logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_02
Stereolab

Madensuyu

Wat een muzikale spanningsboog met Madensuyu

Geschreven door

Twee volwaardige bands, Wolf Parade en Madensuyu, stonden op dezelfde avond geprogrammeerd in een goed halfvolle Grand Mix. We zagen twee ontdekkingen, die meer dan verdiend mogen doorbreken. Verbazend toch hoe de belangstelling kan verschillen, nét over de grens.

Het Canadese Wolf Parade wordt ingehaald als één van de beloftevolle bands. Het virtuoze duo van de band, Spencer Krug en Dan Boeckner, zijn in allerlei projecten actief, waaronder Frog Eyes, Sunset Rubdown en Handsome Furs, en in vijf jaar tijd hebben ze onder hun eigen Wolf Parade al twee opmerkelijke platen uit ‘Apologies to the Queens Mary’ (‘05) en ‘At Mount Zoomer’. De groep laveert ergens tussen Arcade Fire, Broken Social Scene, Postal Service, Fiery Furnaces, Spoon en Built to Spill.

Het kwartet uit Montréal nam de plaat in de ‘Petite Eglise’-studio te Quebec op, de kerk waar Arcade Fire terecht kon voor hun ‘Neon bible’. Wolf Parade liet de bombast en het theatrale op het achterplan en koos voor een meer hoekige, directe indierock aanpak.
Live trokken ze de lijn door. Af en toe klonken ze gewaagder, intenser en emotievoller door de grillige en avontuurlijke wendingen, zonder in te boeten aan een sterke melodielijn. De toetsen gaven kleur. Een afwisselende en een goed op elkaar afgestemde zang (wat een overeenkomst in de zangstijl trouwens) zorgde voor een overtuigende set van songs als “Soldier’s gun”, “Grounds for divorce”, “Fine young cannibals” en “I’ll believe in anything”. Bondig en to the point. Ze brachten ons onder de indruk op Llanguage city”, “California dreamer” en “Kissing the beehive”, die op verbluffende wijze de set besloot. Progrock schuilde om de hoek en iemand brabbelde naast mij over Spock’s Beard, wat ik terecht kon beamen …Deze songs werden als een rockopera geïnterpreteerd: mooi uitgesponnen, meeslepend, broeierig, dromerig en rauw.

Wolf Parade creëerde een spannende sound met hun back-to-basics instrumenten en toetsen. Een hecht klinkende band, die heerlijke wendingen bood aan hun materiaal, en zich duidelijk binnen de indiestyle onderscheidde.

Twee volwaardige bands zei ik …Het Gentse Madensuyu kon een klein uur optreden, en liet hun net verschenen tweede cd los aan het Franse (en deels West Vlaamse) publiek. ‘D Is Done’ volgt ‘A field between’ en de EP ‘Adjust We’ op. Het duo kreeg al een eervolle vermelding op de Humo’s Rock Rally van 2004, en intrigeert door hun broeierig, intens, energiek en opwindend spanningsveld tussen  repetitieve gitaarstructuren, bezwerende en opzwepende percussie, elektronicableeps, (schreeuw) zang en opgewonden kreten.
Het nieuwe materiaal heeft een intense, samenhangende opbouw, klinkt breder en beschikt over meer zangpartijen. Muziek die je doet bewegen en door de repetitieve opbouw en de tempowisselingen voor de nodige adrenalinestoten en explosies zorgt. Het duo liet de synthiloops en beats wat meer doorklinken en manifesteerde zich ergens tussen de postrock van 65daysofstatic, de oude Belgenpop van Red Zebra, de industrial van The Young Gods, de gitaarriedels van Sonic Youth en de scherpte van Swans en V.U. De bindteksten van drummer Pieterjan Vervondel waren leuk (al altijd trouwens) meegenomen en ontkrachtten de muzikale spanningsboog. Eén voor één waren de nieuwe songs de moeite, waardoor ik moet besluiten dat dit duo me het meest verbaasde en in beroering bracht. Luister maar eens naar “Fafafxx”,  “Write or wrote”, “Oh frail”, “Ti:me” (de sterkste song van 2008!), “Tread on tread light” en “Little f”. En oh ja, er was ook nog wat ouder materiaal, waarbij het bruisend dynamische “Share of lot” mocht besluiten. Duimen maar dat het duo De Gezelle – Vervondel de verdiende erkenning krijgt voor hun talent, kunde en technische stuff!.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Death Cab For Cutie

