logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
giaa_kavka_zapp...

Tom Vanstiphout

‘Working Man’ Tom Vanstiphout stelt nieuw soloalbum voor

Geschreven door
De kans is klein dat U Tom Vanstiphout kent als de voetbalster die schitterde als midden-midden bij de junioren van SK Ekeren-Donk. De kans is nog steeds klein dat U Tom Vanstiphout kent van zijn schitterende eerste soloplaat ‘Motion’ uit 2004.
De kans dat U Tom Vanstiphout al eens als gitarist aan het werk hebt gezien tijdens een concert van Clouseau, Jan Leyers of Milow is des te groter.

Tom Vanstiphout is een bezig baasje, een echte ‘Working Man’ en laat dit nu net de titel zijn van zijn nieuwe, tweede studioalbum die hij solo (en niet met band zoals we verkeerdelijk dachten) kwam voorstellen in de kleine zaal van de Antwerpse Arenbergschouwburg.

De avond begon met de introductie van een nieuwe singer-songwriter uit Leuven: Kid Fear. De jonge Kid die zijn sporen als gitaarroadie verdiende bij Milow (en zo ook Tom Vanstiphout diende) bracht korte luisterliedjes. Vocaal te matig om echt te imponeren, maar het publiek bleef wel erg geïnteresseerd naar Kid Fear luisteren.

Vrijwel onmiddellijk erna was het de beurt aan Tom Vanstiphout om zijn nieuwe plaat aan het publiek voor te stellen. Geen begeleidingsband, enkel een microfoon en enkele gitaren ‘bevolkten’ het podium. Tom, spelende voor een groot projectiescherm, opende met “Better Be Ready”, de openingssong uit ‘Working Man’. Een prachtsong zondermeer. In deze openingsfase was Tom erg zenuwachtig. Zo vergat hij zijn setlist, waarop hij deze vlug even ging halen in de coulissen.
Een setlist was echter niet echt nodig want hij speelde gewoon alle liedjes van de nieuwe plaat. Een zeldzame keer greep hij terug naar zijn eerste plaat. “Greyhound” klonk echter iets te zelfzeker en niet steeds toonvast. Het was voor Tom dan ook een erg emotionele week geweest want naast de nieuwe plaat werd hij ook voor een tweede keer vader van een trotse zoon. De zaal reageerde enthousiast op dit heugelijke nieuws en vergaf hem die kleine vocale foutjes.
Bijzonder sterk waren de vertolkingen van enkele songs waarop hij begeleiding kreeg van strijkers en blazers die tot leven kwamen op het projectiescherm. “Blood On Blood” en de nieuwe single “Slept Too Long” kregen zo toch een rijker arrangement. Geen eenvoudige opdracht om dit allemaal mooi synchroon te laten verlopen. Toch blijft Vanstiphout het sterkst wanneer hij de weemoed bezingt met enkel zijn gitaar als ruggesteun. Iets minder gek zijn we als het te aangekleed wordt zoals tijdens het funky “Pretty Girls”. Tijdens “Not The Only One” stuntte Tom door online contact te leggen (‘not really’!) met DJ Regi die de song voorzag van een zeer enerverende beat. Als gimmick wel leuk maar gelukkig keerde de man al even vlug terug naar zijn eenvoudige, intimistische stijl.
De songs van de nieuwe plaat konden mij in die mate boeien dat ik meteen besloot om “Working Man” aan te kopen. Na enkele luisterbeurten blijkt ‘Working Man’ toch wel een mooie opvolger te zijn voor ‘Motion’. De eenvoud van de eerste plaat is wat jammerlijk verdwenen en terwijl ‘Motion’ mij nog steeds van begin tot einde kan boeien heb ik het met deze nieuwe plaat toch iets moeilijker.

Tom’s debuut maakte vooral indruk vanwege zijn puurheid, eenvoud en zijn Country-feel. Ook mis ik de samenzang met een vrouwenstem (Jodie Pijper) die op ‘Motion’ enkele hartverscheurende songs opleverde. ‘Working Man’ mag dan misschien wel geschikter zijn voor een breder publiek, Tommeke komt zo wel in het vaarwater van een Tom Helsen of ‘Mia’ Milow.
Maar laat dit alles U niet beletten de man eens live te gaan bekijken….hopelijk binnenkort mét band…dicht in uw buurt.

