. “Kalifornia”, “Young for Eternity” en “Holiday” trokken meteen alle registers open. Af en toe lieten ze ruimte voor de broeierige intensiteit en opbouw, die achter hun songs schuilde o.a. bij “Obsessions”, “Mary” en “With you”. Voor de rest overdonderden ze ons in een hels tempo met hun gebalde sound. De soms onvaste vocals van Lunn deden er niet aan toe. Een avondje spelplezier en fun, waarbij ze de melodieuze subtiliteit niet het oog verloren.
En of dat ze het publiek bij de set betrokken ...: de refreinen van “Oh yeah” en “I wanna hear what you gotta say” werden luidkeels meegezongen en er was een ronkende bas, opzwepende drums en handclapping op het uitgesponnen “I won’t let you down”. De eerste rijen gingen uit hun dak en van een schuchtere skydive ging het al snel over tot een gewaagde stagedive.
De bis zetten ze sfeervol in met “Strawberry blonde”, maar het tempo werd steviger en feller. “Girls & Boys” en het onmisbare “Rock’n’roll queen”vatten de Subways samen als een brok dynamiet.

Wat een muzikale wervelwind van een hyperkinetische band voor een dolenthousiast publiek!

Het Limburgse The Rones openden vorig jaar de main stage op de laatste Pukkelpopdag. Het grote podium was door de dosis nervositeit en uiterste concentratie nog wat te hoog gegrepen. Maar nu acht maand later, zijn de groeipijnen voorbij, won hun retrostonerrock aan kracht en intensiteit en heeft het kwintet hun debuut uit. Live zijn ze duidelijk sterker geworden. Hard en meedogenloos klonken ze, ergens tussen QOSA en Cosmic Psychos. Hun slepende, rauwe grunge kreeg een bulldozergeluid mee. Soms had de PA man te fors aan de volumeknop gedraaid, wat een oorverdovende geluidsbrui teweegbracht. Maar The Rones mogen nu zeker terug op Pukkelpop! Btw de zanger had een fotocameraatje aan z’n voorhoofd bevestigd, en misschien dat je die opname op hun site kunt bewonderen ….

Organisatie: Het Depot, Leuven

Alela Diane

Alela Diane wakkert het kampvuur aan

Geschreven door

Uit Nevada City komt de 25 jarige Alela Diane. Ze maakt deel uit van de talentrijke vrouwelijke singer/songwriterstal van de Amerikaanse (free) folkscene, waarvan we o.m. Joanna Newson, Jana Hunter en de dames van Cocorosie kennen. En recent nog zetten jonge wolvinnen als Jessica Lea Mayfield, Jolie Holland en Marie Sioux die dromerige, weemoedige sound verder.
Haar indiefolk klinkt innemend, aanstekelijk en wordt sterk ondersteund door haar fluwelen, heldere, emotievolle vocals. Kampvuurmuziek tussen droom en nostalgie, die huiselijkheid, bij het knetterende haardvuur, en een ‘hey ho’ samenhorigheid uitstralen. Ze komt zelfs aardig in de buurt van de americana/countryrock van Emmylou Harris, toch één van de iconen voor al deze jonge vrouwen.

Alela Diane boekte vorig jaar redelijk wat succes met haar debuut ‘The pirate’s gospel’ en liet op de snel volgende tweede plaat ‘To be still’ een kleurrijker geheel horen. In de meeste songs werd ze sober en elegant begeleid door een heuse band en een backing vocaliste. Haar pa trad bij op akoestische gitaar, fiddle en banjo. Sfeervolle folky popsongs hoorden we van de tweede plaat: “The alder trees”, “Every path”, “My brambles”, “Age old blue” en “White as diamond”, maar we waren het meest gecharmeerd van de intieme, ingetogen pracht van haar akoestisch gitaargetokkel en haar pakkende stem, waaronder “Third feet”, “The rifle”, “Clickity clack” en in de bis “Oh, my mama” (toevallig net allen uit haar debuut!), opgedragen aan haar moeder die ze enorm dankbaar is dat ze haar zo leerde zingen.
Een uitverkochte AB eerde de artieste en haar band, wat op het podium voor het nodige spelplezier zorgde. Ze durfde al eens het tempo verhogen, “The pirate’s gospel” of wat steviger klinken als op “Pigeon song” en de uitsmijter “Sister self”, waarbij ze het publiek moeiteloos kon overhalen tot handclapping en het meeneuriën van het refrein. Een heerlijk slot wat uitnodigde tot een rondedans.

De sympathieke Diane probeerde alvast de mensen dichter bij elkaar te brengen en liet het uiterst gezellig klinken met een gevarieerde set. De sterkste songs komen nog steeds van het debuut; ze klonken tav de ruimere aanpak van het nieuwe materiaal het meest gepassioneerd door hun gevoelig karakter. Toch kan ik me niet van de indruk ontdoen dat Diane het best tot haar recht zou komen in een kleiner zaaltje …Hint: twee keer ABBox?