DCFC balanceert tussen virtuositeit en bezieling

Geschreven door

Het Amerikaanse viertal Death Cab For Cutie tekent voor één van de meest onwaarschijnlijke succesverhalen uit de kroniek van de indierock. Na drie puike maar in Europa verder weinig opgemerkte albums treedt de groep in 2003 via de grote poort binnen in de emopop arena met het intussen klassieke ‘Transatlanticism’. Bij het verschijnen van opvolger ‘Plans’ wordt de groep massaal omhelsd door een breed poppubliek, maar verliest tegelijkertijd wat aan street credibility bij de fans van het eerste uur wegens een te gladde afwerking van hun integere popsongs. Dit voorjaar revancheerde DCFC zich na een lange rustperiode met het intrigerende ‘Narrow Stairs’, zonder meer het meest gevarieerde album van de groep en een ernstige kandidaat voor de top 10 van diverse eindejaarslijstjes. Na een geslaagde doortocht langs het Openluchttheater deze zomer ging DCFC afgelopen weekend de uitdaging aan om hun breekbare pop ook in de Hallen van Schaarbeek te laten weerklinken.

DCFC’s nieuwe single “No Sunlight” wordt momenteel grijs gedraaid op StuBru en Radio 1, maar dat bleek niet voldoende om de Hallen volledig te laten vollopen voor het Amerikaanse viertal. De set werd op gang getrokken door een aantal oudere songs, waarbij vooral “The New Year” uit ‘Transatlanticism’ op herkenningsapplaus werd onthaald. Met de ogen dicht verschilden de virtuoze live uitvoeringen nauwelijks van de studioversies, waardoor de groep aanvankelijk toch wat bezieling miste. Bovendien beschikt het viertal in de persoon van de studentikoze Ben Gibbard niet echt over een podiumbeest als frontman, maar het moet gezegd zijn, wat een prachtige stem heeft die kerel! Bij sommige nummers zoals hun grootste radiohit “Soul Meets Body” deden Gibbard’s vocals zelfs heel even denken aan de virtuoze stembanden van Yes icoon Jon Anderson.
Het duurde even vooraleer het nieuwe werk aan bod kwam, maar met “No Sunlight” en “Grapevine Fires” werden meteen twee prijsnummers uit ‘Narrow Stairs’ geserveerd. Gibbard schakelde over op akoestische gitaar voor de zeemzoete meezinger “I Will Follow You in the Dark” uit ‘Plans’, meteen goed voor het kampvuurmoment van de avond. De groep gunde de tienerhartjes op de eerste rij echter geen tweede pleziertje en vervolgde onmiddellijk met de single “I Will Possess Your Heart”, met voorsprong het meest monumentale nummer uit de DCFC catalogus. Op gang getrokken door de strakke ritmesectie Nickolas Harmer (bas) en Michael Schorr (drums) en vervolgens ingekleurd door gitaarecho’s en een spaarzaam pianoriedeltje werd de dreigende sfeer in de schijnbaar eindeloze intro van het nummer meesterlijk opgebouwd. Het nummer leek bevrijdend te werken voor de tot dan toe wat te perfect klinkende groep, want nummers zoals “Cath”, “Long Division” en het oudje “The Sound of Settling” kreeg nu wel het live gevoel mee en getuigden van zichtbaar spelplezier. De remmen werden zowaar volledig los gegooid tijdens “Bixby Canyon Bridge”, de epische opener van ‘Narrow Stairs’ en een waardige afsluiter van de set.
Gibbard & co plezierden tijdens de bisronde vooreerst de die-hard fans van het eerste uur met “Champagne From a Paper Cup” uit hun debuut ‘Something About Airplanes’ (’98). Na een bloedmooie versie van “Title and Registration” gokte ondergetekende op het titelnummer uit ‘Transatlanticism’ als finale encore. De gebeden werden verhoord, alleen spijtig dat ik geen geld had ingezet…

DCFC maakte afgelopen zaterdag een moeilijke evenwichtsoefening tussen virtuositeit en spontaniteit. Toegegeven, de Hallen van Schaarbeek kunnen onvoldoende instaan voor de intieme sfeer waarin Death Cab’s breekbare emopop het best tot zijn recht komt, maar uiteindelijk slaagde de groep er toch in om de juiste harmonie te vinden tussen perfectie en bezieling.