LIVE REPORT VIDEO LINKS ON YOU TUBE
Part 1
http://www.youtube.com/watch?v=zhkFiWtv4Lo
Part 2
http://www.youtube.com/watch?v=GF2E5x8vaoU

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

 

The Gaslight Anthem

Geslaagde eigen ‘feel and touch’ van het Amerikaanse The Gaslight Anthem

Geschreven door

The Gaslight Anthem, het kwartet uit New Jersey, onder zanger/gitarist Brian Fallon, heeft z’n folky punkroots op hun tweede volwaardige plaat ‘The ‘59’ sound’ een spannende draai gegeven, want naast de vaardige, puntige punkrock wordt hun sound nog meer doorspekt van americana en classic American poprock van Springsteen. De groep laat eenzelfde groei horen als een Against Me!, die ver buiten de geijkte folkpunkpaden durft te treden. Want we horen zelfs hun erkenning voor soul legendes Cooke, Gaye en jazzvirtuoos Miles Davis (er is trouwens een song aan hem gericht!). Hier kan een band als Dropkick Murphys iets van leren.
Vanuit deze invloedssfeer baant The Gaslight Anthem zich een weg tussen ‘de ‘80’s revival The Clash, This Model Army, The Replacements, Big Country en The Men They Couldn’t Hang.

De groep ging anderhalf uur lang met een eenzelfde oprechte energie, dynamiek en vitaliteit te werk. Melodieus gestroomlijnd materiaal, aanstekelijke refreinen, snedige gitaarpartijen en opzwepende drums. Muziek ‘straight from the heart’! Goed onderbouwde songs en prachtig sentiment, die muzikaal, vocaal als qua uitstraling Bruce ‘the boss’ niet kunnen wegsteken.
Leadzanger Fallon en bassist Alex Levin leken de verpersoonlijking wel van sixtie rock’n’roller James Dean, krachtpatsers met een body vol tatoeages. Ook de twee andere, drummer Benny Horowitz en gitarist Alex Rosamila, moesten niet onderdoen qua tatoeages, maar leken eerder uit een rockende garagescène te zijn ontsnapt.
Het sympathieke kwartet speelde bijna integraal hun recentste cd, de ene nummers wat strakker, openers “Great expectations” en “High lonesome”, de andere wat meer opbouwend en broeierig: “Old white Lincoln” (eerste single van de cd), “Cowgirls get the blues”, “Film noir” en tot slot “Where fore art thou, Elvis”, ingeleid door “It’s a mans mans mans world” van James Brown. Of ze klonken rauwer als op “Boomboxes & dictionairies”, één van de drie oudere songs in de set.
De snedige rockers “We came to dance”, “Drive” en afsluiter “The backseat” behielden het aardige, geestdriftige tempo van de band. Het zat allemaal goed in elkaar! En dat ze ook subtiele, poppy droomsongs kunnen spelen, hoorden we op het bloedmooie “Here’s looking at you, kid”.
The Gaslight Anthem bracht ijzersterk materiaal waarvan ik me kan voorstellen dat de doorsnee hardcore/punkrockliefhebber eerder wat terughoudend kan zijn door de subtiele switchs van de band, maar wetende dat de songs recht vanuit het hart komen, moet hen wel over de streep trekken.
De sterke respons deed het kwartet daadwerkelijk deugd, na hun drie man en een paardenkop optreden in de Frontline, nog vóór de cd midden vorig jaar uitkwam, wat zorgde voor een uitgebreide bis; in de paar sfeervolle songs refereerden ze aan Bruce Cockburn’s “Rocket Launcher” en het filmische ‘Wild at heart’. De rock’n ‘rollers onder ons waren zeker te vinden voor de puike versies van “I’d called you Woody, Joe” en “Cassanova Baby”. Een messcherpe versie van Billy Bragg’s “A new England” tussen bard Frank Turner en Fallon besloot definitief de set van het leuke, zonder enige stoerdoenerij, The Gaslight Anthem.
 
