Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_07
Suede 12-03-26

DIRK.

DIRK. - Geen woorden meer voor

DIRK. - Geen woorden meer voor

Verrassing! Als intro een razende drumsolo die over het publiek dendert. Zo maakte DIRK. zijn opwachting in Brugge. Licht krankzinnig doch scherp en raak. Het zou een voorbode zijn voor de rest van de set.

Met “Toulouse” als opener pakten Jelle Denturck en de zijnen iedereen onmiddellijk in. Altijd fijn als je één van je hits als opwarmer kan gebruiken. Ze hebben alleszins genoeg materiaal om uit te putten. Een West-Vlaamse zinsnede hier en daar helpt natuurlijk ook om de Bruggelingen te ontdooien. Tegelijkertijd zagen we geen moshpits opduiken, hoewel nummers als “Waste” zich er zeker toe lenen. “Milk” zorgde wel voor een eerste meezingmomentje en een zwaar lijzige riff die ferm in je kop nestelt.
“Small Life” wisselde het a-melodische af met bijna naïef gestroomlijnd zang en gitaarspel. Het abrupt einde maakte het een van de vreemdste nummers in de set. Toch maakt het de band tot wat het is. Eigenwijs maar lief. Ruige gitaren maar vriendelijk melodieus. Schreeuwerige stem maar open voor zangstondes. Het zorgt ervoor dat DIRK. één van de interessantste Belgische bands van het moment is.
“Scumbag Teens” zette Jelle Denturck alleen in met krakende stem. Een soort opzwepend Egyptisch klinkende gitaarsolo kleurt het nummer en gaat over in chaos. Het publiek dreunde mee als was het een sekte. Het spreekt ook van groot talent dat “Komrad Shoes” er zonder moeite werd aangeplakt. Het passeerde en wie niet had opgelet, kon het zo missen.
De intro van “Hit” deed vreemd genoeg denken aan “Porselein” van Yasmine, al was het zeker en vast de rommelige rockversie. Een hardere aanzet met wat speciale elektrisch klinkende deuntjes kregen we met “Gnome”. De gitaren schoten even overal heen om dan overgenomen te worden door de constante drum en Jelle zijn klagerige stem. Gelukkig mochten ze af en toe nog eens gezellig samen ontploffen. Er waren geen woorden meer voor.
Onze oren mochten op het einde wel nog even rusten bij “Fuckup”. Het was tijd voor de armen om heen en weer te zwaaien en wat mee te zingen. “I only hate myself, when I fuck things up. And I fuck things up, all the time”, schalde door de zaal. Een fijn a-cappella momentje op het eind van de set.

“Artline” sloot een meer dan geslaagd DIRK.-optreden af als een speedboat die lijkt te vertrekken. Een paar keer aan het touw trekken en gaan. Jammer genoeg was het deze keer aan ons om te vertrekken. De nummers waren simpelweg op.

Setlist: Toulouse - Waste - Milk - Small Life - Counterfeit - Golly - Sick ’n Tired - Scumbag Teens (+Komrad Shoes) - Pastime - My Dog’s Dead - Hide - Hit - Toothpick - Gnome - Fuckup - Artline

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/cactus-club-brugge/dirk-23-10-2021.html

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Nestter Donuts

Nestter Donuts - The full monty

Geschreven door

Nestter Donuts - The full monty
Nestter Donuts + Chiff Chaffs
Liefst 43 jaar na de vorige keer belandde ik opnieuw in het JOC te Ieper... Het kan want JOC Ieper bestaat al sinds 1973 maar is ondertussen wel van locatie veranderd.

Ik kwam vooral voor Chiff Chaffs. Een nieuwe rock-'n-roll sensatie uit Kortrijk en wijde omgeving had ik me laten wijsmaken. Twee vertrouwde gezichten uit de Pit's op het podium: Nolf Kaka (toetsen) en Jantie (drums). De andere twee waren me ook niet onbekend: zanger-gitarist Gilles Deschamps die ik nog gezien heb met Garbage Bags en Adios Pantalones en Au Tys uit de Doornikse scene.
De vier serveerden no-nonsense rock-'n-roll gemarineerd in tequila met nogal wat surfinvloeden. Het soort muziek waar ik mijn ganse leven al naar teruggrijp. Dit had dan ook alles om een losgeslagen feestje te worden. Vier mannen die het volle pond gaven en er duidelijk van genoten, een charismatische voorman en een orgeltje dat voor de nodige afwisseling zorgde. En toch wisten Chiff Chaffs me slechts een paar keer te enthousiasmeren. Een echt duidelijke reden waarom het niet echt klikte heb ik niet meteen. Een te schrale sound, het had best wat vettiger gemogen, was de drive niet dwingend genoeg of was ikzelf er na die lange onthouding niet klaar voor? Op basis van hun single, "Filthy kicks", vermoed ik toch dat Chiff Chaffs tot meer in staat zijn. (rating: 6)

