logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_04
Gavin Friday - ...
Sam De Rijcke

Sam De Rijcke

maandag 12 maart 2007 04:00

Gutbucket music

Deze Nederlandse garage blues rockers hebben niet alleen qua sound van de Black Keys afgekeken, ook het Warhol-achtige hoesontwerp doet sterk denken aan `Thickfreakness', de song ?As I holler? is pure Black Keys, en bovendien hebben ze ook nog eens ?Work me baby? gecoverd, de song van Fat Possum lieveling Junior Kimbrough die ook staat te pronken op `Chulahoma', het eresaluut die The Black Keys hebben gebracht aan de overleden bluesman.

The Black Keys doen het wel maar met zijn tweetjes, terwijl Cuban Heels een vijftal is. Hier dus wel van de partij : een bas en een snerpende mondharmonica (van Richard Koster) die doet denken aan de rauwe rudimentaire bluesrock van de Red Devils. Songs als ?Dig me a hole? en vooral ?So unfair? hebben een Tom Waits inspuiting gekregen. De lekker rollende instrumental ?Gutbucket? is een compositie van de voortreffelijke gitarist Rico Gerfen die de hele plaat sterk op dreef is en de meest smerige riffs uit zijn instrument haalt. De andere eigen songs zijn van de hand van Jan Hidding die een overtuigende en vettige bluesstem weet neer te zetten, denk aan het vuilste van Paul Rogers, of aan Tom Waits (?Unfair?), en ook weer aan de onvermijdelijke Dan Auerbach (van The Black Keys, dat had u wel begrepen).

Naast Junior Kimbrough's ?Work me baby? zijn er ook nog twee covers van Fred Mc Dowell, waaronder nog maar eens ?you've got to move? die hier een beetje een mislukte gospel versie meekrijgt. Klein foutje op een voor de rest best wel aangenaam ronkende bluesplaat.

maandag 19 maart 2007 04:00

The weirdness

Iggy Pop is samen met de broertjes Ron en Scott Asheton als The Stooges verantwoordelijk voor twee van de meest essentiële en invloedrijke platen uit de rockgeschiedenis, zijnde hun debuut `The Stooges' uit 1969 en opvolger `Funhouse' uit 1970. Meer dan 30 jaar later hebben de heren elkaar teruggevonden wat resulteerde in een reeks weergaloze concerten die niets aan energie en intensiteit hebben ingeboet in vergelijking met vroeger. Integendeel, The Stooges kregen nu wel de erkenning die ze verdienen en konden met deze réunie wel rekenen op een massale opkomst van de fans, wat vroeger wel eens anders geweest is. Want vergeet niet, de twee albums die zij uitbrachten flopten destijds omdat ze hun tijd te ver vooruit waren en toen zo wereldvreemd klonken dat geen kat ze kocht. Het is pas jaren later dat deze twee rockmonumenten zijn uitgegroeid tot eeuwige klassiekers.

Onze verwachtingen voor de nieuwe plaat waren dus enorm hoog gespannen, zeker nadat we ze live aan het werk zagen, en we konden het geweten hebben, deze verwachtingen inlossen was gewoon onmogelijk, en zo is het ook.

Nochtans hebben ze Steve Albini binnengehaald als producer, hij die ervoor gekend is om rock'n' roll rauw en onbezonnen te laten klinken. In zekere zin is dat ook zo, The Stooges spelen hier rauw en gedreven, alles is zonder veel poespas op band gegooid, de gitaren klinken ranzig, de drums roffelen aardig rechtdoor. Het is gewoon met de songs zelf dat er iets schort, deze zijn wel rechttoe rechtaan, maar ze vallen te licht uit, klinken te simpel en bij momenten zelfs stompzinnig. Nergens is er een nummer te bespeuren die ook maar in de buurt komt van klassiekers als ?I wanna be your dog?, ?No fun?, ?Loose?, ?Down on the street?, ?Tv eye? of ?Dirt?. Met een beetje goede wil halen we er toch een paar halve krakers uit die de plaat toch nog enigszins de moeite maken (let wel, we zijn The Stooges hier vooral met zichzelf aan het vergelijken, dus deze `The weirdness' is nog altijd veel beter dan hetgeen vele kandidaat imitators op vandaag voortbrengen) : ?Trollin? is een aangename vunzige binnenkomer, ?ATM?, ?Fried? en vooral ?My idea of fun? rocken een flink stuk door en ?Mexican guy? is niet bepaald een slechte song. De overige songs, met als dieptepunt de titelsong waar Iggy zo aan het zwalpen gaat dat het niet meer om aan te horen is, missen ballen en passie en zijn de naam The Stooges onwaardig.