Fotoshoots: zie live foto's

Organisatie: Live Nation

Wovenhand

Een stevig spanningsveld met Woven Hand

Geschreven door

Er is een tijd geweest dat Dave Eugene Edwards er twee bands op nahield, maar nu is het toch wel duidelijk dat hij Sixteen Horsepower definitief de rug heeft toegekeerd om met WovenHand verder door het leven te gaan. Niet dat er zoveel verschil is in de sound en zeker in de spirit van deze twee bands, want het waren of zijn allebei overduidelijk de kindjes van Dave Eugene Edwards in al hun aspecten, donker, onheilspellend, bezwerend en doordrenkt van Amerikaanse zuiderse religie en gospel.

In de Kortrijkse schouwburg - met zijn perfecte klank - speelde WovenHand stevig, met steeds een dreigende onderhuidse spanning niet zelden refererend naar primitieve Indiaanse klanken. Alsof Nick Cave vanuit een Indianenreservaat zijn duivels kwam ontbinden. Edwards, zoals steeds gezeten op een barkruk, bespeelde zijn gitaar met overgave en deed zijn stem, al dan niet door de vibrafoon, meermaals preken en bloeden zoals alleen hij en Nick Cave dat kunnen. De band volgde sober en efficiënt en de songs ontaardden veelal in krachtige uitspattingen van emotie en spanning. De folky en rootsy geluiden van op Edwards zijn platen werden wat achterwege gelaten, in de plaats kwam een sterk en solide brouwsel van gloeiende en bezwerende gitaren die vochten met de hypnotiserende stem van Edwards.
Toch werd enkele keren met branie de gitaar door een mandoline vervangen en de man heeft ook één keer zijn trekzak bovengehaald, dan nog voor het enige Sixteen Horsepower nummer van de avond, de klassieker “American wheeze”.
Het zittend publiek bleef er in het begin van de avond aanvankelijk wat apathisch bij maar naar het einde van de set kwam de uitbundigheid meter wel eens in het rood te staan en Edwards bedankte dan ook  met een vlammend extra bis nummer nadat de lichten al helemaal aangefloept waren en iedereen al aanstalten had gemaakt om de zaal te verlaten. Eén van de betere concerten die we dit jaar mochten meemaken.

Organisatie: CultuurCentrum Kortrijk ism de Kreun, Kortrijk

Tortoise

Tortoise: spannend concert van een band die nieuwe horizonten blijft opzoeken

Geschreven door

Kortrijk heeft misschien de reputatie van de stad te zijn van ‘la petite bourgeoisie qui boit du champagne’, maar de laatste jaren is er toch een nieuw elan in de stad, er wordt dikwijls over de grenzen samengewerkt, en als je avant-garde wil zien, ben je in Kortrijk eigenlijk beter bediend dan in Gent of Antwerpen. Het Next Festival, is een mooi voorbeeld waar avant-garde, dans en  theater samenkomt; een tiendaags festival in onder meer Doornik, Kortrijk en Rijsel. In het kader van dit festival, kon je vanavond dus ook naar Tortoise in de Kortrijkse Schouwburg.

Ik was te vroeg aanbeland in Kortrijk, want het concert begon dus maar om tien uur. Ruim tijd genoeg om de Schouwburg te bewonderen: een neogotische facade uit 1920, en binnenin een klein Italiaans theater met 3 balkons, een koninklijke loge, en fuchsiarode zetels en aankleding en een opvallende glaskoepel met dierenriem van de Franse kunstenaar Alberola. Kwa grootte is de Schouwburg eigenlijk wel te vergelijken met de Arenbergschouwburg in Antwerpen. Het publiek was niet alleen uit de streek gekomen, we hoorden ook veel Frans en er waren ook diehard fans van Tortoise die de dag ervoor al het concert in het Stuk in Leuven meegepikt hadden.