Nestter Donuts is een vinnig kereltje uit het Spaanse Allicante met een indrukwekkende knevel en een fetish voor de gaten in donuts. Hij zag het (rock-'n-roll) licht toen hij in 2017 mocht openen voor Reverend Beat-Man. Sindsdien verscheen er een single en belandde één van zijn songs op een compilatie van ‘Voodoo Rhythm Records’, het label van Reverend Beat-Man, alweer hij. De twee zijn trouwens met elkaar te vergelijken, beiden vissen in de vijver van de trash one man bands al maakt Nestter daar een 'flamenco' trash one man band van.
Die flamenco invloeden leken in Ieper wat minder aanwezig dan voorheen. Slechts een paar keer liet hij zich verleiden tot die typische "cante flamenco" (de flamencozang). De trash was duidelijk gebleven en vertaalde zich in nijdige amfetamine garagepunk voorzien van verzengende ritmes. Het bleef me opnieuw verbazen wat voor een volle sound hij in zijn eentje, enkel geholpen door zijn gitaar, een basdrum en een cymbaal, wist te produceren. Bovendien hield hij het veel strakker dan vorig jaar in Bolwerk, Kortrijk wat voor een veel intensere ervaring zorgde. Vooral die verbijsterend knappe gitaar joeg het adrenalinepeil de hoogte in.
De vraag bij Nestter Donuts, dit keer gehuld in een stemmige catsuit met pantermotief, is niet of we zijn harige reet te zien zullen krijgen maar wanneer dat zal gebeuren. Dit keer duurde het vrij lang maar we kregen dan ook meteen de full monty, hier geen gepruts met een mondkapje. De laatste keer dat ik zoiets meemaakte was bij Margaret Doll Rod (Demolition Doll Rods) in 't Lintfabriek, toen eenmalig op aandringen van notoire viespeuk Andre Williams zaliger. Ik moet toegeven dat ik het toen wat appetijtelijker vond dan deze bungelende Spaanse onderdelen.
Even later zocht hij helemaal de grenzen van het fatsoen op toen hij op zijn basdrum klauterde en zichzelf, goed zichtbaar voor iedereen, met zijn micro probeerde te penetreren waardoor ik plots een opwelling van medelijden met de materiaalmeester kreeg. Wat bezielt zo'n Nestter Donuts eigenlijk? Mocht het de bedoeling zijn om wat extra aandacht te krijgen dan was zijn missie zeker geslaagd.
Plots was het wel erg druk vooraan, vooral de liefhebbers van vrouwelijke kunne waren ineens massaal present.
rating: 8

Organisatie: JOC, Ieper

Slow Crush

Slow Crush + The Guru Guru - Stevig slaapmuts gevolgd door eindeloze droom

Geschreven door

Slow Crush + The Guru Guru - Stevig slaapmuts gevolgd door eindeloze droom

De Belgische shoegazerband Slow Crush is op tour om hun tweede album ‘Hush’ dat op 22 oktober gereleased wordt, voor te stellen. Met een EP ‘Ease’ (2017) en ‘Aurore’ (2018) reeds onder de arm en meer dan honderd optredens in de VS achter de kiezen, heeft de door-internationale-pers-bejubelde band met hun eigen invulling van shoegaze al een trouwe fanbase opgebouwd. Reden genoeg om af te zakken naar de Botanique.