Zonder in te boeten aan die unieke punkrock/hardcore sloeg het kwartet aan met hun flirt naar andere stijlen; een gepaste, gevatte en geslaagde eigen ‘feel’ om uit diverse vaatjes te tappen!

Ook de supports mochten er duidelijk zijn. The Polar Bear Club, uit NY, hield het bij de strakke en krachtige melodieuze hardcore, die richting punkrock durfde in te slaan , onder een fantastisch brullende, charismatische zanger.

Maar het was vooral de tweede act, singer/songwriter Frank Turner, die iedereen met verstomming sloeg. Hij beschikte over een heldere, angry gouden stem, geselde z’n gitaarsnaren en plaatste de power in een song centraal. Deze jonge bard uit Z-Londen palmde solo probleemloos het publiek in en onderscheidde zich binnen de twee krachtige bands van de avond.
Een ‘man van de barricaden’ stond hier enthousiast, bezield en overtuigend te spelen. Een jonge Billy Bragg zonder veel gezeur (!) vormde met z’n publiek één team. Solidariteit en samenhorigheid, zoals we het in jaren niet meer gehoord hadden op een podium. En hij hield het leuk en plezierig en brabbelde zelfs à l’improviste een kort nummer in ‘t Frans. Hij bezorgde ons kippenvel door enkel met z’n indringende stem een song te brengen. We kijken er alvast naar uit als hij in november terug langskomt …

Organisatie: Botanique, Brussel

Frank Turner

Een nieuwe Engelse bard is opgestaan onder Frank Turner

Geschreven door

The Gaslight Anthem, het kwartet uit New Jersey, onder zanger/gitarist Brian Fallon, heeft z’n folky punkroots op hun tweede volwaardige plaat ‘The ‘59’ sound’ een spannende draai gegeven, want naast de vaardige, puntige punkrock wordt hun sound nog meer doorspekt van americana en classic American poprock van Springsteen. De groep laat eenzelfde groei horen als een Against Me!, die ver buiten de geijkte folkpunkpaden durft te treden. Want we horen zelfs hun erkenning voor soul legendes Cooke, Gaye en jazzvirtuoos Miles Davis (er is trouwens een song aan hem gericht!). Hier kan een band als Dropkick Murphys iets van leren.
Vanuit deze invloedssfeer baant The Gaslight Anthem zich een weg tussen ‘de ‘80’s revival The Clash, This Model Army, The Replacements, Big Country en The Men They Couldn’t Hang.

De groep ging anderhalf uur lang met een eenzelfde oprechte energie, dynamiek en vitaliteit te werk. Melodieus gestroomlijnd materiaal, aanstekelijke refreinen, snedige gitaarpartijen en opzwepende drums. Muziek ‘straight from the heart’! Goed onderbouwde songs en prachtig sentiment, die muzikaal, vocaal als qua uitstraling Bruce ‘the boss’ niet kunnen wegsteken.
Leadzanger Fallon en bassist Alex Levin leken de verpersoonlijking wel van sixtie rock’n’roller James Dean, krachtpatsers met een body vol tatoeages. Ook de twee andere, drummer Benny Horowitz en gitarist Alex Rosamila, moesten niet onderdoen qua tatoeages, maar leken eerder uit een rockende garagescène te zijn ontsnapt.
Het sympathieke kwartet speelde bijna integraal hun recentste cd, de ene nummers wat strakker, openers “Great expectations” en “High lonesome”, de andere wat meer opbouwend en broeierig: “Old white Lincoln” (eerste single van de cd), “Cowgirls get the blues”, “Film noir” en tot slot “Where fore art thou, Elvis”, ingeleid door “It’s a mans mans mans world” van James Brown. Of ze klonken rauwer als op “Boomboxes & dictionairies”, één van de drie oudere songs in de set.
De snedige rockers “We came to dance”, “Drive” en afsluiter “The backseat” behielden het aardige, geestdriftige tempo van de band. Het zat allemaal goed in elkaar! En dat ze ook subtiele, poppy droomsongs kunnen spelen, hoorden we op het bloedmooie “Here’s looking at you, kid”.
The Gaslight Anthem bracht ijzersterk materiaal waarvan ik me kan voorstellen dat de doorsnee hardcore/punkrockliefhebber eerder wat terughoudend kan zijn door de subtiele switchs van de band, maar wetende dat de songs recht vanuit het hart komen, moet hen wel over de streep trekken.
De sterke respons deed het kwartet daadwerkelijk deugd, na hun drie man en een paardenkop optreden in de Frontline, nog vóór de cd midden vorig jaar uitkwam, wat zorgde voor een uitgebreide bis; in de paar sfeervolle songs refereerden ze aan Bruce Cockburn’s “Rocket Launcher” en het filmische ‘Wild at heart’. De rock’n ‘rollers onder ons waren zeker te vinden voor de puike versies van “I’d called you Woody, Joe” en “Cassanova Baby”. Een messcherpe versie van Billy Bragg’s “A new England” tussen bard Frank Turner en Fallon besloot definitief de set van het leuke, zonder enige stoerdoenerij, The Gaslight Anthem.
 