Tortoise zijn zowat de vaandeldragers van de post-rock zoals die opkwam in de tweede helft van de jaren negentig, maar eigenlijk doet die term geen recht aan hun muziek, ze staan mijlen af van de typische post-rock gitaargroepen zoals Mogwai, Explosions in the sky, of het Japanse Mono, die hun nummers vooral op spanningsbogen van hard naar zacht laten lopen. Het gebruik van elektrische gitaren, bas en drums, en het ontbreken van zang is eigenlijk het enige wat Tortoise gemeen heeft met die typische post-rock groepen.
Tortoise is het altijd veel avontuurlijker geweest, met uitstappen naar Ennio Moricone, jazz, dub, minimale techno, ambient en nog veel meer. Tortoise bracht eerder dit jaar hun zesde ‘Beacons of ancestorship’, dit vijf jaar na hun vorige ‘It’s all around you’ en stond ook Pukkelpop deze zomer, maar ik had hun eigenlijk een beetje uit het oog verloren, dus ik was benieuwd.

Iets na tienen begon Tortoise er dus aan, en het publiek werd meteen verrast met een furieus begin: de dubbele drumopstelling hakte er op los, terwijl de bas stevig pompte. Een aantal jaren geleden had ik de band rond John McEntire nog in de AB gezien, en toen kabbelde het optreden maar een beetje lusteloos verder, maar dit zou duidelijk niet het geval zijn vanavond: we leken wel op een concert van Battles te zijn.
In het derde nummer werd wat gas terug genomen, het kon “ I set my face to the hillside” of “ Swing from the gutters” geweest zijn, in ieder geval kregen we  een prachtig filmisch nummer, je waande je zo in een Franse of Italiaanse zwart-wit film uit de jaren zestig, met Alain Delon en Catherine Deneuve die in een Citroen DS in de Gorges du Verdon rijden. Dit is een van de grootste sterktes van Tortoise, ze slagen er heel goed in je op een verrassende muzikale trip mee te nemen, met steeds iets nieuws om de hoek.
De nummers van Tortoise lijken soms geïmproviseerd, het lijkt op jazz ,maar ze zijn het niet, ze zijn eigenlijk heel zorgvuldig en kunstig opgebouwd, bijna als een architect die verschillende bouwelementen in mekaar schuift.
Zoals we van Tortoise gewoon zijn, werd er dikwijls van instrumenten gewisseld, en na een halfuur of zo, kwamen we in rustiger vaarwater terecht, met een heel aantal nummers uit wellicht hun beste album ‘TNT’, waarin de marimbas(die mij altijd heel sterk aan Indonesische gamelans doen denken)  en xylofoon het voortouw namen. Zo kregen we onder meer “Ten day interval”, met de marimba die het nummer leidt, waarna het thema ingezet wordt, bijna zoals bij “Clocks” van Pink Floyd en “In sarah menchen, christ, beethoven there were woman and man,” een heel relaxte groove met een jazzy gitaarmotiefje.

Tortoise blijft zijn muzikale grenzen verkennen, zo hoorden we vanavond ook een soulnummer a la Curtis Mayfield, en kon je in “The suspension bridge at Iguazu falls” en “It’s all around you” bossa nova ritmes ontwaren.
Na ruim een uur en drie kwart werden de bissen ingezet (we zouden twee bisrondes krijgen), en die sloten het concert weer even stevig af als het begonnen was. “Yinxianghechengqi” en “Gigantes” , (twee nieuwe nummers) die als een rollende donder over het goedkeurende publiek in de Schouwburg raasden, vormden de mooie apotheose van een spannend en avontuurlijk concert.

Organisatie: Kreun, Kortrijk (ikv Next-festival)

The Roots

The legendary Roots Crew zet stomende set neer

Geschreven door

De aftrap van de Europese najaarstournee van één van de beste (zoniet de beste) live hiphop formaties The Roots, werd geopend met een knaller van formaat in Lille. Voor ruim tweeduizend enthousiaste aanwezigen werd een indrukwekkende en mooi overzicht gebracht van de inmiddels twintigjarige carrière van deze 'veteranen'. MC Black Thought werd live bijgestaan door een volledige band: gitarist Kirk Douglas, bassist Owen Biddle, percussionist Frankie Knuckles, keyboardspeler Kamal Grey, tubaspeler Dan Bryson en natuurlijk drummer Questlove (die met zijn raar kapsel).