Iggy mist gewoon de inspiratie en de feeling om nog echt goeie en gevaarlijke songs te schrijven. Aan zijn band ligt het niet, want zij produceren nog steeds een energieke sound. Had Iggy wat betere songs geschreven, dan hadden The Stooges er ongetwijfeld dynamiet van gemaakt, want ze hebben er hoorbaar zin en staan hier steeds met een onbegrensde verbetenheid te spelen. Daarom is dit des te jammer.

Deze verzameling songs haalt slechts het niveau van Iggy's soloplaten als `Beat em up' en `Naughty little doggie' die, ook al hebben ze hun momenten, niet bepaald als zijn beste wapenfeiten kunnen worden beschouwd. We kunnen gerust stellen dat Iggy's laatste solo plaat `Skull ring' een heel pak beter en feller is dan deze `The weirdness'.

Laat Iggy misschien nog eens raad gaan vragen aan zijn ouwe gabbers van The New York Dolls, want zij zijn er wel in geslaagd om dertig jaar na hun heetste periode met hun nieuw album een geslaagde come back te maken; Iggy was er trouwens bij want op één song mocht hij zelf meedoen (?Gimme love and turn out the light? heet de song en hij is beter dan zowat alles wat hier op deze nieuwe Stooges staat, we kunnen u trouwens de volledige plaat van The New York Dolls streng aanbevelen, `One day it will please us to remember even this' heet het ding).

Moeten we The Stooges dan nu definitief begraven ? Misschien wel, maar niet vooraleer we ze nog een laatste keer op het podium zullen gezien hebben, want het is pas live dat deze band ten volle ontploft, en dat zal er niet om veranderen omdat ze nu een ietwat mindere plaat hebben gemaakt.

Als Stooges fan valt het ons zwaar om dit verdict te vellen, maar we moeten hard zijn, en vooral eerlijk.

Het is mooi geweest, maar niets blijft voor eeuwig duren.

woensdag 14 maart 2007 04:00

Shine on

Met hun debuut `Get born' werden deze Aussie rockers in 2003 alom bejubeld door de Britse pers. Waar hebben we dat nog gehoord ? Maar de Britten hadden voor één keer gelijk, de plaat rockte geweldig. Zo kwam de lat hoog te liggen, te hoog, zeg maar.

`Shine on' is in dat opzicht een zware tegenvaller. Géén idee wat Jet bezield heeft, maar om god weet welke reden willen zij op Oasis lijken, en dit resulteert in stroperige zaagballads als ?Shine on? en ?Bring it on back?, of in de halve rocker ?Come on come on? die ook al ten onder gaat in broertjes Gallagher-achtig geneuzel.

Toch is het niet allemaal kommer en kwel, want bij momenten wordt er evenveel met scherp geschoten als op `Get born', ondermeer op de sterke opener ?Put your money where your mouth is? en vooral op de splijtende vlam ?Rip it up?, een welgemeende kopstoot van een song, eentje zoals we er ook enkele vinden op die veelbelovende Fratellis cd . Ook ?Stand up? en ?Skin and bones? die richting Black Crowes gaan dragen onze goedkeuring weg. Maar daarmee is het vet al van de soep, de rest is lauwe pap. Jet heeft hier ook een totaal misplaatste Beatles fixatie die zich uit in werkelijk tenenkrullende ondingen als ?Shiny magazine? en ?Eleanor?, het al even Beatlesque ?All you have to do? kan er nog net mee door.

Een ontgoochelende tweede album dus van een band die wel degelijk kan rocken als ze er zin in hebben. Als ze hun platen van Oasis en The Beatles door het raam kieperen en vervangen door de voltallige AC/DC catalogus (Bon Scott periode wel te verstaan) dan kan het nog goed komen.

woensdag 14 maart 2007 04:00

Well well well

Milburn heeft pech, brute pech. En wel hierom : Arctic Monkeys waren eerst. Milburn zit in hetzelfde straatje, het zijn eveneens piepjonge gozers uit Sheffield die aanstekelijke en springerige korte rocksongs maken. Maar, ja, zoals gezegd, Arctic Monkeys waren hen voor en zijn door de Britse pers als the next hot thing binnengehaald. Milburn komt enkele maanden later af met een gelijkaardige sound en een zanger wiens stem akelig dicht ligt bij die van de zanger van Arctic Monkeys. Met andere woorden, het ligt er een beetje te vingerdik op en het groepje zal dus door de wereld genadeloos gedegradeerd worden tot imitators van The Arctic Monkeys. En zeker nu deze laatste binnenkort al met nieuw werk uitkomen zal men Milburn gewoon links laten liggen.