Als special guest liet The Guru Guru ons alle hoeken van de Rotonde zien met onder andere enkele nieuwe songs uit EP ‘It’s a (Doggy Dog) World’.  Zanger Tom Adriaenssens, in pyjama, zocht in opener “Where’s My Rum (Isn’t it Anywhere)” wanhopig naar zijn nachtmutsje. Geen erg want met het daaropvolgende opzwepende “Chramer” leek hij al geen zin te hebben om vroeg in de veren te duiken. Vanaf dan zette de band één langgerekte sprint in. De knallende nieuwkomer “Honestly (I Don't Feel Like Dancing)”, de met een ukulele gespeelde “And I'm Singing Aren't I” en het ogenschijnlijke innemende “Origamiwise” waren telkens uitschieters waar Adriaenssens absurde dansmoves en mimiek boven haalde.
Hoe divers het vijftal er uit zag, zo divers was ook hun muziek. Eens klonk het als de vroege Foals met snedige gitaar hooks, andere keren herkenden we toetsen van The Faint of kwamen er vlagen van industrial of sludge metal voorbij. In een veel te kort half uur zijn ze er in geslaagd om ons meerdere keren KO te slaan.

Gelukkig had het talrijke en divers publiek voldoende tijd om terug op krachten te komen voor Slow Crush. Het viertal, gefront door de Engelse Isa Holliday, nam het volledig podium in om zo figuurlijk plaats te bieden aan hun indrukwekkende wall of sound. En dat was het ook: de drum kletterde er duchtig op los, de gitaren walsten over alles en iedereen, de overdriven bass hield alles strak in het gareel en het geheel werd door Holliday’s dromerige, zachte stem gekleurd.
“Glow” dat naadloos aansloot op het voorprogramma, was de perfecte overgang. Dit punkachtige nummer begon verschroeiend om op een half tempo beukend te eindigen. De zeemzoete dream pop in “Aurore” voelde aan als een warm troostend herfstdekentje. Nog een hoogtepunt was “Swoon” dat doorspekt was met grungy toetsen. Door die verscheidenheid aan genres, zou het brandmerken van de band als pure shoegaze hen onrecht aandoen. Ook hun nieuw materiaal zoals “Swoon” en “Hush” klinken etherisch, fris en origineel.
Enige minpuntjes bij momenten waren de overdaad van de snare drum en de soms onverstaanbare vocals. Dit deerde het publiek allesbehalve dat zichtbaar genoot van de vele opgetrokken soundscapes en headbangmomenten.
Slow Crush was dan ook geen statige band die zo maar naar hun schoenen staarden maar de ruimte op het podium goed benutte.
Kortom een band met een sterke live act waar we nog veel over zullen horen en van zullen zien!

Neem gerust een kijkje naar de pics (@Dieter Boone)

https://musiczine.net/nl/photos/category/325-slow-crush-20-10-2021

Organisatie: Botanique, Brussel

Nick Cave & Warren Ellis

Nick Cave & Warren Ellis - Duoconcert in intimiteit en luchtigheid

Geschreven door

Nick Cave & Warren Ellis - Duoconcert in intimiteit en luchtigheid

De aussies Nick Cave en Warren Ellis hebben elkaar duidelijk gevonden , de voorbije twee decennia . ‘Carnage’ kwam tot stand in coronatijd en tijdens de lockdown. Ze zijn nu uiteindelijk terug op het podium. Het album ‘Ghosteen’ (2019) , het verlies-rouw verwerkingsalbum over Cave’s zoon , werd samen met ‘Carnage’ voorop geplaatst tijdens deze korte Europese tour, buiten de UK.
Twee en een half uur werden we meegevoerd in een filmische trip, zalvend, innemend, als huiverend en industrial groovy van aard.  Een (vernieuwde) muzikale gedaante naast The Bad Seeds , de solo performances en de ‘Conversations’ van Cave .