Zonder in te boeten aan die unieke punkrock/hardcore sloeg het kwartet aan met hun flirt naar andere stijlen; een gepaste, gevatte en geslaagde eigen ‘feel’ om uit diverse vaatjes te tappen!

Ook de supports mochten er duidelijk zijn. The Polar Bear Club, uit NY, hield het bij de strakke en krachtige melodieuze hardcore, die richting punkrock durfde in te slaan , onder een fantastisch brullende, charismatische zanger.

Maar het was vooral de tweede act, singer/songwriter Frank Turner, die iedereen met verstomming sloeg. Hij beschikte over een heldere, angry gouden stem, geselde z’n gitaarsnaren en plaatste de power in een song centraal. Deze jonge bard uit Z-Londen palmde solo probleemloos het publiek in en onderscheidde zich binnen de twee krachtige bands van de avond.
Een ‘man van de barricaden’ stond hier enthousiast, bezield en overtuigend te spelen. Een jonge Billy Bragg zonder veel gezeur (!) vormde met z’n publiek één team. Solidariteit en samenhorigheid, zoals we het in jaren niet meer gehoord hadden op een podium. En hij hield het leuk en plezierig en brabbelde zelfs à l’improviste een kort nummer in ‘t Frans. Hij bezorgde ons kippenvel door enkel met z’n indringende stem een song te brengen. We kijken er alvast naar uit als hij in november terug langskomt …

Organisatie: Botanique, Brussel

Black Diamond Heavies

Black Diamond Heavies: De hemel bevond zich even in Wattrelos

Geschreven door
Precies 14 dagen na hun verpletterende doortocht in de 4AD zag ik de Black Diamond Heavies terug in Wattrelos (voorstad van Lille). La Boîte à Musiques is best een leuke zaal maar er zijn toch een paar serieuze mankementen. Zo is het podium wat aan de lage kant maar vooral het ontbreken van een bar, een oud Frans zeer, was een bron van ergernis. Er was wel iets geïmproviseerd in de kelder maar het vooraf uitgeschonken bier bleek nogal aan de lauwe kant.


Uit beleefdheid toch een paar woorden over de twee eerste bands, hoewel hun prestatie in het niets verdwijnt na het zien van de Black Diamond Heavies.
Boogie Balagan combineerde Arabisch geïnspireerde zanglijnen met stevig gitaarwerk maar behalve de juiste line-up (2 gitaren en drums) valt hier niet veel positiefs over te vertellen.
Het Belgisch-Franse Stinky Lou & The Goon Mat is eigenlijk een one-man band met twee extra leden (zelfgemaakte éénsnarige bas en mondharmonica) die blues brengt in pure Fat Possum-stijl. Ze begonnen heel sterk maar na een tijdje begon het wel erg overstuurde geluid in hun nadeel te werken. Aan enthousiasme hadden ze evenwel geen gebrek.