Nochtans is deze cd best te pruimen, het is op en top frisse Britse poprock en verdient echt wel uw aandacht. Al mag het voor ons part wel nog een beetje heviger.

Als Milburn in de toekomst zichzelf een eigen smoel kan toekennen dan zit hier potentieel in. Afwachten maar.

maandag 26 maart 2007 05:00

Brightblack Morning Light

Dit is een ietwat vreemde trance plaat met ingehouden, hypnotiserende psychedelica. The Doors op een laag toerental, Mazzy Star onder de LSD, The Pink Mountaintops zonder venijn.

De songs slepen zich soms tergend traag voort en dringen zo langzaam een mens zijn aderen binnen om zich uiteindelijk in diens hersenpan vast te bijten. De sound is repetitief en bezwerend, het klinkt soms als vreemde sixties, soms als lome jazz, maar is altijd even innemend. Sluipende gitaren, een `60's orgel, een verdwaalde dwarsfluit, piano of blazers op de achtergrond, allen houden ze zich in en zorgen voor een aparte meeslepende sound. Ook de vocals zijn de hele plaat door ingetogen, mijmerend en koel. Er wordt meer gefluisterd dan gezongen.

Dit is toch wel een indrukwekkend album van deze nieuwe band, hoegenaamd niet om op te dansen, wel om bij weg te ?deemsteren?. Heeft er iemand een jointje bij ?

maandag 26 maart 2007 05:00

Endless wire

The Who, of wat er nog van overschiet (de legendarische Keith Moon al een paar decennia dood, John Entwistle al een paar jaar), heeft zich nog eens tot een reünie laten verleiden. Die reünies zijn zowaar een trend geworden, we worden overladen met oude gloriën die, al dan niet voor zwaar geld, terug in mekaars armen vallen en samen de hort op gaan, zie ook The Police, The Stooges, Roxy Music, The Doors en noem maar op.

De heren Townshend en Daltrey hebben ondermeer vorig jaar op Werchter bewezen dat ze het nog kunnen, hun live set bruiste als vanouds. The Who is dan ook een live band, ze zijn verantwoordelijk voor de legendarische `Live at Leeds', samen met MC 5 hun `Kick out the Jams' zowat de meest legendarische live plaat ooit. Een andere mijlpaal in hun lange loopbaan is `Who's next', hun beste studio album, intussen ook al meer dan dertig jaar oud.

Live nog altijd spetteren is één ding, maar in 2007 nog een relevante nieuwe plaat maken, dat is al veel moeilijker, zie ook The Stooges. En ook bij The Who sputtert de motor, in de studio dan toch. We weten nu ook wel dat we niet moeten gaan zweven en dat een nieuwe `Who's next' een utopie is, maar het had gerust toch iets meer mogen zijn.

`Endless Wire' is een vergeefse poging om de draad van weleer terug op te pikken en faalt op de meeste vlakken. Het rockt veel te weinig, ontploft nergens en maar heel af en toe komt de vonk van de goede dagen aan de deur piepen.

We kunnen ons trouwens niet van de indruk ontdoen dat dit eigenlijk een verdoken soloplaat van Pete Townshend is waarop Roger Daltrey mag meezingen omdat ie mooi braaf is geweest. Pete Townshend heeft namelijk alle songs geschreven, heeft overal de lijnen uitgezet, neemt in een aantal nummers ook de lead vocals voor zijn rekening en is dan ook nog eens producer. Bovendien heeft hij het weer niet kunnen laten om er zijn stokpaardje de mini-opera bij te lappen. Die Pete toch.