Nick Cave is een real performer on the front , een virtuoos die de maat aangeeft , musiceert en z’n publiek opzuigt; Warren Ellis, on the background, is een Gandalf, die geluiden tovert uit een klein elektronica apparaat en iets eigen, unieks toevoegt aan de nummers .
Ze voeren ons mee in een soort soundtrack die nu kan model staan voor de films van Ridley Scott en Denis Villeneuve, beeldrijk, die rust , melancholie en rusteloosheid, dreiging omarmt, en soms niet veraf lijkt van Cave’s vroegere rechterhand Blixa met z’n Neubauten.
Ze hebben hun muzikale religie en mythologie uitgewerkt , een fantasierijk, grillige sprookjeswereld. Vanavond hoorden we het recente werk van deze twee klassenbakken , die live niet in duo-vorm te zien waren , maar ondersteund werden door drie achtergrondzangeressen, een soulfull gospel koor (al eens te horen op een tour) en multi-instrumentalist Johnny Hostile op bas , synths en drums.
De sound is geleest op het wonderlijke, sfeervolle, dromerige, kwetsbare spel van elektronica, piano en viool ,balancerend tussen een pakkende melodie en experimentjes. Een muzikale gedaante zonder The Bad Seeds of een full band . Vakmanschap en vriendschap , intimiteit en en luchtigheid kruisen elkaar .
‘We leren opnieuw publiek te zijn en we leren opnieuw een band te zijn’ , geeft Cave mee. Inderdaad, die twee creëren het, doen het . Dit is ‘industriële ballad blues pop noir’.
Meteen worden we in die aparte , unieke leefwereld geloodst met het grauwe, aanstekelijke “The spinning song” en de single “Bright horses” . Cave zoekt het contact op met de bandleden, is beweeglijk , loopt heen en weer en betrekt het publiek door de z’n intense, wisselende toonaard en z’n talrijke handbewegingen . “Night raid” wordt zelfs overstelpt door z’n declamerende praatzang . Een beklemmend sfeertje dus .
Over “Carnage” en “White elephant”, twee nummers van het werk van deze twee, zweeft subtiel elektronisch vernuft en getokkel . Er heerst een snijdende spanning die daarna door het rockende karakter uiteenspat. Op “Lavender fields” komt de soulfulle gospel background zang naar voor. “Waiting for you” is een goed voorbeeld hoe Cave - Ellis , piano en elektronicariedels, door de jaren heen blindelings op elkaar zijn ingespeeld.
Een elegante schoonheid horen we op het intieme, bijna zo goed als solo gespeelde, “I need you” van ‘Skeleton tree’ , meer van hetzelfde is te horen op “Cosmic dancer”, een ingetogen , emotievol eerbetoon aan T. Rex/Bolan’s glamrock; de zang is vergezeld van een pianotoets en de verdwaalde vioolklank van Ellis .
We zitten intussen al diep geworteld in hun muzikaal leefklimaat . “God is in the house” brengt ons terug naar ons Godshuis en klinkt als een verademing. “The hand of God” is een soort Gulliver’s reis van Cave , we ervaren , voelen  ons als een lilliputter bij zo’n nummer. Een allegaartje van beats, op z’n Suicide , ABBA en Neubauten, zorgt voor de nodige uptempo’s, krachtig, - alle remmen los in deze trip -, en vocaal schreeuwend  met de koorzang,  die uiteindelijk gemoedelijk eindigt in voorzichtige sounds en fluisterzang.
Cave speelt en bespeelt z’n publiek op “Leviathan”, een liefdessong met de gouden woorden ‘i love my baby, my baby loves me’ en “Balcony man” , eentje voor al de fans op het balkon en wie er zit, uit fors die woorden van de songtekst. Die betrokkenheid was op tijd weliswaar, zeerzeker na de ingetogenheid van “Shattered ground” en “Galleon ship”.
Opnieuw waren we onder de indruk van het samenspel tussen artiest, z’n bandleden, de sound en z’n publiek . Muzikale klasse en entertainment in dit anderhalf uur .
Cave - Ellis worden warm, luid, enthousiast onthaald. ‘Thank you Antwerp’, het is de aanzet van een tweede deel,  een vol uurtje ‘dirty songs’ zoals Cave zei, met het intrigerende “Hollywood”, grauw, snedig , gedreven , slepend  en qua sound en sfeer ergens tussen de “Mercy seat” en “Tupelo” . Murder ballads “Henry Lee”  en “Into my arms” bieden opnieuw die nabijheid met je hoofd op je schouder. En tot slot ervaren we een uitwaaierend gevoel van zweverige geluiden op “Ghosteen speaks”, het oudje “Love letter” en “Breathless” .

Cave - Ellis speelden een intens puur, verschroeiend, filmisch concert. De soundtrack van Zijn Duivelse Goddelijkheid, die ons in Zijn handgreep hield met z’n Apostel en z’n Volgelingen, liet sporen na. Ze tekenden voor een passioneel hartbrekend, beklijvend (intiem, breekbaar als wonderlijk, rauw en emotievol) en in momenten explosief concert.
Cave is back on stage! Deze zomer opnieuw te zien met z’n Bad Seeds op TW Classic.