”Thought @ work” en “Here I come” openden de set. Meteen werd duidelijk dat de band in vorm was en dat het publiek er zin in had. Het donkere “Game theory” van de gelijknamige plaat en het uptempo “Star” volgden daarna in sneltreinvaart. Het felle “In the music”, het funky “Get busy” en de 'oudjes “Proceed” en “The realm” waren daarna aan de beurt. We hoorden vervolgens knappe vertolkingen van “Long time”, “Mellow my man” en het hevige “Criminal”. Drummer Questlove en percussionist Frankie Knuckles brachten daarna een leuke instrumentale jam waar het publiek uitzinnig op reageerde.
Bij de doorbraaksingle “You got me” steeg de temperatuur tot tropische hoogtes. Dit wereldnummer werd verlengd tot een fel gesmaakte medley met fragmenten van “Sweet child of mine” (Guns n' Roses), het opzwepende “Bad to the bone” (George Thorogood) en de classic “Who do you love?” van The Doors. Gitarist Kirk Douglas eiste hierbij een hoofdrol op met zijn intense en fraaie solo's.

Zeer overtuigend live set! Hiermee leverden ze nog eens het bewijs dat ze geen doorsnee rapgroep zijn en dat ze durven buiten de lijntjes te kleuren. “Rising up” en het rhymefest bij uitstek “The next movement” besloten de reguliere set.
Tuurlijk was dit niet voldoende en kwamen ze terug voor kolkende versies van “The seed” (hun bekendste song), “I can understand it” en “Men @ work”. The Roots overtroffen hun feestje op FihP te Oudenaarde met een fantastisch puike show.

Organisatie: Agauchedelalune, Lille ism Aéronef, Lille

Eli ‘Paperboy’ Reed

40 jaar terug in de tijd met Eli ‘PAPERBOY‘ Reed

Geschreven door

Het nieuwste jonge Amerikaanse soultalent heet Eli ‘Paperboy’ Reed, is 24 jaar,  is zo wit als een albino konijn en klinkt zwart als een aangebrande kolenkelder.
Het jonge soultalent was reeds een beetje ontdekt bij pers en publiek in Amerika en Groot Brittannië, mocht al aantreden op Dour en laatst nog bij Jools Holland en zag alzo zijn nog prille carrière in een stroomversnelling overschakelen. De snaak is amper 24 jaar oud en hij heeft goed gesnuffeld in de oude soulplaten van moeder en vader.

De Charlatan in Gent was de allereerste kennismaking voor Eli ‘Paperboy’ Reed en zijn True Loves met een Belgisch podium, een heel kleintje dan nog wel. Met zijn zevenen stonden ze daar op een podium van om en bij de vier vierkante meter, niet echt comfortabel, wel lekker gezellig.
Eli ging met zijn band 40 jaar terug in de tijd (dus zo een zestien jaar voor ie geboren werd!) naar de sound van Otis Redding, James Brown en Sam Cooke, met geweldige soulmuziek verpakt in eigen songs die allemaal baadden in de geest van de sixties. Eli’s zangcapaciteiten kwamen in de buurt van die grote voorbeelden en de blazers en de ritmesectie deden de boel nog wat meer in de nostalgie drenken.
Ook al was de klank een beetje beperkt  – Eli Reed is inmiddels al heel wat grotere zalen en betere apparatuur gewend- de Gentse Charlatan leende zich als rokerige kroeg perfect voor de pure retro van deze jonge gasten en het geheel swingde dan ook bij momenten volop de pan uit.

Wij voorspellen die kerels een gouden toekomst en wie er hier bij was zou wel eens getuige kunnen zijn geweest van concertje die de geschiedenis zal ingaan als ‘legendarisch’ omwille van de allereerste Belgische acte de présence van een ster in wording.
Dit was immers pure soul, veel intakter en authentieker dan de commercieel verbouwde soulmuziek die zijn vrouwelijke collega’s als Duffy en Amy Winehouse plegen te brengen, en zij zijn wel wereldberoemd. Weinig waarschijnlijk of Eli ‘Paperboy’ Reed ook zo een sterrenstatus zal halen, hij heeft immers geen knoert van een drugverslaving en evenmin een grote mond. En … ook geen tetten!