De rock opera heet hier `Wire & glass' en bestaat uit 10 korte songs waaronder een paar totaal overbodige. De 9 ?normale? nummers die er aan voorafgaan zijn eveneens van wisselende kwaliteit. We ontdekken nergens een onvergetelijke song of een klassieker die de tand des tijds zal doorstaan, wel een paar verdienstelijke pogingen als opener ?Fragments? die de intro van ?Baba O Riley? heeft meegekregen, het mooie akoestische ?A man in a purple dress? en de robuuste rocksongs ?It's not enough? en ?Mirror door? die zowaar de geest van betere tijden terug oproepen. Het zijn net die songs, waarin The Who nog echt als een groep klinkt, die overtuigen. De rest zijn Townshend's vehikels, de een al wat draaglijker dan de ander, waarop hij wel aardig gitaar staat te spelen, maar waar de vlam toch te weinig uit komt.

Het is hier ook nog eens pijnlijk duidelijk waarom Daltrey destijds de zanger mocht zijn en niet Townshend, die met zijn vocale prestatie de bal al eens mis slaat.

U begrijpt het, we blijven voor een groot deel op onze honger zitten en het is wachten op nog eens een echte Who plaat en niet een veredeld solo project van Pete Townshend. En eerlijk gezegd, we twijfelen er aan of dat er ooit nog wel zal van komen.

Toch willen wij er op aandringen dat u The Who vooral live moet gaan bekijken, en wel een beetje rap, want het zal niet zo lang meer duren tot de heren elkaar voorgoed beu zijn.

maandag 05 maart 2007 04:00

Passover

The Black Angels hebben hun naam gehaald van de Velvet Underground song ?Black angel's death song?. Daarmee weten we al meteen waar we deze nieuwe band moeten situeren. Ze komen regelrecht uit een donkere kelder waar de V.U. hoogtij viert, maar waar ook The Bad Seeds, The Black Rebel Motorcycle Club, Joy Division, The Warlocks, The Gun Club, Green On Red en een overstuurde Sixteen Horsepower graag vertoeven. The Black Angels bedienen zichzelf van een hypnotiserende sound met droge drums, dreigende gitaren en diepe bassen die we tot in de onderbuik voelen. En niet te vergeten een zogenaamde drone machine, een instrument die de donkere ondertoon nog wat meer in de verf zet, zwarte verf wel te verstaan.

`Passover' is hun eerste langspeler en het is meteen een schot in de roos. Er zit spanning, dreiging en emotie in bezwerende songs als bvb. ?Sniper at the gates of heaven?, een onweerswolk die al even fantastisch is dan zijn titel, of ?Black grease?, een gemene adder met scherpe tanden. Er is ook de giftige blues in ?Better of alone? (als de Velvets zich ooit aan een blues zouden hebben gewaagd dan zou dit ongeveer zo hebben geklonken) en in ?Bloodhounds on my trail?, opgefokte blues zoals ook The Gun Club deze pleegde te brengen. The Black Angels zijn tevens niet bang van een snuif psychedelica die zich sluipend in ?Manipulation? nestelt, Hawkwind meets Joy Division zeg maar.

En alsof we nog niet helemaal omgekegeld zijn door deze majestueuze plaat, krijgen we als afsluiter het geweldige ?Call to arms?, een 10 minuten durende pure Velvet Underground punch, waarmee deze `Passover' ons tot de laatste seconde in de greep houdt.

Fenomenale plaat.

maandag 12 februari 2007 04:00

The Peel sessions

Wat was dat toch met die John Peel ? Alle artiesten die bij hem langskwamen om een BBC sessie op te nemen bleken zichzelf te overstijgen, dit uit dankbaarheid of uit respect voor de invloedrijke radio DJ, de ontdekker van vele bands dewelke zonder hem waarschijnlijk ergens in de goot zouden blijven hangen zijn.

Ook PJ Harvey is tussen 1991 en 2004 meerdere keren in de studio van Peel langs geweest om er enkele van haar meest intense opnames te maken. Harvey wil met deze CD de grote Meneer Peel eren en heeft zorgvuldig de meest intense momenten uit alle sessies geselecteerd. Zij voegt er meteen een dankwoord aan toe op de binnenhoes van deze sterke compilatie waarin ze benadrukt dat ze het allemaal voor hem heeft gedaan. PJ Harvey is op haar best wanneer ze haar songs intens en met veel vuur en overgave brengt. En dat is hier zeker het geval. Harvey haalt het beste uit zichzelf, haar band klinkt rauw en frontaal. Essentiële tracks als ?Sheela-na-gig?, ?Oh my lover?, ?Naked cousin? en ?Water? staan hier op in ongekuiste versie alsook een verrassende oude blueskraker als ?Wang dang doodle? waarin Harvey haar stem tot Janis Joplin hoogtes verheft. Op ?Snake? gaat ze helemaal loos, ze krijst alsof ze in de kont wordt genaaid, en de daaropvolgende song ?That was my veil? is dan weer een zalvende akoestische mijmering. Beide songs zijn opgenomen tijdens dezelfde sessie in `96, nota bene. ?This wicked tongue?, opgenomen in november 2000 drijft op nerveuze distortion gitaren en contrasteert op zijn beurt met de ingehouden pracht van ?Beautiful feeling?, die andere song uit dezelfde sessie.