Organisatie: Sportpaleisgroep

The Notwist

The Notwist - Sprookjes voor nooit opgegroeide volwassenen

Geschreven door

The Notwist - Sprookjes voor nooit opgegroeide volwassenen

Begin dit jaar bracht The Notwist het album ‘Vertigo Days’ uit, maar het is nog wachten tot februari 2022 vooraleer ze dat album live komen voorstellen in ons land. Ongeduldig als we zijn, wipten we zondag een paar kilometer over de Franse grens om onze Duitse indiehelden aan werk te zien in Le Grand Mix. Soms moet je echt niet ver reizen om in een compleet ander universum aan te belanden.

Een show van The Notwist heeft vaak veel weg van zo’n speeltapijt voor baby’s. Op elk moment en in elke hoek kan er plots wel ergens een verrassend geluidje opduiken. Nu eens een streepje sax of een bombardon, dan weer een sfeervolle marimba. Of een drummer die met een krauterige accuraatheid mepte alsof zijn en ons leven ervan af hingen. We voelden ons op een trip vol "oohs en aahs" voor de 99,99 procent die zich geen uitje met Elon Musk’s ruimtetuig kunnen permitteren. De rode draad doorheen die omzwervingen was ’Vertigo Days’, maar de broertjes Archer en co. plukten ook uit de vorige vijf albums (met doorbraakalbum ‘Neon Golden’ als zwaartepunt).
We hadden het gevoel dat de setlist niet was opgetrokken uit liedjes, maar uit hoofdstukken. Zo duurde de eerste brok van het concert twintig minuten, opgebouwd rond “Into Love”, “Exit Strategy To Myself” en “Kong”. Via het bescheiden hitje “Pick Up The Phone” - ook alweer twintig jaar oud - kwamen we weer terecht bij de nieuwe plaat. Oud en nieuw werk vloeiden vlotjes in elkaar over als waren het tijdloze sprookjes voor nooit opgegroeide volwassenen. Meer nog, tijdens de dubversie van “Oh Sweet Fire” waanden we ons in een kinderkamer met glow-in-the-dark sterrenhemel.
Markus Archer had als speelgoed ook wat plaatjes meegenomen. Zo floepten flarden “Last Night A DJ Saved My Life” of “Harder Better Faster Stronger” op de draaitafel. Niet dat The Notwist zo’n zijstapjes nodig had om de set bij de pinken te houden, maar zeiden we al niet dat er altijd wel ergens een onverwachte plotwending om de hoek loerde?
Aan de hand van een erg ruime selectie uit ‘Vertigo Days’ bewees de zevenkoppige band anno 2021 nog niets aan spanning te hebben ingeboet. Met drie songs uit 'Neon Golden' (2002) en 'Shrink' (1998) landde de tijdscapsule ergens rond de eeuwwisseling. Zestig kilometer verderop en drie kwartier later wreven we in Gent onze ogen uit en vroegen ons af of we alleen maar waanzinnig gedroomd hadden...
Op 17 februari 2022 staat The Notwist in De Roma te Antwerpen.

Pics homepag @Christophe Demunter

Met dank aan de bevriende website daMusic - Christophe Demunter)

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Madou

Madou - Moordsongs grijpen naar de keel

Geschreven door

Madou - Moordsongs grijpen naar de keel

Wie ons tot voor een half jaar geleden vroeg wat Madou voor ons betekende, kreeg als antwoord: een plein in Brussel. De hits die de band Madou (genoemd naar dat plein) in de jaren tachtig had geschreven, zijn helemaal aan ons voorbij gegaan.
In die tijd vielen de nummers van Vera Coomans en Wiet Van De Leest, en vooral de teksten van Vera’s echtgenoot Jan Devos, niet altijd in goede aarde. Mannen worden vermoord, vrouwen worden verkracht, kinderen wordt er geweld aangedaan. De tijd was toen niet rijp voor de donkere wereld van Madou, maar ondertussen schreef men er op het internet wel hele analyses over bijeen.
Aan de grijze haren in het publiek te oordelen was het de oude garde fans die was komen opdagen, al waren er ook enkele tieners in de zaal. Familie allicht, want zij bevolkten achteraf de merchandise-stand.