Maar we waren hier voor de Black Diamond Heavies en we wilden zo graag eens weten of ze die glansprestatie van in Diksmuide nog eens konden overdoen. Want was dat geen toevalstreffer of hadden ze die avond misschien een verdachte banaan gegeten? Blijkbaar niet want dit optreden was weer een fameuze mokerslag waarvan ik na een paar dagen nog niet bekomen was. Wat dit duo aan intensiteit op een podium etaleert grenst aan het onwaarschijnlijke. Zanger John Wesley Myers, die zich tegenwoordig als Reverend James Leg laat aanspreken, is naast het podium een ietwat verlegen man die zelf nooit iemand zal aanspreken maar eenmaal erop verandert hij in een bezeten performer van een soort waarvan er op deze wereld niet veel rondlopen. Naast zijn indrukwekkende schorre strot die zich met die van Tom Waits kan meten beschikt hij ook over twee gouden handen waarmee hij zijn Fender Rhodes martelt en tegelijk met de bastoetsen hun sound een ongelooflijke drive geeft. Daarbij wordt hij geholpen door de superbe drummer Van Campbell, die de ene stick na de andere aan flarden mepte. Het optreden begon net als in Diksmuide met "Nutbush city limits" (Ike &Tina) maar daarna was de volgorde kompleet anders en doken er ook een paar andere nummers op. Een setlist hebben ze trouwens niet. Absoluut hoogtepunt vond ik het hypnotiserende "Baby please don't leave me", oorspronkelijk van Junior Kimbrough, dat ze opdiepten uit hun prille beginperiode toen gitarist Mark ‘Porkchop’ Holder nog de zanger was. Maar die werd afgevoerd toen bleek dat hij niet wou toeren en gingen ze noodgedwongen met zijn tweeën door. Zijn vertrek bleek achteraf een zegen.
De heren spelen nogal wat covers : Nina Simone, T-Model Ford, Van Halen en AC/DC (het onvermijdelijke "It's a long way to the top if you wanna rock ’n roll” en hoe uiteenlopend die nummers ook zijn, eenmaal in de Black Diamond Heavies-blender worden het allemaal pareltjes die perfect passen in het geheel.

Black Diamond Heavies zijn dan ook veel meer dan zomaar een garagebandje: soul, blues, gospel, ze hebben het allemaal in de vingers. Dit is -ik wik mijn woorden- één van de beste live-bands, zoniet dé beste, van de laatste tien jaar. Pompend en zuigend sleuren ze je, op een nog ambachtelijke wijze, onverbiddelijk mee naar een muzikaal universum, ver weg van deze sombere wereld, waar ik eeuwig zou willen toeven. Ik heb nu al heimwee maar gelukkig komen ze in juni al terug naar Europa. Of ze België aandoen is nog niet geweten maar er zijn al een drietal optredens in Nederland gepland.
Een nog steeds duizelige Ollie

Paramount Styles

Paramount Styles: een ‘Unplugged’ G vs B

Geschreven door

Het is de prangende vraag of Girls vs Boys nog bij elkaar zullen komen, want Scott McCloud voelt zich goed, heel goed met z’n soloproject Paramount Styles; hij wordt onder meer begeleid door z’n vaste drummer Alexis Fleisig en hij beschikt opnieuw over een goed op elkaar ingespeelde band (gitarist, bassist en celliste). Volmondig kunnen we spreken we van een unplugged G vs B, want McCloud weet hetzelfde sfeertje te behouden op het nieuwe materiaal als vroeger: een sfeervol indringend geluid, een intens broeierige, donkere spanning creëren en een intens opbouw, onder z’n rauw hese en zacht ingehouden, warme vocals. De songs worden eerst akoestisch toongezet, zwellen aan naar een zinderende finale om tot slot te exploderen. Tja, zo’n muzikaal verhaal kennen we ook bij Robin Proper-Sheppard van Sophia vs The God Machine.

McCloud weefde een gans verhaal van z’n ervaringen met de politie en het kortverblijf in de gevangenis, tussenin hoorden we leuke opmerkingen van z’n drummer om de story luchtiger te maken. Het draaide vanavond rond de soloplaat ‘Failure american style’. De set vatte gemoedelijk aan met het ingetogen “Paradise happens” en “Race ya till tomorrow”, maar klonk scherper, krachtiger, zelfs beangstigend en beklemmend op ”Hollywood tales 2”, “Come to NY” en “Losing you”, door een sfeervolle cello, de drumslagen, het intrigerende soms dreigende gitaarspel en mans krakende stem. “One last surprise” klonk op z’n beurt broos, intiem, breekbaar en pakkend!
In ons landje beschikt McCloud over een trouwe fanbase en doet verschillende clubs aan. Een hart onder de riem alvast, waarbij z’n verslavende, beklijvende aanpak een mooie apotheose kreeg met “More than alive” en het nieuwe “Come the way you are”, opbouwende gitaarsongs in de beste leest van G vs B.