Dit is PJ Harvey op haar best. Met dank aan wijlen John Peel.

maandag 19 februari 2007 04:00

Okonokos

We hebben tot op heden My Morning Jacket al in twee gedaantes mogen meemaken. Er is de intieme, breekbare en emotievolle sound met dromerige vocals en dan heb je de wildere rocksound waarbij de baardige groepsleden uitfreaken zoals dat alleen kon in de `70's. Beiden worden hier tentoongespreid maar het rockgehalte haalt ruimschoots de bovenhand.

Er is heel wat gebeurd tussen het fragiele debuut `The Tennessee Fire' en de laatste worp, het weidse en fantastische `Z'. De live dubbelaar `Okonokos' toont op magistrale wijze hoe deze jongens geëvolueerd zijn. De heren staan constant op het hoogste niveau te zingen en musiceren, er wordt niet gekeken op een gitaarsolo meer of minder, de songs krijgen bijzonder veel ademruimte en stijgen niet zelden uit boven het extreem hoge niveau dat ze al haalden op de studio albums. Hier wordt vooral kwaliteit toegevoegd aan de nummers en ondanks de soms zeer lange songs vinden we géén overbodige uitweidingen, alleen maar prachtige momenten. We horen een band die er staat als een huis, of neen, een kasteel of een kathedraal, wat je maar wil.

My Morning Jacket klinkt harder, weidser, meer rockend dan op hun studiowerk. Ze hebben een live sound gecreëerd die werkt en hier perfect op plaat is geperst en ons het gevoel kan geven dat we een prachtconcert meemaken zomaar in onze huiskamer, waarvoor hulde. Hoogtepunten zijn er te veel om op te noemen. Toch maar een greep doen : ?It beats for you? rockt genadeloos, ?I will sing you songs? is epische intimiteit, ?Lay low? is pure klasse en is voorzien van een wonderlijke gitaarsolo, ?Dondante? werkt zichzelf naar een uitmuntende climax toe dankzij openbarstende gitaren en een heerlijk uitwaaiende sax (de song duurt 11 minuten en het is géén seconde te veel), ?Run Thru? gaat geweldig rocken op het eind. Werkelijk alles is groots op deze ?Okonokos?

Wij weten géén blijf meer met de superlatieven, dit is gewoon de beste live plaat die we in jaren hebben gehoord en we kunnen niet wachten tot deze bende nog eens tot onze contreien komt.

maandag 26 februari 2007 04:00

Keep reachin'up

Als het al een tijdje geleden is dat u nog eens een echte frisse soulplaat heeft gehoord, dan moet u dit eens proberen.

Deze plaat baadt, inclusief de hoes, volledig in de motown- en soulsfeer van eind jaren zestig.

Nicole Willis, die gezegend is met een prachtige soulstem, is ook niet van de minsten, ze heeft reeds samengewerkt met soullegende Curtis Mayfield, maar ook met The The en Leftfield. Haar echtgenoot is Jimi Tenor, misschien doet dit wel een belletje rinkelen.

Op deze `Keep reachin' up' staat er echter ook een fantastische band te spelen, The Soul Investigators zijn bijwijlen funky as hell. De band kan perfect de sound van de echte souljaren terugbrengen zonder daarbij gedateerd te klinken, maar integendeel wel bijzonder groovy en hot. Het `70's orgeltje doet wel eens aan The Doors denken (vooral in het lekker voortdenderende ?Holdin' on?), de funky gitaartjes en blazers aan James Brown en

ook Isaac Hayes en Curtis Mayfield komen ons spontaan voor de geest.

Echt een aangename plaat die barst van de soul.

Pagina 111 van 112