Vijf muzikanten stonden er op het podium, maar Vera Coomans' zoon, Thomas Devos, gekend van Rumplestitchkin, leek de spil te vormen. In het begin, tijdens “Nachthuis” en “Is Er Iets?” leek de zangeres nog een beetje onwennig en moest de groep nog loskomen, maar vanaf “Niets Dringt Door” zat het helemaal goed met mooi samenspel tussen gitaar en Wiets viool.
Voor “Ronquières” gordde Thomas de elektrische basgitaar om en werd het zelfs dansbaar, op het randje van luchtig. In de tekst gaat het over “rijden langs het kanaal”, met de wind in de haren en de zon op de huid, maar “zonder handen, de ogen dicht en nooit meer terug”. Dansen leek bijna ongepast, maar even goed onvermijdelijk. De afsluitende vioolpartij van Wiet maakte een indrukwekkend einde aan dit nummer en een overenthousiast applaus volgde.
Daarna was elke schroom weg en werden een groot deel van de songs zonder blikken of blozen aangekondigd als ‘murder ballads’. Een vrouw dreigt afgetroefd te worden door haar man en zoekt dekking in het bed van haar dochter (de prachtige oude hit “Witte Nachten”), een man krijgt een hartaanval bij zijn maîtresse (“Straks Niet Meer Warm”), een andere man worden de ogen uitgestoken met een schaar (“Vannacht”). Elke keer weer greep de stem van Vera Cooman naar de keel en sleurde je mee in het bittere lot van de personages.
Maar ook het viool- en pianospel van Wiet Van De Leest maakte indruk. In het simpele “Onderweg” bijvoorbeeld, dat uiterst sober met enkel piano, zang en de meest simpele beat uit zo’n elektronisch doosje werd gebracht.

“Niets Is Voor Altijd”, nog zo'n oude hit, werd als afsluiter bewaard. En als bisnummer kregen we nog een nummer van broer Leo Coomans (“Liefde Is Een Geheim?”), enkel gebracht met het gitaartje van Thomas Devos. En, omdat het een fantastisch nummer is, nog een reprise van “Ronquières” natuurlijk.

Met dank aan de bevriende website daMusic - Kristof van Landschoot

Organisatie: Botanique, Brussel

The Bobby Lees

The Bobby Lees + Equal Idiots - Eindelijk, rock-'n-roll waar hij thuishoort

Geschreven door

The Bobby Lees + Equal Idiots - Eindelijk, rock-'n-roll waar hij thuishoort
The Bobby Lees + Equal Idiots (try-out)

Bij mijn rentree in de concertzalen zag ik meteen twee groepen die een plaat uit 2020 kwamen voorstellen, de start van een lange inhaalbeweging?