Organisatie: Democrazy, Gent

The Streets

The Streets: net geslaagd om een feestje te bouwen

Geschreven door

Het Britse The Streets, onder Mike Skinner, tekent voor onevenwichtige live sets en platen. In de Hallen van Schaarbeek  waren ze toe aan de laatste show van 7 weken toeren. En Skinner wou een feestje bouwen. In de acts slaagde hij het publiek mee te krijgen, van handjeswuiven, zwaaien met één van je schoenen, de voorste rijen enkele teugjes brandy schenken tot aanporren om op de knieën te zitten en dan mee springen en –hotsen op de beats. Moeilijk was dat nu ook niet voor Skinner; de man liep heen en weer op het podium en ging in op elke prikkel van de eerste rijen en reeg dit aaneen aan de gespeelde songs. Muzikaal was het optreden in de goed gevulde Hal er eentje van ups en downs. Er zit slijtage op de songs van The Streets …Hun broeierig geheel van pop, hiphop, r&b, (dub)reggae, 2step en orkestraties leidt aan ideeënarmoede, wat we al hoorden op de laatste cd ‘Everything is borrowed’.Terecht liet hij weten nog 1 plaatje te maken.

The Streets kozen voor een meer safety aanpak, gedragen door de op elkaar afgestemde neuzelende zegrap van Skinner en de soulfulle stem van de tweede vocalist. De paar rommelige minpuntjes konden de pret en de fun op het podium en bij het publiek niet bedreven. Een uiterst genietbare “Everything is borrowed”, werd meteen gevolgd door een opzwepende “Don’t mug yourself” en “Push the things forward”, gelinkt aan Prodigy’s “Outta space”. In het sfeervolle, ingetogen middendeel misten enkele oudere songs, “Same old thing” en “Too musch brandy”, ritme en spanning, klonken erg chaotisch en in het spervuur aan raps vergiste Skinner zich van toonhoogte. Maar ze werden opgevangen door de standvastige tweede vocals en door schitterende versies van het Xmas getinte “The escapist” , ”It’s too late” en de gospels van “Never went to church”. Vanaf dan zat het snor. “Are you with me?”, haalde Skinner nog aan en hij ging met z’n Streets naar een toffe, overtuigende climax: het jazzy groovende “Edge of a cliff”, het uptempo “Weak become heroes” en de dreigende beats van “Blinded by the lights”, die op het eind een dansbare wending kreeg.
Na een uurtje leek de party plots over , maar de fijne bis breidde er nog een aangenaam staartje aan met het broeierige “Turn the page”, het intieme “Dry your eyes, mate”, dat luidkeels werd meegezongen, en de opwindende  nummers, “Heaven for the weather” en “Fit but you know it”, dat in ware Nirvana stijl werd beëindigd: Skinner met een filmcamera in de hand, gedragen door z’n fanshare, een gitaar zwieren op het podium, drums omver gooien en de pedaaleffects stevig ingedrukt houden. Probleemloos hebben ze hun party in de coulissen kunnen verder zetten.

Ondanks het rommelig aandoende middendeel, hadden we te maken met een goed uitgekiende, afwisselende playlist van fris aanstekelijk en sfeervol materiaal,die ervoor zorgde dat het laatste liedje van The Streets live nog niet is uitgezongen en dat de kaars van op de plaat nog niet volledig is uitgedoofd; maakt hij dan toch nog die ultieme opvolger van ‘Original pirate material’ uit 2004…?

King Lee is het funky pseudoniem van Enfant Pavé van de voorheen Franstalige hiphoptrots Starflam. Hij gaat alvast muzikaal minder breed dan z’n vroeger maatje Baloji. Ondanks de verwoede pogingen het publiek warm te krijgen voor hun energieke hiphopstyle, leek de Hal iets te groot gegrepen voor deze beginnende band.

Fotoshoots: zie live foto's

Organisatie: Live Nation

MGMT

MGMT: niet onaardig, melig, hip, maar bom blijft uit!