Support William Elliott Whitmore had meteen het publiek mee. De troubadour stuurde hoopvolle boodschappen de zaal in en zorgde voor ‘a good time feeling’. Hij ging gretig in op de reacties van de eerste rijen. Z’n altcountry/americana folkblues intrigeerde. Hij profileerde zich ergens tussen Seasick Steve en Calvin Russell en met z’n doorleefd grauwe stem meette hij zich met Waits en Cash. Iemand die we zeerzeker terug mogen verwachten …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Circus Bulderdrang

Circus Bulderdrang is terug!

Geschreven door

Circus Bulderdrang is er na tien jaren van stilte terug. Een exclusieve reünie van het absurdistisch rariteitencabaret waar o.a Vitalski ( schrijver, dichter, stand-up comedian, …) en auteur Geert Beullens deel van uitmaken, hebben een show klaar waarvoor ze de mosterd haalden bij Jules Verne’s ‘Reis naar het middelpunt der aarde’. Niet iedereen van vroeger kan er nog bij zijn … IM de hilarische JMH Berckmans (cultschrijver, nachtraaf en verslaafd aan alkohol/sigaretten).
Maar het respect van het kwintet blijft. Deze Bulderboys bieden vier showgigs (telkens de eerste van de maand (1.2; 1.3; 5.4; 3.5)), btw op voorhand uitverkocht, om dan in oktober een megaspektakel op het podium te laten zien.
Hun reis vol zotte toeren is een absolute must om eens aan het werk te zien; we namen deel aan sessie drie, een gig vol waanzinnige voorstellingen, waarbij ze goochelden in sketches, tekstmateriaal, video-opnames, decor verbouwen, songs creëren en krankzinnige personages en creaturen. To do!

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

The Experimental Tropic Blues Band

The Experimental Tropic Blues Band: Luikse furie!

Geschreven door

Hé, dat moet een eeuwigheid geleden zijn dat ik een Belgische groep binnen de acht dagen opnieuw ga bekijken. Maar voor deze Luikse furie mag je me altijd wakker maken (toch niet té bruusk wekken aub).

De mensen van Leffingeleuren hebben er een prachtige locatie bij. Het vernieuwde Zwerver-café (cap. tot 100 pers.) lijkt me bijzonder geschikt voor kleinere optredens: goeie klank, mooi podium en ook belangrijk: bier binnen handbereik. The Experimental Tropic Blues Band hadden de eer om als eerste het nieuwe podium te betreden en dat bleek een verdomd goeie keuze. Moeiteloos wisten ze het publiek voor zich te winnen met hun embryonale trash rock-'n-roll. Toegegeven : gitaarvirtuozen zijn het niet en hun Engels leek soms even gebrekkig als hun Nederlands.
Desondanks brachten ze een portie gloeiende rock-'n-roll waar men zijn vingers behoorlijk kon aan verbranden. Dit deed me vooral denken aan de beginperiode van de Jon Spencer Blues Explosion, met dit verschil dat er hier dan twee Jon Spencers op het podium stonden. Muzikaal stonden ze wat scherper dan vorige week in Gent waar het er een stuk chaotischer aan toeging.
Absoluut hoogtepunt was de André Williams cover "Pussy stank" waarin Boogie Snake enkele mensen liet meezingen (wat voor één keer eens niet vervelend was).
Terwijl Standard opnieuw sprankelend voetbal brengt zorgt dit opwindende trio ervoor dat Luik weer helemaal op de kaart staat. Houden zo!

Grandmaster Flash

Grandmaster Flash vs Diskobar Galaxie

Geschreven door

Grandmaster Flash heeft op het einde van de jaren zeventig zowat eigenhandig de hip hop uitgevonden toen hij als DJ breaks van disco nummers aan mekaar begon te mixen. Samen met The Furious Five is hij verantwoordelijk voor een aantal hiphop klassiekers zoals “The message”, “White Lines” en “Adventures of Grandmaster Flash on the wheels of steel”. Na meer dan 20 jaar is Grandmaster Flash terug met een nieuw album, ‘The Bridge: concept of a culture’, met daarop onder meer gastbijdragen van Q-Tip, KRS-One en Snoop Dogg.

Het Depot was uitverkocht deze avond en samen met het gemengde publiek waren we heel benieuwd naar wat we voorgeschoteld zouden krijgen. Met hip hop shows is het altijd afwachten, soms krijg je een wild feestje, soms gaat het om de hiphop skills, maar soms krijg je ook een Las Vegas playback show die meer om de merchandising en de zelfverheerlijking van de artiesten draait. Toen het voorprogramma ruw onderbroken werd en de volgende twintig minuten niks gebeurde, behalve het tonen van reclame boodschappen voor het nieuwe album, dachten we dat we begonnen waren aan een typische hiphop show van een arrogante artiest genre P. Diddy.
Dat hadden we gelukkig mis: Grandmaster Flash en zijn Master of Ceremony waren van plan vanavond de Belgische crowd te pleasen. Met Flash Gordon van Queen begon DJ Grandmaster Flash aan de set vanavond, en het publiek reageerde dolenthousiast. De MC jutte het publiek op met kreten als “Make some noise” en “Raise your hands in the air” en we waren vertrokken voor een gevarieerde DJ set van ruim anderhalf uur. Naast zijn eigen classics zoals “The Message” kwamen tal van hip hop classics voorbij, maar ook disco en funk nummers en zelfs “Apache” van The Incredible Bongo band. De echte hiphop heads zouden echter op hun honger blijven zitten, want het werd een echte eclectische DJ set. Zo waren we redelijk verbaasd toen achtereenvolgens Nirvana, Blur en The White Stripes passeerden, gevolgd door Daft Punk, “Put your hands up for Detroit” van Fedde LeGrand en nieuwe R&B hits. Sporadisch konden we een flard van een nieuw nummer van de plaat ontdekken.