Toen ‘Alive Naturalsound Records’ begin vorig jaar met veel bombarie het label debuut van The Bobby Lees aankondigde, waren mijn verwachtingen meteen heel hooggespannen. Werden destijds groepen als The Black Keys, Two Gallants, Black Diamond Heavies of Left Lane Cruiser niet gelanceerd door dit label? Bovendien werd niemand minder dan Jon Spencer als producer voor ‘Skin suit’, zo heet de plaat, aangetrokken. Het resultaat viel me eerlijk gezegd enigszins tegen wegens te wisselvallig en bij gemis van een echte uitschieter. Toch liet de plaat vermoeden dat deze muziek beter tot haar recht zou komen op een podium. Iets wat wellicht Jon Spencer ook niet ontgaan was want de man laat zich heus niet zo vaak strikken voor dit soort klusjes. Dus hoopte ik dit stel uit Woodstock, New York ooit eens aan de slag te zien en nu het weer mag, werd ik meteen op mijn wenken bediend door de 4AD. Merci.
En daar stonden ze dan: twee jongens en twee meisjes, piepjong en ietwat onwennig zo leek het. Maar dat laatste was slechts schijn, eenmaal begonnen zagen we een gretige band die er duidelijk zin in had. Heerlijk rondhossend maar niet meteen op een label vast te pinnen. Punk, garagerock of gewoon harde rock? Sommigen horen er zelfs blues in. Wat ik wel meteen zeker wist is dat ze met zangeres/gitariste Sam Quartin een ferm uithangbord in huis hebben. Op basis van de plaat had ik dit absoluut niet zien aankomen maar wat een precense! 26 lentes jong, ook actief als actrice in independent films en een heel ernstig drankprobleem overwonnen waarmee ze kampte sinds haar dertiende!
Maar hier op Diksmuidse planken een openbaring voor ondergetekende. Indrukwekkend hoe ze haar band hier op sleeptouw nam met een zangstijl die soms neigde naar rap of spoken word maar altijd verrukkelijk vibrerend en af en toe gekruid met ijselijke uithalen. Het zorgde voor vuige rock-'n-roll waar geen ontkomen aan was.
Op ‘Skin suit’ staan twee opmerkelijke covers: "I'm a man" van Bo Diddley dat hier jammerlijk over het hoofd werd gezien en "Blank generation" (Richard Hell) dat al vroeg werd prijsgegeven, gekoppeld als een wagonnetje aan "Radiator", een nummer uit hun eerste, in eigen beheer uitgebrachte, plaat ‘Beauty pageant’. Even later werden we zelfs getrakteerd op een uitzinnige versie van "Let's have a party" (Wanda Jackson).
Helaas was het niet al goud wat blonk. Die paar mindere nummers zie ik graag door de vingers maar met de gitaar van Nick Cesa, die eerder leek thuis te horen in een doordeweekse hardrockband, had ik meer problemen. Toch had ik na uitsmijter "Be my enemy", een cover van The Waterboys godbetert maar wel een geslaagde, een overwegend positief gevoel met dank aan Sam Quartin.

Equal Idiots is het duo Thibault Christiaensen (gitaar/zang) en Pieter Bruurs (drums) dat helemaal uit Hoogstraten naar Diksmuide was afgezakt voor een try-out. Een wel erg vreemde try-out. Nooit zag ik iemand zelfverzekerder op een podium staan dan Christiaensen terwijl zo goed als alle nummers door een groot deel van het publiek volmondig werd meegezongen! Achteraf liet ik me wijsmaken dat dit een try-out was van de best imposante maar voor mij totaal overbodige lichtinstallatie en niet van hun plaat, ‘Adolescence blues community’. Eerst galmde nog "Gimme! gimme! gimme!" van Abba (die zijn nu wel helemaal terug!!) door de boxen waarna de twee helden triomfantelijk het podium bestegen. Nochtans was er vooral bij het begin weinig reden tot triomfalisme maar dat liet Thibault niet aan zijn hart komen.
Ik moet ze verscheidene keren aan het werk gezien hebben maar hun passage op Rock Zerkegem is me het best bijgebleven. Wat we hier aanvankelijk te horen kregen stond daar evenwel mijlenver vanaf. Hun harde garagerock leek verschrompeld tot brave powerpop. Tot overmaat van ramp bleef de zanger tot vervelens toe hengelen naar de gunsten van het publiek. Zo te zien genoot het volk er wel met volle teugen van en na die wankele start ging het dan toch ook voor mij plots de goede richting uit dankzij een trits ijzersterke nummers.
Vreemdste moment van de avond was dat, voor mij onbekende, nummer, opgehangen aan de (vertraagde) riff van "Smells like teen spirit". Merkwaardig maar waarom zou het niet kunnen? Het getuigt in iedere geval van lef en dat had Christiaensen in overvloed. Zo vroeg hij even later het publiek om hem te helpen crowdsurfen tot aan het balkon om daar een jongeling te hand te drukken. Uiteindelijk vond ik het een best aangename set, verrassend sterker dan wat ik op basis van die nieuwe plaat verwacht had.
Alleen jammer van dat geëmmer tussen de nummers door. Uiteindelijk bliezen ze de aftocht zoals ze begonnen waren, triomfantelijk met een door iedereen meegebrulde versie van "ça plane pour moi".

Mooie avond waar we twee groepen zagen die live duidelijk veel beter te consumeren zijn dan op plaat.