Contrasten, daar houdt McCloud van: een rustig, voortkabbelende en aangrijpende sound en dan op het gepaste moment, als een slang op z’n prooi, meedogenloos toeslaan!

Het tweede volwaardig concert kwam van The Sedan Vault, het kwartet onder de drie broers Meeuwis en Johan Buyle (drums), die vorig jaar verschroeiend uit de hoek kwamen met de tweede cd ‘Vanguard’, die ze (bijna) integraal loslieten op het publiek. Ze situeren zich ergens tussen Mars Volta, Don Cabellero, Battles en de donkere synths van Suicide.
Een helse infernosound van verschillende gitaarlagen (hard - zacht), avontuurlijke en toegankelijke ‘70’s retrogitaarriffs, distortion, bezwerende drums en dreigende en psychedelische synths. Het geheel onderging talrijke ritmewisselingen en onverwachtse wendingen, bepaald door een aan Bixler leunende heldere, huilende en krijsende zang. De band bood als het ware een soundtrack van een post-apocalyptisch landschap. Ze speelden hun spannend bevreemdende songs op overtuigende wijze: van “Communism by the gallon”, “Autochtonic” naar “130 through the borough” tot de single “Unidentified flying subjects”, de meest toegankelijke song van de plaat. Op het oudje “Read demonologies” (uit het debuut ‘The mardi gras of the sisypha’, wat een mooie titel!) kregen we beelden te zien van een autorit door een mistroostige, druilerige stad in Oost-Europa. Het nummer klonk venijnig, grillig, sober en explosief en de stroboscoop effects gaven elan. Donkere soundscapes besloten een verbluffende staaltje hectische hallucinante muziek en kunde. Woorden als ingewikkeld, eigenwijs, intens en vurig schoten ons te binnen bij deze band uit Sterrebeek!

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

The Sedan Vault

Verbluffend staaltje muziek en kunde

Geschreven door

Het is de prangende vraag of Girls vs Boys nog bij elkaar zullen komen, want Scott McCloud voelt zich goed, heel goed met z’n soloproject Paramount Styles; hij wordt onder meer begeleid door z’n vaste drummer Alexis Fleisig en hij beschikt opnieuw over een goed op elkaar ingespeelde band (gitarist, bassist en celliste). Volmondig kunnen we spreken we van een unplugged G vs B, want McCloud weet hetzelfde sfeertje te behouden op het nieuwe materiaal als vroeger: een sfeervol indringend geluid, een intens broeierige, donkere spanning creëren en een intens opbouw, onder z’n rauw hese en zacht ingehouden, warme vocals. De songs worden eerst akoestisch toongezet, zwellen aan naar een zinderende finale om tot slot te exploderen. Tja, zo’n muzikaal verhaal kennen we ook bij Robin Proper-Sheppard van Sophia vs The God Machine.

McCloud weefde een gans verhaal van z’n ervaringen met de politie en het kortverblijf in de gevangenis, tussenin hoorden we leuke opmerkingen van z’n drummer om de story luchtiger te maken. Het draaide vanavond rond de soloplaat ‘Failure american style’. De set vatte gemoedelijk aan met het ingetogen “Paradise happens” en “Race ya till tomorrow”, maar klonk scherper, krachtiger, zelfs beangstigend en beklemmend op ”Hollywood tales 2”, “Come to NY” en “Losing you”, door een sfeervolle cello, de drumslagen, het intrigerende soms dreigende gitaarspel en mans krakende stem. “One last surprise” klonk op z’n beurt broos, intiem, breekbaar en pakkend!
In ons landje beschikt McCloud over een trouwe fanbase en doet verschillende clubs aan. Een hart onder de riem alvast, waarbij z’n verslavende, beklijvende aanpak een mooie apotheose kreeg met “More than alive” en het nieuwe “Come the way you are”, opbouwende gitaarsongs in de beste leest van G vs B.