Conclusie: we hebben ons echt geamuseerd, maar we maakten ons eigenlijk wel de bedenking dat de jongens van Diskobar Galaxie dit even goed kunnen. Grandmaster Flash bewees dat hij als vijftiger nog altijd vooral een steengoede party DJ is, en dat de hiphop skills toch vooral bij The Furious Five lagen, die vanavond niet aanwezig waren.

Organisatie: Het Depot, Leuven

US 3

US 3 nog steeds relevant in zijn genre!

Geschreven door

Het zwoele lenteweer had de studenten in Leuven naar de terrasjes gelokt, maar vanavond zouden we echter Het Depot induiken voor een concert van US 3. Er was vrij veel belangstelling voor deze Engelse Jazz rap band rond Geoff Wilkinson, wat wel verbaasde aangezien deze band haar populariteit toch vooral in het begin van de jaren negentig kende samen met andere Jazz rap groepen zoals Jazzmatazz., in navolging van de Engelse Acid Jazz scène die een paar jaar daarvoor opbloeide in Engeland.
De eerste twee platen van US 3, ‘Hand on the torch’ (1993) en ‘Broadway & 52nd’ (1996), waren opgebouwd rond samples uit de rijke Blue Note catalogus, waarvan “Cantaloup Island” van Herbie Hancock het bekendste is. Ondertussen zitten we al aan de zevende van US 3, hebben ze allang de Blue Note sample stal verlaten, en maken ze uitstapjes richting soul, funk; bossa nova en drum & bass.

US 3 was vanavond een achtkoppig gezelschap, twee jonge New Yorkse rappers, DJ First Rate, een trompettist (die verdacht veel op James May van Top Gear leek) en sax speler, een staande bas, keyboards en Geoff Wilkinson zelf.
Het optreden begon vrij mak, de eerste nummers bleven wat steken in de vroege jaren negentig en klonken wat stoffig.
Het was pas vanaf een fraai “I am thinking of your body” dat het concert goed op gang kwam. Vervolgens stal DJ First Rate de show met zijn scratch skills door zijn turntable als een volleerde Jimi Hendrix te behandelen: zo scratchte hij met de turntable op de rug; scratches met de tanden of de decks in brand steken kwam er niet aan te pas.
Herkenningsapplaus kwam er met “Cantaloop” en “I got it goin on”, waarin de rappers elkaar goed aanvulden. Daarnaast kregen we ook meer jazzy en soul nummers, en de gewone set sloot goed af met “You can’t hold me down”.
In de bis werden we nog getrakteerd op “Lazy Day”, zodat we met een smile Het Depot verlieten.

Een leuke set van ruim anderhalf uur waarin US 3 bewezen dat ze nog steeds relevant zijn in de eenentwintigste eeuw.

playlist: I let ‘em know, Got to make a livin, From the streets, The love of my life, I am thinking about your body, DJ First Rate scratch interlude, That’s how we do it, Gotta get out of here, Who got next?, Modern Fucking Jazz, Cantaloop, B-Boys, I got it goin on, Can I get it, Life love music, You cant hold me down, She’s with me
Bis: Lazy Day, Keep movin, Kick this

Organisatie: Het Depot, Leuven

Maxïmo Park

Maxïmo Park gaf de aftrap van hun nieuwe derde cd …

Geschreven door

De Britse band Maxïmo Park bracht een exclusief try-out concert, in afwachting van de release van hun binnenkort te verschijnen derde langspeler ‘Quicken the Heart’. De muziek met zijn prominente bas en keys is geënt op de post-rock van bands als The Cure of The Chameleons, maar waar generatiegenoten zoals The Editors of Appartment de Weltschertz van Joy Division evoqueren, mikt Maxïmo Park - net als bij Kaiser Chiefs - toch vooral op de heupen.
”Graffiti” en “Apply Some Pleasure”, de eerste en laatste songs van de set (beide uit het fantastische debuut ‘A Certain Trigger’) zijn de archetypes van de onweerstaanbare drive die de band neerzet.
De vele nieuwe songs lieten een iets grimmigere gitaarsound horen, maar de vocalen van de romantische dandy (sic) Paul Smith zijn nog steeds onmiskenbaar Maxïmo Park. Theatraal als steeds probeerde de frontman zijn band en het publiek bij de les te houden. Door het vele nieuwe werk was dit geen sinecure. Oudere songs als “Our Velocity” en “Books From Boxes” hielden er echter ruimschoots de sfeer in, en de band werd na afloop tot een grandiose bis verplicht. Dat belooft voor deze zomer.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Pagina 353 van 389