Geschreven door

MGMT: omschreven als één van de doorbrekende bands van het jaar, wat juist is, met één van de debuten van het jaar, wat niet juist is … Het gezelschap rond het Amerikaanse duo Ben Goldwasser/Andrew Vanwyngaerden, heeft als credo ‘love , peace en geestesverruimende muziek’ en zien zichzelf als een band uit de toekomst die ‘70’s psychedelica speelt. Hun kleurrijke poppsychedelica klinkt melig, dromerig, lieflijk, onschuldig, hip …en hipper door de drie singles “Time to pretend”, “The electric feel” en het dansbaar stomende “Kids”, die de muzikale driehoek van pop, rock’n’roll en dancepsychedelica compleet maken. En hun visie van rock’n’roll wordt gelinkt met jong zijn, samenhorigheid, dartelende veulens, bloemetjes en bijtjes en vloeistofdia’s.
Management is muzikaal ergens te situeren tussen oudjes Pink Floyd, Pavlov’s Dog, Hawkwind, Bowie, The Doors en jongere bands als Flaming Lips, Mercury Rev en Ozric Tentacles.

Sinds hun debuut waren ze al drie keer te zien en hun live optredens vormen een bron ter discussie van goed – niet goed; kijk, in de AB Club en op Pukkelpop klonk het rommelig, slordig en lieten ze een gelaten indruk na. Betrokken en geconcentreerd speelden ze op Werchter een weldegelijke set van een klein uurtje. En na de clubconcerten in de Vooruit en in de l’Aéronef is het me nu duidelijk dat de band maar over een handvol ‘kwalitatief sterke’ nummers beschikt. We hoorden, naast de drie prachtsingles, intens broeierige versies van de “4th Dimensional transition”, die door de distortion pedaaleffects beklijfde en intrigeerde, het sfeervol poppy “The youth” en “Weekend wars” met een dromerig elektrodeuntje. De grootsheid van deze songs hielden ze niet vol, want “Pieces of what” en “The handshake” klonken flets en rommelig. Vullertjes noemen ze zoiets. De soort rockopera van meer dan een kwartier, die ze aan “Metanoia” gaven, klonk wisselend, deed de spanning dalen en werd matig onthaald; we hadden er het raden naar welke richting het uitging: psychedelicatrips, snedige gitaren, Doors toetsen, fuzz en “Bohemian rapsody” vocoder stemmetjes. Maar ze verbaasden dan met een gevarieerd krachtiger klinkende “Moon, birds & monsters”. En op het afsluitende, mooi uitgesponnen “Kids” kon het publiek dan eindelijk uit z’n dak gaan: heupwiegend, dansend en springend op die ene herkenningstune op toetsen, wat refereerde aan Sister Bliss op de Faithless’ songs “Insomnia”, “We come one” en “God is a DJ”. Op dit nummer ontplofte het … laaiend enthousiaste reacties …en was MGMT voor 1 keer dEUS …

De bis klonk niet onaardig en was boeiend qua songs: een ‘80’s rockend Jesus & Mary Chain/ BRMC gehalte op “Teenage lust” en een snedige “Future reflections” smaakten naar meer en zetten de lijn door van het overtuigende laatste half uur!
We raden alvast MGMT aan in die richting verder te gaan, waar zij allerlei stijlen samenbrachten tot een paar hechte psychedelicarocksongs, zoals we dat al hoorden van een Black Angels en Black Mountain. Mag dit een kritisch lerende tip zijn …

Uit dezelfde muzikale stal komt het uit Brooklyn, New York afkomstige A place to bury strangers. Het trio stelde ons gehoor danig op de proef met een oorverdovende repeterende ‘wall of’ noise, galm en rock’n’roll, refererend aan “Never Understand” van, opnieuw, Jesus & Mary Chain, ‘90’s Swervedriver en Sonic Youth: heen en weer zwierende, gierende gitaren, een laaghangende bas (remember Soundgarden ), ingedrukte pedaaleffects en feedbackgeraas, opzwepende drums en een ongezonde dosis stroboscoop.
’Total sonic annihalation’ omschrijven ze het zelf… Qua sound veelzeggend, want het was van’80’s Swans/Michael Gira geleden dat ik deze term nog uitsprak …

Beide bands benaderden de pijngrens van ons gehoor; de te scherpe, luide sound gaf een dagenlange oorsuis. Foei heren van de PA, kunnen we rekenen op een tegemoetkoming, aub?!

Organisatie: FLP, Lille ism Aéronef, Lille

Pagina 359 van 386