Contrasten, daar houdt McCloud van: een rustig, voortkabbelende en aangrijpende sound en dan op het gepaste moment, als een slang op z’n prooi, meedogenloos toeslaan!

Het tweede volwaardig concert kwam van The Sedan Vault, het kwartet onder de drie broers Meeuwis en Johan Buyle (drums), die vorig jaar verschroeiend uit de hoek kwamen met de tweede cd ‘Vanguard’, die ze (bijna) integraal loslieten op het publiek. Ze situeren zich ergens tussen Mars Volta, Don Cabellero, Battles en de donkere synths van Suicide.
Een helse infernosound van verschillende gitaarlagen (hard - zacht), avontuurlijke en toegankelijke ‘70’s retrogitaarriffs, distortion, bezwerende drums en dreigende en psychedelische synths. Het geheel onderging talrijke ritmewisselingen en onverwachtse wendingen, bepaald door een aan Bixler leunende heldere, huilende en krijsende zang. De band bood als het ware een soundtrack van een post-apocalyptisch landschap. Ze speelden hun spannend bevreemdende songs op overtuigende wijze: van “Communism by the gallon”, “Autochtonic” naar “130 through the borough” tot de single “Unidentified flying subjects”, de meest toegankelijke song van de plaat. Op het oudje “Read demonologies” (uit het debuut ‘The mardi gras of the sisypha’, wat een mooie titel!) kregen we beelden te zien van een autorit door een mistroostige, druilerige stad in Oost-Europa. Het nummer klonk venijnig, grillig, sober en explosief en de stroboscoop effects gaven elan. Donkere soundscapes besloten een verbluffende staaltje hectische hallucinante muziek en kunde. Woorden als ingewikkeld, eigenwijs, intens en vurig schoten ons te binnen bij deze band uit Sterrebeek!

Organisatie: De Kreun, Kortrijk

Vetiver

Vetiver:Young folk, goed volk

Geschreven door

Jong. Dat is het nieuwe kleedje dat folk heden ten dage draagt. Dranouter trekt al enkele jaren de geitenwolken sokken niet meer aan en niet enkel omwille van de zomerse temperaturen. Nee, er is een nieuwe generatie opgestaan die folk bevolkt en bevrucht. De fans waren er – zij het in beperkt aantal – bij toen op maandag 23 februari 2009 het Amerikaanse Vetiver de Balzaal van de Gentse Vooruit met zoetgevooisde gitaarklanken en dito stemmen kwam opwarmen.

Folk nieuwe stijl, in de lijn van Fleet Foxes, Bright Eyes en Devendra Banhart, labelde de Vooruit zelf op zijn programmatie. Vooral die laatste was de rode draad die avond. De echte opwarming werd immers verzorgd door Simple Brain, een trio uit Sint-Niklaas dat nu anderhalf jaar in deze bezetting bezig is en waarvan zanger-gitarist Pauwel Demeyer (amper 19) op Pukkelpop 2007 met Banhart het podium op mocht. Innemende stem die Pauwel en een ware performance attitude. Hun nummers hebben ook wel iets, al bleek de samenzang met Jasper De Pagie (21) en Jan Verstraeten (19) niet echt een meerwaarde te brengen. De contrabas daarentegen wel.

Dan was het de beurt aan ‘freak folk’ Vetiver. Geen poespas. Even soundchecken en er meteen in vliegen. Of eerder bij momenten dromerig wégvliegend, jammer genoeg met iets te weinig interactie met de fans een halve meter voor hen. Ogen dicht, mond open muilenmakend om toch maar het juiste geluid eruit te krijgen, een watertje lebberend, …het had iets ivoren torens, waar het folksgewijs net dat niét mocht zijn.
Maar muzikaal zat het combo goed. Zanger-inspirator-locomotief Andy Cabic diepte de helft van de songs die avond uit hun vierde full length album ‘Tight Knit’ dat pas uit was. Een album als een roadtrip die verschillende richtingen in slaat. Van het betere kampvuurlied over wat upbeat poppy gitaarwerk tot een verloren gelopen en weinig passend triangeltje.
Het hele concert had achter alles een open en warme sfeer, opgewekt zelfs bij momenten, bluesy en lekker country op andere, vooral gedragen door Cabic-met-pet-en-houthakkershemd. En ze hadden er zelf blijkbaar meer zin in dan in Tourcoing twee dagen eerder, want de bisnummers kwamen er nu wel. Dat Stubru ze intussen in de laatavonduitzendingen airplay geeft, is een plus en een samenvatting van een groot deel van hun oeuvre: easy listening en zoete, volgzame folk. Doe het licht en die geitenwollen sokken dus maar uit en relax.