Pics homepag The Bobby Lees

Organisatie: 4ad, Diksmuide

Spinvis

Spinvis - Eindelijk zalig terugzien

Geschreven door

Spinvis - Eindelijk zalig terugzien

Na zijn LP ‘Trein Vuur Dageraad’ uit 2017 heeft Erik de Jong duidelijk niet stilgezeten. Door minder mee te werken aan zijprojecten in dans en theater, stort hij zich volledig op het maken van Spinvis-muziek. Met enkele nieuwe EP’s, waaronder het veelzijdige ‘Sunon’ en de ogenschijnlijke betekenisloze LP ‘7,6,9,6’ van vorig jaar onder de arm, tourt Spinvis om de gemiste live-schade in te halen.

Het publiek deelde diezelfde goesting: Het Depot was net niet uitverkocht, waardoor de zaal gezellig gevuld was. Nog voor dat Erik en zijn band het podium opkwamen, was het duidelijk dat er ook wat denkwerk aan dit optreden voorafging. Zo viel de lichtbrug meteen op, die de live-beleving alleen maar ten goede kwam.
Goedgeluimd trapte Spinvis het concert rustig af met het zeemzoete “Icarus”, wat gekleurd is met Franse toetsen (iets dat Erik vaak gebruikt in zijn EP ‘Sunon’). Met “Astronaut” vlogen we met z’n allen nog verder en we waanden ons even in het heelal terwijl de zaal zoals een sterrenhemel werd belicht.  “Tingeltangel Hersenpan” slingerde ons zachtaardig terug met de voetjes op de grond. Dit heerlijk beukend nummer is doorspekt met zo’n tegelspreuken als ‘Geluk is een gerucht’ die Erik losjes uit zijn pen weet te toveren.

Deel van de Spinvis-charme is dat ze graag nummers op verzoek spelen. Op die manier kwam het pareltje “Bagagedrager” al vroeg aan bod en zorgde voor ons eerste kippenvelmomentje. Puur in zijn eenvoud, bezingt Erik hier dagdagelijkse dingen die je kunt ervaren als een neerdrukkende sleur of onversneden schoonheid. Radiosingle “Picasso” werd moeiteloos gebracht alsof het al jaren deel uitmaakt van Spinvis’ repertoire. Ook zo heerlijk verrassend is dat Spinvis live volledig anders klinkt dan op de platen en zelfs over concerten heen improviseert Erik graag met z’n nummers. “Artis” werd zo voor de gelegenheid in een punk jasje getooid, nadat we een rustpunt hadden met “Op een Ochtend in het Heelal”.
Nog maar halfweg en het gevoel overheerste dat Erik en de zijnen nog eindeloos pareltjes konden droppen. Het wrange en toch zalvende “Soms breekt een hart, soms blaft er een hond” bracht soelaas aan gebroken harten. Nog zo’n innig moment en het hoogtepunt van de avond was tijdens “Aan De Oevers Van De Tijd”, een nummer dat voor elk van ons wel een eigen betekenis kan hebben. Af en toe geeft Erik wat anekdotische uitleg bij zijn nummers, maar voor de rest liet hij ons een eigen invulling geven: zo passeerden gemakkelijk het innige “Kom Terug”, “Grote Zon” en “Trein Vuur Dageraad”.
Als perfect slot trakteerden ze ons met hun “Smalfilm” en stuurden ze ons de nacht in met “Oostende”.

Het publiek beroeren was een kolfje naar Spinvis’ hand want regelmatig zag je hier een lach en daar een traan of werd hier ingetogen gedanst en daar dan intens geknuffeld. Liedjesteksten werden meegezongen, luid applaus volgde… Het was duidelijk dat het publiek snakte naar een zaligmakend concert dat door niemand beter dan Spinvis gebracht kon worden.
Hij nodigde iedereen tot tweemaal toe om te blijven gaan naar voorstellingen van muziek, dans en theater want “zonder jullie zijn wij niets”, aldus Erik de Jong. Wat we na deze avond met volle overtuiging zullen blijven doen!

Setlist
Icarus - Astronaut - Tingeltangel hersenpan - Bagagedrager - Picasso - Op een ochtend in het heelal - Artis - Soms breekt er een hart, soms blaft er een hond - Aan de oevers van de tijd - Voordeel van video - Ronnie knipt zijn haar - Niet vandaag - Kom terug - Grote Zon
Trein vuur Dageraad - Smalfilm – Oostende

Organisatie: Depot, Leuven

Pagina 78 van 386