Setlist: “Oh Papa”, “Rolling sea”, “Maureen”, “Sister”, “Through the front door”, “Every day”, “You may be blue”, “On the other side”, “Pardon”, “Been so long”, “Strictly Rule”, “Another reason to go”, “Idleties”, “Wishing well”, “Down at the El Rio”, “Won’t be me”;

Organistie: Vooruit Gent (ism Democrazy Gent)

Secret Machines

Emotionele bezwerende trips van Secret Machines

Geschreven door

Een dik uur werden we ondergedompeld in een adembenemende, bezwerende trip van het uit Dallas, Texas afkomstige trio Secret Machines, onder de broers Ben en Brandon Curtis en Josh Garza, die geestesgenoten Aereogramme en Oceansize zelfs deden verbleken . Een goede vondst was dat ze in de pittoreske Rotonde in een halve cirkel stonden opgesteld. Ze putten gretig uit hun instrumentarium van toetsen, synthesizers, gitaar, bas, pedaaleffects en drums.

Secret Machines brengt avontuurlijk materiaal. Ze hebben drie cd’s uit. De doorbraak ‘Now Here is Nowhere’ en het recente, titelloze album onderscheiden zich. De songs moeten aanzien worden als een concept en ondergaan onverwachtse wendingen. Het verwonderde ons niet dat een muur werd opgetrokken van massieve orkestraties en spannend dreigende en hypnotiserende sounds en ritmes.Filmische muziek die het daglicht schuwde en pas tot z’n volle recht kwam als de avondstilte viel, in een lichtdecor van een paar witte spotlights, die naast hun instrumenten stonden. Een gevarieerde aanpak die gaat van hard, strak en stevig naar zacht en ingetogen. Een bundeling van repeterende, opbouwende drums, een intens broeierig gitaarspel, een diep, dreunende bas en ‘70’s Doors toetsen. De psychedelica van Pink Floyd, Flaming Lips en de ‘70’s retro van Zeppelin/The Who linken ze aan de Butthole Surfers, Black Mountain, Archive en Motorpsycho.
Uit elke cd haalden ze een paar nummers. Ze hielden de bijna uitverkochte Rotonde in hun greep. Ze overdonderden met puik materiaal als de intens sfeervolle psychérockers “Lightning blue eyes”, “Atomic heels” en “Now you’re gone”. Het broeierige “Sad & lonely” werd ingeleid door een psychedelische fuzztrip en klonk krachtiger. Een hallucinante opbouw creëerden ze rond “The walls are starting to crack”, van indie, progrock, ‘70’s psychedelica en de slingerbeweging van een sfeervolle, dromerige opbouw als van hevig feedbackgeraas en fuzz, in een lichtweb van stroboscoops, wat refereerde aan de set van A place to bury strangers. Met een snedige versie van het oude “Nowhere again”,besloten ze hun overtuigende set.
Het trio was goed op dreef en speelde een puike bis van twee slepende nummers, “Alone, jealous& stoned” en het prachtige “First wave intact”, opener van hun debuut. Wat een intense opbouw door die begeesterende toets- en drumpartijen en verloren gewaande gitaar-en basakkoorden.

De beeldrijke sound en de bedwelmende emotionele trip van het Amerikaanse Secret Machine raakte ons heel diep in het hart.

Het uit Luik afkomstige 7EvenPM kon ook al rekenen op een sterke respons met hun frisse, strakke soms dromerige rock. De uitnodigende presentatie en de krachtige gitaarsoli gaven elan. “Memphis” en “And now” waren alvast twee songs die hun set naar een hoger niveau brachten.

Organisatie: Botanique Brussel

Pagina 356 van 389